Afrikaanse koorts

Het is de laatste zondag in Afrika. Voorlopig dan, want ik kom hier terug. De intensiteit waarmee Afrika je opslurpt, is zelfs voor een reisfreak als ik overdonderend.
Maandag zijn we naar Johannesburg gevlogen. De 3 dagen daar waren met name bedoeld om de geschiedenis van de apartheid te ervaren. En weer lekker te eten na de treurige hotelprak in de Mugabe-lodge. De eetmissie slaagde al meteen de 1e avond, bij een top steakhouse met 400 gram rib eye voor $ 9,= …

Jo’burg (of Jozie) is nog steeds een lelijke, vuile en soms gevaarlijke stad. Tijdens de stadstour was het contrast tussen de positieve woorden van de gids en de harde werkelijkheid vanaf de dubbeldekker enorm. Er is geen enkele reden om Jo’ burg bij jullie aan te bevelen. Bergen afval, autowrakken en lelijke, vervallen gebouwen bepalen het straatsbeeld. Het is ook een rare gewaarwording om je als blanke ergens totaal onwelkom te voelen. Zo moet apartheid omgekeerd gevoeld hebben. Het 3 uur durende bezoek aan het Apartheid Museum was adembenemend, maar ook misselijk makend. Pas 25 jaar geleden is deze waanzin ten einde gekomen. Ontluisterende raciale hardheid.

De fietstocht door Soweto was daarom extra verrassend. Alleen maar vrolijke, lachende en zwaaiende mensen, hoe arm dan ook. Soweto heeft bij ons de naam als 1 grote gevaarlijke zwarte achterbuurt, maar bestaat uit veel subwijkjes met enorme verschillen. Treurige sloppenwijken, maar ook ‘luxere’ gedeeltes, door de inwoners zelf Beverly Hills genoemd. Je zou verwachten dat je zo snel mogelijk uit Soweto wilt vertrekken als je een beetje geld hebt, maar dat wordt gezien als verraad aan je roots. Oliver, onze Rasta fietsgids, legde uit dat je dan beter een BMW (Be My Wife) als statussymbool kunt kopen. In Soweto is de opstand tegen apartheid nog steeds levendig en voelbaar. Lopend in het piepkleine huisje van Nelson Mandela besefte ik me het weer. Hoe dapper zijn sommige mensen om met gevaar voor eigen leven te vechten voor een betere en rechtvaardigere wereld. Een diepe buiging. Ook voor Winnie Mandela. In het Westen verguisd, maar in Soweto net zo groot als haar ex. Ik heb me geen seconde onveilig gevoeld in Soweto, in tegenstelling tot downtown Jo’burg.

Donderdag zijn we rijdend met de huurauto uit Jo’burg vertrokken richting Mozambique. Op de valreep nog snel een extra formuliertje opgehaald om de grens over te kunnen steken, want Mozambique is geen favoriete bestemming voor de autoverhuurmaffia. Tot aan de grens kwamen we door continu wisselende landschappen, lijkend op Toscane, de Australian Outback, de Pyreneen of Oostenrijk. Adembenemend mooi, je kon hier en daar de avocado’s gewoon van de boom plukken. Onderweg kwamen we langs plaatsjes als Geluk, Berg en Dal, Middelburg, Alkmaar. Gelunched in Nelspruit, waar voor het WK in 2010 een giga-stadion is gebouwd. Als een olifantendrol, een soort A’dam Arena, ligt het in the middle of nowhere. Twee keer gebruikt…. Het was wel stilte voor de storm.
Vanaf de aankomst bij de grens met Mozambique kwamen we in een soort snelkookpan terecht. We werden omringd door honderden straatverkopers, ritselaars, ge√ľniformeerde dienstkloppers en militairen met Uzi’s. Met de deuren op slot bleven de dames achter, terwijl ik probeerde de visa en de autopapieren goedgekeurd te krijgen. Geholpen door ritselaar Roy, die handig de eindeloze rijen omzeilde door zelf achter de schermen de juiste stempels te zetten. We strooiden met wat geld en stopte geldbriefjes in onze paspoorten die er haast onzichtbaar door de grenspolitie uitgehaald werden. Roy verdiende aan mij een weeksalaris, maar 30 minuten en $ 35 later sjeesde ik in volle vaart Mozambique binnen. Missie geslaagd, nog 80 km tot Maputo. Piece of cake…. Dacht ik..

Al na 3 km klapten we met onze hoofden tegen het dak van de auto, toen we gelanceerd werden door iets op de weg. Het bleek een verborgen verkeersdrempel. Die lag daar zomaar, terwijl je er 120 km p/u mocht rijden. Het was het begin van de meest bizarre autorit van mijn leven. Er bleken namelijk geen echte (verkeers) regels te zijn in Mozambique. Draaien op de snelweg? Mag! Markt houden in de middenberm? No worries! Geen licht aan? Boeien! Inhalen op een 2-baans weg met tegenliggers? Gewoon doen! Op de grond slapen op de vluchtstrook? Why not! Met een onwillige koe oversteken? Sure! Van de linkerberm ineens voorlangs rechtsaf slaan? Just do it! Volgens Marloes heb ik 6 dodelijke ongevallen voorkomen. Ze kan er eentje gemist hebben, maar het klopt wel ongeveer.

Pas twee uur later kwamen we in het straatarme Maputo aan, tijdens de avondspits. Alles krioelde door elkaar, kroop voor, sneed af, blokkeerde, toeterde en bumperkleefde. Omdat ook straatborden en wegbewijzering ontbrak, was het een helse klus om zonder Dom-Dom de ferry naar de overkant van de baai te vinden. Vlak voor 19.00 uur ’s avonds stonden we toch in de rij te wachten om de baai van Maputo over te steken naar ons hotel in Catembe. De 30 minuten dienstregeling was waarschijnlijk van voor de burgeroorlog, want pas om 21.00 uur reden we voorzichtig het gammele schipje op. Als laatste kwam nog een grote biertruck aan boord, waarschijnlijk getipt dat ik was aangekomen. Het bootje schommelde alle kanten op. Het is geen wonder dat er in Afrika veerboten zinken…. Maar wij haalden de overkant.

Daar aangekomen, was er niets. Geen weg, geen licht, alleen mensen lopend in het donker en een onduidelijke, summiere routebeschrijving naar Catembe Marisol Hotel. Het was puur geluk dat Marion bij het eerste neonlichtje, na 5 km hobbelen, aan een bewapende beveiliger vroeg waar het hotel was en deze zei: Aqui! Na een reis van 550 km in 12 uur, waren we doodmoe op onze bestemming aangekomen. 4 bier later was ik knock out. De skyline van Maputo aan de overkant werd steeds vager en ik werd door 3 dames in bed geduwd.

Ons hotel doet denken aan het Exotic Marigold Hotel uit de gelijknamige film. Dure materialen, prachtige indeling en ligging, maar vergane glorie en slecht onderhouden. Onze badkamer heeft een high-tech hydro multispray douche-installatie. Maar geen douchegordijn… De hele badkamer loopt onder en de toilet wordt automatisch gevuld met douchewater. En toch is het top. We ontbijten in een beach-house boven de Indische Oceaan en we lunchen ’s middag met tigershrimps, als kipfilets zo groot. Overdag pakken we de ferry om de baai over te steken naar het levendige en hectische Maputo, de markt te bezoeken (een stalletje vergeleken bij La Boqueria… ), rond te struinen voor souvenirs, seafood te eten en ’s avonds vluchten we terug naar de oase van rust.

Ik voel elke dag de tijd wegtikken en bereid me langzaamaan voor op terugkeer naar de Europese realiteit. Met tegenzin. In de spaarzame momenten dat we niets doen en de dames uitrusten, struin ik over het strand of rijd ik met huurauto een stukje niemandsland in. Bang dat ik iets mis. Ik heb Afrikaanse koorts gekregen en wil meer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *