Peru – Bolivia: epiloog

Het zit erop; met een harde klap zijn we weer in de werkelijkheid geland. Een week geleden genoten we nog van Ceviche in metropool Lima, 48 uur later zaten we aan de kipfilet, wokgroenten en Kartoffel-Rostbraten in mondain Kranenburg… Na een dagje kantoor, overleg en file. Pfff.

Ik kies er altijd voor om meteen de volgende dag te gaan werken. Bam, cold turkey. Niks dagje acclimatiseren, op rust komen, thuis klungelen, nagenieten. Maandagavond 19.00 uur op Schiphol geland, dinsdagmorgen 7.00 uur in de auto naar kantoor. De reden is simpel; ik wil elke vakantiedag benutten om weg te zijn, niet om thuis te lanterfanten. Bijkomend voordeel is dat jetlag weinig kans krijgt als je zo snel mogelijk in het normale ritme probeert te komen.

Het liep als een rode draad door mijn reisverhalen, dus het zal jullie niet ontgaan zijn: we hebben intens genoten van een fantastische reis. Geen relaxte vakantie, maar het maximale aan Cultuur, Natuur en Avontuur eruit halen in 4 weken. Mission completed. Er is me afgelopen dagen vaak gevraagd wat het hoogtepunt was. Maar dat is niet te beantwoorden. Qua cultuur waren de Inca-bezoeken waanzinnig, maar ook een stad als Arequipa. Qua natuur wedijvert de Amazone-jungletocht met de zoutvlaktes. En de hele reis was doorspekt met avontuur, van zandbuggys tot death roads. Er is geen duidelijke winnaar.

Alhoewel ik supergelukkig was om mijn meiden weer te zien, zou ik het liefst morgen vertrekken voor een nieuwe reis. Reizen werkt verslavend voor ons. Al na een paar geweldige eerste dagen, zaten we te filosoferen wat het volgende reisdoel zou worden. Het wordt waarschijnlijk Japan i.c.m. de Korea’s. Als Trump tenminste vriendjes blijft met Bolle Jan van Noord-Korea en de boel niet plat bombardeert. En op de lange termijn gloort de Pan-American route van Mexico tot aan Patagonië, de Trans-Siberische Express van Moskou via Mongolië naar Peking en de allergrootste uitdaging: Afrika van Noord naar Zuid met een 4Wheel Drive. We kunnen dus nog even vooruit qua plannen.

Met deze reis naar Peru-Bolivia heb ik twee targets van mijn reisverslaving gerealiseerd: ik ben nu in alle werelddelen (Noord-Amerika, Zuid/Midden-Amerika, Azië, Afrika, Oceanië en Europa) minimaal drie afzonderlijke keren geweest en ik ben door de barrière van 50 bezochte landen heen. Het nieuwe doel is alle letters van het Nederlandse alfabet bezoeken. Daarin ontbreekt nu nog een W(itte) JURK. Dus ik moet nog naar bv. Wit-Rusland, Japan, Uruguay, Roemenië en Kroatië. Mag ook Korea zijn, maar dan moeten Noord en Zuid wel eerst worden samengevoegd, anders telt het niet. Ik baal wel van Uruguay, want er is maar één land met een U. Vandaar dus ook die Pan-American trip.

En nu zit ik in Torremolinos om de 50e verjaardag van neef Bart te vieren. Samen met mijn zussen Maaike en Pietje, Ria en José en een hele rits Andalusische vrienden. En gisteren was het ook el Noche de San Juan, de langste dag van het jaar en altijd een groot nachtfeest overal in Spanje. Jullie kennen mijn motto: liever te dik in de kist dan een goed feestje gemist. Na vier weken dag en nacht doorgebracht te hebben met haar witte tapir wilde Marion ook wel een weekendje alleen doorbrengen. Groot gelijk, ik ken het gevoel. Even adempauze und Lebensraum. In het reizen zijn we volledig gelijkgestemd, daarbuiten gelukkig genoeg verschillend.

En als ik maandag thuis kom, zijn vast die 4000 fotos uitgezocht. Toch, schat? Dank voor een topreis!





Peru – Bolivia hoofdstuk 7: Manu National Park

Vorige week zondag stapten we om 5 uur ‘s ochtends in een minibus voor onze laatste grote uitdaging van deze reis; een bezoek aan Manu, midden in de Amazone. Soms is het goed dat je niet van te voren alles beseft of weet.

Onze groep bestond, naast twee onnozele Nederlanders, uit twee Belgen, zes Duitsers en een Spaanse jongedame uit Gran Canaria. We werden begeleid door gidsen Jordi en Alex, chauffeur Sandro, kok Cesar en hulpkok Paul. We mochten alleen een kleine plunjetas en onze dagrugzak meenemen, want de imperial van het busje lag volgestouwd met eten en drinken voor 5 dagen. Cusco uitrijdend was het gedaan met de beschaafde wereld. Zes uur lang hobbelen en schommelen bracht ons bij de ingang van NP Manu, ongeveer de helft van Nederland. Op het welkomstbord stond keurig aangegeven hoeveel wildlife er in Manu aanwezig was, zo’n 90% van alle voorkomende dieren in de Amazone.

Na een paar korte stops en vogelspot-momentjes waar we de slappe lach van kregen, kwamen we aan bij de Rainforst Lodge voor de eerste nacht. Er was alleen stroom op zonne-energie in de keuken. Onze hut was voor de zekerheid op palen gezet, want het wemelde van de spinnen, slangen en ander kruipende kwezels. Na een fantastische maaltijd en een stiekem meegenomen biertje zagen we tijdens de avond-bushwalk de eerste vogelspinnen (als pantoffels zo groot), kikkers in alle kleuren en maten, nachtapen en giga-slakken. Ondanks de oorverdovende herrie van het oerwoud vielen we om 20.30 uur als een blok in slaap. Ons jungle-avontuur was begonnen..



Na een vroege start met heerlijk ontbijt kwamen we twee uur later aan bij het havenplaatsje Atalaya. Een bord waarschuwde dat we naakte indianenstammen konden tegen komen en dat het niet de bedoeling was om kontakt te zoeken, ze eten, kleren of gereedschap te geven of foto’s te maken. Een paar jaar geleden had een toerist een pijl in zijn arm gekregen, omdat zijn camera werd gezien als een wapen. We waren gewaarschuwd en ik dook alvast wat dieper weg in de boot om niet al teveel op te vallen… We begonnen aan de boottocht stroomafwaarts, laverend tussen knoepers van stenen, boomstammen en stroomversnellingen. De rivier Madre de Dios is één van de hoofdrivieren van de Amazone en wij zaten op het eerst bevaardbare gedeelte vanuit de bergen. Het was adembenemend mooi vanuit de boot.



De tussenstop bij de thermale warmwaterbron betekende achteraf de enige keer warm water in 5 dagen en ook de enige keer de zwembroek aan deze reis. Laat in de middag kwamen we bij de volgende Eco-lodge aan, een half uur lopen vanaf de waterkant door de jungle. De ponchos en laarzen werden uitgedeeld, want het regenwoud deed zijn naam eer aan. Tijd om op adem te komen was er niet, want met een plastic bakje avondeten en een ontbijtzakje in de rugzak trokken we meteen de jungle in. Vlak voor de duister inviel, stonden we onder een camouflagehuis op palen, ons hotel voor die nacht… Op de bovenverdieping werden flinterdunne schuimrubber matrasjes uitgedeeld, die Marion samen met mij mocht delen. Het muskietennet eroverheen en onze royal suite was klaar. Het bakje kwam tevoorschijn, het diner kon beginnen…



Er werden waakdiensten ingesteld: iedereen moest één uur wakker blijven om elke tien minuten te schijnen op de kleilik-vijver onder ons. Die wordt door bijna alle dieren gebruikt om ‘s nachts hun mineralen aan te vullen door ‘rijke’ klei op te likken of eten. Marion was als eerste aan de beurt en al om 18.10 uur was het bingo. Er bewoog iets groots en zwarts. We tikten iedereen wakker en zagen de zeldzame tapir rustig in de klei wandelen. WTF! Marion was in de zevende hemel en keek triomfantelijk opzij naar haar andere tapir. Nadat mijn dienst er opzat, moesten we in de bush naar het ‘toilet.’ Er bewoog van alles, dus binnen 2 minuten waren we weer boven om daarna een vuistgrote vlinder uit ons muskietennet te jagen. Kapot vielen we in slaap. Er gebeurde niets meer die nacht. Tenminste, voor zover wij weten..


De volgende ochtend om 05.30 uur trok ik met gebroken rug mijn nog kletsnatte kleren aan voor de volgende étappe. In een paar uur tijd zagen we een dierentuin vol aan dieren, vooral vogels en apen. Maar het meest trotse beest liep naast mij, ‘my little Tapirgirl’. We ploegden door de modder, klommen op uitkijktorens, doorwaadden snelstromende beken en keerden pas tijdens de lunch terug in de lodge. We waren compleet gesloopt, maar na de lunch en een uurtje pauze mochten de laarzen weer aan voor de matinée-ronde. Sommige reisgenoten bleven hysterisch enthousiast bij het zien van elke gekleurde mus, maar behalve de kaaiman kon het me eigenlijk niet meer schelen. Toen we om 20.00 uur terug waren, hadden we die dag 10 uur door de modder gebuffeld. Stinkend als twee muffe otters doken we ons kribje in. Dag 3 zat erop.



Met hernieuwd élan gingen we op dag 4 vrolijk verder, langzaamaan terugvarend naar Atalaya. Van alle beesten was de capibara eigenlijk wel de lelijkste. Het is een soort van obese cavia van 40 kilo, die snel kan zwemmen. Het weer was onverwachts zonnig en de muggen bleken niet bestand tegen mijn lichaamsgeur. Normaliter word ik lek geprikt, maar door de mélange van aangekoekt vuil in combinatie met een huidverbrandende 50% sterke versie van Deet werd ik door het prikgilde overgeslagen.


De laatste dag was weer bedoeld om in een uurtje of 8 in de bewoonde wereld terecht te komen. Wagenzieke Marion stapte nog maar één keer uit, om een luiaard te bewonderen. De helse rit ging langs diepe ravijnen en deed weer denken aan de serie De Gevaarlijkste Wegen. In de namiddag kwamen we bij ons hotel in Cusco aan, totaal gebroken maar ook beseffend wat een unieke trip we hadden gemaakt. We douchten eindeloos, totdat het water van zwart via lichtgrijs langzaamaan kleurloos werd.

Vrijdag hebben we Marion’s verjaardag gebruikt om slenterend door het feestvierende Cusco bij te komen van dit adventure. En nu zijn we in Lima, in de luxe wijk Miraflores waar Joran van der Sloot zijn tweede slachtoffer maakte. Alles is hier van steen en glas met daartussen teleurgestelde Peruanen na het onterechte verlies tegen Denemarken. En zo kunnen we weer wennen aan de geciviliseerde wereld, een scherp contrast met de pure wildernis van Manu.

De vier weken zitten erop, morgenavond vliegen we terug. Marion heeft meer dan 4000 foto’s te selecteren en ik ga de epiloog als afsluiting van mijn verhalen over Peru en Bolivia voorbereiden. Peru y Bolivia: muchas gracias!!! ¡Era fantástico!




Peru-Bolivia hoofdstuk 4: de zout-en hoogvlaktes van Bolivia

Na het luxe verblijf in het zouthotel Sal de Luna (met dank aan Jacqueline voor de tip) waren we helemaal gereed voor de drie-daagse jeeptocht over de zoutvlakte van Uyuni en de hoogvlaktes van de Andes. We waren gewaarschuwd dat het wat meer basic zou worden…

We werden opgepikt door een Toyota Landcruiser uit ‘88 die zijn beste tijd wel had gehad. Chauffeur Iwan bond onze reistassen op het dak, naast de extra jerrycans met benzine en water. Ons groepje van zes bestond uit twee jonge Koreanen en twee oudere dames uit la Paz. Ik probeerde drie keer te achterhalen wat de namen waren van Zuid-Korea, maar verder dan een diepe buiging en wat hese keelklanken kwamen ze niet. Voor het gemak noemden we ze Gebakken Hond 1 en 2. De dames heetten Doris en Myriam en bleken nichtjes van elkaar te zijn. We doopten ze om tot de Andes-zusjes. Dat klinkt een tikkie denigrerend, maar het is onze methode om over mensen wat te zeggen zonder hun naam te gebruiken en ze niet verbaasd om uitleg te zien vragen.

De eerste stop was bij het treinkerkhof, leuk voor de foto maar niet meer dan dat. Op een verlaten rangeerterrein stonden een stuk of 40 overbodige treinstellen uit eind 1800 weg te roesten. Het leek een scene uit een Western. Daarna sjeesden we meteen de zoutvlaktes op, terwijl ik stevig ingeklemd zat op de middelste rij tussen Marion en Gebakken Hond 2. Helemaal achterin keuvelden de Andes-zusjes vrolijk weg. Zuid-Korea bleef doofstom behalve als ik de Spaanse uitleg van Iwan mocht vertalen naar het Engels en dan een keurig ‘Ahhhh’ als respons kreeg.

Zijn Landcruiser was dan wel gammel, maar Iwan kende bijna elke zoutkorrel op de vlakte. Het was een bizarre ervaring om op zo’n inmens zouttapijt rond te toeren en rare perspectief-foto’s te maken. De lunch werd genuttigd in de bijna vergane eetzaal van het oudste zouthotel, waar in 2016 een etappe van Parijs-Dakar eindigde. Daarna scheurden we verder, op zoek naar een mooie plek voor een zonsondergang op de vlakte. Het is raar, maar tegen het schemer leek het meer een ijsvlakte in Alaska dan zout. Een paar uur later kwamen we aan in het Hostal. We kregen een simpele schotel van kip en een slaaphok zonder verwarming, met gezamenlijk sanitair op de gang naast de eetzaal… Het vroor buiten tegen de 10 graden Celsius. Hoe we ons ook wentelden in de slaapzak met 5 dekens erbovenop, het duurde uren voordat we insliepen. Dag 1 zat erop

Na het vroege ontbijt bracht Iwan ons na een helse hobbelrit naar de eerste lagoon. En ja hoor, daar waren ze: Flamingo’s! Deze maffe vogels staan met hun poten in het ijswater fel gekleurde algen op te lebberen. De hele godsganselijke dag met je poten door het ijs wandelen voor een beetje vegetarische meuk. Wat een triest leven. Maar god wat was het adembenemend mooi om te zien, met op de achtergrond de besneeuwde Andes-toppen. Ook bij lagoon 2, 3 en 4 kwamen we ogen tekort. Gebroken door de autorit en verkleumd door de kou kwamen we vlak voor het donker in the middle of nowhere aan bij een primitief guesthouse. We kregen een slaapzaaltje voor 6 man toegewezen en snel werd er een simpele schotel geserveerd. Van kip…

De halve nacht heb ik rillend wakker gelegen. Gebakken Hond 1 lag naast mij en bleek een blaffende zeehond te zijn. Gelukkig ging om 04.30 uur de wekker. Ook deze dag was douchen niet mogelijk, er waren maar twee toiletten en 1 wastafel voor in totaal 24 gasten. Tijdens het ontbijt haalde Gebakken Hond 1 een bevroren banaan uit zijn rugzak, dezelfde takkenzak waar ik ‘s nachts op weg naar de plee over was gestruikeld. De vrolijke gastheer vertelde trots dat het -18c was geweest. Viel me nog mee..

In het pikkedonker stonden we na een uurtje hobbelen al om 06.30 uur bij een nieuw fascinerend natuurverschijnsel: geisers. Met een latrinegeur van zwavel liepen we tussen de dampende, stomende, borrelende en stinkende bronnen. We zaten meteen op het hoogste punt van deze trip, 4950 meter. De omgeving hield het midden tussen maan- en vulkaanlandschap. We reden door rivierbeddingen, stuiterden over gletserkeien en driftten over woestijnzand. En ineens stonden we aan de Chileense grens. Terwijl ik zorgde dat Onze Koreaanse vrienden met een andere Jeep richting Chili vertrokken, tikte Marion even snel de grond aan in Chili. Heeft ze één land ingelopen. Tsssss..

De rest van de middag was bedoeld om weer bij Uyuni uit te komen, aan de rand van zoutvlakte. Van de 800 km in drie dagen waren alleen de laatste 35 km min of meer asfalt. Alle kleding en tassen zitten onder het stof en rode zand. We hebben zojuist voor het eerst in 3 dagen gedoucht. Het afvoerputje raakte bijna verstopt van alle rotzooi.

Week 2 zit erop. We zijn precies halverwege, maar hebben het gevoel al een maand weg te zijn. Tot woensdag!

Peru-Bolivia hoofdstuk 2 : La Sierra

Drie dagen geleden zaten we nog op zeenivo, vandaag hebben we de 5000 meter gehaald. Het kan verkeren…

Woensdag zijn we in Ica op de luxe nachtbus naar Arequipa gestapt. Een taai stukje van onze reis, want de rit duurt 13 uur. De ligbedden zijn Business Class waardig, er wordt voor een maaltijd gezorgd, je krijgt te drinken, maar toch..is het een busreis. Met een halve slaappil erin hebben we 7 uur geslapen, maar om 04.00 uur was ik klaarwakker. En ‘smorgens ontstaat bij mij binnen een half uur de onbeheersbare drang om een kilo af te vallen via de natuurlijke achterweg. De noodstop midden in de woestijn kwam als geroepen. Het dampte na toen we wegreden…

De laatste uren waren vooral voor Marion een lijdensweg, want we kronkelden over hobbelige bergwegen langzaam vooruit, met af en toe een gevaarlijke inhaalmanoevre om weer een trage vrachtwagen te passeren. Als je weleens naar het TV-programma de Gevaarlijkste Wegen hebt gekeken, kun je je een goede voorstelling maken. Het gaat er iets anders aan toe dan op de 5 banen A-2 tussen Utrecht en Amsterdam…

De aankomst in Arequipa en het hartelijke welkom in ons boutique-hotel maakte alles goed. De toegewezen bruids-suite (een e-mail verzoek levert soms iets leuks op) was betoverend mooi. Het hotel was een oud Spaans koloniaal gebouw uit de 18e eeuw, met dito patio’s en ruimtes met dikke vulkaanstenen muren. Maar eigenlijk was het centrum van Arequipa één groot museum met statige gebouwen, een prachtige kathedraal, mooie musea en vooral een heel relaxte sfeer. Na de drukte van Lima en de chaos van Ica was Arequipa voor ons een welkome pauze. Een aanrader als je in de buurt bent.

Gisterochtend werden we om 7.30 uur opgehaald voor de volgende etappe. In een minibus vertrokken 7 dames en ik als chapperon naar het hooggebergte. Onder de dames ook Laura en Desriée uit Schellinkhout, twee leuke vriendinnen samen op pad. We hadden een klik en vrolijk kletsend gingen we ongemerkt van 2350 naar 4000 meter, terwijl onze gids Gina ons bleef bijkletsen over Peru en het leven in de bergen. De coca-thee bij de eerste stop kwam als geroepen, want we werden al licht duizelig en wankel. Door het vele drinken, vooral van energiedrankjes als Gatorade, kun je je mineralen en suikergehalte op peil hadden, met als bijkomend effect dat je blijft plassen.

De bergpas leidde ons tot 4950 meter en ik denk niet dat ik in mijn leven nog hoger ga komen. Omringd door allemaal bergtoppen en werkende vulkanen van rond de 6000 meter, voel je je net op de maan. Er groeit werkelijk niets meer. De vicuñas, lamas, alpacas en guanacos (de 4 kameelsoorten die hier voorkomen) waren veel in beeld, maar haakten ook op deze hoogte af. Je gaat zo langzaam lopen als je maar kunt, want elke inspanning levert gehijg en koppijn op.

Daarna begon de razendsnelle afdaling naar Chivay, 1500 meter en een half uurtje lager. Een rondje over de lokale markt kon niet bekoren, want we waren gesloopt door de hoogteverschillen. We gingen snel door naar ons hotel, een soort boerenhoeve in een bergdorpje, waar we voor 30 Sol (€7,50) een uitgebreide warme lunch kregen, met als hoofdgerecht alpaca van de BBQ. Ze zijn schattig om te zien en smaken nog beter.

Als een duveltje uit een doosje kwam bij Marion een gierende koppijn opzetten en hebben we het bezoek aan de warmwaterbronnen laten schieten. Alle trucs worden uit de kast gehaald om de koppijn weg te krijgen; cocabladeren, cocathee, cocatoffees, good old Ibuprofen en ook lurken aan een zuurstoffles. Ik kon nog net een stukje van de Champions Leuague finale op een sneeuwerig beeld kijken, maar ik heb gelukkig de eindstand gemist… het zal toch niet dat?..

Morgenvroeg gaan we naar Colca Canyon om condors met een spanwijdte van bijna 4 meter over ons hoofd te zien suizen. Na Grand Canyon is Colca de diepste kloof ter wereld en de luie condors gebruiken de ochtend-termiek om boven te komen, zodat ze nauwelijk hoeven te vliegen. Waarschijnlijk in de evolutie ook leergeld betaald in het hooggebergte. Elke inspanning is er één teveel.

Het is een reis van uitersten. Ik heb nu twee dagen geen WIFI of internet en dat is eigenlijk best grappig. Behalve als je een stukje met veel foto’s wilt plaatsen en dus je 3G moet inschakelen. Die foto’s houd je dus tegoed. Tot woensdag!

Peru-Bolivia hoofdstuk 1: La Costa

De kop is eraf, we zijn al vier dagen onderweg. Al het begin is lastig, zeker als er in Nld. bij vertrek nog gestaakt wordt door één van de drie bagage-afhandelaars van Schiphol. De dames van de FNV kwamen in de lange rij uitleg geven waarom er werd gestaakt en Marion dacht alleen maar: ‘als hij maar geen stennis maakt..’ Na anderhalf uur wachten mochten we haastje-repje boarden.

Op het vliegveld Gatwick hadden we maar twee uur om de vlucht naar Lima te halen en daarvan hadden we al anderhalf uur verspeeld. Aangekomen hebben we de transfer-rijen geskipt door via een sluiproute aan te sluiten bij de Las Vegas-overstappers die nog meer haast hadden. We renden naar D-28, de allerlaatste gate van het platform, en konden net aansluiten bij de laatste mensen in de rij. Of onze bagage meeging, leek kansloos.

Twaalf uur later, maar wel zeven uur vroeger, zagen we Lima in de smog opduiken. Slecht drie maanden per jaar is er een heldere lucht, de andere negen ligt de metropool onder het tapijt van La Garua, de eeuwige mist/smog. Niet raar voor een stad van 11 miljoen inwoners. Soepel en snel werden we in een lege touringcar, incl. onze bagage, naar het hotel Gran Hotel Bolivar gereden.

Door de mist en vooral de verkeersdrukte is Lima niet erg populair onder toeristen. Het viel ons niet tegen, want de prachtige gebouwen in Spaanse stijl liggen meestal op indrukwekkende pleinen. Er was overal politie en leger te zien, want vlak voor de verkiezingen wil de vlam weleens in de pan slaan, zoals bijna overal in Midden- en Zuid Amerika. Toch waren het aardige gasten en na een kort praatje (Si, soy de Barcelona, Messi el Salvador!) mocht ik op de foto. Aan het eind van onze trip verblijven we nog twee dagen in Lima, wordt dus vervolgd.

Peru kun je grofweg in 3 landschappen verdelen: La Costa, La Sierra en La Selva. La Costa, de kuststrook, is kurkdroog en bijna helemaal woestijngebied. La Sierra is het gebergte, met name door de Andes en Machu Picchu beroemd. En La Selva is het oerwoud van de Amazone, met veel natuurparken. We gaan het allemaal doen.

De eerste stop na Lima was Paracas, een ministadje wat als vertrekpunt dient voor een trip naar de Ballestas Eilanden. Deze eilandengroep worden ook wel de Mini-Galapagos genoemd. Na een boottochtje van een uur met een supersnelle speedboot kwamen we er aan. We hebben nog nooit zoveel zeevogels, robben en zeehonden bij elkaar gezien. Ogen en oren kwamen we tekort, vooral omdat de schattige Humboldt-pinguins alles eraan deden om op een ganzendrafje weg te schuifelen. Je kunt alleen maar lachen als je ze ziet.



Na dit WOW-moment bracht de lokale bus ons naar het plaatsje Ica. Het staat weer redelijk overeind, maar deze streek is vaak getroffen door aardbevingen, voor het laatst nog in 2017. Overal hangen in La Costa in en rond gebouwen groene bordjes met de tekst: ‘Zona Segura en caso de sismos’ (veilige zone in geval van aardbeving). Misschien iets voor Groningen?

Het einddoel van de de tweede dag was de oase Huacachina, op 10 taximinuten van Ica. Ondanks al mijn reiservaring werd ik toch volledig verrast door dit bizarre natuurverschijnsel. In een woestijn met 2 mm water per jaar (ongeveer net zoveel als tijdens een filerit van Rotterdam naar Nijmegen..) ligt een fata morgana-achtig plaatsje, met een groen meer omringd met palmbomen. Het is een beetje een tourist-trap, maar toch ook een must-see.

‘s Middags heb ik Marion over gehaald om mee te gaan op woestijnsafari in een Dune Buggy, een soort Mad Max auto. Er niet bij verteld dat het, na een boot- en een bustocht) misschien wel ‘een bridge too far’ zou zijn gezien haar wagenziekte. Het was adembenemend, soms scary, maar vooral een geweldige adrenaline-stoot. Toen al die jonge gasten op een snowboard de duinen keihard afsuisden, kon ik me niet inhouden en ben erachteraan gegaan. Het was een onbeschrijfelijk kick! Filmpje op verzoek beschikbaar..

Na de zonsondergang bovenop de woenstijnduinen, volgden de kamikaze-rit in het halfdonker terug naar de oase. Hevig natrillend als na een aardbeving, hebben we er tijdens Happy Hour een paar cocktails ingeknikkerd. Vooral Marion heeft hard moeten werken om de alles gister binnen te houden, de bikkel!

Vandaag hebben we een rustdag, voordat we de nachtbus naar Arequipa nemen, midden in La Sierra. Daar gaan we twee dagen aan de hoogte wennen, zodat we zondag klaar zijn voor Colca Canyon, de vallei van de condors.

Hasta domingo!

Peru – Bolivia: De proloog

YES! We zijn vertrokken! Vandaag is het begin van onze reis naar Zuid-Amerika. We ‘hangen’ nog een beetje boven de Atlantische Oceaan. Met ruim een jaar vertraging en al bijna twee jaar na de eerste plannen. Misschien maakt dat onze reishonger alleen maar groter. De vier weken zitten zo vol dat we daarna naar ons kuuroord in Spanje vertrekken om op adem te komen.

Verder dan Venezuela ben ik nog niet geweest in Zuid-Amerika en dat is best raar gezien mijn Spaanse achtergrond. In een heel ver verleden was ik bijna naar Argentinië vertrokken voor een baan, maar de werkvergunning kwam niet rond. Jammer, misschien had ik Maxima wel geschaakt, voordat Prins Pils toesloeg. Deze trip zorgt ervoor dat ik nu alle werelddelen minimaal twee keer heb bezocht. Tick the box: been there, done that! Mijn reislustige moeder zou trots op me zijn..

Zij heeft altijd enthousiast verteld over haar reis naar Peru en Bolivia en mij tijdens de voorbereidingen nog boordevol tips & tricks gestopt. Maar zes weken voor vertrek moesten we vorig jaar de reis cancellen, omdat haar gezondheid hard achteruit ging. Ze bleef maar zeggen dat we moesten gaan, maar de geplande vertrekdatum werd uiteindelijk de dag van haar afscheid.. Ik heb haar beloofd dat we als eerste deze reis zouden gaan maken en belofte maakt schuld. Mam gaat over onze schouder meekijken en meegenieten.

Omdat we nooit kiezen voor een georganiseerde groepsreis, hebben we veel tijd in de voorbereiding gestoken. Vijf losse vluchten, waaronder lokale propellervliegtuigjes. Vorig jaar hadden we nog een vlucht staan met dezelfde maatschappij als het gecrashte Braziliaanse voetbalelftal Chapecoense… We slapen in 19 verschillende accomodaties, variërend van een boomhut, een basic hostal tot een luxe zouthotel. En naast het vliegtuig reizen we per bus, jeep, trein, boot, voet en in de Amazone zelfs per kano. En dat allemaal om de acht losse reisonderdelen, de bouwstenen, aan elkaar te koppelen.

Eerlijk is eerlijk, ik ben wel eens fitter en uitgeruster op vakantie gegaan, maar ik heb maar één angst: hoogteziekte! Je kunt je suf kauwen op cocabladeren (wat ik zeker zal doen!) of speciale pillen nemen, maar toch kan het onverwacht bij iedereen toeslaan. Het heeft niets met je gezondheid, leeftijd, conditie of je flaporen te maken. Gelukkig maar, want ik heb geen flaporen… Vrij snel naar ons vertrek gaan we via Arequipa (3800 meter) naar Colca Canyon om de machtige condors met een vleugelwijdte van bijna 4 meter over ons hoofd te zien suizen. Maar dan staan we wel bijna op het dak van de Andes, op 5000 meter hoogte. Als ik dan nog geen gebrek aan rode bloedlichaampjes heb, kom ik deze reis vast goed door.

Omdat ik tot de allerlaatste dag bezig was om mijn Apenrots-functie af te ronden, kwam het klaarleggen en koffers pakken toch vooral op Marion’s schouders terecht. Dat doet ze ook graag, want ik ben een notoire laatpakker, die niet geordend te werk gaat. En zelfs nog af en toe uit de klaarliggende stapeltjes kleren op de logeerkamer een onderbroek trek of een polo….Maar gisteren hebben we gezamenlijk het uitgebreide To Do-lijstje afgewerkt en afgevinkt en zijn we er klaar voor. Met twee handige reistassen in plaats van normale koffers en twee rugzakken is onze meeneem-capaciteit beperkt, maar we moeten zo “licht” mogelijk reizen.

De aankomende weken zal ik naast ‘Vroeg op Zondag’ ook ‘Tussendoor op Woensdag’ de belangrijkste highlights met jullie delen. Minder tekst, meer foto’s, van mijn eigen huisfotograaf. Fijn hè?
Vamos fullll gassss, arriba arriba!!!!!

Jolly Good!

Voor een superkorte trip ben ik in London beland. Daar was ik best wel een tijdje niet geweest, terwijl in ons foodvak London de trendsetter voor Europa is. Maar met mijn Zuid-Europese voorkeur kijk eerder naar beneden dan opzij.

Het was 22 jaar geleden toen we met mijn eerste leasebak, een echte Ford Monedo 1.6 op LPG, met een catamaran-achtige veerboot vanaf Calais het Kanaal overstaken. De tunnel was net gegraven en klaar, maar nog schreeuwend duur. In Calais werd je nog niet besprongen door radeloze asielzoekers die dachten dat the UK het Walhalla was. Links rijden kostte weinig moeite, zeker na twee jaar Down Under. Het was een mooi weekendtripje met vrienden, in een samenstelling die aan twee kanten is veranderd.

De terugreis met de catamaran was dramatisch. Door een kolkende zee met hevige windstoten en regenvlagen werd er noodgedwongen uitgeweken naar Boulogne, zuidelijk van Calais. Een boot vol kotsende mensen en auto’s met blikschade door het schudden in het ruim. Ik kwam zelf redelijk ongeschonden van boord, omdat mijn maag alleen tegensputtert na 23 bier, 5 Bacardi Cola en 3 broodjes Shoarma. Maar op de één of andere manier is London toen fors gedaald op de bezoekladder.

Nu ben ik gistermorgen in Eindhoven om 8.00 uur met vriendje Gaico in een vliegbus van Ryanair gestapt om 50 minuten en 35€ later op London Stansted te landen. Geheel volgens Ryanair-traditie ligt ook dit “London-vliegveld” ruim een uur van London af. Met een bus het laatste uurtje naar de stad getuft, want de treinrails waren in onderhoud. Snel onze spullen in het hotel gedumpt om daarna gehaast bij een hippe lunchtent een goddelijk lekker biertje te bestellen. Mijn eerste druppels alcohol na Dry January smaakten heerlijk en maakten meteen roezig. Één van de weinige voordelen van ouder worden is bij mij een afnemende alcoholbehoefte en tegelijkertijd een zwaardere impact bij bovenmatig innemen. Voorzichtigheid was geboden, anders zou ik de hoofdact van het weekend missen.

Gaico en ik zijn namelijk in London voor een potje voetbal. Gewoon, omdat het kan. De keus viel maanden geleden op Arsenal tegen Everton, omdat daar Ronald Koeman trainde. Maar het Europese trainersgilde is gewaarschuwd als wij vaker dit soort wedstrijden bezoeken; meestal is de trainer ontslagen voordat wij er zijn. Zo ook Koeman, die onze nieuwe bondscoach gaat worden. De wandeling rond het imposante Emirates-stadion was very impressive. Overal herinneringen aan hun oude helden, standbeelden van de grootste iconen (Bergkamp!) en een alles verslindende clubliefde bij de supporters.

Tien jaar geleden is het oude Highbury stadion vervangen door het hypermoderne Emirates stadion. Maar de rest is in deze volkswijk onveranderd gebleven. Oude, verpauperde huizen met een metrostation ertussen gepropt en een aftandse kroeg die uren voor de wedstrijd al stampensvol zit. In ras tempo gleden de pints Fosters en Carling ook bij ons naar binnen, terwijl we verbaasd naar het totaal versleten bloemetjestapijt op de grond staarden. Het bewoog een beetje zompig onder onze voeten… Maar hygiene was geen prioriteit in deze volkspub; de urinoirs zaten puur voor de richting vast aan de muur, want de spatresten en miljoenen bacterien vlogen kris kras door de ruimte.

Het luxe stadion van Arsenal staat in schril contrast met de wijk en de supporters. Arsenal is een volksclub, in 1886 opgericht voor de medewerkers van de wapenfabriek Arsenal en voetbal was en is hun enige uitlaatklep. Overal om ons heen mensen die al 30-40 jaar een seizoenskaart hebben, ook al kost die een maandsalaris. Het potje voetbal was snel gespeeld; Arsenal walste over Everton heen en binnen 30 minuten was het 3-0. Het werd uiteindelijk 5-1 en Arsenal deed gelukkig zijn bijnaam (Boring Arsenal) geen eer aan. Het was tijd voor een aftermatch biertje, samen met al die proud supporters.

Vandaag laat Gaico mij nog even wat toeristische highligts zien, want de volgende keer kan wel weer 20 jaar duren. London is een boeiende, typisch Engelse metropool. Het miezerde gisteren de hele dag door, de prijzen zijn astronomisch hoog en ik heb de laatste jaren nergens zoveel zwervers en bedelaars gezien in Europa. Ik weet niet of dit de eerste effecten van de Brexit zijn, maar ik vond het schokkend anno 2018 in een rijk Westers land.

Samen mijmeren we alvast over de volgende voetbalbestemming. Athene voor AEK tegen Panathinaikos? Rode Ster Belgrado tegen Partizan Belgrado? The old firm tussen Celtic en Glasgow in Schotland? Genoeg keuze, maar suggesties zijn meer dan welkom!

Koh Chang 1

Als je wakker wordt en dit leest, tuf ik al uren op een scootertje over het eiland. Achterop zit Marion, die krampachtig houvast zoekt. De klassieke methode -handen om mijn middel- is niet meer haalbaar. Jullie weten wel waarom…

Het klinkt een beetje blasé, maar dit is onze echte vakantie. Geen vol Rosamar, geen korte weekendjes Ryanair, gewoon weg met zijn tweeën. En ja, Thailand is best ver voor 10 dagen, maar dat vinden wij geen probleem. Je rijdt naar Dusseldorf-Flugplatz, stapt in de luxe vliegbus van Etihad, maakt een tussenstop in Abu Dhabi (met zijn “Efteling”-hal) en hups 22 uur later zit je op Koh Chang, een tropisch eilandje op 4,5 limousine-uur van Bangkok. Je moet er wat voor over hebben, maar dan krijg je ook wat. Tot nu toe vooral veel regen….

Thailand en Bali zijn onze favoriete Aziatische verwen-bestemmingen. En de redenen zijn simpel: veel luxe voor minder geld, fantastisch eten, superlieve mensen en eindeloze massages. Tijdens onze doe-reizen nemen wij vaak genoegen met weinig comfort, goedkope hotels en eten wat de pot schaft. Maar nu even niet. Onze private villa ligt pal naast het Olympische zwembad, de zee is 30 meter verder en ik kan schaatsrondjes in de douche draaien. En het allermooiste? het is laagseizoen, dus er zijn maar 5 van de 35 villa’s bezet. Het personeel weet van gekkigheid niet meer wat ze moet doen. Vanmorgen hield de poolboy mijn slippers in zijn hand, toen ik uit zijn bad stapte. Terwijl ik net een Tsunami-alarm had veroorzaakt…

Meteen op de eerste dag hebben wij tijdens het oriëntatie-rondje een forse Thai massage ingezet om de reisstijfheid uit ons lichaam te laten verdwijnen. Negentig minuten probeerde het arme meisje mijn reuzenlichaam te kneden, te masseren en recht te buigen. Voor omgerekend € 7,50 liep ze een beroepsrisico op, waar je in Nederland geen Arbeids Ongeschiktheids Verzekering voor kan afsluiten. Ze wandelde over mijn rug de intocht van de 4-daagse, verlengde mijn hamstrings met 30 cm en rekte mijn schouders op a la Epke Zonder Land. “You very strong man” is volgens mij een beleefde Thaise metafoor voor een enorme, onbuigzame, houterige zak modder. God wat was ze goed!

Toch is de Thaise keuken de voornaamste reden om hier vaak te komen. Intens gelukkig word ik van de veelvoud aan smaken, kruiden en ingredienten. Elk gerecht prikkelt de zintuigen. En daarbij hebben wij een duidelijke voorkeur voor kleine lokale tentjes of de foodtrucks avant la garde. Een complete keuken is dan gebouwd op een aftandse oude Solex en overal bungelen pannen, ingredienten en servies. Eigenlijk hebben we maar 2 eisen; het moet ‘spicy’ zijn en goed verhit. Dat laatste betekent geen rauwe producten of salades, want de HACCP-richtlijnen zijn hier iets anders dan in het over-georganiseerde Europa. De gebruikelijke darmspoeling wordt meestal toch vanzelf wel opgewekt door de hete smaken, maar het ruimt lekker op. Hoef ik geen Patty Brardje voor te doen.

Gisteren hadden we zo’n lokale lunch. Terwijl boven ons drie bavianen gymnastiek oefeningen deden in de talloze verstrikte electriciteitsdraden, testte ik de kleine plastic stoel op zijn stevigheid. We kozen 2 grote Tom Ku (spicy garnalensoep), hot green curry met kip en gewokte groente met oestersaus. Daarbij twee grote glazen watermeloensap en een half litertje lokaal bier. En dat alles voor de astronomische prijs van 608Baht, toch gauw een dikke €15,- … Tranen biggelden over mijn wangen, van geluk en pittigheid.

Bijna hadden we nog een dagtripje geboekt naar Cambodja, om bruisend Phnom Penh of de beroemde Ankor Wat op zijn Japans te bezoeken. Het was leuk geweest voor mijn landen-lijstje, want ik moet nog steeds hard aan de bak om mijn moeder te evenaren. Maar niet alles past in een verwenweekje. Dat houden we dus nog te goed, want we zijn nog lang niet uitgereisd.

Alhoewel het weer niet om over naar huis te schrijven is, doe ik het toch. Ik heb in drie dagen nog nooit zoveel regen bij elkaar gezien, terwijl het constant 30 graden blijft. We waren erop bedacht en hebben er verder ook geen last van. Het Spanje-bruin zit er voorlopig nog wel even op. In razend tempo werk ik mijn boekenachterstand bij en val Marion regelmatig op allerlei manieren lastig. Het heeft zijn voordelen, zo’n weekje één op één haha.

Tot volgende week.

la douce France

Al jaren vliegen we snel over Frankrijk heen, op weg naar Spanje. Tenminste, als die hufterige Franse luchtverkeersleiders niet staken. Maar nu zijn we voor het eerst in acht jaar weer eens met de auto dwars door Frankrijk getoeterd.

Ik heb een haat-liefde verhouding met Frankrijk. Ik zal ze eeuwig dankbaar zijn voor twee mooie exit-deals, want die hebben mijn ‘joie de vivre’ wel wat eenvoudiger gemaakt. Ik smelt voor de mooiste Franse delicatessen zoals foie gras en zwijmel bijkans voor een top Bourgogne. Verdwaal graag in het prachtige Musée d’Orsay. (ben geen fan van Schele Lisa, die travestiet in het Louvre). Kan genieten van hun majestueuze taalgebruik.

Maar in het algemeen is het best jammer dat er Fransen wonen. Vooral Parisiens hebben een aangeboren hautaine attitude. Je mag patriottisch zijn en alleen je eigen taal beheersen. Maar de wereld houdt niet op buiten die chaotische Boulevard Périphérique van Parijs. Ik tokkel een heel behoorlijk woordje Frans, maar word toch regelmatig volkomen genegeerd omdat ik een buitenstaander ben.

Donderdagmiddag hebben wij een ongebruikelijke route genomen, dwars door de Champagne-streek. Rond 20.00 uur draaiden we het erf op van een Middeleeuwse chateau/hoeve, Chateau de Roises. Gevonden via Booking.com, maar gegokt om niet te reserveren of vooraf te bellen. Het lag er stil en verlaten bij, maar ergens ging een luik open en keken 4 bejaarde ogen ons verbaasd aan. In vriendelijk Frans kregen we te horen dat ze ons wel een overnachting gunde. We stommelden zes trappen op en kwamen in een soort kasteel-zolderkamer, die zeer smaakvol en authentiek was gerestaureerd.

Henri en Marie-Claire adviseerden ons wel om meteen naar Resto de Vacannes te rijden, drie dorpen en 15 kilometer verderop, omdat er in de wijde omgeving niets anders open zou zijn. Daar aangekomen, werden we eerst weggewuifd, maar ik legde snel de link met Chateau de Roises en we mochten aan het aperitief beginnen, in afwachting van het tafeltje. Het interieur was vergane glorie met TL-balken, geplastificeerde tafelkleedjes en oubollige bordeaux-rode muurpanelen. De tent zat afgeladen vol, iedereen kende elkaar. Een kokette Franse oma van diep in de 80 betaalde met een cheque uit haar vergeelde chequeboek.

We kozen een fles lokale rosé en een glas Leffe Ruby, een soort kriek of kersenbier. Terwijl de alcohol al snel zijn werk deed, bekeken we de borden op de tafels om ons heen. De specialité de la maison waren Galettes, een soort harde boekweit-pannenkoek. Ze zagen er woest lekker uit. We bestelden twee verschillende Galettes, voor het absurde bedrag van € 6,50 per stuk. Vooraf een plat andouilette (typisch Frans gerecht van ingewanden..) en salade de fromage de chèvre. Het was top en belachelijk goedkoop.

De volgende ochtend kregen we een kraakvers Frans ontbijt van croissants, pains au chocolat en huisgemaakte jams. Henri en Marie-Claire schoven gezellig aan en we kletsen honderduit, waarbij hun levensverhaal werd onthuld. Ze hadden na hun pensioen het 500 jaar oude Chateau de Roises voor een prikkie gekocht, maar de vervallen staat en 200(!) hectare terrein waren toch wel een dingetje… Daarom waren ze toch maar met een paar kamers B&B begonnen, om de oplopende kosten te dekken. Die zaten alle twee goed vol.. Er was ruimte om nog 50 kamers te maken, vertelde Marie-Claire op ironische toon. Het leven was wat zwaarder geworden dan ze hadden gehoopt. Een licht “Ik vertrek”-gevoel bekroop mij.

Via Clermont-Ferrand en de prachtige brug van Millau zijn we Spanje binnengereden. Onderweg nog wel een nieuw record “bijna lege tank” neergezet, want er ging 61 liter in een tank van 55+ 5 reserve…. Ik hoef hier, denk ik, niet uit te leggen hoe de stemming in de auto was, de laatste 15 km tot het benzinestation. Om de aandacht af te leiden van de benarde situatie, ging ik ouwerwets vloeken op de Franse medeweggebruikers, die vooral irritant in het midden bleven rijden, merde. Maar Marion trapte er niet in…. Ze was des duivels en vroeg zich af wat ik (wederom) wilde bewijzen.. Als we de pomp niet hadden gehaald, was ze ongetwijfeld de auto niet uitgekomen en had ik minimaal 10 dagen pikstraf gehad.

In september maken we de route omgekeerd, als Marion’s zomerreces erop zit. Ik kan me er nu al op verheugen. Vive la France!

Fränkl aus Tirol

Jullie hadden nog wat tegoed. Beetje raar tijdstip, op woensdag, maar ik was uit balans. Na een maandje zonder gegiste suikers, kwamen de eerste Weissen Hefe Bieren een beetje hard binnen. Maar nu, een paar dagen later, heb ik het Tiroler Rythmus weer helemaal onder controle.

De meesten van mijn volgers weten dat skiën geen natuurlijk gedrag voor mij is. Ik heb het pas laat geleerd, daarna lang niet gedaan en ben pas sinds de komst van Marion weer in een jaarlijkse wintersportgang terecht gekomen. Die achterstand maak je nooit meer goed. Zeker niet als ook je kinderen onder lichte dwang vanaf hun 5e op de latten zijn gedouwd. Op het kinderweitje van Sankt Johann im Tirol verdween dan de kneuterige Bobo-Bummelzug uit beeld. Soms probeerden hysterisch jankende, half kotsende kinderen nog uit het gammele treintje te springen. Maar dan waren Marion en ik allang uit beeld. Onder het motto : zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Mijn meiden zijn ons nu dankbaar, maar dachten er destijds vaak anders over…..

Het heeft lang geduurd voordat ik de lol van skiën begon in te zien. In de loop der jaren gingen steeds meer vrienden met hun kinderen mee naar ‘ons’ Sant Johann. En zij waren binnen de kortste keren getuige van een woest vloekende en noest ploegende Fränkl. Elk jaar nam ik me 10 keer voor dat dat dure geintje in de sneeuw maar eens afgelopen moest zijn. Terwijl iedereen in een kreukel van het lachen voorbij zoefde, probeerde ik 100+ kilo te draaien op afgejakkerde drukke pistes. Ik heb ooit hautain geklaagd dat de privé-les van een snoetig ski-juffie van 20 jaar wat tegenviel. De volgende dag kreeg ik ter compensatie gratis les van een 70- jarige ouwe rot in het vak, die als een lenige berggeit mij compleet afmatte. Ik moest onderaan de piste gereanimeerd worden…

Maar daar, bij de Schirmbar, herrees ik meestal als een Phoenix uit de as. Met mijn skischoenen op standje Sluis van Grave, werd eerst drie liter weggezweet lichaamsvocht aangevuld met Weissen Bier. Daarna werd de opkomende spierpijn behandeld met Obstler. Deze vrijwillige behandeling vond plaats onder de Obstler-douche in de apres-ski bar Max. Achteraf gezien denk ik dat er ook slaapmiddel in zat, want een paar uur later viel ik vaak in slaap onder de keukentafel bij mijn schoonouders. Zeker mijn dochters lieten mij daar graag liggen, uit boosheid en schaamte over mijn kroeggedrag.

En nu zijn we na 10 jaar weer een keer terug. Met de familie Tielbeke cs., helaas zonder Jesper. En ook met Ria, mijn schoonmoeder. Als ereburger van Sankt Johann i.T., met meer dan 30 jaar op haar palmares, doet zij een ronde Memory Lane. Mooi dat er dan zo veel dingen nog herkenbaar en onveranderd zijn. Terwijl tegelijkertijd het dorp strijdt tegen steeds mildere winters met te weinig sneeuw en daardoor wegblijvende toeristen. Klimaatverandering bestaat echt Donald, kom maar eens kijken! Het seizoen wordt steeds korter, maar wij hebben deze week geluk en leven ons uit.

Zojuist ben ik al enige “oudere” met de jonkies mee gegaan naar het avond-rodelen. 10 jaar geleden was de laatste keer redelijk dramatisch verlopen, omdat op de ijzige ondergrond gestrande sleetjes vol werden geschept door achtervolgers. Daarbij maakte een vrouw van middelbare leeftijd een huiveringwekkende salto mortale met dubbele Rietberger, die net niet dodelijk afliep. Maar vanavond, met gierende adrenaline, bleven ongelukken uit. We dronken vooraf een Schnapps, gingen knoeperhard twee keer naar beneden en hadden de grootste lol. Als afronding namen we nog een skischansje, die voor Sjanne eindigde in de veiligheidsdoeken van kinderclub Bobo. En daarmee was haar cirkeltje rond.

Nog twee dagen suizen we van bergtoppen, probeer ik het moordende tempo bij te houden en eten we caloriebommen als Käsespätzle, Leberkäse, Germknödel und Bauersalat. In de kneuterige Ferienwohnung van Annemarie Seisl passen we met zijn allen aan de keukentafel of in de grote gemütliche hoekbank in Jugenstill kleuren. Oostenrijk zoals de wintersporters het kennen.

Wintersport heeft een aantal traditionele elementen, die het voor liefhebbers tot een jaarlijks ritueel maakt. Ondanks de hoge kosten.Voor de dagprijs van een skiliftkaart kun je een week boodschappen doen bij de Lidl. Maar dan krijg je er geen spierpijn bij. Of een Obstlerdouche.