Kasteelheer

Deze kasteelheer is even de accu opladen. Niet goed genoeg nadenkend over afnemende  actieradius op latere leeftijd stond ik bijna zonder prik. Dus gisteren zonder vliegschaamte met Rianne vertrokken naar Spanje. Opladen, bijladen, terugschakelen en reserves opbouwen.

Ik ben trouwens zelfbenoemd kasteelheer, omdat ik volgens mijn dames over mijn eigen wallen naar buiten kijk. En eerlijk is eerlijk, de kipnuggets onder mijn ogen zijn gegroeid tot met water geïnjecteerde kiloknallers van een pond per stuk. Als ik recht naar beneden kijk, zie ik de eerste 30 cm voor mijn buik dingen als door een vleeskleurige panty. De carnaval is net achter de rug en het Dalí-masker van  Casa de Papel was heel populair, maar volgend jaar wordt mijn gezicht in masker-vorm de hit van het jaar. Als Poltergeist the Remake.

Afgelopen week hebben we met De Groene Artisanen een fantastisch mooi project overgenomen in Rotterdam. Against all odds gewonnen van de grote jongens, die zich nu nog vertwijfeld afvragen: Who the fuck is De Groene Artisanen? Dat is als catering-ondernemer eigenlijk het leukste: de onderschatting van de New Kids on the Block door de gevestigde orde. Vorig weekend hebben we met ons kleine team doorgewerkt om er een hip en modern bedrijfsrestaurant van te maken, want afgelopen maandag zouden de medewerkers van de Grote Verzekeraar voor het eerst ons concept ervaren.

Iedereen was vooraf op de hoogte gebracht dat we al vanaf 10.00 uur elke dag open zijn, maar er gebeurde niets. Tot 12.01: alsof er op alle afdelingen een lunch-luchtalarm afging, stormden 300 gasten onze counter binnen. Al onze goede intenties vielen meteen weg. We ploegden, buffelden, anticipeerden ons gek om de rijen zo snel mogelijk weg te krijgen, terwijl ik de gasten bleef uitleggen dat ze echt van 10.00 tot 14.00 uur terecht konden. De kop was eraf, zowel letterlijk als figuurlijk.

In de loop van de week kregen onze gasten steeds beter door dat gespreid eten de moeite waard was. Al jaren is dat in mijn vak het grootste euvel; het kudde-gedrag om allemaal tegelijkertijd te gaan lunchen. Maar met een grotendeels onervaren team, aangestuurd door 50 jaar catering-management en onze geheime keuken-troef Bob, hebben we een prachtweek gedraaid. Met als beloning blije gasten, supertevreden opdrachtgevers en rinkelende kassa’s. Het was wel elke middag moeilijk om op de stroperige A-15, kijkend over mijn wallen, wakker te blijven. De sloopkogel bleef onbarmhartig tegen het afgepeigerde lichaam beuken.

Daarom komt het voorjaarsweekje Spanje als geroepen. Ik had Marion eerder al een weekendje alleen laten gaan en wist dat een tweede keer Sjaak Afhaak spelen het meest op Russische Roulette zou lijken. Het jammere is wel dat ze in dat Only the Lonely Weekend een nieuwe klussenlijst heeft opgesteld, die binnenkort als paperback bij de Bruna te koop is… Ik ben gister maar gewoon begonnen, want een beetje fysieke inspanning na al die opstartstress is best een goede remedie. En ik denk dat ik deze week meer sport dan de afgelopen vier maanden bij elkaar.. Beetje tennissen met vriendje Gerard, een paar dagen skiën in Andorra en misschien een potje golfen is een begin. Toch?

Als Nederlander heb ik gisteravond in Macanet alle complimenten in ontvangst mogen nemen over de fenomenale prestatie van Ajax eerder deze week. Zoals de insiders weten, heeft FC Barcelona veel te danken aan Johan Cruijff, omdat hij als speler en als coach grote successen heeft gebracht in Catalonië. In de Penya, de supportersclub in mijn dorp, bedankte iedereen mij omdat het gehate Madrid uit de Champions League is geknikkerd. Door die broekies en lefgozers uit Nederland. Waarvan er in ieder geval één, Frenkie de Jong, nu al met hoge verwachtingen wordt binnengehaald. Als dat maar goed gaat..

Ons huis in Spanje en de tweewekelijkse tripjes erheen hebben een therapeutisch effect op ons. Marion dartelt als een blij veulen rondom het huis, ongeacht de Bruna-lijst aan klussen. Zelf gesp ik, na 20 minuutjes op het ligbed bij het zwembad, de zwaar professionele bosmaaier aan mijn middel. Want stilzitten is geen optie, ook niet bij 22 graden. Word je moe van, denk ik.

Sóc Culé

Dit wordt een emotionele tranentrekker. Van een subjectieve dimensie die alle realiteit uit het oog verliest. Omdat ik intens blij ben, en ook een beetje opgelucht. Op zaterdag werd een week keihard buffelen beloond met een gelukzalig potje voetbal. Maar het is veel meer dan dat!

Mijn voorliefde voor het clubje uit Barcelona is alom bekend (neem ik aan). Dat is twee dagen na mijn geboorte ontstaan. Voordat mijn vader mij goed en wel bekeken had, had ik al de voetbalgeluiden van FC Barcelona gehoord in mijn geboortekribje. De geboortevleugel van de Clinica Maternitat grensde aan het trainingsveld van FC Barcelona, aan de voet van het machtige Camp Nou. Ik weet zeker dat er naast dieprood bloed ook een blauwe variant door mijn aderen loopt. Samen vormen ze de clubkleuren van FCB, het Blau-Grana.

Clubliefde overstijgt bijna alle andere liefdes-varianten. Niet zozeer in belangrijkheid, want ouder- of familieliefde heeft een oervorm die geen overdreven expressie nodig heeft. Dat is er gewoon, altijd en doorlopend. Maar het irrationele van clubliefde is voor normaal denkenden volstrekt onbegrijpelijk en ondenkbaar. Niet slapen om een verloren potje? Belachelijk. Een hekel hebben aan elke kleur van de aartsvijand? Ridicuul. Verlamd en strontnerveus zijn, een uurtje voor die belangrijke wedstrijd? Zielig.

Maar zo werkt het wel, als doorwrochte supporter. Ik krijg geen hap door mijn keel, als het echt een cruciaal potje wordt: d’rop of d’ronder. Mijn dames zien het gelukkig bijtijds aankomen en gaan elke onnodige confrontatie uit de weg. Ze zullen ook geen misselijk makende opmerkingen maken, zoals: “het is maar voetbal..”. Wijselijk hebben ze besloten dat gelijk hebben en gelijk krijgen heel leuk functioneert in de normale wereld, maar rondom een voetbalwedstrijd een regelrechte provocatie is die kan leiden tot een gezinsdrama van ongekende omvang.

Afgelopen week moest mijn clubje 2 keer tegen de aartsvijand, die Witte Natnekken uit Madrid. Je hebt over de hele wereld wedstrijden tussen rivalen. In Engeland City tegen United, in Duitsland de Kohlenpot Derby tussen Schalke tegen Dortmund, in Nederland Ajax tegen Feyenoord. Maar het zijn zoutloze varianten op de titanenstrijd tussen Barcelona en Real Mierda. Omdat een eeuwenoude machtsspel inclusief een vuile burgeroorlog ervoor zorgen dat dit potje voetbal zwaar beladen was, is en zal blijven. De Catalanen tegen de Castillanen, de Republikeinen tegen de Koningsgezinden. Het zit heel diep en overstijgt het voetbal. Niet voor niets is de slogan van FC Barcelona ‘Més que un club’; meer dan een club.

Maar we hebben twee keer gewonnen, deze week! Met 0-3 en 0-1! In het hol van de leeuw, in Bernabeu, het stadion van Madrid. Door Catalanen steevast Merdabeu genoemd; ‘ik zie stront’. Als een brugpieper van 12 jaar heb ik losgeslagen door de huiskamer gerend. Bij elk doelpunt en na afloop van beide wedstrijden. Schreeuwend, vloekend, hysterisch van blijdschap. Volkomen losgeslagen emoties, zoals de Duitsers mooi verwoorden: Himmel jaugzend oder zum Tote betrübt. God, wat voelde het goed om de al jaren durende hegemonie in de Spaanse competitie en beker juist in dat Witte Reus Stadion te verstevigen. ‘Madrid, Cabrón, saludo al Campéon!

Tuurlijk ken ik azijnpissers met een wit T-shirt die dan smalend wijzen op de veelvoud aan bekers met de grote oren die Real Mierda de afgelopen jaren heeft gewonnen. Beter gezegd, gestolen! Zoals in het Franco-tijdperk, toen Madrid ook alles won. Geen scheidsrechter die het op cruciale momenten aandurfde om de Koninklijke niet aan een overwinning te helpen. Eind jaren 70 stond Madrid in de onderlinge duels met 60-23 voor, qua overwinningen. Maar sinds gisteren, dik 80 jaar na de burgeroorlog en 40 jaar na het overlijden van dictator Franco, staat Barcelona weer voor. 96 tegen 95! Je leest het al, het gaat voor de culés (bijnaam voor Barcelona-supporters) helemaal niet alleen over voetbal. Més que un Club!

Vraag je je af wat je ermee moet, met al die non-info hierboven? Niks. Helemaal niks. Het is alleen maar irrationele clubliefde van een dolgelukkige supporter. Die morgen weer een witte boxer-short aan trekt. Omdat je daarin zo lekker scheten kan laten. De maagdelijkheid van dat witte tenue lekker bedoezelen. Misschien loop ik er over 20 jaar wel als de supporter op de foto bij. Heel Culé!

Kokette Koplampen

Het kon niet langer. Marion stapte steeds vaker met tegenzin in. Al jaren stelde ik het onvermijdelijke moment uit, telkens met een andere smoesje of met schrale hoop. Maar het werd dealen en wheelen op de 2e hands automarkt.

Het verhaal begint bij onze oude trouwe Grijze Bus in Spanje. In 2010 gekocht, slechts zeven lentes jong en een enorme stap vooruit na het droeve afscheid van onze Rode Tank, de Renault Mégane. Ineens konden er zeven man tegelijkertijd mee naar het strand, naar FC Barcelona of stappen in Lloret. De Opel  Zafira werd al snel de geliefde allermans vriend, onze Hoer van het Parcours. In de Pyreneeën wilde ze weleens wegslippen in de sneeuw, maar meestal stuurde ze als een echte Duitser ‘so scharf wie ein Rasierklingel’.

Maar vorig jaar werd het duidelijk:  vaker kreunend wakker, kreupel in beweging, trager als een slak, blauwe pluimen uithoestend en zelden nog koude lucht. De Spaanse APK was dan wel weer een makkie, het lijstje ongemakken werd steeds groter. In het najaar viel er een cilinder af, ging de airco kapot en deed de centrale vergrendeling het niet meer.  En als klap op de vuurpijl vielen vorige maand de dashboard-klokjes uit. Dus met 0 km per uur en 0 toeren per minuut tuffen we nog rond, hopend dat het benzinelampje niet zou verzaken. Marion wordt met de dag chagrijniger.

Eerst ging Marion’s Hollandse bolide in de verkoop. Op Markplaats had ik een wervende campagne voor deze witte topper, met een stevige prijs voor een 10 jaar oude Qasqai met veel km. Behalve  banale reacties van buitenlandse koopjesjagers die denken dat ze op de Zwarte Markt in Beverwijk zijn, gebeurde er weinig. Maar twee weken geleden stond er op zondagmorgen ineens een vreemd appje op mijn telefoon. Een paar uur later was ik Marion’s sweetheart al kwijt. Een Koerdische Irakees, Jamal uit Sittard, was dolgelukkig en reed als een blij ei de straat uit. Hij stuurt me nu nog regelmatig appjes: “hello , goed Mogen, auto is ech goed. Dank je wel vriend”

Met één auto minder was carpoolen de afgelopen twee weken pure noodzaak. Af en toe werd de Toyota Starslet van haar moeder ingezet om de nood te ledigen, maar het bleef gerommel in de marge. En daarom hakte ik de knoop door om dit weekend niet mee naar Spanje te gaan, maar een vervangende auto te vinden. Al maanden had ik op Autoscout Deutschland de juiste types in de gaten gehouden. Drie  favorieten stonden allemaal diep in Duitsland te koop, in plaats van lekker dichtbij in het Ruhrgebiet. Dat werd kilometers vreten.

Om een vliegende start te maken, sliepen we vrijdagavond, na een avondje bij vriendinnetje Sandra, in het Van der Valk in Eindhoven. Door Booking.com superscherp geprijsd en door mijn meisje met allerlei trucs nog verlaagd naar €43,=. De kamer van 35m2 was super de luxe en compleet. En na een heerlijke nacht zette ik Marion af bij het vliegveld om snel door te rijden naar Erlenbach am Main, ver voorbij Frankfurt. De chagrijnige autohandelaar van de eerste auto was iets te pushy. In Duitsland wordt 80% van de 2e hands automarkt door met name Turken gerund en dat heeft mij al vijf keer een prima auto opgeleverd. Maar deze Sultan deed er alles aan om onbetrouwbaar over te komen, wat ook bleek uit de incomplete autogeschiedenis. Toen er ook niets te onderhandelen viel over de prijs, zat ik 15 minuten later alweer in de auto, op weg naar de volgende.

Het was liefde op het eerste gezicht. Een tikkie verscholen op het garageterrein stond een jonge lookalike van onze terminale Spaanse Zafira naar mij te lonken. Haar kokette koplampen straalden naar mij:  “Neem me mee, ik doe alles wat je van me vraagt.” Uit haar zicht onderhandelde ik met de keurige Duitse Opel-garagehouder de laatste 500€ eraf. Dinsdag mag ik haar ophalen, na nog een vers slokje olie en ietswat make-up op haar grijze flanken. Het was een zwaar dagje van 1000 km rijden, maar het resultaat is top!

Deze zomer mogen Oud en Jong nog samen doorbrengen in Spanje. Zoals je een oude hond in de laatste fase vast laat vergezellen door een puppie. Daarna gaat Oudje waarschijnlijk een negende leven leiden (of lijden) in Gambia. Wat zijn we haar dankbaar!

Benidorm Bastards

Benidorm Bastards

Pffffffff. Ik zit. Het heeft bijna een uur geduurd. Vanaf het ontwaakmoment. Tot aan de zithouding achter het schermpje van mijn Ipad. De Costa Blanca ontwaakt, mijn lichaam kraakt. Buiten gloort de ochtendzon, binnen zit een stijve Pokemon. 

Ondanks een hele rits aan medicijnen werd ik kreunend wakker. Een school hongerige piranha’s heeft de hele nacht hysterisch doorgehapt tussen mijn schouderbladen. Je zou verwachten dat ze al mijn verzuurde rugspieren wel hebben weggevreten, maar kennelijk is het karwei nog niet klaar. Als een strijkplank ben ik naar het toilet gestrompeld. Om het toiletpapier te kunnen grijpen, moest ik een kwartslag op de pot draaien.

Eergisteren werd ik continu ruw wakker van krampaanvallen. Het begint meestal bij de piranha’s op mijn rug. Door het verliggen schiet het dan een uurtje later in mijn kuit. Daarna in mijn bovenbeen. Tegen de ochtend is elke lichaamsdeel min of meer met kramp aan de beurt geweest. Behalve die ene cruciale spier. Dit maakt er dan ineens een transgenderachtige verschijning van. In geen velden of wegen te bekennen. De egoïst. 

Hoe het komt? In ieder geval niet door de hagelnieuwe matrassen van onze vrienden Gerard en Lenny. We zijn voor een relaxweekendje bij hen op bezoek in El Campello, midden aan de Costa Blanca. Het kan dus ook niet van de inspanning komen, want behalve eindeloos bijlullen, lekker eten en leuk doordrinken is de enige fysieke inspanning een potje jeu de boules in de middag. Het is geen overbelasting van de spieren zeg maar….

Het is de voorspelbare optelsom van veel autorijden en laptopwerken die mijn rug en spieren doen bevriezen. Urenlang in een monotone houding. De A-15 van en naar Rotterdam kan wat mij betreft omgedoopt worden naar de Antirijden-15: alleen voor 6.00 uur of na 19.00 uur beweegt het nog.  En als ik dan stiekem, in stilstand, op Facebook gluur, zie ik allemaal vrienden in verre landen. Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika, Vietnam, Qatar. Het reisseizoen is blijkbaar weer begonnen.  

Maar waar moet ik dan over schrijven? Vorige week kreeg ik slechts 23 duimpjes op Facebook. Een dieptepunt in mijn schrijfhobbycarrière. Op mijn website veel korte clicks, een teken dat bijna niemand de column heeft uitgelezen. Kortom, mijn pleidooi voor stakende jeugd werd door mijn overwegend oudere lezers niet gewaardeerd.  Haha! Ik kan daar wel de humor van inzien. De silent treatment. Jammer dat er zo weinig commentaar op kwam. Want wie de bal kaatst….

Het kan ook komen omdat iedereen van Facebook aan het verdwijnen is. Over een paar jaar is Facebook de risée van Social Media, het nieuwe Hyves. Kan best een mooie Netflix-serie worden; The Rise and Fall of the Facebook-Empire. Van geinig Smoelenboek naar commerciële Troepvloek. Ik kijk elke avond nog wel een keertje, uit angst om iets te missen. Misschien dat iemand nog iets leuks plaatst. Dan wil ik het wel snel zien en bijdehand reageren. Dwangmatig neurotisme…

En dan? Wat komt er in de plaats van Facebook? Is Instagram een blijvertje? Krijgen we dan ook de hik van Snapchat? Twitter is nu al het internationale afzeikmedium. Moeten wij ouderen (met een gammele rug, dito humor en teveel vrije tijd) misschien ons eigen Social Media clubje oprichten? Bv: Grannys on tour? Of een remake van Benidorm Bastards? En dan zorgen we dat onze kinderen en kleinkinderen er niet welkom zijn. Een beetje het omgekeerde Instagram-effect. Een heerlijk social medium waar je cynisch kan doen over verstijfde ruggen, druppelende spieren en BMI’s met een schoenmaat-nummer. 

Wie doet er mee? Of ben ik te vroeg? Zijn jullie nog niet in staat van ontbinding? Geef me dan een tip hoe ik weer zonder pijn wakker kan worden. Dank alvast!

  

Die jeugd van tegenwoordig!

Er is al veel over geschreven en gezegd en dat zal ook nog wel even doorgaan. Nederlandse pubers gingen in navolging van hun leeftijdsgenoten in België en Scandinavië protesteren. Tegen de opwarming van de aarde en vóór meer klimaatmaatregelen door onze regering. Er is dus nog hoop.

Op zijn Hollands ging iedereen er zich mee bemoeien en waren er fanatieke tegen- en voorstanders.  De azijnpissers, vooral veel ouderwets denkende ouderen, vonden het vooral spijbelen en dus belachelijk: die verwende kutblagen gingen toch ook gewoon vliegen en eten bij MacDonalds? En aan de andere kant de linkse Grachtengordel die hun eigen schaamte proberen te verdoezelen door luidkeels te verkondigen dat de jeugd het echt heeft begrepen en zo fantastisch bezig is.

Waar ik sta? Dat is best lastig. Ik ben natuurlijk zo’n hypocriet, die zich zorgen maakt over het milieu en tegelijkertijd 50 keer per jaar in een vliegbus stapt en dus een asociale foodprint achterlaat.  Die bezig is met gezonde voeding op de werkplek en tegelijkertijd kilo’s vlees tegen zijn huig klapt. En die rijdt in een diesel  PC Hooftractor waarvan het enige elektrische onderdeel de automatisch dichtklappende spiegels zijn. Gevalletje links lullen, rechts vullen.

Maar ik werd blij en vrolijk van die naïeve pubers op het Malieveld. Met hun geinige spandoeken en spreuken:  “Dino’s dachten ook dat ze tijd hadden.” “The Titanic wouldn’t happen in 2019.” En “stop met mastuberen, red de ijsberen!” Ik had er nog wel een paar aan toe kunnen voegen, gewoon voor de sfeer. “een warmer klimaat> elke dag zweet in mijn naad”.  “Wakker worden met een klimaatkater> mijn kruis hangt in het water”. Van teveel CO2 , springt spontaan al mijn acné“. Kortom, als jij een ouder bent van een klimaatspijbelaar (mooi woord!)  ben je in mijn ogen geslaagd voor het diploma “Vooral Eigen Mening – Opvoeding”. Hulde!

Ik vind al heel lang dat elke scholier (lagere of middelbare school) tien dagen per jaar samen met zijn ouders mag afwijken van  het monotone en achterhaalde schoolritme. Misschien een weekje minder zomervakantie om het een beetje te compenseren. Trouwens, die 10 dagen kunnen ook dienen om kort ziekteverzuim te verrekenen. Dus als Madelief of Floris elke maand een dagje jeuk heeft aan haar neusvleugels, een prikkelend oogje heeft van de nieuwe goudvis of gewoon verdrietig is na de wissel bij de 22-1 nederlaag met hockey, gaat dat gewoon van die 10 dagen af. Lekker puh! En laat dan demonstreren lekker meetellen. Wel zo eerlijk!

Ik heb het gevoel dat in mijn pubertijd, toen de aarde nog plat was, er harder en fanatieker werd gedemonstreerd. Tegen kernenergie (“totdat de bom valt!”), de kroning van Trix (“geen woning, geen kroning”) en de Piersonrellen in Nijmegen (“Radio Rataplan”). Ik ben die week nauwelijks op school geweest, want had het veel te druk om al die krakers met eieren en stenen te bekogelen. Ik zat toen even in een ballerige periode, met spencertjes en flanellen broeken. Ik heulde met het kakkerige studentcorps Carolus Magnus. Maar na een goede steenworp van een kraker waardoor mijn oor een beetje losser hing, was ik voorgoed genezen. Lesje geleerd.

Dit jeugdige klimaat-protest moeten wij ouderen niet de kop indrukken met zuur gedrag. Het is niet moeilijk om met allerlei flauwe argumenten (“maar je draagt wel een truitje van Primark, dat is kinderarbeid”) hun goede intentie kalt te stellen. Onze generatie heeft er namelijk een zooitje van gemaakt, maar weigert nu hun plicht te doen zodat volgende generaties nog iets langer van de tropische temperaturen kunnen genieten. Hoe zouden we reageren als 1 miljoen kids hadden gedemonstreerd à la Gele Hesjes? Hadden we het dan wel serieus genomen?

Kunnen we misschien de jeugd motiveren om nog een paar heilige huisjes aan te pakken? Bv. over de belastingmoraal voor grote bedrijven in Nederland? Slogan: “Niet mee betaald aan Blauw? We kraken je ballen rauw!” Of over de hoge beloningen voor bankdirecteuren: “Bankbaas = familie van de hyena’s”. En een politieke: “Kutte met Rutte? Liever seks met Lex!”

Kortom, ik ben blij met onze klimaatspijbelaars. Omdat ze uitkomen en opkomen voor hun mening. Ergens voor staan. Tegen de gevestigde orde in gaan. Recalcitrant. Provocerend. Confronterend. En het vooral oneens zijn met de oudere generatie. Zoals het hoort.

Gezocht: positivo’s (m/v)

Zo, de maand van de Blauwe Knoop  zit erop. Het was mijn derde Dry January en het bevalt steeds beter, op een droogje zitten. Twee lastige momentjes overleefd; het apéritief-moment afgelopen zondag aan de rand van het zwembad in Spanje en in een Gambiaans beachbar na vier dagen rimboe, stof en water.

Doordeweeks geen alcohol doen we ook al jaren en dat komt nu goed uit. Ik zit tot over mijn oren in dagelijkse operationele heisa en dat kost  veel energie en nachtrust. Iedereen die ooit met mij gewerkt heeft, weet dat ik weinig geduld  heb en vlekken in mijn nek krijg van detail-geneuk. En precies daar ben ik weer 15 uur per dag mee bezig…. Hiep hoi voor het ondernemerschap.

Ik hoef ook geen omerta, de Maffiaanse geheimhoudingsplicht, meer na te komen voor betalende  opdrachtgevers.  Dus ik zal wat vaker over het wel en wee van De Groene Artisanen berichten, omdat ik daarmee vooral mijn eigen onkunde ten toon spreid.  Zoals afgelopen week, toen ik een tikkie naïef besloot om zelf de vacatures voor een mooie nieuwe locatie in Rotterdam uit te gaan zetten. Ik moest wel, want de afdeling Human Resources & Development staat nog een ietsjepietsje in de kinderschoenen….

Een beetje vluchtig flanste ik donderdagavond een hip tekstje in elkaar, voor vacatures in Rotterdam en Utrecht. Het uploaden op Indeed was zo gepiept, mijn eigen e-mail adres moest maar even dienen voor de reacties en zonder enige verwachting ging ik naar bed. In de grote Nederlandse steden is het al heel lang een probleem om goede mensen te vinden voor ons vak. Vroeg in de ochtend klikte in mijn mail open en proestte bijna een stevige hap yoghurt met granola over mijn scherm. Er waren al 10 reacties binnen en elke 10 minuten kwam er één bij. Vrijdagavond stond de teller al op 142 reacties. De chef Hiring & Selecting van De Groene Artisanen kon zijn borst nat maken.

Gistermiddag ben ik begonnen met de pre-selectie, met het doel iedereen een fatsoenlijke reactie te geven. En eerlijk is eerlijk: het was geweldig! Hilarisch! Soms ook gênant en knullig. Ik ben op zoek naar vrolijke, positieve medewerkers voor catering- en receptiediensten. Dan hoef je geen hoogdravend CV in te leveren, een galmend betoog te houden over je secundaire karakter-eigenschappen of je DISC-profiel toe te lichten. En natuurlijk zijn 60% van de reacties vooral bedoeld om de WW-uitkering te behouden en pro forma te solliciteren. Als je in een verplicht veld je motivatie moet toelichten en je vult er alleen een punt (.) in om het veld te vullen, dan ben je niet heel ambitieus om aan de bak te komen….

Een paar voorbeelden?

  • als ik nie hoef te voeballen, kan ik ook wel op zaterdag werken.
  • mijn beroep is mijn roeping (op het CV 12 banen in 13 jaar in 8 verschillende bedrijfstakken).
  • werkzaamheden: het op de toiletstoel zetten en steunkousen aantrekken
  • jij mij bellen, want ik wil heel graag werken voor jullie. Ik kan alles goed
  • ik ben niet bepaald moeder’s mooiste, dus als u een representatief iemand zoekt….
  • ze is heel sociaal en collegiaal (over haarzelf in de derde persoon spreken)
  • ik ben man die jij zoekt. Goed werken goed verdienen.

Kortom, ik heb een redelijke doorsnee van werkend Nederland voorbij zien komen. En al snel een eerste schifting kunnen maken. Iedereen die niet eens de moeite heeft genomen om vijf woorden bij de motivatie in te vullen, krijgt een korte afwijzing. Diegenen die niet passen qua achtergrond of werk een iets uitgebreidere afwijzing. En de resterende 30 leg ik voor aan mijn collega’s. Daar zitten ook best veel kandidaten met een rafelrandje bij. Daar heb ik altijd een zwak voor gehad en ik hoop dat ze doorgaan naar de finale.

Het wordt voor elk bedrijf de grootste uitdaging voor de aankomende tijd: hoe krijg/houd ik medewerkers die bij mijn bedrijf passen? Er ontstaan enorme tekorten met name aan de ‘onderkant’ van de arbeidsmarkt. En dan gaan medewerkers zelf bepalen waar ze wel of niet willen werken.

En dus wordt het ook hoog tijd voor een enthousiaste medewerker voor de afdeling LOL IN ONS WERK. Geen oude zeiksnor die ongeduldig is en knorrig kan reageren. Maar eerst een drankje….

Wegwee

Zo, Blue Monday overleefd. Het waren, sinds onze terugkomst uit Gambia, eigenlijk 12 Blue Mondays; grauw, beetje sneeuw, koud, druk op de weg, stress op het werk. Het warme gevoel van de binnenlanden van Gambia is dan ver weg. Als sneeuw voor de zon..

Gistermorgen, op de wiebelige trap van de Ryanair bus in Girona, prikte diezelfde zon brutaal in mijn ogen. Als eerste voorzichtige signaal dat de winter zijn dominante positie aan het verliezen is. In Catalunya worden calcots, die heerlijke bovenmaatse lenteuitjes die je zwartgeblakeerd van de open haard eet als een nieuwe haring, weer volop verorberd. We hebben ooit een werkwoord verzonnen voor de penetrante winden die ze veroorzaken: calcoteren. Je knalt jezelf als het ware het voorjaar in.

En we zijn weer compleet, met zijn vieren. Marloes is meegevlogen en gisteren hebben we Anne-Roos opgehaald van het treinstation in Barcelona, samen met 3 oversized koffers. Haar Erasmus-studietijd aan San Jorge Universiteit van Zaragoza zit erop en ze kan binnenkort haar bachelor-diploma ophalen. Deze trotse vader voelt ook een ietsjepietsje jaloersheid. Haar volgende levensfase  gaat nu van start, de (werk)wereld zal worden ontdekt , idealen kunnen nog worden omgezet in daden.

Vrijdagavond zat ik met zes oud-studiegenoten van de Hotelschool in Wageningen een eenvoudige blauwe hap te eten in Arnhem. Het is bijna 35 jaar geleden dat wij onze, voornamelijk benevelde studiejaren hebben beeindigd. We hebben nog dezelfde humor als vroeger en iedereen neemt, haast onmerkbaar, weer de identieke positie in als in onze schooltijd. Maar de tand des tijds heeft zichtbaar diepe groeven in ieders gelaat achter gelaten. 

De tweede helft van de vijftig klopt op onze deur en daarmee het laatste decennium van een werkbaar leven. Voor het eerst in mijn leven merk ik bij mezelf dat leeftijd een issue is geworden. Ik heb de afgelopen tien jaar redelijk relaxed geleefd en heel veel vrije tijd gehad. Mijn interim-klussen gingen gepaard met fantastische vergoedingen, waardoor drie dagen werken per week meer dan voldoende was om heel aangenaam te leven. Veel vrije tijd is dan geen luxe, maar de norm.

En toch heb ik in december de knoop doorgehakt en ben weer vol voor het ondernemersschap gegaan. Nog één keer het kunstje doen en volle bak erin. Ik ben al twee jaar met de Groene Artisanen bezig, maar had de financiele veiligheid van de interimklussen aangehouden om geen salaris uit een beginnend bedrijf te onttrekken. Maar het knaagde, aan twee kanten. Was ik het interimgeld nog wel waard als mijn aandacht er niet helemaal lag? En was ik wel echt aan het ondernemen, als parttimer?   

Sindsdien heb ik elke dag wel een keertje spijt en elke nacht een slapeloos momentje om een onbenullig detail dat niet uit je dakpan wil: “ Heb ik van de reiskosten van Marielle wel betaald? Heb ik die flutmail van die zeiksnor al beantwoord?  Heb ik de vakantievervanging van Els in Eindhoven wel geregeld?” Ik zit weer ‘s avonds aan de huiskamertafel door te werken en met maatje Bob te appen over van alles en nog wat. Alle tegeltjes kunnen weer aan de muur: Groeien kost geld. De kosten gaan voor de baat. Ik wens je veel personeel toe.” 

Mijn lichaam, jarenlang fysiek mishandeld door mijn grenzeloos Bourgondische gedrag, krijgt er nu nog een psychische aanval uit onverwachte hoek erbij: stress. Niet echt verstandig in je 57e levensjaar. Het wordt tijd om snel een nieuwe balans te vinden. Zowel op de weegschaal als in mijn hoofd. Gelukkig heeft Dry Januari al twee kilo winst opgeleverd, maar voor de volgende tien moet ik toch echt een plan maken. Want na 40 jaar ineens geen suiker meer in je koffie doen is leuk, maar zet te weinig zoden aan de dijk. Misschien Pleun weer eens bellen?  

Wellicht ben ik wel zo melodramatisch vandaag, omdat ik last heb van een nieuwe aandoening. Het heet Wegwee, als tegenhanger op Heimwee. Het gevoel, na een mooie reis of buitenlandse ervaring, om na een week alweer weg te willen. Even thuis hallo zeg en dan hopsakee> next adventure: Hoe zou het zijn in Noord-Korea? Is Mongolië raar? Colombia nog gevaarlijk? Sierra Leone al hersteld van de burgeroorlog? Patagonia met een Jeep te doen? Het is een sluipmoordenaar, die Wegwee.

Maar in 2019 gaat er niks van komen. Aan de bak. Met mijn bedrijf en mijn lichaam. Schop onder mijn gemakszuchtige hol. Eindelijk weer.

GAMBIA PART 5: de aftermovies

Zoals beloofd vandaag een paar videootjes van ons Gambiaanse avontuur vorige week.

1. Het bezoekje aan de nagel,- wenkbrauw en tattooshop duurde uiteindelijk ruim anderhalf uur:         The Tattooshop

2. Ons prachtige hotel in Basse voor 6 euro per nacht : Jem Hotel Basse

3. Op bezoek bij de familie van Ibrahim (3) Garay Ceesay: Familie Garay Ceesay

4. Marion (in het wit) verlaat met Hadja voor de laatste keer Hadja’s lemen hutje bij haar ouders : Afscheidsceremonie Hadja

5. De officiële ceremonie voor de mannen op vrijdagmorgen: Only for Men

6. Langzaam stroomt de compound vol met dames en kids: Het wordt lekker druk

7. Met megafoon liedjes zingen en geld voor de bruid ophalen: Laat je horen!

8. Marion wordt langzaamaan gek van de verkleedpartijen en fotoshoots in het piepkleine kamertje: Drukte in het hutje

9. De markt van Damphe Kunda (op het laatste shot links op de tafel de verse vis van de dag…) : Markt van Damphe Kunda

10. Op de weg terug naar de hoofdstad vaker gezien: na een aanrijding de wielen rechtzetten en : Met de (scheve) vlam in de pijp

Tot zover ons avontuur in Gambia. De mooiste herinnering? Met heel weinig middelen een fantastisch en vrolijk feest maken. Wat voelden wij ons welkom!

 

GAMBIA PART 4: de Ceremonie (vrijdag-zaterdag)

VRIJDAG

Om 07.00 uur, na amper 5 uur slaap, ging in ons hotelletje onbarmhartig de wekker. De laatste en officiële dag van de ceremonie begon vroeg. Door alle inkopen en onverwachtige giften waren we door de Dalasi’s heen en ging ik in het ochtendgloren naar de enige geldautomaat van Basse. Vijf bankpasjes verder had ik pas in de gaten dat er niet meer dan 20 briefjes van 100 uit de automaat kwamen. Daar zou je in Nederland prima mee wegkomen, maar het leverde dus maar een opname van € 40,= op, achteraf ruim voldoende voor 2 dagen.

Het hobbelpad vanaf Basse werd door Ibrahim met steeds meer handigheid genomen, dus ongeschonden reden we tegen 08.00 uur de compound binnen. Eerst moest ik lopend met Ibrahim naar de ouders van Hadja om daar met een kort ritueel de goede aankomst van Hadja in huize Ibrahim te bevestigen. Iedereen viel ons in de armen en onder luid gezang liepen we terug, waarbij Ibrahim’s nervositeit opviel voor het volgende onderdeel.

Onder de ‘partytent’ hadden alle mannen van het dorp zich verzameld op uitgespreide kleden om de formele Islamitische huwelijksvoltrekking te doen. Zonder Hadja. Die bleef tot vroeg in de avond uit beeld, binnen. Om de circa 40 mannen stonden alle vrouwen en kinderen toe te kijken. Ik werd door de Iman gevraagd ook op het kleed naast hem plaats te nemen, wat Ibrahim zichtbaar opluchtte. Het volgende half uur werden er lange Koran-verzen voorgelezen en uiteindelijk gingen de zeven wijze mannen om de beurt Ibrahim een rijk huwelijksleven toewensen en mij (ons) te bedanken voor de eer om naar Gambia te komen om aanwezig te zijn. Instemmig gemompel volgde….

Dit was het moment dat ik door de dorpoudste werd gevraagd om te gaan staan en het kado te overhandigen aan Ibrahim en te speechen. Ik had vooraf met  Ibrahim overlegd om de envelop niet open te maken, omdat er jaloezie zou ontstaan als iedereen kon zien wat het huwelijkskado van Nederlandse vrienden en familie zou zijn. Het was nl. het Gambiaanse equivalent van twee jaarsalarissen… Maar ze konden wel raden dat het meer was dan 100 Dalasi en dus werden we allemaal middels bloemrijke volzinnen bedankt. Ibrahim vertaalde wat hij kon, maar alleen de woorden Faran (mijn naam), Maryama (Marion’s Islamitische naam) en Olanda klinken in het Madinka’s herkenbaar.

Na ruim een uur was het voorbij en verdwenen de mannen om de hele dag niet meer terug te komen. Langzaam stroomde Ibrahim’s terrein vol met vrouwelijke familie en kinderen die van heinde en verre waren gekomen en op hun paasbest paradeerden. Het gezang, gelach en geschreeuw steeg tot orkaanhoogte op het moment dat tegen 18.00 uur meer dan 300 familieleden aanwezig waren. Hadja had gezelschap gekregen van Marion en werkelijk urenlang was het in het piepkleine, snikhete kamertje een komen en gaan van zingende dames. Ik mocht als enige man naar binnen om Marion regelmatig van water te voorzien en werd dan luid bejubeld en vooral aangeraakt en op de foto gezet.

Drie keer moest Maryama zich omkleden en drie keer kwamen dan alle vrouwen naar binnen om foto’s met haar te maken. Het was een beetje sneu voor Hadja, want mijn Maryama was met haar prachtige kleding en mooie henna-tatoeages het onbetwiste middelpunt geworden. Gelukkig bleek het juist een grote eer te zijn voor Hadja dat ze zo’n bijzondere getuige had. Onze personal assistente Feroq legde mij uit dat dit Hadja’s status zou bepalen. Haar bruiloft zou nog jaren hét gesprek van de weide omgeving blijven..

Lees verder

GAMBIA PART 3: de Ceremonie (woensdag-donderdag)

WOENSDAG

Precies om 6.30 uur stond Ibrahim aan de poort van het hotel te rammelen. Hij was ongebruikelijk op tijd! De oude Mercedes (zonder airco of ventilator..) werd volgestouwd met 5 volwassenen, 1 kind en eindeloos veel bagage. Bij elke hobbel of drempel schuurde het chassis over de weg. Het eerste uur was het nog donker en levensgevaarlijk. Een combinatie van plots overstekende ezels, vrachtwagens zonder licht, onverwachte politieposten en een chauffeur die zijn onervarenheid combineerde met behoorlijke nachtblindheid. 

Elke 10 kilometer werd het lichter, maar ook verlatener, heter, dorder en troostelozer. We reden door dorpjes gehuld in rooksluiers van de ochtendvuurtjes, waar Ibrahim met 100 km per uur doorheen sjeesde. Hij toeterde en vloekte naar elke geit, schaap, ezel, kind, voetganger of fietser die te dicht bij de weg kwam. Waarom hij dan niet de toegestane 60 km reed? Puh, dat doet niemand… In totaal hebben we een stuk of 30 wegafzettingen gehad van politie, douane en het leger. Hier en daar werd er ongegeneerd door de Hermandad om een fooitje gevraagd. Tien Dalasi (twintig cent) deed dan wonderen. Even vaak wilde ze met die Batanga (Blanken) hun Engels oefenen. Hilarisch!

Tegen 14.00 uur en na 375 km. kwamen we aan in Basse, de tweede stad van Gambia. Abrupt hield het asfalt op. Het hele stadje is één rode stofwolk en daarmee ook alles wat je aan hebt of vast pakt. Als je een pak koekjes uit een schap haalt, zit er rood stof op. Er werden wat boodschappen gedaan en Ibrahim stelde ons trots overal voor. Een uurtje later reden we over een stoffig hobbelpad de laatste 8 km naar Damphe Kunda, onze feestbestemming. Stomverbaasd keken we elkaar aan, want we reden rechtstreeks de Middeleeuwen in. Overal loslopend vee, op braakliggende veldjes het afval (vooral plastic) tot kniehoog en daartussen loslopende ossen, ezels, geiten en schapen. Karren met ezels ervoor waren samen met de fiets het enige vervoermiddel, behalve de paar auto’s van de Europese geslaagde jongens.

De eerste stop was het huis van de aanstaande bruid Hadja. Rondom een rommelige binnenplaats lagen her en der wat barakken en een paar lemen hutten. Uit alle hoeken en gaten kwamen volwassenen en vooral kinderen aangestormd. De meeste kinderen gaven snel een hand, ondertussen met de andere aan onze huid voelend. De allerjongsten doken krijsend weg in de rokken van de hard lachende mama’s, bang voor die witte reuzen. Bij het eerste ritueel heetten de oudste mannen ons welkom en mochten de ouders van de bruid uitgebreid vertellen hoe trots ze waren dat wij de bruiloft van hun dochter hadden uitgekozen om te komen. De kop was eraf.

Bij het huis van Ibrahim aangekomen, verdubbelde de ontvangst-gekte zich. We raakten de tel kwijt hoeveel (half) broers en zussen en tantes en opa’s er waren. En weer bezochten we identieke compounds (ommuurde groep huizen met een binnenplaats, buitenkeuken, loslopend vee en rommel) met nog meer familie en vrienden. Ik herkende er ook een paar Spaanse Gambianen die de winter thuis doorbrengen om in het voorjaar weer terug te gaan. Wat er nog in het dorp rondloopt van mannen tussen de 20 en 45 is ziek, zwak of misselijk. Alleen de sterken zijn ‘geslaagd’ in Europa. De helft heeft de reis niet overleefd.

.

Tegen 18.00 uur bracht Ibrahim Hadja naar haar ouders en ons naar het hotel in Basse, omdat slapen in zijn dorp geen optie was: geen toilet, douche of afsluitbare kamer. We waren zo’n attractie dat kinderen de hele nacht door het open gat in de muur naar binnen zouden blijven gluren. Het Jem Hotel had zijn gloriedagen al lang achter de rug, de foto van de badkamer zegt wel genoeg denk ik (Ik zal binnenkort wat videootjes uploaden om dat te onderstrepen.) We aten nog snel een hele kip in een pikdonker restaurant voor € 5,50 en doken snel en doodop in het twijffelaartje.

De kakafonie van geluiden zorgde ervoor dat ik pas tegen middernacht wegdommelde, maar om 2 uur alweer wakker schrok door bijtende pijntjes op mijn borst. Een kolonie mieren had een ingang gevonden in mijn reisslaaphoes van speciaal katoen. Ik kneep er een paar dood, maar voelde dat er tientallen nog bezig waren een gaatje te vinden in mijn sappige vlees. Uit ellende ben ik op de Ipad bij de ‘receptie’ naar een cult-documentaire van Sunderland FC gaan kijken, waar de vlooien mijn voeten aanvielen en een tapijt van rode bultjes achterliet. Met broek, sokken en lang shirt deed ik om 4 uur een beter geslaagde poging om nog wat te slapen.

DONDERDAG

Het ochtendprogramma bestond uit een uitgebreide inkoopronde van etenswaren. Ook Frank Dos, Ibrahim’s zoon was erbij en dat maakte het voor ons speciaal en voor hem handig, want het leverde hem nieuwe kleren en schoenen op. Met de wagen volgeladen gingen we terug naar het dorp, zodat het leger van +/- 20 kokkinnen verder kon met de doorlopende maaltijden voor een man of twee honderd. Ze gebruikten daarvoor grote houtgestookte kookketels, zoals je ze ziet in strips over kannibalen. Drie dagen kwamen de meest vreemde gerechten uit de keuken, waarvan we er een paar echt niet aandurfden. Iedereen eet met de handen uit de grote schalen, maar wij kregen een soort plastic pollepel van de Action als hulpmiddel.

 

De late middag mochten we, na weer wat bezoekjes, even uitrusten bij onze lieve en hartelijke personal assistant Feroq. Op haar schuimrubber matrasje met schoon laken vielen we als een blok twee uur lang op de grond in slaap. Na weer een schaal eten, vertrokken we om 19.00 uur lopend in colonne zonder Ibrahim voor het avond-ritueel naar het huis van Hadja. Zij zou die nacht voorgoed niet meer thuisfluiten, want haar familie moet afstand doen en heeft er niets meer over te zeggen.. 

Op de binnenplaats was het weer een gekkenhuis, want voor haar familie was dit het belangrijkste onderdeel; het afscheid nemen van de bruid. In een klein lemen hutje met een diameter van krap 4 meter stonden twee krakkemikkerige metalen bedden. Op de ene zaten de vier oudste dames van de familie, op de andere lag Hadja intens te snikken. Als enige man tussen 35 vrouwen mocht ik meeluisteren naar de eeuwenoude zangpartijen en rituelen. Het hutje barstte uit zijn voegen. Marion werd een centraal onderdeel van de ceremonie, want zij mocht als enige Hajda troostten. 

Na een uur werden Hajda en Marion helemaal in het wit gekleed en gesluierd, onder begeleiding van ernstig klinkende verzen van Moeder Overste. Ringen werden aangedaan, pollepels aangegeven (teken van getrouwd zijn, worden aan het plafond van de slaapkamer opgehangen) en de dames namen een centrale plek in op de binnenplaats. Ze werden daar bijna onder de voet gelopen door een foto’s-schietende en geld toewerpende menigte. Marion was met haar prachtige getatoueerde hand en voeten een kermisattractie zonder weerga. Ze was toen al de meest gefotografeerde dame van Oost-Gambia.

Ineens kwam de meute in beweging om de bruid af te gaan leveren bij Huize Ceesay. Maar eerst moest er gestopt worden op het Wijze Mannen Plein, waar Hajda en Marion in geknielde houding en onzichtbaar plaatsnamen. Ik werd uitgenodigd om op het mannen-tapijt plaats te nemen, een hele eer als niet-Moslim. Zeven mannen lazen ellenlange Koran-verzen voor, de andere mannen instemmend meemompelend. Om het tapijt stond het vol vrouwen en kinderen, die te rumoerig waren voor de vromen en dus werd er af en toe een corrigerende blik geworpen, wat buitengewoon goed werkte. Voor 3 minuten…

De optocht ging verder en tegen midnacht kwamen we de poort van Ibrahim’s compound binnen. Daar zag  het zwart en gekleurd van mensen. Zonder een blik op haar echtgenoot te mogen werpen, liepen bruid Hadja en getuige Marion door naar de slaapkamer, waar de laatste rituelen van de dag werden afgehandeld. In die kamer moest Hadja de volgende 24 uur blijven, nog zonder Ibrahim. Dat kwam goed uit, want hij bracht ons om 1.30 uur naar onze royal suite in Jem Hotel. In de wetenschap dat we alweer om 7.30 uur opgehaald zouden worden voor de ochtendrituelen van vrijdag vielen we kapot in slaap. Geen mier meer gevoeld.

Dat was donderdag en daarmee de eerste dagen achter de rug. Keurig binnen de 700 woorden gebleven….. Wordt vervolgd.