Heb je geen tientje?

Gisteren waren we weer eens op pad voor een paar virtuele boodschappen. In de enige echte oudste stad van Nederland. Het is niet mijn hobby, slenterend winkeltje in en uit. Ik krijg dan van Marion een paar gerichte opdrachten en verder het verzoek vooral uit de buurt te blijven. Kost geen moeite.

Op het lijstje (what’s new..) stonden veel praktische dingen: een eiersnijder (Blokker), een weegschaal (geen idee waarvoor), twee leesbrillen (zit ik ineens op +2), een nieuw glasplaatje voor mijn Iphone (iets te hard op tafel gekwakt), 3 Tupperware mengkommen. Ook de sufste winkel van Nederland (de A.N.W.B.) stond op het lijstje: een nieuw plastic houdertje voor de tolbadge (kostprijs € 0,15, verkooprijs € 3,99). Ik keek stiekem om me heen, bang om bekenden tegen te komen. Maar godzijdank alleen maar A.N.W.B.-stelletjes: op zoek naar unisex windjacks, identieke polo’s en dezelfde afritsbroek.

Tijdens een verplicht blijf-uit-mijn-buurt-momentje, liep ik naar de ingang van een troosteloze winkelpassage. Onvermijdbaar botste ik bijna tegen de strategisch gepositioneerde verkoper van de daklozenkrant. En die kennen hun pappenheimers, want hij zag in mijn ogen dat hij beet had. En dat klopt, want ik heb een zwak voor de randfiguren of minder gelukkigen van onze maatschappij. Misschien pech gehad, soms zelf veroorzaakt, wellicht gebrek aan goede vrienden of fijne familie, maar je staat daar niet voor je lol een krantje te verkopen. Ze zijn bij mij altijd aan het goede adres.

Vladev (een gokje, hij zag er Slavisch uit) was een jaar of vijftig, miste 4 voortanden en lispelde de schitterende openingszin: “mooi krantje voor u meneer, voor maar € 2,=”. Ik trok mijn portemonnee, gaf Vladev er een briefje van € 5,- uit en zei dat hij dat krantje aan iemand anders mocht verkopen. Met zijn ogen was niks mis, want hij had wat meer briefjes zien zitten en vroeg bijdehand: “heb je geen tientje?”. Lachend vroeg ik wat hij ermee ging doen, “voor de nachtopvang vriend”, was zijn logische antwoord. Ik gaf hem het tientje en zei dat hij voor die andere € 5,= maar bier moest gaan kopen. Vladev sloeg mij hardop lachend op de schouder en sloot af met: “dat ga ik dadelijk meteen doen, vriend!”. En zo gingen we uit elkaar.

Op zoek naar Marion vroeg ik me af waarom die € 15,= voor Vladev mij gelukkig maakte. Is het medelijden? Of koop ik mijn eigen welvaart af? Doe je het uit besef van je eigen bevoorrechte positie, met lieve mensen en familie om je heen en zonder zorgen over de basisbehoeftes van het leven? Of is Vladev’s afhankelijkheid van de gunsten van anderen mijn grootste nachtmerrie? Feit is ook dat ik mijn hele leven al liever geef dan krijg. Omdat ik mij daar prettiger bij voel. Het is dus waarschijnlijk ook gewoon eigenbelang, dit shotje van het gelukshormoon serotonine.

Mijn Gambiaanse vrienden weten ook altijd de gevoelige snaar te raken. Normaal houd ik er geen rekening mee dat een ‘geleend’ bedrag voor een ticket, een trouwjurk of schaap ter ere van het Suikerfeest terugbetaald wordt. Als het dan onverwacht toch gebeurt, is dat een meevaller. Als ik zie hoe veel offers die jongens moeten brengen om in een vijandige wereld wat geld te verdienen om een heel peloton aan familieleden van eten en van een dak te voorzien, benijd ik ze niet en prijs ik mezelf weer gelukkig met mijn ‘gemakkelijke’ leven. Het is een soort van directe ontwikkelingshulp en wij hebben zelf ruim twee jaar geleden in Gambia kunnen zien hoeveel mensen daar baat bij hebben.

Het is best moeilijk om mensen als Vadlev een nieuwe kans te geven op een ander leven. Vaak is er geen normaal ritme meer te ontwikkelen om te werken. Te lang uit het proces, te weinig in staat om nog te functioneren binnen ‘normale’ werknormen. Het is top dat er sociale bedrijven zijn die de tijd en energie erin steken om het te (blijven) proberen. Een hele diepe buiging voor zoveel geduld en aandacht.

Maar het mooiste zou zijn als we allemaal wat meer begrip zouden hebben voor de afwijkingen. Dat niet de gangbare norm bepalend is, maar juist de individuele uniciteit. Omzigt boven het partijbelang. Depay boven het team. Of gaat dat te ver?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.