Leed is geen wedstrijd

Omdat ik regelmatig een stukje schrijf, lees ik met veel bewondering hoe professionele woordkunstenaars, meestal met weinig woorden, haarscherp iets neerzetten. In een wereld van excuses, raar praten en verbloemen van de werkelijkheid (zoals Hugo de Jonge weer liet zien) is het kleine woord of een rake zin heerlijk eerlijk.

Een van mijn grootmeesters is Thomas Verbogt, vaste columnist op pagina 2 van het AD/de Gelderlander. Elke weekdag beschrijft hij in 200 kraakheldere woorden het dagelijks leven. Maandag fileerde hij de NS op meesterlijke wijze na de onbegrijpelijke totale landelijke storing. Hij vond de clichés en excuses van het NS-opperhoofd zo slap dat ze bijna kwetsend waren. Daarbij had hij het ook over het leed die zo’n storing veroorzaakt. Hij wilde niet klagen omdat er veel in de wereld aan de hand is, maar merkte wel op: ‘leed is geen wedstrijd’. Laat het even op je inwerken.

Al 5 weken zijn wij in de ban van de oorlog in Oekraïne. Het heeft in Nederland veel meer impact dan pakweg Syrië, Jemen, Somalië of Myanmar. Want het is in de buurt (Europa), wij merken direct de gevolgen in de portemonnée en zijn bang dat we er zelf bij betrokken raken als de NAVO zich ermee gaat bemoeien. Kortom, een asielzoeker uit Oekraïne kan op veel meer empathie en hulp rekenen dan een gemiddelde Afghaan, hoezeer wij daar zelf medeverantwoordelijk waren aan de puinhoop. En daarom was de opmerking ‘leed is geen wedstrijd’ zo treffend.

In ieders privéleven gebeurt het. Je vertelt wat je overkomen is (“ik heb een week bekaf op de bank gelegen met Covid”) en de ander gaat er met overtreffende trap overheen (“dat is nog niks, ik heb 3 weken op een klapstoel bij de 1e hulp gezeten!”). Of je vertelt over de zware ziekte van een goede kennis, en je gesprekspartner begint over de oom van de buurman van de achternicht in Groningen die op zijn 88e een verschrompeld plasbuisje heeft gekregen door een opstandig prostaatje. Terwijl het geen wedstrijd is..

Soms word je ook verrast door de spitsvondigheid van iemand. Toen Femke Louis en een paar andere snuiters na de eerste maanden Corona riepen “#wij doen niet meer mee!#”, viel heel Nederland over hen heen. Een organisator van een illegaal mega-feest gaf in een talkshow aan spijt te hebben van zijn ondoordachte actie, waarop Britt Dekker, voormalig dom blondje, de briljante woorden sprak: “Spijt is verstand dat te laat komt”. BAM!! Want het gemak waarmee mensen achteraf ‘spijt’ hebben is gênant. Zeker gevolgd door de dooddoener: “ik heb toch sorry gezegd?”.

Het is lastig om tegenwoordig eerlijk te zijn of je mening te geven. Veel mensen hebben een kort lontje, dat snel in de fik vliegt en als een BUK-raket terug knalt. We zijn ook bang aan het worden, vooral voor de publieke opinie. De burgemeester van Valkenburg heeft in al zijn wijsheid besloten om de eeuwenlange traditionele kanonschoten op Koningsdag af te lasten. Omdat de saluutschoten bij de Oekraïense vluchtelingen heftige reacties zou kunnen veroorzaken. “Fijn dat we met de schutterij goede afspraken hebben kunnen maken”. Ik vind Daan Prevoo, zo heet de flapdrol met ketting, een kwezel. Er zijn maar 14 vluchtelingen in zijn dorp. Regel dan een half uurtje een silent disco voor ze met Rowwen Hèze en laat die 16.000 inwoners gewoon genieten van de knalletjes. Ik vind het spreekwoord “Wie bang is voor bramen moet uit het bos blijven” wel passen bij Daantje.  

In de trein naar het vliegveld van Barcelona afgelopen maandag weigerde een knul zonder kaartje zijn legitimatie te laten zien aan de nerveuze conducteur van rond de 60. De noodrem werd erop gezet, de discussie duurde al een minuutje of 5, waarbij de knul steeds dreigender tegenover de kaartenknipper kwam te staan. Ik keek om me heen en zag 2 dames van mijn leeftijd mij knikkend aankijken. Tegelijkertijd sprongen we op en begonnen in onvervalst Catalaans het huftertje uit te kafferen. Hij schrok zich het apelazarus en sprong naar buiten. De bezwete conducteur deed de deur dicht en bedankte ons uitgebreid.

Was het een slimme actie? De andere, jongere treinreizigers bleven tijdens het incident op hun mobieltje staren. Onder het motto: voorkomen is beter dan genezen. Maar vaak ben je te bang!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.