Prikterroristen

Als iedereen er een mening over heeft, kan ik natuurlijk niet achterblijven. Het is wel een beetje mosterd na de maaltijd, maar het is ook een heet hangijzer. Al weken tikt de thermometer de 30⁰C aan.

Ik vind het best lekker, maar ben door Spanje ook wel wat gewend. In mijn reisleiderstijd, een eeuw of 3 geleden, deed ik cultuurreizen in Andalusië. Overdag 48⁰C en ’s nachts nog dik boven de 30 was heel gewoon. Nu iedereen in Nederland ook een tandje lager schakelt, is er ineens begrip voor het tragere tempo en siësta in de zuidelijke landen. Jammer dat die oranje cavia in the US blijft ontkennen (“it’s called summer!”) dat de aarde opwarmt. Ik hoop maar dat hij niet te boos wordt op Rocketman Kim Jong-un, nu blijkt dat hij Trump in de boot neemt en schijt heeft aan de afgesproken ontwapening. Want dan kan het heet worden, met twee gekken boven een rode knop.

Meestal is hitte in Nederland zwaarder omdat de vochtigheid hoog is en het dus warmer aanvoelt. Maar ondertussen is alles verdampt tot Sahara-niveau. Golfbanen zien eruit als sisal-tapijt, recreatieplassen moeten dicht om de blauwalg (waarom is die groen?), grote bonkaardappels verschrompelen tot krieltjes. Er is echter één ding dat het principe van vocht loslaten niet heeft begrepen en dat is mijn voetbalronde buik. Dat wordt een stevig correctiegesprekje. Maar wel na de vakantie, anders is er geen bal aan.

Eigenlijk is er maar één grote irritatie waar ik me bij dit weer aan erger. Muggen. Deze prik-terroristen maken mij helemaal gek. Ik slaap aan de kant van het open raam. Marion ligt veilig achter mijn heuvels, uit het zicht. Zij wordt ook nooit gestoken, waarschijnlijk omdat haar bloed anders smaakt. Dat heeft deze Frankenstein nooit gemerkt. Voordat ik ga slapen loop ik als Norman Schwarzenegger met een elektrisch tennisracket de hele bovenverdieping af. KILL THE MOTHERFUCKERS!. Als ik dan na een stief kwartiertje op bed beland, begint het. Ze mogen prikken wat ze willen. Ook dankzij de tijgermug in Spanje krijg ik geen jeuk van die teringlijders. Alleen maar bultjes. En daar heb ik er al een paar van.

Maar dat godvergeten gezoem! Waar is dat nou voor nodig? Steek me lek, haal er 5 liter bloed uit en ga lekker uitbuiken op de muur. Maar houd verder gewoon je bek! Ik zit toch ook niet te neuriën als ik een kilo spareribs van de BBQ oppeuzel? Ik heb gegoogled waarom ze dat doen; zo houden vrouwtjes en mannetjes contact. Om te wippen. Door het gezoem komen ze elkaar in de lucht tegen om al vliegend te flensen. Knap hoor. Chapeau. Petje af. Maar doe dat acrobatische gekets lekker buiten. En kom daarna stilletjes bij mij Dracula spelen. Mondje dicht, zuigen en wegwezen.

Vannacht ben ik voor de 4e keer deze week naar de logeerkamer vertrokken. Ik was zo agressief dat ik alle lichten aan wilde doen om op de muren een rood stippeltjespatroon aan te brengen. Moordneigingen. Maar Marion had haar nachtrust nodig en dus sloop ik met mijn elektrische Rambo naar de logeerkamer. Ik denk iets te langzaam, want na vijf minuten had het rapaille me herontdekt. Ik kreeg een stuk of 8 teringlijers te pakken, voordat ik uitgeput in slaap viel. Met oordoppen in. Blijkbaar heeft het gajes daarna een wraakcommando opgericht, want op mijn XXL Kim Kardashian kont zaten vanmorgen een stuk of 10 poffertjes met een rood puntje. Het zit best onhandig.

Maar het ergste is: het zijn alleen de vrouwtjesmuggen die steken. Wat heb ik misdaan? Ik ben vanaf mijn 30e toch altijd hoffelijk en attent geweest? Aandacht gegeven, prettige omgeving geregeld, lekker gekookt. Waarom dan zo hebberig? Ze slurpen ook nog eens 2 keer hun lichaamsgewicht op aan bloed. Rupsjes Nooit Genoeg! Neem nou eens gewoon wat je nodig hebt en stop met hamsteren. Wees niet zo inhalig. Er komt geen oorlog, je hoeft geen reserves aan te leggen.

Elke vergelijking met het menselijk vrouwelijk geslacht rust louter op fictief toeval. Donderdag vertrek ik met 5 dames naar Rosamar. Beetje op mijn tellen passen. En als ik terug ben in NL, regent het vast en zijn alle muggen weg. Kan ik met die ronde voetbal aan de gang. Fijn.

Vreemde vogels

Tot onze grote verrassing is ons Ryanair-vluchtje afgelopen donderdag naar Girona gewoon doorgegaan. Met al dat gestaak toch een klein wonder. Een mooie gelegenheid om met vrienden Marco en Fabienne op Rosamar oude koeien uit de sloot te halen. Sweet memory lane.

We gaan 35-40 jaar terug in de tijd en belandden bij Café DuCommerce. Daar zijn de levenslijnen van veel van mijn vriendschappen bij elkaar gekomen en in allerlei varianten voortgezet. Ik haakte zelf pas rond mijn 18e aan. Sommige vrienden hadden toen al een paar jaar levenservaring-voorsprong bij Dukie, het café waar elke avond een live-uitzending van Showroom plaatsvond, het legendarische programma van de NCRV. De vaste clientèle was één grote verzameling van weirdo’s, klaplopers en freaks.

Die voelden zich allemaal wel thuis bij eigenaren Theo en Bep, geholpen door dochter Thea en ober Theo Natte Scheet. Bep zat de hele dag zelf achter de gokkast, te loeren op kansjes die haar klanten hadden laten liggen. Doorlopend lurkend aan een verse Sankt Moritz sigaret verzag ze alles en iedereen van plat Nimweegs commentaar. Toen ik na bijna twee jaar terugkwam uit Australië, ging onze conversatie als volgt: ‘Zo, bien je dur weer jong?’ ‘Was zeker werm daor he?’ ‘Duur zeker oek he?’ ‘Vreemde vogels oek zeker he?’ ‘blij dat je terug bien zeker he?’ Om vervolgens een knaak in de gokkast te gooien en er nooit meer op terug komen.

Er liep een denkbeeldige lijn dwars door het café van de deur tot aan de gokkast bij het einde van de bar. De rechterkant, voorzien van een flipperkast en twee voetbaltafels, was voor ons, de vaste gasten. Links was voor de Onzichtbaren, gewone passanten die aan tafeltjes zaten waar wij nooit kwamen. Heel af en toe waagde iemand de reuzensprong naar de rechterkant, maar op een sporadische uitzondering na, keerden ze schrijlings terug naar hun safe-zone. Gedesillusioneerd en volkomen genegeerd. Dank voor alle gratis drankjes en wegwezen.

Één van de freaks was Fred Pijp. Hij kwam in zijn loodzware houtjes-touwtjes jas binnen, ook al was het buiten 30 graden. Aan de bar bestelde hij altijd ‘zwarte koffie, één klontje suiker, lepeltje’ om vervolgens urenlang nors en stoïcijns voor zich uit te staren. Uit het niets kreeg hij dan een onbedaarlijke lachbui, die het meest leek op een formule 1 auto tijdens de start. En daarna weer doodse stilte, lurkend aan zijn pijp. Fred kwam uit een rijke familie, maar had ergens de verkeerde afslag genomen. Als hij een woedeaanval had, leek een enkeltje Pompe-kliniek de veiligste oplossing.

De meeste excentrieke was Jan M. Hij leerde ons kopstootjes (fluitje bier met een ijskoude Apfelkorn) drinken, maar tikte zelf een combi of 25 per avond tegen de huig. Dan was hij zo laveloos, dat hij vaak in het washok naast de toiletten zijn broek en ondergoed uit deed om dan in zijn blote reet weer op zijn eigen kruk aan de bar te gaan zitten. Wij waren er aan gewend, maar als een Onzichtbare aan bar een drankje kwam bestellen, schrok die zich wezenloos. Meestal moest Jan mokkend en verongelijkt zijn kleren weer aantrekken, met als beloning een extra Appeltje.

Ook Martien uit Haalderen was een geval apart. Hij woonde met zeven broers (allemaal boven de 40 jaar) bij zijn moeder en sliep in een stapelbed. Hij was latent homoseksueel en durfde alleen in DuCommerce wat signaaltjes af te geven. Dan liep hij achter je aan naar de urinoirs, stopte een knaak in je broekzak, gaf je een kus op je wangen en zei dan altijd: ‘Ben je nou boos?’ Op de bruiloft van vriend Michiel trad hij op met het succesnummer ‘Oh Mirabella, dochter van de kastelein, haar rode lippen zoeter dan Spaanse wijn’. De zaal ging helemaal plat, maar Martien vatte het op als een aanmoediging en moest door Marco en mij bij de derde herhaling van het podium worden getrokken.

Een eindeloze rits met namen blijft door mijn hoofd suizen. Bulleke die geen alcohol meer mocht en dus steevast antwoorde bij een rondje: ‘Doe maar cassis godverdomme.’ Ciske de Rat die ons geniepig leerde kaarten. Witte de Wit, Rob Mank, John de Trucker, Jägermeister Ruud, kok Ollie.

De tijd heeft de herinneringen mooier gemaakt. Ik vind dat een prettig voordeel van ouder worden.

The party is over

Het Nimweegse feestje zit er weer op. En ook dit jaar is er weer genoeg stof om met jullie te delen. Terwijl ik nog nooit zo vroeg thuis ben geweest tijdens de Zomerfeesten. Ik kan het fysiek niet meer bolwerken. Via de wortels is de grijsheid van mijn haar ook in de puberale kwab van mijn hersencellen binnengedrongen. Rucksichtslos wordt het kind vermoord.

Maandag zat de vroege terugvlucht van Girona terug naar Weeze voor de helft vol met gestresste gezinnen met krijsende kleine kinderen en de andere helft bestond uit mega-brakke jonge gasten die zo uit Tropics in Lloret kwamen. Laatste nachtje hotel uitgespaard, nog een dropshotje of 30 tegen de huig geklapt en lekker op de harde betonvloer van de vertrekhal in slaap gevallen.

Naast mij hingen een duf Belgisch meissie met mooie sproeten en een totaal gesloopte Brabo-knul. Zijn aandoenlijke baby-face werd ontsierd door enorme wallen, waardoor hij net op een panda leek. Zijn plastic tasje van de Supermercado Juanita leek mij niet geschikt als opvangzak en Marion zat te ver weg om één van haar Michael Kors Kotszakjes uit te lenen. Ik regelde snel een Ryanair zakje, die nog gratis was ook. Wel keek de steward nerveus of hij niet bij de landing moest gaan boenen. Voordat de gordels af mochten wilde Panda-Boy al naar de plee, maar hij hield zich in. Ik ruilde mijn gangplekje met hem, zodat hij in ieder geval mij niet kon onderkotsen bij een toiletvluchtpoging. Wonder boven wonder haalde hij de finish in Weeze. Ik feliciteerde hem met het mooie resultaat en in de bagagehal kreeg de bikkel van al zijn matties een High Five voor zijn doorzettingsvermogen.

Afgelopen woensdag zijn Marion en ik bijtijds naar het centrum van Nijmegen gegaan om de traditionele Roze Woensdag te vieren. Tienduizenden hebben zich dan vrolijk gay aangekleed om de afgepeigerde lopers onder zwoele toejuichingen en hitsig gedans op te vrolijken. Het is een wonderlijk schouwspel, waarbij stoere buitenlandse militairen verbijsterd de dragqueens van zich af moeten slaan. De smalle doorgang door de deinende roze massa maakt het onmogelijk je looptempo vast te houden en leverde veel irritatie op. Maar het gaat dan ook even niet om de lopers, maar om de hopers.

Terwijl het bier rijkelijk vloeide, veroverden we samen met de dochters, zussen, veel (ex-schoon)familie en vrienden een mooi strategisch plekje, recht tegenover de mannelijke reïncarnatie van Sugar Lee Hooper. Ik liet me iets te makkelijk door Marloes meeslepen naar één van de danskooien, waar met name lichtmatrozen in een geel zwembroekje hun dansje deden. In een onbewaakt ogenblik werd er een gênant videofilmpje van ons optreden gemaakt. Met de naïviteit van Patricia Paay heb ik de volgende dag dit filmpje met wat ‘vrienden’ gedeeld. En nu circuleert deze reputatie-schadende opname in de spelonken van het wereldwijde web. Het is niet meer terug te draaien..

Vrijdag hebben we ons nog een paar uur geïnstalleerd in de verzengende hitte om de hoek van de Via Gladiola. Om vriendje Gaico te feliciteren met zijn puike prestatie besloot Marion nog wat gladiolen aan de overkant van de straat te kopen. Pas 60 minuten later kwam ze met het stoom uit haar oren aan denderen. Gewoon oversteken is er niet meer tijdens de propvolle intocht. En als dan de loopbruggen worden afgesloten door de hypernerveuze beveiligers, sta je hulpeloos aan de verkeerde kant. Want de vrijwilligers van de EBN (“Evenementen Bestrijding Nijmegen”), berucht om hun horkerigheid, krijgen het psychisch niet meer verwerkt.

Dat is ook de keerzijde van het onmetelijke succes van de steeds drukkere zomerfeesten. De informele vrijheid-blijheid maakt plaats voor een strak programma en heel veel regels. Even een straat oversteken of een stukje meelopen met een wandelaar lukt niet meer. Het traditionele uitzwaaien van de vroege starters door een groep dronken nachtbrakers met uit tuinen geplukte begonia’s is al bijna onmogelijk gemaakt door dranghekken en afzettingen. Het kan misschien niet meer anders, maar het dreigt een geregisseerd spektakel te worden. Een stukje melancholische charme gaat dan verloren. Slachtoffer worden van je eigen succes, best lastig om te voorkomen.

Toch zal ik er volgend jaar weer bij zijn. Ook dat is typisch Nijmegen: veel nuilen (zeiken), maar o zo trots als een pauw op mien Nimwege.

Sylvana gaat naar het buitenland!

Zeg eens eerlijk. Wat dacht je toen je de titel zag? ‘Eindelijk! Godzijdank!’ ‘Heerlijk opgetiefd!’ De waarheid is dat ze twee weken naar Ibiza gaat, op vakantie. En dan weer terug naar haar thuisland Nederland. Waar ze lekker onveilig woont, in een leven vol bedreigingen en leugens.

Eigen schuld, dikke bult. Dat lees je vaak. ‘Want die kut moet met haar gore poten van onze Zwarte Piet afblijven, kankerhoer.’ Als je sommige sites volgt en de commentaren leest, schrik je je wezenloos. Het is onvoorstelbaar wat een afwijkende mening, wat je er ook van vindt, teweeg brengt. Al het slechte van de mens komt naar voren. En nee, niemand is racistisch, maar die zwarte aap moet maar oprotten naar haar eigen land en geen uitkering meer krijgen. Dat sommige eencellige dombo’s dat roepen is triest, maar ze worden opgestookt door bewust nepnieuws. Wie heeft er allemaal de petitie op Facebook gezien dat Sylvana bij 1 miljoen gedeelde berichten echt zou vertrekken? De Dagelijkse Standaard, Nederland mijn Vaderland; ze zaaien haat als confetti met Carnaval.

De ellende van fake news is: het werkt! Mensen worden aangesproken op hun onderbuik gevoel en lezen wat ze graag willen horen. En dus is het waar. Het beste bewijs levert Donald Trump. Door het zelf verspreiden van leugens en nepfeiten, aangevuld met Russische Molotovcocktails naar Hillary, aan de macht gekomen en sindsdien meer gelogen dan de waarheid gesproken. Het is best knap dat hij er mee weg komt. Donderdag zei hij tijdens een interview dat UK Premier May niet deugde en dat Boris Johnson een betere premier zou zijn. De volgende dag gewoon glashard ontkennen en tegen CNN zeggen dat het fakenews was. En als POTUS het doet, denken 100 miljoen Amerikanen dat het waar is. Cirkeltje rond!

Ik zie wel een tegenbeweging ontstaan. Er komen vaker factcheckers in beeld om het geroeptoeter te controleren. Kranten, maar ook op internet en Sociale Media wordt het geschreeuw vaker met feiten weerlegd. Een briljant voorbeeld leverde Bored Panda. In Amerika is er een grote lobby om vaccinaties bij kinderen te stoppen. Het is hetzelfde Pro Life kamp dat tegen abortus is. Wat ze roepen is vaak bangmakende lariekoek. Bv. dat je van de inentingen Autisme kunt krijgen. Dat klopt wel in 0,00015% van alle gevallen, maar de kans dat je dood gaat door iemand die NIET gevaccineerd is, is 10x groter. Maar dat laatste wordt er dan niet bij vermeld. Bored Panda gaat bij al die mensen die zogenaamd als experts wat roepen, hun achtergrond checken. En dan blijkt Prof. Dr. Ing. Hoofd Inentingen Arizona University gewoon een muziekleraar uit Chicago te zijn. BAM. In the face!

Wat ik aan fakenews het meest treurige vind? Het is bijna altijd negatieve berichtgeving met weinig humor. Nooit eens vrolijk overdreven het tegendeel roeptoeteren. Bv.: ‘van alle Albanese asielzoekers gaat 80% uit vrije wil na de zomer weer naar huis.’ Of: ‘Meer dan ¾ van al het ontwikkelingsgeld verdienen we met slimme handel terug.’ Allebei niet waar, maar wel leuker gebracht. De Speld is wel een grappige site die vaak dingen helemaal verdraait, waardoor het komisch wordt. Zoals deze week: ‘Satudarah gaat verder als Segwayclub vanwege de negatieve associaties met motoren.’ Haha, briljant. Maar het is meer satire in een vorm van omdenken.

Iedereen weet dat je van lachen en humor vrolijker wordt en minder zwaar op de hand. Het aloude gezegd ‘een dag niet gelachen is een dag niet geleefd’ is keihard waar. Maar waarom lukt dat zo weinig? Je kunt niet alles weglachen, maar er wat luchtiger tegen aankijken maakt het meestal minder erg. Als iemand een te lange, ingewikkelde indek-mail stuurt aan 20 man met nog eens 50 collega’s in CC is het best leuk om meteen op REPLY ALL te drukken met de tekst: “De gemiddelde wachttijd bedraagt 2 dagen. Er zijn nog 80 wachtenden voor u. Wij hopen op uw begrip.“

Deze week was de redding van die knulletjes en dombo-coach uit die Thaise druipgrot. God, god , wat een aandacht. Fijn hoor dat het goed is afgelopen, bravo! Ik kan niet wachten op de film. Zou het de Westerse fascinatie voor Thaise jongetjes zijn? Of vinden jullie dat geen humor?

FROGER

zu Hause

Hehe. Na 8 weken on the move eindelijk weer eens een weekend in Duitsland. Ik kan het niet echt “thuis” noemen, want ik voel me overal en zeker in Spanje wel thuis. Home is where the heart is, zeggen de Engelsen.

Vijf weekenden Zuid-Amerika, weekendje Malaga en vorig weekend Rosamar. Niks mis mee, maar gelukkig is mijn reisneurose voorlopig even bevredigd. Want er moet ook gewoon weer geld in het laatje komen. Dus is Marion weer bij de Radboud aan de gang gegaan en kan ik mijn tijd weer mooi verdelen tussen mijn eigen bedrijf De Groene Artisanen en het inwerken van mijn opvolger bij ISS Catering Services. Wat voelt het goed om van die Apenrots afgestapt te zijn!

Het extreem mooie zomerweer maakt het wel draaglijker als je minder in Spanje bent. Afgelopen week heeft Marion de zwoele avonden gebruikt om ons oversized Duitse tuintje bij te werken. Dat doet ze met veel plezier, ook al is het funest voor haar rug. Ik mag dan meestal een paar dagen later de hopen tuinafval verzamelen, als ik maar uit de perken weg blijf. Ik heb geen groene vingers, dus de kans dat ik een fragiel ontluikend vingerhoedskruidje weg schoffel als onkruid is bijzonder groot.

Ons tuintje werd gistermiddag overvallen door de stuiterende jongens van vriendinnetje Sandra. Het is gewoon heerlijk om drie knullen tussen 7 en 11 jaar vrij te laten ravotten. Ik had een prachtig parcourtje uitgezet van 8 onderdelen, waarvan de 5e (op een krukje over het tuinhekje de brandnetels omver piesen) favoriet was. Nummer 3 (hinkstapspringen op 6 Duitse nummerborden en door de vijand met een tuinslang eraf worden gespoten) deed het ook leuk. Het afsluitende potje voetbal werd een veldslag, in de stijl van Colombia en Uruguay.

Het WK heeft mij tot nu toe niet kunnen bekoren. Dat is geen jaloezie omdat we er zelf niet bij zijn. Met ons Nederlands niveau hadden we prima mee kunnen draaien op dit WK tot maximaal de kwartfinale, maar dan waren we er net als Zweden, Rusland, Zwitserland uitgevlogen. Wie mijn favoriet is, nu Frankrijk, België, Engeland en Kroatië overgebleven zijn? Toch wel Frankrijk. Want die Belgen, waar iedereen nu lyrisch over is, hebben gezwijnd tegen Japan (mislukte kopbal van Jan van Tongeren) en ook tegen Brasil, dat eigenlijk de hele wedstrijd beter was. Er zijn teveel ploegen die tijdens dit WK afbraakvoetbal spelen, met 8 verdedigers. Het is gelukkig niet beloond met een halve finaleplek.

Er waren deze week ook een paar nieuws-items die bizar waren. Zoals het bericht dat er in Zuid-Europa kans is op mazelen. Er zijn zelfs vakantiegangers die serieus overwegen om hun vakantie te annuleren, gelet op het gevaar. Want voor je het weet, hebben jouw prinsjes en prinsesjes ineens rode bultjes op het tere lijfje. Brrrrr, wat een horrorscenario, toch? Misschien ben ik een prehistorische mastodont, maar wij kregen vroeger toch allemaal een keer de mazelen? Dat hoorde toch bij onze jeugd? Er ging toch niemand dood? Wat is dat voor een weekdierengedrag om zo te janken om een paar mazelen? Je creëert alleen maar huilebalken met dat over-beschermende gedrag.

Het nieuws dat Patty Brard toch weer naar Nederland remigreert, maakte me onrustig. Het zal toch niet dat deze vleesboom, ondanks een paar kilootjes minder, weer op de buis gaat verschijnen? Ze zat toch goed daar, op dat sneue Ibiza tussen al die andere neuroten met een fikse midlife crisis? Okay, die stoere villa van haar blijkt gewoon een huurhut te zijn, maar ik wil best wel een beetje betaaltikkie doen om haar daar te houden. Zelfs het nieuws dat je van het dagelijks eten van een portie noten een betere kwaliteit sperma krijgt, kon me niet meer opvrolijken. Loop naar de kloten met je noten! En van Brard wordt hij niet hard!

Ik raad iedereen, die de aankomende maanden met Ryanair gaat vliegen, aan om goed te kijken of je vlucht wel doorgaat. Er is een hele rits aan stakingen aangekondigd, omdat het personeel (vluchtchauffeurs en luchtkelners) betere arbeidsvoorwaarden wil. Best begrijpelijk, want Ryanair staat niet bekend als een fijne baas.. Maar staken? En daarmee lotgenoten die ook een klotenbaas hebben en onderweg zijn naar Malgrat de Mar naaien? Kan ik weinig begrip voor opbrengen..

Peru – Bolivia: epiloog

Het zit erop; met een harde klap zijn we weer in de werkelijkheid geland. Een week geleden genoten we nog van Ceviche in metropool Lima, 48 uur later zaten we aan de kipfilet, wokgroenten en Kartoffel-Rostbraten in mondain Kranenburg… Na een dagje kantoor, overleg en file. Pfff.

Ik kies er altijd voor om meteen de volgende dag te gaan werken. Bam, cold turkey. Niks dagje acclimatiseren, op rust komen, thuis klungelen, nagenieten. Maandagavond 19.00 uur op Schiphol geland, dinsdagmorgen 7.00 uur in de auto naar kantoor. De reden is simpel; ik wil elke vakantiedag benutten om weg te zijn, niet om thuis te lanterfanten. Bijkomend voordeel is dat jetlag weinig kans krijgt als je zo snel mogelijk in het normale ritme probeert te komen.

Het liep als een rode draad door mijn reisverhalen, dus het zal jullie niet ontgaan zijn: we hebben intens genoten van een fantastische reis. Geen relaxte vakantie, maar het maximale aan Cultuur, Natuur en Avontuur eruit halen in 4 weken. Mission completed. Er is me afgelopen dagen vaak gevraagd wat het hoogtepunt was. Maar dat is niet te beantwoorden. Qua cultuur waren de Inca-bezoeken waanzinnig, maar ook een stad als Arequipa. Qua natuur wedijvert de Amazone-jungletocht met de zoutvlaktes. En de hele reis was doorspekt met avontuur, van zandbuggys tot death roads. Er is geen duidelijke winnaar.

Alhoewel ik supergelukkig was om mijn meiden weer te zien, zou ik het liefst morgen vertrekken voor een nieuwe reis. Reizen werkt verslavend voor ons. Al na een paar geweldige eerste dagen, zaten we te filosoferen wat het volgende reisdoel zou worden. Het wordt waarschijnlijk Japan i.c.m. de Korea’s. Als Trump tenminste vriendjes blijft met Bolle Jan van Noord-Korea en de boel niet plat bombardeert. En op de lange termijn gloort de Pan-American route van Mexico tot aan Patagonië, de Trans-Siberische Express van Moskou via Mongolië naar Peking en de allergrootste uitdaging: Afrika van Noord naar Zuid met een 4Wheel Drive. We kunnen dus nog even vooruit qua plannen.

Met deze reis naar Peru-Bolivia heb ik twee targets van mijn reisverslaving gerealiseerd: ik ben nu in alle werelddelen (Noord-Amerika, Zuid/Midden-Amerika, Azië, Afrika, Oceanië en Europa) minimaal drie afzonderlijke keren geweest en ik ben door de barrière van 50 bezochte landen heen. Het nieuwe doel is alle letters van het Nederlandse alfabet bezoeken. Daarin ontbreekt nu nog een W(itte) JURK. Dus ik moet nog naar bv. Wit-Rusland, Japan, Uruguay, Roemenië en Kroatië. Mag ook Korea zijn, maar dan moeten Noord en Zuid wel eerst worden samengevoegd, anders telt het niet. Ik baal wel van Uruguay, want er is maar één land met een U. Vandaar dus ook die Pan-American trip.

En nu zit ik in Torremolinos om de 50e verjaardag van neef Bart te vieren. Samen met mijn zussen Maaike en Pietje, Ria en José en een hele rits Andalusische vrienden. En gisteren was het ook el Noche de San Juan, de langste dag van het jaar en altijd een groot nachtfeest overal in Spanje. Jullie kennen mijn motto: liever te dik in de kist dan een goed feestje gemist. Na vier weken dag en nacht doorgebracht te hebben met haar witte tapir wilde Marion ook wel een weekendje alleen doorbrengen. Groot gelijk, ik ken het gevoel. Even adempauze und Lebensraum. In het reizen zijn we volledig gelijkgestemd, daarbuiten gelukkig genoeg verschillend.

En als ik maandag thuis kom, zijn vast die 4000 fotos uitgezocht. Toch, schat? Dank voor een topreis!





Peru – Bolivia hoofdstuk 7: Manu National Park

Vorige week zondag stapten we om 5 uur ‘s ochtends in een minibus voor onze laatste grote uitdaging van deze reis; een bezoek aan Manu, midden in de Amazone. Soms is het goed dat je niet van te voren alles beseft of weet.

Onze groep bestond, naast twee onnozele Nederlanders, uit twee Belgen, zes Duitsers en een Spaanse jongedame uit Gran Canaria. We werden begeleid door gidsen Jordi en Alex, chauffeur Sandro, kok Cesar en hulpkok Paul. We mochten alleen een kleine plunjetas en onze dagrugzak meenemen, want de imperial van het busje lag volgestouwd met eten en drinken voor 5 dagen. Cusco uitrijdend was het gedaan met de beschaafde wereld. Zes uur lang hobbelen en schommelen bracht ons bij de ingang van NP Manu, ongeveer de helft van Nederland. Op het welkomstbord stond keurig aangegeven hoeveel wildlife er in Manu aanwezig was, zo’n 90% van alle voorkomende dieren in de Amazone.

Na een paar korte stops en vogelspot-momentjes waar we de slappe lach van kregen, kwamen we aan bij de Rainforst Lodge voor de eerste nacht. Er was alleen stroom op zonne-energie in de keuken. Onze hut was voor de zekerheid op palen gezet, want het wemelde van de spinnen, slangen en ander kruipende kwezels. Na een fantastische maaltijd en een stiekem meegenomen biertje zagen we tijdens de avond-bushwalk de eerste vogelspinnen (als pantoffels zo groot), kikkers in alle kleuren en maten, nachtapen en giga-slakken. Ondanks de oorverdovende herrie van het oerwoud vielen we om 20.30 uur als een blok in slaap. Ons jungle-avontuur was begonnen..



Na een vroege start met heerlijk ontbijt kwamen we twee uur later aan bij het havenplaatsje Atalaya. Een bord waarschuwde dat we naakte indianenstammen konden tegen komen en dat het niet de bedoeling was om kontakt te zoeken, ze eten, kleren of gereedschap te geven of foto’s te maken. Een paar jaar geleden had een toerist een pijl in zijn arm gekregen, omdat zijn camera werd gezien als een wapen. We waren gewaarschuwd en ik dook alvast wat dieper weg in de boot om niet al teveel op te vallen… We begonnen aan de boottocht stroomafwaarts, laverend tussen knoepers van stenen, boomstammen en stroomversnellingen. De rivier Madre de Dios is één van de hoofdrivieren van de Amazone en wij zaten op het eerst bevaardbare gedeelte vanuit de bergen. Het was adembenemend mooi vanuit de boot.



De tussenstop bij de thermale warmwaterbron betekende achteraf de enige keer warm water in 5 dagen en ook de enige keer de zwembroek aan deze reis. Laat in de middag kwamen we bij de volgende Eco-lodge aan, een half uur lopen vanaf de waterkant door de jungle. De ponchos en laarzen werden uitgedeeld, want het regenwoud deed zijn naam eer aan. Tijd om op adem te komen was er niet, want met een plastic bakje avondeten en een ontbijtzakje in de rugzak trokken we meteen de jungle in. Vlak voor de duister inviel, stonden we onder een camouflagehuis op palen, ons hotel voor die nacht… Op de bovenverdieping werden flinterdunne schuimrubber matrasjes uitgedeeld, die Marion samen met mij mocht delen. Het muskietennet eroverheen en onze royal suite was klaar. Het bakje kwam tevoorschijn, het diner kon beginnen…



Er werden waakdiensten ingesteld: iedereen moest één uur wakker blijven om elke tien minuten te schijnen op de kleilik-vijver onder ons. Die wordt door bijna alle dieren gebruikt om ‘s nachts hun mineralen aan te vullen door ‘rijke’ klei op te likken of eten. Marion was als eerste aan de beurt en al om 18.10 uur was het bingo. Er bewoog iets groots en zwarts. We tikten iedereen wakker en zagen de zeldzame tapir rustig in de klei wandelen. WTF! Marion was in de zevende hemel en keek triomfantelijk opzij naar haar andere tapir. Nadat mijn dienst er opzat, moesten we in de bush naar het ‘toilet.’ Er bewoog van alles, dus binnen 2 minuten waren we weer boven om daarna een vuistgrote vlinder uit ons muskietennet te jagen. Kapot vielen we in slaap. Er gebeurde niets meer die nacht. Tenminste, voor zover wij weten..


De volgende ochtend om 05.30 uur trok ik met gebroken rug mijn nog kletsnatte kleren aan voor de volgende étappe. In een paar uur tijd zagen we een dierentuin vol aan dieren, vooral vogels en apen. Maar het meest trotse beest liep naast mij, ‘my little Tapirgirl’. We ploegden door de modder, klommen op uitkijktorens, doorwaadden snelstromende beken en keerden pas tijdens de lunch terug in de lodge. We waren compleet gesloopt, maar na de lunch en een uurtje pauze mochten de laarzen weer aan voor de matinée-ronde. Sommige reisgenoten bleven hysterisch enthousiast bij het zien van elke gekleurde mus, maar behalve de kaaiman kon het me eigenlijk niet meer schelen. Toen we om 20.00 uur terug waren, hadden we die dag 10 uur door de modder gebuffeld. Stinkend als twee muffe otters doken we ons kribje in. Dag 3 zat erop.



Met hernieuwd élan gingen we op dag 4 vrolijk verder, langzaamaan terugvarend naar Atalaya. Van alle beesten was de capibara eigenlijk wel de lelijkste. Het is een soort van obese cavia van 40 kilo, die snel kan zwemmen. Het weer was onverwachts zonnig en de muggen bleken niet bestand tegen mijn lichaamsgeur. Normaliter word ik lek geprikt, maar door de mélange van aangekoekt vuil in combinatie met een huidverbrandende 50% sterke versie van Deet werd ik door het prikgilde overgeslagen.


De laatste dag was weer bedoeld om in een uurtje of 8 in de bewoonde wereld terecht te komen. Wagenzieke Marion stapte nog maar één keer uit, om een luiaard te bewonderen. De helse rit ging langs diepe ravijnen en deed weer denken aan de serie De Gevaarlijkste Wegen. In de namiddag kwamen we bij ons hotel in Cusco aan, totaal gebroken maar ook beseffend wat een unieke trip we hadden gemaakt. We douchten eindeloos, totdat het water van zwart via lichtgrijs langzaamaan kleurloos werd.

Vrijdag hebben we Marion’s verjaardag gebruikt om slenterend door het feestvierende Cusco bij te komen van dit adventure. En nu zijn we in Lima, in de luxe wijk Miraflores waar Joran van der Sloot zijn tweede slachtoffer maakte. Alles is hier van steen en glas met daartussen teleurgestelde Peruanen na het onterechte verlies tegen Denemarken. En zo kunnen we weer wennen aan de geciviliseerde wereld, een scherp contrast met de pure wildernis van Manu.

De vier weken zitten erop, morgenavond vliegen we terug. Marion heeft meer dan 4000 foto’s te selecteren en ik ga de epiloog als afsluiting van mijn verhalen over Peru en Bolivia voorbereiden. Peru y Bolivia: muchas gracias!!! ¡Era fantástico!




Peru – Bolivia hoofdstuk 6: de Inca’s.

De afgelopen dagen hebben wij ons ondergedompeld in de Inca-cultuur. De Inca’s hebben eigenlijk maar 150 jaar in een groot gedeelte van Zuid-Amerika geheerst, maar hun prestaties en technieken zijn zeker voor die tijd ongevenaard. Het was één van onze hoofddoelen van deze reis.

Het begon woensdag, na vertrek uit hun oude hoofdstad Cusco, met een bezoek aan de ruïnes van Pisac. De meeste bouwwerken van de Inca’s liggen bijna allemaal hoog in de bergen op haast onneembare plekken. Best logisch, want echt populair waren ze niet, die jongens. Door een strenge militaire discipline en het onderwerpen van andere volken was het slimmer om van bovenaf te kijken wie in de tegenaanval ging.

Waar ze vooral goed in waren, was van elke rivaliserende cultuur de slimste techniek en wetenschap jatten en zich eigen maken. Zo werden ze zelf meesters in waterkunde en irrigatie (Paracas), bouwwerken en astrologie(Nazca) en landbouw (Huari).Daarnaast waren ze goed voorbereid op natuurrampen (aardbevingen) en hongertijden. Totdat de Spanjaarden rond 1500 kwamen en de pest, cholera en de gele koorts meebrachten. Toen was het snel gedaan met de laatste Inca’s. Het was de genadeklap voor een groot volk, dat zelfs al hersenoperaties uitvoerden. Er staat helaas niets op schrift en dat maakt het nog steeds een groot mysterie.

In Pisac was goed te zien hoe de Inca’s slimme bouwtechnieken toepasten. Ze verstevigden de bergen met de typische terrasen, om daarop hun huizen en tempels te bouwen. En opslagschuren voor hun voedsel, vooral groentes. Dat was hun werkelijke rijkdom, het goud en zilver was alleen leuke decoratie en had geen handelswaarde. De Inca’s verbeterden honderden gewassen op een manier waar de Wageningen Universiteit nu nog groot tespect voor toont.


Na Pisac en een korte tussenstop voor een heerlijke lunch, kwamen we aan in Ollantaytambo, waar we twee dagen verbleven in een simpel maar prettig hostal. Ook dit oude dorp liet de bouwkunsten prachtig zien, maar ook slimme irrigatietechnieken en vers water voor elke woning. Het was ondertussen wel duidelijk dat de Inca’s geen ‘Legdays’ in de sportschool hielden, want mijn al forse ballonkuiten klapten bijna uit elkaar van de honderden traptredes omhoog en omlaag…


Vrijdag hebben we een prachtige toer gemaakt met een privé-chauffeur vanuit Ollantaytambo naar het Inca-foodlaboratorium in Moray en de zoutwinning van Maras. Vooral Moray was onvoorstelbaar. In drie grote ‘amfitheaters’ werden groentes gemodificeerd om op grote hoogte te kunnen overleven. Elk terrastrede had zijn eigen micro-klimaat en elk jaar schoof alles een verdieping omhoog. Na 10 -15 jaar waren planten die normaal op zee-niveau worden geteelt klaar om te worden verspreid over het Inca-rijk, hoog in de bergen. Ook de zoutwinning van Maras, uit een onverklaarbare zoute bron die uit de bergen druppelt, was fascinerend en vroeger superhandig om lamavlees te conserveren.



Om de dagtrip af te ronden aten we op het grappige pleintje van Ollantaytambo eindelijk dan cuy; cavia. Het was niet te naggelen en leek eerder op muffe rat dan een heerlijke delicatesse. Met voorsprong het ranzigste van deze reis. Daarna vertrokken we met een soort van Efteling-treintje naar Aguas Calientes, de toeristische toegangspoort naar Machu Picchu. Het ritje werd van 1,5 uur duurde uiteindelijk 4 uur, omdat er ‘s morgens een trein was ontspoord. Wij bleven gelukkig wel op de rails en kwamen heelhuids aan.



En gister hebben we dan Machu Picchu bezocht. Na al het ‘Inca-geweld’ van de dagen ervoor, waren we bang dat het tegen zou vallen. Maar we zijn van onze sokken geblazen! Wat een ongelooflijk bouwkundig fenomeen! Alle superlatieven schieten tekort om dit wereldwonder te beschrijven. We deden twee keer de hele ronde, soms in de mist, dan weer in de felle zon. De foto’s doen geen recht aan de grootsheid van dit pas in 1911 ontdekte bouwwerk. Je voelt je als moderne mens bijna minderwaardig aan dit machtige volk.


Straks, om 5 uur ‘s nachts, worden we opgehaald voor het laatste blok van deze waanzinnige reis. We gaan 5 dagen het Manu-National Park in, midden in de Amazone. Met kano’s, zonder stroom. Met muggen, zonder douche.. Van de buitenwereld afgesloten, zoals vroeger zovele Indianenstammen.

Dus ik sla woensdag over, want ik kan toch nergens uploaden. Kan Manu NP het overweldigende Machu Picchu nog overtreffen? Je hoort het volgende week zondag!

Peru-Bolivia hoofdstuk 5: brokkenpiloten en koeienneuzen

Gisteren hebben wij Bolivia vaarwel gezegd en ik denk voorgoed. Dat klinkt wellicht zuur, maar het is anders bedoeld. Van sommige landen weet je gewoon dat de kans klein is dat je er nog een keer terugkomt. En dat zal voor Bolivia ook gelden: we hebben de belangrijkste dingen gezien, een prachtige tocht gemaakt over de zoutvlaktes van Uyuni en genoten van La Paz en Sucre. Tick the box. En doorrrrrrrr..

Zondag hebben we de ochtend relaxed doorgebracht in Uyuni, maar dit kleurloze provinciestadje leeft alleen voor het toerisme en het zout. Rond de middag stapten we in de lokale bus voor een lange reis naar Potosí, door diepe dalen en hoge bergen tot over de 4500 meter. Gelukkig was deze chauffeur geen Niki Lauda en kwam Marion 4 uur later ongeschonden uit de bus in Potosí. Deze plaats is de zilverhoofdstad van de wereld geweest en helemaal leeggeroofd door de Spanjaarden, terwijl de locals als slaven in de mijnen moesten afzien. We hadden al besloten er niet te overnachten en vanuit de bus gezien was dat de juiste beslissing.

Het tweede ritje van de dag duurde ook bijna 4 uur, maar deze brokkenpiloot had suïcidale neigingen, die vanuit mijn zitpositie goed te volgen waren. Ik heb nog nooit iemand zoveel volstrekt kansloze en levensgevaarlijke inhaalmanoevres zien uithalen op een bergweg zonder overzicht. Hij gokte er gewoon op. Regelmatig moest hij vol in de ankers om niet frontaal op een tegenliggende vrachtwagen te knallen. Ik snap nu waarom er in Boliviaanse bussen een afgesloten deur zit tussen chauffeur en passagiers. Elk gezond denkend mens zou zo’n ‘Jos Verstappen’ op een recht stukkie met een panfluit knock out slaan. Maar goed, we hebben het gered en Marion heeft de MK-kotszakjes niet gebruikt. Een diepe buiging..

Na de late aankomst in Sucre was het een snelle hap en naar bed in een prachtige koloniale Hacienda. We hadden alleen de volgende dag om dit mooie witte plaatsje te bezichtigen en dus waren we weer vroeg op pad. Helaas waren de belangrijkste must-sees op maandag dicht of werden ze gerenoveerd. Het bezoek aan het Museo del Tesoro leerde ons veel over de goud- en zilverwinning en we zagen prachtige sieraden. Toch zullen we alleen het rare paardenhinnikje van de gids, aan het eind van elke zin, herinneren als we voortaan aan het Museo denken. We kregen er de slappe lach van.. De Mercado Central was daarna een heerlijk drukke belevenis, met rare producten als koeienneuzen.



‘s Avonds zaten we alweer op het lokale vliegveldje voor de korte vlucht naar la Paz. Het was, ondanks de spaarzame vluchten, een hilarische chaos. Er kwamen drie vliegtuigen aan, waarvan de passagiers over het asfalt naar de hal moesten lopen. Tegelijkertijd mochten de vertrekkende passagiers via één gate naar buiten en gokken welke vliegtuig ze moesten nemen. De controle was zo slecht dat je bijna alles mee aan boord kreeg. Bovenaan de vliegtuigtrap stond wel een verveelde luchtkelner op pumps, maar je mocht zonder boarding card gewoon doorlopen. Het vliegtuigje was voor 48 man en ik moest bukkend naar onze plaatsen achterin. Een uurtje later waren we al in La Paz.

Ook dit was een noodgedwongen bliksembezoek, omdat er alleen vanaf La Paz rechtstreeks naar Cusco in Peru gevlogen kan worden. Het was onrustig in de hoofdstad van Bolivia i.v.m. stijgende benzineprijzen en studentenonrusten. De volgende ochtend maakten we dat we wegkwamen, omdat er wegblokkades waren voorspeld. De hele uitgaande weg stond vol met oproerpolitie, klaar om in te grijpen. En dus was het rondje Bolivia klaar. Het is een fascinerend land, maar r(a)uw, vuil en veelal armoedig. Voor de inwoners continu a struggle for life. En misschien waren deze dagen door ons iets te vol gepland. Lesje geleerd..


Cusco, onze volgende bestemming in Peru, is een aangename opvolger. Het is het hart van de Inca-cultuur en uitvalsbasis voor Machu Picchu, de Amazone-natuurparken en ook bv. voor Vinicunca, de Regenboogberg. Natuurlijk is het toerisme de belangrijkste bron van inkomsten en dus is alles daar (te) veel op gefocusd. Maar het is erg prettig vertoeven en we hebben heerlijk genoten van een vrije en warme dag. Ik heb zojuist 2 kilo zeer vuile kleren afgegeven bij een lokale wasserette en die brengen het over 2 dagen keurig naar het hotel. Voor 16 Sol, een euro of 4…..


Vandaag gaan we voor een tour van drie dagen naar de Heilige Vallei, Aguas Calientes en natuurlijk Machu Picchu. Allemaal Unesco Wereld-erfgoed. Zondag horen jullie of dat terecht is haha!

Peru-Bolivia hoofdstuk 4: de zout-en hoogvlaktes van Bolivia

Na het luxe verblijf in het zouthotel Sal de Luna (met dank aan Jacqueline voor de tip) waren we helemaal gereed voor de drie-daagse jeeptocht over de zoutvlakte van Uyuni en de hoogvlaktes van de Andes. We waren gewaarschuwd dat het wat meer basic zou worden…

We werden opgepikt door een Toyota Landcruiser uit ‘88 die zijn beste tijd wel had gehad. Chauffeur Iwan bond onze reistassen op het dak, naast de extra jerrycans met benzine en water. Ons groepje van zes bestond uit twee jonge Koreanen en twee oudere dames uit la Paz. Ik probeerde drie keer te achterhalen wat de namen waren van Zuid-Korea, maar verder dan een diepe buiging en wat hese keelklanken kwamen ze niet. Voor het gemak noemden we ze Gebakken Hond 1 en 2. De dames heetten Doris en Myriam en bleken nichtjes van elkaar te zijn. We doopten ze om tot de Andes-zusjes. Dat klinkt een tikkie denigrerend, maar het is onze methode om over mensen wat te zeggen zonder hun naam te gebruiken en ze niet verbaasd om uitleg te zien vragen.

De eerste stop was bij het treinkerkhof, leuk voor de foto maar niet meer dan dat. Op een verlaten rangeerterrein stonden een stuk of 40 overbodige treinstellen uit eind 1800 weg te roesten. Het leek een scene uit een Western. Daarna sjeesden we meteen de zoutvlaktes op, terwijl ik stevig ingeklemd zat op de middelste rij tussen Marion en Gebakken Hond 2. Helemaal achterin keuvelden de Andes-zusjes vrolijk weg. Zuid-Korea bleef doofstom behalve als ik de Spaanse uitleg van Iwan mocht vertalen naar het Engels en dan een keurig ‘Ahhhh’ als respons kreeg.

Zijn Landcruiser was dan wel gammel, maar Iwan kende bijna elke zoutkorrel op de vlakte. Het was een bizarre ervaring om op zo’n inmens zouttapijt rond te toeren en rare perspectief-foto’s te maken. De lunch werd genuttigd in de bijna vergane eetzaal van het oudste zouthotel, waar in 2016 een etappe van Parijs-Dakar eindigde. Daarna scheurden we verder, op zoek naar een mooie plek voor een zonsondergang op de vlakte. Het is raar, maar tegen het schemer leek het meer een ijsvlakte in Alaska dan zout. Een paar uur later kwamen we aan in het Hostal. We kregen een simpele schotel van kip en een slaaphok zonder verwarming, met gezamenlijk sanitair op de gang naast de eetzaal… Het vroor buiten tegen de 10 graden Celsius. Hoe we ons ook wentelden in de slaapzak met 5 dekens erbovenop, het duurde uren voordat we insliepen. Dag 1 zat erop

Na het vroege ontbijt bracht Iwan ons na een helse hobbelrit naar de eerste lagoon. En ja hoor, daar waren ze: Flamingo’s! Deze maffe vogels staan met hun poten in het ijswater fel gekleurde algen op te lebberen. De hele godsganselijke dag met je poten door het ijs wandelen voor een beetje vegetarische meuk. Wat een triest leven. Maar god wat was het adembenemend mooi om te zien, met op de achtergrond de besneeuwde Andes-toppen. Ook bij lagoon 2, 3 en 4 kwamen we ogen tekort. Gebroken door de autorit en verkleumd door de kou kwamen we vlak voor het donker in the middle of nowhere aan bij een primitief guesthouse. We kregen een slaapzaaltje voor 6 man toegewezen en snel werd er een simpele schotel geserveerd. Van kip…

De halve nacht heb ik rillend wakker gelegen. Gebakken Hond 1 lag naast mij en bleek een blaffende zeehond te zijn. Gelukkig ging om 04.30 uur de wekker. Ook deze dag was douchen niet mogelijk, er waren maar twee toiletten en 1 wastafel voor in totaal 24 gasten. Tijdens het ontbijt haalde Gebakken Hond 1 een bevroren banaan uit zijn rugzak, dezelfde takkenzak waar ik ‘s nachts op weg naar de plee over was gestruikeld. De vrolijke gastheer vertelde trots dat het -18c was geweest. Viel me nog mee..

In het pikkedonker stonden we na een uurtje hobbelen al om 06.30 uur bij een nieuw fascinerend natuurverschijnsel: geisers. Met een latrinegeur van zwavel liepen we tussen de dampende, stomende, borrelende en stinkende bronnen. We zaten meteen op het hoogste punt van deze trip, 4950 meter. De omgeving hield het midden tussen maan- en vulkaanlandschap. We reden door rivierbeddingen, stuiterden over gletserkeien en driftten over woestijnzand. En ineens stonden we aan de Chileense grens. Terwijl ik zorgde dat Onze Koreaanse vrienden met een andere Jeep richting Chili vertrokken, tikte Marion even snel de grond aan in Chili. Heeft ze één land ingelopen. Tsssss..

De rest van de middag was bedoeld om weer bij Uyuni uit te komen, aan de rand van zoutvlakte. Van de 800 km in drie dagen waren alleen de laatste 35 km min of meer asfalt. Alle kleding en tassen zitten onder het stof en rode zand. We hebben zojuist voor het eerst in 3 dagen gedoucht. Het afvoerputje raakte bijna verstopt van alle rotzooi.

Week 2 zit erop. We zijn precies halverwege, maar hebben het gevoel al een maand weg te zijn. Tot woensdag!