Gestintel

Een week vol verbazing. Je denkt op een bepaalde leeftijd niet snel meer verrast te kunnen worden, maar niets is minder waar. Het gebeurt soms recht voor je snufferd, in the face.

Laat ik met een mooi voorbeeld beginnen. Over doorgedraaide ouders. Het voorbeeld werd me door Tirza gister op ons Spaanse bankje verteld. Er zijn ouders die de schoolfotograaf bellen om op de klassenfoto hun Kindgodje te laten retoucheren. Pukkels weg, wenkbrauwen smaller, flaporen strak langs de dakpan, dat werk. Dit is geen grap. Het gebeurt. Er zijn dus mensen met een opvoedkundige taak die hun kroost willen beschermen voor de normale dingen van het leven. Hun Floris heeft de grote neus van zijn Opa, maar moet beschermd worden voor de traumatische ervaring om als speurhond te worden gezien. “Kun je daaronder schuilen?” “Heb je wel een bouwvergunning voor dat afdak?”

Nog een voorbeeld. Pepijn is een vrolijke stuntel op het voetbalveld. Hij is pas acht jaar, maar heeft dit seizoen toch al 4 keer een schitterend eigen doelpunt gemaakt. Pepijntje heeft het naar zijn zin in de F-3, maar Papa Gérard en Mama Dieudonnée niet. Die vinden dat hun Messi niet goed wordt ingeschat door die goedlachse elftalleider Erik. Deze Erik bezorgt de jongens van de F-3 drie keer per week een prachtig teammoment, met ruimte voor plezier én fouten. Maar Papa en Mama doen hun Pepijntje op individuele voetbalbijles, zodat hij volgend seizoen meer kans maakt op de F-1. Want daar hoort hun Fresh Prince of Belair eigenlijk thuis. Dat zeggen ze ook elke week tegen hun eigen Dala Lama; “jij bent beter dan die klungels in jouw team. Jij hoort daar niet.”

Er groeit een generatie op die het lastig gaat krijgen buiten hun ‘gemaakte’ wereld zonder tegenslag. Want buiten is het anders. Je bent beter af als je erop voorbereid bent. Maar we kweken weekdieren, die supersnel van slag zijn. Onzeker worden buiten hun beschermde cocoon. Kijk in de supermarkt hoe sommige ouders met hun kids omgaan. “Erik, niet met de zakken chips gooien.” “Nee, Mireille, niet met je vingers in alle appels prikken. Dat vindt de supermarktmeneer niet leuk..”. “Brian, als je nu stopt met krijsen, mag je dadelijk een snoepje.”

Ik heb niet het recht om een corrigerende opmerking richting de ouders te maken. Het is hun opvoeding. Maar Roderick komt op zijn 28e met een burn-out thuis te zitten omdat zijn leidinggevende een aantal verbeterpunten in het functioneringsgesprek heeft benoemd. En ook heeft aangegeven dat hij wel aan de top van zijn kwaliteiten zit als ICT-specialist. Moeten zijn ouders eigenlijk niet voor de ziektekosten opdraaien? Wat je zaait, zul je oogsten. Meestal.

Het is een lastig bruggetje, maar het brengt me bij de Stint. Drie weken geleden had ik nog nooit van het karretje gehoord, maar intussen beheerst het elke dag de voorpagina’s. Het afschuwelijke ongeval in Oss krijgt een sinistere wending. We zoeken een zondebok, iemand moet schuldig zijn. Zelfbenoemde experts en slappe politici buitelen over elkaar heen om de elektrische bolderkar af te fakkelen. Waar waren die experts de afgelopen vier jaar toen er 3.500 van die dingen met gejuich werden ontvangen? Als de ultieme oplossing, in plaats van in groepen lopend naar school?

Elke week werden er 25.000 ritjes met die schoenendoos gemaakt. 4 miljoen keer in vier jaar. En nu is het vreselijk fout gegaan. En nog 14 keer net goed afgelopen. Is er iemand schuldig? Zijn er niet alleen maar slachtoffers? Zal de fabrikant van de Stint, hard vechtend voor zijn bedrijf, niet ’s nachts badend in het zweet wakker worden? Dat het dus in 0,000025% van alle ritten gruwelijk fout kan gaan?

Waarom accepteren we niet dat niet alles maakbaar is? Dat Floris moet leven met een grote neus. Dat Pietertje een sfeermaker is maar geen spelmaker. Dat Roderick niet hoger op de promotieladder zal komen, omdat hij ‘slechts’ een goedwerkende afdelingsmedewerker is. Ik stel voor dat we voortaan het nieuwe woord ‘gestintel’ gaan gebruiken voor dit soort gedrag. Het zit in de dezelfde hoek als gestuntel, dus past mooi bij elkaar.

Zelfs de dividendbelasting is niet maakbaar en werd dus gestintel. Wat een godsgeschenk dat die chagrijnige aandeelhouders van Unilever chauvinisten zijn. Blijf lekker daar.

Kathedraal van de zee

We zitten op Netflix! Ja, die zagen jullie niet aankomen, hè? Al jaren proberen mijn dochters de voordelen uit te leggen, maar ik was er schijnbaar nog niet aan toe. Ik ben nogal verslavingsgevoelig en kan sommige prikkels beter uit de weg gaan.

Tuurlijk hadden ze alles al uitgelegd en de meest fantastische series de hemel in geprezen. Narcos, Breaking Bad, House of Cards, Peaky Blinders, La Casa de Papel, The Crown en God weet wat nog meer. Maar wij kochten nog gewoon een DVD-box met 4 blinkende schijfjes die we dan 1 voor 1 in de kerstvakantie op een Spaanse bank verorberden. Penoza 3 als seizoen 5 net is afgelopen, Homeland 4 tijdens jaar 6 en alles van House en Broadchurch. Lekker ouderwets, maar we hadden niet het gevoel iets te missen.

Maar nu we mogen meeliften op het abonnement van Anne-Roos, zijn we los. Getriggerd door de serie Kathedraal van de Zee, de verfilming van het magistrale boek van Ildefonso Falcones. Samen met de Stad der Wonderen (Eduardo Mendoza) en Ik geef je de Aarde (Chufo Llorens) al jaren onbetwist in mijn Top 3 van mooiste boeken. En niet toevallig alle drie boeken over de geschiedenis van Barcelona. Gisteravond meteen 2 delen bekeken, vanavond weer twee. Ik voel meteen de dwangmatige neurose opkomen om nachten over te slaan en door te kijken. Binge watching in optima forma. Gelukkig dwingt Marion mij tot samen kijken en wordt het geen nachtwerk.

De Kathedraal van de Zee wordt in Barcelona Santa Maria del Mar genoemd. Het ligt in het hippe wijkje El Born en wordt na jaren van verwaarlozing weer langzaamaan een mooi kerkje. We gaan er best vaak naar toe, om aan vrienden te laten zien of een kaarsje op te steken voor onze dierbaren die al zijn gaan hemelen. Daarna gaan we meestal voor een glaasje cava en tapas bij El Xampanyet of een lekker lunch bij Senyor Parellada, allebei om de hoek. Tuurlijk kan La Santa Maria niet tippen aan de magische Sagrada Familia, maar je wordt er in ieder geval niet door 20.000 Japanners en Koreanen omver gelopen.

Tot zover de gratis toeristische tips. Waar het vandaag echt om gaat, is een zorgelijke persoonlijke ontwikkeling. En ik ben ook bang dat het leeftijd gerelateerde starheid is. Netflix is er een voorbeeld van. Je maakt jezelf en anderen met een beetje dédain wijs dat het niets toevoegt. Een modegrilletje wat wel zal overwaaien. Een tijdelijke hype, net zoals Snapchat en Instagram. In de marketingwereld is er een term voor: Laggards. Als 85% van de mensen allang zijn begonnen met de nieuwste trends, komen deze dinosaurussen pas in beweging.

Maar het gaat veel verder dan dat. Ik zat 10 jaar tegen een foeilelijk, bruin, aftands tuinhuis aan te kijken. En heb hem nu in drie weken omgetoverd tot een strakke trendy antracietgrijze parel. Als we er nu naar kijken, vragen we ons echt af waarom we dit niet eerder hebben gedaan. Nog een voorbeeld: we hebben 17 jaar geen lamp boven de eettafel in de huiskamer gehad. Uiteindelijk vorig jaar een Leen Bakkertje van 87,= erboven gehangen. Een verademing, we kunnen gewoon lezen aan tafel. Ook hebben we sinds vorige eeuw een kapotte zonnebank op de logeerkamer gehad. Voor spinnen en stof een heerlijk onderkomen, totdat hij bij het grofvuil belandde. Waarom zo lang gewacht? Waar zit de blind spot in mijn hoofd?

Mijn grote gasfornuis heeft nog maar 3 van de 5 pitten die werken. Ik ben er handig in geworden en kook er makkelijk voor 15 man op, maar kan ook voor een prikkie het flutding vervangen. Laat ik maar ophouden, want ik begin serieus aan mijn verstandelijk vermogen te twijfelen als ik nog meer opschrijf. Is het misschien een ‘late life’ opleving dat ik me er ineens van bewust ben? Word ik van een extreem zelfverzekerde narcist misschien een ultrasofte twijfelkont die alles op een weegschaal legt? Voor elk overtuigend Ja ook een peinzend Nee? Hoort het bij ouder worden? HELP!

Gelukkig heb ik een relativerende, back-to-earth partner, die zorgt voor een niet aflatende stroom van verbeterpuntjes. Hoef ik het zelf niet te verzinnen. Beter. Denk ik…

Home Alone

Rare gewaarwording, ik ben alleen thuis. In Duitsland. Marion met vriendinnetjes in Spanje, Anne-Roos haar nieuwe appartement in Zaragoza aan het inrichten. En Marloes druk met haar weekend, maar dat maken we maandag goed met hapje eten en filmpje. Komt beter uit.

Ik vind het wel lekker, want behalve het schilderen van mijn Deutsches Gartenhaus heb ik geen plan. Er is zelfs geen achtergebleven lijstje op de keukenkast met To-Do’s. Dat had ook niet veel zin, want ik heb vandaag 10 uur geschilderd aan dat strafbunkertje en morgen idem dito vrees ik. Het tuinhuisje heeft jaren dienst gedaan als kinderspeelkamer, maar was verlaten en in verval geraakt. Nu alles weer gestut is, recht staat met en van een lik verse verf is voorzien, kan hij nog net lang genoeg mee tot de verkoop van ons Duitse stulpje over een paar jaar. Dan zit onze Duitse Traumzeit erop.

Alles wordt deze week natuurlijk overschaduwd door het trieste ongeluk in Oss. Het beheerst al dagenlang het nieuws. Ik heb weleens de neiging om dan te willen relativeren of iets vergelijkbaars in een groter geheel te plaatsen, maar dat is nu ongepast. Ouders, familie, klasgenootjes, hulpverleners, een machinist. Allemaal op de een of andere manier getekend door deze gebeurtenis. Dat de burgemeester van Oss in de media vraagt geen vriendschap-verzoeken meer te sturen aan de getroffen families heeft me volkomen verbijsterd. Er zijn dus wildvreemde mensen die dat doen. Misschien moeten we het oude Pieter Baan Centrum heropenen om gedragsobservatie doen bij deze droeftoeters. Want ziek ben je zeker.

Dinsdag, na het lekker lange Spaanse weekend met mijn hele harem, kon ik na de landing meteen door naar mijn nieuwe interim-klus, om de hoek bij Eindhoven Airport. Ik ben deze keer in de koffiebranche beland, bij één van de drie grote spelers in Nederland. De bedoeling is om het twee dagen per week te doen, zodat ik genoeg tijd over houd voor mijn eigen cateringwinkeltje De Groene Artisanen en andere leuke dingen. Maar het was deze week meteen drie dagen volle bak erin, zodat ik ’s avonds weer als een stoned nijlpaard op de bank in slaap viel. Ik word er goed voor betaald, dus heb geen recht om te klagen. Maar god, wat kost het elke keer energie om z.s.m. een bedrijf te doorgronden om de verbeterkansen te zoeken.

Ik schrijf niet gauw over mijn werk of de bedrijven waar ik word ingehuurd. Het motto is ‘don’t hit the hand that feeds you!’ Vorig jaar heb ik een column gewijd aan mijn Apenrots-verblijf, maar de Opper-baviaan kon het niet waarderen, dus heb ik het stukje meteen verwijderd. Ik bewaar al die sappige anekdotes wel voor later, zonder er een villein boekje a la Gordon van te maken. Over Toonen Catering, dat fantastische party-catering bedrijf waarmee ik knetterend failliet ben gegaan. Achteraf het beste wat me kon overkomen. Over de onderwijscateringjaren, eerst met Erik en daarna onder de vlag van Avenance. Het bizarre milkshake-avontuur met Marcel Boekhoorn en Danone, de intense jaren met de Noordhollandse boeren van Cormet en de laatste vier jaar bij ISS, de mastodont in Facility Services.

En niet te vergeten mijn talloze, mislukte investeringsprojecten. De wereldberoemde Nailhoover, bedoeld om elke nagelstudio te verzekeren van een stofvrije omgeving. Welgeteld 1 exemplaar staat nog te werken in de studio van mijn Duitse buuf, het tweede prototype staat in mijn tuinhuisje. Ik had van het geld een dikke Porsche kunnen kopen. Het gedroogde fruit No Candy, waarmee ik tankstations, cateringlocaties, en pretparken vanuit de achterbak bevoorraadde. De muizen in mijn kelder waren er dolblij mee. Vegastowels, de unieke handenwasdoekjes, hebben ook jaren in mijn tuinhuisje staan weg te stinken. Laat ik maar ophouden, want ik had al met pensioen kunnen gaan als er in ieder geval één project succesvol was geworden….

Maar spijt heb ik niet van die achteraf kansloze plannen. Als je nooit een risico neemt of met lef ergens aan begint, heb je ook geen kans op succes. Dat kan prima bij iemand passen, maar ik heb andere schoenen, meestal een maatje te groot. Ik houd me vast aan het eigenwijze zelfvertrouwen van Pippi Langkous: “ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het kan.” Nog een schep Praede Diem bovenop en voilà!

Wie niet horen wil…

Het is zaterdagmorgen 6.25 uur en ik zit buiten op mijn terras in Spanje. Langzaam neemt het daglicht de regie in handen en mag de nacht gaan bijkomen van tien uur donkerheid. Het is heerlijk stil. Oorverdovend rustig.

Over 3 minuten klimt in de verte het eerste Ryanair vliegtuig van de dag omhoog . 200 mensen onderweg naar Pisa, 5 minuten later gevolgd door 200 mensen naar Eindhoven. Het is een dagelijks ritme en mijn automatische wekker. Het diepe gebrom, dat klinkt als onweer in de bergen, zijn de oudere vliegtuigen. De nieuwste types hebben een raar hoog deuntje. De haan van de achterburen is allang gestopt met zijn schorre gestuntel, waar geen kip meer aandacht aan besteedt. Zwaluwen halen met scherpe haakse bochten nog wat muggen uit de lucht en kwetteren naar elkaar dat het tijd wordt om even bij te komen van dat nachtelijk gejaag.

Ik heb me nooit gerealiseerd hoe groot de impact van geluid is op je leven. Tuurlijk, je hoeft maar naar de Rijdende Rechter te kijken en je weet dat het geluid van een theelepeltje tegen een verwarmingsbuis al leidt tot moord- en doodslag. Een hard pratende vrouw in de trein die al haar lichamelijke ongemakken deelt met een telefonische vriendin en de rest van de coupé is ook één brok ergernis. En van mijn eigen eega begrijp ik dat mijn gesnurk soms door merg en been gaat. Vooral na een stevig portie alcoholische versnaperingen. Maar het heeft iets dagelijks en onvermijdbaars.

Dochter Anne-Roos heeft de afgelopen twee weken in Zaragoza ervaren hoe het is om boven een uitgaansplein te wonen. Elke ochtend tot 5.30 uur geschreeuw, gebroken glas en groepsgelal. Daarnaast wordt in Spanje ’s nachts het afval opgehaald. Om het uur het piepende geluid van een achteruit rijdende vrachtwagen gevolgd door het optillen van een container, die met razend geweld de inhoud dumpt. Tegenwoordig zijn er vier soorten afval, die apart worden opgehaald. Tel uit je winst. Gelukkig heeft ze een ander appartement gevonden en gaat ze volgende week alweer verhuizen. Maar nu eerst kan ze drie dagen bijslapen in Rosamar. Ik hoop dat het galmende gesputter van het Nespresso-apparaat niet door haar oordoppen is gekomen.

Ik ben getriggerd door het zintuig horen door een lang achtergrondartikel deze week. Er werden mensen geïnterviewd die allemaal vrij jong doof zijn geworden. Eerst 25 jaar gehoord en dan, door een ziekte of een ongeluk, ineens doof. De wanhoop en triestheid droop van het digitale papier af. Sommige waren bereid om alles, maar dan ook werkelijk alles, op te geven om weer te kunnen horen. Ruilen tegen zien of lopen, zo erg. Het totale isolement, de absolute stilte was gekmakend en beangstigend. Straatvrees en paranoia meer regel dan uitzondering. Ik had weleens eerder ‘gehoord’ dat niets meer kunnen horen erger is dan is dan niet meer kunnen zien, maar kon me er niets bij voorstellen. Tot dit artikel.

Ik probeer me nu al dagen voor te stellen hoe het zou zijn om niet te kunnen horen. De stemmen van je partner en kinderen moeten missen. De quasi-spottende ondertoon van Gerard of de galmende lach van vriendje Robert. Of de zure intonatie van een tegenwerkende collega. Het piepje van de Whatsapp (ondertussen gedeactiveerd). De vermakelijke manier waarop Rob van Someren op radio 10 elke dag om 16.15 uur de moppen vertelt. De turbo-kick down van mijn oude Touareg als ik weer een Golfje met brede bandjes eruit trek bij een stoplicht. Het klokkende geluid van een ijskoude San Miguel die in je keel verdwijnt. Probeer het je maar eens voor te stellen.

Als ons hele lichaam tot rust komt, blijft er altijd één zintuig alert. Het waarschuwt ons al eeuwen voor dreigend gevaar. Vroeger voor een sabeltijger of mammoet, tegenwoordig voor een neersuizende bom in Syrië. Onze oren zijn ook beeldbepalend, vooral als ze afwijken. Je beoordeelt zelden iemand op zijn oren. Pas als ze gebruikt kunnen worden om een zeilwedstrijd te winnen, kijken we er met medelijden naar. Zelf weet ik later niet eens welke kleur ogen iemand had, als er flaporen op zaten. Foute vrienden, die ogen.

Kortom, ik ben mijn oren meer gaan waarderen. En jullie kunnen lekker op twee oren slapen, want volgende week ben ik er weer.

Natte scheet

Ik had het me zo voorgenomen. Niet deelnemen aan het asielzoekers-debat. Ik ben van het ruimhartige soort en dus van de spreuk: “als je het beter hebt dan een ander, bouw je een langere tafel in plaats van een hoger hek.” Maar als ergens een duidelijke scheidslijn zichtbaar is in de samenleving, dan is het om het wel of niet toelaten van vreemdelingen.

Die twee Armeense pubers zijn natuurlijk de aanleiding. Ondergedoken, weer opgedoken, klaar voor uitzetting, meewerkende moeder, dan weer niet tegenwerkende moeder, laatste nachtje bij opvanggezin “ineens verdwenen” en voordat ze weer terecht waren, ging Staatssecretaris Mark Harbers alsnog door zijn weke knieën. “Er hadden zich in de laatste uren actuele ontwikkelingen voorgedaan in Armenië die het welzijn van de kinderen in Armenië niet meer konden waarborgen.” Ineens, zomaar, vanuit het niets. Mark is hetzelfde als zijn baas en partijgenoot Mark Rutte: een schijthaas, een draaikont, een natte scheet. Hij komt absoluut in aanmerking voor de Karremans-trofee.

Begrijp me niet verkeerd, ik vind het een goede beslissing. Maar die hadden we vorige week, vorige maand of vorig jaar ook kunnen nemen. Terwijl het hele land zich ermee bemoeide, hield Mark 2 zijn poot stijf. Standvastig, zo was het beleid. Geen ruimte voor afwijkingen of coulance. Regels zijn regels, zo heeft ook dit kabinet afgesproken. Zelfs de Christelijke partijen wringen zich in onmogelijke bochten om in zo’n situatie het beleid te verdedigen. Onder het motto: heb je naasten lief, maar nu even niet. Terwijl alle procedures dood liepen en alle rechters tot aan de Raad van State uitzetting toestonden, ging om twee over twaalf Mark 2 om. Kwezel. Hak dan ook meteen de knoop door voor die andere minderjarige asielzoekers die hier al langer dan 4 jaar zijn. Het zijn er ongeveer 1500. Gewoon een generaal pardon, zijn we van het gezeik af.

Maar ik wil eigenlijk nog wel een stapje verder gaan. Afgezien van de Syrische piek in 2015 en 2016 zitten we gemiddeld met een aantal asielaanvragen van rond de 15.000. Veel? Weinig? Het zijn er dus elk jaar maar 1 op de 1000 Nederlanders. Er zitten ook veel foute aanvragers tussen uit met name Marokko, Algerije en Tunisië. Bijna allemaal erop uit om flink misbruik te maken van ons systeem. Misschien kunnen we die meteen op een leeg en stilstaand Ryanair-vliegtuig zetten en terug dumpen in Casablanca, Algiers of Tunis. Er blijven er genoeg over met een verblijfsvergunning of dubbele Nederlandse Nationaliteit die de misdaadcijfers hoog kunnen houden. Moccro-maffia, scootertuig, dat werk.

Maar weet je waar ik helemaal niets van snap? Dat we zo weinig doen met de aanwezige menskracht. Er lopen duizenden Syriërs die zich dood vervelen. Die mogen niet werken, hoe graag ze ook willen . Maar de procedure om een A-status te krijgen kan zomaar drie jaar duren. Die gasten worden gek, hun vingers jeuken. Hoeveel vacatures hebben we wel niet? Vooral in die sectoren waar geen Nederlander meer voor te vinden is. Magazijn-medewerker, heftruckbediende, automonteur, klusjesman in het bejaardentehuis. We krijgen een gigantisch probleem om de alledaagse dingen geregeld te krijgen, maar laten 100.000 man onbenut thuis zitten. Wat zijn wij toch een dom bureaucratisch land. Procedure-neukers.

Ik ben heel lang geleden lid geweest van de JOVD. Jeugdzonde, ik geef het toe. Ik sloeg in drie maanden om van een blowende en oorbel-dragende relschopper naar een enge korpsbal met Lacoste spencertje, flanel broek en mocassins met kwastjes erop. Ik deed volop mee in de Nijmeegse studenten-scene van Carolus Magnus, ondanks mijn MBO-opleiding. “He lullo, heb je nog geneukt?” En daarna nog jaren VVD gestemd, met weinig ruimte voor andermans mening.

Ik kan het me nu niet meer voorstellen. De VVD is een clubje van liegers en bedriegers geworden. Edje Nijpels, die loopt te kwijlen over Linda de Mol. Jos van Rey, de corrupte Limbo-dealmaker. Kwalbert Zijlstra, die zogenaamd Poetin heeft gesproken. En die uitvaart Keizer, met een naheffing van 12 miljoen aan zijn broek. Zou Markje 1 gewoon ook geld van Unilever en Shell krijgen? Anders is die debiele afschaffing van de dividendbelasting toch niet uit te leggen?

Maar gelukkig mogen Howick en Lili blijven. Misschien kunnen we die moeder wel in Armenië laten. Want zij is net zo schuldig als Mark 2 aan deze soap. Het gaat om mensen, niet om cijfers.

Koude pannenkoeken

Er is één ding niet te versmaden en dat is een smeuïge burenruzie. Als ik scannend de voorpagina van NU.nl doorneem, valt mijn oog altijd op die paar woorden die samen een heerlijke buuf-twist verraden. Ik absorbeer het verhaal als een zompige spons. Smullen van andermans kleinzerig leed.

Het zal van alle tijden zijn. De eerste naaistreken zullen door burende grotbewoners zijn uitgehaald. Het zakje waar de vuursteen in bewaard werd, stiekem nat zeiken. Een partijtje rode bosmieren verstoppen in het berenvel van je meurende buurman. Brandnetels in de zak met aardbeien verstopt. Dat werk. Nooit te bewijzen, altijd stiekem gedrag. Je weet dat die hork die tegenover je ligt te snurken het heeft gedaan, maar die speelt de vermoorde onschuld. Kwezel, miesbal, naaierd, gluiperd, gladjanus, patjakker, schijnheilige.

Ik heb natuurlijk ook een fijne geschiedenis met Nachbar Hermannnnn. Mijn carrière als columnist is begonnen met een verbale wraakaanval op zijn botte bijl gedrag. Mijn lieve, onschuldige, naïeve dochtertjes werden valselijk beschuldigd van de diefstal van het embleem van zijn BMW 525 THDRISETD. Hoe durfde hij? Waar haalde hij het lef vandaan? Wie dacht hij wel dat hij was? Ik heb hem, in zijn eigen deurportaal, stevig uitgekafferd en ook een ietsje pietsje gedreigd met repercussies bij een volgende keer. En later wel eens een verdwaalde kattendrol op het dak van zijn zilveren koets gegooid. Was ook van zijn eigen kat. Denk ik.

Vier jaar geleden is Hermannnnn verhuisd. En eerlijk is eerlijk, ik mis hem wel een beetje. Mijn andere buren zijn toffe mensen en van het bemoeizuchtige secreet aan de overkant heb ik eigenlijk weinig last. Er was een klein akkefietje in het begin omdat mijn, in de straat geparkeerde, Tractor haar uitzicht belemmerde. “Du kannst doch deine VW auf eigene Rampe parkieren und nicht vor meine Fenster?” Mijn antwoord was best kort: “Ja, dass kann ich, aber ich mache das nicht.” Einde gesprek.

Heel af en toe kijk ik weleens eens naar de Rijdende Rechter. Alle zieligheid en bekrompenheid van Nederlanders komt dan haarfijn in beeld. Een scheef gesnoeide coniferen-heg kan al leiden tot TBS met dwangverpleging. Een paar appels die bij de buren in de tuin zijn gevallen, worden als appelmoes tegen de voorruit van de Toyota Starslet geprakt. Teveel stinkende BBQ-lucht, een miezerig fonteinsproeiertje die tot incontinentie leidt, een herder die buiten op de achterplaats zijn eigen drollen opeet. Maar de wraak is altijd vijf gradaties erger. Dan worden er camera’s opgehangen en de beelden van de wippende Henk en Ingrid van nr. 32 op de buurt-groepsapp gedeeld. Krijgt de herder leverworst toegeworpen met klinknageltjes erin.

Ongekroonde koninginnen van de Nederlandse burenruzie zijn zonder twijfel Conny en Tilly . Hun eerst fittie ging over een paar koude pannenkoeken. Het liep gierend uit de klauwen en de verwijten namen groteske vormen aan. Vergiftigde platen, schroeven in bomen, een vuilniszak met rotjes erin, doodgemaakte kuikentjes. Conny over Tilly: : het is een gluiperd, de duivel.” Tilly over Connie: “ik gooi niks in haar tuin. Nou ja, af en toe een pot pis, voor op d’r kop. Dat het zooitje zaagsel weer een bietje bij elkaar komt”.

Deze dames wonen in een straat in Lelystad met de aparte naam Griend 20, op huisnummer 52 en 54. Deze huisnummers verraden toevallig genoeg ook precies hun IQ, want de overtollige ruimte onder hun eigen dakpan is inderdaad gevuld met zaagsel. Ondertussen probeert de woningcorporatie te bemiddelen in het conflict, omdat er ook al veel sensatiezoekers door het straatje rijden om een glimp van de bekvechtende buufjes op te vangen. Ook zo’n heerlijke Nederlandse eigenschap voor mensen met een schoenmaat-IQ. Er brandt ergens een flat af en meteen sjezen er Tokkies met hun mobiel in de aanslag op af om te kijken. Wat een volk.

Er zijn wel een paar mensen die ik graag als buur zou willen hebben. Wilders bijvoorbeeld. En dan een leuk cartoontje op mijn raam plakken met de tekst: Hier woont een boze Pakistaan. Of Emiel Ratelband. Die oude leiperd zoekt nog een draagmoeder voor kind nr. 8. Wat ben je dan een intens egoïstische zak met botten. Patty Brard of Gordon lijken me ook leuke buren! Dan kan ik weer jaren vooruit met mijn verhaaltjes.

Siësta

Zo, daar ben ik weer. En op tijd. Ik proefde bijna iets van opluchting bij jullie vorige week, zo snel stroomde de likes binnen na mijn advies om maar lekker te gaan slapen, bij gebrek aan column. Best raar; hoe relaxter ik leef, hoe lastiger het is om iets af te maken.

De afgelopen dagen is het rustig geworden op Rosamar. Iedereen is weer vertrokken, het huis is stil, het zwembad hoeft niet meer bijgevuld te worden na de zoveelste bommetjes-wedstrijd. Marion en ik werken een lijstje af met Things To Do, zoals altijd minutieus en nauwkeurig door haar samengesteld. En ik probeer als vanouds alle tijd te besteden aan de leuke klusjes, om maar geen tijd over te houden voor opruimen, kleren kopen of schoonmaakwerkzaamheden. Zo heb ik in een paar dagen tijd, eerst nog met hulp van Bas, een mooi nieuw houthok in elkaar geknutseld. Funderinkje leggen, houtpakketje kopen, in elkaar schroeven, uitlijnen, vastzetten en dat alles onder het spiedend oog van Marion natuurlijk kaarsrecht en waterpas. Nu het haardhout nog bestellen, anders ziet het er een beetje sneu uit.

Ik had er ook alle tijd voor, want het duurbetaalde Spaanse internet lag er weer eens twee dagen uit. Hoe zouden we in Nederland of Duitsland reageren als we twee keer per maand een dagje niet online zouden kunnen zijn. Daar komt dan nog bij dat de ADSL een slakkensnelheid heeft van 1,3 MB. Alles al aan geprobeerd te verbeteren, maar geen provider krijgt het sneller voor elkaar. Als ik ’s morgens de router reset en vervolgens de krant download, kan ik nog rustig koffie zetten en op de buitenplee een halve haan afvoeren. Je hoort nog net niet de ouderwetse knerpende geluiden van die oude modems op de achtergrond, maar het effect is hetzelfde. Als je moet inloggen op de server van je bedrijf is tussen 03.00 en 05.00 uur ’s morgens een redelijk kansrijke tijd.

Gistermorgen kwam dan eindelijk de storingsdienst voorrijden om het euvel te verhelpen. Dan komt er altijd een vriendelijke Peruaan of andere Zuid-Amerikaan je probleem verhelpen. Geen Spanjaard die zich daar nog voor leent, want je moet ook wel in de houten telefoonpalen kunnen klimmen om te kijken waar het fout gaat. Ruim twee uur klom Rodrigo langs alle masten in de wijk, maar de bikkel hield vol en loste het op. Nog even aardig kletsen, nieuw routertje geritseld en nu al 18 uur geen probleem.

Het is soms verbijsterend hoe primitief Openbare Werken in Spanje zijn geregeld. Er komt nog steeds twee keer per week een tankwagen de wijk inrijden om de bewoners van drinkbaar water te voorzien, want het leidingwater is zwaar vervuld met metalen en roest. Elke week ligt een paar uur de stroom eruit, omdat ergens een illegaal plantenkwekerijtje iets te veel prik aftapt. En ondertussen zit ik alweer 3 jaar op aardgas te wachten. Nog geen oplossing in zicht, dus het sjouwen met dure gasflessen zal voorlopig nog zo blijven.

En toch raakt het ons minder hard dan als in ons andere thuis. Want de zon schijnt, er is altijd wel een leuk restaurantje om te lunchen, Barcelona is niet ver weg en bootje varen met vriendje Gerard is ook geen straf. Dobberen in het zwembad is ook een uitstekende remedie tegen oprispende stressgevoelens. Als ik er met mijn buurman Manuel over praat legt hij eigenlijk alles uit in één paar woorden: ‘Frank, esto es España!’ Ik heb deze week het taaie, maar eerlijk geschreven boek van George Orwell over zijn tijd in Spanje gelezen (Saluut aan Catalonië) en ook hij had hetzelfde gevoel: ‘Wat een ongeorganiseerde bende (mañana, mañana), maar wat een heerlijk land! Zelfs in de chaotische tijden van de Spaanse Burgeroorlog.’

Daarom zien we er allebei huizenhoog tegenop om maandag weer terug te vliegen. Alles gaat dan meteen twee tandjes sneller; het werk, de mail, de planning, het verkeer, de telefoon. Maar waar we allebei het meeste tegenop zien? De Nederlandse lunch. Hup, snel broodje kaas, bekertje melk en doorrrrrrrrr. Hier is het een 3-gangen menu, slokkie wijn erbij en dan even uurtje siësta. Maar het is onontkoombaar, we moeten terug. Dus als jullie ons volgende week rond 15.00 uur even kwijt zijn…..

CBC

Wegens vrolijke vakantieomstandigheden deze week geen column. Het bezoekje aan de beachclub CBC in Castelldefels ging uiteindelijk het klokje rond.

I.v.m de nieuwe privacywet geen herkenbare close-ups…..Het was een mooie dag!

Wakker

Zes uur ’s ochtends, Rosamar. Langzaam probeert het daglicht terrein te winnen op de dark side of the moon. De schorre haan van de overburen doet een eerste poging om de hennetjes wakker te krijgen. Het is geen Ed Sheeran zullen we maar zeggen.

Ik ben net terug uit Lloret. Broodnuchter. Ik mag op mijn leeftijd alleen nog als taxichauffeur ’s nachts in Lloret komen. De THT m.b.t. uitgaan is al een tijdje voorbij. Zes uur geleden heb ik Marloes en haar vriendinnetje Amber uitgedost afgezet in Sin City. Om ze zojuist, laverend tussen ME-busjes en schoonmaakwagens weer op te halen. Ik vind dat altijd grappig om te zien en ga daarom ietsjes eerder. Op het muurtje van de boulevard aanschouw ik het fascinerende spel van elkaar imponerende jongens met uitdagende jonge meiden. Er is niets veranderd sinds the good old days.

Dat ophalen en wegbrengen is puur uit eigen belang. De weg van en naar Lloret eist maandelijks slachtoffers door te hard en roekeloos rijden. Ook de taxichauffeurs doen er vrolijk aan mee, in de wedren naar zo veel mogelijk ritten in één nacht. Drie weken geleden nog een frontale botsing, waarbij 5 jonge mensen het leven verlieten. Het zal je kind maar wezen, als er om 05.30 uur wordt aangebeld door een trieste man met een pet op. Het is altijd mijn worst case scenario geweest. Geen idee of ik dan nog wel zin zou hebben om de volgende dag wakker te worden.

Wellicht dat het ook komt, omdat ik zelf vroeger veel te veel risico heb genomen. Niet zozeer stoer Verstappen-gedrag. Maar ik zat wel zeer regelmatig met een stevige snuf op achter het stuur. Het is iets waar ik me nu behoorlijk voor kan schamen, terwijl ik destijds niet bepaald de enige was. Overigens is dat nooit een geldig excuus voor iets waar je heel veel schade mee kan aanrichten. Ik heb drie auto’s aan gort gereden en behalve een fikse hersenschudding is er nooit iets ergers gebeurd. Godzijdank, want dan had door mijn toedoen zo’n pet ergens aangebeld. Ik krijg rillingen als ik er aan denk.

Misschien dat ik daarom van de week zo heftig reageerde op een artikel in de Gelderland over die debiele automobilisten die ongegeneerd bij een ernstig ongeval op de A-58 alles filmden. En meteen online publiceerden. Ze krijgen allemaal een bon thuis. Één mevrouw van mijn leeftijd vond dat overdreven en belachelijk. In de krant liet ze weten dat ze nooit de gezichten van de slachtoffers filmt. En dat ze het een kick vindt om alles als eerste online te zetten. Omdat sommige media dan haar foto’s als eerste gebruikte. Ze was verpleegkundige en vond ook dat we niet zo krampachtig over de dood moesten doen. Dat filmen en online posten was gewoon van deze tijd. Ik had er een hele column aan kunnen wijden, maar Youp was me gisteren voor met een briljante insteek. (klik hier voor column Youp )

Eigenlijk moet ik me niet zo druk maken over deze dame of zo’n mevrouw Willie Dille. Ik ben aan het genieten van een relaxte vakantie in mijn Spanje, met een hut vol familie en vrienden. Het belangrijkste moment van de dag is toch de juiste restaurantkeuze te maken voor de lunch. Elke dag weer. Soms een beetje schuiven met de tijd omdat het bootje varen wat langer duurt, maar kleine dingen houd je toch. Het is best prettig dat we nog steeds zoveel genieten van deze plek, hoe vaak we er ook zijn. En gelukkig is Spanje tegenwoordig qua temperatuur behaaglijker dan Nederland.

In deze totale ontspanning ben ik eindelijk ook weer fanatiek boeken aan het lezen. Gedurende mijn Apenrots tijd de afgelopen anderhalf jaar kwam dat er helemaal niet meer van. Ik zat vastgeplakt aan de Ipad om al swipend het nieuws op te slurpen, mails te scannen en gunde mijzelf niet de tijd om aan één van de tientallen ongelezen boeken te beginnen. Maar de knop is om, met twee prachtige boeken van Eduardo Mendoza, ook schrijver van het schitterende Stad der Wonderen over Barcelona rond 1900.

Dus verwacht van mij de aankomende weken geen actuele updates. Ik schakel even digitaal een tandje terug. Net als in de the good old days. Heerlijk.

Prikterroristen

Als iedereen er een mening over heeft, kan ik natuurlijk niet achterblijven. Het is wel een beetje mosterd na de maaltijd, maar het is ook een heet hangijzer. Al weken tikt de thermometer de 30⁰C aan.

Ik vind het best lekker, maar ben door Spanje ook wel wat gewend. In mijn reisleiderstijd, een eeuw of 3 geleden, deed ik cultuurreizen in Andalusië. Overdag 48⁰C en ’s nachts nog dik boven de 30 was heel gewoon. Nu iedereen in Nederland ook een tandje lager schakelt, is er ineens begrip voor het tragere tempo en siësta in de zuidelijke landen. Jammer dat die oranje cavia in the US blijft ontkennen (“it’s called summer!”) dat de aarde opwarmt. Ik hoop maar dat hij niet te boos wordt op Rocketman Kim Jong-un, nu blijkt dat hij Trump in de boot neemt en schijt heeft aan de afgesproken ontwapening. Want dan kan het heet worden, met twee gekken boven een rode knop.

Meestal is hitte in Nederland zwaarder omdat de vochtigheid hoog is en het dus warmer aanvoelt. Maar ondertussen is alles verdampt tot Sahara-niveau. Golfbanen zien eruit als sisal-tapijt, recreatieplassen moeten dicht om de blauwalg (waarom is die groen?), grote bonkaardappels verschrompelen tot krieltjes. Er is echter één ding dat het principe van vocht loslaten niet heeft begrepen en dat is mijn voetbalronde buik. Dat wordt een stevig correctiegesprekje. Maar wel na de vakantie, anders is er geen bal aan.

Eigenlijk is er maar één grote irritatie waar ik me bij dit weer aan erger. Muggen. Deze prik-terroristen maken mij helemaal gek. Ik slaap aan de kant van het open raam. Marion ligt veilig achter mijn heuvels, uit het zicht. Zij wordt ook nooit gestoken, waarschijnlijk omdat haar bloed anders smaakt. Dat heeft deze Frankenstein nooit gemerkt. Voordat ik ga slapen loop ik als Norman Schwarzenegger met een elektrisch tennisracket de hele bovenverdieping af. KILL THE MOTHERFUCKERS!. Als ik dan na een stief kwartiertje op bed beland, begint het. Ze mogen prikken wat ze willen. Ook dankzij de tijgermug in Spanje krijg ik geen jeuk van die teringlijders. Alleen maar bultjes. En daar heb ik er al een paar van.

Maar dat godvergeten gezoem! Waar is dat nou voor nodig? Steek me lek, haal er 5 liter bloed uit en ga lekker uitbuiken op de muur. Maar houd verder gewoon je bek! Ik zit toch ook niet te neuriën als ik een kilo spareribs van de BBQ oppeuzel? Ik heb gegoogled waarom ze dat doen; zo houden vrouwtjes en mannetjes contact. Om te wippen. Door het gezoem komen ze elkaar in de lucht tegen om al vliegend te flensen. Knap hoor. Chapeau. Petje af. Maar doe dat acrobatische gekets lekker buiten. En kom daarna stilletjes bij mij Dracula spelen. Mondje dicht, zuigen en wegwezen.

Vannacht ben ik voor de 4e keer deze week naar de logeerkamer vertrokken. Ik was zo agressief dat ik alle lichten aan wilde doen om op de muren een rood stippeltjespatroon aan te brengen. Moordneigingen. Maar Marion had haar nachtrust nodig en dus sloop ik met mijn elektrische Rambo naar de logeerkamer. Ik denk iets te langzaam, want na vijf minuten had het rapaille me herontdekt. Ik kreeg een stuk of 8 teringlijers te pakken, voordat ik uitgeput in slaap viel. Met oordoppen in. Blijkbaar heeft het gajes daarna een wraakcommando opgericht, want op mijn XXL Kim Kardashian kont zaten vanmorgen een stuk of 10 poffertjes met een rood puntje. Het zit best onhandig.

Maar het ergste is: het zijn alleen de vrouwtjesmuggen die steken. Wat heb ik misdaan? Ik ben vanaf mijn 30e toch altijd hoffelijk en attent geweest? Aandacht gegeven, prettige omgeving geregeld, lekker gekookt. Waarom dan zo hebberig? Ze slurpen ook nog eens 2 keer hun lichaamsgewicht op aan bloed. Rupsjes Nooit Genoeg! Neem nou eens gewoon wat je nodig hebt en stop met hamsteren. Wees niet zo inhalig. Er komt geen oorlog, je hoeft geen reserves aan te leggen.

Elke vergelijking met het menselijk vrouwelijk geslacht rust louter op fictief toeval. Donderdag vertrek ik met 5 dames naar Rosamar. Beetje op mijn tellen passen. En als ik terug ben in NL, regent het vast en zijn alle muggen weg. Kan ik met die ronde voetbal aan de gang. Fijn.