Koh Chang 1

Als je wakker wordt en dit leest, tuf ik al uren op een scootertje over het eiland. Achterop zit Marion, die krampachtig houvast zoekt. De klassieke methode -handen om mijn middel- is niet meer haalbaar. Jullie weten wel waarom…

Het klinkt een beetje blasé, maar dit is onze echte vakantie. Geen vol Rosamar, geen korte weekendjes Ryanair, gewoon weg met zijn tweeën. En ja, Thailand is best ver voor 10 dagen, maar dat vinden wij geen probleem. Je rijdt naar Dusseldorf-Flugplatz, stapt in de luxe vliegbus van Etihad, maakt een tussenstop in Abu Dhabi (met zijn “Efteling”-hal) en hups 22 uur later zit je op Koh Chang, een tropisch eilandje op 4,5 limousine-uur van Bangkok. Je moet er wat voor over hebben, maar dan krijg je ook wat. Tot nu toe vooral veel regen….

Thailand en Bali zijn onze favoriete Aziatische verwen-bestemmingen. En de redenen zijn simpel: veel luxe voor minder geld, fantastisch eten, superlieve mensen en eindeloze massages. Tijdens onze doe-reizen nemen wij vaak genoegen met weinig comfort, goedkope hotels en eten wat de pot schaft. Maar nu even niet. Onze private villa ligt pal naast het Olympische zwembad, de zee is 30 meter verder en ik kan schaatsrondjes in de douche draaien. En het allermooiste? het is laagseizoen, dus er zijn maar 5 van de 35 villa’s bezet. Het personeel weet van gekkigheid niet meer wat ze moet doen. Vanmorgen hield de poolboy mijn slippers in zijn hand, toen ik uit zijn bad stapte. Terwijl ik net een Tsunami-alarm had veroorzaakt…

Meteen op de eerste dag hebben wij tijdens het oriëntatie-rondje een forse Thai massage ingezet om de reisstijfheid uit ons lichaam te laten verdwijnen. Negentig minuten probeerde het arme meisje mijn reuzenlichaam te kneden, te masseren en recht te buigen. Voor omgerekend € 7,50 liep ze een beroepsrisico op, waar je in Nederland geen Arbeids Ongeschiktheids Verzekering voor kan afsluiten. Ze wandelde over mijn rug de intocht van de 4-daagse, verlengde mijn hamstrings met 30 cm en rekte mijn schouders op a la Epke Zonder Land. “You very strong man” is volgens mij een beleefde Thaise metafoor voor een enorme, onbuigzame, houterige zak modder. God wat was ze goed!

Toch is de Thaise keuken de voornaamste reden om hier vaak te komen. Intens gelukkig word ik van de veelvoud aan smaken, kruiden en ingredienten. Elk gerecht prikkelt de zintuigen. En daarbij hebben wij een duidelijke voorkeur voor kleine lokale tentjes of de foodtrucks avant la garde. Een complete keuken is dan gebouwd op een aftandse oude Solex en overal bungelen pannen, ingredienten en servies. Eigenlijk hebben we maar 2 eisen; het moet ‘spicy’ zijn en goed verhit. Dat laatste betekent geen rauwe producten of salades, want de HACCP-richtlijnen zijn hier iets anders dan in het over-georganiseerde Europa. De gebruikelijke darmspoeling wordt meestal toch vanzelf wel opgewekt door de hete smaken, maar het ruimt lekker op. Hoef ik geen Patty Brardje voor te doen.

Gisteren hadden we zo’n lokale lunch. Terwijl boven ons drie bavianen gymnastiek oefeningen deden in de talloze verstrikte electriciteitsdraden, testte ik de kleine plastic stoel op zijn stevigheid. We kozen 2 grote Tom Ku (spicy garnalensoep), hot green curry met kip en gewokte groente met oestersaus. Daarbij twee grote glazen watermeloensap en een half litertje lokaal bier. En dat alles voor de astronomische prijs van 608Baht, toch gauw een dikke €15,- … Tranen biggelden over mijn wangen, van geluk en pittigheid.

Bijna hadden we nog een dagtripje geboekt naar Cambodja, om bruisend Phnom Penh of de beroemde Ankor Wat op zijn Japans te bezoeken. Het was leuk geweest voor mijn landen-lijstje, want ik moet nog steeds hard aan de bak om mijn moeder te evenaren. Maar niet alles past in een verwenweekje. Dat houden we dus nog te goed, want we zijn nog lang niet uitgereisd.

Alhoewel het weer niet om over naar huis te schrijven is, doe ik het toch. Ik heb in drie dagen nog nooit zoveel regen bij elkaar gezien, terwijl het constant 30 graden blijft. We waren erop bedacht en hebben er verder ook geen last van. Het Spanje-bruin zit er voorlopig nog wel even op. In razend tempo werk ik mijn boekenachterstand bij en val Marion regelmatig op allerlei manieren lastig. Het heeft zijn voordelen, zo’n weekje één op één haha.

Tot volgende week.

la douce France

Al jaren vliegen we snel over Frankrijk heen, op weg naar Spanje. Tenminste, als die hufterige Franse luchtverkeersleiders niet staken. Maar nu zijn we voor het eerst in acht jaar weer eens met de auto dwars door Frankrijk getoeterd.

Ik heb een haat-liefde verhouding met Frankrijk. Ik zal ze eeuwig dankbaar zijn voor twee mooie exit-deals, want die hebben mijn ‘joie de vivre’ wel wat eenvoudiger gemaakt. Ik smelt voor de mooiste Franse delicatessen zoals foie gras en zwijmel bijkans voor een top Bourgogne. Verdwaal graag in het prachtige Musée d’Orsay. (ben geen fan van Schele Lisa, die travestiet in het Louvre). Kan genieten van hun majestueuze taalgebruik.

Maar in het algemeen is het best jammer dat er Fransen wonen. Vooral Parisiens hebben een aangeboren hautaine attitude. Je mag patriottisch zijn en alleen je eigen taal beheersen. Maar de wereld houdt niet op buiten die chaotische Boulevard Périphérique van Parijs. Ik tokkel een heel behoorlijk woordje Frans, maar word toch regelmatig volkomen genegeerd omdat ik een buitenstaander ben.

Donderdagmiddag hebben wij een ongebruikelijke route genomen, dwars door de Champagne-streek. Rond 20.00 uur draaiden we het erf op van een Middeleeuwse chateau/hoeve, Chateau de Roises. Gevonden via Booking.com, maar gegokt om niet te reserveren of vooraf te bellen. Het lag er stil en verlaten bij, maar ergens ging een luik open en keken 4 bejaarde ogen ons verbaasd aan. In vriendelijk Frans kregen we te horen dat ze ons wel een overnachting gunde. We stommelden zes trappen op en kwamen in een soort kasteel-zolderkamer, die zeer smaakvol en authentiek was gerestaureerd.

Henri en Marie-Claire adviseerden ons wel om meteen naar Resto de Vacannes te rijden, drie dorpen en 15 kilometer verderop, omdat er in de wijde omgeving niets anders open zou zijn. Daar aangekomen, werden we eerst weggewuifd, maar ik legde snel de link met Chateau de Roises en we mochten aan het aperitief beginnen, in afwachting van het tafeltje. Het interieur was vergane glorie met TL-balken, geplastificeerde tafelkleedjes en oubollige bordeaux-rode muurpanelen. De tent zat afgeladen vol, iedereen kende elkaar. Een kokette Franse oma van diep in de 80 betaalde met een cheque uit haar vergeelde chequeboek.

We kozen een fles lokale rosé en een glas Leffe Ruby, een soort kriek of kersenbier. Terwijl de alcohol al snel zijn werk deed, bekeken we de borden op de tafels om ons heen. De specialité de la maison waren Galettes, een soort harde boekweit-pannenkoek. Ze zagen er woest lekker uit. We bestelden twee verschillende Galettes, voor het absurde bedrag van € 6,50 per stuk. Vooraf een plat andouilette (typisch Frans gerecht van ingewanden..) en salade de fromage de chèvre. Het was top en belachelijk goedkoop.

De volgende ochtend kregen we een kraakvers Frans ontbijt van croissants, pains au chocolat en huisgemaakte jams. Henri en Marie-Claire schoven gezellig aan en we kletsen honderduit, waarbij hun levensverhaal werd onthuld. Ze hadden na hun pensioen het 500 jaar oude Chateau de Roises voor een prikkie gekocht, maar de vervallen staat en 200(!) hectare terrein waren toch wel een dingetje… Daarom waren ze toch maar met een paar kamers B&B begonnen, om de oplopende kosten te dekken. Die zaten alle twee goed vol.. Er was ruimte om nog 50 kamers te maken, vertelde Marie-Claire op ironische toon. Het leven was wat zwaarder geworden dan ze hadden gehoopt. Een licht “Ik vertrek”-gevoel bekroop mij.

Via Clermont-Ferrand en de prachtige brug van Millau zijn we Spanje binnengereden. Onderweg nog wel een nieuw record “bijna lege tank” neergezet, want er ging 61 liter in een tank van 55+ 5 reserve…. Ik hoef hier, denk ik, niet uit te leggen hoe de stemming in de auto was, de laatste 15 km tot het benzinestation. Om de aandacht af te leiden van de benarde situatie, ging ik ouwerwets vloeken op de Franse medeweggebruikers, die vooral irritant in het midden bleven rijden, merde. Maar Marion trapte er niet in…. Ze was des duivels en vroeg zich af wat ik (wederom) wilde bewijzen.. Als we de pomp niet hadden gehaald, was ze ongetwijfeld de auto niet uitgekomen en had ik minimaal 10 dagen pikstraf gehad.

In september maken we de route omgekeerd, als Marion’s zomerreces erop zit. Ik kan me er nu al op verheugen. Vive la France!

Fränkl aus Tirol

Jullie hadden nog wat tegoed. Beetje raar tijdstip, op woensdag, maar ik was uit balans. Na een maandje zonder gegiste suikers, kwamen de eerste Weissen Hefe Bieren een beetje hard binnen. Maar nu, een paar dagen later, heb ik het Tiroler Rythmus weer helemaal onder controle.

De meesten van mijn volgers weten dat skiën geen natuurlijk gedrag voor mij is. Ik heb het pas laat geleerd, daarna lang niet gedaan en ben pas sinds de komst van Marion weer in een jaarlijkse wintersportgang terecht gekomen. Die achterstand maak je nooit meer goed. Zeker niet als ook je kinderen onder lichte dwang vanaf hun 5e op de latten zijn gedouwd. Op het kinderweitje van Sankt Johann im Tirol verdween dan de kneuterige Bobo-Bummelzug uit beeld. Soms probeerden hysterisch jankende, half kotsende kinderen nog uit het gammele treintje te springen. Maar dan waren Marion en ik allang uit beeld. Onder het motto : zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Mijn meiden zijn ons nu dankbaar, maar dachten er destijds vaak anders over…..

Het heeft lang geduurd voordat ik de lol van skiën begon in te zien. In de loop der jaren gingen steeds meer vrienden met hun kinderen mee naar ‘ons’ Sant Johann. En zij waren binnen de kortste keren getuige van een woest vloekende en noest ploegende Fränkl. Elk jaar nam ik me 10 keer voor dat dat dure geintje in de sneeuw maar eens afgelopen moest zijn. Terwijl iedereen in een kreukel van het lachen voorbij zoefde, probeerde ik 100+ kilo te draaien op afgejakkerde drukke pistes. Ik heb ooit hautain geklaagd dat de privé-les van een snoetig ski-juffie van 20 jaar wat tegenviel. De volgende dag kreeg ik ter compensatie gratis les van een 70- jarige ouwe rot in het vak, die als een lenige berggeit mij compleet afmatte. Ik moest onderaan de piste gereanimeerd worden…

Maar daar, bij de Schirmbar, herrees ik meestal als een Phoenix uit de as. Met mijn skischoenen op standje Sluis van Grave, werd eerst drie liter weggezweet lichaamsvocht aangevuld met Weissen Bier. Daarna werd de opkomende spierpijn behandeld met Obstler. Deze vrijwillige behandeling vond plaats onder de Obstler-douche in de apres-ski bar Max. Achteraf gezien denk ik dat er ook slaapmiddel in zat, want een paar uur later viel ik vaak in slaap onder de keukentafel bij mijn schoonouders. Zeker mijn dochters lieten mij daar graag liggen, uit boosheid en schaamte over mijn kroeggedrag.

En nu zijn we na 10 jaar weer een keer terug. Met de familie Tielbeke cs., helaas zonder Jesper. En ook met Ria, mijn schoonmoeder. Als ereburger van Sankt Johann i.T., met meer dan 30 jaar op haar palmares, doet zij een ronde Memory Lane. Mooi dat er dan zo veel dingen nog herkenbaar en onveranderd zijn. Terwijl tegelijkertijd het dorp strijdt tegen steeds mildere winters met te weinig sneeuw en daardoor wegblijvende toeristen. Klimaatverandering bestaat echt Donald, kom maar eens kijken! Het seizoen wordt steeds korter, maar wij hebben deze week geluk en leven ons uit.

Zojuist ben ik al enige “oudere” met de jonkies mee gegaan naar het avond-rodelen. 10 jaar geleden was de laatste keer redelijk dramatisch verlopen, omdat op de ijzige ondergrond gestrande sleetjes vol werden geschept door achtervolgers. Daarbij maakte een vrouw van middelbare leeftijd een huiveringwekkende salto mortale met dubbele Rietberger, die net niet dodelijk afliep. Maar vanavond, met gierende adrenaline, bleven ongelukken uit. We dronken vooraf een Schnapps, gingen knoeperhard twee keer naar beneden en hadden de grootste lol. Als afronding namen we nog een skischansje, die voor Sjanne eindigde in de veiligheidsdoeken van kinderclub Bobo. En daarmee was haar cirkeltje rond.

Nog twee dagen suizen we van bergtoppen, probeer ik het moordende tempo bij te houden en eten we caloriebommen als Käsespätzle, Leberkäse, Germknödel und Bauersalat. In de kneuterige Ferienwohnung van Annemarie Seisl passen we met zijn allen aan de keukentafel of in de grote gemütliche hoekbank in Jugenstill kleuren. Oostenrijk zoals de wintersporters het kennen.

Wintersport heeft een aantal traditionele elementen, die het voor liefhebbers tot een jaarlijks ritueel maakt. Ondanks de hoge kosten.Voor de dagprijs van een skiliftkaart kun je een week boodschappen doen bij de Lidl. Maar dan krijg je er geen spierpijn bij. Of een Obstlerdouche.

Granaat!

Regelmatig schuur ik met mijn blogs langs de waarheid. Ik lieg dan niet, maar voeg een vleugje schrijversvrijheid toe om het wat smeuïger te maken. Of de opgeschoven interpretatie past beter in mijn verhaal. Deze keer niks daarvan. Soms is de kale waarheid al bizar genoeg.

Zakelijk gezien was de afgelopen week mijn teleurstellendste sinds het Toonen-échec in de vorige eeuw. Alle inspanningen om het mooie, regionale cateringbedrijf van de familie van Roekel als cateraar voor de Hogeschool Arnhem Nijmegen te behouden, waren tevergeefs. Na 15 jaar trouwe en goede dienst kansloos in een grote Europese aanbesteding. Zo gaat dat wel vaker in ondernemersland. Inkopers hebben de mond vol over lokaal ondernemerschap, passie, ambachtelijkheid en regionale relevantie. Maar de complexe, tijdrovende trajecten zijn voor kleine bedrijven zelden te winnen. Diegene die het mooiste sprookjesboek schrijft en illustreert is meestal de winnaar.

Maar het kan nog extremer. Na een procedure van 19 maanden kwam de aanbesteding van de Gemeente Nijmegen afgelopen vrijdag tot een climax. In de laatste fase heb ik mijn maatje Erik geholpen om deze unieke kans te scoren. Een commercieel contract van 10 jaar in ons eigen stadje. Er werd nadrukkelijk gezocht naar een lokale ondernemer met roots in Noviomagum. In elke ronde gingen er grote landelijke cateraars van tafel. Er werd zelfs geloot om de laatst beschikbare plaatsen voor de finale ronde. Erik was toen allang door. De laatste persoonlijke presentatie voelde fantastisch. Van de vijf partijen waren wij de enige lokale partij. En toen gebeurde het. We werden gevraagd om op vrijdagmorgen naar het Stadhuis te komen. Voor de loting…

In de laatste ronde waren we ex-aequo op de eerste plaats geëindigd met één concurrent. Allebei 860 van de 1000 punten. Onze betere scores van eerdere rondes telden niet mee. Het leek wel een sketch uit Toren C. Vier stijve, nerveuze medewerkers van de Gemeente vouwden de briefjes.. De concurrent en wij keken verbijsterd naar het kafkaiaanse tafereel.. Er werd gehusseld, de lootjes belandden in een papieren mandje.. Eerst werd er om de volgorde geloot.. En daarna mocht Erik een lotje pakken uit het mandje.. Opengevouwen stond erop: ‘niet gewonnen.’ Naast mij bij de concurrent ‘gewonnen.’ Vijf minuten later stonden we diep teleurgesteld en verdwaasd buiten. Rien ne va plus.

Het voelt niet goed zo te verliezen. We kunnen het niet aanvechten, omdat de gevolgde procedure wel eerlijk is verlopen. Ook al is de winnende partij geen lokale ondernemer, maar een landelijk opererend bedrijf. Prima in staat om de klus goed te doen, naast 100 andere klussen. Ik moet gelukkig altijd denken aan de wijze woorden van de grote filosoof Pep Guardiola: “lo que te hace crecer, es la derrota”. Vrij vertaald: je wordt beter van je nederlaag. Ik ben benieuwd wanneer dat proces begint…

De week had ook anders kunnen beginnen. Dinsdag kwamen we in Eindhoven aan, terug uit Spanje. Keurig op tijd, zonder vertraging of mankementen. Bij de auto kwam ik erachter dat ik een zwarte rugzak in het vliegtuig had laten liggen. Die heb ik nooit bij me, maar was door Marion volgestopt. Met fruit uit Gerard’s Garden of Eden. Drie kilo granaatappels, nog wat nectarines en een verdwaalde ananas. De heisa om de rugzak te gaan ophalen, leek ons teveel werk. Jammer dan. Drie kwartier later, bijna in Nijmegen, kwam de nieuwsflits op NPO1: Airport Eindhoven ontruimd i.v.m. onbeheerde zwarte tas.

Na een eerste schaterlach kwam het besef: stel dat iemand de tas heeft meegenomen en in de hal heeft achtergelaten omdat er alleen fruit in zat. En dat iemand dan geinig roept dat er GRANAAT in zit. De opgetrommelde explosievendienst vindt dan ook het naamlabeltje, aan de binnenkant….

’s Nachts droomde ik dat Rode Baretten onze Duitse voordeur openbraken. En werd ik in een oranje overall geblinddoekt via Volkel afgevoerd naar Guantánamo Bay. Als straf kreeg ik alleen maar granaatappels te eten. Door het rode vocht verkleurde mijn gezicht Donald Trump-style. Na de dood van Castro besloot de kersverse president van de US om van Cuba een soort Oekraïne te maken. In Nederland werd dat met een 2e referendum goedgekeurd. Premier Wilders ging juichend met Présidente LePen op de foto. In Nijmegen gooide Schele Daan een handgranaat het Stadhuis in..

Badend in het zweet schrok ik wakker. Wat een week.

eindhoven

Gabber Gambiaan

Goed nieuws! Het is mijn vriend Ibrahim gelukt. Binnen een maand na aankomst in Gambia heeft hij een nieuwe vrouw gevonden en is er ook maar meteen mee getrouwd. Sterker nog, ik vermoed dat Hallah, zijn nieuwe bruid, een maand geleden nog nietsvermoedend over de mangoplantage kuierde.

Hallah is 20 jaar, ineens moeder van drie kinderen en geluksvogel. Op Whatsapp waren veel kandidaten voorbij gekomen de afgelopen maanden, maar daar zat Hallah niet tussen. Ik had samen met Ibrahim een shortlist gemaakt, met Fatou als grootste kanshebber. Maar haar ouders stemden niet in met het huwelijk. In Gambia is een getrouwde vrouw geen lid meer van haar eigen familie, maar “ben” je van je man. Fatou’s ouders vonden de bruidsschat te karig om hun dochter af te staan. Een goede dochter moet je pensioen veiligstellen. Kunnen mijn schoonzoons vast rekening mee houden. Om ze een beetje voor te bereiden: ik lunch elke dag buitenshuis, golf wekelijks twee keer, maak elk jaar een verre reis en houd van grote PC-Hoofttractors. Misschien handig om vast te gaan sparen….

Wel jammer dat ik het gisteren (ook weer per Whatsapp) moest vernemen, want ik zat dus voor niets in de pre selectie-commissie. Maar het fotootje van Ibrahim en Hallah was wel schattig. Wedden dat er over 9 maanden een Marion-Dos rondloopt, als halfzusje voor Fatimata, Aisatu en Frank-Dos?

Over een maand of 15 gaat in Ibrahim’s dorp het grote trouwfeest plaatsvinden. Marion en ik zijn door Ibrahim als eregast uitgenodigd, waarbij Marion zelfs in Gambiaanse traditionele feestkledij als bruidsmeisje moet verschijnen. Het zal misschien raar aanvoelen, want net als Ibrahim’s kinderen zijn de meeste locals niet gewend aan blanken. Ooit vroeg Aisatu bang aan haar vader of hij mij wel durfde aan te raken… Ibrahim vertelde eens dat Kunta Kinte in het naastgelegen dorp was geboren. Deze hoofdpersoon uit de beroemde serie Roots uit de jaren ’80 (kortgeleden nog herhaald) werd pas 200 jaar geleden vanuit Gambia op een slavenschip naar Amerika ontvoerd.

Tegenwoordig gaan de jongens “vrijwillig” op zoek naar een betere toekomst. Om uiteindelijk in een vijandige omgeving als gelukzoeker te proberen hun hoofd boven water te houden en genoeg geld naar huis te kunnen sturen. Want dan ben je geslaagd. Falen of berooid terugkeren is geen optie. Gezichtsverlies voor de hele familie. En dan wachten er geen lekkere jonge bruiden in rijen van 10.

Ik mis hem wel, mijn gabbertje. En ook ons tweewekelijks geprietepraat en het samen klussen. Ik heb sinds gisteren 15.000 kilo afgegraven zwembadgrond rond mijn huis liggen, die ik best graag op het gemeente plantsoentje aan de overkant van de straat zou dumpen. Mooi klusje voor Ibrahim. Vooral ook omdat er geen apparatuur met stekkers bij nodig is. Want die sloopt ie altijd. Ik ben aan mijn 4e elektrische heggenschaar, 3e bosmaaier en 2e boor toe, allemaal dankzij hem.. Elk jaar zaagt hij met de heggenschaar door het verlengsnoer, bij het snoeien van de coniferen. Het is een onvermijdbaar ritueel. Het is geen lak aan andermans spullen. Ik zag het vorig jaar overal in Afrika: alles wordt gedaan en gebruikt voor het hier en nu. Morgen is al ver weg, volgend jaar een niet te bevatten surrealistische utopie.

Mijn reisbureau GambiaTours draait trouwens op volle toeren. Maandelijks verzorg ik wel een boeking van een retourtje Gambia, Mali of Senegal. Ik heb net een paar alternatieve routes toegevoegd, die vliegen naar Gambia nog goedkoper maken. Bv. via Casablanca met Maroc Air is 12 uur langer vliegen maar € 100,= goedkoper. Of vliegen naar Dakar en dan met de boot naar Banjul, de hoofdstad van Gambia. Ook een echte prijspakker. Nog even doorbuffelen en dan kan ik waarschijnlijk met een oude Fokker zelf dagelijks lijndiensten gaan verzorgen. Stewardessen selecteer ik wel uit mijn Whatsapp-fotos. Het zoeken is alleen nog naar een piloot die niet besprongen is door die nymfomane purser van Transavia. Kan nog weleens lastig worden, want ze heeft een dagboek bij elkaar gewipt op 10.000 feet. Of had ze een ruime fantasie, saai sexleven en schrijfambities?

Het blijft fascinerend om naar andere culturen te kijken. Het is een verrijking om Ibrahim als vriend te hebben, omdat alles in zijn wereld anders is. Anders; niet slechter of minder.

image

Amsterdamned

Weer te laat. Als het zo doorgaat, kan ik het beter Laat op Zondag gaan noemen. Dit wordt waarschijnlijk ook geen samenhangend verhaal. Er zijn mijn momenten dat mijn eigen ijdelheid in de weg zit. Toch Vroeg op Zondag wat willen schrijven, in plaats van kreunend en snurkend onder een vreemd donsje blijven liggen.

Mijn rechterhersenhelft heeft deze week weer gewonnen: Beleven-meemaken-doen! Links is vanochtend historisch chagrijnig en probeert vol onbegrip te beredeneren hoe ze toch weer heeft verloren van rechts. Links is bij mij een soort Zoetemelk: Eeuwig Tweede. Soms word ik zelf ook moe van mijn levensmotto Praede Diem; plunder de dag. Dan prop ik 14 dagen in een week. Loop ik mezelf helemaal voorbij.

Het begon vorige week zondag al meteen na het posten van mijn vorige column. Het intensieve weekend met mijn vader in Malaga was nog in volle gang en mijn snuffelstage als mantelzorger verliep voorspoedig. Maar nieuwe dingen kosten altijd meer energie dan verwacht, zeker in combinatie met copieuze lunches met rijkelijk vloeiende gegiste producten. Uiteindelijk zaten we maandagavond op een vol vliegveld klaar voor de terugvlucht. Die vertraagt leek door (alweer) stakende Fransen. Het gevaar van annulering lag om de hoek, want op Weeze mag je maar landen tot middernacht.

Ineens kwam er schot in de zaak en raceten we rolstoelslalommend naar de gate. In razend tempo werden we als vliegvee het toestel ingepropt, waardoor ik bijna met rolstoel en al in het gangpad belandde. De pilote en cabinecrew zweepten iedereen op om vooral maar geen tijd te verliezen. Een irritante betweter bleef mopperend staan omdat zijn gereserveerde stoel was vergeven. Hij werd bijna door een groepje Nederanders gemolesteerd. Ik heb hem rustig en vriendelijk verzocht om te gaan zitten, zodat we konden vertrekken. Vloekend en tierend ging de Fransman accoord en plofte neer, precies op de gangpadstoel naast me. Ik zat weer als een sardientje ingeklemd, zeker toen de zuurstoffles tussen mijn benen moest blijven staan. Soms duren 3 uur heeeeel lang… Om 23.59 uur landden we dan toch op Weeze. Vijf uur later weer was ik er alweer om dochter Marloes voor tripje Rome af te zetten…

Een drukke werkweek met deadlines leverde geen rustmomenten op. Vrijdagmiddag een bliksembezoekje gebracht aan de Hotelschool-reunie, die de moeite waard was geweest om helemaal mee te maken. Sweet memories, vertrouwde gezichten in een meestal grotere verpakking. Maar het hoofddoel van de week was in aantocht. Drie Malagueños, waaronder neef Bart, kwam voor een Despedida de Soltero (vrijgezellenweekend) naar onze nationale trots Amsterdam. Zij vertrouwden volledig op mijn insights, ook al had ik ze het vorige weekend aangegeven zelden nog in het Nederlandse Sodom en Gomorra te komen.

En dus heb ik als vermomde toerist 48 uur de meeste dingen gedaan die mannen on tour doen. En me verbaasd over de tolerantie en het gemak waarmee onze hoofdstad dit type toerisme absorbeert. Ik snap dat veel Amsterdammers er terecht helemaal klaar mee zijn, maar zeker in de bekende buurten heb ik in twee dagen geen agressie gezien. En ook geen politie in uniform. In een onvoorstelbaar drukke heksenketel vol nerveus testeron verliep alles makkelijk. Relaxed ook, want er zijn in de rosse buurt meer coffeeshops dan restaurants.

Vandaag nog even een rondje Zaanse Schans en Volendam. Betere plek voor een groepsfoto in Volendaams kostuum is er niet voor Spanjaarden. En dan vanaf morgen even terugschakelen en gas eraf. En naar mijn uitgeputte en uitgezakte lichaam kijken. Werk aan de winkel. Discipline. Keuzes maken. Ritme opbouwen. Links zit de tegenaanval in.

image

Tutti anime

Ik ben verdwaald. Wel bewust, maar toch. Vrijdag vertrokken met Ryanair en geland in Pisa. Het is San Miguel weekend en dit keer is Pisa aan de beurt. Om de hoek ligt in Lucca de Basilico San Miguele. Dat is het hoofddoel van het tripje met fratello Joost, ter nagedachtenis aan zijn broer en mijn beste vriend.

Ik heb een beetje een haat-liefde verhouding met Italie. Zoals de meeste Spanjaarden vind ik de Italianen overdreven aanstellers. Die met hun gigolo-gedrag ook al decennia lang de Spaanse kusten onveilig maken en de ‘markt’ verpesten… Ik wilde er vroeger nog wel eens eentje op zijn babyface toefen in Lloret de Mar, als hij in mijn wijk rommelde. Ik werd dan altijd volledig gesteund door de opgetrommelde Guardia Civil, die net zo’n hekel had aan die Casanovas van de overkant. Testeron, lastig spul.Maar eerlijk is eerlijk, Italianen weten wel te leven. La Dolce Vita. En qua keuken kunnen de Spanjaarden ook veel leren van de Italianen. Het is net allemaal wat verfijnder, smaakvoller en puurder.

Pisa is natuurlijk beroemd om zijn scheve toren. Ik had het ding nog nooit live gezien en was aangenaam verrast, ondanks de Ipaddende Aziaten. Tijdens de bouw in de 10e (!) eeuw ging het al fout en helde het ding over. Grappig om te zien dat ze het bovenste deel een beetje gecorrigeerd hebben, waardoor er een rare knik in zit. Maar wel van het beroemde, prachtig witte Carrara-marmer uit de streek. Op het Campo di Miraculi staan ook nog de zeer fraaie Duomo en het Batisterio. Alles ademt historie uit, zoals de meeste Italiaanse steden. Ze leven gewoon in een museum. Wij meestal in een Vinex-wijk.

Gister zijn we met de trein naar Porto Venere gegaan, het minder drukke zusje van Cinqueterre. Je stapt in een ansichtkaart en loopt door een schilderij van Bellini. Port Venere betekent de Haven van Venus. Zou dat die zilte zeegeur verklaren?.. Het kerkje uit de 9e eeuw torent hoog boven het stadje uit en het uitzicht daar is adembenemend. De zee heeft overal flinke happen uit de grillige Ligure-kustlijn gebeten. Op een imposante heuvel lag een prachtige kerkhofje te baden in de zon. Het was er druk. Alle locals waren bezig met plantjes, bloemen, gieters en schepjes om de rustplaats van hun geliefden bella te maken. Ik heb geen mooiere plek op aarde gezien om begraven te liggen. Het vredige geruis van de zee maakte het haast aantrekkelijk om een plekje te claimen. Maar toch nog wrong time, wrong place.

Maandag is het Allerzielen en dat verklaarde de drukte op het kerkhofje. Dan worden de doden herdacht en dat is ook voor ons het moment om naar de Basilico San Miguele te gaan. Het is voor mij persoonlijk waardevol om aan de afwezigen te denken. Wat ze voor je betekend hebben. Hoe je ze nog mist. En ook te mijmeren hoe het zou zijn als ze er nog zouden zijn. Dat levert vaak verrassend grappige projecties op. En helpt mij om het verdriet, het gemis of de leegte te kunnen accepteren. Want hoezeer de dood ook bij het leven hoort, de willekeur waarmee hij neemt, is te vaak oneerlijk. Ik kan soms jaloers zijn op mensen die in meer geloven dan het hier en nu.

Maar eerst is vandaag Genua aan de beurt, waar we de lokale club gaan ondersteunen in de altijd lastige thuiswedstrijd tegen de maffiosi van Napoli. Het wordt vast een oersaaie 0-0 wedstrijd met in de laatste minuut een doelpunt van pigmee Dries Mertens van Napoli. Zoals Cruyff altijd zegt over Italianen: Ze kennen niet van je winnen, je ken van ze verliezen.

tutti anime

Detox

We zijn weer terug in Dld/NL. Best wel een omgekeerde cultuurschok. Alles is zo geregeld, zo geordend en zo netjes. Auto’s rijden weer rechts en hebben licht aan, zelfs overdag. De schappen van de Pennymarkt, AH of Lidl liggen propvol met 40 soorten kaas en 30 soorten sla. Ik krijg mijn boodschappenmandje bijna niet gevuld. Besluiteloosheid bij zoveel overdaad.

De laatste dagen van Out in Africa hebben we doorgebracht in Mozambique. Van alle bezochte landen het vuilst, armst en minst ontwikkeld. En daarom ook zo fascinerend en verbijsterend. Geroemd om zijn snelle economische groei, maar van niets naar iets is al snel een grote stap. De Portugese koloniale invloeden vermengd met heldhaftige revolutionaire denkbeelden. Straatnamen als Avenida Che Guevara, Vladimir Poetin, Lenin, Allende etc. En niet gewend aan toeristen, dus constant op de hoede waar je gaat en wat je doet. Twee agenten op een pick-up die midden op een drukke kruising hun geweren doorladen en schietend achter een oude BMW (jaren ’80, 3-serie) aangaan. Maar ook heerlijke schaaldieren, een grappige curio-markt en vrolijke, kleurrijke mensen.

Op weg naar het vliegveld van Jo’burg nog gestopt bij het Chimpanzee Rescue Center. In een prachtige omgeving krijgen 45 mishandelde, getraumatiseerde en verwaarloosde chimpansees een beetje liefde en fatsoenlijk leven. In 3 leefgroepen verdeeld, zodat ze elkaar niet afmaken. Jessica, 42 jaar in een kooi opgesloten en nog nooit een andere aap gezien. Cozy, die stukken hout gooit naar blonde bezoeksters om hun aandacht te trekken. Thomas, 72 jaar oud, de een na oudste levende chimp op aarde. We hebben ons ook kapot gelachen om hun (helaas aangeleerde) menselijk gedrag. Maar wel zo herkenbaar, dat je je ook beseft waarom bij Chimps 97,8% van het DNA overeenkomt met de mens. Die laatste 2% zijn dan wel met name onze slechte eigenschappen, zoals arrogantie en haat. Bij de ingang van Chimp Eden ook een mooie spreuk gezien: “The happiest people don’t have the best of everything, they just make the best of everything.”

Zo voel ik me ook, zeker na deze reis. We hebben geen georganiseerde groepsreis geboekt, maar zelf de reis en landenkeuze samengesteld. Betaalbare tickets, huurauto en hotels erbij gevonden en het avontuur opgezocht. We zijn beloond met een rollercoaster van 3 weken en we hebben Afrika een beetje leren kennen. We made the best of everything. En nu moet ik gewoon weer aan de bak. Schop onder mijn hippo-kont. Offertes maken, strategieën uitwerken, visies ontwikkelen. Brood op de plank, om de financiële gaten te dichten en snel te sparen voor de volgende reis. En als je ooit in je leven de kans krijgt of de keuze hebt; Ga naar Afrika!

Na een vlucht van 17 uur en een kort autoritje zijn we woensdagmiddag weer ‘thuis’ gekomen. Onvermijdelijk, maar voor mij altijd weer een sikkeneurig moment. De heerlijke douche met heet water, het comfortabele bed, een espresso uit mijn Jura-machine; ik geef het allemaal op als ik meteen terug kan. Tuurlijk willen de meiden graag naar huis; Mama, de familie en hun vriendjes zien. Het duurt ook nooit lang, voordat het normale leven weer zijn gangetje gaat. Ik ga altijd meteen de volgende dag werken, om het normale ritme op te pakken en mijn melancholische buien te onderdrukken. In een gestage stroom keurig invoegende zakenauto’s over de A-12 naar De Meern. Een groter contrast met 48 uur eerder in Maputo is haast niet voor te stellen.

Morgen gaat Marion naar Spanje om daar de aankomende weken 5000 foto’s terug te brengen naar The Best Of Africa 100. En ik ga die weken in mijn nieuwe 2e hands hoerensloep met Duits kenteken ( vrijdag gekocht, details volgen!) op zijn Afrikaans rijden door Nederland. Dan zal ik binnenkort wel op de voorpagina van NU.nl verschijnen, met een balkje voor mijn ogen. Met een dashboard camera gefilmd als ik over het A-12 Ecoduct bij Oosterbeek de file ontwijk. Ik ben na Afrika gewend om in het wildlife rond te toeren, dus ik zie het probleem niet. Ik stop ook pas als het politiegeweer wordt doorgeladen, zoals in Maputo gebruikelijk is. Met de trein gaan is veel gevaarlijker. Dankzij het heldhaftige optreden van een paar dappere mannen zijn er geen tientallen doden gevallen in de Thalys… Brrrrr. Het komt wel heel dichtbij… Snel terug naar Afrika.

Afrikaanse koorts

Het is de laatste zondag in Afrika. Voorlopig dan, want ik kom hier terug. De intensiteit waarmee Afrika je opslurpt, is zelfs voor een reisfreak als ik overdonderend.
Maandag zijn we naar Johannesburg gevlogen. De 3 dagen daar waren met name bedoeld om de geschiedenis van de apartheid te ervaren. En weer lekker te eten na de treurige hotelprak in de Mugabe-lodge. De eetmissie slaagde al meteen de 1e avond, bij een top steakhouse met 400 gram rib eye voor $ 9,= …

Jo’burg (of Jozie) is nog steeds een lelijke, vuile en soms gevaarlijke stad. Tijdens de stadstour was het contrast tussen de positieve woorden van de gids en de harde werkelijkheid vanaf de dubbeldekker enorm. Er is geen enkele reden om Jo’ burg bij jullie aan te bevelen. Bergen afval, autowrakken en lelijke, vervallen gebouwen bepalen het straatsbeeld. Het is ook een rare gewaarwording om je als blanke ergens totaal onwelkom te voelen. Zo moet apartheid omgekeerd gevoeld hebben. Het 3 uur durende bezoek aan het Apartheid Museum was adembenemend, maar ook misselijk makend. Pas 25 jaar geleden is deze waanzin ten einde gekomen. Ontluisterende raciale hardheid.

De fietstocht door Soweto was daarom extra verrassend. Alleen maar vrolijke, lachende en zwaaiende mensen, hoe arm dan ook. Soweto heeft bij ons de naam als 1 grote gevaarlijke zwarte achterbuurt, maar bestaat uit veel subwijkjes met enorme verschillen. Treurige sloppenwijken, maar ook ‘luxere’ gedeeltes, door de inwoners zelf Beverly Hills genoemd. Je zou verwachten dat je zo snel mogelijk uit Soweto wilt vertrekken als je een beetje geld hebt, maar dat wordt gezien als verraad aan je roots. Oliver, onze Rasta fietsgids, legde uit dat je dan beter een BMW (Be My Wife) als statussymbool kunt kopen. In Soweto is de opstand tegen apartheid nog steeds levendig en voelbaar. Lopend in het piepkleine huisje van Nelson Mandela besefte ik me het weer. Hoe dapper zijn sommige mensen om met gevaar voor eigen leven te vechten voor een betere en rechtvaardigere wereld. Een diepe buiging. Ook voor Winnie Mandela. In het Westen verguisd, maar in Soweto net zo groot als haar ex. Ik heb me geen seconde onveilig gevoeld in Soweto, in tegenstelling tot downtown Jo’burg.

Donderdag zijn we rijdend met de huurauto uit Jo’burg vertrokken richting Mozambique. Op de valreep nog snel een extra formuliertje opgehaald om de grens over te kunnen steken, want Mozambique is geen favoriete bestemming voor de autoverhuurmaffia. Tot aan de grens kwamen we door continu wisselende landschappen, lijkend op Toscane, de Australian Outback, de Pyreneen of Oostenrijk. Adembenemend mooi, je kon hier en daar de avocado’s gewoon van de boom plukken. Onderweg kwamen we langs plaatsjes als Geluk, Berg en Dal, Middelburg, Alkmaar. Gelunched in Nelspruit, waar voor het WK in 2010 een giga-stadion is gebouwd. Als een olifantendrol, een soort A’dam Arena, ligt het in the middle of nowhere. Twee keer gebruikt…. Het was wel stilte voor de storm.
Vanaf de aankomst bij de grens met Mozambique kwamen we in een soort snelkookpan terecht. We werden omringd door honderden straatverkopers, ritselaars, geüniformeerde dienstkloppers en militairen met Uzi’s. Met de deuren op slot bleven de dames achter, terwijl ik probeerde de visa en de autopapieren goedgekeurd te krijgen. Geholpen door ritselaar Roy, die handig de eindeloze rijen omzeilde door zelf achter de schermen de juiste stempels te zetten. We strooiden met wat geld en stopte geldbriefjes in onze paspoorten die er haast onzichtbaar door de grenspolitie uitgehaald werden. Roy verdiende aan mij een weeksalaris, maar 30 minuten en $ 35 later sjeesde ik in volle vaart Mozambique binnen. Missie geslaagd, nog 80 km tot Maputo. Piece of cake…. Dacht ik..

Al na 3 km klapten we met onze hoofden tegen het dak van de auto, toen we gelanceerd werden door iets op de weg. Het bleek een verborgen verkeersdrempel. Die lag daar zomaar, terwijl je er 120 km p/u mocht rijden. Het was het begin van de meest bizarre autorit van mijn leven. Er bleken namelijk geen echte (verkeers) regels te zijn in Mozambique. Draaien op de snelweg? Mag! Markt houden in de middenberm? No worries! Geen licht aan? Boeien! Inhalen op een 2-baans weg met tegenliggers? Gewoon doen! Op de grond slapen op de vluchtstrook? Why not! Met een onwillige koe oversteken? Sure! Van de linkerberm ineens voorlangs rechtsaf slaan? Just do it! Volgens Marloes heb ik 6 dodelijke ongevallen voorkomen. Ze kan er eentje gemist hebben, maar het klopt wel ongeveer.

Pas twee uur later kwamen we in het straatarme Maputo aan, tijdens de avondspits. Alles krioelde door elkaar, kroop voor, sneed af, blokkeerde, toeterde en bumperkleefde. Omdat ook straatborden en wegbewijzering ontbrak, was het een helse klus om zonder Dom-Dom de ferry naar de overkant van de baai te vinden. Vlak voor 19.00 uur ’s avonds stonden we toch in de rij te wachten om de baai van Maputo over te steken naar ons hotel in Catembe. De 30 minuten dienstregeling was waarschijnlijk van voor de burgeroorlog, want pas om 21.00 uur reden we voorzichtig het gammele schipje op. Als laatste kwam nog een grote biertruck aan boord, waarschijnlijk getipt dat ik was aangekomen. Het bootje schommelde alle kanten op. Het is geen wonder dat er in Afrika veerboten zinken…. Maar wij haalden de overkant.

Daar aangekomen, was er niets. Geen weg, geen licht, alleen mensen lopend in het donker en een onduidelijke, summiere routebeschrijving naar Catembe Marisol Hotel. Het was puur geluk dat Marion bij het eerste neonlichtje, na 5 km hobbelen, aan een bewapende beveiliger vroeg waar het hotel was en deze zei: Aqui! Na een reis van 550 km in 12 uur, waren we doodmoe op onze bestemming aangekomen. 4 bier later was ik knock out. De skyline van Maputo aan de overkant werd steeds vager en ik werd door 3 dames in bed geduwd.

Ons hotel doet denken aan het Exotic Marigold Hotel uit de gelijknamige film. Dure materialen, prachtige indeling en ligging, maar vergane glorie en slecht onderhouden. Onze badkamer heeft een high-tech hydro multispray douche-installatie. Maar geen douchegordijn… De hele badkamer loopt onder en de toilet wordt automatisch gevuld met douchewater. En toch is het top. We ontbijten in een beach-house boven de Indische Oceaan en we lunchen ’s middag met tigershrimps, als kipfilets zo groot. Overdag pakken we de ferry om de baai over te steken naar het levendige en hectische Maputo, de markt te bezoeken (een stalletje vergeleken bij La Boqueria… ), rond te struinen voor souvenirs, seafood te eten en ’s avonds vluchten we terug naar de oase van rust.

Ik voel elke dag de tijd wegtikken en bereid me langzaamaan voor op terugkeer naar de Europese realiteit. Met tegenzin. In de spaarzame momenten dat we niets doen en de dames uitrusten, struin ik over het strand of rijd ik met huurauto een stukje niemandsland in. Bang dat ik iets mis. Ik heb Afrikaanse koorts gekregen en wil meer.

rauwe kip en het waslijntje van moeders

De midweekse update heeft een beetje lucht gegeven om vandaag de andere belevenissen van deze week over te brengen. We zitten al een paar dagen midden in de bush in een oase van rust, dus alle gelegenheid gehad om de grijze cellen te synchroniseren.

De zondagse wandeltrip naar Angel’s Pool bij de Victoria Falls heeft diepe indruk op ons allemaal gemaakt. De tocht erheen door kolkende rivierstromen (niet aan te raden voor zwaarlijvige 50+ers met tere voetjes…), de fotospot aan de rand van de 105 meter hoge cliff en de sprong in Angel’s Pool; tick the box!
Op de terugweg van de safari ben ik nog bijna in de Zambiaanse cel beland. Onze chauffeur Iso had me al gewaarschuwd dat er iets niet goed was met het visum, waar ik toch $50 p.p. voor had betaald. Aangekomen bij het luikje van de douane maakt Big Mama meteen duidelijk dat ik nog $50 p.p. moest bijbetalen, omdat ons visum alleen geldig was voor Zimbabwe en niet voor grensverkeer met Botswana. Na 10 minuten geduldig en voorbeeldig gedrag (voelde als 3 uur) maakte ik de kapitale fout om het woord “robbery” te laten vallen. De Zambiaanse Oprah ontplofte, haar ogen spuwden vuur en ze riep meteen de politie. Op het nippertje voorkwam Iso dat ik in het celletje naast het douanekantoor werd opgesloten, maar Oprah wenste me niet meer te zien. Anne-Roos kwam al om de hoek kijken, want de dames vonden het al verdacht lang duren. Na eindeloze onderhandelingen, $200,= en een diepe, nederige buiging mochten we toch de grens over. Blanke man, Lesje geleerd….

Gelukkig kwam Iso ons ook donderdag ophalen voor de transfer naar Zimbabwe. De grens moesten we lopend met al onze bagage oversteken, waarna we overstapten in een ander busje. De rit naar de lodge in Hwange National Park was adembenemend en ook ontluisterend. Om de 5 km. politiecontrole en verder alleen maar rieten hutjes. Meestal een stuk of 6 in een kring, geen water of stroom en de onvermijdelijke geiten. Twee keer zag ik bij een kerkje een paar stenen douchehokjes staan, naast een waterpomp. Blijkbaar is douchen alleen zondags voor de dienst mogelijk… De armoede straalde ervan af en bevestigde alles wat ik van Zimbabwe wist: hyperinflatie, ingestorte economie, 94% werkeloosheid (!), alles dankzij de aan syfilus lijdende dictator Mugabe die het land naar de knoppen heeft geholpen. Meer dan 80% van het wildlife is door de bevolking opgegeten om de honger te stillen. Ooit was Zimbabwe de graanschuur van Afrika. Het officiele betaalmiddel is de US$, want de eigen munt wordt niet geaccepteerd. Een briefje van 50 miljard Zimb.$ is precies 1 dollarcent. In alle opzichten is Zimbabwe een besmet land. Meer dan 2 miljoen mensen hebben er HIV. Sinds kort is reizen naar Zimbabwe weer toegestaan en dat trickerde mij om te gaan kijken. Ik denk dat aan het einde van onze reis Zimbabwe onderaan staat.

Onze lodge bevindt zich op een prachtig prive-terrein van 140 km2, net zo groot als Nijmegen en de geannexeerde buitengebieden Lent en Oosterhout. Het ligt uniek, aan een waterplas. Ook het lokale bruidspaar komt hier de trouwfotos maken. Elk uur komt een andere diersoort stipt op tijd drinken. Gistermiddag hadden de olifanten een half uur vertraging en was er paniek. 200 buffels moesten wachten, de nog dorstige kudus sprintten weg van de plas, bang om vertrapt te worden. Antilopen (wie heeft die naam verzonnen, anti-lopen???) liepen ineens voor de hotelkamer, waar onze was buiten te drogen hing. In de badkuip gewassen, aan het ingenieuze waslijntje (van Moeders Roos) opgehangen en streng bewaakt om te voorkomen dat een aap met een rode tanga op zijn kop door de hotellobby gaat rennen. Zo hebben we wel weer de visa van Zambia terugverdiend, want de hotellaundry vroeg $2 voor een paar sokken en $3 voor een onderbroek. Robbery!

Ondanks de fabuleuze ligging en de rust midden in de bush is de Hwange Safari Lodge geen aanrader. De service is belabberd en fake, het eten dramatisch en beperkt in keuze. De soep van het buffet was zelfs met mes en vork niet te snijden; Gamma behanglijm was vermengd met witte basispoeder van Knorr en twee verdwaalde stukjes bloemkool waren er per ongeluk ingevallen. De haricots verts waren stukjes groen geverfde waslijn. De reepjes kip van de grillplaat bleken gisteravond nog zo rauw te zijn, dat ik ze spontaan uitkotste. Marion was daar toen al niet meer bij, want die was na de eerste avond al afgehaakt en overgestapt op de tientallen pakjes Noodles-soep die onze koffers afdichtten. Het water van het zwembad is kouder dan het bier. De gluiperige oberkelner, type mini Fats Domino, stelt zich elke maaltijd opnieuw voor en probeert irritant vaak de stoel onder mijn hippo-kont aan te schuiven. Alles voor een paar dollar…Jammer voor hem, het hotel wil niet wisselen en ik heb ze bij Oprah allemaal ingeleverd. Maar het bevestigt onze hekel aan hotel-eten. Dat doen we eigenlijk nooit, maar er is geen alternatief in een straal van 100 km.

Het eerste deel vd reis zit erop, met dank ook aan Hanneke en Ester Koenders van de Zuid-Afrika Specialist voor de geweldige safari en de perfecte transfers. De nachtsafari gister was door de gespotte hyenas nog een mooie afronding. Morgen vliegen we volkomen uitgerust en uitgehongerd via Livingstone naar Johannesburg in Zuid-Afrika. Het wordt daar een soort 3 daagse city-trip met een fietstocht door Soweto en memory lane langs alle Nelson Mandela monumenten. Daar heb ik me enorm op verheugd, want de wijsheid van deze Grote Leider ontbreekt bijvoorbeeld bij foute mannen als Robert Mugabe. Wordt vervolgd!