Gabber Gambiaan

Goed nieuws! Het is mijn vriend Ibrahim gelukt. Binnen een maand na aankomst in Gambia heeft hij een nieuwe vrouw gevonden en is er ook maar meteen mee getrouwd. Sterker nog, ik vermoed dat Hallah, zijn nieuwe bruid, een maand geleden nog nietsvermoedend over de mangoplantage kuierde.

Hallah is 20 jaar, ineens moeder van drie kinderen en geluksvogel. Op Whatsapp waren veel kandidaten voorbij gekomen de afgelopen maanden, maar daar zat Hallah niet tussen. Ik had samen met Ibrahim een shortlist gemaakt, met Fatou als grootste kanshebber. Maar haar ouders stemden niet in met het huwelijk. In Gambia is een getrouwde vrouw geen lid meer van haar eigen familie, maar “ben” je van je man. Fatou’s ouders vonden de bruidsschat te karig om hun dochter af te staan. Een goede dochter moet je pensioen veiligstellen. Kunnen mijn schoonzoons vast rekening mee houden. Om ze een beetje voor te bereiden: ik lunch elke dag buitenshuis, golf wekelijks twee keer, maak elk jaar een verre reis en houd van grote PC-Hoofttractors. Misschien handig om vast te gaan sparen….

Wel jammer dat ik het gisteren (ook weer per Whatsapp) moest vernemen, want ik zat dus voor niets in de pre selectie-commissie. Maar het fotootje van Ibrahim en Hallah was wel schattig. Wedden dat er over 9 maanden een Marion-Dos rondloopt, als halfzusje voor Fatimata, Aisatu en Frank-Dos?

Over een maand of 15 gaat in Ibrahim’s dorp het grote trouwfeest plaatsvinden. Marion en ik zijn door Ibrahim als eregast uitgenodigd, waarbij Marion zelfs in Gambiaanse traditionele feestkledij als bruidsmeisje moet verschijnen. Het zal misschien raar aanvoelen, want net als Ibrahim’s kinderen zijn de meeste locals niet gewend aan blanken. Ooit vroeg Aisatu bang aan haar vader of hij mij wel durfde aan te raken… Ibrahim vertelde eens dat Kunta Kinte in het naastgelegen dorp was geboren. Deze hoofdpersoon uit de beroemde serie Roots uit de jaren ’80 (kortgeleden nog herhaald) werd pas 200 jaar geleden vanuit Gambia op een slavenschip naar Amerika ontvoerd.

Tegenwoordig gaan de jongens “vrijwillig” op zoek naar een betere toekomst. Om uiteindelijk in een vijandige omgeving als gelukzoeker te proberen hun hoofd boven water te houden en genoeg geld naar huis te kunnen sturen. Want dan ben je geslaagd. Falen of berooid terugkeren is geen optie. Gezichtsverlies voor de hele familie. En dan wachten er geen lekkere jonge bruiden in rijen van 10.

Ik mis hem wel, mijn gabbertje. En ook ons tweewekelijks geprietepraat en het samen klussen. Ik heb sinds gisteren 15.000 kilo afgegraven zwembadgrond rond mijn huis liggen, die ik best graag op het gemeente plantsoentje aan de overkant van de straat zou dumpen. Mooi klusje voor Ibrahim. Vooral ook omdat er geen apparatuur met stekkers bij nodig is. Want die sloopt ie altijd. Ik ben aan mijn 4e elektrische heggenschaar, 3e bosmaaier en 2e boor toe, allemaal dankzij hem.. Elk jaar zaagt hij met de heggenschaar door het verlengsnoer, bij het snoeien van de coniferen. Het is een onvermijdbaar ritueel. Het is geen lak aan andermans spullen. Ik zag het vorig jaar overal in Afrika: alles wordt gedaan en gebruikt voor het hier en nu. Morgen is al ver weg, volgend jaar een niet te bevatten surrealistische utopie.

Mijn reisbureau GambiaTours draait trouwens op volle toeren. Maandelijks verzorg ik wel een boeking van een retourtje Gambia, Mali of Senegal. Ik heb net een paar alternatieve routes toegevoegd, die vliegen naar Gambia nog goedkoper maken. Bv. via Casablanca met Maroc Air is 12 uur langer vliegen maar € 100,= goedkoper. Of vliegen naar Dakar en dan met de boot naar Banjul, de hoofdstad van Gambia. Ook een echte prijspakker. Nog even doorbuffelen en dan kan ik waarschijnlijk met een oude Fokker zelf dagelijks lijndiensten gaan verzorgen. Stewardessen selecteer ik wel uit mijn Whatsapp-fotos. Het zoeken is alleen nog naar een piloot die niet besprongen is door die nymfomane purser van Transavia. Kan nog weleens lastig worden, want ze heeft een dagboek bij elkaar gewipt op 10.000 feet. Of had ze een ruime fantasie, saai sexleven en schrijfambities?

Het blijft fascinerend om naar andere culturen te kijken. Het is een verrijking om Ibrahim als vriend te hebben, omdat alles in zijn wereld anders is. Anders; niet slechter of minder.

image

Amsterdamned

Weer te laat. Als het zo doorgaat, kan ik het beter Laat op Zondag gaan noemen. Dit wordt waarschijnlijk ook geen samenhangend verhaal. Er zijn mijn momenten dat mijn eigen ijdelheid in de weg zit. Toch Vroeg op Zondag wat willen schrijven, in plaats van kreunend en snurkend onder een vreemd donsje blijven liggen.

Mijn rechterhersenhelft heeft deze week weer gewonnen: Beleven-meemaken-doen! Links is vanochtend historisch chagrijnig en probeert vol onbegrip te beredeneren hoe ze toch weer heeft verloren van rechts. Links is bij mij een soort Zoetemelk: Eeuwig Tweede. Soms word ik zelf ook moe van mijn levensmotto Praede Diem; plunder de dag. Dan prop ik 14 dagen in een week. Loop ik mezelf helemaal voorbij.

Het begon vorige week zondag al meteen na het posten van mijn vorige column. Het intensieve weekend met mijn vader in Malaga was nog in volle gang en mijn snuffelstage als mantelzorger verliep voorspoedig. Maar nieuwe dingen kosten altijd meer energie dan verwacht, zeker in combinatie met copieuze lunches met rijkelijk vloeiende gegiste producten. Uiteindelijk zaten we maandagavond op een vol vliegveld klaar voor de terugvlucht. Die vertraagt leek door (alweer) stakende Fransen. Het gevaar van annulering lag om de hoek, want op Weeze mag je maar landen tot middernacht.

Ineens kwam er schot in de zaak en raceten we rolstoelslalommend naar de gate. In razend tempo werden we als vliegvee het toestel ingepropt, waardoor ik bijna met rolstoel en al in het gangpad belandde. De pilote en cabinecrew zweepten iedereen op om vooral maar geen tijd te verliezen. Een irritante betweter bleef mopperend staan omdat zijn gereserveerde stoel was vergeven. Hij werd bijna door een groepje Nederanders gemolesteerd. Ik heb hem rustig en vriendelijk verzocht om te gaan zitten, zodat we konden vertrekken. Vloekend en tierend ging de Fransman accoord en plofte neer, precies op de gangpadstoel naast me. Ik zat weer als een sardientje ingeklemd, zeker toen de zuurstoffles tussen mijn benen moest blijven staan. Soms duren 3 uur heeeeel lang… Om 23.59 uur landden we dan toch op Weeze. Vijf uur later weer was ik er alweer om dochter Marloes voor tripje Rome af te zetten…

Een drukke werkweek met deadlines leverde geen rustmomenten op. Vrijdagmiddag een bliksembezoekje gebracht aan de Hotelschool-reunie, die de moeite waard was geweest om helemaal mee te maken. Sweet memories, vertrouwde gezichten in een meestal grotere verpakking. Maar het hoofddoel van de week was in aantocht. Drie Malagueños, waaronder neef Bart, kwam voor een Despedida de Soltero (vrijgezellenweekend) naar onze nationale trots Amsterdam. Zij vertrouwden volledig op mijn insights, ook al had ik ze het vorige weekend aangegeven zelden nog in het Nederlandse Sodom en Gomorra te komen.

En dus heb ik als vermomde toerist 48 uur de meeste dingen gedaan die mannen on tour doen. En me verbaasd over de tolerantie en het gemak waarmee onze hoofdstad dit type toerisme absorbeert. Ik snap dat veel Amsterdammers er terecht helemaal klaar mee zijn, maar zeker in de bekende buurten heb ik in twee dagen geen agressie gezien. En ook geen politie in uniform. In een onvoorstelbaar drukke heksenketel vol nerveus testeron verliep alles makkelijk. Relaxed ook, want er zijn in de rosse buurt meer coffeeshops dan restaurants.

Vandaag nog even een rondje Zaanse Schans en Volendam. Betere plek voor een groepsfoto in Volendaams kostuum is er niet voor Spanjaarden. En dan vanaf morgen even terugschakelen en gas eraf. En naar mijn uitgeputte en uitgezakte lichaam kijken. Werk aan de winkel. Discipline. Keuzes maken. Ritme opbouwen. Links zit de tegenaanval in.

image

Tutti anime

Ik ben verdwaald. Wel bewust, maar toch. Vrijdag vertrokken met Ryanair en geland in Pisa. Het is San Miguel weekend en dit keer is Pisa aan de beurt. Om de hoek ligt in Lucca de Basilico San Miguele. Dat is het hoofddoel van het tripje met fratello Joost, ter nagedachtenis aan zijn broer en mijn beste vriend.

Ik heb een beetje een haat-liefde verhouding met Italie. Zoals de meeste Spanjaarden vind ik de Italianen overdreven aanstellers. Die met hun gigolo-gedrag ook al decennia lang de Spaanse kusten onveilig maken en de ‘markt’ verpesten… Ik wilde er vroeger nog wel eens eentje op zijn babyface toefen in Lloret de Mar, als hij in mijn wijk rommelde. Ik werd dan altijd volledig gesteund door de opgetrommelde Guardia Civil, die net zo’n hekel had aan die Casanovas van de overkant. Testeron, lastig spul.Maar eerlijk is eerlijk, Italianen weten wel te leven. La Dolce Vita. En qua keuken kunnen de Spanjaarden ook veel leren van de Italianen. Het is net allemaal wat verfijnder, smaakvoller en puurder.

Pisa is natuurlijk beroemd om zijn scheve toren. Ik had het ding nog nooit live gezien en was aangenaam verrast, ondanks de Ipaddende Aziaten. Tijdens de bouw in de 10e (!) eeuw ging het al fout en helde het ding over. Grappig om te zien dat ze het bovenste deel een beetje gecorrigeerd hebben, waardoor er een rare knik in zit. Maar wel van het beroemde, prachtig witte Carrara-marmer uit de streek. Op het Campo di Miraculi staan ook nog de zeer fraaie Duomo en het Batisterio. Alles ademt historie uit, zoals de meeste Italiaanse steden. Ze leven gewoon in een museum. Wij meestal in een Vinex-wijk.

Gister zijn we met de trein naar Porto Venere gegaan, het minder drukke zusje van Cinqueterre. Je stapt in een ansichtkaart en loopt door een schilderij van Bellini. Port Venere betekent de Haven van Venus. Zou dat die zilte zeegeur verklaren?.. Het kerkje uit de 9e eeuw torent hoog boven het stadje uit en het uitzicht daar is adembenemend. De zee heeft overal flinke happen uit de grillige Ligure-kustlijn gebeten. Op een imposante heuvel lag een prachtige kerkhofje te baden in de zon. Het was er druk. Alle locals waren bezig met plantjes, bloemen, gieters en schepjes om de rustplaats van hun geliefden bella te maken. Ik heb geen mooiere plek op aarde gezien om begraven te liggen. Het vredige geruis van de zee maakte het haast aantrekkelijk om een plekje te claimen. Maar toch nog wrong time, wrong place.

Maandag is het Allerzielen en dat verklaarde de drukte op het kerkhofje. Dan worden de doden herdacht en dat is ook voor ons het moment om naar de Basilico San Miguele te gaan. Het is voor mij persoonlijk waardevol om aan de afwezigen te denken. Wat ze voor je betekend hebben. Hoe je ze nog mist. En ook te mijmeren hoe het zou zijn als ze er nog zouden zijn. Dat levert vaak verrassend grappige projecties op. En helpt mij om het verdriet, het gemis of de leegte te kunnen accepteren. Want hoezeer de dood ook bij het leven hoort, de willekeur waarmee hij neemt, is te vaak oneerlijk. Ik kan soms jaloers zijn op mensen die in meer geloven dan het hier en nu.

Maar eerst is vandaag Genua aan de beurt, waar we de lokale club gaan ondersteunen in de altijd lastige thuiswedstrijd tegen de maffiosi van Napoli. Het wordt vast een oersaaie 0-0 wedstrijd met in de laatste minuut een doelpunt van pigmee Dries Mertens van Napoli. Zoals Cruyff altijd zegt over Italianen: Ze kennen niet van je winnen, je ken van ze verliezen.

tutti anime

Detox

We zijn weer terug in Dld/NL. Best wel een omgekeerde cultuurschok. Alles is zo geregeld, zo geordend en zo netjes. Auto’s rijden weer rechts en hebben licht aan, zelfs overdag. De schappen van de Pennymarkt, AH of Lidl liggen propvol met 40 soorten kaas en 30 soorten sla. Ik krijg mijn boodschappenmandje bijna niet gevuld. Besluiteloosheid bij zoveel overdaad.

De laatste dagen van Out in Africa hebben we doorgebracht in Mozambique. Van alle bezochte landen het vuilst, armst en minst ontwikkeld. En daarom ook zo fascinerend en verbijsterend. Geroemd om zijn snelle economische groei, maar van niets naar iets is al snel een grote stap. De Portugese koloniale invloeden vermengd met heldhaftige revolutionaire denkbeelden. Straatnamen als Avenida Che Guevara, Vladimir Poetin, Lenin, Allende etc. En niet gewend aan toeristen, dus constant op de hoede waar je gaat en wat je doet. Twee agenten op een pick-up die midden op een drukke kruising hun geweren doorladen en schietend achter een oude BMW (jaren ’80, 3-serie) aangaan. Maar ook heerlijke schaaldieren, een grappige curio-markt en vrolijke, kleurrijke mensen.

Op weg naar het vliegveld van Jo’burg nog gestopt bij het Chimpanzee Rescue Center. In een prachtige omgeving krijgen 45 mishandelde, getraumatiseerde en verwaarloosde chimpansees een beetje liefde en fatsoenlijk leven. In 3 leefgroepen verdeeld, zodat ze elkaar niet afmaken. Jessica, 42 jaar in een kooi opgesloten en nog nooit een andere aap gezien. Cozy, die stukken hout gooit naar blonde bezoeksters om hun aandacht te trekken. Thomas, 72 jaar oud, de een na oudste levende chimp op aarde. We hebben ons ook kapot gelachen om hun (helaas aangeleerde) menselijk gedrag. Maar wel zo herkenbaar, dat je je ook beseft waarom bij Chimps 97,8% van het DNA overeenkomt met de mens. Die laatste 2% zijn dan wel met name onze slechte eigenschappen, zoals arrogantie en haat. Bij de ingang van Chimp Eden ook een mooie spreuk gezien: “The happiest people don’t have the best of everything, they just make the best of everything.”

Zo voel ik me ook, zeker na deze reis. We hebben geen georganiseerde groepsreis geboekt, maar zelf de reis en landenkeuze samengesteld. Betaalbare tickets, huurauto en hotels erbij gevonden en het avontuur opgezocht. We zijn beloond met een rollercoaster van 3 weken en we hebben Afrika een beetje leren kennen. We made the best of everything. En nu moet ik gewoon weer aan de bak. Schop onder mijn hippo-kont. Offertes maken, strategieën uitwerken, visies ontwikkelen. Brood op de plank, om de financiële gaten te dichten en snel te sparen voor de volgende reis. En als je ooit in je leven de kans krijgt of de keuze hebt; Ga naar Afrika!

Na een vlucht van 17 uur en een kort autoritje zijn we woensdagmiddag weer ‘thuis’ gekomen. Onvermijdelijk, maar voor mij altijd weer een sikkeneurig moment. De heerlijke douche met heet water, het comfortabele bed, een espresso uit mijn Jura-machine; ik geef het allemaal op als ik meteen terug kan. Tuurlijk willen de meiden graag naar huis; Mama, de familie en hun vriendjes zien. Het duurt ook nooit lang, voordat het normale leven weer zijn gangetje gaat. Ik ga altijd meteen de volgende dag werken, om het normale ritme op te pakken en mijn melancholische buien te onderdrukken. In een gestage stroom keurig invoegende zakenauto’s over de A-12 naar De Meern. Een groter contrast met 48 uur eerder in Maputo is haast niet voor te stellen.

Morgen gaat Marion naar Spanje om daar de aankomende weken 5000 foto’s terug te brengen naar The Best Of Africa 100. En ik ga die weken in mijn nieuwe 2e hands hoerensloep met Duits kenteken ( vrijdag gekocht, details volgen!) op zijn Afrikaans rijden door Nederland. Dan zal ik binnenkort wel op de voorpagina van NU.nl verschijnen, met een balkje voor mijn ogen. Met een dashboard camera gefilmd als ik over het A-12 Ecoduct bij Oosterbeek de file ontwijk. Ik ben na Afrika gewend om in het wildlife rond te toeren, dus ik zie het probleem niet. Ik stop ook pas als het politiegeweer wordt doorgeladen, zoals in Maputo gebruikelijk is. Met de trein gaan is veel gevaarlijker. Dankzij het heldhaftige optreden van een paar dappere mannen zijn er geen tientallen doden gevallen in de Thalys… Brrrrr. Het komt wel heel dichtbij… Snel terug naar Afrika.

Afrikaanse koorts

Het is de laatste zondag in Afrika. Voorlopig dan, want ik kom hier terug. De intensiteit waarmee Afrika je opslurpt, is zelfs voor een reisfreak als ik overdonderend.
Maandag zijn we naar Johannesburg gevlogen. De 3 dagen daar waren met name bedoeld om de geschiedenis van de apartheid te ervaren. En weer lekker te eten na de treurige hotelprak in de Mugabe-lodge. De eetmissie slaagde al meteen de 1e avond, bij een top steakhouse met 400 gram rib eye voor $ 9,= …

Jo’burg (of Jozie) is nog steeds een lelijke, vuile en soms gevaarlijke stad. Tijdens de stadstour was het contrast tussen de positieve woorden van de gids en de harde werkelijkheid vanaf de dubbeldekker enorm. Er is geen enkele reden om Jo’ burg bij jullie aan te bevelen. Bergen afval, autowrakken en lelijke, vervallen gebouwen bepalen het straatsbeeld. Het is ook een rare gewaarwording om je als blanke ergens totaal onwelkom te voelen. Zo moet apartheid omgekeerd gevoeld hebben. Het 3 uur durende bezoek aan het Apartheid Museum was adembenemend, maar ook misselijk makend. Pas 25 jaar geleden is deze waanzin ten einde gekomen. Ontluisterende raciale hardheid.

De fietstocht door Soweto was daarom extra verrassend. Alleen maar vrolijke, lachende en zwaaiende mensen, hoe arm dan ook. Soweto heeft bij ons de naam als 1 grote gevaarlijke zwarte achterbuurt, maar bestaat uit veel subwijkjes met enorme verschillen. Treurige sloppenwijken, maar ook ‘luxere’ gedeeltes, door de inwoners zelf Beverly Hills genoemd. Je zou verwachten dat je zo snel mogelijk uit Soweto wilt vertrekken als je een beetje geld hebt, maar dat wordt gezien als verraad aan je roots. Oliver, onze Rasta fietsgids, legde uit dat je dan beter een BMW (Be My Wife) als statussymbool kunt kopen. In Soweto is de opstand tegen apartheid nog steeds levendig en voelbaar. Lopend in het piepkleine huisje van Nelson Mandela besefte ik me het weer. Hoe dapper zijn sommige mensen om met gevaar voor eigen leven te vechten voor een betere en rechtvaardigere wereld. Een diepe buiging. Ook voor Winnie Mandela. In het Westen verguisd, maar in Soweto net zo groot als haar ex. Ik heb me geen seconde onveilig gevoeld in Soweto, in tegenstelling tot downtown Jo’burg.

Donderdag zijn we rijdend met de huurauto uit Jo’burg vertrokken richting Mozambique. Op de valreep nog snel een extra formuliertje opgehaald om de grens over te kunnen steken, want Mozambique is geen favoriete bestemming voor de autoverhuurmaffia. Tot aan de grens kwamen we door continu wisselende landschappen, lijkend op Toscane, de Australian Outback, de Pyreneen of Oostenrijk. Adembenemend mooi, je kon hier en daar de avocado’s gewoon van de boom plukken. Onderweg kwamen we langs plaatsjes als Geluk, Berg en Dal, Middelburg, Alkmaar. Gelunched in Nelspruit, waar voor het WK in 2010 een giga-stadion is gebouwd. Als een olifantendrol, een soort A’dam Arena, ligt het in the middle of nowhere. Twee keer gebruikt…. Het was wel stilte voor de storm.
Vanaf de aankomst bij de grens met Mozambique kwamen we in een soort snelkookpan terecht. We werden omringd door honderden straatverkopers, ritselaars, geüniformeerde dienstkloppers en militairen met Uzi’s. Met de deuren op slot bleven de dames achter, terwijl ik probeerde de visa en de autopapieren goedgekeurd te krijgen. Geholpen door ritselaar Roy, die handig de eindeloze rijen omzeilde door zelf achter de schermen de juiste stempels te zetten. We strooiden met wat geld en stopte geldbriefjes in onze paspoorten die er haast onzichtbaar door de grenspolitie uitgehaald werden. Roy verdiende aan mij een weeksalaris, maar 30 minuten en $ 35 later sjeesde ik in volle vaart Mozambique binnen. Missie geslaagd, nog 80 km tot Maputo. Piece of cake…. Dacht ik..

Al na 3 km klapten we met onze hoofden tegen het dak van de auto, toen we gelanceerd werden door iets op de weg. Het bleek een verborgen verkeersdrempel. Die lag daar zomaar, terwijl je er 120 km p/u mocht rijden. Het was het begin van de meest bizarre autorit van mijn leven. Er bleken namelijk geen echte (verkeers) regels te zijn in Mozambique. Draaien op de snelweg? Mag! Markt houden in de middenberm? No worries! Geen licht aan? Boeien! Inhalen op een 2-baans weg met tegenliggers? Gewoon doen! Op de grond slapen op de vluchtstrook? Why not! Met een onwillige koe oversteken? Sure! Van de linkerberm ineens voorlangs rechtsaf slaan? Just do it! Volgens Marloes heb ik 6 dodelijke ongevallen voorkomen. Ze kan er eentje gemist hebben, maar het klopt wel ongeveer.

Pas twee uur later kwamen we in het straatarme Maputo aan, tijdens de avondspits. Alles krioelde door elkaar, kroop voor, sneed af, blokkeerde, toeterde en bumperkleefde. Omdat ook straatborden en wegbewijzering ontbrak, was het een helse klus om zonder Dom-Dom de ferry naar de overkant van de baai te vinden. Vlak voor 19.00 uur ’s avonds stonden we toch in de rij te wachten om de baai van Maputo over te steken naar ons hotel in Catembe. De 30 minuten dienstregeling was waarschijnlijk van voor de burgeroorlog, want pas om 21.00 uur reden we voorzichtig het gammele schipje op. Als laatste kwam nog een grote biertruck aan boord, waarschijnlijk getipt dat ik was aangekomen. Het bootje schommelde alle kanten op. Het is geen wonder dat er in Afrika veerboten zinken…. Maar wij haalden de overkant.

Daar aangekomen, was er niets. Geen weg, geen licht, alleen mensen lopend in het donker en een onduidelijke, summiere routebeschrijving naar Catembe Marisol Hotel. Het was puur geluk dat Marion bij het eerste neonlichtje, na 5 km hobbelen, aan een bewapende beveiliger vroeg waar het hotel was en deze zei: Aqui! Na een reis van 550 km in 12 uur, waren we doodmoe op onze bestemming aangekomen. 4 bier later was ik knock out. De skyline van Maputo aan de overkant werd steeds vager en ik werd door 3 dames in bed geduwd.

Ons hotel doet denken aan het Exotic Marigold Hotel uit de gelijknamige film. Dure materialen, prachtige indeling en ligging, maar vergane glorie en slecht onderhouden. Onze badkamer heeft een high-tech hydro multispray douche-installatie. Maar geen douchegordijn… De hele badkamer loopt onder en de toilet wordt automatisch gevuld met douchewater. En toch is het top. We ontbijten in een beach-house boven de Indische Oceaan en we lunchen ’s middag met tigershrimps, als kipfilets zo groot. Overdag pakken we de ferry om de baai over te steken naar het levendige en hectische Maputo, de markt te bezoeken (een stalletje vergeleken bij La Boqueria… ), rond te struinen voor souvenirs, seafood te eten en ’s avonds vluchten we terug naar de oase van rust.

Ik voel elke dag de tijd wegtikken en bereid me langzaamaan voor op terugkeer naar de Europese realiteit. Met tegenzin. In de spaarzame momenten dat we niets doen en de dames uitrusten, struin ik over het strand of rijd ik met huurauto een stukje niemandsland in. Bang dat ik iets mis. Ik heb Afrikaanse koorts gekregen en wil meer.

rauwe kip en het waslijntje van moeders

De midweekse update heeft een beetje lucht gegeven om vandaag de andere belevenissen van deze week over te brengen. We zitten al een paar dagen midden in de bush in een oase van rust, dus alle gelegenheid gehad om de grijze cellen te synchroniseren.

De zondagse wandeltrip naar Angel’s Pool bij de Victoria Falls heeft diepe indruk op ons allemaal gemaakt. De tocht erheen door kolkende rivierstromen (niet aan te raden voor zwaarlijvige 50+ers met tere voetjes…), de fotospot aan de rand van de 105 meter hoge cliff en de sprong in Angel’s Pool; tick the box!
Op de terugweg van de safari ben ik nog bijna in de Zambiaanse cel beland. Onze chauffeur Iso had me al gewaarschuwd dat er iets niet goed was met het visum, waar ik toch $50 p.p. voor had betaald. Aangekomen bij het luikje van de douane maakt Big Mama meteen duidelijk dat ik nog $50 p.p. moest bijbetalen, omdat ons visum alleen geldig was voor Zimbabwe en niet voor grensverkeer met Botswana. Na 10 minuten geduldig en voorbeeldig gedrag (voelde als 3 uur) maakte ik de kapitale fout om het woord “robbery” te laten vallen. De Zambiaanse Oprah ontplofte, haar ogen spuwden vuur en ze riep meteen de politie. Op het nippertje voorkwam Iso dat ik in het celletje naast het douanekantoor werd opgesloten, maar Oprah wenste me niet meer te zien. Anne-Roos kwam al om de hoek kijken, want de dames vonden het al verdacht lang duren. Na eindeloze onderhandelingen, $200,= en een diepe, nederige buiging mochten we toch de grens over. Blanke man, Lesje geleerd….

Gelukkig kwam Iso ons ook donderdag ophalen voor de transfer naar Zimbabwe. De grens moesten we lopend met al onze bagage oversteken, waarna we overstapten in een ander busje. De rit naar de lodge in Hwange National Park was adembenemend en ook ontluisterend. Om de 5 km. politiecontrole en verder alleen maar rieten hutjes. Meestal een stuk of 6 in een kring, geen water of stroom en de onvermijdelijke geiten. Twee keer zag ik bij een kerkje een paar stenen douchehokjes staan, naast een waterpomp. Blijkbaar is douchen alleen zondags voor de dienst mogelijk… De armoede straalde ervan af en bevestigde alles wat ik van Zimbabwe wist: hyperinflatie, ingestorte economie, 94% werkeloosheid (!), alles dankzij de aan syfilus lijdende dictator Mugabe die het land naar de knoppen heeft geholpen. Meer dan 80% van het wildlife is door de bevolking opgegeten om de honger te stillen. Ooit was Zimbabwe de graanschuur van Afrika. Het officiele betaalmiddel is de US$, want de eigen munt wordt niet geaccepteerd. Een briefje van 50 miljard Zimb.$ is precies 1 dollarcent. In alle opzichten is Zimbabwe een besmet land. Meer dan 2 miljoen mensen hebben er HIV. Sinds kort is reizen naar Zimbabwe weer toegestaan en dat trickerde mij om te gaan kijken. Ik denk dat aan het einde van onze reis Zimbabwe onderaan staat.

Onze lodge bevindt zich op een prachtig prive-terrein van 140 km2, net zo groot als Nijmegen en de geannexeerde buitengebieden Lent en Oosterhout. Het ligt uniek, aan een waterplas. Ook het lokale bruidspaar komt hier de trouwfotos maken. Elk uur komt een andere diersoort stipt op tijd drinken. Gistermiddag hadden de olifanten een half uur vertraging en was er paniek. 200 buffels moesten wachten, de nog dorstige kudus sprintten weg van de plas, bang om vertrapt te worden. Antilopen (wie heeft die naam verzonnen, anti-lopen???) liepen ineens voor de hotelkamer, waar onze was buiten te drogen hing. In de badkuip gewassen, aan het ingenieuze waslijntje (van Moeders Roos) opgehangen en streng bewaakt om te voorkomen dat een aap met een rode tanga op zijn kop door de hotellobby gaat rennen. Zo hebben we wel weer de visa van Zambia terugverdiend, want de hotellaundry vroeg $2 voor een paar sokken en $3 voor een onderbroek. Robbery!

Ondanks de fabuleuze ligging en de rust midden in de bush is de Hwange Safari Lodge geen aanrader. De service is belabberd en fake, het eten dramatisch en beperkt in keuze. De soep van het buffet was zelfs met mes en vork niet te snijden; Gamma behanglijm was vermengd met witte basispoeder van Knorr en twee verdwaalde stukjes bloemkool waren er per ongeluk ingevallen. De haricots verts waren stukjes groen geverfde waslijn. De reepjes kip van de grillplaat bleken gisteravond nog zo rauw te zijn, dat ik ze spontaan uitkotste. Marion was daar toen al niet meer bij, want die was na de eerste avond al afgehaakt en overgestapt op de tientallen pakjes Noodles-soep die onze koffers afdichtten. Het water van het zwembad is kouder dan het bier. De gluiperige oberkelner, type mini Fats Domino, stelt zich elke maaltijd opnieuw voor en probeert irritant vaak de stoel onder mijn hippo-kont aan te schuiven. Alles voor een paar dollar…Jammer voor hem, het hotel wil niet wisselen en ik heb ze bij Oprah allemaal ingeleverd. Maar het bevestigt onze hekel aan hotel-eten. Dat doen we eigenlijk nooit, maar er is geen alternatief in een straal van 100 km.

Het eerste deel vd reis zit erop, met dank ook aan Hanneke en Ester Koenders van de Zuid-Afrika Specialist voor de geweldige safari en de perfecte transfers. De nachtsafari gister was door de gespotte hyenas nog een mooie afronding. Morgen vliegen we volkomen uitgerust en uitgehongerd via Livingstone naar Johannesburg in Zuid-Afrika. Het wordt daar een soort 3 daagse city-trip met een fietstocht door Soweto en memory lane langs alle Nelson Mandela monumenten. Daar heb ik me enorm op verheugd, want de wijsheid van deze Grote Leider ontbreekt bijvoorbeeld bij foute mannen als Robert Mugabe. Wordt vervolgd!

Midweek update : Safari

Het is niet gebruikelijk, maar ik moet deze keer midweeks al van me afschrijven. De ervaring van de laatste 3 dagen is zo vers en immens, dat het onmogelijk is om tot zondag te moeten wachten. Sorry.

We zijn maandagmorgen al vroeg opgehaald bij ons kneuterhotelletje ZigZag. In een comfortabel minibusje reden we langs boerendorpjes ( rieten hutjes, 3 geiten en een fiets, kinderen langs de rand vd weg) op het Zambiaanse platteland. Na een uurtje zijn we op het 4-landenpunt (Botswana, Zambia, Namibië en Zimbabwe) aangekomen. Te voet moesten we langs een lange colonne vrachtwagens, die soms een week wachten om de grens te mogen passeren. Als vliegen op een olifantendrol doken de ambulante verkopers op ons en haalden alle salestrucs uit de kast om hun prullaria te slijten. Eentje noemde zich Josef (“remember, the Jewish carpenter”), maar hij kon niet weten dat ik daar wat mindere ervaringen mee heb….

Aan de overkant, tussen de bewegingsloze krokodillen, stond Kanawi met een geweldig originele safaritruck op ons te wachten. Helemaal voor ons alleen, want wij waren zijn enige gasten. Na een korte lunch, bracht hij ons naar een klein rivercruisbootje voor een bootsafari van 2 uur op de Choberiver. Het was het begin van een 3 dagen durende speelfilm met de allermooiste shots, thrills en 100 dierentuinen vol met wildlife.

Kawani is 52, al 27 jaar parkranger en gids, kent elke hoek van het Chobe National Park en bovenal alle gewoontes van ‘zijn’ dieren. Nooit was ik ook maar in de buurt gekomen van alle beesten die hij ons heeft laten zien, als ik toch zelf was gaan rijden. Al snel stonden we oog in oog met een 4-meter lange krokodil, die loerend lag te zonnen op de rivieroever. 2 minuten later botsen we frontaal op een nijlpaard, die onder onze boot besloot naar lucht te happen. Kawani moest lachen om onze paniek en zei in zalvend Engels: don’t worry heh, happens all the time heh. We waren gerustgesteld en zijn later nog vaak bang geweest, maar het is nooit gevaarlijk geworden.

Op weg naar ons nightcamp, hebben we onze eerst gamedrive gemaakt van 3 uur. Het was meteen volle bak adrenaline, want de olifanten, impalas, zebras, giraffen, bavianen etc. vlogen ons werkelijk om de oren. En ik heb het niet over tientallen, maar over honderden en duizenden. Nooit gedacht dat ik na een paar dagen de hik zou krijgen van weer een buffel, baviaan of impala. Bizarre ervaring, bye bye Burgers Bush.
Natuurlijk waren wij op zoek naar de Big Five. De naam B5 is na het akkefietje met die debiele Amerikaanse tandarts die de Zimbabwe leeuw Cecile doodschoot, wel een beetje besmet. Het waren vroeger voor jagers de 5 meest lastig te jagen beesten; leeuw, olifant, buffel, luipaard en neushoorn. De olifant en buffel was een piece of cake, die liepen gewoon in de weg. Met leeuwen hadden we de eerste dag ook mazzel, want die hadden net een mals zebraatje ontstreept. We kwamen tot minder dan 10 meter afstand, hartslag 200 en Marloes in mijn nek.

Ons kamp bestond uit een paar 2-persoons tentjes, een douchetentje en een longdrop pleehok. Verder nog een grote partytent voor het proviand. Geen hek, midden in de bush, geen weg in de buurt. De kok John en manusje van alles Kandu verwelkomden ons en we konden meteen aan tafel. Met zijn 5-en; Kanawi at mee om uit te leggen hoe we ons moesten gedragen. Als we snachts wilden plassen, moesten we eerst de rits open maken en om ons heen schijnen met de zaklamp. Groene ogen die dan reflecteren waren OK, bij rode ogen was het beter achterwaarts terug in de tent te kruipen en Kanawi te roepen…… Ik zag aan de dames dat plassen geen prioriteit zou worden die nacht…..

Om 8.30 gingen we al naar bed. De sterrenhemel leek op een serie aaneengeschakelde kroonluchters, de melkweg leek wel een wit laken. Om 02.00 uur werd ik wakker geschud door Marloes om toch een plasje buiten de tent te wagen. Ik zag van alles in oranje, maar geen rood of groen. Snel hurken naast de tent en 83 seconden later weer in bed. Het was een kakafonie van geluiden en ik heb geen oog meer dicht gedaan. Je hoorde leeuwen veraf en dan weer dichtbij brullen, op 30 meter achter de tent schrokken de olifanten van het tentenkamp en trompetterden oordovend. Het nichterige gelach van de hyena’s klonk wel heel dichtbij… Hun voetsporen stonden de volgende ochtend dan ook overal rond de tenten.

Om 5.30 werden we gewekt voor de sunrise gamedrive. Het was tegen het vriespunt en we kropen verkleumd uit de tent en in de open jeep, waar dikke dekens klaarlagen. Het was meteen bingo; de uiterst zeldzame luipaard werd gespot door Marloes. Nr 4 was binnen en daarmee het lijstje voor Chobe compleet. De laatste levende neushoorns hebben ze moeten verplaatsen naar een besloten reservaat in het Zuiden. Botswana, net zo groot als Nederland met 2 miljoen inwoners, voert een streng wildlife-beleid: privé-jacht is overal verboden, het leger bewaakt de parken. En toch is stroperij een groot probleem, met name omdat maffe Chinezen denken dat gemalen neushoorn goed is voor de potentie. Misschien nieuwe business; alle Chinese mannen aan de blauwe pilletjes.

Na de sunset gamedrive van weer 4 uur hadden we de hele Lion King 2x gezien en deden de konten zeer van het gehobbel in de truck. Terug in het kamp was het heerlijke eten van John een Michelinster waardig en kropen we bijtijds in onze tent. Behalve een beetje leeuwengebrul was het een rustige nacht, waarbij iedereen als een blok sliep. Een hyena probeerde wel al krabbend onder het tentzeil te komen, getriggerd door de plastic zak met fruit die onder mijn bed lag. Ik ben gewoon in slaap gevallen. Die jankende schijthaas durft verder toch niets. Zal ik me druk maken…

Tijdens de drive vanochtend zijn we op een roedel leeuwen gestuit die een giraf aan het oppeuzelen waren. Kawani had aan de zwermen aasgieren al gezien waar ze waren. Die aasgier hoort met het wrattenzwijn(puistenkop!), de mariboe (doodskop) en de hyena(neplacherd) tot de Ugly 5. Alleen het wildebeest (van voren bizon, van achter bouvier) hebben we niet gezien. De stank van de rottende giraf was gruwelijk, maar 1 leeuw zat lekker binnen in de ribbenkast te knagen. Een moederleeuw lag op 5meter afstand van ons met haar 4 welpen uit te buiken. Ze keek souverein en hautain naar ons, wij hielden onze adem in. Je zou zo de truck uitlopen om een welpje mee te nemen….

En nu zijn we terug in Zigzag, nadat we de reis van de 2e alinea omgekeerd hebben gemaakt. Schoon gedouched en normaal naar de plee geweest. Na drie dagen ook weer Wifi, , whatsapp, Facebook enz. Niet eens gemist. Ben nog beduusd. Van deze belevenis. Nog twee weken te gaan. WTF!

 

FB Comment Anne: Ben blij dat je het van je afgeschreven hebt en wel op zo’n manier dat ik mij vannacht waan in n tent ergens in het wild en niet durf te plassen en mijn nietsvermoedende echtgenoot bruut zal wekken en vragen om ff bij te schijnen…

Don’t worry, be happy!

We zijn nu een paar dagen onderweg. Het zal moeite kosten om de eerste indrukken binnen mijn reguliere 700-woorden grens te laten passen. We zijn beland in een totaal andere wereld en vallen van de ene (positieve) ervaring in de andere.

De vliegreis was lang en behelste 4 vliegvelden. Wel goed afgebouwd, want van het luxe en moderne Düsseldorf kwamen we in het kitscherige Abu Dhabi. Zoals in alle Arabische olielanden staan er alleen maar Aziaten te werken, want weer geen Arabier gezien die zijn witte jurk vuil wilde maken. Na een lange nachtvlucht kwamen we ’s ochtend vroeg op vliegveld 3 in Johannesburg aan. Marion als enige volledig uitgerust, want die kan zittend slapen en had er een keurige 7 uur op zitten. Het is winter op het Zuidelijk halfrond en in Jo’burg was het tegen het vriespunt. De imposante donkere dame die onze boardingpass moest uitprinten liep even weg en kwam met een hete kruik in regenboogkleuren terug. Die stopte ze nonchalant onder haar werkkleding en ging daarna vrolijk met het printen verder.

De aankomst in Livingstone (Zambia) maakte meteen duidelijk wat ons te wachten stond. 1 landingsbaan, taxien tot de voordeur en weer draaien voor de terugreis. Bij de entree maakte een Ebola-bord duidelijk dat we ons geen zorgen hoefde te maken. Toch werd bij iedereen de temperatuur opgenomen met een electronische oorthermometer… De rijen voor een visum waren lang en onduidelijk, maar na een uurtje waren we aan de beurt. Mijn $200 werd op een hoop bij de rest gegooid. De jongen begon extreem langzaam in ons paspoort met zijn balpen handmatig het visum in te vullen. Hij had een prachtig handschrift en was niet van plan lichtzinnig zijn werk af te raffelen. Later, met de koffers al bijna buiten, kwam hij er onverwachts rennend aan. Ik moest mee terug, want hij had het stickertje nog niet in mijn paspoort geplakt. Ik heb hem uitvoerig bedankt voor zijn alertheid, omdat ik anders Zambia en Zimbabwe niet in was gekomen. Hij glom van trots.

Ons eerse hotel is de Zig Zag Town Lodge. Qua hotels doen we het precies andersom dan de vliegvelden en beginnen we dus erg eenvoudig. Maar eerlijk is eerlijk, het is de 2 Zambiaanse hotelsterren helemaal waard. We werden superhartelijk ontvangen door Elllis en haar team, die maar 1 doel hebben: relax! Het lijkt haast een reclame; Don’t worry, be happy. Elke dag, op wisselende tijden, is er in Zambia 4 uur lang geen stroom. Ook de WiFi vertoont veel kuren, tot verbijstering van de meiden. En toch, het went snel. Het is logisich dat iedereen rustig aan doet. Ze hebben werk, eten en zijn altijd vrolijk. Het is voor ons raar om te zien dat in de supermarkt de kassajongen assistentie vraagt omdat ik 8 flesjes water wil afrekenen. Zijn chef slaat ze 1 voor 1 aan op de kassa, omdat de knul zelf niet tot 10 kan tellen…. Het wisselgeld teruggeven lukte hem net.

Maar gisteren was een dag van superlatieven. En godzijdank ben ik nog steeds verbaasd over zoveel schoonheid in de wereld. De Victoria Falls hebben op ons alle 4 een verpletterende indruk achtergelaten. Knetterhard mijn persoonlijke top 3 binnengedenderd. Verblufd en ademloos gekeken naar zoveel natuurkracht. Elke foto of video die je ervan ziet, doet de werkelijkheid tekort. In het Zambiaans heet de waterval Mosi oa Tunya; het water dat rookt en dondert. Niks gelogen! Morgen gaan we poedelen in de Angel’s Pool, een natuurlijk zwembadje aan de rand van de Falls. De Devil’s Pool was 1e keus, maar is ivm de kracht van het water dicht. Omdat je dan over de rand kiepert..

Gisternamiddag zijn we nog even over de Victoria Bridge gelopen naar Zimbabwe. Als beloning voor een half uurtje aan de andere kant twee vette stempels in het paspoort erbij. De zonsondergang was een filmshot uit Out of Africa, het licht intens-oker, ING-oranje en Terracota-rood. Een antieke stoomtrein stond midden op de brug stoom af te blazen, met blasé toeristen erin. Marloes en Anne-Roos moeten om de haverklap stoppen om met hele groepen Afrikanen op de foto te gaan, want ze zijn hier dé attractie! “Please, picture with us?”. Op de terugweg met de taxi naar het hotel nog uitgeweken voor … een overstekende olifant. Midden in de bebouwde kom stapte deze oerwoudreus op zijn dooie gemak naar de malse sprieten aan de overkant.

Het zijn eigenlijk teveel beelden op één dag voor mijn beperkte brein. Ze schieten door mijn hersencellen en veroorzaken bijna vergelijkbare Zambiaanse stroomuitval. En dan gaan we maandag met de Safari beginnen… Maar mijn grootste verbazing is toch de puurheid en relaxedheid van de local heroes. Ver weg van onze complexiteit. Don’t worry, be happy! Hoe mooi is dat?

Voorpret

De aankomende weken ga ik jullie lastig vallen met onze Afrikaanse vakantieperikelen. Vandaag deel 1; de voorbereidingen. Het mooie van FB en mijn columns is dat je ze gewoon kan negeren. Overslaan, vermijden, ontlopen, wegclicken, ontwijken of stilzwijgen. Ik ken FB-loze mensen die gewoon gelukkig zijn. Best knap. Maar het zal mij niet tegenhouden om jullie hier wekelijks lastig te vallen. Met van alles en nog wat.

Donderdag vertrekken we vanaf Düsseldorf voor een 3 weken trip in Zuidelijk Afrika. Een heerlijk vooruitzicht, waarbij meteen 6 landen kunnen worden toegevoegd aan de Landenlijst. Voor Marion heeft deze reis altijd nr 1. op haar bucketlist gestaan. En omdat we nu (nog) de kans hebben om de trip te maken samen met Anne-Roos en Marloes, zijn we al maanden geleden begonnen met het reisplan. We waren al gewaarschuwd dat dit geen Low Cost All Inclusive Reis zou worden en dat gaat aardig uitkomen.

De omweg via Abu Dhabi Met Etihad Airways kost ons een uurtje of 5 extra vliegtijd, maar levert een besparing op van 300€ per ticket. Die knoop was dan ook snel doorgehakt. Met het vluchtschema in the pocket hebben we zelf hotels, safari en transfers bij elkaar gesprokkeld. Vooral via Booking.com, maar ook de Zuid-Afrika Specialist en onze eigen Jasper van D-reizen vulden de gaten prima aan. Tot zover Tutti Paletti, alles onder relatieve controle. Onze honger naar veel zien in korte tijd leverde een prachtig Excell-schema op, met hier en daar nog wat hiaten die we later wel zouden oplossen…

Tot mijn 52e heb ik alle inentingen en vaccinaties kunnen vermijden, maar nu was er met name door het bezoek aan Zambia en Zimbabwe geen ontkomen meer aan. Gele Koorts, Malaria, Cholera, Knokkelkoorts, Linkeroorlel-Distrofie. Ik weet niet welke spuiten er allemaal in mijn lobbige bovenarm zijn leeggespoten, maar een Tour de France wielrenner komt er niet mee door de dopingcontrole. Volkomen high en hyper stappen wij als stuiterballen het Afrikaanse continent binnen. Het was ook de 1e keer dat ik mijn wenkbrauwen fronste toen ik moest pinnen bij de GG&GD en bij de Apotheek. Met een ruime €160 p.p. is een crackverslaving goedkoper.

Maar het meest ben ik toch wel gepikeerd over de Visum-Maffia. Er is werkelijk helemaal niets wat de belachelijke kosten van een visum voor Zambia, Zimbabwe of Mozambique rechtvaardigt. Die laatste, Mozambique, spant de kroon. Voor een beleefdheidsbezoekje van 4 dagen aan de hoofdstad Maputo ben ik met zijn vieren €500,= kwijt. Tuurlijk is het geen straf om aan de Indische Oceaan, tegenover de baai van Maputo, in een penthouse aan het strand te verblijven, maar die kosten durf ik hier niet te vermelden en staan volledig los van de “Blanke-Man-Geld-Uit-De-Zak-Klop-Visumkosten”. Ik weet dat wij de afgelopen eeuwen Afrika respectloos hebben leeggeroofd en misbruikt. En dat het tijd wordt om iets terug te doen. Misschien dat ik daarom, onbewust uit schuldgevoel, wel zoveel doe voor mijn vriendje Ibrahim. En dus moet ik als rijke Westerling niet nuilen. Maar om nou in mijn eentje op te moeten draaien voor eeuwen kolonialisme….

Maar donderdag zet ik de knop om. Gaan we genieten van een totaal nieuwe ervaring. Vergeet ik de irritatie over de transferkosten van €320,= enkele reis van 100 km. van Zambia naar Zimbabwe. En hoop ik zoveel wildlife te zien dat ik na 3 weken tabak heb van olifanten, leeuwen of giraffes. En als ik onverhoopt van the Big Five er maar 4 te zien krijg, tel ik mezelf er wel bij op. Het wordt ongetwijfeld een ‘once in a lifetime adventure’. Victoria Falls, Chobe National Park, Nelson Mandela tour in Johannesburg, Hwange National Park, we gaan het allemaal doen! Been there, done that!

Misschien gaat het de aankomende weken niet lukken om jullie stipt op zondagmorgen bij te FB-en over onze avonturen. Omdat er bv geen WiFi voor handen is. Of omdat ik net midden in the bush een kuil moet graven om mijn eigen ochtendritueel te dumpen. Daarmee houd ik wel alle gevaarlijke carnivoren op gepaste afstand. Ik hoop het, want ben stiekem ook wel een beetje een schijthaas. Ik kan alleen wat minder hard lopen. Je ziet ook weinig obese dieren in the jungle… Misschien tot volgende week?

Gambamigos

Het leek wel mindfucking. Terwijl ik van de week wat cateringspullen van ons tuinfeestje terug bracht naar familie van Roekel ( 1000xdank!), reed ik onder een Ernemse fietsbrug door. In een flits zag ik in graffiti het woord ‘Gambamigos’ staan. Een mooie samensmelting van de woorden Gambia en Amigos. Net op dat moment kreeg ik vanuit Gambia een appje van Ibrahim binnen. Toeval bestaat niet.

Het is fascinerend om te zien hoe het continent Afrika de Westerse beschaving aan het inhalen is. Helaas niet op alle gebieden, want dictators en massamoordenaars hebben vooral daar nog vrij spel. Zoals de schoft Omar al-Bashir, president van Soedan. Persoonlijk verantwoordelijk voor de genocide in Darfour en Zuid-Soedan. Maar wel naar een conferentie vliegen in Zuid-Afrika. En ondanks een internationaal arrestatiebevel terugkeren naar zijn land. Jan Pronk, jarenlang VN-gezant in Soedan, legde in Nieuwsuur prima uit hoe dat kan. Afrika, net als Azië, is het beu om de les voorgeschreven te krijgen door de ‘oude’ Westerse wereld. En zoekt dus eerder contact met China en Rusland. Onze eigen arrogantie werkt daar én in IS-gebied volledig tegen ons. Pijnlijk.

Maar mijn vriend Ibrahim zit dus diep in de Gambiaanse bush te appen met zijn Hollandse maatje. Ik krijg foto’s van zijn kinderen, dorpstaferelen en een felicitatie voor het winnen van de Champions League door Barcelona, 10 minuten na afloop van de wedstrijd. Afrika slaat de hele fase van vaste telefonie en ADSL gewoon over en gaat meteen over op 4G en WiFi. 50% van Ibrahim’s dorpsgenoten beschikt over een mobiele telefoon. De kans is groot dat het een afgedankte Nederlandse Iphone3, die via jullie en mij daar terecht is gekomen. Een mooie vorm van duurzaam recyclen. Ook loopt het dorp al jaren op schoenen van de failliete Schoenenkneus , dragen de meisjes shirts van Hennep & Mouwrits en hebben de mannen allemaal een voetbalshirt van FC Maasbommel aan, omdat er via kleine Frank hele voetbaltassen zijn heengegaan. Dan zie je op een foto de dorpsraad bijeenkomen en eromheen allemaal mannen met op de rug : Aannemersbedrijf Gerritsen en een rugnummer. Best grappig!

Sinds kort ben ik ook een Gambamigos Reisbureau begonnen. Niet geheel vrijwillig, meer een vriendendienst. Omdat de mannen niet over een Credit Card beschikken, kunnen ze alleen via malafide Spaanse reisbureaus tickets boeken, voor de hoofdprijs. En daarmee lopen ze goedkope tickets van bv. Ryanair en Vueling mis. Maar de oplossing is van een geniale Afrikaanse eenvoud. Ik krijg een appje met een copie van het paspoort en de vluchtdata. Ik app terug wat de kosten zijn en bij akkoord komen ze naar Rosamar voor de afhandeling. Ik boek met mijn CC de vlucht, print de boarding card en krijg ter plekke cash de ticketkosten betaald. Boter bij de vis. De afgelopen weken zijn al 2 x Barcelona-Banyul, Girona-Stuttgart en Girona-Cagliari geboekt. Het begin is er, nu nog een passende bedrijfsnaam. Als iemand een suggestie heeft, dan graag in de comments vermelden.

Er is 1 ding waar ik bewonder voor heb, maar niks van begrijp; de Ramadan. Nu de bouwvakkers weg zijn, moet ik zelf weer aan de bak. Omdat Ibrahim in Gambia zit, kwamen Jimmy en Ibrahim 9 een dagje klussen.. Voor het zware werk, want er liggen nog 2 bergen puin en zand ter grootte van de Duivelsberg in mijn achtertuin. Maar na 4 uur, zeer tegen hun zin, heb ik besloten om te stoppen. Het was onverantwoord om met de extreme warmte van dit moment door te buffelen.. Allah heeft nl. bepaald dat je in de Ramadan niet mag eten of drinken tussen zonsopgang en ondergang. En da’s best lastig, in juni, de maand met de langste dagen. Dus gaan we morgen een paar uurtjes verder. In een laag tempo, dat wel. Best Afrikaans, toch?

Ik had beter met de Ramadan mee kunnen doen, want nu wacht me dinsdag een stevige berisping van Pleun, mijn diëtiste. Ik ben nog niet echt begonnen met mijn suikerloze weken. Overal zit suiker in. Behalve in komkommer. Ik denk dat ik dadelijk een plakje of 2 in de Gin Tonic doe. Voor het idee….