Reizen door Spanje capítulo 2: Ruige kusten, kunst & cultuur.

We zijn dus in Baskenland. Het is altijd een apart stukje Spanje geweest, meer nog dan Catalunya. De Basken hebben hard voor hun onafhankelijkheid gestreden, met lange tijd de ongrijpbare en meedogenloze ETA als het extreem gewelddadige clubje. Die tijden zijn gelukkig voorbij, maar het blijft een eigenaardig volkje. Hun taal is zo vreemd, dat niemand het verstaat. Met de meeste lettercombinaties zou je met Nederlands Scrabble glansrijk winnen, want ‘txakur’ zou op 3x letter-en woordwaarde goed scoren. Zykruni of gizakia vast ook. De meeste plaatsnamen staan trouwens ook in het Spaans vermeld, zodat je er nog wat van maken.

Vanuit onze Casa Rural maakten via smalle, gevaarlijke kustweggetjes een betoverende tour van vier uur naar San Sebastián. Kleine dorpjes aan imposante baaien, woeste kustlijn, hoge kliffen; het woord ‘ruig’ heeft een nieuwe dimensie gekregen.

Pas ver na tweeën kwamen we aan in dé culinaire hotspot van Spanje. Trouw aan onze tradities begon de tapastour met oesters, maar ik kon ’s avonds niet meer herinneren wat we allemaal daarna hebben vermorzeld. Het was bombastisch, zo veel en zo lekker. Donnostia (de Baskische naam voor San Sebastián), beschut gelegen in een schitterende baai, heeft vast mooie toeristische attracties, maar die zijn pas de volgende keer aan de beurt.

De volgende dag begon serieus met een bezoek aan het Vredesmuseum in Gernika. Dit plaatsje is in 1937 platgebombardeerd door de Duitse Luftwaffe, die mochten oefenen van Franco om het verzet van de Basken te breken. Gernika (Guernica) was de symbolische hoofdstad van Baskenland en verloor die dag +/- 1600 van de 4000 inwoners. Het museum was een  ingetogen eerbetoon aan de slachtoffers, maar ook een roep om vrede en vergeving. Picasso heeft over Guernica een beroemd (maar spuuglelijk en luguber) schilderij gemaakt, dat vroeger bij ons thuis hing. We waren zo onder de indruk dat we pas in de auto erachter kwamen dat onze rugzak nog veilig in de kluis van het museum lag…

We vervolgden onze kustroute, maar nu westelijk naar Bilbao. We besloten de pittige wandeltocht naar het schiereiland Gaztelugatxe (168 punten!) te maken. Het was zeer de moeite waard, met veel klimmen en dalen, want we raakten de helft van de pintxos van de vorige dag kwijt. Ook bijna de helft van de andere wandelaars, want een groep bejaarde Amerikanen hing onderweg half dood over de reling. Bizar dat er bij het begin niet werd gewaarschuwd, maar wellicht heb ik de Baskische tekst niet goed begrepen.

Laat in de middag reden we Bilbao binnen om via een bijzonder brug naar het centrum over te steken. Deze beroemde Puente Colgante Vizcaya uit 1893 is ontworpen door een trouwe leerling van Eiffel en dat is duidelijk te zien. Er kunnen een paar auto’s mee naar de overkant en dus ging onze Zafi mee, hangend aan metalen kabels in een soort uitvergrote dubbele bouwkeet naar de overkant. Wij moesten zelf in de auto blijven zitten en kregen een licht Titanic gevoel, maar het liep goed af.

Na een fantastische nacht in de kasteelkamer van de superdeluxe Casa Rural La Torre de la Quintana, ditmaal met echte receptionistes i.p.v. theelepelvrouwtjes, reden we opgetogen naar Bilbao voor één van de hoogtepunten van onze reis, een bezoek aan het Guggenheim Museum. Voor mij ook wel een beetje beladen, want het zou de volgende bestemming zijn geweest voor het jaarlijkse Mama-weekend. Helaas is dat er niet meer van gekomen, maar ik had haar beloofd er snel naar toe te gaan.

Van de buitenkant is het unieke gebouw apart en futuristisch en ook als je naar binnen loopt word je overdonderd door het architectonische vernuft. Maar de exposities vielen ronduit tegen. Tien  van de 30 zalen waren dicht i.v.m. renovatie of nog te starten nieuwe tentoonstellingen. De tijdelijke exposities van Morandi en Jesper Just  waren teleurstellend en de permanente exposities te beperkt. We stonden na een uur al buiten, terwijl het KUMU museum in Talinn ons in december uren heeft kunnen bekoren.

En toch ben ik blij dat we er geweest zijn, er is een emotioneel cirkeltje rond gemaakt. Er wordt soms gesproken over het Bilbao-effect als een doodgewone of oninteressante stad door één geweldige attractie een hotspot voor toerisme wordt. Misschien verdient Bilbao langzamerhand wel meer, want het is van een saaie industriestad een relaxte plek geworden. De vraag is echter hoeveel van de 1,2 miljoen jaarlijkse Guggenheim-bezoekers  naar Bilbao waren gereisd, zonder dit museum. We gaan nog een keer terug naar Baskenland, want het is een fantastische bestemming en we hebben nog lang niet alles gezien. De kust en de pintxos-cultuur waren de hoogtepunten, niet het museum.

Santander, net buiten Baskenland in Cantábria, was een quick visit en verdient de volgende keer ook meer tijd. We bezochten het kasteel Magdalena en wandelden met honderden lokale toeristen door het te keurige Disney-achtige park, met zeeleeuwen en pinguïns achter hekken in waterbassins. De stranden zagen er aanlokkelijk uit, maar het werd tijd voor onze volgende bestemming: La Rioja! Eindelijk tijd voor een hapje en een drankje…..

Reizen door Spanje capítulo 1: De Pyreneeën en Baskenland

Ja, die zagen jullie niet aankomen, hè? Na bijna vier maanden radiostilte, op wat oude blogs na, vanuit het niets weer een post. Maar beloofd is beloofd, mijn reisverhalen zou ik voortzetten. En na een lange zomer, voor mij werkend in NL en voor Marion als gastvrouw fungerend  in een drukbezet Rosamar, hebben we ons reisplan omgegooid om in ons eigen Spanje toeristje te spelen. Geen Bali of Koh Samui deze keer, dat heeft echter niets met vliegschaamte te maken. Ik moet nog 1 miljoen bomen planten om ons Ryanair-gedrag te compenseren…..

Vorige week zijn we vertrokken richting Huesca, een lieflijk provinciestadje vlak onder de Pyreneeën. Rustig cruisend over B-wegen, bewust de snelwegen vermijdend, kwamen we aan in Loporzano, vlakbij het Natuurpark Sierra de Guara. Marion heeft allemaal Casas Rurales uitgezocht, oude luisterrijke privé-huizen van eigenaren die er nog een beetje B&B bij doen. Casa Boletas kwam zo uit een boek van Isabel Allende. Onze kamer keek uit op de imposante bergen van de Sierra. Het dorpje Loprozano bestond uit 16 huizen, een gammele kerk, twee paardenstallen en iets wat op een kroeg leek. Daar waren de lokale vutters verwoed aan het kaarten en mochten wij aan de bar hangen, de pindabasten onder onze voeten aanstampend. Bij het afrekenen kwam de grote schok; 3 bier, twee grote bellen Rode wijn en een halve vrachtwagen pelpinda’s voor € 4,20. Toen Marion een briefje van € 20,= trok, brak er paniek uit of er wel genoeg wisselgeld in de kluis achter de toiletrollen in de bar aanwezig was. Na een vrolijke afscheidsceremonie vielen wij uitgeput in slaap in ons hemelbed.

De volgende ochtend koersten we over uitgestorven bergweggetjes naar het stuwmeer. Het was overdonderend mooi, groots en imposant, het water intens turquoise.  De wandeltocht leverde hilarische momenten op. Vleermuizen zoefden over ons hoofd in de grottunnels, bokken en geiten stoven mekkerend en geïrriteerd weg. Dit was hun terrein en ze wensten mid september niet meer gestoord te worden door een stampende ‘Duitser’ en een chocoladebruine ‘inheemse’.

Enthousiast en goed gemutst koersten we richting Pamplona in Navarra, beroemd om zijn jaarlijkse San Fermín feesten in juli.  Maar voor ons was de eetcultuur het absolute hoogtepunt. Ik heb nog nooit zoveel restaurants, tapabars, en eetcafés bij elkaar gezien. Het was een Walhalla voor twee smulpapen. In Pamplona, op de rand van Baskenland, worden honderden varianten van Pintxos geserveerd. Het zijn serieus grote hapjes, bijna altijd op brood geserveerd, die je met moeite in twee keer verorbert. Ze doen trouwens ook niet misselijk met de wijnen die ze erbij schenken. Bijna  alle wijnen worden per glas geserveerd, ook de topwijnen uit de naburige streken.

Na het bacchanaal en een prinsjesnacht in Casa Rural Lakoak besloten we de volgende dag de toeristische kant van Pamplona te ontdekken. Dat lukte aardig, met o.a. de indrukwekkende tentoonstelling Occidens in de kathedraal. Daarna liepen we de beroemde (of beruchte) route van San Fermín, waar de stieren door de straten worden gejaagd in de richting van de arena. Elk jaar vallen er doden en we snappen wel waarom. Ik gleed in de gevaarlijkste bochten twee keer uit en landde pardoes aan de bar van de beste pintxos-tenten. Je wordt vanzelf wankel en dan kan de stier gemeen wraak nemen op deze eeuwenoude traditie, die wij nooit zullen begrijpen..

Het was tijd om de ruige kust van Baskenland op te gaan zoeken. We hadden veel geluk met het weer, want de Golf van Biskaje zorgt 250 dagen per jaar voor stevige buien. Maar de zon scheen uitbundig, het landschap wisselde continu en de route was adembenemend.  We kwamen laat in de middag aan bij Metuxku, een Casa Rural midden in de wijnvelden, waar de lokale witte Txakoli wordt gekweekt. Ook hier een hartelijk ontvangst met veel tips & tricks voor de omgeving. Het zijn trouwens allemaal dames van rond de 60 die dit soort guesthouses runnen. Ze lijken ook een beetje op elkaar, een soort van vriendinnenclub, met minder aandacht voor uiterlijke schijn, mooie kleding of make up. Maar ruimschoots gecompenseerd met een tomeloze gastvrijheid en hartelijkheid. En overal snuisterijen.Theelepel-vrouwtjes noem ik dat.

Met de bezoekdagen aan San Sebastián, de culinaire hoofdstad van Spanje, in het verschiet, besloten wij deze avond kalmpjes aan te doen en ons geestelijk voor te bereiden op de Baskische dagen. Woensdag meer daar over. Fijne zondag!

GAMBIA PART 5: de aftermovies

Zoals beloofd vandaag een paar videootjes van ons Gambiaanse avontuur vorige week.

1. Het bezoekje aan de nagel,- wenkbrauw en tattooshop duurde uiteindelijk ruim anderhalf uur:         The Tattooshop

2. Ons prachtige hotel in Basse voor 6 euro per nacht : Jem Hotel Basse

3. Op bezoek bij de familie van Ibrahim (3) Garay Ceesay: Familie Garay Ceesay

4. Marion (in het wit) verlaat met Hadja voor de laatste keer Hadja’s lemen hutje bij haar ouders : Afscheidsceremonie Hadja

5. De officiële ceremonie voor de mannen op vrijdagmorgen: Only for Men

6. Langzaam stroomt de compound vol met dames en kids: Het wordt lekker druk

7. Met megafoon liedjes zingen en geld voor de bruid ophalen: Laat je horen!

8. Marion wordt langzaamaan gek van de verkleedpartijen en fotoshoots in het piepkleine kamertje: Drukte in het hutje

9. De markt van Damphe Kunda (op het laatste shot links op de tafel de verse vis van de dag…) : Markt van Damphe Kunda

10. Op de weg terug naar de hoofdstad vaker gezien: na een aanrijding de wielen rechtzetten en : Met de (scheve) vlam in de pijp

Tot zover ons avontuur in Gambia. De mooiste herinnering? Met heel weinig middelen een fantastisch en vrolijk feest maken. Wat voelden wij ons welkom!

 

GAMBIA PART 4: de Ceremonie (vrijdag-zaterdag)

VRIJDAG

Om 07.00 uur, na amper 5 uur slaap, ging in ons hotelletje onbarmhartig de wekker. De laatste en officiële dag van de ceremonie begon vroeg. Door alle inkopen en onverwachtige giften waren we door de Dalasi’s heen en ging ik in het ochtendgloren naar de enige geldautomaat van Basse. Vijf bankpasjes verder had ik pas in de gaten dat er niet meer dan 20 briefjes van 100 uit de automaat kwamen. Daar zou je in Nederland prima mee wegkomen, maar het leverde dus maar een opname van € 40,= op, achteraf ruim voldoende voor 2 dagen.

Het hobbelpad vanaf Basse werd door Ibrahim met steeds meer handigheid genomen, dus ongeschonden reden we tegen 08.00 uur de compound binnen. Eerst moest ik lopend met Ibrahim naar de ouders van Hadja om daar met een kort ritueel de goede aankomst van Hadja in huize Ibrahim te bevestigen. Iedereen viel ons in de armen en onder luid gezang liepen we terug, waarbij Ibrahim’s nervositeit opviel voor het volgende onderdeel.

Onder de ‘partytent’ hadden alle mannen van het dorp zich verzameld op uitgespreide kleden om de formele Islamitische huwelijksvoltrekking te doen. Zonder Hadja. Die bleef tot vroeg in de avond uit beeld, binnen. Om de circa 40 mannen stonden alle vrouwen en kinderen toe te kijken. Ik werd door de Iman gevraagd ook op het kleed naast hem plaats te nemen, wat Ibrahim zichtbaar opluchtte. Het volgende half uur werden er lange Koran-verzen voorgelezen en uiteindelijk gingen de zeven wijze mannen om de beurt Ibrahim een rijk huwelijksleven toewensen en mij (ons) te bedanken voor de eer om naar Gambia te komen om aanwezig te zijn. Instemmig gemompel volgde….

Dit was het moment dat ik door de dorpoudste werd gevraagd om te gaan staan en het kado te overhandigen aan Ibrahim en te speechen. Ik had vooraf met  Ibrahim overlegd om de envelop niet open te maken, omdat er jaloezie zou ontstaan als iedereen kon zien wat het huwelijkskado van Nederlandse vrienden en familie zou zijn. Het was nl. het Gambiaanse equivalent van twee jaarsalarissen… Maar ze konden wel raden dat het meer was dan 100 Dalasi en dus werden we allemaal middels bloemrijke volzinnen bedankt. Ibrahim vertaalde wat hij kon, maar alleen de woorden Faran (mijn naam), Maryama (Marion’s Islamitische naam) en Olanda klinken in het Madinka’s herkenbaar.

Na ruim een uur was het voorbij en verdwenen de mannen om de hele dag niet meer terug te komen. Langzaam stroomde Ibrahim’s terrein vol met vrouwelijke familie en kinderen die van heinde en verre waren gekomen en op hun paasbest paradeerden. Het gezang, gelach en geschreeuw steeg tot orkaanhoogte op het moment dat tegen 18.00 uur meer dan 300 familieleden aanwezig waren. Hadja had gezelschap gekregen van Marion en werkelijk urenlang was het in het piepkleine, snikhete kamertje een komen en gaan van zingende dames. Ik mocht als enige man naar binnen om Marion regelmatig van water te voorzien en werd dan luid bejubeld en vooral aangeraakt en op de foto gezet.

Drie keer moest Maryama zich omkleden en drie keer kwamen dan alle vrouwen naar binnen om foto’s met haar te maken. Het was een beetje sneu voor Hadja, want mijn Maryama was met haar prachtige kleding en mooie henna-tatoeages het onbetwiste middelpunt geworden. Gelukkig bleek het juist een grote eer te zijn voor Hadja dat ze zo’n bijzondere getuige had. Onze personal assistente Feroq legde mij uit dat dit Hadja’s status zou bepalen. Haar bruiloft zou nog jaren hét gesprek van de weide omgeving blijven..

Lees verder

GAMBIA PART 3: de Ceremonie (woensdag-donderdag)

WOENSDAG

Precies om 6.30 uur stond Ibrahim aan de poort van het hotel te rammelen. Hij was ongebruikelijk op tijd! De oude Mercedes (zonder airco of ventilator..) werd volgestouwd met 5 volwassenen, 1 kind en eindeloos veel bagage. Bij elke hobbel of drempel schuurde het chassis over de weg. Het eerste uur was het nog donker en levensgevaarlijk. Een combinatie van plots overstekende ezels, vrachtwagens zonder licht, onverwachte politieposten en een chauffeur die zijn onervarenheid combineerde met behoorlijke nachtblindheid. 

Elke 10 kilometer werd het lichter, maar ook verlatener, heter, dorder en troostelozer. We reden door dorpjes gehuld in rooksluiers van de ochtendvuurtjes, waar Ibrahim met 100 km per uur doorheen sjeesde. Hij toeterde en vloekte naar elke geit, schaap, ezel, kind, voetganger of fietser die te dicht bij de weg kwam. Waarom hij dan niet de toegestane 60 km reed? Puh, dat doet niemand… In totaal hebben we een stuk of 30 wegafzettingen gehad van politie, douane en het leger. Hier en daar werd er ongegeneerd door de Hermandad om een fooitje gevraagd. Tien Dalasi (twintig cent) deed dan wonderen. Even vaak wilde ze met die Batanga (Blanken) hun Engels oefenen. Hilarisch!

Tegen 14.00 uur en na 375 km. kwamen we aan in Basse, de tweede stad van Gambia. Abrupt hield het asfalt op. Het hele stadje is één rode stofwolk en daarmee ook alles wat je aan hebt of vast pakt. Als je een pak koekjes uit een schap haalt, zit er rood stof op. Er werden wat boodschappen gedaan en Ibrahim stelde ons trots overal voor. Een uurtje later reden we over een stoffig hobbelpad de laatste 8 km naar Damphe Kunda, onze feestbestemming. Stomverbaasd keken we elkaar aan, want we reden rechtstreeks de Middeleeuwen in. Overal loslopend vee, op braakliggende veldjes het afval (vooral plastic) tot kniehoog en daartussen loslopende ossen, ezels, geiten en schapen. Karren met ezels ervoor waren samen met de fiets het enige vervoermiddel, behalve de paar auto’s van de Europese geslaagde jongens.

De eerste stop was het huis van de aanstaande bruid Hadja. Rondom een rommelige binnenplaats lagen her en der wat barakken en een paar lemen hutten. Uit alle hoeken en gaten kwamen volwassenen en vooral kinderen aangestormd. De meeste kinderen gaven snel een hand, ondertussen met de andere aan onze huid voelend. De allerjongsten doken krijsend weg in de rokken van de hard lachende mama’s, bang voor die witte reuzen. Bij het eerste ritueel heetten de oudste mannen ons welkom en mochten de ouders van de bruid uitgebreid vertellen hoe trots ze waren dat wij de bruiloft van hun dochter hadden uitgekozen om te komen. De kop was eraf.

Bij het huis van Ibrahim aangekomen, verdubbelde de ontvangst-gekte zich. We raakten de tel kwijt hoeveel (half) broers en zussen en tantes en opa’s er waren. En weer bezochten we identieke compounds (ommuurde groep huizen met een binnenplaats, buitenkeuken, loslopend vee en rommel) met nog meer familie en vrienden. Ik herkende er ook een paar Spaanse Gambianen die de winter thuis doorbrengen om in het voorjaar weer terug te gaan. Wat er nog in het dorp rondloopt van mannen tussen de 20 en 45 is ziek, zwak of misselijk. Alleen de sterken zijn ‘geslaagd’ in Europa. De helft heeft de reis niet overleefd.

.

Tegen 18.00 uur bracht Ibrahim Hadja naar haar ouders en ons naar het hotel in Basse, omdat slapen in zijn dorp geen optie was: geen toilet, douche of afsluitbare kamer. We waren zo’n attractie dat kinderen de hele nacht door het open gat in de muur naar binnen zouden blijven gluren. Het Jem Hotel had zijn gloriedagen al lang achter de rug, de foto van de badkamer zegt wel genoeg denk ik (Ik zal binnenkort wat videootjes uploaden om dat te onderstrepen.) We aten nog snel een hele kip in een pikdonker restaurant voor € 5,50 en doken snel en doodop in het twijffelaartje.

De kakafonie van geluiden zorgde ervoor dat ik pas tegen middernacht wegdommelde, maar om 2 uur alweer wakker schrok door bijtende pijntjes op mijn borst. Een kolonie mieren had een ingang gevonden in mijn reisslaaphoes van speciaal katoen. Ik kneep er een paar dood, maar voelde dat er tientallen nog bezig waren een gaatje te vinden in mijn sappige vlees. Uit ellende ben ik op de Ipad bij de ‘receptie’ naar een cult-documentaire van Sunderland FC gaan kijken, waar de vlooien mijn voeten aanvielen en een tapijt van rode bultjes achterliet. Met broek, sokken en lang shirt deed ik om 4 uur een beter geslaagde poging om nog wat te slapen.

DONDERDAG

Het ochtendprogramma bestond uit een uitgebreide inkoopronde van etenswaren. Ook Frank Dos, Ibrahim’s zoon was erbij en dat maakte het voor ons speciaal en voor hem handig, want het leverde hem nieuwe kleren en schoenen op. Met de wagen volgeladen gingen we terug naar het dorp, zodat het leger van +/- 20 kokkinnen verder kon met de doorlopende maaltijden voor een man of twee honderd. Ze gebruikten daarvoor grote houtgestookte kookketels, zoals je ze ziet in strips over kannibalen. Drie dagen kwamen de meest vreemde gerechten uit de keuken, waarvan we er een paar echt niet aandurfden. Iedereen eet met de handen uit de grote schalen, maar wij kregen een soort plastic pollepel van de Action als hulpmiddel.

 

De late middag mochten we, na weer wat bezoekjes, even uitrusten bij onze lieve en hartelijke personal assistant Feroq. Op haar schuimrubber matrasje met schoon laken vielen we als een blok twee uur lang op de grond in slaap. Na weer een schaal eten, vertrokken we om 19.00 uur lopend in colonne zonder Ibrahim voor het avond-ritueel naar het huis van Hadja. Zij zou die nacht voorgoed niet meer thuisfluiten, want haar familie moet afstand doen en heeft er niets meer over te zeggen.. 

Op de binnenplaats was het weer een gekkenhuis, want voor haar familie was dit het belangrijkste onderdeel; het afscheid nemen van de bruid. In een klein lemen hutje met een diameter van krap 4 meter stonden twee krakkemikkerige metalen bedden. Op de ene zaten de vier oudste dames van de familie, op de andere lag Hadja intens te snikken. Als enige man tussen 35 vrouwen mocht ik meeluisteren naar de eeuwenoude zangpartijen en rituelen. Het hutje barstte uit zijn voegen. Marion werd een centraal onderdeel van de ceremonie, want zij mocht als enige Hajda troostten. 

Na een uur werden Hajda en Marion helemaal in het wit gekleed en gesluierd, onder begeleiding van ernstig klinkende verzen van Moeder Overste. Ringen werden aangedaan, pollepels aangegeven (teken van getrouwd zijn, worden aan het plafond van de slaapkamer opgehangen) en de dames namen een centrale plek in op de binnenplaats. Ze werden daar bijna onder de voet gelopen door een foto’s-schietende en geld toewerpende menigte. Marion was met haar prachtige getatoueerde hand en voeten een kermisattractie zonder weerga. Ze was toen al de meest gefotografeerde dame van Oost-Gambia.

Ineens kwam de meute in beweging om de bruid af te gaan leveren bij Huize Ceesay. Maar eerst moest er gestopt worden op het Wijze Mannen Plein, waar Hajda en Marion in geknielde houding en onzichtbaar plaatsnamen. Ik werd uitgenodigd om op het mannen-tapijt plaats te nemen, een hele eer als niet-Moslim. Zeven mannen lazen ellenlange Koran-verzen voor, de andere mannen instemmend meemompelend. Om het tapijt stond het vol vrouwen en kinderen, die te rumoerig waren voor de vromen en dus werd er af en toe een corrigerende blik geworpen, wat buitengewoon goed werkte. Voor 3 minuten…

De optocht ging verder en tegen midnacht kwamen we de poort van Ibrahim’s compound binnen. Daar zag  het zwart en gekleurd van mensen. Zonder een blik op haar echtgenoot te mogen werpen, liepen bruid Hadja en getuige Marion door naar de slaapkamer, waar de laatste rituelen van de dag werden afgehandeld. In die kamer moest Hadja de volgende 24 uur blijven, nog zonder Ibrahim. Dat kwam goed uit, want hij bracht ons om 1.30 uur naar onze royal suite in Jem Hotel. In de wetenschap dat we alweer om 7.30 uur opgehaald zouden worden voor de ochtendrituelen van vrijdag vielen we kapot in slaap. Geen mier meer gevoeld.

Dat was donderdag en daarmee de eerste dagen achter de rug. Keurig binnen de 700 woorden gebleven….. Wordt vervolgd.

GAMBIA PART 2: De Voorbereiding

Lees verder

Gambia Part 1 : De ontvangst

En we zijn vertrokken! Cor en Don hebben ons gistermorgen vanaf vliegveldje Maastricht met de vliegbus in 7 uurtjes naar Banjul geflatst. Iets luxer dan Ryanair, maar geen maaltijd of oid inbegrepen.

Gelukkig doet Marion alle voorbereidingen. En ik niks. Ze had gezorgd voor kakelverse broodjes (alleen die van de warme bakker in Beek zijn goed genoeg..), had dagen vooraf de koffers mise en place gelegd en mij een keer of 10 gevraagd om a.j.b. mijn eigen meuk erbij te leggen. Tevergeefs, ik weiger me vooraf aan enige geplande discipline te houden. En Marion kan niet zonder, dus we houden elkaar prima in evenwicht haha! 

Vorige week zaterdag stond ik live te video-whatsappen vanuit de Action in Ede met Ibrahim in de binnenlanden van Gambia. Ik moest even zeker weten of ik wel de juiste spaarlampen had. De 4G deed het daar beter dan in de Action, maar dat is ook geen wonder. Alles bij de Action is cheap and basic, maar we kunnen er wel half Afrika mee blij maken. Voor 100 euro aan kindersurprises van de Action is vergelijkbaar met 200 gestrande zeecontainers op de Waddeneilanden. De koffers kraken uit hun voegen.

In de heerlijk chaotisch ontvangshal werd ik meteen vrolijk van de onbekende exotische geuren die me tegemoet kwamen, met daarachter een hyper blije Ibrahim met zijn Hadja, dochter Marion2 en vriendinnetje Ami. Wij konden de shuttle-bus naar het hotel skippen, want hij had een auto geregeld en ging ons voor de eerste keer in 14 jaar rondtouren. Marion was er niet gerust op. Ibrahim’s lompheid, het Afrikaans verkeer en haar wagenziekte is niet per se een heel gelukkige combi. De legergroene Mercedes uit de vorige eeuw zou in geen enkele Nederlandse milieuzone worden toegelaten, maar hoorde tot het topsegment in Gambia. Buiten liep de temperatuur al snel op naar 41,5 graden, maar bij gebrek aan airco kwam binnen ook dicht in de buurt.

We krioelden van het ene naar het andere stadje in een bekend Afrikaans tafereel: straatverkopers, karren met ezels, rommel en afval in de goot, gaten in de onverharde weg zonder stoplichten en geen verkeersregels. In een zijstraatje stopten we voor een barak, waar de kleermaker van Ibrahim zijn atelier had. Onze maten moesten nog opgemeten worden voor alle bruiloftskledij. Wat volgde was een hilarische scene a la Monty Python, waarin een naaister met twee snel aan elkaar geknoopte meetlinten probeerde mijn maten op te nemen., Marion ging wat makkelijker, maar de hele wijk propte zich langzaamaan  in het winkeltje om het schouwspel met die Blanken mee te maken. 

Zoals vriendje Gerard mij al had voorspeld, zijn vijf Gambiaanse hotelsterren iets minder dan de helft waard. Maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door de aanstekelijk enthousiaste ontvangst. Ik heb nu nog geen idee waar het allemaal over ging, maar we kregen een warme deken van Engels-koeterwaals over ons uitgestrooid, door Ibrahim daarna in het Spaans vertaald.

Na de lunch, met voor de eerste keer pizza voor Hadja, vertrokken onze vrienden en konden we op adem komen. Het rondje over het strand was een uitdaging, want elke 25 meter word je aangesproken door supervriendelijke Rasta-boys die je met veel humor overtuigden waarom hun Juice Bar de beste van het strand was. Ik kan dan niet gewoon doorlopen en maak met iedereen een praatje, maar ben benieuwd of ik dat einde van de week nog doe…

En zojuist werd ik rillend wakker in het Fred Flinstone Bed naast Marion, die gedrappeerd in alle lakens nog in coma ligt. De verdacht bewegende deken hadden we ‘s avonds al in de hoek gesmeten. Ver op de achtergrond hoor ik de zee ruisen. Bij gebrek aan Wifi moet ik uit bed en naar de receptie gaan om mijn column te plaatsen. Ben benieuwd of ik ook foto’s kan uploaden.

De eerste dag zit erop, maar het belooft een mooi avontuur te worden. Het is maar 6 en een half uur vliegen, maar het contrast is enorm. Evenals de zichtbare armoede, die ogenschijnlijk moeiteloos wordt gecompenseerd met een vrolijk positieve instelling.   We will keep you posted!

Welcome to Estonia!

Waar een deur dicht gaat, gaat een andere weer open! Dat hebben jullie hier al eerder gehoord de afgelopen weken!

De vele annuleringen van het ondoorgrondelijke Ryanair hebben ons met een beetje creativiteit gebracht naar Tallinn, de hoofdstad van Estland. Waarom wij het Estland noemen is mij een raadsel, want de rest van de wereld noemt deze Baltische staat gewoon Estonia.

Dus werd vrijdagmiddag de vlucht van twee uur naar het Zuiden ingeruild voor een vlucht naar het koude Noorden. Van +19 naar – 8 graden. We waren erop voorbereid, want mutsen, handschoenen en winterjassen hadden we allemaal in ons rolkoffertje gepropt. Van het moderne vliegveld Lennujaam naar ons appartement was slechts 15 minuten en onze host stond al klaar voor een snelle check-in. Binnen een uur na de landing zaten we in een trendy hotspot aan een groot glas Alexander bier, een mooi glas Merlot en heerlijke verse Italiaanse gerechten.

Estonia is al eeuwen lang een cruciale plek tussen Rusland, Scandinavië en West-Europa. In de Middeleeuwen als Hanze-stad, in WO2 als brug voor de nazi’s om Rusland binnen te vallen en daarna voor de USSR een zwaar bewaakte veiligheidszone richting het Westen. Ze hebben er stevig onder geleden, de Esten. In 1991 lukt het ze om zich los te maken van Rusland en weer als onafhankelijke staat verder te gaan. De late aansluiting bij de EU in 2004, was kantje boord. Van de ene Unie (die van de USSR) naar de andere ( de EU), veel Esten waren sceptisch. Best terecht, want al jaren is Estonia een koploper in economische groei, welvaart en investeringen. Dat merk je ook aan de prijzen, want ze doen niet onder voor Nederland.

Misschien viel dat wel het meeste op, de eerste 24 uur. Fantastische wegen, luxe vliegveld, waanzinnige shoppingmalls, heel veel dure auto’s en een prachtige mix van authentieke oude gebouwen en hypermoderne flats en business-centers. Je verwacht toch een beetje naar een oud-Russisch staatje te gaan, maar komt terecht in welvarend onbekend deel van Noord-Europa. De vervallen Sovjet-flats en sjofele overheidsgebouwen staan er nog wel, als overblijfselen uit een donkere periode. Maar de meesten worden omgebouwd naar trendy hotspots in herrezen wijken, vol met kunst en artwork. It is hip and happening in Tallinn!

Toch is de oude Sovjet-mentaliteit niet verdwenen. Toen wij de eerste avond in de supermarkt onze aankopen op de lopende band legden bij de kassa, werden de biertjes en de wijn zonder uitleg verwijderd en weggelegd. Na een moeizame woordenwisseling legde de sikkeneurige caissière uit dat alcohol na 22.00 uur niet meer mocht worden verkocht. Ze sloot de transactie af met de cynische woorden “welcome to Estonia”, waarbij haar Slavische gezicht geen spier vertrok. We hebben het daarna nog wel vaker gezien, die onverschillige, bijna apathische houding. Het is maar een klein smetje op een aangename en verrassende ervaring.

Zaterdagmorgen hebben we een klassieke Hop On-Hop Off bustour gemaakt van anderhalf uur om een eerste indruk te krijgen. Tallinn was ruim en uitgestrekt met mooie natuurgebieden vlak bij de stad. De baai ligt vol met mooie stranden, strandtenten en watersport-mogelijkheden. Wel jammer dat er nu ijsschotsen tegen het strand aan kruien…. De striemende koude wind maakte de gevoelstemperatuur -18 en na het eerste rondje Hop On-Off doken we snel in een Middeleeuws restaurant in het hartje van de oude stad. Ze hadden hun best gedaan om authentiek over te komen: kruidenbier in een stenen pul, stevige simpele gerechten, alleen kaarslicht en een troela in de bediening in een schattig handsopje uit de 14e eeuw. We hebben smakelijk gelachen!

In de namiddag kwamen we verkleumd terug in ons appartement om te genieten van onze prive-sauna, slim ingebouwd in de badkamer. Om af te koelen namen we in adamskostuum plaats op het balkon, met uitzicht op de vertrekkende en aankomende cruiseschepen en ferry’s. Ik moest toch even denken aan het drama met de Estonia veerboot in 1994, met 852 slachtoffers de grootste scheepsramp in Europa na WO2. Het zal toch niet dat de kapitein toen ergens op een balkon iets raars zag en vergat de boegklep goed af te sluiten?

Al met al is Tallinn verrassend leuk met veel historie. Een absolute aanrader als je een keer van de geijkte paden af wilt. Misschien is de kersttijd, ondanks de kou, juist de beste tijd om er een weekendtrip heen te maken. Wij zullen vaker op zoek gaan naar vergelijkbare hidden secrets. Er is nog zoveel te zien in de wereld. Soms dichterbij dan je denkt!

Peru – Bolivia: epiloog

Het zit erop; met een harde klap zijn we weer in de werkelijkheid geland. Een week geleden genoten we nog van Ceviche in metropool Lima, 48 uur later zaten we aan de kipfilet, wokgroenten en Kartoffel-Rostbraten in mondain Kranenburg… Na een dagje kantoor, overleg en file. Pfff.

Ik kies er altijd voor om meteen de volgende dag te gaan werken. Bam, cold turkey. Niks dagje acclimatiseren, op rust komen, thuis klungelen, nagenieten. Maandagavond 19.00 uur op Schiphol geland, dinsdagmorgen 7.00 uur in de auto naar kantoor. De reden is simpel; ik wil elke vakantiedag benutten om weg te zijn, niet om thuis te lanterfanten. Bijkomend voordeel is dat jetlag weinig kans krijgt als je zo snel mogelijk in het normale ritme probeert te komen.

Het liep als een rode draad door mijn reisverhalen, dus het zal jullie niet ontgaan zijn: we hebben intens genoten van een fantastische reis. Geen relaxte vakantie, maar het maximale aan Cultuur, Natuur en Avontuur eruit halen in 4 weken. Mission completed. Er is me afgelopen dagen vaak gevraagd wat het hoogtepunt was. Maar dat is niet te beantwoorden. Qua cultuur waren de Inca-bezoeken waanzinnig, maar ook een stad als Arequipa. Qua natuur wedijvert de Amazone-jungletocht met de zoutvlaktes. En de hele reis was doorspekt met avontuur, van zandbuggys tot death roads. Er is geen duidelijke winnaar.

Alhoewel ik supergelukkig was om mijn meiden weer te zien, zou ik het liefst morgen vertrekken voor een nieuwe reis. Reizen werkt verslavend voor ons. Al na een paar geweldige eerste dagen, zaten we te filosoferen wat het volgende reisdoel zou worden. Het wordt waarschijnlijk Japan i.c.m. de Korea’s. Als Trump tenminste vriendjes blijft met Bolle Jan van Noord-Korea en de boel niet plat bombardeert. En op de lange termijn gloort de Pan-American route van Mexico tot aan Patagonië, de Trans-Siberische Express van Moskou via Mongolië naar Peking en de allergrootste uitdaging: Afrika van Noord naar Zuid met een 4Wheel Drive. We kunnen dus nog even vooruit qua plannen.

Met deze reis naar Peru-Bolivia heb ik twee targets van mijn reisverslaving gerealiseerd: ik ben nu in alle werelddelen (Noord-Amerika, Zuid/Midden-Amerika, Azië, Afrika, Oceanië en Europa) minimaal drie afzonderlijke keren geweest en ik ben door de barrière van 50 bezochte landen heen. Het nieuwe doel is alle letters van het Nederlandse alfabet bezoeken. Daarin ontbreekt nu nog een W(itte) JURK. Dus ik moet nog naar bv. Wit-Rusland, Japan, Uruguay, Roemenië en Kroatië. Mag ook Korea zijn, maar dan moeten Noord en Zuid wel eerst worden samengevoegd, anders telt het niet. Ik baal wel van Uruguay, want er is maar één land met een U. Vandaar dus ook die Pan-American trip.

En nu zit ik in Torremolinos om de 50e verjaardag van neef Bart te vieren. Samen met mijn zussen Maaike en Pietje, Ria en José en een hele rits Andalusische vrienden. En gisteren was het ook el Noche de San Juan, de langste dag van het jaar en altijd een groot nachtfeest overal in Spanje. Jullie kennen mijn motto: liever te dik in de kist dan een goed feestje gemist. Na vier weken dag en nacht doorgebracht te hebben met haar witte tapir wilde Marion ook wel een weekendje alleen doorbrengen. Groot gelijk, ik ken het gevoel. Even adempauze und Lebensraum. In het reizen zijn we volledig gelijkgestemd, daarbuiten gelukkig genoeg verschillend.

En als ik maandag thuis kom, zijn vast die 4000 fotos uitgezocht. Toch, schat? Dank voor een topreis!





Peru – Bolivia hoofdstuk 7: Manu National Park

Vorige week zondag stapten we om 5 uur ‘s ochtends in een minibus voor onze laatste grote uitdaging van deze reis; een bezoek aan Manu, midden in de Amazone. Soms is het goed dat je niet van te voren alles beseft of weet.

Onze groep bestond, naast twee onnozele Nederlanders, uit twee Belgen, zes Duitsers en een Spaanse jongedame uit Gran Canaria. We werden begeleid door gidsen Jordi en Alex, chauffeur Sandro, kok Cesar en hulpkok Paul. We mochten alleen een kleine plunjetas en onze dagrugzak meenemen, want de imperial van het busje lag volgestouwd met eten en drinken voor 5 dagen. Cusco uitrijdend was het gedaan met de beschaafde wereld. Zes uur lang hobbelen en schommelen bracht ons bij de ingang van NP Manu, ongeveer de helft van Nederland. Op het welkomstbord stond keurig aangegeven hoeveel wildlife er in Manu aanwezig was, zo’n 90% van alle voorkomende dieren in de Amazone.

Na een paar korte stops en vogelspot-momentjes waar we de slappe lach van kregen, kwamen we aan bij de Rainforst Lodge voor de eerste nacht. Er was alleen stroom op zonne-energie in de keuken. Onze hut was voor de zekerheid op palen gezet, want het wemelde van de spinnen, slangen en ander kruipende kwezels. Na een fantastische maaltijd en een stiekem meegenomen biertje zagen we tijdens de avond-bushwalk de eerste vogelspinnen (als pantoffels zo groot), kikkers in alle kleuren en maten, nachtapen en giga-slakken. Ondanks de oorverdovende herrie van het oerwoud vielen we om 20.30 uur als een blok in slaap. Ons jungle-avontuur was begonnen..



Na een vroege start met heerlijk ontbijt kwamen we twee uur later aan bij het havenplaatsje Atalaya. Een bord waarschuwde dat we naakte indianenstammen konden tegen komen en dat het niet de bedoeling was om kontakt te zoeken, ze eten, kleren of gereedschap te geven of foto’s te maken. Een paar jaar geleden had een toerist een pijl in zijn arm gekregen, omdat zijn camera werd gezien als een wapen. We waren gewaarschuwd en ik dook alvast wat dieper weg in de boot om niet al teveel op te vallen… We begonnen aan de boottocht stroomafwaarts, laverend tussen knoepers van stenen, boomstammen en stroomversnellingen. De rivier Madre de Dios is één van de hoofdrivieren van de Amazone en wij zaten op het eerst bevaardbare gedeelte vanuit de bergen. Het was adembenemend mooi vanuit de boot.



De tussenstop bij de thermale warmwaterbron betekende achteraf de enige keer warm water in 5 dagen en ook de enige keer de zwembroek aan deze reis. Laat in de middag kwamen we bij de volgende Eco-lodge aan, een half uur lopen vanaf de waterkant door de jungle. De ponchos en laarzen werden uitgedeeld, want het regenwoud deed zijn naam eer aan. Tijd om op adem te komen was er niet, want met een plastic bakje avondeten en een ontbijtzakje in de rugzak trokken we meteen de jungle in. Vlak voor de duister inviel, stonden we onder een camouflagehuis op palen, ons hotel voor die nacht… Op de bovenverdieping werden flinterdunne schuimrubber matrasjes uitgedeeld, die Marion samen met mij mocht delen. Het muskietennet eroverheen en onze royal suite was klaar. Het bakje kwam tevoorschijn, het diner kon beginnen…



Er werden waakdiensten ingesteld: iedereen moest één uur wakker blijven om elke tien minuten te schijnen op de kleilik-vijver onder ons. Die wordt door bijna alle dieren gebruikt om ‘s nachts hun mineralen aan te vullen door ‘rijke’ klei op te likken of eten. Marion was als eerste aan de beurt en al om 18.10 uur was het bingo. Er bewoog iets groots en zwarts. We tikten iedereen wakker en zagen de zeldzame tapir rustig in de klei wandelen. WTF! Marion was in de zevende hemel en keek triomfantelijk opzij naar haar andere tapir. Nadat mijn dienst er opzat, moesten we in de bush naar het ‘toilet.’ Er bewoog van alles, dus binnen 2 minuten waren we weer boven om daarna een vuistgrote vlinder uit ons muskietennet te jagen. Kapot vielen we in slaap. Er gebeurde niets meer die nacht. Tenminste, voor zover wij weten..


De volgende ochtend om 05.30 uur trok ik met gebroken rug mijn nog kletsnatte kleren aan voor de volgende étappe. In een paar uur tijd zagen we een dierentuin vol aan dieren, vooral vogels en apen. Maar het meest trotse beest liep naast mij, ‘my little Tapirgirl’. We ploegden door de modder, klommen op uitkijktorens, doorwaadden snelstromende beken en keerden pas tijdens de lunch terug in de lodge. We waren compleet gesloopt, maar na de lunch en een uurtje pauze mochten de laarzen weer aan voor de matinée-ronde. Sommige reisgenoten bleven hysterisch enthousiast bij het zien van elke gekleurde mus, maar behalve de kaaiman kon het me eigenlijk niet meer schelen. Toen we om 20.00 uur terug waren, hadden we die dag 10 uur door de modder gebuffeld. Stinkend als twee muffe otters doken we ons kribje in. Dag 3 zat erop.



Met hernieuwd élan gingen we op dag 4 vrolijk verder, langzaamaan terugvarend naar Atalaya. Van alle beesten was de capibara eigenlijk wel de lelijkste. Het is een soort van obese cavia van 40 kilo, die snel kan zwemmen. Het weer was onverwachts zonnig en de muggen bleken niet bestand tegen mijn lichaamsgeur. Normaliter word ik lek geprikt, maar door de mélange van aangekoekt vuil in combinatie met een huidverbrandende 50% sterke versie van Deet werd ik door het prikgilde overgeslagen.


De laatste dag was weer bedoeld om in een uurtje of 8 in de bewoonde wereld terecht te komen. Wagenzieke Marion stapte nog maar één keer uit, om een luiaard te bewonderen. De helse rit ging langs diepe ravijnen en deed weer denken aan de serie De Gevaarlijkste Wegen. In de namiddag kwamen we bij ons hotel in Cusco aan, totaal gebroken maar ook beseffend wat een unieke trip we hadden gemaakt. We douchten eindeloos, totdat het water van zwart via lichtgrijs langzaamaan kleurloos werd.

Vrijdag hebben we Marion’s verjaardag gebruikt om slenterend door het feestvierende Cusco bij te komen van dit adventure. En nu zijn we in Lima, in de luxe wijk Miraflores waar Joran van der Sloot zijn tweede slachtoffer maakte. Alles is hier van steen en glas met daartussen teleurgestelde Peruanen na het onterechte verlies tegen Denemarken. En zo kunnen we weer wennen aan de geciviliseerde wereld, een scherp contrast met de pure wildernis van Manu.

De vier weken zitten erop, morgenavond vliegen we terug. Marion heeft meer dan 4000 foto’s te selecteren en ik ga de epiloog als afsluiting van mijn verhalen over Peru en Bolivia voorbereiden. Peru y Bolivia: muchas gracias!!! ¡Era fantástico!