Peru-Bolivia hoofdstuk 3: werelden van uitersten

Ik verliet jullie zaterdagavond (zondagmorgen Nld-tijd) een paar uur voordat we in de beroemde Colca Canyon naar de condors gingen kijken. De route ernaar toe ging weer door adembenemende berglandschappen. Veel beschavingen, al ver voor de Inca’s, hebben hier inventieve irrigatie-methoden gebruikt om op de woeste bergheuvels 300 soorten aardappelen, guinoa, graan en fruit te verbouwen.



Maar het doel was om dichtbij de opstijgende condors te komen en dat is gelukt! Een groep van 15 van deze lelijke grote gieren bleef lang boven ons hoofd zweven op de termiek. Ze kunnen maanden zonder eten, omdat ze onder hun kin een soort van Tupperware-opvangzak hebben waar ze 4 kilo aas kunnen opslaan om later lekker op te peuzelen. Best handig, ik ben al een heel eind…

Na de lunch begon de ellende. De busreis naar Puno was betoverend mooi, maar niet als je je condor-reserves terug naar buiten stuurt. Marion was erop voorbereid en had stylische Michael Kors-Kotszakjes gekocht, met een prettige gel onderin, om de massa en de geur te absorberen. De chauffeur deed ook niet echt zijn best, want hij scheurde als een debiel rakelings langse diepe afgronden en haalde roekeloos in. Dan duurt zes uur best lang. Maar ik heb intens genoten, met alle folkore langs de routes tijdens de stops.


Puno was niet meer dan een tussenstop richting Bolivia en een uitgeputte Marion heeft niets gemist. De volgende ochtend kwamen we met Bolivia-Hop, een handige touroperator waar je overal kan op- en uitstappen, aan bij de grens. Het ging er wat anders aan toe dan in Europa, want we moesten de bus uit met bagage en al om de grens over te lopen, ondertussen twee douaneposten passerend. Peru en Bolivia zijn niet hele grote vrienden meer na talloze vrijheidsoorlogen tegen vijand Chili. Bolivia had ooit een brede strook aan de kust, maar is na deze oorlogen een opgesloten hoogland geworden zonder zeeverbinding. Hun dank voor het jarenlang helpen van buur Peru…

Rond de middag kwamen we aan in Copacabana, een dorp aan het meer van Titicaca. Het klonk veelbelovend, maar was best een slap aftreksel van een hippe strandplaats. Het Titicacameer is het hoogst bevaarde meer op de wereld. Het ligt op 3900 meter en is bijna net zo groot als Gelderland en Overijssel bij elkaar. De beroemde rieteilanden waar de indianenstam Uro’s op wonen hebben wij uit tijdgebrek overgeslagen. Wel hebben we een boottochtje gemaakt naar Isla de Sol, waar volgens de legendes de Inca-koning is geboren. Met op de achtergrond de imposante pieken van de Andes.

De afgelopen twee dagen zijn we van onze sokken geblazen van La Paz. Zo groot, zo druk, zo intens hebben we niet eerder meegemaakt. Geklemd tussen een aantal hoge bergen zitten naar schatting 3 miljoen mensen op elkaar gepakt. Hoog tegen de berg liggen de krottenwijken in typerende rode baksteen in elkaar geflanst. Met de nieuw aangelegde telecabines hebben we alle hoeken van de stad gezien en zijn we meer dan verrast. Overdonderd eigenlijk. Wat een stad.


En nu zijn we, na een korte vlucht van een uur, aangekomen in het zouthotel Sal de Luna in Uyuni. Nog een dagje relaxen in een 100% uit zout opgetrokken luxe hotel. Een unieke ervaring, vooral door de bizarre ligging: aan de rand van de immense zoutvlaktes. Daar gaan we de aankomende 3 dagen met een Jeep overheen crossen, gecombineerd met primitieve maaltijden en dito slaapzalen. Het termo-ondergoed gaat van pas komen, want het wordt ‘s nachts rond de -15 graden. Da’s andere koek dan Nld op dit moment. Gelukkig ben ik goed geisoleerd..

We zijn pas anderhalf week onderweg, maar hebben ervaringen voor een maand. Je merkt dat ik superlatieven tekort kom. To be continued!

Één reactie op “Peru-Bolivia hoofdstuk 3: werelden van uitersten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *