Lullo’s

Vorige week lukte het niet meer, maar nu ontkom ik er niet aan. Alle vakgenoten zijn mij al voorgegaan en heel Nederland heeft een ongezouten mening over het fenomeen corpsleven gevormd. Raar, het zijn al decennia lang dezelfde rituelen.

Ik heb rond mijn 18e een tijdje rondgehangen en gezopen in het Nimweegs studentenwereldje. Het dispuut Carolus Magnus (in de volksmond Carolus Ballus) hield een dubieuze reputatie hoog. Ik had net mijn hooligan-outfit (puntlaarzen, lange leren jas, stekelhaar en veel puisten) ingeruild voor een LaCoste spencer, grijze flanel broek en mocassins. Beetje drastische make-over, maar ik was nog wat zoekende… Ineens verkeerde ik in ‘betere’ kringen. Jongens met dubbele voor- en achternamen die hockeyden, jaagden en teerden op familiegeld.

We gingen altijd eerst indrinken bij de Anita Bar. Rooie Anita had met haar liggende beroep genoeg gespaard om staand achter de bar haar nieuwe clientèle uit te kafferen. We kochten dan met een man of 15 een fust bier dat achter in het bruine hol uit onze eigen tap werd weggetikt. Twee uurtjes later verplaatsen we ons naar het dispuut huis op de Bijleveldsingel. Onderweg vielen nog weleens een verdwaalde punker lastig, maar meestal kwamen we ongeschonden aan. Ik was eigenlijk een ‘scholier’, want ik zat twee nivo’s lager op het MBO. Toch werd ik geaccepteerd vanwege mijn drankvermogen, vechtlust en verbale diarree.

Het afpilsen gebeurde in El Sombrero, beter bekend als de Hoed. De eerste bar links na binnenkomst was de Occasion-bar, waar oude vrouwen van begin 30 smachtend loerden naar een jonge hengst. De meters bier vlogen door de tent en onze zuipoutfit raakte compleet doorweekt. Er werd binnen zoveel gerookt dat je de andere kant van de dansvloer niet kon zien. Mijn corpstijd eindigde plots hier. Door de lange wachtrij voor de plee op de 1e verdieping was ik een keer genoodzaakt om over de balustrade naar beneden te balken, bovenop de overvolle dansvloer. Binnen 3 minuten werd ik door de uitsmijter Cobus de tent uit gerost, waarna een paar gedupeerden buiten nog een paar corrigerende tikken uitdeelden. Ik kreeg een entreeverbod van een jaar en met het geheugen van varkensfokker Cobus was niks mis. Hij herkende me elke week in de wachtrij buiten. De lol was er snel af, de flanelbroek werd een Levi’s en mijn leverwaardes verdwenen uit de dangerzone.

En nu hebben de lullo’s van het Grunningse dispuut Vindicat dus een sneu lijstje gemaakt. Een soort ANWB-classificatie systeem voor hun dispuut-hertjes. Die heb je in alle soorten en maten; natte tosti’s, kapstokhertjes (staan de hele avond in de kroeg te wachten totdat ze worden opgepikt), campusmatrassen. Ik heb de lijst even gedownload, maar was niet echt geschokt. Het zijn dezelfde blufwoorden als 35 jaar geleden. En vooral zielig, want ik denk dat de kneuzen die de Banga-lijst hebben samengesteld, erg gefrustreerd zijn, veel te kort komen en continu handkarren!

Tuurlijk is het hufterig voor de Almanak-meisjes. Vooral omdat je daarna ongewenst geconfronteerd wordt met allerlei internet-freaks die je bestoken met vulgaire voorstellen. En hoewel ik geen enkel respect heb voor deze corpsballen, moet ik toch wat kwijt aan de hertjes. Waarom, in godsnaam waarom, ga je met dit soort mongolen om? Waarom ben je lid geworden van het vrouwelijke dispuut? Waarom laat je je flensen door die straalbezopen gasten? Waarom wil je er bij horen? We weten toch allemaal dat vernederen en afzeiken onlosmakelijk aan het corpsleven zit gekoppeld?

Ik moet lachen om alle verkrampte reacties. De universiteiten hebben boter op hun hoofd want de meeste disputen worden stevig gesponsord door hun schooltjes. En om die schreeuwende politici liggen ik helemaal in een deuk. 75% is zelf lid geweest en teert al jaren op zijn dispuuts-netwerk voor bijbaantjes en commissariaten. Altijd zo geweest. Het is een bepaald type bestuurder die zich via zijn jaarclub en oude maten omhoog werkt. Het zijn zelden ondernemers, tenzij het familiebedrijf moet worden voortgezet. Dan gaat het overigens vaak fout.

Ik denk dat het ontgroenen zijn langste tijd gehad heeft. En terecht, want het zijn vaak barbaarse praktijken. Het zoveelste voorbeeld van vasthouden aan tradities, terwijl de tijdsgeest om aanpassing vraagt. Er is er nog één, waarvan de wind binnenkort hard door de bomen gaat waaien. Verder zeg ik niks….

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *