Peru – Bolivia: epiloog

Het zit erop; met een harde klap zijn we weer in de werkelijkheid geland. Een week geleden genoten we nog van Ceviche in metropool Lima, 48 uur later zaten we aan de kipfilet, wokgroenten en Kartoffel-Rostbraten in mondain Kranenburg… Na een dagje kantoor, overleg en file. Pfff.

Ik kies er altijd voor om meteen de volgende dag te gaan werken. Bam, cold turkey. Niks dagje acclimatiseren, op rust komen, thuis klungelen, nagenieten. Maandagavond 19.00 uur op Schiphol geland, dinsdagmorgen 7.00 uur in de auto naar kantoor. De reden is simpel; ik wil elke vakantiedag benutten om weg te zijn, niet om thuis te lanterfanten. Bijkomend voordeel is dat jetlag weinig kans krijgt als je zo snel mogelijk in het normale ritme probeert te komen.

Het liep als een rode draad door mijn reisverhalen, dus het zal jullie niet ontgaan zijn: we hebben intens genoten van een fantastische reis. Geen relaxte vakantie, maar het maximale aan Cultuur, Natuur en Avontuur eruit halen in 4 weken. Mission completed. Er is me afgelopen dagen vaak gevraagd wat het hoogtepunt was. Maar dat is niet te beantwoorden. Qua cultuur waren de Inca-bezoeken waanzinnig, maar ook een stad als Arequipa. Qua natuur wedijvert de Amazone-jungletocht met de zoutvlaktes. En de hele reis was doorspekt met avontuur, van zandbuggys tot death roads. Er is geen duidelijke winnaar.

Alhoewel ik supergelukkig was om mijn meiden weer te zien, zou ik het liefst morgen vertrekken voor een nieuwe reis. Reizen werkt verslavend voor ons. Al na een paar geweldige eerste dagen, zaten we te filosoferen wat het volgende reisdoel zou worden. Het wordt waarschijnlijk Japan i.c.m. de Korea’s. Als Trump tenminste vriendjes blijft met Bolle Jan van Noord-Korea en de boel niet plat bombardeert. En op de lange termijn gloort de Pan-American route van Mexico tot aan Patagonië, de Trans-Siberische Express van Moskou via Mongolië naar Peking en de allergrootste uitdaging: Afrika van Noord naar Zuid met een 4Wheel Drive. We kunnen dus nog even vooruit qua plannen.

Met deze reis naar Peru-Bolivia heb ik twee targets van mijn reisverslaving gerealiseerd: ik ben nu in alle werelddelen (Noord-Amerika, Zuid/Midden-Amerika, Azië, Afrika, Oceanië en Europa) minimaal drie afzonderlijke keren geweest en ik ben door de barrière van 50 bezochte landen heen. Het nieuwe doel is alle letters van het Nederlandse alfabet bezoeken. Daarin ontbreekt nu nog een W(itte) JURK. Dus ik moet nog naar bv. Wit-Rusland, Japan, Uruguay, Roemenië en Kroatië. Mag ook Korea zijn, maar dan moeten Noord en Zuid wel eerst worden samengevoegd, anders telt het niet. Ik baal wel van Uruguay, want er is maar één land met een U. Vandaar dus ook die Pan-American trip.

En nu zit ik in Torremolinos om de 50e verjaardag van neef Bart te vieren. Samen met mijn zussen Maaike en Pietje, Ria en José en een hele rits Andalusische vrienden. En gisteren was het ook el Noche de San Juan, de langste dag van het jaar en altijd een groot nachtfeest overal in Spanje. Jullie kennen mijn motto: liever te dik in de kist dan een goed feestje gemist. Na vier weken dag en nacht doorgebracht te hebben met haar witte tapir wilde Marion ook wel een weekendje alleen doorbrengen. Groot gelijk, ik ken het gevoel. Even adempauze und Lebensraum. In het reizen zijn we volledig gelijkgestemd, daarbuiten gelukkig genoeg verschillend.

En als ik maandag thuis kom, zijn vast die 4000 fotos uitgezocht. Toch, schat? Dank voor een topreis!





Peru – Bolivia hoofdstuk 6: de Inca’s.

De afgelopen dagen hebben wij ons ondergedompeld in de Inca-cultuur. De Inca’s hebben eigenlijk maar 150 jaar in een groot gedeelte van Zuid-Amerika geheerst, maar hun prestaties en technieken zijn zeker voor die tijd ongevenaard. Het was één van onze hoofddoelen van deze reis.

Het begon woensdag, na vertrek uit hun oude hoofdstad Cusco, met een bezoek aan de ruïnes van Pisac. De meeste bouwwerken van de Inca’s liggen bijna allemaal hoog in de bergen op haast onneembare plekken. Best logisch, want echt populair waren ze niet, die jongens. Door een strenge militaire discipline en het onderwerpen van andere volken was het slimmer om van bovenaf te kijken wie in de tegenaanval ging.

Waar ze vooral goed in waren, was van elke rivaliserende cultuur de slimste techniek en wetenschap jatten en zich eigen maken. Zo werden ze zelf meesters in waterkunde en irrigatie (Paracas), bouwwerken en astrologie(Nazca) en landbouw (Huari).Daarnaast waren ze goed voorbereid op natuurrampen (aardbevingen) en hongertijden. Totdat de Spanjaarden rond 1500 kwamen en de pest, cholera en de gele koorts meebrachten. Toen was het snel gedaan met de laatste Inca’s. Het was de genadeklap voor een groot volk, dat zelfs al hersenoperaties uitvoerden. Er staat helaas niets op schrift en dat maakt het nog steeds een groot mysterie.

In Pisac was goed te zien hoe de Inca’s slimme bouwtechnieken toepasten. Ze verstevigden de bergen met de typische terrasen, om daarop hun huizen en tempels te bouwen. En opslagschuren voor hun voedsel, vooral groentes. Dat was hun werkelijke rijkdom, het goud en zilver was alleen leuke decoratie en had geen handelswaarde. De Inca’s verbeterden honderden gewassen op een manier waar de Wageningen Universiteit nu nog groot tespect voor toont.


Na Pisac en een korte tussenstop voor een heerlijke lunch, kwamen we aan in Ollantaytambo, waar we twee dagen verbleven in een simpel maar prettig hostal. Ook dit oude dorp liet de bouwkunsten prachtig zien, maar ook slimme irrigatietechnieken en vers water voor elke woning. Het was ondertussen wel duidelijk dat de Inca’s geen ‘Legdays’ in de sportschool hielden, want mijn al forse ballonkuiten klapten bijna uit elkaar van de honderden traptredes omhoog en omlaag…


Vrijdag hebben we een prachtige toer gemaakt met een privé-chauffeur vanuit Ollantaytambo naar het Inca-foodlaboratorium in Moray en de zoutwinning van Maras. Vooral Moray was onvoorstelbaar. In drie grote ‘amfitheaters’ werden groentes gemodificeerd om op grote hoogte te kunnen overleven. Elk terrastrede had zijn eigen micro-klimaat en elk jaar schoof alles een verdieping omhoog. Na 10 -15 jaar waren planten die normaal op zee-niveau worden geteelt klaar om te worden verspreid over het Inca-rijk, hoog in de bergen. Ook de zoutwinning van Maras, uit een onverklaarbare zoute bron die uit de bergen druppelt, was fascinerend en vroeger superhandig om lamavlees te conserveren.



Om de dagtrip af te ronden aten we op het grappige pleintje van Ollantaytambo eindelijk dan cuy; cavia. Het was niet te naggelen en leek eerder op muffe rat dan een heerlijke delicatesse. Met voorsprong het ranzigste van deze reis. Daarna vertrokken we met een soort van Efteling-treintje naar Aguas Calientes, de toeristische toegangspoort naar Machu Picchu. Het ritje werd van 1,5 uur duurde uiteindelijk 4 uur, omdat er ‘s morgens een trein was ontspoord. Wij bleven gelukkig wel op de rails en kwamen heelhuids aan.



En gister hebben we dan Machu Picchu bezocht. Na al het ‘Inca-geweld’ van de dagen ervoor, waren we bang dat het tegen zou vallen. Maar we zijn van onze sokken geblazen! Wat een ongelooflijk bouwkundig fenomeen! Alle superlatieven schieten tekort om dit wereldwonder te beschrijven. We deden twee keer de hele ronde, soms in de mist, dan weer in de felle zon. De foto’s doen geen recht aan de grootsheid van dit pas in 1911 ontdekte bouwwerk. Je voelt je als moderne mens bijna minderwaardig aan dit machtige volk.


Straks, om 5 uur ‘s nachts, worden we opgehaald voor het laatste blok van deze waanzinnige reis. We gaan 5 dagen het Manu-National Park in, midden in de Amazone. Met kano’s, zonder stroom. Met muggen, zonder douche.. Van de buitenwereld afgesloten, zoals vroeger zovele Indianenstammen.

Dus ik sla woensdag over, want ik kan toch nergens uploaden. Kan Manu NP het overweldigende Machu Picchu nog overtreffen? Je hoort het volgende week zondag!

Peru-Bolivia hoofdstuk 5: brokkenpiloten en koeienneuzen

Gisteren hebben wij Bolivia vaarwel gezegd en ik denk voorgoed. Dat klinkt wellicht zuur, maar het is anders bedoeld. Van sommige landen weet je gewoon dat de kans klein is dat je er nog een keer terugkomt. En dat zal voor Bolivia ook gelden: we hebben de belangrijkste dingen gezien, een prachtige tocht gemaakt over de zoutvlaktes van Uyuni en genoten van La Paz en Sucre. Tick the box. En doorrrrrrrr..

Zondag hebben we de ochtend relaxed doorgebracht in Uyuni, maar dit kleurloze provinciestadje leeft alleen voor het toerisme en het zout. Rond de middag stapten we in de lokale bus voor een lange reis naar Potosí, door diepe dalen en hoge bergen tot over de 4500 meter. Gelukkig was deze chauffeur geen Niki Lauda en kwam Marion 4 uur later ongeschonden uit de bus in Potosí. Deze plaats is de zilverhoofdstad van de wereld geweest en helemaal leeggeroofd door de Spanjaarden, terwijl de locals als slaven in de mijnen moesten afzien. We hadden al besloten er niet te overnachten en vanuit de bus gezien was dat de juiste beslissing.

Het tweede ritje van de dag duurde ook bijna 4 uur, maar deze brokkenpiloot had suïcidale neigingen, die vanuit mijn zitpositie goed te volgen waren. Ik heb nog nooit iemand zoveel volstrekt kansloze en levensgevaarlijke inhaalmanoevres zien uithalen op een bergweg zonder overzicht. Hij gokte er gewoon op. Regelmatig moest hij vol in de ankers om niet frontaal op een tegenliggende vrachtwagen te knallen. Ik snap nu waarom er in Boliviaanse bussen een afgesloten deur zit tussen chauffeur en passagiers. Elk gezond denkend mens zou zo’n ‘Jos Verstappen’ op een recht stukkie met een panfluit knock out slaan. Maar goed, we hebben het gered en Marion heeft de MK-kotszakjes niet gebruikt. Een diepe buiging..

Na de late aankomst in Sucre was het een snelle hap en naar bed in een prachtige koloniale Hacienda. We hadden alleen de volgende dag om dit mooie witte plaatsje te bezichtigen en dus waren we weer vroeg op pad. Helaas waren de belangrijkste must-sees op maandag dicht of werden ze gerenoveerd. Het bezoek aan het Museo del Tesoro leerde ons veel over de goud- en zilverwinning en we zagen prachtige sieraden. Toch zullen we alleen het rare paardenhinnikje van de gids, aan het eind van elke zin, herinneren als we voortaan aan het Museo denken. We kregen er de slappe lach van.. De Mercado Central was daarna een heerlijk drukke belevenis, met rare producten als koeienneuzen.



‘s Avonds zaten we alweer op het lokale vliegveldje voor de korte vlucht naar la Paz. Het was, ondanks de spaarzame vluchten, een hilarische chaos. Er kwamen drie vliegtuigen aan, waarvan de passagiers over het asfalt naar de hal moesten lopen. Tegelijkertijd mochten de vertrekkende passagiers via één gate naar buiten en gokken welke vliegtuig ze moesten nemen. De controle was zo slecht dat je bijna alles mee aan boord kreeg. Bovenaan de vliegtuigtrap stond wel een verveelde luchtkelner op pumps, maar je mocht zonder boarding card gewoon doorlopen. Het vliegtuigje was voor 48 man en ik moest bukkend naar onze plaatsen achterin. Een uurtje later waren we al in La Paz.

Ook dit was een noodgedwongen bliksembezoek, omdat er alleen vanaf La Paz rechtstreeks naar Cusco in Peru gevlogen kan worden. Het was onrustig in de hoofdstad van Bolivia i.v.m. stijgende benzineprijzen en studentenonrusten. De volgende ochtend maakten we dat we wegkwamen, omdat er wegblokkades waren voorspeld. De hele uitgaande weg stond vol met oproerpolitie, klaar om in te grijpen. En dus was het rondje Bolivia klaar. Het is een fascinerend land, maar r(a)uw, vuil en veelal armoedig. Voor de inwoners continu a struggle for life. En misschien waren deze dagen door ons iets te vol gepland. Lesje geleerd..


Cusco, onze volgende bestemming in Peru, is een aangename opvolger. Het is het hart van de Inca-cultuur en uitvalsbasis voor Machu Picchu, de Amazone-natuurparken en ook bv. voor Vinicunca, de Regenboogberg. Natuurlijk is het toerisme de belangrijkste bron van inkomsten en dus is alles daar (te) veel op gefocusd. Maar het is erg prettig vertoeven en we hebben heerlijk genoten van een vrije en warme dag. Ik heb zojuist 2 kilo zeer vuile kleren afgegeven bij een lokale wasserette en die brengen het over 2 dagen keurig naar het hotel. Voor 16 Sol, een euro of 4…..


Vandaag gaan we voor een tour van drie dagen naar de Heilige Vallei, Aguas Calientes en natuurlijk Machu Picchu. Allemaal Unesco Wereld-erfgoed. Zondag horen jullie of dat terecht is haha!

Peru-Bolivia hoofdstuk 4: de zout-en hoogvlaktes van Bolivia

Na het luxe verblijf in het zouthotel Sal de Luna (met dank aan Jacqueline voor de tip) waren we helemaal gereed voor de drie-daagse jeeptocht over de zoutvlakte van Uyuni en de hoogvlaktes van de Andes. We waren gewaarschuwd dat het wat meer basic zou worden…

We werden opgepikt door een Toyota Landcruiser uit ‘88 die zijn beste tijd wel had gehad. Chauffeur Iwan bond onze reistassen op het dak, naast de extra jerrycans met benzine en water. Ons groepje van zes bestond uit twee jonge Koreanen en twee oudere dames uit la Paz. Ik probeerde drie keer te achterhalen wat de namen waren van Zuid-Korea, maar verder dan een diepe buiging en wat hese keelklanken kwamen ze niet. Voor het gemak noemden we ze Gebakken Hond 1 en 2. De dames heetten Doris en Myriam en bleken nichtjes van elkaar te zijn. We doopten ze om tot de Andes-zusjes. Dat klinkt een tikkie denigrerend, maar het is onze methode om over mensen wat te zeggen zonder hun naam te gebruiken en ze niet verbaasd om uitleg te zien vragen.

De eerste stop was bij het treinkerkhof, leuk voor de foto maar niet meer dan dat. Op een verlaten rangeerterrein stonden een stuk of 40 overbodige treinstellen uit eind 1800 weg te roesten. Het leek een scene uit een Western. Daarna sjeesden we meteen de zoutvlaktes op, terwijl ik stevig ingeklemd zat op de middelste rij tussen Marion en Gebakken Hond 2. Helemaal achterin keuvelden de Andes-zusjes vrolijk weg. Zuid-Korea bleef doofstom behalve als ik de Spaanse uitleg van Iwan mocht vertalen naar het Engels en dan een keurig ‘Ahhhh’ als respons kreeg.

Zijn Landcruiser was dan wel gammel, maar Iwan kende bijna elke zoutkorrel op de vlakte. Het was een bizarre ervaring om op zo’n inmens zouttapijt rond te toeren en rare perspectief-foto’s te maken. De lunch werd genuttigd in de bijna vergane eetzaal van het oudste zouthotel, waar in 2016 een etappe van Parijs-Dakar eindigde. Daarna scheurden we verder, op zoek naar een mooie plek voor een zonsondergang op de vlakte. Het is raar, maar tegen het schemer leek het meer een ijsvlakte in Alaska dan zout. Een paar uur later kwamen we aan in het Hostal. We kregen een simpele schotel van kip en een slaaphok zonder verwarming, met gezamenlijk sanitair op de gang naast de eetzaal… Het vroor buiten tegen de 10 graden Celsius. Hoe we ons ook wentelden in de slaapzak met 5 dekens erbovenop, het duurde uren voordat we insliepen. Dag 1 zat erop

Na het vroege ontbijt bracht Iwan ons na een helse hobbelrit naar de eerste lagoon. En ja hoor, daar waren ze: Flamingo’s! Deze maffe vogels staan met hun poten in het ijswater fel gekleurde algen op te lebberen. De hele godsganselijke dag met je poten door het ijs wandelen voor een beetje vegetarische meuk. Wat een triest leven. Maar god wat was het adembenemend mooi om te zien, met op de achtergrond de besneeuwde Andes-toppen. Ook bij lagoon 2, 3 en 4 kwamen we ogen tekort. Gebroken door de autorit en verkleumd door de kou kwamen we vlak voor het donker in the middle of nowhere aan bij een primitief guesthouse. We kregen een slaapzaaltje voor 6 man toegewezen en snel werd er een simpele schotel geserveerd. Van kip…

De halve nacht heb ik rillend wakker gelegen. Gebakken Hond 1 lag naast mij en bleek een blaffende zeehond te zijn. Gelukkig ging om 04.30 uur de wekker. Ook deze dag was douchen niet mogelijk, er waren maar twee toiletten en 1 wastafel voor in totaal 24 gasten. Tijdens het ontbijt haalde Gebakken Hond 1 een bevroren banaan uit zijn rugzak, dezelfde takkenzak waar ik ‘s nachts op weg naar de plee over was gestruikeld. De vrolijke gastheer vertelde trots dat het -18c was geweest. Viel me nog mee..

In het pikkedonker stonden we na een uurtje hobbelen al om 06.30 uur bij een nieuw fascinerend natuurverschijnsel: geisers. Met een latrinegeur van zwavel liepen we tussen de dampende, stomende, borrelende en stinkende bronnen. We zaten meteen op het hoogste punt van deze trip, 4950 meter. De omgeving hield het midden tussen maan- en vulkaanlandschap. We reden door rivierbeddingen, stuiterden over gletserkeien en driftten over woestijnzand. En ineens stonden we aan de Chileense grens. Terwijl ik zorgde dat Onze Koreaanse vrienden met een andere Jeep richting Chili vertrokken, tikte Marion even snel de grond aan in Chili. Heeft ze één land ingelopen. Tsssss..

De rest van de middag was bedoeld om weer bij Uyuni uit te komen, aan de rand van zoutvlakte. Van de 800 km in drie dagen waren alleen de laatste 35 km min of meer asfalt. Alle kleding en tassen zitten onder het stof en rode zand. We hebben zojuist voor het eerst in 3 dagen gedoucht. Het afvoerputje raakte bijna verstopt van alle rotzooi.

Week 2 zit erop. We zijn precies halverwege, maar hebben het gevoel al een maand weg te zijn. Tot woensdag!

Peru-Bolivia hoofdstuk 3: werelden van uitersten

Ik verliet jullie zaterdagavond (zondagmorgen Nld-tijd) een paar uur voordat we in de beroemde Colca Canyon naar de condors gingen kijken. De route ernaar toe ging weer door adembenemende berglandschappen. Veel beschavingen, al ver voor de Inca’s, hebben hier inventieve irrigatie-methoden gebruikt om op de woeste bergheuvels 300 soorten aardappelen, guinoa, graan en fruit te verbouwen.



Maar het doel was om dichtbij de opstijgende condors te komen en dat is gelukt! Een groep van 15 van deze lelijke grote gieren bleef lang boven ons hoofd zweven op de termiek. Ze kunnen maanden zonder eten, omdat ze onder hun kin een soort van Tupperware-opvangzak hebben waar ze 4 kilo aas kunnen opslaan om later lekker op te peuzelen. Best handig, ik ben al een heel eind…

Na de lunch begon de ellende. De busreis naar Puno was betoverend mooi, maar niet als je je condor-reserves terug naar buiten stuurt. Marion was erop voorbereid en had stylische Michael Kors-Kotszakjes gekocht, met een prettige gel onderin, om de massa en de geur te absorberen. De chauffeur deed ook niet echt zijn best, want hij scheurde als een debiel rakelings langse diepe afgronden en haalde roekeloos in. Dan duurt zes uur best lang. Maar ik heb intens genoten, met alle folkore langs de routes tijdens de stops.


Puno was niet meer dan een tussenstop richting Bolivia en een uitgeputte Marion heeft niets gemist. De volgende ochtend kwamen we met Bolivia-Hop, een handige touroperator waar je overal kan op- en uitstappen, aan bij de grens. Het ging er wat anders aan toe dan in Europa, want we moesten de bus uit met bagage en al om de grens over te lopen, ondertussen twee douaneposten passerend. Peru en Bolivia zijn niet hele grote vrienden meer na talloze vrijheidsoorlogen tegen vijand Chili. Bolivia had ooit een brede strook aan de kust, maar is na deze oorlogen een opgesloten hoogland geworden zonder zeeverbinding. Hun dank voor het jarenlang helpen van buur Peru…

Rond de middag kwamen we aan in Copacabana, een dorp aan het meer van Titicaca. Het klonk veelbelovend, maar was best een slap aftreksel van een hippe strandplaats. Het Titicacameer is het hoogst bevaarde meer op de wereld. Het ligt op 3900 meter en is bijna net zo groot als Gelderland en Overijssel bij elkaar. De beroemde rieteilanden waar de indianenstam Uro’s op wonen hebben wij uit tijdgebrek overgeslagen. Wel hebben we een boottochtje gemaakt naar Isla de Sol, waar volgens de legendes de Inca-koning is geboren. Met op de achtergrond de imposante pieken van de Andes.

De afgelopen twee dagen zijn we van onze sokken geblazen van La Paz. Zo groot, zo druk, zo intens hebben we niet eerder meegemaakt. Geklemd tussen een aantal hoge bergen zitten naar schatting 3 miljoen mensen op elkaar gepakt. Hoog tegen de berg liggen de krottenwijken in typerende rode baksteen in elkaar geflanst. Met de nieuw aangelegde telecabines hebben we alle hoeken van de stad gezien en zijn we meer dan verrast. Overdonderd eigenlijk. Wat een stad.


En nu zijn we, na een korte vlucht van een uur, aangekomen in het zouthotel Sal de Luna in Uyuni. Nog een dagje relaxen in een 100% uit zout opgetrokken luxe hotel. Een unieke ervaring, vooral door de bizarre ligging: aan de rand van de immense zoutvlaktes. Daar gaan we de aankomende 3 dagen met een Jeep overheen crossen, gecombineerd met primitieve maaltijden en dito slaapzalen. Het termo-ondergoed gaat van pas komen, want het wordt ‘s nachts rond de -15 graden. Da’s andere koek dan Nld op dit moment. Gelukkig ben ik goed geisoleerd..

We zijn pas anderhalf week onderweg, maar hebben ervaringen voor een maand. Je merkt dat ik superlatieven tekort kom. To be continued!

Kleine dingen

Gelukkig. Dodenherdenking is, op een een klein rimpeltje na, stil verlopen. Zelfs de grootste schreeuwtoeters snapten dat het uiteindelijk onaanvaardbaar was. De verklaring voor het afblazen van het lawaaiprotest was hilarisch: “we hebben ons doel bereikt en een statement gemaakt.” Tuurlijk knul, tuurlijk.

Ik zit nog van een laatste weekendje Rosamar te genieten, voordat we hier twee maanden afwezig zijn. Da’s lang voor ons doen, maar 4 weken Peru en Bolivia is ook geen straf. Het reisschema is klaar, de rugzakken bijna ingepakt, het lichaam afgetraind om de ontberingen te doorstaan.. Met temperaturen tussen de -15 en + 30 graden wordt het ‘vestir de cebolla’ : laagje over laagje kledng aan, zodat je jezelf kunt afpellen als een ui.

Ook mijn meiden hebben, samen met vriend Philippe en zusje Aimée, op het laatste moment besloten een weekend over te komen. Ze trekken lekker hun eigen plan, wat ons weer de ruimte geeft om het huis klaar te maken voor de zomerse invasie zonder onze aanwezigheid. We hebben nog geen dag op het strand doorgebracht dit jaar, vooral omdat het voorjaar tot nu toe on-Spaans koud is, met veel regen en matig weer. Als ik uit het zwembad kom, lijk ik door het koude water wel genderneutraal..

Wel ben ik zo trots als een pauw op mijn geheel gerenoveerde helft van de garage. Alle verbouwingen en verbeteringen van de afgelopen 13 jaar aan ons huis hadden geleid tot een labyrint van bouwmaterialen, waar je sneller de weg in kwijt raakte dan in de soek van Marakesh. Er bleven alleen smalle paadjes over, waarover je behendig moest laveren om instortingsgevaar te voorkomen. Er is ooit op Discovery een serie geweest van een Duits broederduo Die Rudolphs. Ze hadden een sloopbedrijf en hallen vol met hoog opgestapelde auto-onderdelen die ze moeiteloos konden vinden. Mijn garage zag er hetzelfde uit. Alleen ik kon er niets meer vinden.

Ik gooi best moeilijk dingen weg. Schroefjes, boutjes, gereedschap, tapes, keukenschappen, gaskoppelingen, waterleidingen, kroonsteentjes, betonbewapening; ik wil het bewaren voor dat ene Eureka-moment. Dat zelden komt. Erger nog, de sporadische keer dat ik iets nodig had, kon ik het, ook door mijn Alzheimer Light, nergens vinden. Het roer moest om, ik heb ¾ weggedaan. Met kromme tenen en een melancholisch gemoed. Het werkt in Spanje als volgt; je zet de overbodige spullen buiten je hek aan de straat en wat er dan ’s avonds nog staat, gooi je weg in de container. Dit circulaire denken werkt prima, want zelden stond er ’s avonds nog iets verloren aan de straat.

Het resultaat is van een on-Frankse geordendheid en symmetrie. Zelfs Ibrahim heeft zijn eigen kast gekregen met het uitdrukkelijke verzoek alles daarin te proppen. Mijn schroefjes en boutjes zitten keurig gesorteerd in jampotjes, waarvan de deksels zijn vastgeschroefd onder een schap. Grote jampotjes met bouten achter, kleine jampotjes met schroeven voor. Marion moest zich hevig geemotioneerd aan een stellage vasthouden toen ik haar het resultaat liet zien. Diep ontroerd realiseerde ze zich dat ze na bijna 20 jaar in haar missie was geslaagd: ik ben bekeerd tot een punctuele detailneuker. Half goed is niet meer goed, mijn Spaanse Mañana Mañana is Deutsche Grundlichkeit geworden.

Met een voldaan gevoel liepen we gisteravond samen met onze vrienden door het dorp, waar het jaarlijkse Festa Petita volop aan de gang is. Elke lokale ambachtsman heeft een kraampje om zijn nostalgische (voedings)waar aan de man te brengen. La Trobada de Gegants (De parade van de Reuzen) was dit jaar extra feestelijk i.v.m. het 25-jarig bestaan van het Poppengilde uit ons dorp Macanet. Het zijn oude Middeleeuwse rituelen die dapper in stand worden gehouden, als tegenwicht in een wereld waar alles sneller en vluchtiger gaat. Iedereen neemt deel, maakt tijd voor een praatje, koopt wat rommel en drinkt een stevig glaasje.

Ik kan erg genieten van zulke kleinschaligheid en kneuterigheid. Het dorpse cultuurhuis is open, er hangt een foto-expositie van de bekende dorpsmensen, in het kerkje wordt een kaarsje opgestoken voor de afwezigen. Een pottenbakker maakt voor de kinderen een eenvoudige vaas of koffiemok, een vleugje penetrante lokale schapenkaas teistert je neusgaten en de worstenmaker deelt royaal plakjes bloedworst uit.

Nog twee korte weekjes apenrotsen en dan lonkt Zuid-Amerika, vol met cultuur en avontuur. Ik ben er klaar voor.

Nada

Ik was zojuist bezig mijn stukje bij te werken, over Messi en over Tunateca, een nieuw fantastisch restaurant in Barcelona dat alleen maar tonijn serveert. Maar het stukje was helemaal niks, nada. Ik struikelde als een pas geboren girafje over mijn eigen woorden. Ik zal jullie er niet mee lastig vallen.

Daarom vandaag alleen een videootje van Marianne Zwagerman over laagopgeleiden. Het kwam deze week voorbij en misschien heb je het gemist.

Laagopgeleid

Lentekriebels

Het is ondertussen al april en nog hebben we geen fatsoenlijk lenteweer gehad. Zelfs in Spanje hebben we meestal in maart al een paar daagjes op het strand vertoefd, maar nu is de warmte nog niet echt neergestreken. El Niňo is een fascinerend natuurverschijnsel, maar niet in mijn achtertuin s.v.p.

Gister vlogen we over de Pyreneeën met Ryanne Air en er ligt nog 2,5 meter sneeuw op twee uur rijden van ons huis. Ik zag Marion tevergeefs oogcontact proberen te maken, maar vijf rijen achter haar dook ik weg achter de Ipad. Ik ben al vier keer geweest dit jaar en je kunt op je 55e ook overdrijven met dat ski-gedoe. Over een week of zes moet ik met een rugzak door Peru en Bolivia en dat lijkt me best lastig met een kniebrace, nekband of schouder-mitella. Ik wil zon!

Tot mijn grote vreugde en verbazing had Ibrahim alle klussen perfect afgewerkt. De tuin was minutieus gemaaid, het zwembad was kraakhelder (pas 12˚C, brrr.) en mijn helft van de garage hagelwit geverfd. En dat zonder doorgebrande apparatuur of meegeverfde fitness-toestellen. Hij was er terecht supertrots op, want het is een unicum in onze 13-jarige klus carrière. Er is normaliter altijd wel iets wat kapot gaat, of zoals Amerikanen zeggen: Collateral Damage. ‘Dat vinden wij niet erg, dat vinden wij heel bijzonder’. Het is ondertussen onderdeel van onze Rosamar folklore.

Vandaag gaan we dan eindelijk aan de bak om Rosamar uit de winterslaap halen. Het antivries-doek kan nu pas van de kwetsbaarste planten af, de aardewerk potten worden gevuld met een half tuincentrum aan vrolijk plantjes en de hogedrukspuit maakt overuren om alles sauber und rein zu machen. Marion heeft uiteraard een strak plan en bijbehorend lijstje opgesteld, want deze week is onze enige kans om Rosamar zomerfähig te maken en klaar te stomen voor de AirBNB-invasie. We zijn als de dood voor slechte recensies op Tripadvisor, want dan valt ons businessmodel om…

Vorige week liep ik met Marion op vrijdagavond door een nagenoeg verlaten mega-Intratuin in Elst. Het leek wel of er een ophokplicht voor treurige ANWB-stelletjes was afgekondigd, want nergens zag ik Henk en Ingrid met drie bakjes viooltjes in een te grote winkelwagen rondstruinen. Het zal best een strop zijn voor de tuin-Ikea’s van Nld, want niemand wil in de tuin werken met striemende slagregen. Wat ik er zelf deed? We hadden tuinkussentjes voor Spanje nodig…. kussentjes.. ik weet het.. Soms word ik badend in het zweet wakker. In mijn nachtmerrie word ik door Marion met een kussen gesmoord. Aan de hemelpoort vraag ik aan Petrus of er daar ook zo veel kussens zijn…. Als hij dat ja knikkend toegeeft, vraag ik hem: ‘Wat is dan het verschil met de hel?

Dadelijk ga ik eindelijk weer eens een potje tennissen met vriendje Gerard. De winterstop duurde bijna drie maanden en per persoon drie kilo. Ik zal voorzichtig beginnen, anders stamp ik scheuren in zijn betonnen ondergrond. Natuurlijk blijft hij op zijn hoede, want hij heeft nog wat tegoed van mij, naar aanleiding van zijn “huis-verkoop”-grap. En wraak heeft altijd de zoete smaak van volrijpe aardbeien. Het jammere is dat hij onbedoeld een vooruitziende blik heeft gehad.

Ik overweeg namelijk om Rosamar te verkopen en de reden is eigenlijk een beetje een anti-climax. Vorig jaar ben ik begonnen met een nieuw bedrijf, De Groene Artisanen. En eerlijk is eerlijk, het kost altijd veel meer tijd en ook geld dan je vooraf inschat. We draaien best okay, hebben mooie locaties en dito klanten, maar ik wil eigenlijk wel wat harder doorgroeien. Om dan over een paar jaar de bekende strik eromheen te doen en definitief naar Spanje te vertrekken. Voor die snellere groei heb ik meer liquiditeit nodig en de huizenmarkt is in Spanje weer aardig aangetrokken. Ik heb te weinig tijd om veel van Rosamar gebruik te maken en ook Marion werkt zomers steeds vaker door.

Er is echter één probleem. Marion is nog niet helemaal op de hoogte van mijn voorgenomen besluit. Het kan best wel rauw op haar dak vallen. Dus ik ga nu snel tennissen en meld me straks weer op Rosamar. Misschien vliegen er wel honderden kussentjes door de lucht. Wordt vervolgd….

ALARMA!

Hèhè, het is eindelijk gebeurd. We hielden er al 13 jaar rekening mee, maar het kwam toch onverwacht. Op slimme wijze is er bij Rosamar ingebroken, ergens in de vier weken dat we er niet waren. Het klinkt misschien raar, maar er is ook iets van opluchting. Dan hebben we het maar gehad.

Er zijn niet veel huizen permanent bewoond om ons heen. Achter ons woont sinds twee jaar een gepensioneerd Frans echtpaar, die we na een korte kennismaking alleen nog vriendelijk groeten: “Ooievaar!”(au revoir). De man des huizes gaat altijd zijn tomatenplantjes schoffelen als Marion en haar vriendinnetjes in de namiddagzon ‘Oben Ohne’ een siësta doen. Hij doet zijn bijnaam Pierre Glûre eer aan. De rest van de buren komt soms in de weekenden of helemaal niet.

Omdat we in 2005 zijn begonnen met alleen maar weggegeven overblijvertjes als meubilair voldeed een minimale huisverzekering. Maar in de loop der jaren hebben wij de Ikea in Badalona veelvuldig geplŭnderd en er een volwaardig huis van gemaakt. Drie jaar geleden hebben we er een flink stuk aangebouwd, de Royal Suite, zodat we ook een beetje privacy hebben in drukke tijden. Wij happy en ook de caravaan van terugkerende vrienden en familie blij. Ik heb toen overwogen om een alarminstallatie aan te leggen, want het dievengilde is tegenwoordig vaker actief in de niet-toeristische gebieden. Maar je raadt het al, behalve mooie voornemens hangt er één nep-camera en één live-camera, waarvan de app op mijn telefoon het na twee jaar nog steeds niet doet… Alarma nada. Onder Marion’s kant van het bed ligt een honkbalknuppel met Barcelona-logo en in het nachtkastje een spuitbusje Pepperspray. That’s all.

Toen we vorige week zaterdag aankwamen, viel me eerst niets op. Pas toen ik naar de achterkamer liep, vroeg ik me af waarom we de boel zo slordig hadden achtergelaten. Niet op z’n Marion’s zal ik maar zeggen. Toen pas viel het kwartje, want het rolluik en de schuifpui stonden half open. Alle laatjes en kledingkasten waren doorzocht en op het bed lagen allerlei lege brillenhoezen symmetrisch naast elkaar. Ik ben niet vaak complimenteus, maar ik wil de inbraakheren oprecht bedanken. Wat een mooie, nette klus! Geen puinhoop, geen rommel, geen sporen. Chapeau! En dan al die moeite voor 6 zonnebrillen en een oud MP-3 spelertje. En onze trouwringen! Van goedkoop zilver en bij elkaar €12,= gekost. Slechts één dag gedragen. Als nieuw!

Wat natuurlijk volgt, is een heel pandemonium aan acties: in het dorp even de politie opgezocht, die meteen meeging, volgende dag recherche voor sporen, daarna aangifte doen en mannetje laten komen om deur en rolluik te repareren. Schijnbaar is er een professionele bende aan de gang, die van dorp naar dorp trekt en de jatters zijn alleen maar snel op zoek naar sieraden, geld en kleine waardevolle dingen. De laptop en de TV in onze slaapkamer hebben ze gewoon laten staan. En de rest van het huis durfden ze niet aan in verband met de camera’s en evt. alarm. HAHAHA! Die komen niet meer langs bij Rosamar. Veel te magere opbrengst.

En nu? Het alarm gaat er nu wel komen, maar verder verandert er niet zo veel. Voel me niet onveilig in huis, heb er ook geen last van dat ze in mijn slaapkamer hebben rondgesnuffeld. Marion ook niet, maar die is niet bang uitgevallen. Gelukkig maar, want ze is hele zomers grotendeels alleen. En nu Ibrahim weer terug is van drie maanden fruit plukken in Andalusië zal er ook doordeweeks meer reuring rondom Rosamar zijn. Nog geen idee hoe ik hem de werking van het alarm ga uitleggen…

Omdat het jatten van andermans spullen zo ver van mijn waardes afstaat, vraag ik me altijd af wat voor type mensen dat doen. Krijg je geen scrupules als je dingen meeneemt waarvan je kan inschatten dat iemand er ontzettend aan gehecht is? Wat heb je mee gekregen in je jeugd van je ouders? Wanneer ben je voor het eerst die lijn overgestapt? Je eerste diefstal. Een pak melk? En de volgende keer? Twee? En daarna was alles een makkie?

Zo’n inbraak is vervelend, maar meer ook niet. Kwestie van helaas pindakaas. Er zijn mensen om ons heen ziek, die zich graag druk zouden maken om een paar zonnebrillen. Dus: Praede diem!

Handdoekje leggen

Het is wat, zo’n druk leven waarin je niks wilt missen. Nu zijn we weer in Torremolinos beland, die parel aan de Costa del Sol. Met in de nabije omgeving andere hidden secrets als Benalmadena, Fuengirola en Mijas Costa.

We komen er graag. We zijn altijd welkom bij neef Bart, Isa en tante Marijke en de Andalusische levensstijl is nog ongedwongener dan de Catalaanse variant. De vliegbus zat vol met Carnaval-ontwijkende Brabo’s, gokkend op een beetje zon. Het nieuwe handbagage beleid van Rianne begint alweer gezeik op te leveren. Door sluw de gele bagagestickers eraf te trekken mochten onze rolkoffertjes nog mee bovenin, maar dat zal niet lang meer duren. En extra betalen voor prioriteit is geen optie…

Een interview met de directrice van Neckermann bezorgde mij een deprimerende vlucht. Ze heeft een oplossing voor de chaotische toestanden rond de mega-zwembaden bij de grote resorts. Ik kijk soms verbijsterd naar filmpjes waarin vakantiegangers als een roedel hongerige wolven staan te trappelen om handdoekje te leggen. Elkaar tackelend werpen zij zich op een setje lichtbedden, de handdoeken lancerend als een torador die zijn stier ophitst. Om daarna, nog dronken van de adrenaline, te gaan ontbijten. In de All You Can Eat All Inclusve ontbijtzaal van Miramar Grand Resort.

Ik hoef me er niet aan te ergeren, want ik zal er nooit meer komen. Ik heb ooit in Mexico een paar ochtendjes de handdoeken van al die bezette ligbedden op een hoop naast het pierenbadje gegooid, om dan na het ontbijt een effect-analyse vanaf mijn balkon te maken. De spanning liep hoog op als Arend en Bertha knus op de bedjes lagen van Kevin en Charity lagen, die pas om 11.30 uur kwamen aankakken. Van pure verveling had ik om 14.00 uur ‘s middags al 4 Piña Colada’s achterover geklokt en kon ternauwernood lopend het All You Can Eat Taste The Same avondbuffet halen. Het was meteen All-Out voor ons.

Carola, de kordate hotelvolpropper van Neckerman, had een handig online-reserveringssysteem ontwikkeld. Zodat je voor €25 vooraf via een app kon kiezen welk ligbedje de hele vakantie voor jou was. Alleen voor jou, verboden voor iemand anders. Er zat ook een handige tool bij waarin je een virtual tour kon maken rond het zwembad om te kijken welke plek het beste bij je paste. “Het loopt storm”, aldus Carola.

Al mijn toekomsthoop voor de menselijke diersoort is weer als een natte handdoek verdwenen. Wat zijn wij toch een stelletje ongelooflijk zielige stumpers. Kuddedieren, dommer dan die duizenden gnoes die zich elk jaar massaal in woest stromende Afrikaanse rivieren storten. What’s next? Een app zodat je als eerste 78 saté-stokjes van het buffet mag opstapelen op je bord? Een voucher om al 4 uur voor opening over de huishoudbeurs te mogen rennen met een grote rolkoffer? Een Pamper-alert als de luiers in de aanbieding zijn bij de Aldi?

Iedereen beleeft zijn vakantie anders. Maar het is toch niet de bedoeling dat je juist in die spaarzame vakantieweken hartslag 200 krijgt van handdoekje leggen? Je hebt je toch de takkes gewerkt om effe uit de sleur van Debiteuren Crediteuren te zijn? Durft niemand in je naaste omgeving meer een correctiegesprekje met je voeren? “Kom op Wesley, het is niet de parkeerplaats van de meubelboulevard op 2e pinksterdag?”
Misschien is thuisblijven en intensieve therapie een betere optie.

Vrijdagavond was het weerzien met de vriendenkring van Bart en Isabel weer even hartelijk en gepassioneerd als altijd. Op zijn Andalusisch werd er tot laat geproost, op heerlijke tapas geknabbeld en vurig gediscussieerd. Catalanen zijn weer een beetje minder populair geworden door het onafhankelijksstreven. Maar onze uitnodiging naar Rosamar te komen voor een weekendje Catalunya werd door alle 10 met ‘¡OLÉ!’ ontvangen. Misschien kunnen Marion en ik namens Catalunya met een charme-offensief de Ruptura Social(sociale breuk) met de rest van Spanje een beetje herstellen.

En nou moet ik mee met Bart, Isa en Marion om de ‘Caminito del Rey’ te gaan wandelen. Drie uur over een houten geitenpaadje langs steile rotsen glibberen. Bij sommige attracties in de Efteling staat een minimum lengte of een maximaal gewicht vermeld. Met een beetje mazzel…..