Echte mannen

Het was een mannenweek waarin het kaf van het koren werd gescheiden. De mooiboys verbleekten in het felle spotlight van de diehards, de metroman zette de verwarming wat hoger in zijn vinex-woning, terwijl Neanderthalers in de rook van vochtig hout windkracht 8 trotseerden.

Vrijdagochtend reed ik samen met Marion de Oranjekazerne in Schaarsbergen binnen. Mijn neurotische dwang om nooit precies op tijd te komen, brak me dit keer bijna op. 7.40 uur is in het leger 7.40 uur. En niet rond kwart voor 8. Want meteen na aankomst luidde een Schotse doedelfanfare de binnenkomst van 40 militaire bikkels in. Door een haag van veel familie en beroepsmilitairen marcheerden deze mannen met 45 kilo bepakking de laatste kilometers van een 26 km speedmars. Doorweekt, koud, uitgeput, fysiek bijna aan hun eind. Maar mentaal op hun allerhoogste top. Ze kwamen hun Rode Baret van de Luchtmobiele Brigade in ontvangst nemen.

Onder hen was Philippe, de vriend van mijn dochter Anne-Roos. Wij waren als een Modern Family in volle getale aanwezig: ouders, zussen, oma, stiefvader en stiefbroers, schoonouders en schoonzus met vriend, stiefschoonouders, schoonopa en -oma. Je snapt dat het voor de jeugd tegenwoordig best lastig Kerst vieren is, want je komt eigenlijk twee weken te kort om iedereen tevreden te stellen. Na de intocht mochten we in gemene waterkou op een winderige tribune plaatsnemen voor het officiële gedeelte. Voor de verkleumde rekruten misschien wel het zwaarste deel van de 26 weken opleiding, want sommigen bleven ternauwernood overeind staan.

Ik ben niet geschikt voor het leger. Dat zal niemand verbazen. Met mijn chronische afkeer van gezag zou ik beter in Police Academy 4 kunnen meedoen dan blindelings bevelen opvolgen. Er suist bij mij altijd ‘waarom?’ in mijn oren. Ik ben blij dat ik de dienstplicht ben ontlopen. Tijdens de keuring in 1981 heb ik een nep Spaanse brief gepresenteerd, samen met mijn Spaanse geboortebewijs. Ik werd uitgeloot omdat ik toch naar Spanje zou vertrekken. Maar geen haar op mijn hoofd die overwoog om in Spaanse legerdienst te gaan. Dan werd je, in de tijd van al die ETA-aanslagen, naar Baskenland gestuurd. Neef Bart moest wel en kreeg precies 2200 peseta’s per maand, toch een dikke 15€…

Ik ben niet bangerig aangelegd, maar schrik wel enorm snel en niet alleen van clowns. De kans dat ik een plots verschijnend konijntje in het bos met 387 mitrailleurkogels zou doorboren is bijzonder groot. Conflict vermijdend gedrag, een noodzaak in oorlogsgebied, zit ook niet in me. Daarom ben ik blij dat er mannen als Philippe bereid zijn deze gevaarlijke taak op zich te nemen. Die wel voor onze vrijheid én die van anderen willen vechten. Zonder af te vragen ‘waarom?’. En die dus de discipline hebben om hiervoor keihard te trainen. Zoals de generaal tijdens zijn speech aangaf: om fysiek en mentaal hard te zijn. Bestand tegen druk. En altijd op elkaar kunnen vertrouwen. Blindelings.

Dat is een heel ander type man dan die wielrenner, miesbal Thomas Dekker. Hij zat van de week bij DWDD zijn boek ‘Mijn Gevecht’ te promoten. Wat een misselijke matennaaier. Heeft jarenlang gelogen en bedrogen. Zakken fout bloed via transfusie naar binnen gegoten, vol met doping. Ik denk dat zijn hersens door al die rommel zwaar zijn aangetast. Heeft zijwieltjes nodig om nog recht te kunnen fietsen. Je gaat toch niet je oude maten ongevraagd erbij betrekken omdat je zelf zo graag ‘schoon schip’ wil maken? Tuurlijk waren die ploegmaten ook allemaal junkies met bizarre gewoontes. Samen sjorren op de hotelkamer. Maar waarom moet je dat vertellen? Praat over jezelf, schaam je kapot of zeg gewoon eerlijk dat je poen wilt verdienen met een flutboek. Nu niet ineens iets roepen over ‘het belang van de sport’. Als je dat echt had gewild, had je tijdens je fiets carrière je muil open moeten trekken. Nu ben je te laat.

Als ik een wielrenner zou zijn, zou ik nu de naam verklappen van een ’Spaanse’ vriend die ook een gezagsprobleempje heeft en niet zo gek was op militaire dienst. Maar dat doe ik niet, want dan ben ik net zo’n matennaaier als dat wielerjong. Echte mannen doen dat zeker niet. Die lopen met 45 kilo bagage in windkracht 10. Voor ons.

img_1335

2 reacties op “Echte mannen

  1. Hey Frank, superverhaal. Ik lees het met gemengde gevoelens maar ook met grote trots omdat ik binnenkort ook Jesse mag toejuichen als hij moe maar sterk en fier met zn rode baret zijn entree maakt. Ik hoop wel op wat lekkerder weer natuurlijk 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *