Peru-Bolivia hoofdstuk 3: werelden van uitersten

Ik verliet jullie zaterdagavond (zondagmorgen Nld-tijd) een paar uur voordat we in de beroemde Colca Canyon naar de condors gingen kijken. De route ernaar toe ging weer door adembenemende berglandschappen. Veel beschavingen, al ver voor de Inca’s, hebben hier inventieve irrigatie-methoden gebruikt om op de woeste bergheuvels 300 soorten aardappelen, guinoa, graan en fruit te verbouwen.



Maar het doel was om dichtbij de opstijgende condors te komen en dat is gelukt! Een groep van 15 van deze lelijke grote gieren bleef lang boven ons hoofd zweven op de termiek. Ze kunnen maanden zonder eten, omdat ze onder hun kin een soort van Tupperware-opvangzak hebben waar ze 4 kilo aas kunnen opslaan om later lekker op te peuzelen. Best handig, ik ben al een heel eind…

Na de lunch begon de ellende. De busreis naar Puno was betoverend mooi, maar niet als je je condor-reserves terug naar buiten stuurt. Marion was erop voorbereid en had stylische Michael Kors-Kotszakjes gekocht, met een prettige gel onderin, om de massa en de geur te absorberen. De chauffeur deed ook niet echt zijn best, want hij scheurde als een debiel rakelings langse diepe afgronden en haalde roekeloos in. Dan duurt zes uur best lang. Maar ik heb intens genoten, met alle folkore langs de routes tijdens de stops.


Puno was niet meer dan een tussenstop richting Bolivia en een uitgeputte Marion heeft niets gemist. De volgende ochtend kwamen we met Bolivia-Hop, een handige touroperator waar je overal kan op- en uitstappen, aan bij de grens. Het ging er wat anders aan toe dan in Europa, want we moesten de bus uit met bagage en al om de grens over te lopen, ondertussen twee douaneposten passerend. Peru en Bolivia zijn niet hele grote vrienden meer na talloze vrijheidsoorlogen tegen vijand Chili. Bolivia had ooit een brede strook aan de kust, maar is na deze oorlogen een opgesloten hoogland geworden zonder zeeverbinding. Hun dank voor het jarenlang helpen van buur Peru…

Rond de middag kwamen we aan in Copacabana, een dorp aan het meer van Titicaca. Het klonk veelbelovend, maar was best een slap aftreksel van een hippe strandplaats. Het Titicacameer is het hoogst bevaarde meer op de wereld. Het ligt op 3900 meter en is bijna net zo groot als Gelderland en Overijssel bij elkaar. De beroemde rieteilanden waar de indianenstam Uro’s op wonen hebben wij uit tijdgebrek overgeslagen. Wel hebben we een boottochtje gemaakt naar Isla de Sol, waar volgens de legendes de Inca-koning is geboren. Met op de achtergrond de imposante pieken van de Andes.

De afgelopen twee dagen zijn we van onze sokken geblazen van La Paz. Zo groot, zo druk, zo intens hebben we niet eerder meegemaakt. Geklemd tussen een aantal hoge bergen zitten naar schatting 3 miljoen mensen op elkaar gepakt. Hoog tegen de berg liggen de krottenwijken in typerende rode baksteen in elkaar geflanst. Met de nieuw aangelegde telecabines hebben we alle hoeken van de stad gezien en zijn we meer dan verrast. Overdonderd eigenlijk. Wat een stad.


En nu zijn we, na een korte vlucht van een uur, aangekomen in het zouthotel Sal de Luna in Uyuni. Nog een dagje relaxen in een 100% uit zout opgetrokken luxe hotel. Een unieke ervaring, vooral door de bizarre ligging: aan de rand van de immense zoutvlaktes. Daar gaan we de aankomende 3 dagen met een Jeep overheen crossen, gecombineerd met primitieve maaltijden en dito slaapzalen. Het termo-ondergoed gaat van pas komen, want het wordt ‘s nachts rond de -15 graden. Da’s andere koek dan Nld op dit moment. Gelukkig ben ik goed geisoleerd..

We zijn pas anderhalf week onderweg, maar hebben ervaringen voor een maand. Je merkt dat ik superlatieven tekort kom. To be continued!

Peru-Bolivia hoofdstuk 2 : La Sierra

Drie dagen geleden zaten we nog op zeenivo, vandaag hebben we de 5000 meter gehaald. Het kan verkeren…

Woensdag zijn we in Ica op de luxe nachtbus naar Arequipa gestapt. Een taai stukje van onze reis, want de rit duurt 13 uur. De ligbedden zijn Business Class waardig, er wordt voor een maaltijd gezorgd, je krijgt te drinken, maar toch..is het een busreis. Met een halve slaappil erin hebben we 7 uur geslapen, maar om 04.00 uur was ik klaarwakker. En ‘smorgens ontstaat bij mij binnen een half uur de onbeheersbare drang om een kilo af te vallen via de natuurlijke achterweg. De noodstop midden in de woestijn kwam als geroepen. Het dampte na toen we wegreden…

De laatste uren waren vooral voor Marion een lijdensweg, want we kronkelden over hobbelige bergwegen langzaam vooruit, met af en toe een gevaarlijke inhaalmanoevre om weer een trage vrachtwagen te passeren. Als je weleens naar het TV-programma de Gevaarlijkste Wegen hebt gekeken, kun je je een goede voorstelling maken. Het gaat er iets anders aan toe dan op de 5 banen A-2 tussen Utrecht en Amsterdam…

De aankomst in Arequipa en het hartelijke welkom in ons boutique-hotel maakte alles goed. De toegewezen bruids-suite (een e-mail verzoek levert soms iets leuks op) was betoverend mooi. Het hotel was een oud Spaans koloniaal gebouw uit de 18e eeuw, met dito patio’s en ruimtes met dikke vulkaanstenen muren. Maar eigenlijk was het centrum van Arequipa één groot museum met statige gebouwen, een prachtige kathedraal, mooie musea en vooral een heel relaxte sfeer. Na de drukte van Lima en de chaos van Ica was Arequipa voor ons een welkome pauze. Een aanrader als je in de buurt bent.

Gisterochtend werden we om 7.30 uur opgehaald voor de volgende etappe. In een minibus vertrokken 7 dames en ik als chapperon naar het hooggebergte. Onder de dames ook Laura en Desriée uit Schellinkhout, twee leuke vriendinnen samen op pad. We hadden een klik en vrolijk kletsend gingen we ongemerkt van 2350 naar 4000 meter, terwijl onze gids Gina ons bleef bijkletsen over Peru en het leven in de bergen. De coca-thee bij de eerste stop kwam als geroepen, want we werden al licht duizelig en wankel. Door het vele drinken, vooral van energiedrankjes als Gatorade, kun je je mineralen en suikergehalte op peil hadden, met als bijkomend effect dat je blijft plassen.

De bergpas leidde ons tot 4950 meter en ik denk niet dat ik in mijn leven nog hoger ga komen. Omringd door allemaal bergtoppen en werkende vulkanen van rond de 6000 meter, voel je je net op de maan. Er groeit werkelijk niets meer. De vicuñas, lamas, alpacas en guanacos (de 4 kameelsoorten die hier voorkomen) waren veel in beeld, maar haakten ook op deze hoogte af. Je gaat zo langzaam lopen als je maar kunt, want elke inspanning levert gehijg en koppijn op.

Daarna begon de razendsnelle afdaling naar Chivay, 1500 meter en een half uurtje lager. Een rondje over de lokale markt kon niet bekoren, want we waren gesloopt door de hoogteverschillen. We gingen snel door naar ons hotel, een soort boerenhoeve in een bergdorpje, waar we voor 30 Sol (€7,50) een uitgebreide warme lunch kregen, met als hoofdgerecht alpaca van de BBQ. Ze zijn schattig om te zien en smaken nog beter.

Als een duveltje uit een doosje kwam bij Marion een gierende koppijn opzetten en hebben we het bezoek aan de warmwaterbronnen laten schieten. Alle trucs worden uit de kast gehaald om de koppijn weg te krijgen; cocabladeren, cocathee, cocatoffees, good old Ibuprofen en ook lurken aan een zuurstoffles. Ik kon nog net een stukje van de Champions Leuague finale op een sneeuwerig beeld kijken, maar ik heb gelukkig de eindstand gemist… het zal toch niet dat?..

Morgenvroeg gaan we naar Colca Canyon om condors met een spanwijdte van bijna 4 meter over ons hoofd te zien suizen. Na Grand Canyon is Colca de diepste kloof ter wereld en de luie condors gebruiken de ochtend-termiek om boven te komen, zodat ze nauwelijk hoeven te vliegen. Waarschijnlijk in de evolutie ook leergeld betaald in het hooggebergte. Elke inspanning is er één teveel.

Het is een reis van uitersten. Ik heb nu twee dagen geen WIFI of internet en dat is eigenlijk best grappig. Behalve als je een stukje met veel foto’s wilt plaatsen en dus je 3G moet inschakelen. Die foto’s houd je dus tegoed. Tot woensdag!

Peru-Bolivia hoofdstuk 1: La Costa

De kop is eraf, we zijn al vier dagen onderweg. Al het begin is lastig, zeker als er in Nld. bij vertrek nog gestaakt wordt door één van de drie bagage-afhandelaars van Schiphol. De dames van de FNV kwamen in de lange rij uitleg geven waarom er werd gestaakt en Marion dacht alleen maar: ‘als hij maar geen stennis maakt..’ Na anderhalf uur wachten mochten we haastje-repje boarden.

Op het vliegveld Gatwick hadden we maar twee uur om de vlucht naar Lima te halen en daarvan hadden we al anderhalf uur verspeeld. Aangekomen hebben we de transfer-rijen geskipt door via een sluiproute aan te sluiten bij de Las Vegas-overstappers die nog meer haast hadden. We renden naar D-28, de allerlaatste gate van het platform, en konden net aansluiten bij de laatste mensen in de rij. Of onze bagage meeging, leek kansloos.

Twaalf uur later, maar wel zeven uur vroeger, zagen we Lima in de smog opduiken. Slecht drie maanden per jaar is er een heldere lucht, de andere negen ligt de metropool onder het tapijt van La Garua, de eeuwige mist/smog. Niet raar voor een stad van 11 miljoen inwoners. Soepel en snel werden we in een lege touringcar, incl. onze bagage, naar het hotel Gran Hotel Bolivar gereden.

Door de mist en vooral de verkeersdrukte is Lima niet erg populair onder toeristen. Het viel ons niet tegen, want de prachtige gebouwen in Spaanse stijl liggen meestal op indrukwekkende pleinen. Er was overal politie en leger te zien, want vlak voor de verkiezingen wil de vlam weleens in de pan slaan, zoals bijna overal in Midden- en Zuid Amerika. Toch waren het aardige gasten en na een kort praatje (Si, soy de Barcelona, Messi el Salvador!) mocht ik op de foto. Aan het eind van onze trip verblijven we nog twee dagen in Lima, wordt dus vervolgd.

Peru kun je grofweg in 3 landschappen verdelen: La Costa, La Sierra en La Selva. La Costa, de kuststrook, is kurkdroog en bijna helemaal woestijngebied. La Sierra is het gebergte, met name door de Andes en Machu Picchu beroemd. En La Selva is het oerwoud van de Amazone, met veel natuurparken. We gaan het allemaal doen.

De eerste stop na Lima was Paracas, een ministadje wat als vertrekpunt dient voor een trip naar de Ballestas Eilanden. Deze eilandengroep worden ook wel de Mini-Galapagos genoemd. Na een boottochtje van een uur met een supersnelle speedboot kwamen we er aan. We hebben nog nooit zoveel zeevogels, robben en zeehonden bij elkaar gezien. Ogen en oren kwamen we tekort, vooral omdat de schattige Humboldt-pinguins alles eraan deden om op een ganzendrafje weg te schuifelen. Je kunt alleen maar lachen als je ze ziet.



Na dit WOW-moment bracht de lokale bus ons naar het plaatsje Ica. Het staat weer redelijk overeind, maar deze streek is vaak getroffen door aardbevingen, voor het laatst nog in 2017. Overal hangen in La Costa in en rond gebouwen groene bordjes met de tekst: ‘Zona Segura en caso de sismos’ (veilige zone in geval van aardbeving). Misschien iets voor Groningen?

Het einddoel van de de tweede dag was de oase Huacachina, op 10 taximinuten van Ica. Ondanks al mijn reiservaring werd ik toch volledig verrast door dit bizarre natuurverschijnsel. In een woestijn met 2 mm water per jaar (ongeveer net zoveel als tijdens een filerit van Rotterdam naar Nijmegen..) ligt een fata morgana-achtig plaatsje, met een groen meer omringd met palmbomen. Het is een beetje een tourist-trap, maar toch ook een must-see.

‘s Middags heb ik Marion over gehaald om mee te gaan op woestijnsafari in een Dune Buggy, een soort Mad Max auto. Er niet bij verteld dat het, na een boot- en een bustocht) misschien wel ‘een bridge too far’ zou zijn gezien haar wagenziekte. Het was adembenemend, soms scary, maar vooral een geweldige adrenaline-stoot. Toen al die jonge gasten op een snowboard de duinen keihard afsuisden, kon ik me niet inhouden en ben erachteraan gegaan. Het was een onbeschrijfelijk kick! Filmpje op verzoek beschikbaar..

Na de zonsondergang bovenop de woenstijnduinen, volgden de kamikaze-rit in het halfdonker terug naar de oase. Hevig natrillend als na een aardbeving, hebben we er tijdens Happy Hour een paar cocktails ingeknikkerd. Vooral Marion heeft hard moeten werken om de alles gister binnen te houden, de bikkel!

Vandaag hebben we een rustdag, voordat we de nachtbus naar Arequipa nemen, midden in La Sierra. Daar gaan we twee dagen aan de hoogte wennen, zodat we zondag klaar zijn voor Colca Canyon, de vallei van de condors.

Hasta domingo!

Peru – Bolivia: De proloog

YES! We zijn vertrokken! Vandaag is het begin van onze reis naar Zuid-Amerika. We ‘hangen’ nog een beetje boven de Atlantische Oceaan. Met ruim een jaar vertraging en al bijna twee jaar na de eerste plannen. Misschien maakt dat onze reishonger alleen maar groter. De vier weken zitten zo vol dat we daarna naar ons kuuroord in Spanje vertrekken om op adem te komen.

Verder dan Venezuela ben ik nog niet geweest in Zuid-Amerika en dat is best raar gezien mijn Spaanse achtergrond. In een heel ver verleden was ik bijna naar Argentinië vertrokken voor een baan, maar de werkvergunning kwam niet rond. Jammer, misschien had ik Maxima wel geschaakt, voordat Prins Pils toesloeg. Deze trip zorgt ervoor dat ik nu alle werelddelen minimaal twee keer heb bezocht. Tick the box: been there, done that! Mijn reislustige moeder zou trots op me zijn..

Zij heeft altijd enthousiast verteld over haar reis naar Peru en Bolivia en mij tijdens de voorbereidingen nog boordevol tips & tricks gestopt. Maar zes weken voor vertrek moesten we vorig jaar de reis cancellen, omdat haar gezondheid hard achteruit ging. Ze bleef maar zeggen dat we moesten gaan, maar de geplande vertrekdatum werd uiteindelijk de dag van haar afscheid.. Ik heb haar beloofd dat we als eerste deze reis zouden gaan maken en belofte maakt schuld. Mam gaat over onze schouder meekijken en meegenieten.

Omdat we nooit kiezen voor een georganiseerde groepsreis, hebben we veel tijd in de voorbereiding gestoken. Vijf losse vluchten, waaronder lokale propellervliegtuigjes. Vorig jaar hadden we nog een vlucht staan met dezelfde maatschappij als het gecrashte Braziliaanse voetbalelftal Chapecoense… We slapen in 19 verschillende accomodaties, variërend van een boomhut, een basic hostal tot een luxe zouthotel. En naast het vliegtuig reizen we per bus, jeep, trein, boot, voet en in de Amazone zelfs per kano. En dat allemaal om de acht losse reisonderdelen, de bouwstenen, aan elkaar te koppelen.

Eerlijk is eerlijk, ik ben wel eens fitter en uitgeruster op vakantie gegaan, maar ik heb maar één angst: hoogteziekte! Je kunt je suf kauwen op cocabladeren (wat ik zeker zal doen!) of speciale pillen nemen, maar toch kan het onverwacht bij iedereen toeslaan. Het heeft niets met je gezondheid, leeftijd, conditie of je flaporen te maken. Gelukkig maar, want ik heb geen flaporen… Vrij snel naar ons vertrek gaan we via Arequipa (3800 meter) naar Colca Canyon om de machtige condors met een vleugelwijdte van bijna 4 meter over ons hoofd te zien suizen. Maar dan staan we wel bijna op het dak van de Andes, op 5000 meter hoogte. Als ik dan nog geen gebrek aan rode bloedlichaampjes heb, kom ik deze reis vast goed door.

Omdat ik tot de allerlaatste dag bezig was om mijn Apenrots-functie af te ronden, kwam het klaarleggen en koffers pakken toch vooral op Marion’s schouders terecht. Dat doet ze ook graag, want ik ben een notoire laatpakker, die niet geordend te werk gaat. En zelfs nog af en toe uit de klaarliggende stapeltjes kleren op de logeerkamer een onderbroek trek of een polo….Maar gisteren hebben we gezamenlijk het uitgebreide To Do-lijstje afgewerkt en afgevinkt en zijn we er klaar voor. Met twee handige reistassen in plaats van normale koffers en twee rugzakken is onze meeneem-capaciteit beperkt, maar we moeten zo “licht” mogelijk reizen.

De aankomende weken zal ik naast ‘Vroeg op Zondag’ ook ‘Tussendoor op Woensdag’ de belangrijkste highlights met jullie delen. Minder tekst, meer foto’s, van mijn eigen huisfotograaf. Fijn hè?
Vamos fullll gassss, arriba arriba!!!!!

Jolly Good!

Voor een superkorte trip ben ik in London beland. Daar was ik best wel een tijdje niet geweest, terwijl in ons foodvak London de trendsetter voor Europa is. Maar met mijn Zuid-Europese voorkeur kijk eerder naar beneden dan opzij.

Het was 22 jaar geleden toen we met mijn eerste leasebak, een echte Ford Monedo 1.6 op LPG, met een catamaran-achtige veerboot vanaf Calais het Kanaal overstaken. De tunnel was net gegraven en klaar, maar nog schreeuwend duur. In Calais werd je nog niet besprongen door radeloze asielzoekers die dachten dat the UK het Walhalla was. Links rijden kostte weinig moeite, zeker na twee jaar Down Under. Het was een mooi weekendtripje met vrienden, in een samenstelling die aan twee kanten is veranderd.

De terugreis met de catamaran was dramatisch. Door een kolkende zee met hevige windstoten en regenvlagen werd er noodgedwongen uitgeweken naar Boulogne, zuidelijk van Calais. Een boot vol kotsende mensen en auto’s met blikschade door het schudden in het ruim. Ik kwam zelf redelijk ongeschonden van boord, omdat mijn maag alleen tegensputtert na 23 bier, 5 Bacardi Cola en 3 broodjes Shoarma. Maar op de één of andere manier is London toen fors gedaald op de bezoekladder.

Nu ben ik gistermorgen in Eindhoven om 8.00 uur met vriendje Gaico in een vliegbus van Ryanair gestapt om 50 minuten en 35€ later op London Stansted te landen. Geheel volgens Ryanair-traditie ligt ook dit “London-vliegveld” ruim een uur van London af. Met een bus het laatste uurtje naar de stad getuft, want de treinrails waren in onderhoud. Snel onze spullen in het hotel gedumpt om daarna gehaast bij een hippe lunchtent een goddelijk lekker biertje te bestellen. Mijn eerste druppels alcohol na Dry January smaakten heerlijk en maakten meteen roezig. Één van de weinige voordelen van ouder worden is bij mij een afnemende alcoholbehoefte en tegelijkertijd een zwaardere impact bij bovenmatig innemen. Voorzichtigheid was geboden, anders zou ik de hoofdact van het weekend missen.

Gaico en ik zijn namelijk in London voor een potje voetbal. Gewoon, omdat het kan. De keus viel maanden geleden op Arsenal tegen Everton, omdat daar Ronald Koeman trainde. Maar het Europese trainersgilde is gewaarschuwd als wij vaker dit soort wedstrijden bezoeken; meestal is de trainer ontslagen voordat wij er zijn. Zo ook Koeman, die onze nieuwe bondscoach gaat worden. De wandeling rond het imposante Emirates-stadion was very impressive. Overal herinneringen aan hun oude helden, standbeelden van de grootste iconen (Bergkamp!) en een alles verslindende clubliefde bij de supporters.

Tien jaar geleden is het oude Highbury stadion vervangen door het hypermoderne Emirates stadion. Maar de rest is in deze volkswijk onveranderd gebleven. Oude, verpauperde huizen met een metrostation ertussen gepropt en een aftandse kroeg die uren voor de wedstrijd al stampensvol zit. In ras tempo gleden de pints Fosters en Carling ook bij ons naar binnen, terwijl we verbaasd naar het totaal versleten bloemetjestapijt op de grond staarden. Het bewoog een beetje zompig onder onze voeten… Maar hygiene was geen prioriteit in deze volkspub; de urinoirs zaten puur voor de richting vast aan de muur, want de spatresten en miljoenen bacterien vlogen kris kras door de ruimte.

Het luxe stadion van Arsenal staat in schril contrast met de wijk en de supporters. Arsenal is een volksclub, in 1886 opgericht voor de medewerkers van de wapenfabriek Arsenal en voetbal was en is hun enige uitlaatklep. Overal om ons heen mensen die al 30-40 jaar een seizoenskaart hebben, ook al kost die een maandsalaris. Het potje voetbal was snel gespeeld; Arsenal walste over Everton heen en binnen 30 minuten was het 3-0. Het werd uiteindelijk 5-1 en Arsenal deed gelukkig zijn bijnaam (Boring Arsenal) geen eer aan. Het was tijd voor een aftermatch biertje, samen met al die proud supporters.

Vandaag laat Gaico mij nog even wat toeristische highligts zien, want de volgende keer kan wel weer 20 jaar duren. London is een boeiende, typisch Engelse metropool. Het miezerde gisteren de hele dag door, de prijzen zijn astronomisch hoog en ik heb de laatste jaren nergens zoveel zwervers en bedelaars gezien in Europa. Ik weet niet of dit de eerste effecten van de Brexit zijn, maar ik vond het schokkend anno 2018 in een rijk Westers land.

Samen mijmeren we alvast over de volgende voetbalbestemming. Athene voor AEK tegen Panathinaikos? Rode Ster Belgrado tegen Partizan Belgrado? The old firm tussen Celtic en Glasgow in Schotland? Genoeg keuze, maar suggesties zijn meer dan welkom!

Koh Chang 2

Elke vezel uit mijn losgemasseerde lichaam verzet zich. Elke smaakpapil eist verlenging van de culinaire ontdekkingsreis. Elk nog niet bezocht, verborgen baaitje smeekt om uit de vergetelheid te worden gehaald. Chæ̀ng mạn; Verdomme, we moeten terug.

Het is ons bevallen, dit minder toeristische eiland. Op een paar drukkere plaatsen hokken altijd wel toeristen samen, met helaas ook alweer veel kakluizen uit Rusland. Maar verder hebben we ongestoord de hele week kunnen scooteren (voor € 25!) naar afgelegen baaitjes en dorpjes. Gegeten bij 16 verschillende Thaise restaurantjes, omdat twee keer bij hetzelfde tokootje eigenlijk zonde is. Je weet nooit wat je dan misloopt.

Grappig dat ik tussen 14.00 en 17.00 ’s middags geen bier kon kopen, dat de supermarktjes Seven-till-Eleven ’s middags een paar uur dicht gingen, dat ik hier en daar iemand wakker moest maken om een fruitshake te laten maken. Thailand blijft gewoon een heerlijk land waar je je minder druk maakt.

Het intigreerde mij waarom er zoveel Chinezen waren op het verder rustige Koh Chang. China staat nog steeds niet hoog op mijn landen-bucketlist, want ik vind het een eigenaardig volkje. Acht van de 10 vrouwen hebben een Schumachertje gedaan, met als gevolg bv. de lippen van Patrica Paay op de smoel van een dunne duif. Aan de ontbijttafels zaten kersverse gezinnetjes heerlijk op de oversized Iphone te gamen, terwijl de dochter van 4 onopgemerkt het gekookte ei onder tafel verstopte. Nul aandacht voor hun kind, druk met het schermpje. Voor het fijnere ontbijteffect ook nog de geluidjes van ‘Pokemon in Beijing’ aan laten staan…

In het zwembad hield een ander stelletje continu een paraplu boven het hoofd van hun made in China zwemmende godje, zodat zijn perkamente velletje niet verkleurde. Kan nooit wat worden, zo’n weekdier. Navraag leerde dat de Thaise ANWB gratis visa hadden weggegeven aan de Chinezen in verband met het laagseizoen. Tja, en dan komen er 200 miljoen Chinezen in beweging, waarvan er 5000 op Koh Chang waren beland. Maar verder leuke gasten, gezellig bijgekeuveld….zelfs het woord ‘NO’ is oeterwaals voor ze.

Ondanks de korte tijd voelde Thailand weer als een warme deken. Wel een vochtige, want in een week viel net zo veel regen als in augustus én september in Nederland. Daarom hebben we de Half Moon Party op het hippie-strand Lonely Beach helaas moeten laten schieten. Het onweerde zo hard dat alle Bob Marley types bang waren dat de bliksem in hun groezelige vogelnest zou slaan. Of de joint nat wordt.

Ook met een scootertje lukt het me om (te) krap met benzine proberen uit te komen. We kwamen bijna op het meest afgelegen puntje van het eiland zonder prut te staan. Ik voelde Marion’s boze blikken alweer in mijn rug prikken en ook haar greep om mijn lovehandles werd minder teder. Heuveltje op leken we nog naar Bangkok te kunnen, heuveltje af leek de tank droger dan de Sahara. Drijfnat van weer een stortbui en met angstzweet voor een ’talk to the hand’-dagje kon ik ergens een Colafles benzine bemachtigen. Misschien toch maar eens afleren, dat helemaal leegrijden.

Lekker de tijd gehad om twee heerlijke boeken te lezen; Het Geluid van de Nacht van Maria Dueñas en het onbeschrijfelijke epos Victus over de val van Barcelona in 1714. De oorsprong van wat er vandaag in Catalunya gaat gebeuren rondom de (illegale) verkiezingen gaat terug tot in die tijd. En het meest verbijsterende: ook toen waren incapabele politici en hooghartige Spaanse trots de oorzaken van de chaos. Laten we hopen dat er vandaag geen ernsige incidenten gebeuren, want dan is een oplossing heel ver weg.

Dit was ons 4e Thailand tripje in 6 jaar, mede mogelijk gemaakt door een kleine investering in het lokale credietfondsje van een vriend. Dat levert al jaren een prachtig vakantiespaarpotje op, dat we alleen in Thailand verzilveren met een lokale creditcard. Altijd grappig om bij aankomst op de gok een paar toetsen in te drukken van de geldautomaat en dan lachend het pakje Thaise Baths in de zak te steken. Geen idee wat er nog op staat, maar over twee jaar gaan we vast ergens anders in Thailand een nieuwe poging wagen.

Dadelijk beginnen we aan het laatste stukje terugreis, van Abu Dhabi naar die Heimat. Uitgerust, opgeladen en ontspannen de herfst in. Heerlijk, heb er nu al zin in.. Jullie ook?

Koh Chang 1

Als je wakker wordt en dit leest, tuf ik al uren op een scootertje over het eiland. Achterop zit Marion, die krampachtig houvast zoekt. De klassieke methode -handen om mijn middel- is niet meer haalbaar. Jullie weten wel waarom…

Het klinkt een beetje blasé, maar dit is onze echte vakantie. Geen vol Rosamar, geen korte weekendjes Ryanair, gewoon weg met zijn tweeën. En ja, Thailand is best ver voor 10 dagen, maar dat vinden wij geen probleem. Je rijdt naar Dusseldorf-Flugplatz, stapt in de luxe vliegbus van Etihad, maakt een tussenstop in Abu Dhabi (met zijn “Efteling”-hal) en hups 22 uur later zit je op Koh Chang, een tropisch eilandje op 4,5 limousine-uur van Bangkok. Je moet er wat voor over hebben, maar dan krijg je ook wat. Tot nu toe vooral veel regen….

Thailand en Bali zijn onze favoriete Aziatische verwen-bestemmingen. En de redenen zijn simpel: veel luxe voor minder geld, fantastisch eten, superlieve mensen en eindeloze massages. Tijdens onze doe-reizen nemen wij vaak genoegen met weinig comfort, goedkope hotels en eten wat de pot schaft. Maar nu even niet. Onze private villa ligt pal naast het Olympische zwembad, de zee is 30 meter verder en ik kan schaatsrondjes in de douche draaien. En het allermooiste? het is laagseizoen, dus er zijn maar 5 van de 35 villa’s bezet. Het personeel weet van gekkigheid niet meer wat ze moet doen. Vanmorgen hield de poolboy mijn slippers in zijn hand, toen ik uit zijn bad stapte. Terwijl ik net een Tsunami-alarm had veroorzaakt…

Meteen op de eerste dag hebben wij tijdens het oriëntatie-rondje een forse Thai massage ingezet om de reisstijfheid uit ons lichaam te laten verdwijnen. Negentig minuten probeerde het arme meisje mijn reuzenlichaam te kneden, te masseren en recht te buigen. Voor omgerekend € 7,50 liep ze een beroepsrisico op, waar je in Nederland geen Arbeids Ongeschiktheids Verzekering voor kan afsluiten. Ze wandelde over mijn rug de intocht van de 4-daagse, verlengde mijn hamstrings met 30 cm en rekte mijn schouders op a la Epke Zonder Land. “You very strong man” is volgens mij een beleefde Thaise metafoor voor een enorme, onbuigzame, houterige zak modder. God wat was ze goed!

Toch is de Thaise keuken de voornaamste reden om hier vaak te komen. Intens gelukkig word ik van de veelvoud aan smaken, kruiden en ingredienten. Elk gerecht prikkelt de zintuigen. En daarbij hebben wij een duidelijke voorkeur voor kleine lokale tentjes of de foodtrucks avant la garde. Een complete keuken is dan gebouwd op een aftandse oude Solex en overal bungelen pannen, ingredienten en servies. Eigenlijk hebben we maar 2 eisen; het moet ‘spicy’ zijn en goed verhit. Dat laatste betekent geen rauwe producten of salades, want de HACCP-richtlijnen zijn hier iets anders dan in het over-georganiseerde Europa. De gebruikelijke darmspoeling wordt meestal toch vanzelf wel opgewekt door de hete smaken, maar het ruimt lekker op. Hoef ik geen Patty Brardje voor te doen.

Gisteren hadden we zo’n lokale lunch. Terwijl boven ons drie bavianen gymnastiek oefeningen deden in de talloze verstrikte electriciteitsdraden, testte ik de kleine plastic stoel op zijn stevigheid. We kozen 2 grote Tom Ku (spicy garnalensoep), hot green curry met kip en gewokte groente met oestersaus. Daarbij twee grote glazen watermeloensap en een half litertje lokaal bier. En dat alles voor de astronomische prijs van 608Baht, toch gauw een dikke €15,- … Tranen biggelden over mijn wangen, van geluk en pittigheid.

Bijna hadden we nog een dagtripje geboekt naar Cambodja, om bruisend Phnom Penh of de beroemde Ankor Wat op zijn Japans te bezoeken. Het was leuk geweest voor mijn landen-lijstje, want ik moet nog steeds hard aan de bak om mijn moeder te evenaren. Maar niet alles past in een verwenweekje. Dat houden we dus nog te goed, want we zijn nog lang niet uitgereisd.

Alhoewel het weer niet om over naar huis te schrijven is, doe ik het toch. Ik heb in drie dagen nog nooit zoveel regen bij elkaar gezien, terwijl het constant 30 graden blijft. We waren erop bedacht en hebben er verder ook geen last van. Het Spanje-bruin zit er voorlopig nog wel even op. In razend tempo werk ik mijn boekenachterstand bij en val Marion regelmatig op allerlei manieren lastig. Het heeft zijn voordelen, zo’n weekje één op één haha.

Tot volgende week.

Detox

We zijn weer terug in Dld/NL. Best wel een omgekeerde cultuurschok. Alles is zo geregeld, zo geordend en zo netjes. Auto’s rijden weer rechts en hebben licht aan, zelfs overdag. De schappen van de Pennymarkt, AH of Lidl liggen propvol met 40 soorten kaas en 30 soorten sla. Ik krijg mijn boodschappenmandje bijna niet gevuld. Besluiteloosheid bij zoveel overdaad.

De laatste dagen van Out in Africa hebben we doorgebracht in Mozambique. Van alle bezochte landen het vuilst, armst en minst ontwikkeld. En daarom ook zo fascinerend en verbijsterend. Geroemd om zijn snelle economische groei, maar van niets naar iets is al snel een grote stap. De Portugese koloniale invloeden vermengd met heldhaftige revolutionaire denkbeelden. Straatnamen als Avenida Che Guevara, Vladimir Poetin, Lenin, Allende etc. En niet gewend aan toeristen, dus constant op de hoede waar je gaat en wat je doet. Twee agenten op een pick-up die midden op een drukke kruising hun geweren doorladen en schietend achter een oude BMW (jaren ’80, 3-serie) aangaan. Maar ook heerlijke schaaldieren, een grappige curio-markt en vrolijke, kleurrijke mensen.

Op weg naar het vliegveld van Jo’burg nog gestopt bij het Chimpanzee Rescue Center. In een prachtige omgeving krijgen 45 mishandelde, getraumatiseerde en verwaarloosde chimpansees een beetje liefde en fatsoenlijk leven. In 3 leefgroepen verdeeld, zodat ze elkaar niet afmaken. Jessica, 42 jaar in een kooi opgesloten en nog nooit een andere aap gezien. Cozy, die stukken hout gooit naar blonde bezoeksters om hun aandacht te trekken. Thomas, 72 jaar oud, de een na oudste levende chimp op aarde. We hebben ons ook kapot gelachen om hun (helaas aangeleerde) menselijk gedrag. Maar wel zo herkenbaar, dat je je ook beseft waarom bij Chimps 97,8% van het DNA overeenkomt met de mens. Die laatste 2% zijn dan wel met name onze slechte eigenschappen, zoals arrogantie en haat. Bij de ingang van Chimp Eden ook een mooie spreuk gezien: “The happiest people don’t have the best of everything, they just make the best of everything.”

Zo voel ik me ook, zeker na deze reis. We hebben geen georganiseerde groepsreis geboekt, maar zelf de reis en landenkeuze samengesteld. Betaalbare tickets, huurauto en hotels erbij gevonden en het avontuur opgezocht. We zijn beloond met een rollercoaster van 3 weken en we hebben Afrika een beetje leren kennen. We made the best of everything. En nu moet ik gewoon weer aan de bak. Schop onder mijn hippo-kont. Offertes maken, strategieën uitwerken, visies ontwikkelen. Brood op de plank, om de financiële gaten te dichten en snel te sparen voor de volgende reis. En als je ooit in je leven de kans krijgt of de keuze hebt; Ga naar Afrika!

Na een vlucht van 17 uur en een kort autoritje zijn we woensdagmiddag weer ‘thuis’ gekomen. Onvermijdelijk, maar voor mij altijd weer een sikkeneurig moment. De heerlijke douche met heet water, het comfortabele bed, een espresso uit mijn Jura-machine; ik geef het allemaal op als ik meteen terug kan. Tuurlijk willen de meiden graag naar huis; Mama, de familie en hun vriendjes zien. Het duurt ook nooit lang, voordat het normale leven weer zijn gangetje gaat. Ik ga altijd meteen de volgende dag werken, om het normale ritme op te pakken en mijn melancholische buien te onderdrukken. In een gestage stroom keurig invoegende zakenauto’s over de A-12 naar De Meern. Een groter contrast met 48 uur eerder in Maputo is haast niet voor te stellen.

Morgen gaat Marion naar Spanje om daar de aankomende weken 5000 foto’s terug te brengen naar The Best Of Africa 100. En ik ga die weken in mijn nieuwe 2e hands hoerensloep met Duits kenteken ( vrijdag gekocht, details volgen!) op zijn Afrikaans rijden door Nederland. Dan zal ik binnenkort wel op de voorpagina van NU.nl verschijnen, met een balkje voor mijn ogen. Met een dashboard camera gefilmd als ik over het A-12 Ecoduct bij Oosterbeek de file ontwijk. Ik ben na Afrika gewend om in het wildlife rond te toeren, dus ik zie het probleem niet. Ik stop ook pas als het politiegeweer wordt doorgeladen, zoals in Maputo gebruikelijk is. Met de trein gaan is veel gevaarlijker. Dankzij het heldhaftige optreden van een paar dappere mannen zijn er geen tientallen doden gevallen in de Thalys… Brrrrr. Het komt wel heel dichtbij… Snel terug naar Afrika.

Afrikaanse koorts

Het is de laatste zondag in Afrika. Voorlopig dan, want ik kom hier terug. De intensiteit waarmee Afrika je opslurpt, is zelfs voor een reisfreak als ik overdonderend.
Maandag zijn we naar Johannesburg gevlogen. De 3 dagen daar waren met name bedoeld om de geschiedenis van de apartheid te ervaren. En weer lekker te eten na de treurige hotelprak in de Mugabe-lodge. De eetmissie slaagde al meteen de 1e avond, bij een top steakhouse met 400 gram rib eye voor $ 9,= …

Jo’burg (of Jozie) is nog steeds een lelijke, vuile en soms gevaarlijke stad. Tijdens de stadstour was het contrast tussen de positieve woorden van de gids en de harde werkelijkheid vanaf de dubbeldekker enorm. Er is geen enkele reden om Jo’ burg bij jullie aan te bevelen. Bergen afval, autowrakken en lelijke, vervallen gebouwen bepalen het straatsbeeld. Het is ook een rare gewaarwording om je als blanke ergens totaal onwelkom te voelen. Zo moet apartheid omgekeerd gevoeld hebben. Het 3 uur durende bezoek aan het Apartheid Museum was adembenemend, maar ook misselijk makend. Pas 25 jaar geleden is deze waanzin ten einde gekomen. Ontluisterende raciale hardheid.

De fietstocht door Soweto was daarom extra verrassend. Alleen maar vrolijke, lachende en zwaaiende mensen, hoe arm dan ook. Soweto heeft bij ons de naam als 1 grote gevaarlijke zwarte achterbuurt, maar bestaat uit veel subwijkjes met enorme verschillen. Treurige sloppenwijken, maar ook ‘luxere’ gedeeltes, door de inwoners zelf Beverly Hills genoemd. Je zou verwachten dat je zo snel mogelijk uit Soweto wilt vertrekken als je een beetje geld hebt, maar dat wordt gezien als verraad aan je roots. Oliver, onze Rasta fietsgids, legde uit dat je dan beter een BMW (Be My Wife) als statussymbool kunt kopen. In Soweto is de opstand tegen apartheid nog steeds levendig en voelbaar. Lopend in het piepkleine huisje van Nelson Mandela besefte ik me het weer. Hoe dapper zijn sommige mensen om met gevaar voor eigen leven te vechten voor een betere en rechtvaardigere wereld. Een diepe buiging. Ook voor Winnie Mandela. In het Westen verguisd, maar in Soweto net zo groot als haar ex. Ik heb me geen seconde onveilig gevoeld in Soweto, in tegenstelling tot downtown Jo’burg.

Donderdag zijn we rijdend met de huurauto uit Jo’burg vertrokken richting Mozambique. Op de valreep nog snel een extra formuliertje opgehaald om de grens over te kunnen steken, want Mozambique is geen favoriete bestemming voor de autoverhuurmaffia. Tot aan de grens kwamen we door continu wisselende landschappen, lijkend op Toscane, de Australian Outback, de Pyreneen of Oostenrijk. Adembenemend mooi, je kon hier en daar de avocado’s gewoon van de boom plukken. Onderweg kwamen we langs plaatsjes als Geluk, Berg en Dal, Middelburg, Alkmaar. Gelunched in Nelspruit, waar voor het WK in 2010 een giga-stadion is gebouwd. Als een olifantendrol, een soort A’dam Arena, ligt het in the middle of nowhere. Twee keer gebruikt…. Het was wel stilte voor de storm.
Vanaf de aankomst bij de grens met Mozambique kwamen we in een soort snelkookpan terecht. We werden omringd door honderden straatverkopers, ritselaars, geüniformeerde dienstkloppers en militairen met Uzi’s. Met de deuren op slot bleven de dames achter, terwijl ik probeerde de visa en de autopapieren goedgekeurd te krijgen. Geholpen door ritselaar Roy, die handig de eindeloze rijen omzeilde door zelf achter de schermen de juiste stempels te zetten. We strooiden met wat geld en stopte geldbriefjes in onze paspoorten die er haast onzichtbaar door de grenspolitie uitgehaald werden. Roy verdiende aan mij een weeksalaris, maar 30 minuten en $ 35 later sjeesde ik in volle vaart Mozambique binnen. Missie geslaagd, nog 80 km tot Maputo. Piece of cake…. Dacht ik..

Al na 3 km klapten we met onze hoofden tegen het dak van de auto, toen we gelanceerd werden door iets op de weg. Het bleek een verborgen verkeersdrempel. Die lag daar zomaar, terwijl je er 120 km p/u mocht rijden. Het was het begin van de meest bizarre autorit van mijn leven. Er bleken namelijk geen echte (verkeers) regels te zijn in Mozambique. Draaien op de snelweg? Mag! Markt houden in de middenberm? No worries! Geen licht aan? Boeien! Inhalen op een 2-baans weg met tegenliggers? Gewoon doen! Op de grond slapen op de vluchtstrook? Why not! Met een onwillige koe oversteken? Sure! Van de linkerberm ineens voorlangs rechtsaf slaan? Just do it! Volgens Marloes heb ik 6 dodelijke ongevallen voorkomen. Ze kan er eentje gemist hebben, maar het klopt wel ongeveer.

Pas twee uur later kwamen we in het straatarme Maputo aan, tijdens de avondspits. Alles krioelde door elkaar, kroop voor, sneed af, blokkeerde, toeterde en bumperkleefde. Omdat ook straatborden en wegbewijzering ontbrak, was het een helse klus om zonder Dom-Dom de ferry naar de overkant van de baai te vinden. Vlak voor 19.00 uur ’s avonds stonden we toch in de rij te wachten om de baai van Maputo over te steken naar ons hotel in Catembe. De 30 minuten dienstregeling was waarschijnlijk van voor de burgeroorlog, want pas om 21.00 uur reden we voorzichtig het gammele schipje op. Als laatste kwam nog een grote biertruck aan boord, waarschijnlijk getipt dat ik was aangekomen. Het bootje schommelde alle kanten op. Het is geen wonder dat er in Afrika veerboten zinken…. Maar wij haalden de overkant.

Daar aangekomen, was er niets. Geen weg, geen licht, alleen mensen lopend in het donker en een onduidelijke, summiere routebeschrijving naar Catembe Marisol Hotel. Het was puur geluk dat Marion bij het eerste neonlichtje, na 5 km hobbelen, aan een bewapende beveiliger vroeg waar het hotel was en deze zei: Aqui! Na een reis van 550 km in 12 uur, waren we doodmoe op onze bestemming aangekomen. 4 bier later was ik knock out. De skyline van Maputo aan de overkant werd steeds vager en ik werd door 3 dames in bed geduwd.

Ons hotel doet denken aan het Exotic Marigold Hotel uit de gelijknamige film. Dure materialen, prachtige indeling en ligging, maar vergane glorie en slecht onderhouden. Onze badkamer heeft een high-tech hydro multispray douche-installatie. Maar geen douchegordijn… De hele badkamer loopt onder en de toilet wordt automatisch gevuld met douchewater. En toch is het top. We ontbijten in een beach-house boven de Indische Oceaan en we lunchen ’s middag met tigershrimps, als kipfilets zo groot. Overdag pakken we de ferry om de baai over te steken naar het levendige en hectische Maputo, de markt te bezoeken (een stalletje vergeleken bij La Boqueria… ), rond te struinen voor souvenirs, seafood te eten en ’s avonds vluchten we terug naar de oase van rust.

Ik voel elke dag de tijd wegtikken en bereid me langzaamaan voor op terugkeer naar de Europese realiteit. Met tegenzin. In de spaarzame momenten dat we niets doen en de dames uitrusten, struin ik over het strand of rijd ik met huurauto een stukje niemandsland in. Bang dat ik iets mis. Ik heb Afrikaanse koorts gekregen en wil meer.

rauwe kip en het waslijntje van moeders

De midweekse update heeft een beetje lucht gegeven om vandaag de andere belevenissen van deze week over te brengen. We zitten al een paar dagen midden in de bush in een oase van rust, dus alle gelegenheid gehad om de grijze cellen te synchroniseren.

De zondagse wandeltrip naar Angel’s Pool bij de Victoria Falls heeft diepe indruk op ons allemaal gemaakt. De tocht erheen door kolkende rivierstromen (niet aan te raden voor zwaarlijvige 50+ers met tere voetjes…), de fotospot aan de rand van de 105 meter hoge cliff en de sprong in Angel’s Pool; tick the box!
Op de terugweg van de safari ben ik nog bijna in de Zambiaanse cel beland. Onze chauffeur Iso had me al gewaarschuwd dat er iets niet goed was met het visum, waar ik toch $50 p.p. voor had betaald. Aangekomen bij het luikje van de douane maakt Big Mama meteen duidelijk dat ik nog $50 p.p. moest bijbetalen, omdat ons visum alleen geldig was voor Zimbabwe en niet voor grensverkeer met Botswana. Na 10 minuten geduldig en voorbeeldig gedrag (voelde als 3 uur) maakte ik de kapitale fout om het woord “robbery” te laten vallen. De Zambiaanse Oprah ontplofte, haar ogen spuwden vuur en ze riep meteen de politie. Op het nippertje voorkwam Iso dat ik in het celletje naast het douanekantoor werd opgesloten, maar Oprah wenste me niet meer te zien. Anne-Roos kwam al om de hoek kijken, want de dames vonden het al verdacht lang duren. Na eindeloze onderhandelingen, $200,= en een diepe, nederige buiging mochten we toch de grens over. Blanke man, Lesje geleerd….

Gelukkig kwam Iso ons ook donderdag ophalen voor de transfer naar Zimbabwe. De grens moesten we lopend met al onze bagage oversteken, waarna we overstapten in een ander busje. De rit naar de lodge in Hwange National Park was adembenemend en ook ontluisterend. Om de 5 km. politiecontrole en verder alleen maar rieten hutjes. Meestal een stuk of 6 in een kring, geen water of stroom en de onvermijdelijke geiten. Twee keer zag ik bij een kerkje een paar stenen douchehokjes staan, naast een waterpomp. Blijkbaar is douchen alleen zondags voor de dienst mogelijk… De armoede straalde ervan af en bevestigde alles wat ik van Zimbabwe wist: hyperinflatie, ingestorte economie, 94% werkeloosheid (!), alles dankzij de aan syfilus lijdende dictator Mugabe die het land naar de knoppen heeft geholpen. Meer dan 80% van het wildlife is door de bevolking opgegeten om de honger te stillen. Ooit was Zimbabwe de graanschuur van Afrika. Het officiele betaalmiddel is de US$, want de eigen munt wordt niet geaccepteerd. Een briefje van 50 miljard Zimb.$ is precies 1 dollarcent. In alle opzichten is Zimbabwe een besmet land. Meer dan 2 miljoen mensen hebben er HIV. Sinds kort is reizen naar Zimbabwe weer toegestaan en dat trickerde mij om te gaan kijken. Ik denk dat aan het einde van onze reis Zimbabwe onderaan staat.

Onze lodge bevindt zich op een prachtig prive-terrein van 140 km2, net zo groot als Nijmegen en de geannexeerde buitengebieden Lent en Oosterhout. Het ligt uniek, aan een waterplas. Ook het lokale bruidspaar komt hier de trouwfotos maken. Elk uur komt een andere diersoort stipt op tijd drinken. Gistermiddag hadden de olifanten een half uur vertraging en was er paniek. 200 buffels moesten wachten, de nog dorstige kudus sprintten weg van de plas, bang om vertrapt te worden. Antilopen (wie heeft die naam verzonnen, anti-lopen???) liepen ineens voor de hotelkamer, waar onze was buiten te drogen hing. In de badkuip gewassen, aan het ingenieuze waslijntje (van Moeders Roos) opgehangen en streng bewaakt om te voorkomen dat een aap met een rode tanga op zijn kop door de hotellobby gaat rennen. Zo hebben we wel weer de visa van Zambia terugverdiend, want de hotellaundry vroeg $2 voor een paar sokken en $3 voor een onderbroek. Robbery!

Ondanks de fabuleuze ligging en de rust midden in de bush is de Hwange Safari Lodge geen aanrader. De service is belabberd en fake, het eten dramatisch en beperkt in keuze. De soep van het buffet was zelfs met mes en vork niet te snijden; Gamma behanglijm was vermengd met witte basispoeder van Knorr en twee verdwaalde stukjes bloemkool waren er per ongeluk ingevallen. De haricots verts waren stukjes groen geverfde waslijn. De reepjes kip van de grillplaat bleken gisteravond nog zo rauw te zijn, dat ik ze spontaan uitkotste. Marion was daar toen al niet meer bij, want die was na de eerste avond al afgehaakt en overgestapt op de tientallen pakjes Noodles-soep die onze koffers afdichtten. Het water van het zwembad is kouder dan het bier. De gluiperige oberkelner, type mini Fats Domino, stelt zich elke maaltijd opnieuw voor en probeert irritant vaak de stoel onder mijn hippo-kont aan te schuiven. Alles voor een paar dollar…Jammer voor hem, het hotel wil niet wisselen en ik heb ze bij Oprah allemaal ingeleverd. Maar het bevestigt onze hekel aan hotel-eten. Dat doen we eigenlijk nooit, maar er is geen alternatief in een straal van 100 km.

Het eerste deel vd reis zit erop, met dank ook aan Hanneke en Ester Koenders van de Zuid-Afrika Specialist voor de geweldige safari en de perfecte transfers. De nachtsafari gister was door de gespotte hyenas nog een mooie afronding. Morgen vliegen we volkomen uitgerust en uitgehongerd via Livingstone naar Johannesburg in Zuid-Afrika. Het wordt daar een soort 3 daagse city-trip met een fietstocht door Soweto en memory lane langs alle Nelson Mandela monumenten. Daar heb ik me enorm op verheugd, want de wijsheid van deze Grote Leider ontbreekt bijvoorbeeld bij foute mannen als Robert Mugabe. Wordt vervolgd!