Fucking Nazi

Grappig, die vele reacties op mijn Rosamar-klusverhaaltje vorige week. Schijnbaar was het gelukt om mijn positieve Spaanse gevoel op jullie over te brengen.

Het was op dezelfde zondag dat wij kansloos en troosteloos werden uitgeschakeld door een matig en stug Tsjechisch elftal. Ik blijf het onverklaarbaar vinden: je krijgt als profvoetballer een paar keer in je carrière de kans om je naam voor de eeuwigheid in de boeken te laten gaan. En dan begin je een beslissende wedstrijd als een natte dweil. Als een uitgebluste straatprostituee. Je loopt vanaf de eerste minuut over het veld alsof je 15 dagen zonder water door de Sahara hebt gestruind.

Ik was totaal verbijsterd over de analyse van Frank de Boer na afloop: “we zaten goed in de wedstrijd, we domineerden, we gaven weinig weg, het zat op beslissende momenten tegen.” September vorig jaar heb ik hier op Facebook de benoeming van Frank de Boer als bondscoach afgekraakt. En hij heeft er echt alles aan gedaan om dat waar te maken. 3-5-2… Depay laten staan met gemiddeld 25 keer balverlies per wedstrijd. Mahlen eruit, Promes erin. Chapeau Frank! Het zal lastig worden om weer aan de bak te komen, maar misschien kan je broer iets ritselen als ambassadeur voor Qatar in de woestijn. Want ook daar zullen we niet bij zijn….

Ik kreeg vrij snel de vraag of ik dan voor Duitsland zou zijn. Never in a million years! Ik woon heerlijk in Duitsland, maar bij de namen van Toni Kroos, Thomas Müller en Mats Hummels krijg ik een hevig jeukende rode vlek in de nek. Voeg daarbij een bondscoach die in stresssituaties neurotisch aan zijn edele delen kratst en dan eraan gaat zitten ruiken…. We hebben nog steeds een trauma van 1974.

En sommige Medelanders kunnen ook de 2e wereldoorlog niet vergeten. Afgelopen week sliepen Marion en ik een nachtje bij van der Valk in Utrecht. Allebei hadden we twee lange dagen voor de boeg en geen zin om dan, met al het terugkerende fileleed, naar die Heimat te rijden. In de propvolle parkeergarage onder het hotel stonden veel auto’s slecht geparkeerd, waardoor Marion onvermijdelijk scheef kwam te staan. De volgende ochtend troffen we dit briefje aan op de voorruit:

Je gelooft eerst niet wat je leest. Tuurlijk kan je pissig zijn als je aanneemt dat de ander niet kan parkeren. Doe ik elke dag 5 keer. Maar onze Duitse kentekens veroorzaken dus kortsluiting bij iemand. Ik ben dan razend nieuwsgierig bij wie? Ik denk niet dat er nog 85-plussers ’s avonds in een Utrègse parkeergarage parkeren. Dus het is zeker iemand die WO2 niet heeft meegemaakt. Is het de gefrustreerde accountmanager van Second Luck (een bedrijf in gerecyclede condooms) die net de dagcursus ‘Hoe word ik serieus genomen door een klant?’ gevolgd heeft en op weg is naar zijn single-flat in Zoetermeer? Of is het de eigenaresse van een vieze, aftandse Renault Twingo die jaloers keek naar de superstrakke, schone bolide van Marion? Maar hoe verzin je dan nog ‘fucking nazi’?….

In de week van Keti Koti (Surinaamse herdenking van de afschaffing van slavernij) legt dit briefje onder de voorruit nog iets anders bloot. Iets ongemakkelijks, wat vaak moeilijk te bevatten blijft. Iets wat we het liefste niet willen weten of erkennen. Maar dat er vaak is, soms latent en onzichtbaar: discriminatie. Van Buitenlanders. Vluchtelingen. Anders denkenden. Anders geaarden. Anders gekleurden. En daar plaats ik meteen een disclaimer bij: Hoezo anders? Vanuit wiens perspectief?

Afgelopen week kwam veelvuldig de tweedeling in ons land voorbij als het gaat over ons koloniaal verleden. Moeten wij met terugwerkende kracht onze excuses aanbieden? Moeten we ons schamen voor rijkdom vergaard ten koste van anderen? Moeten we het zien in de context van de wereld in die tijd? En zo ja, moeten we daar dan niet (juist nu) afstand van nemen?  Het is hetzelfde dilemma als de zwarte Pieten discussie (OMG, het is pas juli!…). Als iets een ander kwetst of pijn doet, is mijn mening of oordeel dan zo belangrijk om er toch aan vast te houden?

Het gaat namelijk niet om de tegenstellingen die ons scheiden, maar om dat wat ons bindt. Dan kun je zomaar Europees Kampioen worden. Als je er samen voor gaat. Forza Italia!

Nieuwe buren

Zondagmorgen 6.00 uur. De oude haan van de overkant probeert vals kraaiend zijn stembanden een beetje op te warmen. In de verte balkt een hese ezel de naaste buren wakker. Samen voeren ze het vaste ochtendritueel op in onze wijk. De koele juni-nachten zorgen voor een frisse start. Verliefd kijk ik vanaf de veranda naar beneden.

Want het is gelukt. Ik had het vorige week al aangekondigd, mijn drang om weer met de cementmolen te gaan stoeien. En ondanks de dagelijkse onderbrekingen voor zakelijk geneuzel heb ik mijn zwembadtraptredesproject (248 Scrabblepunten) voor 90% kunnen afronden. God wat voelt dat goed. Het heeft therapeutisch gewerkt, dat klussen in de brandende zon.

voor
na

Samen met Ibrahim heb ik alle mieren begraven onder een dikke laag van 300 kilo beton, cement en leisteen. Er lopen er nu nog een paar hulpeloos rond op zoek naar hun voordeur, omdat ze op verre missie waren toen ik hun thuisbasis verwoestte. Je zou zeggen dat je na een rondje of 16 doelloos rondrennen beter op zoek kan gaan naar een nieuw onderkomen. Maar ergens in de evolutie hebben ze genetische schade opgelopen, want ze zijn er na een paar dagen nog steeds. Neuroten.

Het is niet zo dat in de tijden dat we hier niet of nauwelijks geweest zijn, er veel is veranderd of verbeterd. Spanje blijft Spanje. De stroom valt nog steeds uit omdat de illegale weedplantages teveel aftappen, het kraanwater is bij tijd en wijle nog modderbruin, de kwetsbare glasvezelkabels worden nog regelmatig  kapot gereden door te hoog geladen vrachtwagens en de geiser deed het weer eens niet. Maar eigenlijk is het wel lekker vertrouwd, al die knullige mankementen waarover ik in Nederland vol uit mijn plaat zou gaan.

We hebben wel nieuwe buren. Vanaf de koop van Rosamar in 2005 hebben we fijne buren gehad aan Manolo en Laura. Hun zoons zien opgroeien, ‘klusjesmannetjes’ en gereedschap gedeeld, op elkaars huis gepast bij afwezigheid van de ander. Maar wel op zijn Spaans, want burenbezoek voor een borrel doe je zelden. Helaas was de Corona-crisis de fatale genadeslag voor Manolo’s ritsenfabriekje (mooi woord in het Spaans: fábrica de cremalleras) en hebben ze gedwongen hun buitenhuis moeten verkopen. Doodzonde en zuur ook, we zullen ze missen.

Die nieuwe buren komen uit Zuid-Amerika en brengen meteen veel leven in de brouwerij. Afgelopen donderdag was het San Juan, de langste dag van het jaar en een nationale feestdag. Traditiegetrouw wordt er dan de avond ervoor veel vuurwerk afgestoken. Het buurgezin (vader, moeder en 3 jonge kinderen) hadden ook wat familie uitgenodigd om het nieuwe huis in te wijden en zo stonden er ineens 7 auto’s voor de deur. Ik ben een beetje de tel kwijt geraakt, maar ik schat dat er 10 volwassen en 15 kinderen in het kleine huisje zijn gepropt, na een nacht vol drank, geknetter en Ricky Martin op volume 10. Er is weer leven in de brouwerij.

Het is net of de wereld kleiner wordt als ik in Spanje ben. Ik lees nog wel alle kranten, maar het nieuws glijdt van me af, zonder te blijven plakken. Nieuwe wet in Hongarije? Genoeg reden om boos te zijn, zoals Rutte met Hollandse lompheid heeft laten blijken in de vergadering van de EU. Nederland naar de volgende ronde en in gedachten alweer een plek in de halve finale? Vanavond eerst maar eens Tsjechië winnen. Een falend registratiesysteem van de overheid om vaccinaties in een app te krijgen? What’s new. Morgen ga ik me er weer druk over maken. Vandaag nog even uitvogelen waar we gaan lunchen. Dat zijn de essentials in de microwereld die Rosamar heet.

Één ding is zeker; voor Marion is het grote aftellen begonnen. Ik sleep haar vandaag nog net mee het vliegtuig in voor die laatste 4 afrondende weken bij het Landelijk Consortium Hulpmiddelen, maar daarna wordt het enkele reis Spanje zonder geplande terugkomst. Ze heeft deze week alvast met haar moeder een geslaagde Welcome Back-tour gemaakt langs alle strandjes en restaurantjes in de regio. Ze doorstond gisteren zelfs glimlachend windkracht 4 en hoge golven, na een dagje varen met amigo Gerard.

En zo komt een einde aan een heilzame week. Het einde van veel Corona-beperkingen is het begin van een restart van onze favoriete levensritme. Godzijdank.

iViva España!

Hèhè, we kunnen  weer. Met de vliegbus van Ryanne naar Spanje. Naar ons huis en naar onze vrienden. Marion (1 prik) en haar moeder (2 prikken) zijn donderdag al vertrokken, na een hele santenkraam aan papieren te hebben ingevuld, meegenomen en ingeleverd. Je moet bijna een vakdiploma “UWV-Papieren-versie23.1” hebben om aan zo’n reis te beginnen. En oh wee als je 1 documentje vergeet; je mag dan of niet mee in de vliegbus of je komt Spanje moeilijk in….

Vandaag ga ik mijn Gambiaanse gabber Ibrahim weer zien, die ook pas 3 weken terug in Catalunya is, na een gedwongen lang verblijf in Gambia. In november kon ik nog het laatste ticket voor hem regelen naar huis. En sinds maart was het weer wachten op toestemming om terug te komen. Het is gelukt en nu kunnen we weer samen klusjes gaan doen voordat in Noord Spanje de appeloogst gaat beginnen. God, wat is het goed hem weer te zien.

‘Onze’ andere Gambiaan, Jimmy Bah wordt al 12 maanden van het kastje (Banjul-hoofdstad Gambia) naar de muur (Dakar-hoofdstad Senegal) gestuurd door de Spaanse autoriteiten. Nieuwe werkgeversverklaringen en loonstroken (hij is ineens hoofd onderhoud van Rosamar BV), betalingen voor vergunningen, advocaatkosten: de hele bureaucratische Spaanse overheidsbende doet er alles aan om hem daar te laten. Maar ik denk dat we ook Jimmy over een paar weken weer in Spanje weten te krijgen. Want potloodlikkers mag je nooit laten winnen. Koste wat het kost.

Eerlijk is eerlijk, ik ben de afgelopen tijd al een paar keer incognito (d.w.z. zonder FB-posts) naar Spanje geweest. Voor spoedbezoekjes aan tante Ria, voor wie het Corona-isolement echt te lang duurde. Het waren elke keer intensieve tripjes met veel gedoe i.v.m. testen en verklaringen. Ik was in het begin meer kwijt aan de kosten voor al dat testen dan aan de tickets zelf. Ik heb daar gelukkig snel een creatieve professionele oplossing voor gevonden. Jullie begrijpen vast wel wat ik bedoel.

Het is eerste wat ik met Ibrahim ga doen, is het stof van de cementmolen afhalen. En hele mooie, nieuwe, perfecte, handige tredes bij het zwembad maken. Zodat die muffe, vergane groene nepgrasmatten eindelijk in de vuilcontainer kunnen. Het was ooit een tijdelijke oplossing, maar het ligt nu al 4 jaar te mufmeuren in de brandende zon. Als ik er met mijn blote voeten op ga staan, beweegt eronder een peloton aan mieren en andere kruipend gespuis panisch alle kanten op. Dat is terecht, want ik heb die mierenneukers helemaal nooit uitgenodigd om bij de rand van mijn watertrots te gaan klootviolen. Ze krijgen volgende week een laag beton op hun knar, die zelfs hun koningin (een luie dikke die geen ruk uitvoert, net als ons koningshuis) onvruchtbaar maakt.

Wat ik het meeste gemist heb, behalve dat klussen? Het kunnen loslaten van mijn werk. Het lukt me in Nederland/Duitsland niet om een dagje ‘uit’ te staan. Er is altijd wel een deadline, een ziekmelding, een offerte, een operationeel probleem, een mailachterstand. Natuurlijk kan ik besluiten om er een dagje geen aandacht aan te geven, maar ik ben minder gespannen als ik ook in het weekend doorwerk om bij te blijven. Dan voel ik me ook minder schuldig als ik ’s middags een potje ga golfen. Hoewel, ontspannen vind ik golfen de laatste tijd ook niet meer. Golf is echt mindfuck; als je gestrest aankomt of bij hole 2 even op je telefoon kijkt, kun je beter je stokken in de vijver gooien en overstappen op jeu de boulen.

Maar mijn Spaanse alter-ego laat alles veel makkelijker los. Mañana, mañana! Ik word bijna altijd om half 7 wakker, pak een kop koffie, ga mijn zwembad schoonmaken en rommel een beetje rond het huis. Daarna kopje thee naar het meisje brengen en overleggen waar we gaan lunchen. Soms vlak voor lunchvertrek 1 mailtje beantwoorden en pas ’s avonds de rest screenen op urgentie. En verder gewoon DELLE: Durch Einfach Liegen Lassen Erledigen. Is het de andere lucht, de afstand, de lokale mentaliteit? Whatever, het werkt gelukkig zo.

Voor Marion is het aftellen naar een lang verblijf op Rosamar deze week al begonnen. Ze is samen met haar moeder alvast een voorproefje aan het nemen. Ik ga aanhaken! Voor even dan…

Heb je geen tientje?

Gisteren waren we weer eens op pad voor een paar virtuele boodschappen. In de enige echte oudste stad van Nederland. Het is niet mijn hobby, slenterend winkeltje in en uit. Ik krijg dan van Marion een paar gerichte opdrachten en verder het verzoek vooral uit de buurt te blijven. Kost geen moeite.

Op het lijstje (what’s new..) stonden veel praktische dingen: een eiersnijder (Blokker), een weegschaal (geen idee waarvoor), twee leesbrillen (zit ik ineens op +2), een nieuw glasplaatje voor mijn Iphone (iets te hard op tafel gekwakt), 3 Tupperware mengkommen. Ook de sufste winkel van Nederland (de A.N.W.B.) stond op het lijstje: een nieuw plastic houdertje voor de tolbadge (kostprijs € 0,15, verkooprijs € 3,99). Ik keek stiekem om me heen, bang om bekenden tegen te komen. Maar godzijdank alleen maar A.N.W.B.-stelletjes: op zoek naar unisex windjacks, identieke polo’s en dezelfde afritsbroek.

Tijdens een verplicht blijf-uit-mijn-buurt-momentje, liep ik naar de ingang van een troosteloze winkelpassage. Onvermijdbaar botste ik bijna tegen de strategisch gepositioneerde verkoper van de daklozenkrant. En die kennen hun pappenheimers, want hij zag in mijn ogen dat hij beet had. En dat klopt, want ik heb een zwak voor de randfiguren of minder gelukkigen van onze maatschappij. Misschien pech gehad, soms zelf veroorzaakt, wellicht gebrek aan goede vrienden of fijne familie, maar je staat daar niet voor je lol een krantje te verkopen. Ze zijn bij mij altijd aan het goede adres.

Vladev (een gokje, hij zag er Slavisch uit) was een jaar of vijftig, miste 4 voortanden en lispelde de schitterende openingszin: “mooi krantje voor u meneer, voor maar € 2,=”. Ik trok mijn portemonnee, gaf Vladev er een briefje van € 5,- uit en zei dat hij dat krantje aan iemand anders mocht verkopen. Met zijn ogen was niks mis, want hij had wat meer briefjes zien zitten en vroeg bijdehand: “heb je geen tientje?”. Lachend vroeg ik wat hij ermee ging doen, “voor de nachtopvang vriend”, was zijn logische antwoord. Ik gaf hem het tientje en zei dat hij voor die andere € 5,= maar bier moest gaan kopen. Vladev sloeg mij hardop lachend op de schouder en sloot af met: “dat ga ik dadelijk meteen doen, vriend!”. En zo gingen we uit elkaar.

Op zoek naar Marion vroeg ik me af waarom die € 15,= voor Vladev mij gelukkig maakte. Is het medelijden? Of koop ik mijn eigen welvaart af? Doe je het uit besef van je eigen bevoorrechte positie, met lieve mensen en familie om je heen en zonder zorgen over de basisbehoeftes van het leven? Of is Vladev’s afhankelijkheid van de gunsten van anderen mijn grootste nachtmerrie? Feit is ook dat ik mijn hele leven al liever geef dan krijg. Omdat ik mij daar prettiger bij voel. Het is dus waarschijnlijk ook gewoon eigenbelang, dit shotje van het gelukshormoon serotonine.

Mijn Gambiaanse vrienden weten ook altijd de gevoelige snaar te raken. Normaal houd ik er geen rekening mee dat een ‘geleend’ bedrag voor een ticket, een trouwjurk of schaap ter ere van het Suikerfeest terugbetaald wordt. Als het dan onverwacht toch gebeurt, is dat een meevaller. Als ik zie hoe veel offers die jongens moeten brengen om in een vijandige wereld wat geld te verdienen om een heel peloton aan familieleden van eten en van een dak te voorzien, benijd ik ze niet en prijs ik mezelf weer gelukkig met mijn ‘gemakkelijke’ leven. Het is een soort van directe ontwikkelingshulp en wij hebben zelf ruim twee jaar geleden in Gambia kunnen zien hoeveel mensen daar baat bij hebben.

Het is best moeilijk om mensen als Vadlev een nieuwe kans te geven op een ander leven. Vaak is er geen normaal ritme meer te ontwikkelen om te werken. Te lang uit het proces, te weinig in staat om nog te functioneren binnen ‘normale’ werknormen. Het is top dat er sociale bedrijven zijn die de tijd en energie erin steken om het te (blijven) proberen. Een hele diepe buiging voor zoveel geduld en aandacht.

Maar het mooiste zou zijn als we allemaal wat meer begrip zouden hebben voor de afwijkingen. Dat niet de gangbare norm bepalend is, maar juist de individuele uniciteit. Omzigt boven het partijbelang. Depay boven het team. Of gaat dat te ver?

Grote getallen

Bizar hoe alles deze week weer los barst. We douwen de 10 miljoenste spuit erin en doen net of alles achter de rug is. Ook ik ben blij met alle dalende statistieken, maar juichen we niet te vroeg? Leren we nou echt nooit van onze eerdere fouten? Iets met 1 zwaluw..

Ook mijn catering-business ontploft weer. Deze week organiseerde een grote klant een WELCOME BACK WEEK voor alle medewerkers en kreeg iedereen een prachtig menuutje van die Groenige (p)Artisanen geserveerd. Het afgelopen jaar waren er nooit meer dan 10 lunchgebruikers per dag, maar dit weekje was een goede reden om weer met 50 man tegelijkertijd te komen hokken in het restaurant, alsof het gewoon weer februari 2020 was… Ook op andere locaties werden we onverwachts van de sokken gelopen door massaal naar kantoor terugkerende gasten.

We zijn er ook wel blij mee, net zoals met 7 nieuwe catering- en hospitality-locaties. Onze medewerkers moeten nog wel even wennen, want na een rustig jaartje moet er ineens stevig opgeschakeld worden. Het is een beetje zoals vroeger in de onderwijscatering: na 8 weken zomervakantie op de camping moest het vol gas tot aan de herfstvakantie. Maar 25% haalde dat fysiek of psychisch niet en viel uit met:  hoofd-schouder-knie en teen, knie en teen.  

We hebben kortgeleden al 10 nieuwe medewerkers aangenomen en hebben nog een vacature of 6 uitstaan. Dat wordt de aankomende jaren de grootste uitdaging; het vinden van medewerkers die bij ons bedrijf passen. Duizenden cateringmedewerkers zijn hun baan kwijt geraakt en met name de grote cateraars gaan ervan uit dat ze de aankomende jaren blijven krimpen. Maar waar zijn al die overtollige medewerkers gebleven? Prikjes spuiten bij de GG&GD? In de Pre-vut? Lekker de WW gebruiken en pas na de zomer weer om je heen kijken? En wil ik die dan nog hebben als ze zich later melden?

Het zijn de bekende worstelingen van een MKB-bedrijf. Ook al hebben we ondertussen ruim meer dan 50 medewerkers en groeien we als kool, in het grove geweld van het grote geld vallen we niet op. We zijn geen Booking.com die onder publieke druk besluit om  €65 miljoen aan Corona-steun terugbetaald om het bonusje aan de 3 topmannen van € 28 miljoen toch door te laten gaan. Een verschil van een kleine € 100 miljoen, die ze vast gecompenseerd gaan krijgen d.m.v. een extra verlaagd belastingtariefje. Wat ben ik blij dat de G-7 landen dit asociale gedrag van grote multinationals aan gaan pakken en waar Nederland als belastingparadijs al jarenlang een zeer dubieuze rol in speelt.

We zijn ook geen Ministerie van VWS die effe € 100 miljoen voorschiet aan een dubieuze charlatan die plots in de mondkapjes-business stapt en daar zijn politieke vriendjes voor inschakelt. Ik heb er niet eens moeite mee dat ze er € 20 miljoen aan hebben overgehouden, want er zijn meerdere bedrijven die goud geld hebben verdiend aan de crisis. Denk aan AH, Bol.com, Thuisbezorgd.nl. Geen probleem, zo zit de wereld in elkaar. De één zijn dood, is de ander zijn brood. Maar heel Nederland valt nu over Swiebertje van Lienden omdat hij het “Pro Deo deed voor de Zorghelden.” Swiebertje heeft nu € 9 miljoen op de bank staan, maar durft de straat niet meer over te steken om geld te pinnen.

Maar het verhaal waar ik het meeste van kots, is het verhaal van Tata Steel. De nr. 2 vervuiler van Nederland, met 6,8 megaton stikstof per jaar. 6,808 miljard kilo! Hetzelfde als 140 jaar een maximumsnelheid van 130 km/u!!! We kunnen weer als een gek huizen gaan bouwen als Tata dicht gaat. Tuurlijk verliezen er dan mensen hun baan (al 2 jaar geen kerstpakket gehad…), maar waarom mag zo’n bedrijf open blijven en een varkensboer niet? Geen vergunning klopt, de Provincie kijkt de andere kant op, de regio heeft 50% meer longkanker gevallen dan gemiddeld. Soms ligt er in de winter gewoon zwarte sneeuw in de duinen. Maar Tata kom ermee weg..

De motor van de Nederlandse economie én belastingopbrengsten is het MKB. De grote jongens kosten miljarden subsidie (KLM), hebben geen moreel kompas (Booking) of vergiftigen ons land (Tata). Zij hebben machtige politieke vriendjes en lobbyen zich suf. We staan erbij en kijken ernaar. Of gaan we straks, na Corona, de jongens van de grote getallen ook eens aanpakken?

Voor een prikkie!

Veel lezers leefden vorige week hartstochtelijk mee met mij en N.E.C. Maar misschien nog meer met Marion, omdat ze bij verlies konden voorstellen hoe de sfeer zou zijn… Maar ik ken mijn prioriteiten en sjeesde tijdens de 2e helft met 200 km/u over de Duitse Autobahn om haar in Düsseldorf op te pikken, op de Ipad de livebeelden streamend. Het wonder geschiedde en N.E.C. mag volgend jaar weer met de grote jongens meedoen.

Vanmiddag is het eindelijk zover. Na een maandenlange soap krijgen we ons eerste prikkie! Geen idee of het Pfizer of Moderna wordt, maar het kan me ook niet zoveel schelen. Ik heb alle rotzooi, die ikzelf mijn hele leven in mijn lichaam gestopt heb, overleefd en verwacht dan ook niet dat ik precies diegene ben van de 0,00003%  kans op overlijden door het spuitje. Wel heb ik een voorkeur voor mijn linkerarm, want die doet toch altijd voor spek en bonen mee. Krachteloze luilak is het.

Ondanks dat ik een Nederlandse DigiD, Sofinummer, Zorgverzekering en huisarts had, kwam ik in de ongeorganiseerde digitale chaos van de Nederlandse overheid niet voor. Elk dubbeltje wat er belastingtechnisch bij mij gehaald kan worden, wordt uit mij gezogen. En als ik in Rotterdam op de Maasboulevard 3 km te hard rijd, ligt er binnen een week een paarse envelop van die CJIB-criminelen op de Duitse deurmat.  Dan mag ik € 61,50 aftikken, inclusief € 9,= administratiekosten omdat ik in het buitenland woon. Terwijl die parasieten al jaren keurig vanaf een Nederlandse rekening betaald krijgen. Je kunt in Nederland beter een steen naar de politie gooien dan ietspietsie te hard rijden.

Maar ook al gaat Corona ons € 80 miljard kosten, een uitnodiging naar deze grenswerkende belasting-sponsor kon er niet vanaf. Ik moest me maar bij mijn Duitse noodarts melden. Gelukkig houdt mijn eega dan het hoofd koel en maakt voor ons beiden die afspraak, in de hoop dat Deutsche Gründlichkeit een snelle oplossing biedt. Maar onze eerste bezoek ooit aan een Duitse arts, leverde een teleurstellend “SPÄTER!” op. We zouden in Grupe 4-Stufe 7 belandden en ergens in september aan de beurt zijn. Want ook al wonen we inmiddels 22 jaar in Duitsland, we blijven een soort van Untermensch…

En toch is het nu wel gelukt. Want zonder uitnodigingsbrief op huisadres kun je via de digitale vaccinatie-afspraak site op grond van je bouwjaar het systeem doorkomen. En dat voelt niet als een studenten-trucje om voor te dringen. Ik vind trouwens al dat gejank over die voordringende studenten zuur gezeur. Die kids vervelen zich al anderhalf jaar en moeten juist die grijze massa weer activeren om de draad op te pakken. Het lukt  ze dus om in de falende vaccinatie-systematiek een ingangetje te vinden. In plaats van een gulle lach en een dank je wel krijgen ze van onze Popie Jopie minister de Jong te horen dat ze ‘eikels’ zijn. Hugo, namens al deze studenten de beroemde Jiskefet-uitspraak: ‘He lullo, heb je al geneukt?’

Wij hopen met die prikkies onze reisvrijheid terug te krijgen. We verwachten niet dat we straks weer twee keer per maand met de vliegbus naar Girona gaan. Maar na juli gaat Marion bijkomen van haar uitputtende klus bij de verdeling van mondkapjes, handschoenen, jassen, beademingsapparatuur enz. En dat kan wel even duren, dat bijkomen. Het zijn een paar taaie laatste maanden, maar aan de horizon gloort Spaanse hoop. Rosamar, ook herstellende van een lange eenzame periode zonder bezoek, zal haar met open armen ontvangen. En dan wil ik regelmatig aanvliegen, in het weekend.

Er zijn mensen die niet wilden vaccineren en het nu toch doen omdat er zonder prikkie best veel  beperkingen zullen gaan ontstaan. Ik vind het best grappig dat je eerst principieel tegen de ‘dwangmaatregelen’ van de overheid bent, maar overstag gaat als je er zelf last van ondervindt.

De zon gaat vanaf nu vaker schijnen en het normale leven keert mondjesmaat terug. Misschien drijft deze donkere Corona-wolk wel richting Wit-Rusland. Dat land staat nog op mijn lijstje van ontbrekende landen in het reis-alfabet. Maar een dictatoriale mafketel die Ryanair-vluchten uit de lucht haalt, is zelfs voor mij iets te link. Dus wordt het eerder Japan of Jordanië.

Reizen, zo’n zin in! Ik kan niet wachten op de 2e prik.

NÈK-NÀK

Vandaag is het zover. Dan weet de oudste stad van Nederland of hun cluppie weer met de grote jongens mee mag doen. Niet meer naar stadion de Braak in Helmond of de Krommedijk in Dordrecht. Weer naar de Arena, de Kuip, het Flipse Stadion of de Galgenwaard. Heel ‘Nimwegûh hêt vlèkkuh in de nèk’ na jaren van ‘pien in het hert’.

De affiche voor deze apotheose is het Nederlandse equivalent van Flu-Fla, de klassieker tussen Fluminense en Flamingo in Brazilië. 4 jaar geleden daalde NEC af naar de donkere spelonken van het betaalde voetbal, nadat ze verloren hadden in de nacompetitie van: NAK! Vandaag is het dus dé uitgelezen kans om deze geelzwarte Harrie Nakkers te veroordelen tot nog een jaar kunstgras-geklooi in de Keuken Kampioen Divisie. Alleen die naam al…. Je gaat spontaan alleen nog maar eten bestellen bij thuisbezorgd.nl.

Voor clubliefde maakt het niet uit hoe oud of lelijk een stadion is. Camp Nou, ooit hagelnieuw toen ik vlak ernaast werd geboren, is nu een rottende betonnen kolos uit 1957. Ik pies nog liever in mijn Tena Lady for Men dan naar de door urinezuur aangevreten urinoirs van de vervallen tempel te gaan. Er ligt een ambitieus plan, Espai Barça, klaar voor een nieuw stadion. Maar met een miljardje schuld toch even lastig om Nationale Hypotheek Garantie aan te vragen. Ik ben ook bang dat Coutinho, Dembele en Griezelman niet meer de € 500,= miljoen gaan opbrengen die ze ooit samen gekost hebben….

En natuurlijk blijf ik altijd een N.E.C.-fan, ook in de teleurstellende achterliggende jaren. Dan ging ik wel eens met vriendje en technisch commissaris Leen Looyen naar uitwedstrijden om de club te vertegenwoordigen en werden we op de tribune van Telstar, Almere City of MVV consequent uitgelachen door de dronken businessleden van de lokale middenstand. En dan, na weer een 3-1 nederlaag, nog handjes schudden in de bestuurskamer om vervolgens 2 lange uren terug te rijden. Mooier kon je weekend niet beginnen, zo op vrijdagavond…

Maar nog één keer winnen, tegen die geel-zwarte Nakkers en dan mogen we ons volgend jaar weer 2x opmaken voor dé titanenstrijd tegen die andere geel-zwarte wespen, Vitàs uit Ernem. Ons volkse clubje tegen de kakkers uit de provinciehoofdstad. Mijn oud compagnon Erik Langedijk, bekend als het NEC-hooligan-typetje Schele Daan van de Krayenhofflaan, werd deze week al gevraagd om live te worden gevolgd vandaag. Maar met zijn act roept hij aan de andere kant van de rivieren heftige reacties op. En je moet tegenwoordig iets voorzichtiger zijn, met al die oververhitte mafketels met een heel kort lontje. Voor je het weet, dobber je in de Waal onder de duwbakken.

Als het vandaag lukt, dan kan onze burgemeester Hubert Bruls zijn imposante borst natmaken. Afgelopen donderdag lukte het nog om met (te) veel politie machtsvertoon de boel uit elkaar te slaan. Maar bij terugkeer naar de Eredivisie gaat Nijmegen ontploffen. Opgekropte frustratie van de afgelopen jaren, ontlading door een totaal onverwachte promotie en heel veel lokale trots dendert dan als een sneeuwstorm over de stad. Als ik horeca-ondernemer was, zou ik mijn terrasstoeltjes nog een dagje achter de gesloten rolluiken binnen laten staan. Ik zeg het uit ervaring: fijnbesnaard en bedeesd wordt er nooit gevierd door NEC-fans…

Het is de bedoeling dat Marcel Boekhoorn, de suikeroom en geldschieter van N.E.C., dan weer zijn poeplap trekt om fors te investeren. Want met dit elftal jonge knulletjes kun je een jaar later alweer de weg terug bewandelen. Natuurlijk zijn we blij dat Edgar Baretto na 14 jaren in Italië uit clubliefde terug is gekomen om N.E.C. met zijn ervaring verder te brengen. Ooit was hij als broekie bij ons kind aan huis, omdat hij als 17-jarige Paraguyaans jochie in het koude en kletsnatte Nijmegen kan voetballen. Onze vakantie naar Paraguay stond al gepland, totdat we onverwachts Rosamar kochten. The rest is history.

Maar wat nou als het niet lukt? Als alle euforie gestoeld was op drijfzand? Dat die Nakkers ons van de mat spelen en zelf een treetje hoger gaan ballen? Dan gaan wij Nijmegenaren doen waar we ook goed zijn: nuilen! Dat is Nimweegs voor zeuren-zeiken-janken-klagen. En doen we volgend jaar weer hetzelfde kunstje. Zoals de Duitsers zeggen: Himmel jauchzend oder zu tode betrübt!

Kwaaltjes

Al weken word ik geteisterd door een hardnekkige achillespeesblessure. Begonnen als een onschuldig verrekkinkje tijdens een potje tennis op een harde ondergrond, maar ondertussen uitgegroeid tot een soort Peter R. de Vries-blessure; je komt er niet van af en het blijft zeuren. Zou de Pourriture Noble, de edele rotting die mooie dessertwijnen oplevert, nu toch definitief zijn begonnen?

Ik heb mijn hele leven blessures gehad. De meesten ontstonden doordat ik mijn gebrek aan techniek in elke sport moet compenseren met onverantwoord zware belasting van de kwetsbare delen. Gescheurde enkelbanden, verwijderde meniscussen, gebroken armen, geknakte vingers, verplette ribben, overbelaste ruggenwervels. Iedereen die mij weleens van de skipistes heeft zien afkomen of heel vroeger langs een voetbalveld stond zal niet verbaasd zijn. En als je bij tennissen die onmogelijke bal nog net probeert te halen met een snoekduik over het gravel, kleurt er soms iets meer rood dan alleen je shirt…

Maar dit peesdingetje brengt ook onzekere twijfel met zich mee, zeker als je gaat googelen. Je komt ineens in een digitaal labyrint terecht van honderden opties en oorzaken. Je leest huiveringwekkende verhalen van minuscule klachtjes die leiden tot amputatie boven de knie. Ook omdat blijkt dat mijn blessure is genoemd naar Achilles, die onverschrokken mythische Griekse held. Zijn moeder dompelde hem in het water van de Styx rivier om hem onsterfelijk te maken, maar hield hem vast aan de toen nog naamloze pees. Later vond hij de dood in de oorlog van Troje (die van dat paard) omdat hij precies een pijl kreeg in dat enige niet gedompelde lichaamsdeel. Lekker dan, zo’n moeder.

Na twee weken aanmodderen kon ik het tijdens een rustig potje tennissen niet nalaten om toch nog een keer naar de hoek te rennen om die magistrale forehand van amigo Gaico te retourneren. Maar ja, ik ben geen fitte Nadal, die dat ongestraft 35 keer in één rally kan doen. Een stekende pijn en meteen was het over. Een paar dagen later probeerde mijn fysiotherapeut te achterhalen waar nou precies de pijn zat, omdat de achillesspier blijkbaar doorloopt tot boven in de kuit. Toen hij zijn vingers daar in het zere vlees drukte, schopte ik hem bijna in zijn gezicht met mijn goede been. Zijn tandjes vlogen nog net niet door de behandelkamer.

Alle behandelingen daarna hebben nog geen verbetering opgeleverd. Als ik een half rondje golf, strompel ik bij hole 8 en 9 door de baan. Als ik alle 18 holes wil lopen, moet ik zelfs een buggy huren. Dan voel je je pas oud, als je met een buggy nog oudere, lopende knarren in geruite broeken inhaalt.. Terwijl ik juist al dat sporten nodig heb om mijn te zware lijf langs de Corona-kilo’s te loodsen. Dus blijf ik het proberen, bewegend als Quasimodo, die kromme klokkenluider van de Notre Dame. Zijn hele leven verliefd op het meisje dat hij gered heeft, maar die hem lelijk en afstotelijk vindt. Het zal toch geen autobiografische wending van het lot worden? Dat Marion ’s morgens ineens wegholt als ze wakker schrikt en naast zich kijkt?

Eerlijk is eerlijk, ik heb soms sombere gedachten. Dat deze irritante blessure de opmaat is naar een schier eindeloze kwaaltjes die in elkaar gaan overlopen. Een constant ontstoken teennagel omdat ik te lang wacht met de pedicure. Een gekneusde wijsvinger omdat hij te diep in de neus verdwijnt om de irritatie van al die sneltesten weg te krabben. Een geslonken libido omdat de spierverslappers alles bewegingsloos maken. Permanente Durchfall omdat mijn darmen niet meer bestand blijken tegen de aanvoer van ganzenlever, oesters en andere delicatessen.

Meestal pareer ik deze angstgevoelens door veel Australian-chocolade te eten, als troost.  Maar het blijft knagen, bovenin. Ik heb mijn lichaam niet bepaald gespaard in mijn leven, tot nu toe. Krijg ik nu de rekening gepresenteerd? Door een niet aflatende stroom van kwaaltjes en pijntjes die mijn dagelijks leven gaan beheersen? Iedereen die mij een beetje kent, weet ik dat ik er heel slecht tegen kan als iets niet kan of niet mag. Dan word ik recalcitrant en krijg ik een kort lontje. Waar haal ik de energie vandaan om gezondere keuzes te maken? Of komt die energie dan juist weer terug? Quasimodo is het even kwijt….

Sweet Dreams

We zijn allemaal druk bezig om, binnen de Corona-beperkingen, ons leven vorm te geven op de meest haalbare manier. Soms een beetje smokkelend, vaak keurig binnen de lijntjes. Maar hoe zou dit jaar eruit hebben gezien zonder Corona? En hoe gaan we het straks weer inrichten na Corona? Grote vragen voor een kleine zondag-column.

Één ding is zeker: zonder Corona had ik gisteren in Camp Nou gezeten om het voetbalpotje van mijn clubje tegen de koploper Atletico te zien. Misschien waren er wel een paar diehards zoals Harm ingevlogen. Misschien hadden we dan wél gewonnen. Omdat ik uit volle borst het Cant del Barça had gezongen én die schoppende kampers uit Madrid verrot had gescholden. Maar zonder de steun van 100.000 socios werd het een taai potje en verspeelde FCB het kampioenschap. Geen schande is zo’n overgangsjaar. Maar als die Witte Reus uit Madrid de aankomende 4 potjes wint, heeft Barcelona ze indirect kampioen gemaakt. Ik moet janken als ik eraan denk.

Zonder Corona was ik al een keer of 25 zonder vliegschaamte naar Rosamar gevlogen. Ik had dan als een kasteelheer, kijkend over mijn eigen (oog)wallen, op de rand van mijn zwembad zitten bijkomen van weer een pittig cateringweekje. Had ik bij kunnen kletsen met Ibrahim, die vast zit in Gambia en  niet terug kan. Of met Jimmy, die ik ook al maanden probeer te helpen zijn papieren in orde te krijgen om na 16 maanden naar Spanje terug te komen. Maar de Spaanse autoriteiten halen weer alle trucs uit de bureaucratische kast om dat te voorkomen en dus valt hij tussen wal en schip. Maar we geven niet op. Anders winnen de pennenlikkers, de regeltjesneukers.

Ik had ook geen NOW aangevraagd voor De Groene Artisanen, geen MT ontmanteld, makkelijker afscheid genomen van medewerkers, niet ons businessmodel helemaal omgeturnd. Dat laatste was pure noodzaak, maar het blijkt een blessing in disguise te worden. Het gros van de nieuwe contracten die we scoren zijn veel meer hospitality diensten dan cateringwerk. Receptionistes, hosts, gastvrouwen, interne dienst. We gaan de aankomende maanden 7 à 8 nieuwe locaties opstarten. Nog geen idee hoe…. Maar met good old Bob, een nieuwe Manager Operations en wat extra hulptroepen zal het best goed komen. Zoals het ook voor Corona altijd lukte.

Is er leven na Corona? Ik denk het wel, maar zonder spuit wordt dat lastig. Marion en ik draaien nu rondjes in de bureaucratische carrousel. We kunnen geen spuit in Nederland krijgen, want onze Nederlandse huisarts volgt strikt de regels (wij hebben geen Nederlands adres) en durft niet stiekem een overtollig Zeneca spuitje om 8 uur ’s avonds in ons bovenarmpje te spuiten. Ook niet onder druk en voor een kleine tegemoetkoming… Onze Duitse noodarts in Kranenburg, een theelepelvrouwtje uit het sprookjesboek van Grim, is ronduit sceptisch over het Duitse systeem en wenst ons viel Erfolg. Marion is al dagenlang bezig in te loggen op de Duitse afsprakensite, aber Schade und Scheisse. Onze leeftijdscategorie is aan de beurt, ik heb hard gewerkt aan een BMI van 30+, Marion’s dossier heeft genoeg aanknopingspunten, maar spritzen ho maar.

Wij willen naar Spanje! ‘Bootje varen, treetje drinken, varen we naar de overkant.’ Ons laven aan copieuze lunches bij Vila Mas, Can Roquet, Canyelles, Es Blancs, Can Segura, Escribá. Avonden aan de Gin-Tonics met vrienden in de achtertuin. Potje golf of tennis om 7.00 uur ’s morgens om de hitte te vermijden. Mijn dochters ophalen uit Lloret om 6 uur ’s morgens en kijken naar volle straten met laveloze, uitbundige jeugd, knagend op koude pizza’s en knoeiend met mega broodjes shoarma. Toeristje spelend in Barcelona, op zoek naar de verborgen schatten van deze fascinerende metropool.  

Zou Rutte de verkiezingen gewonnen hebben zonder Corona? Zat Trump dan nog in het Witte Huis te friemelen aan Melanie? Waren de files weer met 10% toegenomen in een jaar? Hadden we wel een beetje menselijkheid getoond door die intrieste vluchtelingenkampen in Lesbos op te heffen en deze mensen eerlijk te verdelen in Europa? Was Peter R. de Vries minder op TV geweest? En André van Duin juist meer?

We weten niet hoe, maar we gaan dit overwinnen. Nelson Mandela zei ooit: een winnaar is een dromer die nooit opgeeft. Ik wens jullie allemaal Sweet Dreams deze week.

Taal is echt mijn ding

Al een jaartje of 8 val ik jullie Vroeg op Zondag lastig met mijn hersenspinsels. In het begin vooral korte stukjes met veel emoties, de laatste jaren gevarieerde potpourri van rond de 700 woorden. Midden 2019 kreeg ik last een stevige writer’s block en zat ik vaak, zoals een konijn verstijfd in de koplamp van een auto staart, naar mijn monitor te kijken: waarover in godsnaam deze keer?”

Het krankzinnige begin van de Corona-tijd in maart 2020, was de aanleiding om de draad weer op te pakken. Want ik vind schrijven gewoon een leuke hobby. Na de HAVO was ik aangenomen op de School voor Journalistiek Utrecht om wellicht in de voetsporen te treden van mijn vermaarde peetoom Rob Wouters, maar een speling van het lot én de drang om veel te kunnen beunen bracht me uiteindelijk op de Middelbare Hotelschool in Wageningen. En na vier uiterst relaxte en vochtige jaren, was het tijd om de werkwereld in trekken in plaats van verder te studeren. The rest is history!

Ik kan me scheel ergeren aan taalvouten in brieven, mails of comments. Maar ik ben geen taalnazi, zo’n iemand die een ander op zijn/haar fouten wijst en daarna de verbeterde variant erbij zet. Het is een misplaatst superioriteitsgevoel, alsof je als taalpurist een beter mens zou zijn. Bah. Meestal ontspoort daarna de communicatie en vooral op Twitter en Facebook wordt het dan heel snel heel lelijk. Ik ben daarom gestopt met Twitter, want dat is dé vergaarbak van onbeschofte reacties geworden. Maar op Facebook, vaak net zo erg, kan ik soms genieten van een domme opmerking  die honderden comments oplevert. Ik gluur dan heerlijk mee, maar waag me niet aan commentaar. Een duimpje hier, een smiley daar, meer ook niet.

Hét woord van de week is natuurlijk ‘sensibiliseren’ geworden. Omdat ‘sensible’ in het Frans, Spaans en Engels allemaal met gevoel te maken heeft, kon ik de opmerking van Hoekstra in de kabinets-notulen niet zo goed plaatsen. Was het nou de bedoeling dat Omzigt gevoelig werd gemaakt voor het regeringsstandpunt in de toeslagen-affaire? Of wilde ze Pietertje een beetje kortwieken en terug in zijn kamerhok duwen? Of moest Pieter Omzigt bewust worden gemaakt van een mogelijke burn-out als hij zo doorging? Dat laatste is niet gelukt, want Pieter zit voorlopig nog wel even ziek thuis.

Het is een riskant standpunt in dit pro-Omzigt tijdperk, maar ik ben geen fan van deze saaie en soms taaie politicus. Hij heeft samen met Renske Leijten van de SP tegen de windmolens van dit kabinet gevochten om de hufterigheid van de belastingdienst aan de kaart te stellen. Chapeau, hulde, een diepe buiging.

Maar hij heeft zich ook als een naïeve Alfred Jodocus Kwak laten misbruiken in de lijsttrekkers-verkiezingen van het CDA. Alleen die afkorting al: Christen-Democratisch Appèl. Ik heb nog nooit een kneuzerigere interne machtsstrijd gezien als bij het CDA. Eerst duwde Hugo de Jonge Pieter van het podium met een laf bosje tulpen en daarna walste Hoekstra over Omzigt heen. Dan ben je toch helemaal klaar bij zo’n clubje linkmichels? Maar deze droeve Cockerspaniel bleef loyaal. En ging niet als een valse Doberman Pincher vol in de aanval op de knieschijven van Hoekstra. Laf en treurig.

Sinds 1997 waren er geen grammaticale aanpassingen aan de Nederlandse taal meer gedaan, maar in april 2021 zijn er een paar doorgevoerd. ‘Groter dan’ mag nu ook ‘groter als’ zijn. Wat nu ook mag is een dubbele negatie: “hij heeft nooit geen geld”. Maar de ergste van allemaal is nu toegestaan: ‘Ik heb hun een drankje gegeven.’ Ik weet niet hoe het jullie vergaat, maar ik krijg kortsluiting in de bovenkamer van deze mutaties. Wat een armoede!

Dan heb ik nog liever die schattige foutjes: ‘Dat vindt ik ook!” . ‘Hoera, geslaagt!’ ‘mondkapje verplicht, geld voor iedere bezoeker!’ ‘Hij steekt er met kop en schotel bovenuit!’ ‘Ik heb een verassing voor je!’

Bij het nalezen van mijn column heb ik veel fouten ontdekt. Voor de competitieve lezers: schrijf bij de comments hoeveel jij denkt dat het er zijn en win een fles Spaanse Cava. Die kom ik, met één van mijn 12 negatieve sneltesten in mijn achterzak, persoonlijk brengen en meehelpen soldaat te maken. Dat heb ik wel goed geleerd in Wageningen.