Opvliegers

Ik raak steeds verder ontregeld door dat mooie weer. Ik kan dat Spaanse hutje beter verpatsen als het zo mooi blijft. En Ryanair werkt ook al niet meer mee.

Het Ierse bedrijf is al een jaar of 30 actief in de luchtvaart, maar de laatste 10 jaar gaat het echt hard: van 42,5 miljoen passagiers in 2007 naar 120 miljoen in 2017. Daarmee zijn ze grootste maatschappij van Europa. De baas is Michael O’Leary, een klein onderkruipseltje die schijt heeft aan iedereen, als de resultaten maar goed zijn. Hij is grof gebekt, bot naar zijn personeel, hekelt vakbonden en is niet vies van een relletje. Toen Alitalia voor de zoveelste keer bijna failliet ging, plakte Ryanair op zijn Italiaanse vliegtuigen de tekst: Bye Bye Alitalia.

Ryanair wil in marketingtermen alleen maar Costleader zijn. Daarvoor moet alles wijken, zelfs klant-tevredenheid (Customer Intimacy) of perfecte service (Operational Excellence). Gewoon goedkoop vliegen en niet zeiken. Eigenlijk werken ze volgens een oude salestechniek uit Amerika; Triple-F. Dit staat voor: Find them, Fuck them and Forget them. Op zijn Hollands: zoek nieuwe klanten, laat ze erin trappen en vergeet ze (draai je om, loop weg). Er zijn zelfs Nederlandse bedrijven die dit lang hebben volgehouden, maar ze zijn allemaal failliet of weggevaagd; DSB-bank is een mooi voorbeeld.

Tot zover de masterclass Saaie Weetjes. Het wordt tijd voor de reizigers-insights. We zijn grootgebruikers met meer dan 500 vluchten in de afgelopen 10-12 jaar en hebben alle trucs al een keer mee gemaakt. En toch werden wij vorige week ouderwets verrast door een rits van 10 annuleringen. Allemaal in de periode november tot en met maart vanaf Eindhoven, terwijl Weeze ’s winters ook al niet vliegt naar Girona. Vervelend? Ja. Erg? Nee. Dan vliegen we maar een keertje minder. Ik vind het altijd intens zielig voor mensen die eindelijk een weekendje weg gaan of een jong gezin met krijsende kinderen die dringend toe zijn aan Hotel Marisol in Malgrat de Mar.

Ook al zijn we nog zulke loyale klanten, ik weet zeker dat de Chef Algo-Ritmen bij Ryanair een pesthekel aan ons heeft. En helemaal aan Marion, die uitgekookte boekingsbitch. Elke truc die ze uithalen, elke ontmoedigingspoging om geld terug te krijgen, elke debiele verandering van regels; volkomen kansloos. Omdat Marion alles omzeilt (geen koffers, geen priority, geen stoeltoewijzing etc. etc.) waren we dit jaar gemiddeld minder dan € 65 retour kwijt. Ze verdient zelfs nog aan de annuleringen. En die twee uur niet naast elkaar kunnen zitten, vind ik wel fijn. Soms vragen vliegburen of ik misschien naast Marion wil zitten. Na mijn antwoord (“liever niet”) heb ik meestal twee uur lang geen last meer van ze.

En nu valt Ryanair zwaar in zijn eigen mes. Te veel lak hebben aan je eigen medewerkers breekt je vroeg of laat op. In economisch mindere tijden, als iedereen blij is met werk, kom je er misschien nog mee weg. En ontevreden klanten kiezen soms toch voor de goedkope deals. Maar ontevreden medewerkers kunnen je bedrijf kapot maken. Zeker als ze gaan staken en daarmee een kettingreactie aan annuleringen in gang zetten. Nu al een paar keer in korte tijd. Want bij Ryanair werkt het personeel volgens het Triple-D principe: Dumb, Dirty and Demeaningfull: dom, vies en zinloos werk. Dus niet zeiken. Geen eisen stellen. Bek houden.

Als Ryanair niet begrijpt dat je daar anno 2018 niet meer mee wegkomt, zijn ze op lange termijn ten dode opgeschreven. Zelfs Aldi en Lidl zijn van horkenbedrijven overgegaan in moderne bedrijven met een doordacht HR-beleid. Anders houd je geen hond meer binnen. En met toenemende schaarste en vergrijzing op de arbeidsmarkt heb je ook geen keus. Meedoen(maar wel gemeend) of afhaken. Zeventien Nederlandse piloten kregen vorige week te horen dat hun basis in Eindhoven per 5 november dicht gaat. En dat ze dus vanuit een ander land moeten gaan vliegen. Compensatie? Alleen de vlucht naar de nieuwe basis. Verder niks, geen verhuiskosten of buitenlandtoeslag.

Elk nadeel hep zijn voordeel, is een mooie Cruyffiaanse uitdrukking. Begin december gaan we nu als alternatief een weekendje naar Talinn. Talwie? Talinn, de hoofdstad van Estland, aan de Finse Golf. Niet omdat het moet, maar omdat het kan. Met wie we vliegen..? Met Ryanair voor € 24,99. Was het goedkoopst. Als het doorgaat..

Kathedraal van de zee

We zitten op Netflix! Ja, die zagen jullie niet aankomen, hè? Al jaren proberen mijn dochters de voordelen uit te leggen, maar ik was er schijnbaar nog niet aan toe. Ik ben nogal verslavingsgevoelig en kan sommige prikkels beter uit de weg gaan.

Tuurlijk hadden ze alles al uitgelegd en de meest fantastische series de hemel in geprezen. Narcos, Breaking Bad, House of Cards, Peaky Blinders, La Casa de Papel, The Crown en God weet wat nog meer. Maar wij kochten nog gewoon een DVD-box met 4 blinkende schijfjes die we dan 1 voor 1 in de kerstvakantie op een Spaanse bank verorberden. Penoza 3 als seizoen 5 net is afgelopen, Homeland 4 tijdens jaar 6 en alles van House en Broadchurch. Lekker ouderwets, maar we hadden niet het gevoel iets te missen.

Maar nu we mogen meeliften op het abonnement van Anne-Roos, zijn we los. Getriggerd door de serie Kathedraal van de Zee, de verfilming van het magistrale boek van Ildefonso Falcones. Samen met de Stad der Wonderen (Eduardo Mendoza) en Ik geef je de Aarde (Chufo Llorens) al jaren onbetwist in mijn Top 3 van mooiste boeken. En niet toevallig alle drie boeken over de geschiedenis van Barcelona. Gisteravond meteen 2 delen bekeken, vanavond weer twee. Ik voel meteen de dwangmatige neurose opkomen om nachten over te slaan en door te kijken. Binge watching in optima forma. Gelukkig dwingt Marion mij tot samen kijken en wordt het geen nachtwerk.

De Kathedraal van de Zee wordt in Barcelona Santa Maria del Mar genoemd. Het ligt in het hippe wijkje El Born en wordt na jaren van verwaarlozing weer langzaamaan een mooi kerkje. We gaan er best vaak naar toe, om aan vrienden te laten zien of een kaarsje op te steken voor onze dierbaren die al zijn gaan hemelen. Daarna gaan we meestal voor een glaasje cava en tapas bij El Xampanyet of een lekker lunch bij Senyor Parellada, allebei om de hoek. Tuurlijk kan La Santa Maria niet tippen aan de magische Sagrada Familia, maar je wordt er in ieder geval niet door 20.000 Japanners en Koreanen omver gelopen.

Tot zover de gratis toeristische tips. Waar het vandaag echt om gaat, is een zorgelijke persoonlijke ontwikkeling. En ik ben ook bang dat het leeftijd gerelateerde starheid is. Netflix is er een voorbeeld van. Je maakt jezelf en anderen met een beetje dédain wijs dat het niets toevoegt. Een modegrilletje wat wel zal overwaaien. Een tijdelijke hype, net zoals Snapchat en Instagram. In de marketingwereld is er een term voor: Laggards. Als 85% van de mensen allang zijn begonnen met de nieuwste trends, komen deze dinosaurussen pas in beweging.

Maar het gaat veel verder dan dat. Ik zat 10 jaar tegen een foeilelijk, bruin, aftands tuinhuis aan te kijken. En heb hem nu in drie weken omgetoverd tot een strakke trendy antracietgrijze parel. Als we er nu naar kijken, vragen we ons echt af waarom we dit niet eerder hebben gedaan. Nog een voorbeeld: we hebben 17 jaar geen lamp boven de eettafel in de huiskamer gehad. Uiteindelijk vorig jaar een Leen Bakkertje van 87,= erboven gehangen. Een verademing, we kunnen gewoon lezen aan tafel. Ook hebben we sinds vorige eeuw een kapotte zonnebank op de logeerkamer gehad. Voor spinnen en stof een heerlijk onderkomen, totdat hij bij het grofvuil belandde. Waarom zo lang gewacht? Waar zit de blind spot in mijn hoofd?

Mijn grote gasfornuis heeft nog maar 3 van de 5 pitten die werken. Ik ben er handig in geworden en kook er makkelijk voor 15 man op, maar kan ook voor een prikkie het flutding vervangen. Laat ik maar ophouden, want ik begin serieus aan mijn verstandelijk vermogen te twijfelen als ik nog meer opschrijf. Is het misschien een ‘late life’ opleving dat ik me er ineens van bewust ben? Word ik van een extreem zelfverzekerde narcist misschien een ultrasofte twijfelkont die alles op een weegschaal legt? Voor elk overtuigend Ja ook een peinzend Nee? Hoort het bij ouder worden? HELP!

Gelukkig heb ik een relativerende, back-to-earth partner, die zorgt voor een niet aflatende stroom van verbeterpuntjes. Hoef ik het zelf niet te verzinnen. Beter. Denk ik…

Siësta

Zo, daar ben ik weer. En op tijd. Ik proefde bijna iets van opluchting bij jullie vorige week, zo snel stroomde de likes binnen na mijn advies om maar lekker te gaan slapen, bij gebrek aan column. Best raar; hoe relaxter ik leef, hoe lastiger het is om iets af te maken.

De afgelopen dagen is het rustig geworden op Rosamar. Iedereen is weer vertrokken, het huis is stil, het zwembad hoeft niet meer bijgevuld te worden na de zoveelste bommetjes-wedstrijd. Marion en ik werken een lijstje af met Things To Do, zoals altijd minutieus en nauwkeurig door haar samengesteld. En ik probeer als vanouds alle tijd te besteden aan de leuke klusjes, om maar geen tijd over te houden voor opruimen, kleren kopen of schoonmaakwerkzaamheden. Zo heb ik in een paar dagen tijd, eerst nog met hulp van Bas, een mooi nieuw houthok in elkaar geknutseld. Funderinkje leggen, houtpakketje kopen, in elkaar schroeven, uitlijnen, vastzetten en dat alles onder het spiedend oog van Marion natuurlijk kaarsrecht en waterpas. Nu het haardhout nog bestellen, anders ziet het er een beetje sneu uit.

Ik had er ook alle tijd voor, want het duurbetaalde Spaanse internet lag er weer eens twee dagen uit. Hoe zouden we in Nederland of Duitsland reageren als we twee keer per maand een dagje niet online zouden kunnen zijn. Daar komt dan nog bij dat de ADSL een slakkensnelheid heeft van 1,3 MB. Alles al aan geprobeerd te verbeteren, maar geen provider krijgt het sneller voor elkaar. Als ik ’s morgens de router reset en vervolgens de krant download, kan ik nog rustig koffie zetten en op de buitenplee een halve haan afvoeren. Je hoort nog net niet de ouderwetse knerpende geluiden van die oude modems op de achtergrond, maar het effect is hetzelfde. Als je moet inloggen op de server van je bedrijf is tussen 03.00 en 05.00 uur ’s morgens een redelijk kansrijke tijd.

Gistermorgen kwam dan eindelijk de storingsdienst voorrijden om het euvel te verhelpen. Dan komt er altijd een vriendelijke Peruaan of andere Zuid-Amerikaan je probleem verhelpen. Geen Spanjaard die zich daar nog voor leent, want je moet ook wel in de houten telefoonpalen kunnen klimmen om te kijken waar het fout gaat. Ruim twee uur klom Rodrigo langs alle masten in de wijk, maar de bikkel hield vol en loste het op. Nog even aardig kletsen, nieuw routertje geritseld en nu al 18 uur geen probleem.

Het is soms verbijsterend hoe primitief Openbare Werken in Spanje zijn geregeld. Er komt nog steeds twee keer per week een tankwagen de wijk inrijden om de bewoners van drinkbaar water te voorzien, want het leidingwater is zwaar vervuld met metalen en roest. Elke week ligt een paar uur de stroom eruit, omdat ergens een illegaal plantenkwekerijtje iets te veel prik aftapt. En ondertussen zit ik alweer 3 jaar op aardgas te wachten. Nog geen oplossing in zicht, dus het sjouwen met dure gasflessen zal voorlopig nog zo blijven.

En toch raakt het ons minder hard dan als in ons andere thuis. Want de zon schijnt, er is altijd wel een leuk restaurantje om te lunchen, Barcelona is niet ver weg en bootje varen met vriendje Gerard is ook geen straf. Dobberen in het zwembad is ook een uitstekende remedie tegen oprispende stressgevoelens. Als ik er met mijn buurman Manuel over praat legt hij eigenlijk alles uit in één paar woorden: ‘Frank, esto es España!’ Ik heb deze week het taaie, maar eerlijk geschreven boek van George Orwell over zijn tijd in Spanje gelezen (Saluut aan Catalonië) en ook hij had hetzelfde gevoel: ‘Wat een ongeorganiseerde bende (mañana, mañana), maar wat een heerlijk land! Zelfs in de chaotische tijden van de Spaanse Burgeroorlog.’

Daarom zien we er allebei huizenhoog tegenop om maandag weer terug te vliegen. Alles gaat dan meteen twee tandjes sneller; het werk, de mail, de planning, het verkeer, de telefoon. Maar waar we allebei het meeste tegenop zien? De Nederlandse lunch. Hup, snel broodje kaas, bekertje melk en doorrrrrrrrr. Hier is het een 3-gangen menu, slokkie wijn erbij en dan even uurtje siësta. Maar het is onontkoombaar, we moeten terug. Dus als jullie ons volgende week rond 15.00 uur even kwijt zijn…..

Peru – Bolivia hoofdstuk 6: de Inca’s.

De afgelopen dagen hebben wij ons ondergedompeld in de Inca-cultuur. De Inca’s hebben eigenlijk maar 150 jaar in een groot gedeelte van Zuid-Amerika geheerst, maar hun prestaties en technieken zijn zeker voor die tijd ongevenaard. Het was één van onze hoofddoelen van deze reis.

Het begon woensdag, na vertrek uit hun oude hoofdstad Cusco, met een bezoek aan de ruïnes van Pisac. De meeste bouwwerken van de Inca’s liggen bijna allemaal hoog in de bergen op haast onneembare plekken. Best logisch, want echt populair waren ze niet, die jongens. Door een strenge militaire discipline en het onderwerpen van andere volken was het slimmer om van bovenaf te kijken wie in de tegenaanval ging.

Waar ze vooral goed in waren, was van elke rivaliserende cultuur de slimste techniek en wetenschap jatten en zich eigen maken. Zo werden ze zelf meesters in waterkunde en irrigatie (Paracas), bouwwerken en astrologie(Nazca) en landbouw (Huari).Daarnaast waren ze goed voorbereid op natuurrampen (aardbevingen) en hongertijden. Totdat de Spanjaarden rond 1500 kwamen en de pest, cholera en de gele koorts meebrachten. Toen was het snel gedaan met de laatste Inca’s. Het was de genadeklap voor een groot volk, dat zelfs al hersenoperaties uitvoerden. Er staat helaas niets op schrift en dat maakt het nog steeds een groot mysterie.

In Pisac was goed te zien hoe de Inca’s slimme bouwtechnieken toepasten. Ze verstevigden de bergen met de typische terrasen, om daarop hun huizen en tempels te bouwen. En opslagschuren voor hun voedsel, vooral groentes. Dat was hun werkelijke rijkdom, het goud en zilver was alleen leuke decoratie en had geen handelswaarde. De Inca’s verbeterden honderden gewassen op een manier waar de Wageningen Universiteit nu nog groot tespect voor toont.


Na Pisac en een korte tussenstop voor een heerlijke lunch, kwamen we aan in Ollantaytambo, waar we twee dagen verbleven in een simpel maar prettig hostal. Ook dit oude dorp liet de bouwkunsten prachtig zien, maar ook slimme irrigatietechnieken en vers water voor elke woning. Het was ondertussen wel duidelijk dat de Inca’s geen ‘Legdays’ in de sportschool hielden, want mijn al forse ballonkuiten klapten bijna uit elkaar van de honderden traptredes omhoog en omlaag…


Vrijdag hebben we een prachtige toer gemaakt met een privé-chauffeur vanuit Ollantaytambo naar het Inca-foodlaboratorium in Moray en de zoutwinning van Maras. Vooral Moray was onvoorstelbaar. In drie grote ‘amfitheaters’ werden groentes gemodificeerd om op grote hoogte te kunnen overleven. Elk terrastrede had zijn eigen micro-klimaat en elk jaar schoof alles een verdieping omhoog. Na 10 -15 jaar waren planten die normaal op zee-niveau worden geteelt klaar om te worden verspreid over het Inca-rijk, hoog in de bergen. Ook de zoutwinning van Maras, uit een onverklaarbare zoute bron die uit de bergen druppelt, was fascinerend en vroeger superhandig om lamavlees te conserveren.



Om de dagtrip af te ronden aten we op het grappige pleintje van Ollantaytambo eindelijk dan cuy; cavia. Het was niet te naggelen en leek eerder op muffe rat dan een heerlijke delicatesse. Met voorsprong het ranzigste van deze reis. Daarna vertrokken we met een soort van Efteling-treintje naar Aguas Calientes, de toeristische toegangspoort naar Machu Picchu. Het ritje werd van 1,5 uur duurde uiteindelijk 4 uur, omdat er ‘s morgens een trein was ontspoord. Wij bleven gelukkig wel op de rails en kwamen heelhuids aan.



En gister hebben we dan Machu Picchu bezocht. Na al het ‘Inca-geweld’ van de dagen ervoor, waren we bang dat het tegen zou vallen. Maar we zijn van onze sokken geblazen! Wat een ongelooflijk bouwkundig fenomeen! Alle superlatieven schieten tekort om dit wereldwonder te beschrijven. We deden twee keer de hele ronde, soms in de mist, dan weer in de felle zon. De foto’s doen geen recht aan de grootsheid van dit pas in 1911 ontdekte bouwwerk. Je voelt je als moderne mens bijna minderwaardig aan dit machtige volk.


Straks, om 5 uur ‘s nachts, worden we opgehaald voor het laatste blok van deze waanzinnige reis. We gaan 5 dagen het Manu-National Park in, midden in de Amazone. Met kano’s, zonder stroom. Met muggen, zonder douche.. Van de buitenwereld afgesloten, zoals vroeger zovele Indianenstammen.

Dus ik sla woensdag over, want ik kan toch nergens uploaden. Kan Manu NP het overweldigende Machu Picchu nog overtreffen? Je hoort het volgende week zondag!

Peru-Bolivia hoofdstuk 5: brokkenpiloten en koeienneuzen

Gisteren hebben wij Bolivia vaarwel gezegd en ik denk voorgoed. Dat klinkt wellicht zuur, maar het is anders bedoeld. Van sommige landen weet je gewoon dat de kans klein is dat je er nog een keer terugkomt. En dat zal voor Bolivia ook gelden: we hebben de belangrijkste dingen gezien, een prachtige tocht gemaakt over de zoutvlaktes van Uyuni en genoten van La Paz en Sucre. Tick the box. En doorrrrrrrr..

Zondag hebben we de ochtend relaxed doorgebracht in Uyuni, maar dit kleurloze provinciestadje leeft alleen voor het toerisme en het zout. Rond de middag stapten we in de lokale bus voor een lange reis naar Potosí, door diepe dalen en hoge bergen tot over de 4500 meter. Gelukkig was deze chauffeur geen Niki Lauda en kwam Marion 4 uur later ongeschonden uit de bus in Potosí. Deze plaats is de zilverhoofdstad van de wereld geweest en helemaal leeggeroofd door de Spanjaarden, terwijl de locals als slaven in de mijnen moesten afzien. We hadden al besloten er niet te overnachten en vanuit de bus gezien was dat de juiste beslissing.

Het tweede ritje van de dag duurde ook bijna 4 uur, maar deze brokkenpiloot had suïcidale neigingen, die vanuit mijn zitpositie goed te volgen waren. Ik heb nog nooit iemand zoveel volstrekt kansloze en levensgevaarlijke inhaalmanoevres zien uithalen op een bergweg zonder overzicht. Hij gokte er gewoon op. Regelmatig moest hij vol in de ankers om niet frontaal op een tegenliggende vrachtwagen te knallen. Ik snap nu waarom er in Boliviaanse bussen een afgesloten deur zit tussen chauffeur en passagiers. Elk gezond denkend mens zou zo’n ‘Jos Verstappen’ op een recht stukkie met een panfluit knock out slaan. Maar goed, we hebben het gered en Marion heeft de MK-kotszakjes niet gebruikt. Een diepe buiging..

Na de late aankomst in Sucre was het een snelle hap en naar bed in een prachtige koloniale Hacienda. We hadden alleen de volgende dag om dit mooie witte plaatsje te bezichtigen en dus waren we weer vroeg op pad. Helaas waren de belangrijkste must-sees op maandag dicht of werden ze gerenoveerd. Het bezoek aan het Museo del Tesoro leerde ons veel over de goud- en zilverwinning en we zagen prachtige sieraden. Toch zullen we alleen het rare paardenhinnikje van de gids, aan het eind van elke zin, herinneren als we voortaan aan het Museo denken. We kregen er de slappe lach van.. De Mercado Central was daarna een heerlijk drukke belevenis, met rare producten als koeienneuzen.



‘s Avonds zaten we alweer op het lokale vliegveldje voor de korte vlucht naar la Paz. Het was, ondanks de spaarzame vluchten, een hilarische chaos. Er kwamen drie vliegtuigen aan, waarvan de passagiers over het asfalt naar de hal moesten lopen. Tegelijkertijd mochten de vertrekkende passagiers via één gate naar buiten en gokken welke vliegtuig ze moesten nemen. De controle was zo slecht dat je bijna alles mee aan boord kreeg. Bovenaan de vliegtuigtrap stond wel een verveelde luchtkelner op pumps, maar je mocht zonder boarding card gewoon doorlopen. Het vliegtuigje was voor 48 man en ik moest bukkend naar onze plaatsen achterin. Een uurtje later waren we al in La Paz.

Ook dit was een noodgedwongen bliksembezoek, omdat er alleen vanaf La Paz rechtstreeks naar Cusco in Peru gevlogen kan worden. Het was onrustig in de hoofdstad van Bolivia i.v.m. stijgende benzineprijzen en studentenonrusten. De volgende ochtend maakten we dat we wegkwamen, omdat er wegblokkades waren voorspeld. De hele uitgaande weg stond vol met oproerpolitie, klaar om in te grijpen. En dus was het rondje Bolivia klaar. Het is een fascinerend land, maar r(a)uw, vuil en veelal armoedig. Voor de inwoners continu a struggle for life. En misschien waren deze dagen door ons iets te vol gepland. Lesje geleerd..


Cusco, onze volgende bestemming in Peru, is een aangename opvolger. Het is het hart van de Inca-cultuur en uitvalsbasis voor Machu Picchu, de Amazone-natuurparken en ook bv. voor Vinicunca, de Regenboogberg. Natuurlijk is het toerisme de belangrijkste bron van inkomsten en dus is alles daar (te) veel op gefocusd. Maar het is erg prettig vertoeven en we hebben heerlijk genoten van een vrije en warme dag. Ik heb zojuist 2 kilo zeer vuile kleren afgegeven bij een lokale wasserette en die brengen het over 2 dagen keurig naar het hotel. Voor 16 Sol, een euro of 4…..


Vandaag gaan we voor een tour van drie dagen naar de Heilige Vallei, Aguas Calientes en natuurlijk Machu Picchu. Allemaal Unesco Wereld-erfgoed. Zondag horen jullie of dat terecht is haha!

Peru-Bolivia hoofdstuk 4: de zout-en hoogvlaktes van Bolivia

Na het luxe verblijf in het zouthotel Sal de Luna (met dank aan Jacqueline voor de tip) waren we helemaal gereed voor de drie-daagse jeeptocht over de zoutvlakte van Uyuni en de hoogvlaktes van de Andes. We waren gewaarschuwd dat het wat meer basic zou worden…

We werden opgepikt door een Toyota Landcruiser uit ‘88 die zijn beste tijd wel had gehad. Chauffeur Iwan bond onze reistassen op het dak, naast de extra jerrycans met benzine en water. Ons groepje van zes bestond uit twee jonge Koreanen en twee oudere dames uit la Paz. Ik probeerde drie keer te achterhalen wat de namen waren van Zuid-Korea, maar verder dan een diepe buiging en wat hese keelklanken kwamen ze niet. Voor het gemak noemden we ze Gebakken Hond 1 en 2. De dames heetten Doris en Myriam en bleken nichtjes van elkaar te zijn. We doopten ze om tot de Andes-zusjes. Dat klinkt een tikkie denigrerend, maar het is onze methode om over mensen wat te zeggen zonder hun naam te gebruiken en ze niet verbaasd om uitleg te zien vragen.

De eerste stop was bij het treinkerkhof, leuk voor de foto maar niet meer dan dat. Op een verlaten rangeerterrein stonden een stuk of 40 overbodige treinstellen uit eind 1800 weg te roesten. Het leek een scene uit een Western. Daarna sjeesden we meteen de zoutvlaktes op, terwijl ik stevig ingeklemd zat op de middelste rij tussen Marion en Gebakken Hond 2. Helemaal achterin keuvelden de Andes-zusjes vrolijk weg. Zuid-Korea bleef doofstom behalve als ik de Spaanse uitleg van Iwan mocht vertalen naar het Engels en dan een keurig ‘Ahhhh’ als respons kreeg.

Zijn Landcruiser was dan wel gammel, maar Iwan kende bijna elke zoutkorrel op de vlakte. Het was een bizarre ervaring om op zo’n inmens zouttapijt rond te toeren en rare perspectief-foto’s te maken. De lunch werd genuttigd in de bijna vergane eetzaal van het oudste zouthotel, waar in 2016 een etappe van Parijs-Dakar eindigde. Daarna scheurden we verder, op zoek naar een mooie plek voor een zonsondergang op de vlakte. Het is raar, maar tegen het schemer leek het meer een ijsvlakte in Alaska dan zout. Een paar uur later kwamen we aan in het Hostal. We kregen een simpele schotel van kip en een slaaphok zonder verwarming, met gezamenlijk sanitair op de gang naast de eetzaal… Het vroor buiten tegen de 10 graden Celsius. Hoe we ons ook wentelden in de slaapzak met 5 dekens erbovenop, het duurde uren voordat we insliepen. Dag 1 zat erop

Na het vroege ontbijt bracht Iwan ons na een helse hobbelrit naar de eerste lagoon. En ja hoor, daar waren ze: Flamingo’s! Deze maffe vogels staan met hun poten in het ijswater fel gekleurde algen op te lebberen. De hele godsganselijke dag met je poten door het ijs wandelen voor een beetje vegetarische meuk. Wat een triest leven. Maar god wat was het adembenemend mooi om te zien, met op de achtergrond de besneeuwde Andes-toppen. Ook bij lagoon 2, 3 en 4 kwamen we ogen tekort. Gebroken door de autorit en verkleumd door de kou kwamen we vlak voor het donker in the middle of nowhere aan bij een primitief guesthouse. We kregen een slaapzaaltje voor 6 man toegewezen en snel werd er een simpele schotel geserveerd. Van kip…

De halve nacht heb ik rillend wakker gelegen. Gebakken Hond 1 lag naast mij en bleek een blaffende zeehond te zijn. Gelukkig ging om 04.30 uur de wekker. Ook deze dag was douchen niet mogelijk, er waren maar twee toiletten en 1 wastafel voor in totaal 24 gasten. Tijdens het ontbijt haalde Gebakken Hond 1 een bevroren banaan uit zijn rugzak, dezelfde takkenzak waar ik ‘s nachts op weg naar de plee over was gestruikeld. De vrolijke gastheer vertelde trots dat het -18c was geweest. Viel me nog mee..

In het pikkedonker stonden we na een uurtje hobbelen al om 06.30 uur bij een nieuw fascinerend natuurverschijnsel: geisers. Met een latrinegeur van zwavel liepen we tussen de dampende, stomende, borrelende en stinkende bronnen. We zaten meteen op het hoogste punt van deze trip, 4950 meter. De omgeving hield het midden tussen maan- en vulkaanlandschap. We reden door rivierbeddingen, stuiterden over gletserkeien en driftten over woestijnzand. En ineens stonden we aan de Chileense grens. Terwijl ik zorgde dat Onze Koreaanse vrienden met een andere Jeep richting Chili vertrokken, tikte Marion even snel de grond aan in Chili. Heeft ze één land ingelopen. Tsssss..

De rest van de middag was bedoeld om weer bij Uyuni uit te komen, aan de rand van zoutvlakte. Van de 800 km in drie dagen waren alleen de laatste 35 km min of meer asfalt. Alle kleding en tassen zitten onder het stof en rode zand. We hebben zojuist voor het eerst in 3 dagen gedoucht. Het afvoerputje raakte bijna verstopt van alle rotzooi.

Week 2 zit erop. We zijn precies halverwege, maar hebben het gevoel al een maand weg te zijn. Tot woensdag!

Peru-Bolivia hoofdstuk 3: werelden van uitersten

Ik verliet jullie zaterdagavond (zondagmorgen Nld-tijd) een paar uur voordat we in de beroemde Colca Canyon naar de condors gingen kijken. De route ernaar toe ging weer door adembenemende berglandschappen. Veel beschavingen, al ver voor de Inca’s, hebben hier inventieve irrigatie-methoden gebruikt om op de woeste bergheuvels 300 soorten aardappelen, guinoa, graan en fruit te verbouwen.



Maar het doel was om dichtbij de opstijgende condors te komen en dat is gelukt! Een groep van 15 van deze lelijke grote gieren bleef lang boven ons hoofd zweven op de termiek. Ze kunnen maanden zonder eten, omdat ze onder hun kin een soort van Tupperware-opvangzak hebben waar ze 4 kilo aas kunnen opslaan om later lekker op te peuzelen. Best handig, ik ben al een heel eind…

Na de lunch begon de ellende. De busreis naar Puno was betoverend mooi, maar niet als je je condor-reserves terug naar buiten stuurt. Marion was erop voorbereid en had stylische Michael Kors-Kotszakjes gekocht, met een prettige gel onderin, om de massa en de geur te absorberen. De chauffeur deed ook niet echt zijn best, want hij scheurde als een debiel rakelings langse diepe afgronden en haalde roekeloos in. Dan duurt zes uur best lang. Maar ik heb intens genoten, met alle folkore langs de routes tijdens de stops.


Puno was niet meer dan een tussenstop richting Bolivia en een uitgeputte Marion heeft niets gemist. De volgende ochtend kwamen we met Bolivia-Hop, een handige touroperator waar je overal kan op- en uitstappen, aan bij de grens. Het ging er wat anders aan toe dan in Europa, want we moesten de bus uit met bagage en al om de grens over te lopen, ondertussen twee douaneposten passerend. Peru en Bolivia zijn niet hele grote vrienden meer na talloze vrijheidsoorlogen tegen vijand Chili. Bolivia had ooit een brede strook aan de kust, maar is na deze oorlogen een opgesloten hoogland geworden zonder zeeverbinding. Hun dank voor het jarenlang helpen van buur Peru…

Rond de middag kwamen we aan in Copacabana, een dorp aan het meer van Titicaca. Het klonk veelbelovend, maar was best een slap aftreksel van een hippe strandplaats. Het Titicacameer is het hoogst bevaarde meer op de wereld. Het ligt op 3900 meter en is bijna net zo groot als Gelderland en Overijssel bij elkaar. De beroemde rieteilanden waar de indianenstam Uro’s op wonen hebben wij uit tijdgebrek overgeslagen. Wel hebben we een boottochtje gemaakt naar Isla de Sol, waar volgens de legendes de Inca-koning is geboren. Met op de achtergrond de imposante pieken van de Andes.

De afgelopen twee dagen zijn we van onze sokken geblazen van La Paz. Zo groot, zo druk, zo intens hebben we niet eerder meegemaakt. Geklemd tussen een aantal hoge bergen zitten naar schatting 3 miljoen mensen op elkaar gepakt. Hoog tegen de berg liggen de krottenwijken in typerende rode baksteen in elkaar geflanst. Met de nieuw aangelegde telecabines hebben we alle hoeken van de stad gezien en zijn we meer dan verrast. Overdonderd eigenlijk. Wat een stad.


En nu zijn we, na een korte vlucht van een uur, aangekomen in het zouthotel Sal de Luna in Uyuni. Nog een dagje relaxen in een 100% uit zout opgetrokken luxe hotel. Een unieke ervaring, vooral door de bizarre ligging: aan de rand van de immense zoutvlaktes. Daar gaan we de aankomende 3 dagen met een Jeep overheen crossen, gecombineerd met primitieve maaltijden en dito slaapzalen. Het termo-ondergoed gaat van pas komen, want het wordt ‘s nachts rond de -15 graden. Da’s andere koek dan Nld op dit moment. Gelukkig ben ik goed geisoleerd..

We zijn pas anderhalf week onderweg, maar hebben ervaringen voor een maand. Je merkt dat ik superlatieven tekort kom. To be continued!

Kleine dingen

Gelukkig. Dodenherdenking is, op een een klein rimpeltje na, stil verlopen. Zelfs de grootste schreeuwtoeters snapten dat het uiteindelijk onaanvaardbaar was. De verklaring voor het afblazen van het lawaaiprotest was hilarisch: “we hebben ons doel bereikt en een statement gemaakt.” Tuurlijk knul, tuurlijk.

Ik zit nog van een laatste weekendje Rosamar te genieten, voordat we hier twee maanden afwezig zijn. Da’s lang voor ons doen, maar 4 weken Peru en Bolivia is ook geen straf. Het reisschema is klaar, de rugzakken bijna ingepakt, het lichaam afgetraind om de ontberingen te doorstaan.. Met temperaturen tussen de -15 en + 30 graden wordt het ‘vestir de cebolla’ : laagje over laagje kledng aan, zodat je jezelf kunt afpellen als een ui.

Ook mijn meiden hebben, samen met vriend Philippe en zusje Aimée, op het laatste moment besloten een weekend over te komen. Ze trekken lekker hun eigen plan, wat ons weer de ruimte geeft om het huis klaar te maken voor de zomerse invasie zonder onze aanwezigheid. We hebben nog geen dag op het strand doorgebracht dit jaar, vooral omdat het voorjaar tot nu toe on-Spaans koud is, met veel regen en matig weer. Als ik uit het zwembad kom, lijk ik door het koude water wel genderneutraal..

Wel ben ik zo trots als een pauw op mijn geheel gerenoveerde helft van de garage. Alle verbouwingen en verbeteringen van de afgelopen 13 jaar aan ons huis hadden geleid tot een labyrint van bouwmaterialen, waar je sneller de weg in kwijt raakte dan in de soek van Marakesh. Er bleven alleen smalle paadjes over, waarover je behendig moest laveren om instortingsgevaar te voorkomen. Er is ooit op Discovery een serie geweest van een Duits broederduo Die Rudolphs. Ze hadden een sloopbedrijf en hallen vol met hoog opgestapelde auto-onderdelen die ze moeiteloos konden vinden. Mijn garage zag er hetzelfde uit. Alleen ik kon er niets meer vinden.

Ik gooi best moeilijk dingen weg. Schroefjes, boutjes, gereedschap, tapes, keukenschappen, gaskoppelingen, waterleidingen, kroonsteentjes, betonbewapening; ik wil het bewaren voor dat ene Eureka-moment. Dat zelden komt. Erger nog, de sporadische keer dat ik iets nodig had, kon ik het, ook door mijn Alzheimer Light, nergens vinden. Het roer moest om, ik heb ¾ weggedaan. Met kromme tenen en een melancholisch gemoed. Het werkt in Spanje als volgt; je zet de overbodige spullen buiten je hek aan de straat en wat er dan ’s avonds nog staat, gooi je weg in de container. Dit circulaire denken werkt prima, want zelden stond er ’s avonds nog iets verloren aan de straat.

Het resultaat is van een on-Frankse geordendheid en symmetrie. Zelfs Ibrahim heeft zijn eigen kast gekregen met het uitdrukkelijke verzoek alles daarin te proppen. Mijn schroefjes en boutjes zitten keurig gesorteerd in jampotjes, waarvan de deksels zijn vastgeschroefd onder een schap. Grote jampotjes met bouten achter, kleine jampotjes met schroeven voor. Marion moest zich hevig geemotioneerd aan een stellage vasthouden toen ik haar het resultaat liet zien. Diep ontroerd realiseerde ze zich dat ze na bijna 20 jaar in haar missie was geslaagd: ik ben bekeerd tot een punctuele detailneuker. Half goed is niet meer goed, mijn Spaanse Mañana Mañana is Deutsche Grundlichkeit geworden.

Met een voldaan gevoel liepen we gisteravond samen met onze vrienden door het dorp, waar het jaarlijkse Festa Petita volop aan de gang is. Elke lokale ambachtsman heeft een kraampje om zijn nostalgische (voedings)waar aan de man te brengen. La Trobada de Gegants (De parade van de Reuzen) was dit jaar extra feestelijk i.v.m. het 25-jarig bestaan van het Poppengilde uit ons dorp Macanet. Het zijn oude Middeleeuwse rituelen die dapper in stand worden gehouden, als tegenwicht in een wereld waar alles sneller en vluchtiger gaat. Iedereen neemt deel, maakt tijd voor een praatje, koopt wat rommel en drinkt een stevig glaasje.

Ik kan erg genieten van zulke kleinschaligheid en kneuterigheid. Het dorpse cultuurhuis is open, er hangt een foto-expositie van de bekende dorpsmensen, in het kerkje wordt een kaarsje opgestoken voor de afwezigen. Een pottenbakker maakt voor de kinderen een eenvoudige vaas of koffiemok, een vleugje penetrante lokale schapenkaas teistert je neusgaten en de worstenmaker deelt royaal plakjes bloedworst uit.

Nog twee korte weekjes apenrotsen en dan lonkt Zuid-Amerika, vol met cultuur en avontuur. Ik ben er klaar voor.

Nada

Ik was zojuist bezig mijn stukje bij te werken, over Messi en over Tunateca, een nieuw fantastisch restaurant in Barcelona dat alleen maar tonijn serveert. Maar het stukje was helemaal niks, nada. Ik struikelde als een pas geboren girafje over mijn eigen woorden. Ik zal jullie er niet mee lastig vallen.

Daarom vandaag alleen een videootje van Marianne Zwagerman over laagopgeleiden. Het kwam deze week voorbij en misschien heb je het gemist.

Laagopgeleid

Lentekriebels

Het is ondertussen al april en nog hebben we geen fatsoenlijk lenteweer gehad. Zelfs in Spanje hebben we meestal in maart al een paar daagjes op het strand vertoefd, maar nu is de warmte nog niet echt neergestreken. El Niňo is een fascinerend natuurverschijnsel, maar niet in mijn achtertuin s.v.p.

Gister vlogen we over de Pyreneeën met Ryanne Air en er ligt nog 2,5 meter sneeuw op twee uur rijden van ons huis. Ik zag Marion tevergeefs oogcontact proberen te maken, maar vijf rijen achter haar dook ik weg achter de Ipad. Ik ben al vier keer geweest dit jaar en je kunt op je 55e ook overdrijven met dat ski-gedoe. Over een week of zes moet ik met een rugzak door Peru en Bolivia en dat lijkt me best lastig met een kniebrace, nekband of schouder-mitella. Ik wil zon!

Tot mijn grote vreugde en verbazing had Ibrahim alle klussen perfect afgewerkt. De tuin was minutieus gemaaid, het zwembad was kraakhelder (pas 12˚C, brrr.) en mijn helft van de garage hagelwit geverfd. En dat zonder doorgebrande apparatuur of meegeverfde fitness-toestellen. Hij was er terecht supertrots op, want het is een unicum in onze 13-jarige klus carrière. Er is normaliter altijd wel iets wat kapot gaat, of zoals Amerikanen zeggen: Collateral Damage. ‘Dat vinden wij niet erg, dat vinden wij heel bijzonder’. Het is ondertussen onderdeel van onze Rosamar folklore.

Vandaag gaan we dan eindelijk aan de bak om Rosamar uit de winterslaap halen. Het antivries-doek kan nu pas van de kwetsbaarste planten af, de aardewerk potten worden gevuld met een half tuincentrum aan vrolijk plantjes en de hogedrukspuit maakt overuren om alles sauber und rein zu machen. Marion heeft uiteraard een strak plan en bijbehorend lijstje opgesteld, want deze week is onze enige kans om Rosamar zomerfähig te maken en klaar te stomen voor de AirBNB-invasie. We zijn als de dood voor slechte recensies op Tripadvisor, want dan valt ons businessmodel om…

Vorige week liep ik met Marion op vrijdagavond door een nagenoeg verlaten mega-Intratuin in Elst. Het leek wel of er een ophokplicht voor treurige ANWB-stelletjes was afgekondigd, want nergens zag ik Henk en Ingrid met drie bakjes viooltjes in een te grote winkelwagen rondstruinen. Het zal best een strop zijn voor de tuin-Ikea’s van Nld, want niemand wil in de tuin werken met striemende slagregen. Wat ik er zelf deed? We hadden tuinkussentjes voor Spanje nodig…. kussentjes.. ik weet het.. Soms word ik badend in het zweet wakker. In mijn nachtmerrie word ik door Marion met een kussen gesmoord. Aan de hemelpoort vraag ik aan Petrus of er daar ook zo veel kussens zijn…. Als hij dat ja knikkend toegeeft, vraag ik hem: ‘Wat is dan het verschil met de hel?

Dadelijk ga ik eindelijk weer eens een potje tennissen met vriendje Gerard. De winterstop duurde bijna drie maanden en per persoon drie kilo. Ik zal voorzichtig beginnen, anders stamp ik scheuren in zijn betonnen ondergrond. Natuurlijk blijft hij op zijn hoede, want hij heeft nog wat tegoed van mij, naar aanleiding van zijn “huis-verkoop”-grap. En wraak heeft altijd de zoete smaak van volrijpe aardbeien. Het jammere is dat hij onbedoeld een vooruitziende blik heeft gehad.

Ik overweeg namelijk om Rosamar te verkopen en de reden is eigenlijk een beetje een anti-climax. Vorig jaar ben ik begonnen met een nieuw bedrijf, De Groene Artisanen. En eerlijk is eerlijk, het kost altijd veel meer tijd en ook geld dan je vooraf inschat. We draaien best okay, hebben mooie locaties en dito klanten, maar ik wil eigenlijk wel wat harder doorgroeien. Om dan over een paar jaar de bekende strik eromheen te doen en definitief naar Spanje te vertrekken. Voor die snellere groei heb ik meer liquiditeit nodig en de huizenmarkt is in Spanje weer aardig aangetrokken. Ik heb te weinig tijd om veel van Rosamar gebruik te maken en ook Marion werkt zomers steeds vaker door.

Er is echter één probleem. Marion is nog niet helemaal op de hoogte van mijn voorgenomen besluit. Het kan best wel rauw op haar dak vallen. Dus ik ga nu snel tennissen en meld me straks weer op Rosamar. Misschien vliegen er wel honderden kussentjes door de lucht. Wordt vervolgd….