Aangeleerd gedrag

Ik zit er al een paar weken tegen aan te hikken, maar ik kan het niet meer uitstellen. Het is glad ijs, een verraderlijk moeras en een linke draaikolk tegelijkertijd. Want het debat overstijgt op dit moment zelfs de Corona-perikelen. Het is ook nog lang niet voorbij, want iedereen heeft een mening over BLM, racisme, Zwarte Piet en Johan Derksen. En wat wordt er weer hard geschreeuwd en weinig naar elkaar geluisterd.

Ik zal meteen met de deur in huis vallen: ik denk dat ik soms ook dingen zeg, denk of doe die je als racistisch kunt interpreteren. Meestal niet bewust of bedoeld, maar het zit gewoon in de meeste (vooral blanke) mensen. We durven het niet toe te geven en gaan soms heel hard schreeuwen dat we helemaal niet racistisch zijn. Maar als ik bij Opsporing Verzocht een fotootje in beeld krijg, denk ik in een flits: K*t-Marokkaan. Terwijl het gewoon een Medelander is met een ander kleurtje en achtergrond. Maar hier geboren en getogen. Waarom dan k*t-MAROKKAAN? Ik ben zelf toch ook geen K*t-Spanjool, terwijl ik juist wel in dat buitenland ben geboren. Moet ik dan ook oprotten naar mijn eigen land?

Vooral die laatste opmerking tiert welig in de krochten van Facebook en Twitter: ‘Rot op naar je eigen land!’. Ik vind het de meeste asociale opmerking van de 21e eeuw. Je zegt eigenlijk dat iemand hier niet thuishoort. Op basis waarvan? Zijn voorouders? Zijn huidskleur? Wie geeft jou het recht om dan te zeggen: ‘oprotten!’ Ben je beter? Heb je meer of andere rechten? Bestaat er zoiets als een ‘echte Nederlander’? Soms reageer ik en vraag aan zo’n schreeuwerd: “wie bedoel je met ‘ons’ ?”. Ik krijg altijd een scheldkanonnade terug met de opmerking erbij dat ik ook maar op moet flikkeren en dat ik een landverrader ben. Dat laatste vind ik persoonlijk wel prima. Liever een land- dan een mensenverrader.

Ik heb de afgelopen jaren van dichtbij meegemaakt dat mensen als Ibrahim, mijn Spaanse maatje, zwaar worden gediscrimineerd. Op basis van vooroordelen, want als hij ergens een dagje heeft meegewerkt, is dat meestal weg. Maar ik zie ook dat in Nederland slimme mensen met een niet-Nederlandse achternaam gewoon minder kansen krijgen. Als je dat ontkent, moet je aan een struisvogel vragen of je mee mag kijken onder de grond. Het is er gewoon en het gebeurt. Ik heb in Rotterdam een paar slechte ervaringen gehad met Nederlanders met een Kaapverdiaanse oorsprong. En klikte dus automatisch hun CV weg. Lekker makkelijk. Onzichtbare discriminatie.

Ik denk dat daardoor de grootste woede ontstaat bij mensen die zich gediscrimineerd voelen: de onmacht als het ontkend wordt. Misschien is daarom de dood van George Floyd, hoe tragisch dan ook, wel een ‘blessing in disguise’. Een soort ultieme wake-up call dat het nu tijd is om het niet meer stil te houden, maar hardop uit te spreken. En ik ben vooral trots dat de jongere generaties daar volop achter gaan staan. Ze durven midden in Corona-tijd op te staan en te demonstreren. Soms een beetje veel tegelijk op één plek. Maar ach, nu drie weken verder is er gewoon niks aan de hand. Dus die hele hysterie van de Dam-demonstratie: storm in een glas water.

Mijn generatie is toch niet meer te redden. Opgevoed in een andere, kortzichtige tijd en vastgeroest in oude dogma’s: Zwarte Piet moet blijven! Red onze cultuur! Al die buitenlanders uit ‘ons’ land! Ik generaliseer, want niet alle babyboomers zijn zo. Dat gevoel krijg je wel als je na de haat- en doodsbedreigingen kijkt op Social Media.

Moet die (onder)buikspreekpop, genaamd Johan Derksen, dan zijn mond houden? Alsjeblieft niet! Het is niet leuk om het te horen, maar hij heeft recht op zijn mening en maakt het verborgene juist zichtbaar. Dan kun je tenminste met valide argumenten (en niet agressief) iemand aanspreken. En er ook niet teveel waarde aan hechten. De bromsnor is een karikatuur van zichzelf geworden. Die krijgt straks gewoon een standbeeld op het Foute Mannen Plein in Wijk bij Duurstede.

Gezellig naast al die VOC-‘helden’ als Piet Hein en Jan Pieterszoon Coen. Slim bij elkaar gezet, educatief mooi overzichtelijk. Maar die standbeelden wel heel laten, om te herinneren dat het bestond en bestaat. Niet aangeboren, maar aangeleerd..

Ich bin (k)ein Berliner

Na maanden huisarrest, zijn we eindelijk een weekendje weg in ‘eigen’ land. Omdat vliegen naar Spanje nog een maandje moet wachten, zijn we een oude wens van onze bucketlist aan het wegstrepen. Berlijn!

We hebben zitten dubben wat de beste reisoptie was, want Berlijn ligt 660 km van Kranenburg. De trein was duur en tijdrovend en het vliegtuig onpraktisch. Dus tuften we vrijdagmiddag met onze Zafira (die zelf dolgraag naar Spanje wil) langs Baustelle und Stau dwars door het Duitse land. Zes uur later parkeerden we Zafi bij een gratis P&R aan de rand van Berlin om de U-Bahn naar die Mitte te pakken. Een prima oplossing, want het hotel zit pal naast het metrostation, om de hoek van de Potzdamer Platz. De bruidssuite zag er tip top uit en na een heerlijke Indian maaltijd vielen we als een blok in slaap.

Zaterdagmorgen stond een uitgebreide fietstocht door Berlijn gepland, dus vroeg uit de veren. De Taiwanese taxidriver was nog eigenwijzer dan de gemiddelde corpulente 50+ Nederlander en doolde zonder Dom Dom doelloos door de stad. We kwamen net op tijd aan bij het vertrekpunt in de hippe wijk Prenzlauer Berg. Het fietsgroepjes was maar 4-mens klein en wij waren de eerste Nederlanders in drie maanden. Best logisch, want tot Marion’s verjaardag hanteert Nederland code oranje en blijven de meeste weekend-toeristen nog weg. Aber es ist unsere Heimat und wir haben das Recht!

Het was indrukwekkend. Als een rode draad loopt de Berlijnse muur door de recente geschiedenis van de stad en overal kom je langs markante plekken met elk een eigen verhaal. Het is nog maar 30 jaar geleden dat deze haatdragende politieke scheiding werd afgebroken, maar het is nog steeds voelbaar. Mijn generatie is opgegroeid met het schijnbeeld dat West goed was en Oost-Berlijn gevangen zat. maar Het Klein Orkest heeft dat in het liedje Over de Muur al onderuit gehaald en dat is terecht. Want grote delen van West-Berlijn, zeker in de buurt van de muur, waren net zo lelijk en slecht. De ironie is dat met name de Oost-Berlijnse wijken hip en happening zijn, met duurdere huizen en waar diversiteit en creativiteit floreren.

De tweede voelbare wond van Berlijn is natuurlijk de opkomst en ondergang van het nazisme, indirect ook de veroorzaker van de Muur. Het is voelbaar omdat het niet is weggestopt. Vooral bij de tentoonstelling Topografie des Terrors wordt goed in beeld gebracht hoe het begon en wat het veroorzaakte. Het neemt je adem weg, maakt je misselijk. En tegelijkertijd laat het zien dat we nu weer dezelfde uitdagingen hebben; hoe gaan we om met haat, uitsluiting en superieur-gevoel? Negeren wij minderheden, die zich achtergesteld voelen, omdat we in de meerderheid zijn? Of moeten we minderheden juist niet beschermen tegen de grote boze massa? Rechtvaardigt de meerderheid de uitsluiting van andersdenkenden? Kijk wat Orbán in Hongarije doet? Hoe ver ben je dan al onderweg naar een nietsontziende totalitaire aanpak? Loop één keer over het Holocaust-monument in Berlijn en je krijgt kippenvel bij de gedachte.

Vandaag gaan we naar de Reichstag. Ik was verrast om te horen dat het historisch gezien niet eens zo’n grote rol heeft gespeeld. Na het fikkie in 1933, voor Hitler dé aanleiding om te beginnen met zuiveringen, heeft het jarenlang als een vervallen kolos staan te verpieteren in een verdeeld Berlijn. Pas daarna werd het voor een godsvermogen gerestaureerd tot het parlementsgebouw van een herenigd Duitsland. Ik ben benieuwd hoe het imposante gebouw met glazen koepel er van binnen uit ziet. Maar eigenlijk is heel Berlijn een verzamelplaats van grote, mooie, soms groteske gebouwen. Ze liggen verspreid door de stad, verhalen over een rijke geschiedenis en passen bij de grootste stad van de EU (nu London is afgevallen). 3,6 miljoen inwoners, best veel.

We zijn blij dat we ‘tick-the-box’ voor Berlijn kunnen doen. Het is indrukwekkend, maar toch weinig verrassend. Het is ook geen aanrader om in die Mitte, het moderne stadscentrum, te bivakkeren. Te steriel en gepland. We missen spanning en verbazing, zoals bij onze tripjes naar Rabat of Talinn. Sorry voor John F. Kenneddy, aber ich bin kein Berliner.

Breakpoint

Wat een mallotenwereld! Trump maakt van Amerika een brandhaard, Femke heeft kapotte inschattings-sensoren, KLM begint volgende week met massaontslagen en Hema-worsten worden misschien gesponsord door onze eigen overheid. De Europese Bank drukt ondertussen even 2,8 miljoen kilo briefjes van € 50,= erbij. Het is Monopoly 2020 en het geld is straks net zo nep.

Kleine dingen geven het leven gelukkig nog kleur. Zoals de noodkreet van de bouwcoördinator van mijn tennisclubje in Berg en Dal. Het clubhuis wordt compleet gerenoveerd en dus moest er veel zelf gesloopt worden om de bouwkosten te drukken. Wie o wie wilde er a.j.b. zaterdag met een spade en gereedschap naar de club komen om te helpen? Omdat ik door Corona nog niet aan mijn twee verplichte vrijwilligersdiensten ben toegekomen, was er eigenlijk geen echt goede reden om te weigeren. En dus trok ik mijn bouwkloffie aan en stond om 8.30 uur paraat.

Tot mijn grote verbazing hadden er 15 mannen dezelfde conclusie getrokken en werd er monter aangevangen met het slopen van gevels, verwijderen van vloeren, afmonteren van schuifpuien en het kaal trekken van de stalen draagconstructie. Na een uurtje voortvarend werk kreeg ik uit het niets een dikke houten draagbalk op mijn voet. Daar valt mee te leven, ware het niet dat slechts aan één kant een paar stevige spijkers zaten en precies 1 van die spijkers door mijn schoen in mijn wreef boordde. Met moeite kregen we de balk weer los van de schoen. Ik voelde me even Jezus die aan het kruis zat genageld. Het voelde niet echt comfortabel…

Na het uittrekken van de schoen verwachtte ik een mini purperen fonteintje, maar tot onze stomme verbazing zat er alleen een diep bloedeloos gat waar een mooie vuurpijl stevig in zou blijven staan. En omdat mijn klusavontuur, onder het zicht van allemaal nieuwe tennisvriendjes, niet zo kon eindigen, sjorde ik mijn bouwschoen Bokitoproof dicht en ging weer verder. Ik hield hinkend als een aangereden hertje toch nog zes uur vol, maar toen was het tijd om de “daar heb je hem weer”-blik van Marion op te gaan zoeken. Een zwik pijnstillers, icepacks en veel witte wijn hebben de zwelling niet tegengehouden. Zondagmorgen tennissen met vriendje Gaico is niet heel realistisch…

Dat is best jammer, want ik heb de lol in tennis helemaal terug. Vooral dankzij amigo Gerard, die in Spanje altijd een thuiswedstrijd speelt. Maar de minder beschikbare vluchten in de winter gevolgd door een Corona-reisverbod hebben dat twee-dagelijks pleziertje ook stilgelegd. Daarom is het heerlijk om weer één of twee keer per week met vriendje Gaico ouderwets te staan rossen op de gravelbanen van ons nieuwe tennisclubje. Oude tijden herleven; baseline groundstrokes, topspinnende forehands, dropshots, slicende backhands. En ook heel veel unforced errors, want we rammen wat af. Meestal is na een uurtje de pijp wel leeg, want de geest is sterker dan het lichaam.

In mijn jeugd op de Goffert lagen er altijd 5 gravelbanen klaar om te tennissen. Dagen heb ik met vriendjes René, Henk en Robbert de meest rare tennis-marathons gehouden met bizarre regels: snoeiharde forehand die via de netband goed stuiterde, was meteen een gewonnen game.  Met serveren leverde een kanonskogel die je tegenstander raakte twee extra punten op. Bal terugslaan met je verkeerde speelarm was direct een punt. Voor lezers die niet tennissen is dit waarschijnlijk allemaal abracadabra , maar insiders die vroeger getennist hebben herkennen het meteen. Ik sloeg gemiddeld een racket of 4 per jaar kapot, de meeste uit frustratie en boosheid. Vroeger…

Ik verwacht, na deze korte wreef-interruptie, weer snel de baan op te kunnen. En wellicht pak ik straks wat extra bardiensten in het gerenoveerde clubhuis. Of beter nog, ik word ook lid van de barcommissie! Dan kan ik snel zorgen voor een mooi dranken-assortiment op een ruim terras, waar 1,5 meter afstand geen probleem gaat opleveren.

Misschien vraag ik Marion wel om me op vrijdagavond op te halen, na zo’n vermoeiende bardienst. Het is tenslotte maar 10 minuten tot ons stulpje in Duitsland. Doet ze met alle liefde, denk ik.

Als ik maar in beweging blijf. Want ik denk dat die spijker terug geveerd is op mijn vetweefsel. Dan heeft een hoog BMI (Bolle Makker Index) toch nog zijn voordeel. Survival of the fattest!

Blauw

Grappig publiek heb ik hier. Vorige week gingen vooral de babyboomers los op ‘sweet memory lane’ met de mooiste vakantieherinneringen. Het was vooral geinig hoeveel vergelijkbare ervaringen er waren met taaie autoreizen, armoedige vakantiehutjes en k(r)ampeer-gedoe. Gister raakten, na mijn vroege afmelding, hele families in de stress. Ik kreeg zelfs een appje: “hoe moet ik nu schijten?”

De reden waarom ik afhaakte was simpel; een houten kop. Na een avondje Social Closeness met dochters, vriendinnen en schoonzoon. Gewoon ouderwets ravotten in de tuin, barbeknoeien en spelletjes doen. Met net een paar drankjes meer dan goed voor me is. Toen ik eindelijk aan de column wilde beginnen, was het zondag en één oog al in slaapstand terecht gekomen. En sinds mijn vrijwillige schrijvers-sabbatical luister ik beter naar mijn innerlijke coach. Zennnnnnn……

Alhoewel het Corona-virus zakelijk nog steeds een zware beproeving is, ben ik privé best in een prettig ritme terecht gekomen. Marion werkt snoeihard en is 12 uur per dag weg. Ik werk thuis en klop en veeg en zuig en kook. Natuurlijk missen we onze tweewekelijkse trips naar Spanje, maar onze weekenden zijn nu lekker gevuld met veel kluswerk en inhaalavondjes met vrienden. En daarnaast is het heropenen van golf- en tennisbanen een lot uit de loterij. Elke week twee keer volle bak tennissen met vriendje Gaico en een keertje of 3-4 golfen geeft meteen fysieke vooruitgang. De rugpijn verdwijnt als sneeuw voor de zon, de schouders zitten weer los en de beenspieren worden weer getest. Heerlijk!

Woensdag, na een relax vroeg ochtendrondje golfen met compagnon Marcel, kwam er ‘out of the blue’ een opvallend WTF-momentje voorbij: ‘Waar is de politie?’ En had ik meteen het onderwerp voor deze column te pakken. De vraag of BOA’s moeten beschikken over pepperspray of een wapenstok is ook een indirecte vraag waarom er zo weinig blauw op straat is. Want dat geteisem in IJmuiden had zich waarschijnlijk snel uit de voeten gemaakt bij de komst van een Wout met een hond of een Juut op een paard. Desnoods de ME (Moordzuchtige Eikels) inzetten. Die gebruiken de lange wapenstok i.p.v. de korte en ik kan je verzekeren; je loopt een week heel moeilijk na een tik.

De afkorting BOA staat voor Buitengewoon Opsporings Ambtenaar, maar Bijzonder Ongeschikte Arie is meer op zijn plaats. Als ik aan de discussies denk, die ik soms voer met een BOA, is het goed dat we allebei geen pepperspray of korte wapenstok voor handen hebben. Want het zou leiden tot een veldslag, waarbij vergeleken de huidige rellen in de VS maar een schoolplein-fittie zijn. Ik snap best dat BOA’s in onze verharde maatschappij nodig zijn en het zeker niet makkelijk hebben, maar om serieus met tegenspraak of boosheid om te gaan is vooral tact en de-escalatie nodig en geen wapen. En heb je dus minimaal 15 hersencellen en een goede opleiding voor nodig. Case closed!

Waarom zijn die blauwe Klabakken niet zichtbaar op dit moment? Er is geen voetbal met risicowedstrijden, geen evenementen, geen festivals, geen demonstraties en al helemaal geen nachtleven. 85% van de extra inzet is weggevallen. Zitten ze de hele dag te toepen en te poepen in het Klabakkarium? Formuliertjes in te vullen? Functioneringsgesprekken met elkaar te voeren? (“Heel goed Herman,  je hebt in de maand april 0 conflicten opgelost”). ATV op te nemen? In drie maanden tijd heb ik 1 (één) Blauwe Controle aan de grens gehad, terwijl ik er meer dan 100 overheen ben gereden. Je zou toch, zeker in de beginfase van Corona, denken dat iets meer zichtbaarheid nuttig kan zijn? Maar helemaal nichts, nada, noppes, niente.

Ik roep dit alleen in jullie belang, want zelf kan ik best zonder de kleur blauw. Denk maar mee: Belastingdienst, IKEA, KLM, Overheid, Twitter, AH, Ryanair enz. enz. Heel veel bedrijven of instanties met de kleur blauw doen aan de voorkant poeslief met slogans als: “leuker kunnen we het niet maken” of “een beetje aandacht maakt alles mooier”. Maar trap er niet in. Blauw is de kleur van bedrog, arrogantie en winstbejag. Wees alert als je te maken krijgt met een blauw bedrijf. Houd je portemonnee, je kinderen en je eigen waarde in de gaten.

Deze waarschuwing is geen hoax of complottheorie. Het is net een virus en verspreidt zich razendsnel. Daar kan de politie nog wat van leren….  

Vakantie

Vandaag even geen Corona-shit. Er is genoeg te melden, maar ik zoek meer iets luchtigs. En nu langzaam duidelijk wordt wat deze zomer nog wel en niet mag, kunnen we vakanties gaan plannen. Misschien blijft je oude plan gewoon staan, omdat het toch al Zoutelande zou worden. Maar misschien moet je, net als wij, op reset drukken. Omdat je vakantiedoel in duigen valt.

Denk dan even terug aan die gouwe ouwe familievakanties. Toen vliegen alleen nog voor de Happy Few was en de meeste gezinnen al dolblij waren met bv. twee weken Camping Cala Gogó in Playa d’Aro. Dat je samen met je drie zussen of broers op de achterbank van de familieauto werd samengeperst om zonder airco 16 uur af te zien op de Autoroute du Soleil. Met handdoeken voor de ramen (gelukkig nog handbediening) vastgemaakt om de zon tegen te houden. De tas met proviand helaas voorin de auto tussen de benen van je vader of moeder. Kon je nooit ongezien bij komen. Je was de straat nog niet uit of de bijrijder riep al: “wie wil er een broodje?”.

Het was ook zaak om precies achter de bestuurder te zitten. Dan was de kans dat een achterwaartse uithaal op jouw snoet eindigde, het kleinst. Het gebrek aan frisse lucht, ventilatie of bewegingsruimte was bijna catastrofaal. Soms zat de helft van de passagiers ook nog te kokhalzen door wagenziekte. Primatourtjes, Napoleon’s zuurballen en kotszakjes waren altijd binnen handbereik. De jongste vroeg meestal na een half uur al: “zijn we er al, hoe lang nog?” Die werd door de rest dan meteen minimaal 500 km genegeerd. Het ergste waren de flauwe spelletjes: ‘Tel de meeste rode auto’s’, ‘ik zie ik zie wat jij niet ziet en het is geel’ (Papa’s tanden! Zuurbal! Lampje van de benzine!) ‘welke liedje neurie ik nu?’.

We hadden geen Ipad, koptelefoontjes, mobiele telefoons en autogordels. Soms werd voorin gewoon lekker gepaft, onderweg stopten we bij bomvolle parkeerplaatsen met stinkplees en soms zelfs gewoon met een ranzig gat in de grond. Geen idee hoe je daar wat in kon mikken, dus meestal werden je schoenen zeiknat (en ook geel). Bij gebrek aan navigatie werd elk jaar hetzelfde gammele, achterhaalde kaartenboek van de ANWB gebruikt om de route te bepalen. En steevast ontbrak pagina 113/114> Dijon-Lyon. Daar ging het ook altijd fout, met veel tijdverlies en gevloek tot gevolg. Als we daarna weer in de goede richting reden, hield iedereen wijselijk zijn mond. Maar na een minuut of 20 barstte achterin de hel weer los.

Het is mij een raadsel waarom juist mijn ouders ervoor kozen om elke zomer drie weken te gaan kamperen. Ze werkten zich het hele jaar het snot voor de ogen en gingen dan hondsmoe met vier volstrekt onhandelbare kids met een vouwcaravan door Europa trekken. Waanzin. Oostenrijk/Hongarije 1975, Zweden/Noorwegen 1976, Engeland/Schotland 1977.

Bij aankomst op een camping stoven mijn moeder en zussen meteen zo ver mogelijk weg, terwijl ik gedwongen werd tot meedogenloze kinderarbeid om mijn vloekende vader te helpen de Travelsleeper op te bouwen. Door de vele scharnieren was het levensgevaarlijk en ik ben anno 2020 nog verbaasd over al mijn vingers te beschikken. Maar het ergste was: als we na twee dagen een beetje tot rust waren gekomen, werd met hernieuwde doodsverachting het kampeergedrocht weer ingeklapt om te verkassen. Een keertje of 10 per vakantie…

Het rare is: op bijna elke foto lachen we. Hoe dan??? Mijn linker hersenkwab denkt bij alle vakantieherinneringen aan stress en ruzie, de rechterkwab aan vrolijkheid, gezelligheid en lol. We hebben jaren geleden +/- 20 miljoen vakantiedia’s gedigitaliseerd en gerangschikt. Door te selecteren op aanwezigheid van mensen bleef nog maar 10% over. Alle natuurdia’s van bijen, bomen, beflijsters, bergeenden en bloeiende begonia’s hebben geen plekje in de vakantie-eeuwigheid bemachtigd.

Zouden we het nog kunnen, vakantie vieren zoals in onze jeugd? Zonder alle Social Media, technische snufjes (koelboxen, airco) of luxe apparaten? Met ieder kind om de beurt één casette-bandje ( TDK-Chrom 60 minuten) in de autoradio i.p.v. Spotify op je eigen mobiel?. Jerrycans van 5 liter sinas limonadesiroop i.p.v. Red Bull? Dus ik daag jullie uit: plaats onder deze column een vakantiefoto uit je jeugd. Met alleen jaar en plaats. Gewoon, nostalgie en sweet memories!

Afscheid

Zondagmorgen 6.30 uur. Tot een half uur geleden was ik vastberaden om deze week geen column te schrijven. Ik had mijn schrijvers-kruit afgelopen week al verschoten aan een persoonlijke afscheidsbrief aan mijn vriendje Ramòn en daarmee was ook de behoefte om mijn hoofd leeg te maken weg.

Maar zoals vaker de laatste tijd, was ik heel vroeg wakker en schieten alle gedachten als lichtflitsen kris kras door mijn hersenpan. Schijnbaar veroorzaakt deze Corona-tijd een groeiende onzekerheid. Je merkt het aan alles om je heen. Zelfs de meest nuchtere mensen die ik ken, zie ik veranderen in opstandige, argwanende Medelanders die het met alles grondig oneens zijn. Hun aanvankelijke acceptatie van de situatie maakt plaats voor boosheid. Ik denk nog steeds dat angst een slechte raadgever is, maar we raken maar niet ontwaakt uit deze hele slechte droom.

Het afscheid van Ramòn dinsdag heb ik in mijn eentje gevolgd vanaf mijn laptopscherm in de lege vergaderzaal van een uitgestorven kantoorpand in Breda, 100 km verderop. Het was mooi, verdrietig en ook surrealistisch. De mens is een kuddedier met diepe behoefte aan sociaal contact. Op dit soort ingrijpende momenten is juist het fysieke samenzijn onderdeel van mijn rouwverwerking. De virtuele borrel na afloop gaan we zo snel mogelijk live overdoen; sterke verhalen vol met humor vertellend.

Er zijn ook veel minder fraaie dingen waar we afscheid nemen. Bv. onze afhankelijkheid van andere landen om cruciale hulpmiddelen te leveren. Mooi moment om dat de aankomende blijvend anders in te richten. Of de veel te goedkope vliegtickets waar ook ik jaren van heb geprofiteerd. 20-25 vluchten per jaar voor gemiddeld € 65,= retour is natuurlijk van de zotte. Als ik door een verdubbelde prijs nog maar de helft kan vliegen, is dat beter, terecht en logisch. Mag ik dan a.j.b. wel elke keer wat langer in Spanje blijven dan 3-4 dagen? Ik kan daar ook prima thuiswerken!

En de kantoortuin kan ook opgeheven worden. Ik heb er altijd een pesthekel aan gehad, dat gedwongen “kijk ons nou eens goed teamwerken”-gedoe. In sommige bedrijven hoorde bij mijn functie een eigen kantoor, parkeerplek en een persoonlijke secretaresse. Maar ik wil rechtstreeks door iedereen benaderbaar zijn en geen afspraakfilter ertussen. Omdat ik zo weinig mogelijk op kantoor kwam, mocht iedereen van mijn team op die parkeerplek staan, werd mijn kantoor de verzamelplek en de secretaresse een onmisbare verbindingsschakel tussen kantoor en locaties. Daar werd iedereen, ik voorop, gelukkiger van.

Qua werk en zeker in mijn business gaat er heel veel veranderen. Minder ‘Debiteuren/Crediteuren’ op kantoor, nutteloos lang vergaderen als doel op zich verdwijnt en wordt nu al binnen een half uur via  Microsoft Teams gedaan. Het bedrijfsrestaurant wordt een ontmoetingsplek die de hele dag geopend is om in kleine groepjes te overleggen of om je sociale werkkontakten bij te werken. We gaan meer andere diensten aanbieden en worden heel flexibel in ons gezonde aanbod. Best een goede ontwikkeling. Daar waren we eigenlijk al op gefocust, alleen wilden de meeste opdrachtgevers er nog niet aan. Maar onder druk wordt alles vloeibaar en blijkt traditioneel kantoor een gepasseerd station.

uit de oude doos

Misschien kunnen we al die lege panden wel ombouwen naar betaalbare starterswoningen om de huizenmarkt toegankelijker te maken voor jongere mensen. Er gebeurt al hier en daar, maar veel te weinig en vaak ook nog nieuwbouw. Als de voorspelde 30-40% van de kantoormensen straks thuis werkt op een gemiddelde dag, is prima uit te rekenen hoeveel vierkante meters er leeg komen te staan. Ik heb geleerd om vooral mijn eigen vak uit te oefenen en niet roekeloos in allerlei nieuwe markten moet stappen ( Nailhoover-Milkshakes-No Candy etc. etc.), maar het kriebelt wel. ‘Gelukkig’ heb ik mijn handen vol om de catering-business door deze zware tijden heen te krijgen en wil liever daarna veel vaker lang in Spanje zitten. Scheelt weer onnodige kerosine!

Godszijdank heb ik deze week weer volop kunnen golfen en tennissen. Het zachte sukadevlees op mijn billen, buik en bovenbenen zal niet meer veranderen in stevige kogelbiefstuk, maar voor het eerst in weken heb ik geen rugpijn meer, ondanks de overkill van 5 keer sporten in één week. Het wordt hoog tijd om wat Corona-kilo’s kwijt te raken. Een betere variant van afscheid nemen. Gelukkig maar.

Vriendschap

Nu het grote geheel steeds meer een onzeker toekomstbeeld weergeeft, vind ik het prettiger om kleiner te denken. Niet meer met grote sprongen ver vooruit blikken, maar met kleine, behapbare stapjes denken aan vandaag en morgen.

Zoals zoveel Medelanders zijn wij ook druk met het leefbaarder maken van ons woonomgeving. Geklus in de tuin, geschilder aan de muren, geknutsel in de werkkelder. Gelukkig was het afgelopen woensdag grofvuil in ons dorpje Kranenburg, dus konden er ook wat lompe grote sta-in-de-wegs naar de straat. Dat kun je al 2 dagen eerder dan de ophaaldag klaarzetten, want er komt een onafgebroken bestelbusjes-stoet met Nederlandse en Poolse sjacheraars op gang die alles besnuffelen, omdraaien, verplaatsen en soms meenemen.

Ons pronkstuk was een intact ligbad met jetstreams. Ooit geruild voor een lang weekend Rosamar. Ik weet nog steeds niet waarom, want we hebben al heel lang een riant tweepersoons bubbelbad. Al snel moest ik een oude Pool wegsturen die alleen het motortje stond los te sleutelen. Vrij snel daarna was het raak en verdween de bubbelende nietsnut in een aanhangwagentje. De volgende ochtend waren ook de terracota-tuinpotten, de TL-armaturen, de zaagtafel en alle andere meuk foetsie voordat de vuilniswagen de straat indraaide. Duurzamer kan het haast niet.

5 mei is in Duitsland een doodgewone werkdag, er valt hier dan weinig te vieren. Omdat onze favoriete sporten golf en tennis nog steeds niet mogen, gebruiken we vrije dagen voor wandelingen rondom ons dorp. Het is best raar om te ontdekken dat er werkelijk ongelooflijk mooie natuur op loopafstand van je huis ligt die we na 20 jaar nog steeds niet ontdekt hadden. Tuurlijk lopen we regelmatig door het Reichswald, maar instinctief nemen we dan bijna altijd dezelfde route. Nu komen we ineens langs wetlands, uilenbroedplaatsen, stiltepolders en watervogelparadijzen. Om de hoek. Ons reisvirus is dankzij dat andere virus teruggedrongen naar een comateuze slaapstand. Wir bleiben rundum Hause.

Daarbij geholpen door die Blauwe Zwaan. Wij kregen onderstaand bericht via onze reisagent, die er alles aan doet om onze door KLM gecancelde reis naar Cambodja en Maleisië terugbetaald te krijgen : Om terug te komen op jullie KLM vluchten, dat werkt iets anders als RyanAir. De vluchten van KLM zijn geannuleerd en we hebben een refund ingediend, dit refund is door KLM akkoord bevonden, echter hebben zij wereldwijd aangegeven pas een jaar na dato uit te gaan keren. Dat wil zeggen dat ze de ticketbedragen zullen terugstorten een jaar na 24 April 2020 en dat dan pas alles wordt uitgekeerd.

Dat is toch van de ratten besnuffeld? Ze hebben al zes maanden ons geld, cancelden zelf al in maart onze reis van september en gaan dan pas een jaar later geld terug betalen? Dus 18 maanden je poen vasthouden? Waarom hebben ze dan al die f.cking miljarden ontvangen? En welke zekerheid heb ik dat ik in april 2021 de refund wel krijg, als je zulke desastreuze jaarcijfers presenteert? En is al die staatsteun aan nationale luchtvaartmaatschappijen niet gewoon oneerlijke concurrentie t.o.v. bv. Easyjet en Ryanair? Ik denk dat ik die tickets maar vast afschrijf. Valse hoop op een kansloze missie.

Maar alles valt deze week in het niet bij de mokerslag van donderdag. Een goed maatje, een vrolijke vriend, een mooie kerel is ineens weg. Zomaar. Pats boem. Ruim twintig jaar mooie herinneringen, grappige momenten, serieuze gesprekken en warme levensechtheid krijgen geen vervolg. Worden nooit meer aangevuld met vers materiaal. Pas 48 jaar, geen virus, maar een hart dat abrupt stilvalt. Alles wat ik er meer over kwijt wil, doet afbreuk aan de totale verbijstering en het ongeloof. Ik sluit daarom af met een tekst uit een oude column over vriendschap:

Ik wil een lans breken voor vriendschap. Échte vriendschap. Die soms even verscholen zit in het achterkamertje van je dagelijkse beslommeringen. Die soms beklemd raakt in de periferie van verplichtingen. Die soms het onderspit delft tijdens het verkeerd stellen van prioriteiten. Maar die altijd aanwezig blijft. Wachtend op reanimatie. En dan de draad weer oppakt, alsof er geen pauze is geweest. Die vriendschap die geen excuses nodig heeft om weer warmte te geven. Die je weer vast pakt, omhelst en met je meeloopt zoals al die vorige keren. Echte vriendschap is de meest onbaatzuchtige ervaring die je kunt ontvangen. Én geven.

De buurman van de tante van de oud-klasgenoot van mijn zus

De weken vliegen voorbij, maar helaas vliegt het Corona-virus niet mee. Koningsdag 2020 was een heerlijk relaxte dag zonder spijkerpoepen, het Friese piksjitten of ezeltje prik. Wat zullen die meiden van Lex en Max blij zijn geweest. Misschien een mooi moment om die jaarlijkse martelgang helemaal af te schaffen. Middeleeuwse meuk.

Het kost mij steeds meer moeite om alle virus-info te absorberen. Geen idee of er gisteren 59 of 95 nieuwe ziekenhuisopnames waren. Of was dat het getal van de overledenen? De neergaande RIVM-lijn klopt helemaal met mijn aandachtscurve. Ik verslap onbewust, was mijn handen net als vroeger (not), ga soms weer in de comfortzone van bekenden staan, pak elk willekeurig winkelwagentje zonder na te denken en nies de voorruit van de auto weer helemaal onder.

Misschien ben ik wel mening-moe. We waren al het land van 6 miljoen bondscoaches (alle mannen tussen 8 en 102), maar zijn nu ook gezegend met 16,3 miljoen virologen. Alleen als je nog te jong bent om te praten of een pasgeboren babypanda bent in Ouwehand heb je geen tekst. Maar verder trekt iedereen zijn scheur open; in de krant, op social media, op radio en TV. Maakt niet uit of je Maurice de Hond, Sylvie Meis, Donald Trump of Harrie Hangzak uit Zwolle heet. Jouw mening is zo belangrijk dat iedereen jouw waarheid moet horen. Ik doe natuurlijk vrolijk daaraan mee.

Maar wat is nou echt waar? Was het een vleermuis die aan schubbedier zat te knagen, een mislukt laboratoriumproefje, een labiel 5G-zendmastje, een opzettelijke besmetting door een wereldmacht of een takketrucje van God/Allah? En krijgen sommige mensen het niet omdat ze chloor in hun haar smeren, malariapillen slikken, veel groentes eten of een elektrische auto rijden? Of is het gewoon volstrekte willekeur van een ongrijpbaar natuurfenomeen?

Ik moet vooral mijn impulsieve neiging onderdrukken om overal op te reageren. Iedereen heeft het recht op zijn eigen mening, zolang het niet discriminerend is. Ik heb sommige mensen maar even uit gezet/ontvolgd, omdat ik negativiteit nu niet trek . De complottheorieën, de harde aanklachten richting beslissingnemers en het gescheld op mensen die gewoon hun best doen, ook al maken ze fouten. Feit is dat complotdenken een natuurlijke reactie is op angst. Ik hoor in normale tijden graag andere meningen en lees drie uiteenlopende kranten. Maar ik heb nu liever iets meer 6H(appy) dan 5G(ezeik).

Wat als we Corona even parkeren en om ons heen kijken? Dan zien we bijvoorbeeld dat 94% van de automobilisten zich keurig houdt aan het nieuwe 100-rijden. Ik had het zelf ook niet verwacht, maar het rijdt veel relaxter. Van de week van Dommelen (onder Eindhoven) naar Amsterdam Noord; 150 kilometer in 87 minuten. Ook nu het langzaamaan weer drukker wordt, zie je dat de bijna gelijke snelheid voor alle verkeersdeelnemers meer rust op de weg geeft. Je haalt in en gaat weer naar rechts, simpel. Er komt af en toe nog wel een BMW of Seat voorbij kachelen, maar die heten nu Coronaracers en dragen prima bij aan de staatskas via het CJIB.

Toch blijft het knagen, wat is waar? Wordt Joe Biden geframed met een dubieuze aanrandingsclaim klacht uit 1993 of maakte hij toen misbruik van zijn machtspositie? Ziijn verweer deze week was hetzelfde als dat van zijn vriendje Clinton: “I did not have sex with that woman”. Niet heel slim van zijn PR-adviseur. Was die Noord-Koreaanse kikkervis Kim Yong-un echt bijna dood of zat hij met een BMI van 42 toch als enige in zijn land relaxt ganzenlever te peuzelen?

Gisteren las ik een interview met de befaamde risicospecialist David Zaruk. Inderdaad, ook weer een expert met een mening. Zijn stelling “Voorzorg is vergif” gaat erover dat beleidsmakers niet met risico’s kunnen omgaan en dan als ongezonde reflex alles op slot gooien/verbieden/stopzetten. Hij had een treffende beeldspraak: “Als je een paraplu meeneemt op een stralend zonnige dag, zit je dan goed?”. Het antwoord is eigenlijk nee, want er is geen wolk te bekeken. “Maar zit je met je paraplu dan verkeerd?”. Nee, dat ook niet. Dat is precies wat beleidmakers uit voorzorg doen, die paraplu uitklappen. Je hebt dan nooit ongelijk”.

Ach ja, ook dat is maar een mening. Net zoals die van de buurman van de tante van de oud-klasgenoot van mijn zus.

Reizen door Spanje capítulo 3: La Rioja en de Delta de Ebro

Met een melancholische ondertoon verlieten we Baskenland om onze trip voort te zetten in de Rioja-streek. Na alle gelukzalig lekkere pintxos was het nu tijd om ons op vloeibare producten te concentreren. Het is een zware opgave, maar iemand moet het doen. Dan offeren wij ons wel op, voor jullie.

Eerst deden we nog Burgos in de regio Castilla-Léon aan, voor een snel bezoekje aan de immense kathedraal, éen van de grootste van Spanje. Maar door tijdsgebrek skipten we de rondleiding van twee uur, omdat er natuurlijk wel eerst geluncht moest worden. We hebben Maria, aan wie de kathedraal is gewijd, beloofd dat we een keertje terugkomen. Met een vette knipoog gaf ze haar zegen. 

Laat in de middag kwamen we bij ons volgende schattige Casa Rural aan, in een pittoresk dorpje midden tussen de wijnvelden. In de dorpskroeg proefden we alvast wat heerlijke varianten. Langzaam liep het tentje vol met lokale bottelaars, die er zelf niet in spuugden. Toen mijn cluppie FCB begon te spelen haakte Marion af en bleef ik met de dorpsgek over, die nog nauwelijks uit zijn ogen kon kijken. We schakelden over op cognac en bier en vierden de mooie goals van Ansu Fati en de Jong alsof we eindelijk weer de Champions League hadden gewonnen. De kroeg ging daarna meteen op slot.

De volgende ochtend begon natuurlijk stroef, mede omdat ik ‘s nachts ondanks aandringen van Marion vertikt had  om de koelboxstekker uit te zetten in de auto, en dus een lege accu.. Gelukkig hielpen bezorgde locals om  onze Zafira weer aan de praat te krijgen, want het werd tijd voor de wijnproeverijen in Haro, de wijnhoofdstad van La Rioja.  We begonnen bij de gerenommeerde bodega Gomez Cruzado en proefden tussen de wijnvaten in het pakhuis vijf topwijnen. Daarna nog snel voor de lunch een proeverij bij Cuné, één van de grotere jongens. Gelukkig was op zondagmiddag verder alles dicht, dus we lunchten uitgebreid en heerlijk op een werkelijk fantastische locatie, Claustro Agustino. Als hoofdgerecht deelden we een T-bone steak van één kilo, die met een Viña Ardanza Reserva 2009 van wijnhuis La Rioja Alta S.A.  toch verrassend soepel verdween.

Uitgeput kwamen we aan in het dorpje Clavijo, niet meer dan een paar huizen vlak onder een kasteel uit de 9e eeuw. Ook hier was de lokale kroeg de enige plek waar nog leven was, maar al vroeg haakten we af om ons lichamelijk voor te bereiden op nog een zware dag met proeverijen. Gelukkig maar, want precies om 10.50 uur staken we onze neuzen in het eerste glas, ditmaal bij de  kleine bodega Tritium, waar slechts 15.000 flessen per jaar worden gemaakt. De gedreven eigenaar, de middeleeuwse ambiance in de gewelven, de fenomenale wijnen en alle verhalen achter de wijn familie waren een topbeleving. Het bezoek daarna aan het schilderachtige dorpje LaGuardia en het centrum van Logroño was slechts uitstel van het onvermijdelijke; we moesten La Rioja verlaten..

 

Het laatste onderdeel van onze rondreis was een bezoek aan de Delta de Ebro, aan de Middellandse Zee en twee kasteelovernachtingen in de Parador van Tortosa. Het tripje ernaar toe was het langste traject van de hele reis, maar ook vol natuurschoon. Na alle ontberingen en aanslagen op onze lever en nieren was deze Parador de verdiende beloning. We werden geüpgraded naar de torenkamer, waar we als Spaanse koningen, helaas zonder hofhouding, neerkeken op het gepeupel onder ons, ook al viel onze kleding en auto een beetje uit de toon in deze omgeving.

De Delta de Ebro is de rijstschuur van Spanje én daardoor ook één van de bekendste vogelgebieden. Zo ver als je kunt kijken zie je rijstvelden, die in deze tijd van het jaar worden geoogst. Aan de zuidkant bevindt zich een smalle zandstrook waar de zee aan twee kanten voor bij stroomt. Helaas (maar misschien terecht) was het gedeelte van de flamingo’s voorgoed gesloten om ze rust te geven.

Om op onze leeftijd toch Instagram waardige foto’s te maken parkeerde ik Zafi op een verlaten stuk strand, maar dat was een fikse misrekening. Door de enorme regen van de laatste tijd was het zand zompig geworden en zakte Zafi bij het wegrijden tot zijn enkels weg in het zand. We zaten muurvast. Na een paar kilometer lopen, een onverwachtse lift en veel hulp kregen we de auto eruit en konden we proestend van het lachen aan de lunch. Het was best een domme cowboy-actie, maar het liep goed af.

Met het bezoek aan de Parador was weer een cirkeltje rond, want het was de laatste overnachtingsplek met mijn moeder geweest en in Delta de Ebro heb ik haar mooie afscheidsfoto gemaakt.  En nu zijn weer in Rosamar. Een hele ervaring rijker en ook een hele partij prachtige wijnen. Het zit erop, maar het smaakt alweer naar meer. Reizen verveelt nooit!

Reizen door Spanje capítulo 2: Ruige kusten, kunst & cultuur.

We zijn dus in Baskenland. Het is altijd een apart stukje Spanje geweest, meer nog dan Catalunya. De Basken hebben hard voor hun onafhankelijkheid gestreden, met lange tijd de ongrijpbare en meedogenloze ETA als het extreem gewelddadige clubje. Die tijden zijn gelukkig voorbij, maar het blijft een eigenaardig volkje. Hun taal is zo vreemd, dat niemand het verstaat. Met de meeste lettercombinaties zou je met Nederlands Scrabble glansrijk winnen, want ‘txakur’ zou op 3x letter-en woordwaarde goed scoren. Zykruni of gizakia vast ook. De meeste plaatsnamen staan trouwens ook in het Spaans vermeld, zodat je er nog wat van maken.

Vanuit onze Casa Rural maakten via smalle, gevaarlijke kustweggetjes een betoverende tour van vier uur naar San Sebastián. Kleine dorpjes aan imposante baaien, woeste kustlijn, hoge kliffen; het woord ‘ruig’ heeft een nieuwe dimensie gekregen.

Pas ver na tweeën kwamen we aan in dé culinaire hotspot van Spanje. Trouw aan onze tradities begon de tapastour met oesters, maar ik kon ’s avonds niet meer herinneren wat we allemaal daarna hebben vermorzeld. Het was bombastisch, zo veel en zo lekker. Donnostia (de Baskische naam voor San Sebastián), beschut gelegen in een schitterende baai, heeft vast mooie toeristische attracties, maar die zijn pas de volgende keer aan de beurt.

De volgende dag begon serieus met een bezoek aan het Vredesmuseum in Gernika. Dit plaatsje is in 1937 platgebombardeerd door de Duitse Luftwaffe, die mochten oefenen van Franco om het verzet van de Basken te breken. Gernika (Guernica) was de symbolische hoofdstad van Baskenland en verloor die dag +/- 1600 van de 4000 inwoners. Het museum was een  ingetogen eerbetoon aan de slachtoffers, maar ook een roep om vrede en vergeving. Picasso heeft over Guernica een beroemd (maar spuuglelijk en luguber) schilderij gemaakt, dat vroeger bij ons thuis hing. We waren zo onder de indruk dat we pas in de auto erachter kwamen dat onze rugzak nog veilig in de kluis van het museum lag…

We vervolgden onze kustroute, maar nu westelijk naar Bilbao. We besloten de pittige wandeltocht naar het schiereiland Gaztelugatxe (168 punten!) te maken. Het was zeer de moeite waard, met veel klimmen en dalen, want we raakten de helft van de pintxos van de vorige dag kwijt. Ook bijna de helft van de andere wandelaars, want een groep bejaarde Amerikanen hing onderweg half dood over de reling. Bizar dat er bij het begin niet werd gewaarschuwd, maar wellicht heb ik de Baskische tekst niet goed begrepen.

Laat in de middag reden we Bilbao binnen om via een bijzonder brug naar het centrum over te steken. Deze beroemde Puente Colgante Vizcaya uit 1893 is ontworpen door een trouwe leerling van Eiffel en dat is duidelijk te zien. Er kunnen een paar auto’s mee naar de overkant en dus ging onze Zafi mee, hangend aan metalen kabels in een soort uitvergrote dubbele bouwkeet naar de overkant. Wij moesten zelf in de auto blijven zitten en kregen een licht Titanic gevoel, maar het liep goed af.

Na een fantastische nacht in de kasteelkamer van de superdeluxe Casa Rural La Torre de la Quintana, ditmaal met echte receptionistes i.p.v. theelepelvrouwtjes, reden we opgetogen naar Bilbao voor één van de hoogtepunten van onze reis, een bezoek aan het Guggenheim Museum. Voor mij ook wel een beetje beladen, want het zou de volgende bestemming zijn geweest voor het jaarlijkse Mama-weekend. Helaas is dat er niet meer van gekomen, maar ik had haar beloofd er snel naar toe te gaan.

Van de buitenkant is het unieke gebouw apart en futuristisch en ook als je naar binnen loopt word je overdonderd door het architectonische vernuft. Maar de exposities vielen ronduit tegen. Tien  van de 30 zalen waren dicht i.v.m. renovatie of nog te starten nieuwe tentoonstellingen. De tijdelijke exposities van Morandi en Jesper Just  waren teleurstellend en de permanente exposities te beperkt. We stonden na een uur al buiten, terwijl het KUMU museum in Talinn ons in december uren heeft kunnen bekoren.

En toch ben ik blij dat we er geweest zijn, er is een emotioneel cirkeltje rond gemaakt. Er wordt soms gesproken over het Bilbao-effect als een doodgewone of oninteressante stad door één geweldige attractie een hotspot voor toerisme wordt. Misschien verdient Bilbao langzamerhand wel meer, want het is van een saaie industriestad een relaxte plek geworden. De vraag is echter hoeveel van de 1,2 miljoen jaarlijkse Guggenheim-bezoekers  naar Bilbao waren gereisd, zonder dit museum. We gaan nog een keer terug naar Baskenland, want het is een fantastische bestemming en we hebben nog lang niet alles gezien. De kust en de pintxos-cultuur waren de hoogtepunten, niet het museum.

Santander, net buiten Baskenland in Cantábria, was een quick visit en verdient de volgende keer ook meer tijd. We bezochten het kasteel Magdalena en wandelden met honderden lokale toeristen door het te keurige Disney-achtige park, met zeeleeuwen en pinguïns achter hekken in waterbassins. De stranden zagen er aanlokkelijk uit, maar het werd tijd voor onze volgende bestemming: La Rioja! Eindelijk tijd voor een hapje en een drankje…..