Nimweegse Boys ZAT-7

De anekdotes volgen elkaar op als een ratelend machinegeweer, de buikspieren zijn verzuurd na de zoveelste lachstuip, de koelkastdeur maakt slijtagegeluiden: het reünie-weekend met mijn oude teamgenoten van Nimweegse Boys ZAT-7 is in volle gang.

Begin jaren 90 heb ik in dit studenten-elftal gespeeld bij de oer-volksclub uit het Nijmeegse Waterkwartier. Er werd op zaterdag gespeeld, omdat vrijdagavond de traditionele mannen stap- en zuipavond was. Zodoende konden we de volgende ochtend wel een paar comateuze knullen uit het studentenhuis aan de Staringstraat in de auto hijsen. Een paar meurende voetbalschoenen werden uit de drekkige gang gevist en in een vale plastic tas van de Gall&Gall gefrummeld.. Meer was niet nodig, want de kleding werd centraal aangeleverd; het was dé methode was om een beetje uniform gekleed op het veld te verschijnen.

Nimweegse Boys had in Gelderland een slechte reputatie. Altijd bonje, altijd gezeik. Dat had de club wel aan zichzelf te danken, want het aantal geweldsdelicten per clublid was gelijk aan het aantal tapkranen in de kantine. Goede regionale voetballers speelden liever voor het wekelijkse envelopje met zwart geld bij de Boys dan bij bv. NEC. Als je na een extreem korte nacht met een onzekere maag het clubhuis binnenstapte, zaten er al een man of 20 aan de Sjoes: fluitjes pils met een bodempje bruin bier. We werden dan standaard verwelkomd met: “ah, daar sien de boekenwurmen”.

Er was geen team diverser dan ZAT-7. Spits Jan-Matthijs: 2 meter, 105 kilo graniet en schoenmaat 48. De verdediger die tegen hem aan botste, stuurde de rest van zijn leven met zijn kin. Spielmacher Marco, die alleen tijdens de rust de middencirkel verliet. Linksback Jeroen, aankomend theoloog met veel zelfreflectie, een zeldzaamheid. Als hij luid over het veld riep: “ik kan er vandaag weer niks van”, werd dat door iedereen hardop bevestigd. Rechtsback Harm, die als enige die hele wedstrijd bleef draven. Als hij tenminste na 3 minuten eerst even had overgegeven, om op gang te komen. Het was een bonte mix van nog studerende lullo’s, beginnende carrièremakers en fulltime werkende doeners.

Vreemde eend in de bijt was onze keeper Gerrie Alofs. Al jaren vleesuitbener bij Honig en door ons gecontracteerd omdat niemand wilde keepen. Gerrie voelde zich als topkeeper miskend. Hij camoufleerde zijn angst door elke aanvaller, met gestrekte benen vooruit, te torpederen. Zijn schoenmaat-IQ maakte communiceren lastig. Elke week probeerde hij van iedereen een knaak te krijgen om de voetbalspullen thuis te wassen. Dat leverde meestal maar 20 ipv 40 gulden op, waarna hij weer werd uitgekafferd door zijn vrouw Linda, een graatmagere tante Sidonia die een hekel aan ons had. Gerrie jatte ook altijd shampoo. Totdat we er een keer visolie in hadden gedaan. Het jaren 80’-haarmatje in zijn nek glom 4 weken later nog.

Voetbalhumor is vaak plat en lomp en werkt alleen voor mannen. De competitie bracht ons vaak naar zompige kleivelden in de Betuwe. Opheusden, Lienden, Kesteren, Valburg. Toen tijdens één van deze wedstrijden de ochtendmist was opgetrokken, ontwaarden wij bij de tegenstander op het middenveld een fragiele Ambonees. Met een ontbrekende linker-onderarm. Bij zijn eerste balaanname riep iemand bij ons keihard “HANDS!” en dat viel verkeerd. Het was meteen aanleiding voor een massale knokpartij. Harm mocht dan na de gestaakte wedstrijd in Nijmegen de papierwinkel afhandelen. En aan de voorzitter, de legendarische Nijmegenaar Hein Graat, uitleggen wat er was gebeurd. Graat; prachtige naam voor een kogelronde visboer van 160 kilo. Het was trouwens een ondankbare taak om van dit groepje ongeregelde outlaws elftalleider te zijn. In de tijd zonder groeps-whatssapps en mobiele telefoons was dat bijna een kansloze missie.

Elke wedstrijd werd in het clubhuis geëvalueerd. Tien gulden lappen, meters bier, schalen met in mootjes gehakte frikadellen met mayo, curry en ketchup. Meestal moest ik daarna snel weg om de avonddienst in Hotel Atlanta of het Casino te werken, tot een uur of 3 ’s morgens. Dan nog even naar de Ambassadeur en op zondag net op tijd wakker voor Studio Sport. Andere tijden. Na een paar jaar waren mijn al gammele enkels totaal versleten. Op mijn hoogtepunt gestopt…

Het is niet moeilijk om 20 columns te vullen met sterke verhalen uit de Boys-tijd. Maar duty calls, we moeten naar FC Barcelona tegen Valencia. Tijd om weer eens te winnen, na twee dramatische weken. Het zal toch niet?…..

image

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *