Reizen door Spanje capítulo 1: De Pyreneeën en Baskenland

Ja, die zagen jullie niet aankomen, hè? Na bijna vier maanden radiostilte, op wat oude blogs na, vanuit het niets weer een post. Maar beloofd is beloofd, mijn reisverhalen zou ik voortzetten. En na een lange zomer, voor mij werkend in NL en voor Marion als gastvrouw fungerend  in een drukbezet Rosamar, hebben we ons reisplan omgegooid om in ons eigen Spanje toeristje te spelen. Geen Bali of Koh Samui deze keer, dat heeft echter niets met vliegschaamte te maken. Ik moet nog 1 miljoen bomen planten om ons Ryanair-gedrag te compenseren…..

Vorige week zijn we vertrokken richting Huesca, een lieflijk provinciestadje vlak onder de Pyreneeën. Rustig cruisend over B-wegen, bewust de snelwegen vermijdend, kwamen we aan in Loporzano, vlakbij het Natuurpark Sierra de Guara. Marion heeft allemaal Casas Rurales uitgezocht, oude luisterrijke privé-huizen van eigenaren die er nog een beetje B&B bij doen. Casa Boletas kwam zo uit een boek van Isabel Allende. Onze kamer keek uit op de imposante bergen van de Sierra. Het dorpje Loprozano bestond uit 16 huizen, een gammele kerk, twee paardenstallen en iets wat op een kroeg leek. Daar waren de lokale vutters verwoed aan het kaarten en mochten wij aan de bar hangen, de pindabasten onder onze voeten aanstampend. Bij het afrekenen kwam de grote schok; 3 bier, twee grote bellen Rode wijn en een halve vrachtwagen pelpinda’s voor € 4,20. Toen Marion een briefje van € 20,= trok, brak er paniek uit of er wel genoeg wisselgeld in de kluis achter de toiletrollen in de bar aanwezig was. Na een vrolijke afscheidsceremonie vielen wij uitgeput in slaap in ons hemelbed.

De volgende ochtend koersten we over uitgestorven bergweggetjes naar het stuwmeer. Het was overdonderend mooi, groots en imposant, het water intens turquoise.  De wandeltocht leverde hilarische momenten op. Vleermuizen zoefden over ons hoofd in de grottunnels, bokken en geiten stoven mekkerend en geïrriteerd weg. Dit was hun terrein en ze wensten mid september niet meer gestoord te worden door een stampende ‘Duitser’ en een chocoladebruine ‘inheemse’.

Enthousiast en goed gemutst koersten we richting Pamplona in Navarra, beroemd om zijn jaarlijkse San Fermín feesten in juli.  Maar voor ons was de eetcultuur het absolute hoogtepunt. Ik heb nog nooit zoveel restaurants, tapabars, en eetcafés bij elkaar gezien. Het was een Walhalla voor twee smulpapen. In Pamplona, op de rand van Baskenland, worden honderden varianten van Pintxos geserveerd. Het zijn serieus grote hapjes, bijna altijd op brood geserveerd, die je met moeite in twee keer verorbert. Ze doen trouwens ook niet misselijk met de wijnen die ze erbij schenken. Bijna  alle wijnen worden per glas geserveerd, ook de topwijnen uit de naburige streken.

Na het bacchanaal en een prinsjesnacht in Casa Rural Lakoak besloten we de volgende dag de toeristische kant van Pamplona te ontdekken. Dat lukte aardig, met o.a. de indrukwekkende tentoonstelling Occidens in de kathedraal. Daarna liepen we de beroemde (of beruchte) route van San Fermín, waar de stieren door de straten worden gejaagd in de richting van de arena. Elk jaar vallen er doden en we snappen wel waarom. Ik gleed in de gevaarlijkste bochten twee keer uit en landde pardoes aan de bar van de beste pintxos-tenten. Je wordt vanzelf wankel en dan kan de stier gemeen wraak nemen op deze eeuwenoude traditie, die wij nooit zullen begrijpen..

Het was tijd om de ruige kust van Baskenland op te gaan zoeken. We hadden veel geluk met het weer, want de Golf van Biskaje zorgt 250 dagen per jaar voor stevige buien. Maar de zon scheen uitbundig, het landschap wisselde continu en de route was adembenemend.  We kwamen laat in de middag aan bij Metuxku, een Casa Rural midden in de wijnvelden, waar de lokale witte Txakoli wordt gekweekt. Ook hier een hartelijk ontvangst met veel tips & tricks voor de omgeving. Het zijn trouwens allemaal dames van rond de 60 die dit soort guesthouses runnen. Ze lijken ook een beetje op elkaar, een soort van vriendinnenclub, met minder aandacht voor uiterlijke schijn, mooie kleding of make up. Maar ruimschoots gecompenseerd met een tomeloze gastvrijheid en hartelijkheid. En overal snuisterijen.Theelepel-vrouwtjes noem ik dat.

Met de bezoekdagen aan San Sebastián, de culinaire hoofdstad van Spanje, in het verschiet, besloten wij deze avond kalmpjes aan te doen en ons geestelijk voor te bereiden op de Baskische dagen. Woensdag meer daar over. Fijne zondag!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *