Welcome to Estonia!

Waar een deur dicht gaat, gaat een andere weer open! Dat hebben jullie hier al eerder gehoord de afgelopen weken!

De vele annuleringen van het ondoorgrondelijke Ryanair hebben ons met een beetje creativiteit gebracht naar Tallinn, de hoofdstad van Estland. Waarom wij het Estland noemen is mij een raadsel, want de rest van de wereld noemt deze Baltische staat gewoon Estonia.

Dus werd vrijdagmiddag de vlucht van twee uur naar het Zuiden ingeruild voor een vlucht naar het koude Noorden. Van +19 naar – 8 graden. We waren erop voorbereid, want mutsen, handschoenen en winterjassen hadden we allemaal in ons rolkoffertje gepropt. Van het moderne vliegveld Lennujaam naar ons appartement was slechts 15 minuten en onze host stond al klaar voor een snelle check-in. Binnen een uur na de landing zaten we in een trendy hotspot aan een groot glas Alexander bier, een mooi glas Merlot en heerlijke verse Italiaanse gerechten.

Estonia is al eeuwen lang een cruciale plek tussen Rusland, Scandinavië en West-Europa. In de Middeleeuwen als Hanze-stad, in WO2 als brug voor de nazi’s om Rusland binnen te vallen en daarna voor de USSR een zwaar bewaakte veiligheidszone richting het Westen. Ze hebben er stevig onder geleden, de Esten. In 1991 lukt het ze om zich los te maken van Rusland en weer als onafhankelijke staat verder te gaan. De late aansluiting bij de EU in 2004, was kantje boord. Van de ene Unie (die van de USSR) naar de andere ( de EU), veel Esten waren sceptisch. Best terecht, want al jaren is Estonia een koploper in economische groei, welvaart en investeringen. Dat merk je ook aan de prijzen, want ze doen niet onder voor Nederland.

Misschien viel dat wel het meeste op, de eerste 24 uur. Fantastische wegen, luxe vliegveld, waanzinnige shoppingmalls, heel veel dure auto’s en een prachtige mix van authentieke oude gebouwen en hypermoderne flats en business-centers. Je verwacht toch een beetje naar een oud-Russisch staatje te gaan, maar komt terecht in welvarend onbekend deel van Noord-Europa. De vervallen Sovjet-flats en sjofele overheidsgebouwen staan er nog wel, als overblijfselen uit een donkere periode. Maar de meesten worden omgebouwd naar trendy hotspots in herrezen wijken, vol met kunst en artwork. It is hip and happening in Tallinn!

Toch is de oude Sovjet-mentaliteit niet verdwenen. Toen wij de eerste avond in de supermarkt onze aankopen op de lopende band legden bij de kassa, werden de biertjes en de wijn zonder uitleg verwijderd en weggelegd. Na een moeizame woordenwisseling legde de sikkeneurige caissière uit dat alcohol na 22.00 uur niet meer mocht worden verkocht. Ze sloot de transactie af met de cynische woorden “welcome to Estonia”, waarbij haar Slavische gezicht geen spier vertrok. We hebben het daarna nog wel vaker gezien, die onverschillige, bijna apathische houding. Het is maar een klein smetje op een aangename en verrassende ervaring.

Zaterdagmorgen hebben we een klassieke Hop On-Hop Off bustour gemaakt van anderhalf uur om een eerste indruk te krijgen. Tallinn was ruim en uitgestrekt met mooie natuurgebieden vlak bij de stad. De baai ligt vol met mooie stranden, strandtenten en watersport-mogelijkheden. Wel jammer dat er nu ijsschotsen tegen het strand aan kruien…. De striemende koude wind maakte de gevoelstemperatuur -18 en na het eerste rondje Hop On-Off doken we snel in een Middeleeuws restaurant in het hartje van de oude stad. Ze hadden hun best gedaan om authentiek over te komen: kruidenbier in een stenen pul, stevige simpele gerechten, alleen kaarslicht en een troela in de bediening in een schattig handsopje uit de 14e eeuw. We hebben smakelijk gelachen!

In de namiddag kwamen we verkleumd terug in ons appartement om te genieten van onze prive-sauna, slim ingebouwd in de badkamer. Om af te koelen namen we in adamskostuum plaats op het balkon, met uitzicht op de vertrekkende en aankomende cruiseschepen en ferry’s. Ik moest toch even denken aan het drama met de Estonia veerboot in 1994, met 852 slachtoffers de grootste scheepsramp in Europa na WO2. Het zal toch niet dat de kapitein toen ergens op een balkon iets raars zag en vergat de boegklep goed af te sluiten?

Al met al is Tallinn verrassend leuk met veel historie. Een absolute aanrader als je een keer van de geijkte paden af wilt. Misschien is de kersttijd, ondanks de kou, juist de beste tijd om er een weekendtrip heen te maken. Wij zullen vaker op zoek gaan naar vergelijkbare hidden secrets. Er is nog zoveel te zien in de wereld. Soms dichterbij dan je denkt!

Zaragoza

Soms brengt het leven je op plekken die je niet snel zou kiezen. En dat is toch meestal een garantie voor positieve verbazing. Dat geldt ook voor Zaragoza, waar we dit weekend zijn beland om dochter Anne-Roos te bezoeken.

Als laatste onderdeel van haar studie moest er nog een buitenlands strikje om. Valencia was qua studie-programma niet interessant en Madrid natuurlijk onbespreekbaar. Zo viel de keuze dus op Zaragoza, de vijfde stad van Spanje en toch onbekend. Steden als Malaga, San Sebastian, Sevilla, Cordoba of Granada staan hoger in de ranking van Spaanse city-trips. Dat komt ook omdat Zaragoza in niemandsland ligt, precies in het midden tussen Barcelona en Madrid. Het voelt een beetje als Den Haag; je komt er alleen als het moet.

De bevolking is hartelijk, de prijzen zijn laag en de stad is niet platgewalst door goedkoop toerisme. Zelfs de World Expo 2008 heeft niet meer blijvende aandacht opgeleverd. Er wordt ook weinig energie in gestoken om dat te verbeteren. Een soort mix van luiheid en gelatenheid, met een hoog Calimero-gehalte. Aragón, de provincie waarvan Zaragoza de hoofdstad is, was in de Middeleeuwen een trots koninkrijk dat aanzien genoot. Maar daarna kwam het klem te zitten in alle oorlogen.

In de Spaanse burgeroorlog (1936-1939) is er in deze regio vreselijk gevochten door de Franco-troepen en de Republikeinen. Belchite is zo’n spookstad die helemaal aan flarden is geschoten en als herinnering nooit meer is opgebouwd. We krijgen er straks een rondleiding, die indrukwekkend moet zijn. Zaragoza is toen en nu altijd overdreven loyaal geweest aan het nationale gezag vanuit Madrid. Ze hebben een pesthekel aan Catalanen en dat is geheel wederzijds. Anne-Roos hoeft nergens in de stad een pleidooi te houden voor een dialoog in het ‘Catalaanse’ conflict. Gewoon onderdrukken is hier de mening.

Los daarvan is de sfeer zeer relaxed in de stad. De stad heeft een waanzinnig uitgebreid pallet aan horecazaken, die allemaal vol zitten, mooie concepten hebben en goed zaken doen. De grootste bezienswaardigheid is El Pilar, de gigantische kathedraal. Waar je ook loopt in de stad, vanuit alle kanten doemen de enorme torens en ronde koepels op. Van binnen viel hij een beetje tegen, ook al was Maria-verering het overduidelijke thema. Het plafondwerk was maar half af omdat ze 100 jaar geleden de kunstschilder hebben weggestuurd omdat hij te somber was. Het enorme orgel, de grootste van de wereld, staat als een stalen ros tegen de achterwand lelijk te zijn. En zoals zoveel Spaanse steden zit Zaragoza vol met statige grote gebouwen uit begin 20e eeuw.


Gisteren zijn we naar het Monasterio de Piedra geweest, een must-see op 110 km van Zaragoza. Het droge, genadeloze landschap onderweg veranderde pas 10 km voor aankomst in een oase van groen, vermengd met een regenboog aan herfstkleuren. Verscholen tussen een paar ongastvrije heuvels liggen een prachtig natuurpark, met een schitterende variatie aan watervallen, grotten, beken vol forellen en ongerept natuurschoon. De vogelshow met gieren, adelaars, valken en uilen was een mooi slot op het bezoek. Mocht je ooit in deze contreien verdwaald zijn geraakt, dan is een bezoek echt de moeite waard.


Morgen nemen we de snelle route naar Barcelona airport om daar de auto van vriendje Gerard te droppen. Vervolgens een lunchbezoekje bij Ria en José om even bij te praten en dan met de trein terug naar Rosamar. Door het gehannes met Ryanair ligt ons hele winterschema overhoop en komen we nog ‘maar’ één keer per maand deze winter. Maar er is dit jaar in Barcelona meer regen gevallen dan in London, dus veel hebben we niet gemist. Onze achtertuin lijkt meer op een moeras, mijn openhaardhout wordt niet droog en het mos groeit via de muren omhoog naar het dak. Dat wordt klussen in het voorjaar om alles weer spik en span te krijgen.

Daarom past het onverwachte bezoekje aan Zaragoza prima in ons ritme. Want waar één deur dicht gaat, gaat ergens anders weer een deur open. Met een verrassend nieuw uitzicht. Zoals Zaragoza, de onbegrepen trouvaille in een dorre omgeving. Waar we een weekend lang la vida española met goed eten en drinken hebben ervaren.

En wat dan het meeste opvalt? Alle leeftijden zijn buiten, tot diep in de nacht. Bij 10 graden. Het kan dus wel!

Peru – Bolivia: epiloog

Het zit erop; met een harde klap zijn we weer in de werkelijkheid geland. Een week geleden genoten we nog van Ceviche in metropool Lima, 48 uur later zaten we aan de kipfilet, wokgroenten en Kartoffel-Rostbraten in mondain Kranenburg… Na een dagje kantoor, overleg en file. Pfff.

Ik kies er altijd voor om meteen de volgende dag te gaan werken. Bam, cold turkey. Niks dagje acclimatiseren, op rust komen, thuis klungelen, nagenieten. Maandagavond 19.00 uur op Schiphol geland, dinsdagmorgen 7.00 uur in de auto naar kantoor. De reden is simpel; ik wil elke vakantiedag benutten om weg te zijn, niet om thuis te lanterfanten. Bijkomend voordeel is dat jetlag weinig kans krijgt als je zo snel mogelijk in het normale ritme probeert te komen.

Het liep als een rode draad door mijn reisverhalen, dus het zal jullie niet ontgaan zijn: we hebben intens genoten van een fantastische reis. Geen relaxte vakantie, maar het maximale aan Cultuur, Natuur en Avontuur eruit halen in 4 weken. Mission completed. Er is me afgelopen dagen vaak gevraagd wat het hoogtepunt was. Maar dat is niet te beantwoorden. Qua cultuur waren de Inca-bezoeken waanzinnig, maar ook een stad als Arequipa. Qua natuur wedijvert de Amazone-jungletocht met de zoutvlaktes. En de hele reis was doorspekt met avontuur, van zandbuggys tot death roads. Er is geen duidelijke winnaar.

Alhoewel ik supergelukkig was om mijn meiden weer te zien, zou ik het liefst morgen vertrekken voor een nieuwe reis. Reizen werkt verslavend voor ons. Al na een paar geweldige eerste dagen, zaten we te filosoferen wat het volgende reisdoel zou worden. Het wordt waarschijnlijk Japan i.c.m. de Korea’s. Als Trump tenminste vriendjes blijft met Bolle Jan van Noord-Korea en de boel niet plat bombardeert. En op de lange termijn gloort de Pan-American route van Mexico tot aan Patagonië, de Trans-Siberische Express van Moskou via Mongolië naar Peking en de allergrootste uitdaging: Afrika van Noord naar Zuid met een 4Wheel Drive. We kunnen dus nog even vooruit qua plannen.

Met deze reis naar Peru-Bolivia heb ik twee targets van mijn reisverslaving gerealiseerd: ik ben nu in alle werelddelen (Noord-Amerika, Zuid/Midden-Amerika, Azië, Afrika, Oceanië en Europa) minimaal drie afzonderlijke keren geweest en ik ben door de barrière van 50 bezochte landen heen. Het nieuwe doel is alle letters van het Nederlandse alfabet bezoeken. Daarin ontbreekt nu nog een W(itte) JURK. Dus ik moet nog naar bv. Wit-Rusland, Japan, Uruguay, Roemenië en Kroatië. Mag ook Korea zijn, maar dan moeten Noord en Zuid wel eerst worden samengevoegd, anders telt het niet. Ik baal wel van Uruguay, want er is maar één land met een U. Vandaar dus ook die Pan-American trip.

En nu zit ik in Torremolinos om de 50e verjaardag van neef Bart te vieren. Samen met mijn zussen Maaike en Pietje, Ria en José en een hele rits Andalusische vrienden. En gisteren was het ook el Noche de San Juan, de langste dag van het jaar en altijd een groot nachtfeest overal in Spanje. Jullie kennen mijn motto: liever te dik in de kist dan een goed feestje gemist. Na vier weken dag en nacht doorgebracht te hebben met haar witte tapir wilde Marion ook wel een weekendje alleen doorbrengen. Groot gelijk, ik ken het gevoel. Even adempauze und Lebensraum. In het reizen zijn we volledig gelijkgestemd, daarbuiten gelukkig genoeg verschillend.

En als ik maandag thuis kom, zijn vast die 4000 fotos uitgezocht. Toch, schat? Dank voor een topreis!





Peru – Bolivia hoofdstuk 7: Manu National Park

Vorige week zondag stapten we om 5 uur ‘s ochtends in een minibus voor onze laatste grote uitdaging van deze reis; een bezoek aan Manu, midden in de Amazone. Soms is het goed dat je niet van te voren alles beseft of weet.

Onze groep bestond, naast twee onnozele Nederlanders, uit twee Belgen, zes Duitsers en een Spaanse jongedame uit Gran Canaria. We werden begeleid door gidsen Jordi en Alex, chauffeur Sandro, kok Cesar en hulpkok Paul. We mochten alleen een kleine plunjetas en onze dagrugzak meenemen, want de imperial van het busje lag volgestouwd met eten en drinken voor 5 dagen. Cusco uitrijdend was het gedaan met de beschaafde wereld. Zes uur lang hobbelen en schommelen bracht ons bij de ingang van NP Manu, ongeveer de helft van Nederland. Op het welkomstbord stond keurig aangegeven hoeveel wildlife er in Manu aanwezig was, zo’n 90% van alle voorkomende dieren in de Amazone.

Na een paar korte stops en vogelspot-momentjes waar we de slappe lach van kregen, kwamen we aan bij de Rainforst Lodge voor de eerste nacht. Er was alleen stroom op zonne-energie in de keuken. Onze hut was voor de zekerheid op palen gezet, want het wemelde van de spinnen, slangen en ander kruipende kwezels. Na een fantastische maaltijd en een stiekem meegenomen biertje zagen we tijdens de avond-bushwalk de eerste vogelspinnen (als pantoffels zo groot), kikkers in alle kleuren en maten, nachtapen en giga-slakken. Ondanks de oorverdovende herrie van het oerwoud vielen we om 20.30 uur als een blok in slaap. Ons jungle-avontuur was begonnen..



Na een vroege start met heerlijk ontbijt kwamen we twee uur later aan bij het havenplaatsje Atalaya. Een bord waarschuwde dat we naakte indianenstammen konden tegen komen en dat het niet de bedoeling was om kontakt te zoeken, ze eten, kleren of gereedschap te geven of foto’s te maken. Een paar jaar geleden had een toerist een pijl in zijn arm gekregen, omdat zijn camera werd gezien als een wapen. We waren gewaarschuwd en ik dook alvast wat dieper weg in de boot om niet al teveel op te vallen… We begonnen aan de boottocht stroomafwaarts, laverend tussen knoepers van stenen, boomstammen en stroomversnellingen. De rivier Madre de Dios is één van de hoofdrivieren van de Amazone en wij zaten op het eerst bevaardbare gedeelte vanuit de bergen. Het was adembenemend mooi vanuit de boot.



De tussenstop bij de thermale warmwaterbron betekende achteraf de enige keer warm water in 5 dagen en ook de enige keer de zwembroek aan deze reis. Laat in de middag kwamen we bij de volgende Eco-lodge aan, een half uur lopen vanaf de waterkant door de jungle. De ponchos en laarzen werden uitgedeeld, want het regenwoud deed zijn naam eer aan. Tijd om op adem te komen was er niet, want met een plastic bakje avondeten en een ontbijtzakje in de rugzak trokken we meteen de jungle in. Vlak voor de duister inviel, stonden we onder een camouflagehuis op palen, ons hotel voor die nacht… Op de bovenverdieping werden flinterdunne schuimrubber matrasjes uitgedeeld, die Marion samen met mij mocht delen. Het muskietennet eroverheen en onze royal suite was klaar. Het bakje kwam tevoorschijn, het diner kon beginnen…



Er werden waakdiensten ingesteld: iedereen moest één uur wakker blijven om elke tien minuten te schijnen op de kleilik-vijver onder ons. Die wordt door bijna alle dieren gebruikt om ‘s nachts hun mineralen aan te vullen door ‘rijke’ klei op te likken of eten. Marion was als eerste aan de beurt en al om 18.10 uur was het bingo. Er bewoog iets groots en zwarts. We tikten iedereen wakker en zagen de zeldzame tapir rustig in de klei wandelen. WTF! Marion was in de zevende hemel en keek triomfantelijk opzij naar haar andere tapir. Nadat mijn dienst er opzat, moesten we in de bush naar het ‘toilet.’ Er bewoog van alles, dus binnen 2 minuten waren we weer boven om daarna een vuistgrote vlinder uit ons muskietennet te jagen. Kapot vielen we in slaap. Er gebeurde niets meer die nacht. Tenminste, voor zover wij weten..


De volgende ochtend om 05.30 uur trok ik met gebroken rug mijn nog kletsnatte kleren aan voor de volgende étappe. In een paar uur tijd zagen we een dierentuin vol aan dieren, vooral vogels en apen. Maar het meest trotse beest liep naast mij, ‘my little Tapirgirl’. We ploegden door de modder, klommen op uitkijktorens, doorwaadden snelstromende beken en keerden pas tijdens de lunch terug in de lodge. We waren compleet gesloopt, maar na de lunch en een uurtje pauze mochten de laarzen weer aan voor de matinée-ronde. Sommige reisgenoten bleven hysterisch enthousiast bij het zien van elke gekleurde mus, maar behalve de kaaiman kon het me eigenlijk niet meer schelen. Toen we om 20.00 uur terug waren, hadden we die dag 10 uur door de modder gebuffeld. Stinkend als twee muffe otters doken we ons kribje in. Dag 3 zat erop.



Met hernieuwd élan gingen we op dag 4 vrolijk verder, langzaamaan terugvarend naar Atalaya. Van alle beesten was de capibara eigenlijk wel de lelijkste. Het is een soort van obese cavia van 40 kilo, die snel kan zwemmen. Het weer was onverwachts zonnig en de muggen bleken niet bestand tegen mijn lichaamsgeur. Normaliter word ik lek geprikt, maar door de mélange van aangekoekt vuil in combinatie met een huidverbrandende 50% sterke versie van Deet werd ik door het prikgilde overgeslagen.


De laatste dag was weer bedoeld om in een uurtje of 8 in de bewoonde wereld terecht te komen. Wagenzieke Marion stapte nog maar één keer uit, om een luiaard te bewonderen. De helse rit ging langs diepe ravijnen en deed weer denken aan de serie De Gevaarlijkste Wegen. In de namiddag kwamen we bij ons hotel in Cusco aan, totaal gebroken maar ook beseffend wat een unieke trip we hadden gemaakt. We douchten eindeloos, totdat het water van zwart via lichtgrijs langzaamaan kleurloos werd.

Vrijdag hebben we Marion’s verjaardag gebruikt om slenterend door het feestvierende Cusco bij te komen van dit adventure. En nu zijn we in Lima, in de luxe wijk Miraflores waar Joran van der Sloot zijn tweede slachtoffer maakte. Alles is hier van steen en glas met daartussen teleurgestelde Peruanen na het onterechte verlies tegen Denemarken. En zo kunnen we weer wennen aan de geciviliseerde wereld, een scherp contrast met de pure wildernis van Manu.

De vier weken zitten erop, morgenavond vliegen we terug. Marion heeft meer dan 4000 foto’s te selecteren en ik ga de epiloog als afsluiting van mijn verhalen over Peru en Bolivia voorbereiden. Peru y Bolivia: muchas gracias!!! ¡Era fantástico!




Peru-Bolivia hoofdstuk 4: de zout-en hoogvlaktes van Bolivia

Na het luxe verblijf in het zouthotel Sal de Luna (met dank aan Jacqueline voor de tip) waren we helemaal gereed voor de drie-daagse jeeptocht over de zoutvlakte van Uyuni en de hoogvlaktes van de Andes. We waren gewaarschuwd dat het wat meer basic zou worden…

We werden opgepikt door een Toyota Landcruiser uit ‘88 die zijn beste tijd wel had gehad. Chauffeur Iwan bond onze reistassen op het dak, naast de extra jerrycans met benzine en water. Ons groepje van zes bestond uit twee jonge Koreanen en twee oudere dames uit la Paz. Ik probeerde drie keer te achterhalen wat de namen waren van Zuid-Korea, maar verder dan een diepe buiging en wat hese keelklanken kwamen ze niet. Voor het gemak noemden we ze Gebakken Hond 1 en 2. De dames heetten Doris en Myriam en bleken nichtjes van elkaar te zijn. We doopten ze om tot de Andes-zusjes. Dat klinkt een tikkie denigrerend, maar het is onze methode om over mensen wat te zeggen zonder hun naam te gebruiken en ze niet verbaasd om uitleg te zien vragen.

De eerste stop was bij het treinkerkhof, leuk voor de foto maar niet meer dan dat. Op een verlaten rangeerterrein stonden een stuk of 40 overbodige treinstellen uit eind 1800 weg te roesten. Het leek een scene uit een Western. Daarna sjeesden we meteen de zoutvlaktes op, terwijl ik stevig ingeklemd zat op de middelste rij tussen Marion en Gebakken Hond 2. Helemaal achterin keuvelden de Andes-zusjes vrolijk weg. Zuid-Korea bleef doofstom behalve als ik de Spaanse uitleg van Iwan mocht vertalen naar het Engels en dan een keurig ‘Ahhhh’ als respons kreeg.

Zijn Landcruiser was dan wel gammel, maar Iwan kende bijna elke zoutkorrel op de vlakte. Het was een bizarre ervaring om op zo’n inmens zouttapijt rond te toeren en rare perspectief-foto’s te maken. De lunch werd genuttigd in de bijna vergane eetzaal van het oudste zouthotel, waar in 2016 een etappe van Parijs-Dakar eindigde. Daarna scheurden we verder, op zoek naar een mooie plek voor een zonsondergang op de vlakte. Het is raar, maar tegen het schemer leek het meer een ijsvlakte in Alaska dan zout. Een paar uur later kwamen we aan in het Hostal. We kregen een simpele schotel van kip en een slaaphok zonder verwarming, met gezamenlijk sanitair op de gang naast de eetzaal… Het vroor buiten tegen de 10 graden Celsius. Hoe we ons ook wentelden in de slaapzak met 5 dekens erbovenop, het duurde uren voordat we insliepen. Dag 1 zat erop

Na het vroege ontbijt bracht Iwan ons na een helse hobbelrit naar de eerste lagoon. En ja hoor, daar waren ze: Flamingo’s! Deze maffe vogels staan met hun poten in het ijswater fel gekleurde algen op te lebberen. De hele godsganselijke dag met je poten door het ijs wandelen voor een beetje vegetarische meuk. Wat een triest leven. Maar god wat was het adembenemend mooi om te zien, met op de achtergrond de besneeuwde Andes-toppen. Ook bij lagoon 2, 3 en 4 kwamen we ogen tekort. Gebroken door de autorit en verkleumd door de kou kwamen we vlak voor het donker in the middle of nowhere aan bij een primitief guesthouse. We kregen een slaapzaaltje voor 6 man toegewezen en snel werd er een simpele schotel geserveerd. Van kip…

De halve nacht heb ik rillend wakker gelegen. Gebakken Hond 1 lag naast mij en bleek een blaffende zeehond te zijn. Gelukkig ging om 04.30 uur de wekker. Ook deze dag was douchen niet mogelijk, er waren maar twee toiletten en 1 wastafel voor in totaal 24 gasten. Tijdens het ontbijt haalde Gebakken Hond 1 een bevroren banaan uit zijn rugzak, dezelfde takkenzak waar ik ‘s nachts op weg naar de plee over was gestruikeld. De vrolijke gastheer vertelde trots dat het -18c was geweest. Viel me nog mee..

In het pikkedonker stonden we na een uurtje hobbelen al om 06.30 uur bij een nieuw fascinerend natuurverschijnsel: geisers. Met een latrinegeur van zwavel liepen we tussen de dampende, stomende, borrelende en stinkende bronnen. We zaten meteen op het hoogste punt van deze trip, 4950 meter. De omgeving hield het midden tussen maan- en vulkaanlandschap. We reden door rivierbeddingen, stuiterden over gletserkeien en driftten over woestijnzand. En ineens stonden we aan de Chileense grens. Terwijl ik zorgde dat Onze Koreaanse vrienden met een andere Jeep richting Chili vertrokken, tikte Marion even snel de grond aan in Chili. Heeft ze één land ingelopen. Tsssss..

De rest van de middag was bedoeld om weer bij Uyuni uit te komen, aan de rand van zoutvlakte. Van de 800 km in drie dagen waren alleen de laatste 35 km min of meer asfalt. Alle kleding en tassen zitten onder het stof en rode zand. We hebben zojuist voor het eerst in 3 dagen gedoucht. Het afvoerputje raakte bijna verstopt van alle rotzooi.

Week 2 zit erop. We zijn precies halverwege, maar hebben het gevoel al een maand weg te zijn. Tot woensdag!

Peru-Bolivia hoofdstuk 2 : La Sierra

Drie dagen geleden zaten we nog op zeenivo, vandaag hebben we de 5000 meter gehaald. Het kan verkeren…

Woensdag zijn we in Ica op de luxe nachtbus naar Arequipa gestapt. Een taai stukje van onze reis, want de rit duurt 13 uur. De ligbedden zijn Business Class waardig, er wordt voor een maaltijd gezorgd, je krijgt te drinken, maar toch..is het een busreis. Met een halve slaappil erin hebben we 7 uur geslapen, maar om 04.00 uur was ik klaarwakker. En ‘smorgens ontstaat bij mij binnen een half uur de onbeheersbare drang om een kilo af te vallen via de natuurlijke achterweg. De noodstop midden in de woestijn kwam als geroepen. Het dampte na toen we wegreden…

De laatste uren waren vooral voor Marion een lijdensweg, want we kronkelden over hobbelige bergwegen langzaam vooruit, met af en toe een gevaarlijke inhaalmanoevre om weer een trage vrachtwagen te passeren. Als je weleens naar het TV-programma de Gevaarlijkste Wegen hebt gekeken, kun je je een goede voorstelling maken. Het gaat er iets anders aan toe dan op de 5 banen A-2 tussen Utrecht en Amsterdam…

De aankomst in Arequipa en het hartelijke welkom in ons boutique-hotel maakte alles goed. De toegewezen bruids-suite (een e-mail verzoek levert soms iets leuks op) was betoverend mooi. Het hotel was een oud Spaans koloniaal gebouw uit de 18e eeuw, met dito patio’s en ruimtes met dikke vulkaanstenen muren. Maar eigenlijk was het centrum van Arequipa één groot museum met statige gebouwen, een prachtige kathedraal, mooie musea en vooral een heel relaxte sfeer. Na de drukte van Lima en de chaos van Ica was Arequipa voor ons een welkome pauze. Een aanrader als je in de buurt bent.

Gisterochtend werden we om 7.30 uur opgehaald voor de volgende etappe. In een minibus vertrokken 7 dames en ik als chapperon naar het hooggebergte. Onder de dames ook Laura en Desriée uit Schellinkhout, twee leuke vriendinnen samen op pad. We hadden een klik en vrolijk kletsend gingen we ongemerkt van 2350 naar 4000 meter, terwijl onze gids Gina ons bleef bijkletsen over Peru en het leven in de bergen. De coca-thee bij de eerste stop kwam als geroepen, want we werden al licht duizelig en wankel. Door het vele drinken, vooral van energiedrankjes als Gatorade, kun je je mineralen en suikergehalte op peil hadden, met als bijkomend effect dat je blijft plassen.

De bergpas leidde ons tot 4950 meter en ik denk niet dat ik in mijn leven nog hoger ga komen. Omringd door allemaal bergtoppen en werkende vulkanen van rond de 6000 meter, voel je je net op de maan. Er groeit werkelijk niets meer. De vicuñas, lamas, alpacas en guanacos (de 4 kameelsoorten die hier voorkomen) waren veel in beeld, maar haakten ook op deze hoogte af. Je gaat zo langzaam lopen als je maar kunt, want elke inspanning levert gehijg en koppijn op.

Daarna begon de razendsnelle afdaling naar Chivay, 1500 meter en een half uurtje lager. Een rondje over de lokale markt kon niet bekoren, want we waren gesloopt door de hoogteverschillen. We gingen snel door naar ons hotel, een soort boerenhoeve in een bergdorpje, waar we voor 30 Sol (€7,50) een uitgebreide warme lunch kregen, met als hoofdgerecht alpaca van de BBQ. Ze zijn schattig om te zien en smaken nog beter.

Als een duveltje uit een doosje kwam bij Marion een gierende koppijn opzetten en hebben we het bezoek aan de warmwaterbronnen laten schieten. Alle trucs worden uit de kast gehaald om de koppijn weg te krijgen; cocabladeren, cocathee, cocatoffees, good old Ibuprofen en ook lurken aan een zuurstoffles. Ik kon nog net een stukje van de Champions Leuague finale op een sneeuwerig beeld kijken, maar ik heb gelukkig de eindstand gemist… het zal toch niet dat?..

Morgenvroeg gaan we naar Colca Canyon om condors met een spanwijdte van bijna 4 meter over ons hoofd te zien suizen. Na Grand Canyon is Colca de diepste kloof ter wereld en de luie condors gebruiken de ochtend-termiek om boven te komen, zodat ze nauwelijk hoeven te vliegen. Waarschijnlijk in de evolutie ook leergeld betaald in het hooggebergte. Elke inspanning is er één teveel.

Het is een reis van uitersten. Ik heb nu twee dagen geen WIFI of internet en dat is eigenlijk best grappig. Behalve als je een stukje met veel foto’s wilt plaatsen en dus je 3G moet inschakelen. Die foto’s houd je dus tegoed. Tot woensdag!

Peru-Bolivia hoofdstuk 1: La Costa

De kop is eraf, we zijn al vier dagen onderweg. Al het begin is lastig, zeker als er in Nld. bij vertrek nog gestaakt wordt door één van de drie bagage-afhandelaars van Schiphol. De dames van de FNV kwamen in de lange rij uitleg geven waarom er werd gestaakt en Marion dacht alleen maar: ‘als hij maar geen stennis maakt..’ Na anderhalf uur wachten mochten we haastje-repje boarden.

Op het vliegveld Gatwick hadden we maar twee uur om de vlucht naar Lima te halen en daarvan hadden we al anderhalf uur verspeeld. Aangekomen hebben we de transfer-rijen geskipt door via een sluiproute aan te sluiten bij de Las Vegas-overstappers die nog meer haast hadden. We renden naar D-28, de allerlaatste gate van het platform, en konden net aansluiten bij de laatste mensen in de rij. Of onze bagage meeging, leek kansloos.

Twaalf uur later, maar wel zeven uur vroeger, zagen we Lima in de smog opduiken. Slecht drie maanden per jaar is er een heldere lucht, de andere negen ligt de metropool onder het tapijt van La Garua, de eeuwige mist/smog. Niet raar voor een stad van 11 miljoen inwoners. Soepel en snel werden we in een lege touringcar, incl. onze bagage, naar het hotel Gran Hotel Bolivar gereden.

Door de mist en vooral de verkeersdrukte is Lima niet erg populair onder toeristen. Het viel ons niet tegen, want de prachtige gebouwen in Spaanse stijl liggen meestal op indrukwekkende pleinen. Er was overal politie en leger te zien, want vlak voor de verkiezingen wil de vlam weleens in de pan slaan, zoals bijna overal in Midden- en Zuid Amerika. Toch waren het aardige gasten en na een kort praatje (Si, soy de Barcelona, Messi el Salvador!) mocht ik op de foto. Aan het eind van onze trip verblijven we nog twee dagen in Lima, wordt dus vervolgd.

Peru kun je grofweg in 3 landschappen verdelen: La Costa, La Sierra en La Selva. La Costa, de kuststrook, is kurkdroog en bijna helemaal woestijngebied. La Sierra is het gebergte, met name door de Andes en Machu Picchu beroemd. En La Selva is het oerwoud van de Amazone, met veel natuurparken. We gaan het allemaal doen.

De eerste stop na Lima was Paracas, een ministadje wat als vertrekpunt dient voor een trip naar de Ballestas Eilanden. Deze eilandengroep worden ook wel de Mini-Galapagos genoemd. Na een boottochtje van een uur met een supersnelle speedboot kwamen we er aan. We hebben nog nooit zoveel zeevogels, robben en zeehonden bij elkaar gezien. Ogen en oren kwamen we tekort, vooral omdat de schattige Humboldt-pinguins alles eraan deden om op een ganzendrafje weg te schuifelen. Je kunt alleen maar lachen als je ze ziet.



Na dit WOW-moment bracht de lokale bus ons naar het plaatsje Ica. Het staat weer redelijk overeind, maar deze streek is vaak getroffen door aardbevingen, voor het laatst nog in 2017. Overal hangen in La Costa in en rond gebouwen groene bordjes met de tekst: ‘Zona Segura en caso de sismos’ (veilige zone in geval van aardbeving). Misschien iets voor Groningen?

Het einddoel van de de tweede dag was de oase Huacachina, op 10 taximinuten van Ica. Ondanks al mijn reiservaring werd ik toch volledig verrast door dit bizarre natuurverschijnsel. In een woestijn met 2 mm water per jaar (ongeveer net zoveel als tijdens een filerit van Rotterdam naar Nijmegen..) ligt een fata morgana-achtig plaatsje, met een groen meer omringd met palmbomen. Het is een beetje een tourist-trap, maar toch ook een must-see.

‘s Middags heb ik Marion over gehaald om mee te gaan op woestijnsafari in een Dune Buggy, een soort Mad Max auto. Er niet bij verteld dat het, na een boot- en een bustocht) misschien wel ‘een bridge too far’ zou zijn gezien haar wagenziekte. Het was adembenemend, soms scary, maar vooral een geweldige adrenaline-stoot. Toen al die jonge gasten op een snowboard de duinen keihard afsuisden, kon ik me niet inhouden en ben erachteraan gegaan. Het was een onbeschrijfelijk kick! Filmpje op verzoek beschikbaar..

Na de zonsondergang bovenop de woenstijnduinen, volgden de kamikaze-rit in het halfdonker terug naar de oase. Hevig natrillend als na een aardbeving, hebben we er tijdens Happy Hour een paar cocktails ingeknikkerd. Vooral Marion heeft hard moeten werken om de alles gister binnen te houden, de bikkel!

Vandaag hebben we een rustdag, voordat we de nachtbus naar Arequipa nemen, midden in La Sierra. Daar gaan we twee dagen aan de hoogte wennen, zodat we zondag klaar zijn voor Colca Canyon, de vallei van de condors.

Hasta domingo!

Peru – Bolivia: De proloog

YES! We zijn vertrokken! Vandaag is het begin van onze reis naar Zuid-Amerika. We ‘hangen’ nog een beetje boven de Atlantische Oceaan. Met ruim een jaar vertraging en al bijna twee jaar na de eerste plannen. Misschien maakt dat onze reishonger alleen maar groter. De vier weken zitten zo vol dat we daarna naar ons kuuroord in Spanje vertrekken om op adem te komen.

Verder dan Venezuela ben ik nog niet geweest in Zuid-Amerika en dat is best raar gezien mijn Spaanse achtergrond. In een heel ver verleden was ik bijna naar Argentinië vertrokken voor een baan, maar de werkvergunning kwam niet rond. Jammer, misschien had ik Maxima wel geschaakt, voordat Prins Pils toesloeg. Deze trip zorgt ervoor dat ik nu alle werelddelen minimaal twee keer heb bezocht. Tick the box: been there, done that! Mijn reislustige moeder zou trots op me zijn..

Zij heeft altijd enthousiast verteld over haar reis naar Peru en Bolivia en mij tijdens de voorbereidingen nog boordevol tips & tricks gestopt. Maar zes weken voor vertrek moesten we vorig jaar de reis cancellen, omdat haar gezondheid hard achteruit ging. Ze bleef maar zeggen dat we moesten gaan, maar de geplande vertrekdatum werd uiteindelijk de dag van haar afscheid.. Ik heb haar beloofd dat we als eerste deze reis zouden gaan maken en belofte maakt schuld. Mam gaat over onze schouder meekijken en meegenieten.

Omdat we nooit kiezen voor een georganiseerde groepsreis, hebben we veel tijd in de voorbereiding gestoken. Vijf losse vluchten, waaronder lokale propellervliegtuigjes. Vorig jaar hadden we nog een vlucht staan met dezelfde maatschappij als het gecrashte Braziliaanse voetbalelftal Chapecoense… We slapen in 19 verschillende accomodaties, variërend van een boomhut, een basic hostal tot een luxe zouthotel. En naast het vliegtuig reizen we per bus, jeep, trein, boot, voet en in de Amazone zelfs per kano. En dat allemaal om de acht losse reisonderdelen, de bouwstenen, aan elkaar te koppelen.

Eerlijk is eerlijk, ik ben wel eens fitter en uitgeruster op vakantie gegaan, maar ik heb maar één angst: hoogteziekte! Je kunt je suf kauwen op cocabladeren (wat ik zeker zal doen!) of speciale pillen nemen, maar toch kan het onverwacht bij iedereen toeslaan. Het heeft niets met je gezondheid, leeftijd, conditie of je flaporen te maken. Gelukkig maar, want ik heb geen flaporen… Vrij snel naar ons vertrek gaan we via Arequipa (3800 meter) naar Colca Canyon om de machtige condors met een vleugelwijdte van bijna 4 meter over ons hoofd te zien suizen. Maar dan staan we wel bijna op het dak van de Andes, op 5000 meter hoogte. Als ik dan nog geen gebrek aan rode bloedlichaampjes heb, kom ik deze reis vast goed door.

Omdat ik tot de allerlaatste dag bezig was om mijn Apenrots-functie af te ronden, kwam het klaarleggen en koffers pakken toch vooral op Marion’s schouders terecht. Dat doet ze ook graag, want ik ben een notoire laatpakker, die niet geordend te werk gaat. En zelfs nog af en toe uit de klaarliggende stapeltjes kleren op de logeerkamer een onderbroek trek of een polo….Maar gisteren hebben we gezamenlijk het uitgebreide To Do-lijstje afgewerkt en afgevinkt en zijn we er klaar voor. Met twee handige reistassen in plaats van normale koffers en twee rugzakken is onze meeneem-capaciteit beperkt, maar we moeten zo “licht” mogelijk reizen.

De aankomende weken zal ik naast ‘Vroeg op Zondag’ ook ‘Tussendoor op Woensdag’ de belangrijkste highlights met jullie delen. Minder tekst, meer foto’s, van mijn eigen huisfotograaf. Fijn hè?
Vamos fullll gassss, arriba arriba!!!!!

Jolly Good!

Voor een superkorte trip ben ik in London beland. Daar was ik best wel een tijdje niet geweest, terwijl in ons foodvak London de trendsetter voor Europa is. Maar met mijn Zuid-Europese voorkeur kijk eerder naar beneden dan opzij.

Het was 22 jaar geleden toen we met mijn eerste leasebak, een echte Ford Monedo 1.6 op LPG, met een catamaran-achtige veerboot vanaf Calais het Kanaal overstaken. De tunnel was net gegraven en klaar, maar nog schreeuwend duur. In Calais werd je nog niet besprongen door radeloze asielzoekers die dachten dat the UK het Walhalla was. Links rijden kostte weinig moeite, zeker na twee jaar Down Under. Het was een mooi weekendtripje met vrienden, in een samenstelling die aan twee kanten is veranderd.

De terugreis met de catamaran was dramatisch. Door een kolkende zee met hevige windstoten en regenvlagen werd er noodgedwongen uitgeweken naar Boulogne, zuidelijk van Calais. Een boot vol kotsende mensen en auto’s met blikschade door het schudden in het ruim. Ik kwam zelf redelijk ongeschonden van boord, omdat mijn maag alleen tegensputtert na 23 bier, 5 Bacardi Cola en 3 broodjes Shoarma. Maar op de één of andere manier is London toen fors gedaald op de bezoekladder.

Nu ben ik gistermorgen in Eindhoven om 8.00 uur met vriendje Gaico in een vliegbus van Ryanair gestapt om 50 minuten en 35€ later op London Stansted te landen. Geheel volgens Ryanair-traditie ligt ook dit “London-vliegveld” ruim een uur van London af. Met een bus het laatste uurtje naar de stad getuft, want de treinrails waren in onderhoud. Snel onze spullen in het hotel gedumpt om daarna gehaast bij een hippe lunchtent een goddelijk lekker biertje te bestellen. Mijn eerste druppels alcohol na Dry January smaakten heerlijk en maakten meteen roezig. Één van de weinige voordelen van ouder worden is bij mij een afnemende alcoholbehoefte en tegelijkertijd een zwaardere impact bij bovenmatig innemen. Voorzichtigheid was geboden, anders zou ik de hoofdact van het weekend missen.

Gaico en ik zijn namelijk in London voor een potje voetbal. Gewoon, omdat het kan. De keus viel maanden geleden op Arsenal tegen Everton, omdat daar Ronald Koeman trainde. Maar het Europese trainersgilde is gewaarschuwd als wij vaker dit soort wedstrijden bezoeken; meestal is de trainer ontslagen voordat wij er zijn. Zo ook Koeman, die onze nieuwe bondscoach gaat worden. De wandeling rond het imposante Emirates-stadion was very impressive. Overal herinneringen aan hun oude helden, standbeelden van de grootste iconen (Bergkamp!) en een alles verslindende clubliefde bij de supporters.

Tien jaar geleden is het oude Highbury stadion vervangen door het hypermoderne Emirates stadion. Maar de rest is in deze volkswijk onveranderd gebleven. Oude, verpauperde huizen met een metrostation ertussen gepropt en een aftandse kroeg die uren voor de wedstrijd al stampensvol zit. In ras tempo gleden de pints Fosters en Carling ook bij ons naar binnen, terwijl we verbaasd naar het totaal versleten bloemetjestapijt op de grond staarden. Het bewoog een beetje zompig onder onze voeten… Maar hygiene was geen prioriteit in deze volkspub; de urinoirs zaten puur voor de richting vast aan de muur, want de spatresten en miljoenen bacterien vlogen kris kras door de ruimte.

Het luxe stadion van Arsenal staat in schril contrast met de wijk en de supporters. Arsenal is een volksclub, in 1886 opgericht voor de medewerkers van de wapenfabriek Arsenal en voetbal was en is hun enige uitlaatklep. Overal om ons heen mensen die al 30-40 jaar een seizoenskaart hebben, ook al kost die een maandsalaris. Het potje voetbal was snel gespeeld; Arsenal walste over Everton heen en binnen 30 minuten was het 3-0. Het werd uiteindelijk 5-1 en Arsenal deed gelukkig zijn bijnaam (Boring Arsenal) geen eer aan. Het was tijd voor een aftermatch biertje, samen met al die proud supporters.

Vandaag laat Gaico mij nog even wat toeristische highligts zien, want de volgende keer kan wel weer 20 jaar duren. London is een boeiende, typisch Engelse metropool. Het miezerde gisteren de hele dag door, de prijzen zijn astronomisch hoog en ik heb de laatste jaren nergens zoveel zwervers en bedelaars gezien in Europa. Ik weet niet of dit de eerste effecten van de Brexit zijn, maar ik vond het schokkend anno 2018 in een rijk Westers land.

Samen mijmeren we alvast over de volgende voetbalbestemming. Athene voor AEK tegen Panathinaikos? Rode Ster Belgrado tegen Partizan Belgrado? The old firm tussen Celtic en Glasgow in Schotland? Genoeg keuze, maar suggesties zijn meer dan welkom!

Koh Chang 1

Als je wakker wordt en dit leest, tuf ik al uren op een scootertje over het eiland. Achterop zit Marion, die krampachtig houvast zoekt. De klassieke methode -handen om mijn middel- is niet meer haalbaar. Jullie weten wel waarom…

Het klinkt een beetje blasé, maar dit is onze echte vakantie. Geen vol Rosamar, geen korte weekendjes Ryanair, gewoon weg met zijn tweeën. En ja, Thailand is best ver voor 10 dagen, maar dat vinden wij geen probleem. Je rijdt naar Dusseldorf-Flugplatz, stapt in de luxe vliegbus van Etihad, maakt een tussenstop in Abu Dhabi (met zijn “Efteling”-hal) en hups 22 uur later zit je op Koh Chang, een tropisch eilandje op 4,5 limousine-uur van Bangkok. Je moet er wat voor over hebben, maar dan krijg je ook wat. Tot nu toe vooral veel regen….

Thailand en Bali zijn onze favoriete Aziatische verwen-bestemmingen. En de redenen zijn simpel: veel luxe voor minder geld, fantastisch eten, superlieve mensen en eindeloze massages. Tijdens onze doe-reizen nemen wij vaak genoegen met weinig comfort, goedkope hotels en eten wat de pot schaft. Maar nu even niet. Onze private villa ligt pal naast het Olympische zwembad, de zee is 30 meter verder en ik kan schaatsrondjes in de douche draaien. En het allermooiste? het is laagseizoen, dus er zijn maar 5 van de 35 villa’s bezet. Het personeel weet van gekkigheid niet meer wat ze moet doen. Vanmorgen hield de poolboy mijn slippers in zijn hand, toen ik uit zijn bad stapte. Terwijl ik net een Tsunami-alarm had veroorzaakt…

Meteen op de eerste dag hebben wij tijdens het oriëntatie-rondje een forse Thai massage ingezet om de reisstijfheid uit ons lichaam te laten verdwijnen. Negentig minuten probeerde het arme meisje mijn reuzenlichaam te kneden, te masseren en recht te buigen. Voor omgerekend € 7,50 liep ze een beroepsrisico op, waar je in Nederland geen Arbeids Ongeschiktheids Verzekering voor kan afsluiten. Ze wandelde over mijn rug de intocht van de 4-daagse, verlengde mijn hamstrings met 30 cm en rekte mijn schouders op a la Epke Zonder Land. “You very strong man” is volgens mij een beleefde Thaise metafoor voor een enorme, onbuigzame, houterige zak modder. God wat was ze goed!

Toch is de Thaise keuken de voornaamste reden om hier vaak te komen. Intens gelukkig word ik van de veelvoud aan smaken, kruiden en ingredienten. Elk gerecht prikkelt de zintuigen. En daarbij hebben wij een duidelijke voorkeur voor kleine lokale tentjes of de foodtrucks avant la garde. Een complete keuken is dan gebouwd op een aftandse oude Solex en overal bungelen pannen, ingredienten en servies. Eigenlijk hebben we maar 2 eisen; het moet ‘spicy’ zijn en goed verhit. Dat laatste betekent geen rauwe producten of salades, want de HACCP-richtlijnen zijn hier iets anders dan in het over-georganiseerde Europa. De gebruikelijke darmspoeling wordt meestal toch vanzelf wel opgewekt door de hete smaken, maar het ruimt lekker op. Hoef ik geen Patty Brardje voor te doen.

Gisteren hadden we zo’n lokale lunch. Terwijl boven ons drie bavianen gymnastiek oefeningen deden in de talloze verstrikte electriciteitsdraden, testte ik de kleine plastic stoel op zijn stevigheid. We kozen 2 grote Tom Ku (spicy garnalensoep), hot green curry met kip en gewokte groente met oestersaus. Daarbij twee grote glazen watermeloensap en een half litertje lokaal bier. En dat alles voor de astronomische prijs van 608Baht, toch gauw een dikke €15,- … Tranen biggelden over mijn wangen, van geluk en pittigheid.

Bijna hadden we nog een dagtripje geboekt naar Cambodja, om bruisend Phnom Penh of de beroemde Ankor Wat op zijn Japans te bezoeken. Het was leuk geweest voor mijn landen-lijstje, want ik moet nog steeds hard aan de bak om mijn moeder te evenaren. Maar niet alles past in een verwenweekje. Dat houden we dus nog te goed, want we zijn nog lang niet uitgereisd.

Alhoewel het weer niet om over naar huis te schrijven is, doe ik het toch. Ik heb in drie dagen nog nooit zoveel regen bij elkaar gezien, terwijl het constant 30 graden blijft. We waren erop bedacht en hebben er verder ook geen last van. Het Spanje-bruin zit er voorlopig nog wel even op. In razend tempo werk ik mijn boekenachterstand bij en val Marion regelmatig op allerlei manieren lastig. Het heeft zijn voordelen, zo’n weekje één op één haha.

Tot volgende week.