José

Jullie zullen al wel een vermoeden hebben gehad,  maar het was een trieste week. Vorige week zaterdag is José, mijn Spaanse ‘vader’, overleden. Halsoverkop zijn we naar Barcelona vertrokken, om zijn afscheid te organiseren en mijn peettante Ria te ondersteunen. Na schoonvader Joop, mijn ouders en mijn Aussie-uncle Nick heeft nu ook 2019 toegeslagen in de uitgedunde generatie boven mij. Het hakt er stevig in. En zeker als het toch nog onverwacht komt.

José is 85 jaar geleden geboren in een pover Barcelona, vlak voor de burgeroorlog. Zijn Catalaanse ouders deden er alles aan om hun enige zoon te laten studeren en kans te geven op een goed leven. Ondanks de armoede en de repressie tijdens het Franco-regime kon José vol trots en plezier over zijn jeugd vertellen. Terwijl Europa in de jaren 50 en 60 grote sprongen vooruit maakte, bleef Spanje achter. Het was nog geen vakantieland en voor de meeste Europeanen begon Afrika bij de Frans-Spaanse grens.

Begin jaren ’60 werd José voor zijn werk door Philips Spanje gestuurd naar Nederland. Door toeval (of niet?) werd hij tijdens een diner door mijn peettante Ria bediend. Het was liefde op het eerste gezicht. Alle hobbels werden genomen en in 1961, na de Hollandse bruiloft, vestigden ze zich definitief in Barcelona. Nog geen jaar later klopten mijn ouders op de Catalaanse deur. Als een moderne Jozef en Maria hadden ze Europa doorgereisd, op zoek naar een herberg voor de aanstaande baby. Die baby was ik.

Toen de krampen niet van de zuurkool bleken te komen maar van de weeën, regelde José een taxi die, met witte zakdoekjes uit het raam zwaaiend, mijn moeder zo snel mogelijk naar de bevallingskliniek Cliníc Maternitat bracht. Één van de eerste ogen die mij aanstaarden op 15 januari 1963 waren de grote waakzame donkerbruine ogen van José. Die blik is 56 jaar dicht bij me gebleven. Als een vader. In mijn jeugd vaak bezorgd om mijn roekeloze avonturen, later adviserend en fronsend bij weer een onbezonnen zakelijke keuze. José was mijn conseller privat, mijn Catalaanse raadgever.

In mijn jeugd heb ik heel veel tijd doorgebracht bij Ria en José en vooral op de boerderij Can Berenguer. Het was daar altijd een zoete inval van familie en vrienden, en vrienden van vrienden en ook daar weer de vrienden van. Ondanks hun drukke werkleven stond de eeuwenoude houten voordeur altijd wagenwijd open. Er waren feesten, verkleedpartijen, wandeltochten, reünies etc. En José was altijd druk met klusjes om de boel draaiende te houden. Best lastig zonder stroom en waterleiding, maar met vernuftige technische oplossingen kreeg hij het voor elkaar.

Samen met Marion en mijn meiden hebben we de afgelopen 20 jaar heel veel samen met José en Ria gedaan. Toen de meiden klein waren natuurlijk vakanties op de boerderij en later de bezoekjes aan Barcelona en ons huis. Anne-Roos was voor José zijn kleine Ria en Marloes zijn ‘Kiekertje’ (in zijn ogen praatte Marloes toen ze klein was kikker-taal). Zijn grapjes en woordspelingen waren ongeëvenaard en humoristisch. Hij werd door alle drie de dames op handen gedragen.

Het is nog nauwelijks te bevatten dat we straks naar Barcelona rijden zonder dat José er is. Dan vliegen er geen broodproppen meer over tafel. Dan horen we niet meer de zin “de kwestie is” als hij zijn mening verduidelijkte. En als overtuigd democraat moest hij niets hebben van het drammerige onafhankelijk streven van zijn mede-Catalanen. Want sommige zaken veranderen toch nooit in Spanje, zei hij dan. Of je nou wilt of niet.

Het kan geen toeval zijn dat de afscheidsdienst voor José afgelopen dinsdag plaats vond in uitvaartcentrum Tanatori Els Corts. Vanuit de rouwkamer kijk je rechts bijna Camp Nou in, waar op een steenworp afstand de beste club van de wereld voetbalt. En als je naar links draait, kijk je zo de eerste verdieping van de Cliníc Maternitat binnen, bijna precies in de kamer waar ik geboren ben.

Door José en Ria zal ik mijn hele leven verbonden zijn én blijven aan Barcelona, de stad van José. Ooit zal ook ik daar mijn eigen levenscirkel sluiten. Hopelijk net zoals José, na een compleet en prachtig leven.

İ Fins a sempre José y moltes gràcies per tot!

Marloes’ 21-dinner

Gisteren was het zover. Op het prachtige dakterras van Anne-Roos en Philippe hebben we het 21-dinner voor Marloes en haar 20 BFF’s verzorgd. En zoals het hoort in stijl. Maar ook voor mij dé kans om een lekker scherpe speech te geven. Hier komt ie:

Marloes, ik hoop dat je een beetje bent voorbereid. Ik hoorde al van Tom’s ABC-tje en daarna het vertrek van Nicole naar Peru. En ik kijk heel graag naar de Roast, dus dit is het moment.

Toen jij geboren werd, dacht iedereen dat ik graag een jongetje wilde hebben. Dat klopt en die heb ik ook gekregen. Weliswaar in meisjeskleding, maar qua gedrag absoluut mijn zoon. We kennen allemaal de foto’s van de eerste jaren. Niet voor niets was haar bijnaam: BADJE. Je hing in de modder, trok poten uit sprinkhanen en elke zomer moest ik je een paar keer aan je bandjes uit zee trekken, omdat je alweer bijna naar Mallorca was afgedreven.

De lagere school vond je leuk, behalve dat stomme lezen. Wat Angelique en ik ook probeerden, je maakte er altijd een drama van en las heel andere dingen dan er in de leesboekjes stond. Wij dachten aan veel fantasie (klopt ook), maar pas op de Middelbare school kwamen we erachter dat je lysdectisch was (of dyslectisch??). Het is zeker niet je enige handicap, maar wel de lastigste.

Door hard te buffelen en nooit naar je zus te luisteren heb je de HAVO gehaald. Dat is en blijft knap. En het vriendinnetjes-clubje werd steeds hechter en groter. En ze zijn bijna allemaal hier, die voetbalbabes van RKHVV. Ondanks alle fitties, bitchfights en blessuregezeik blijft de Bende van Ellende trouw zondags, meestal brak, een potje ballen.

Na de HAVO nam je een tussenjaar en iedereen vraagt zich nu nog af waarom eigenlijk? Een paar weken vakantie, een cursus Engels en beetje beunen bij Appie Happie waren de hoogtepunten van dat jaar. Ook de studiekeus duurde bijna twee jaar en het werd geschiedenis. Oma Boot en Papa vonden dat keistoer, maar wat heb je eraan? Voor de klas staan voor hetzelfde zooitje ongeregeld wat hier zit? Brrrrr.

Maar hoe hard je ook ervoor werkte: was die eikel van Willem van Oranje nou in 1639 of  1519 aan het matten met die kloten Spanjaarden? Is de 1e kamer nou een Escape Room of een Darkroom? Na twee jaar moest je het opgeven en je vond het verschrikkelijk. Ik vond het jammer maar vooral kloten voor jou. Die twee jaar zegt me niet zoveel. Zeker niet als je 56 bent….

En nu doe je dus Coaching & Developping. Of is het Learning & Coaching? Anyways, je vindt het leuk, ook omdat je maar 3 tentamens per jaar hebt of zo. Beetje pizza bakken erbij, voetballen, dat werk. En heel veel stappen. Je kunt zuipen als een matroos. Zal je wel van je moeder hebben… Dan zie ik weer een snapchat voorbij komen dat je na de carnaval in de hal ligt te knarren. Dan weer met een emmer naast je bed. Belachelijk. Zo heb ik je niet opgevoed. Ik herken het niet….

En dan ben je ineens 21 en woon je op kamers. Klinkt volwassen, maar dat is niet echt zo. Om de dag naar Huissen, voor trainen, eten met Mama of die kutkat knuffelen. Poenie, wat een naam. En nu Anne-Roos weer terug is, kunnen de bitchfights zich ook naar Ernem verplaatsen. Lekker klagen, maar ondertussen wel hier het 21-dinner doen. Ondankbaar kind.

Voordat ik afsluit wil ik nog wel wat kwijt. Hoe kan het toch dat jij zo vaak ziek of geblesseerd bent? Eet je wel gezond? Sport je wel veilig? Als er in China iemand hoest, heb jij keelontsteking. Als een vette troelie van de Bataven in Gendt struikelt over de bal, heb jij in Huissen gescheurde enkelbanden. HOE DAN??

Maar eigenlijk weet jij ook dat ik supertrots op je ben. Je doet je eigen ding, staat altijd voor een ander klaar, je bent een sfeermaker (vooral met een slok op) en je hebt een sterke eigen mening. Er zijn dingen niet gelukt in mijn leven. Jij bent samen met je zus gelukkig het bewijs dat het dan toch goed kan komen. En samen met Marion hoop ik dat dat nog jaren doorgaat.

IK HOUD VAN JOU!

 

Toontje lager

Hèhè, Kersemus kan beginnen. We hebben allebei de eindejaars-stress op het werk overleefd en zijn voordat de treurige kerstborrels begonnen al het land uit gevlucht. Even Spaanse zon tanken, beetje kokerellen voor familie en vrienden, bijkletsen met de Catalaanse notabelen van het dorp en de herfst-rommel rondom het huis beetje opruimen. Wat een straf.

Ik heb het wel weer druk met Gambiamigos Tours, mijn kleine clandestiene reisbureautje. Uit alle hoeken en gaten komen de aanvragen weer binnen, want het informele netwerk rondom Ibrahim weet de weg naar Rosamar te vinden. Logisch ook, want zonder creditcard en laptop is internetboeken best lastig. Vueling, de Spaanse lowcostcarrier (en dé favoriet van Francesco!) vliegt elke zaterdag op Banjul, de hoofdstad van Gambia. Ze zijn alleenheerser op die route, dus vooral in vakantietijden zijn de prijzen onbeschoft hoog. Retourtjes in augustus voor 800 euro. Maar de Gambiaanse jongens hebben vaak geen keus. Je wilt toch 1 keer per jaar naar je familie en Spaanse werkgevers zijn heel soepel qua vakantieregeling: je gaat in augustus of je gaat niet. BASTA!

Voor ons is het aftellen begonnen. Zaterdag 5 januari vliegen wij zelf naar Gambia, met Cor en Don vanaf Maastricht. Vijf uur vliegen, maar wel zelf je brood voor onderweg meenemen. De koffers puilen nu al uit, met cadeau’s, give aways, 2e handsbrillen, elektronica en oude telefoons. Gisteren kwam daar in Macanet nog een pittige tas met laptop en camera bij. Meestal gaan er ook grote hoeveelheden cash mee op de Gambia-vluchten, omdat de jongens lokale banken niet vertrouwen en daarom een informeel onderling netwerkje gebruiken. Ik heb Ibrahim al eens met 10.000 euro door de douane geloodst op El Prat, het vliegveld van Barcelona.

Dankzij velen van jullie gaan wij met een fantastisch bruidscadeau naar de bruiloft van Ibrahim en Hadja. Mocht je gewacht hebben tot het laatste moment, dan hierbij nog een keer het bankrekeningnummer (van Marion) NL48SNSB0875679501 : ovv Ibrahim en Hadja. Als dank zal ik uitgebreid verslag doen met veel foto’s van de bruiloft en ons korte verblijf in Gambia. We hebben er veel zin in en weten nu al van onze Gambiaanse jongens in Macanet dat het hele dorp uitloopt om ons te ontmoeten. Ibrahim appt elke dag de laatste wensen door, maar er is geen ruimte meer voor pakken met luiers voor zijn jongste dochter Marion2.

Het is een bruuske overgang, maar ik wil het nog even hebben over The Roast.  In deze TV-show wordt een BN-er door collega’s en vrienden helemaal te kakken gezet. Deze week was Johnnie de Mol aan de beurt, nadat eerder mijn ‘vrienden’ Gordon en Giel Beelen op het spit zijn gegaan. Je moet wel goed tegen kritiek kunnen, want de meeste grappen zijn snoeihard en zwaar onder de gordel. Lijkt me niet iets voor Peter R. de Vries, Patricia Paay of Louis van Gaal. Johnnie kreeg het zwaar te verduren, van bv. zijn ex Tatum Nogwat, Najib Amali en vooral Peter Pannekoek. Zijn vroeger wilde sexleven kwam als een repeterend geweer terug. Marion keek steels opzij en had vooral medelijden met de vrouw van Johnnie… Ik geloof dat alleen Patty Brard niet op zijn schijnbaar ondermaatse pielemuis heeft gezeten, tot zijn grote geluk. Maar eerlijk is eerlijk, Patty heeft mij voor de eerste keer positief verrast. Zij deelde geweldig uit richting Johnnie en incasseerde zelf met hysterisch gehinnik. Chapeau!

Aan het eind was Johnnie zelf aan de beurt. Hij schakelde snel over naar zijn TV-werk, waarin hij vooral de kwetsbaren van onze samenleving een kans geeft om te shinen of om heel even uit de misère te stappen. Maar hij eindigde groots en dat zag ik totaal niet aankomen. Hij heeft zich als één van de weinige BN-ers de afgelopen jaren actief  ingezet om acute hulp te verlenen bij het Syrische vluchtelingendrama. Zijn Movement On The Ground heeft fantastisch werk verricht voor dankbare én wanhopige vluchtelingen op Lesbos.  Ik maak voor Johnnie (en ook zijn kompaan Adil) een diepe buiging, want zij hebben niet vanuit een luie stoel geld overgemaakt.

Als laatste deed Johnnie een pleidooi om de hardheid en grofheid uit de maatschappelijke discussies in Nederland te halen. Letterlijk: “gewoon een toontje lager.” Ik vind het briljant. Als we allemaal nou een beetje langer nadenken, minder star reageren, meer begrip hebben voor de ander en een minder harde toon naar elkaar aanslaan, wordt het vanzelf weer plezierig.

Daar hoop ik op in 2019: een toontje lager!

 

 

Feestje in Gambia

Er zullen weinig mensen zijn die Ibrahim niet kennen. Zeker als je al een keer op Can Rosamar bent geweest, is het een zekerheidje dat je hem hebt gezien. Onze Gambiaanse vriend is sinds 2005 een onbetwist onderdeel van ons Spaanse leven geworden. En daar gaan we nog een dimensie aan toevoegen!

Drie weken geleden is Ibrahim weer voor een maandje of vijf naar huis vertrokken. Sinds zijn papieren in orde zijn, na een jarenlange bureaucratische strijd met de Spaanse IND, kan en mag hij het land uit, zolang hij maar binnen zes maanden terugkomt. Hij heeft nu ook voor de eerste keer zijn dochter Marion Dos gezien, het resultaat van zijn vorige bezoek twee jaar geleden. Voor Ibrahim zijn vierde kind, voor zijn tweede vrouw Hadja het eerste. Ik denk niet dat het daarbij zal blijven…

Ik heb altijd diepe bewondering gehad hoe Ibrahim omging met de afstand tot familie en kinderen. Zeker de eerste 8 illegale jaren waren in Westerse ogen onmenselijk. Toen zijn moeder overleed, kon hij er niet heen, toen zijn eerste kinderen Aisatou en Frank Dos geboren werden ook niet. Hij accepteerde zonder problemen zijn lot om als ‘geslaagde vluchteling’ in Europa genoeg geld te verdienen voor de hele familie.

En nu wordt het voor Marion en mij tijd om eens naar zijn familie, zijn leven en zijn land te gaan. Begin januari gaan wij met Cor-en-Don 10 dagen winterzon combineren met het trouwfeest van Ibrahim en Hadja. Hoe bijzonder is het om hier getuige van te mogen zijn.. Dit feest gaat 300 km landinwaarts, in zijn geboortedorp Dampha Kunda, plaatsvinden. Drie dagen lang. Dit dorp, 15 km van de plek waar Kunta Kinthe uit de serie Roots als slaaf werd meegenomen, heeft geen stroom, geen vast water en ook geen AirBnB. Toch denk ik dat we niets tekort gaan komen!

Het meest speciale is wel dat wij, samen met vier familieleden, de getuigen zullen zijn en dus drie dagen in lokale klederdracht moeten opdraven. Elke dag een ander setje in een andere kleur. Ben best benieuwd of mijn confectie-maat een beetje gangbaar is, zo tegen de grens van Senegal aan. Geen idee welke gerechten de lokale partycateraar in gedachten heeft, maar de eerste dag wordt er ritueel een schaap geslacht. Foie gras, coquilles en oesters maken weinig kans, gok ik.

Natuurlijk zijn er heel veel dingen die van pas komen in de binnenlanden van Gambia, maar van Cor-en-Don morgen we maar 20 kilo per persoon meenemen en daarom gaan we selectief te werk. Waar vooral belangstelling voor is, zijn smartphones. Apple is niet zo populair, maar de rest is heel welkom. Heel Afrika heeft vaste telefonie overgeslagen en is volop aan het whatsappen, snapchatten en internetten. Dus als je een oude telefoon met oplader over hebt, dan halen we hem graag vóór 31 december op. Zorg wel dat hij helemaal gereset is naar fabrieksinstellingen, want je krijgt er anders heel veel vrienden bij!

Daarnaast ga ik, voor de eerste keer ooit, ongegeneerd een financieel beroep doen aan mijn vrienden en volgers. Om een prachtige bruidsschat aan het bruidspaar te kunnen aanbieden, ga ik een Fundraising starten. Onder de naam: Ibi – Hadja 2019. Het is geen enkele verplichting, maar als je erover nadenkt kunnen we samen een enorme impact maken voor de toekomst van dit kersverse echtpaar en hun kinderen. Want hoe ik hem ook zou missen, natuurlijk hoop ik dat Ibrahim oud kan worden in Gambia, met Hadja en kids om zich heen. Hij heeft al een stukje grond gekocht in een ‘villawijk’ nabij de hoofdstad Banjul, waar zelfs water, stroom en riolering beschikbaar is. Nu nog een huis bouwen.

Dus hier komt ie: NL48 SNSB 0875679501 t.n.v. M.F.M.S. van Beckhoven: o.v.v. Ibi – Hadja 2019. Elke bijdrage is welkom! Wij zullen jullie vooraf en tijdens ons verblijf uitgebreid op de hoogte houden over deze Once in a Lifetime Experience.

Wakker

Zes uur ’s ochtends, Rosamar. Langzaam probeert het daglicht terrein te winnen op de dark side of the moon. De schorre haan van de overburen doet een eerste poging om de hennetjes wakker te krijgen. Het is geen Ed Sheeran zullen we maar zeggen.

Ik ben net terug uit Lloret. Broodnuchter. Ik mag op mijn leeftijd alleen nog als taxichauffeur ’s nachts in Lloret komen. De THT m.b.t. uitgaan is al een tijdje voorbij. Zes uur geleden heb ik Marloes en haar vriendinnetje Amber uitgedost afgezet in Sin City. Om ze zojuist, laverend tussen ME-busjes en schoonmaakwagens weer op te halen. Ik vind dat altijd grappig om te zien en ga daarom ietsjes eerder. Op het muurtje van de boulevard aanschouw ik het fascinerende spel van elkaar imponerende jongens met uitdagende jonge meiden. Er is niets veranderd sinds the good old days.

Dat ophalen en wegbrengen is puur uit eigen belang. De weg van en naar Lloret eist maandelijks slachtoffers door te hard en roekeloos rijden. Ook de taxichauffeurs doen er vrolijk aan mee, in de wedren naar zo veel mogelijk ritten in één nacht. Drie weken geleden nog een frontale botsing, waarbij 5 jonge mensen het leven verlieten. Het zal je kind maar wezen, als er om 05.30 uur wordt aangebeld door een trieste man met een pet op. Het is altijd mijn worst case scenario geweest. Geen idee of ik dan nog wel zin zou hebben om de volgende dag wakker te worden.

Wellicht dat het ook komt, omdat ik zelf vroeger veel te veel risico heb genomen. Niet zozeer stoer Verstappen-gedrag. Maar ik zat wel zeer regelmatig met een stevige snuf op achter het stuur. Het is iets waar ik me nu behoorlijk voor kan schamen, terwijl ik destijds niet bepaald de enige was. Overigens is dat nooit een geldig excuus voor iets waar je heel veel schade mee kan aanrichten. Ik heb drie auto’s aan gort gereden en behalve een fikse hersenschudding is er nooit iets ergers gebeurd. Godzijdank, want dan had door mijn toedoen zo’n pet ergens aangebeld. Ik krijg rillingen als ik er aan denk.

Misschien dat ik daarom van de week zo heftig reageerde op een artikel in de Gelderland over die debiele automobilisten die ongegeneerd bij een ernstig ongeval op de A-58 alles filmden. En meteen online publiceerden. Ze krijgen allemaal een bon thuis. Één mevrouw van mijn leeftijd vond dat overdreven en belachelijk. In de krant liet ze weten dat ze nooit de gezichten van de slachtoffers filmt. En dat ze het een kick vindt om alles als eerste online te zetten. Omdat sommige media dan haar foto’s als eerste gebruikte. Ze was verpleegkundige en vond ook dat we niet zo krampachtig over de dood moesten doen. Dat filmen en online posten was gewoon van deze tijd. Ik had er een hele column aan kunnen wijden, maar Youp was me gisteren voor met een briljante insteek. (klik hier voor column Youp )

Eigenlijk moet ik me niet zo druk maken over deze dame of zo’n mevrouw Willie Dille. Ik ben aan het genieten van een relaxte vakantie in mijn Spanje, met een hut vol familie en vrienden. Het belangrijkste moment van de dag is toch de juiste restaurantkeuze te maken voor de lunch. Elke dag weer. Soms een beetje schuiven met de tijd omdat het bootje varen wat langer duurt, maar kleine dingen houd je toch. Het is best prettig dat we nog steeds zoveel genieten van deze plek, hoe vaak we er ook zijn. En gelukkig is Spanje tegenwoordig qua temperatuur behaaglijker dan Nederland.

In deze totale ontspanning ben ik eindelijk ook weer fanatiek boeken aan het lezen. Gedurende mijn Apenrots tijd de afgelopen anderhalf jaar kwam dat er helemaal niet meer van. Ik zat vastgeplakt aan de Ipad om al swipend het nieuws op te slurpen, mails te scannen en gunde mijzelf niet de tijd om aan één van de tientallen ongelezen boeken te beginnen. Maar de knop is om, met twee prachtige boeken van Eduardo Mendoza, ook schrijver van het schitterende Stad der Wonderen over Barcelona rond 1900.

Dus verwacht van mij de aankomende weken geen actuele updates. Ik schakel even digitaal een tandje terug. Net als in de the good old days. Heerlijk.

Zo vader, zo dochters

06.00 uur zondagochtend, Rosamar. Zojuist met een schok wakker geworden. Deadline voor de column verloopt over anderhalf uur en ik heb nog geen idee waarover ik ga schrijven. Dat belooft wat.

Het kan ook zijn dat het abrupte ontwaken is ontstaan door de overvloedige inname van alcoholische versnaperingen gisteravond. Omdat een vervaagde oude vriendschap weer nieuw leven in wordt geblazen. Of ingedronken, net hoe je het bekijkt. Het bezoek van Peter en Matthias neemt ons allemaal weer mee langs memory-lane. En ook wel grappig om te merken dat het er soms niet toe doet hoe weinig je elkaar ziet om de draad weer op te pakken. Kwaliteit boven kwantiteit.

De onderwerpen zijn trouwens heel anders dan 20 jaar geleden. We babbelen uitgebreid over het wegvallen van ouders, de keuzes op werkgebied voor hopelijk de laatste 10 jaar, wat te doen bij haperende gezondheid en ook hoe je achterblijft als de ander er niet meer is. En dan blijkt toch dat er nog open eindjes zijn, zelfs bij onze generatie. We praten makkelijker over de dood dan de generatie van onze ouders, durven uitgesproken keuzes te maken (“we jassen alles erdoor, er blijft nada over”), maar een aantal elementaire acties zijn nog niet in gang gezet. Best apart.

Nu mijn jongste dochter Marloes 20 is geworden en dus officieel geen tiener meer is, verandert ook voor mij het speelveld weer een beetje. Ze zijn nu allebei prima in staat om eigen keuzes te maken en hebben een uniek karakter waar niet meer aan geschaafd kan of hoeft te worden. Misschien mag je er af en toe nog een beetje advies of geld tegen aan gooien, maar verder lekker hun eigen pad laten kiezen. Zo was het vroeger niet anders. Op mijn 20e verjaardag woonde ik bij hospita Mevrouw van der Mars, 4hoog aan de Sloterkade in Amsterdam, samen met gabber Michiel. We gingen twee keer per week rechtstreeks van het Leidse Plein door naar de ochtenddienst. 20 minuutjes gorgelen met Lysterine, schoon overhemd, twee keer schudden met de kop en klaar voor een werkdag van 10 uur..

De Universiteit van Binghamton publiceerde afgelopen week een studie waaruit bleek dat baby’s die op hun vader lijken gezonder en gelukkiger leven. Er hebben zes serieuze onderzoekers jarenlang aan deze studie gewerkt. De gedachte erachter is dat vaders meer voor hun kinderen doen en meer liefde geven als ze ervan overtuigd zijn dat het hun eigen nageslacht is en de kids dus op papa lijken.. De herkenning betekent erkenning. Wat een zeldzame kletskoek en verspilling van geld. Prehistorisch aap-denken. Alleen als je als vader maar 3 hersencellen hebt, kun je zo denken.

Toen mijn dochters werden geboren waren ze allebei foeilelijk. Echt. Je hoort het niet te zeggen over je eigen ‘prinsesjes’, maar het was gewoon waar. Ik weet zeker dat er vrienden na het kraambezoek in de auto tegen elkaar hebben gezegd: “allejezus, die is lelijk!” Anne-Roos was een oranje skippybal die licht gaf in het donker en door ons liefkozend Teuntje werd genoemd. Marloes leek het meest op de zoon van de lokale groenteboer, met blond piekhaar en veel te grote handen. Het was gewoon niet eerlijk, want hun moeder was een prachtige vrouw en ik nog een blonde Adonis, 20 kilo lichter. Wij hadden het zeker niet verdiend, die lelijke dochters. Maar God, wat hielden we van ze.

En nu, 20 jaar later, ben ik weer dolblij dat ze qua uiterlijk niet op mij lijken. Anders heb je een onoverbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt. Ze zijn in ieder geval mooi opgedroogd: Lelijk in de luier, mooi in de sluier! Alhoewel dat laatste nog wel even kan wachten. Terwijl hun vader, zeker op een houterige zondagmorgen, als een kasteelheer over zijn eigen wallen naar het PC-schermpje zit te turen. Worstelend met woorden, zoekend naar een betere balans in zijn leven. Last van de pourriture noble, de edele rotting waardoor mooie dessertwijnen ontstaan.

De mannen van Veldhuis en Kemper hebben ooit een prachtig liedje geschreven over de ommekeer in het leven. Luister maar eens naar het You Tube filmpje. En als je er verdrietig van wordt, besef dan dat het the Circle of Life is. Dus daarna overschakelen naar Praede Diem: plunder de dag!

107.1 FM

Het leven zit vol clichés. Best logisch, want de mens is een gewoontedier met (soms) hersens, zodat je terugkerende dingen kunt herkennen. ‘Elk pondje gaat door het mondje’ is zo’n mega-irritant cliché, waar ik elke dag last van heb.

Maar deze week zat geluk in een luidruchtig hoekje van de badkamer. Want elk pondje ging door het kontje. Ik heb geen idee wat de oorzaak was, behalve misschien een weekje te stevig laven in Andorra. Of een paar eieren die te lang in de koelkast hebben gelegen op Rosamar. Maandagnacht barstte het buikgriep-geweld los en donderdagmorgen was ik 3,5 kilo kwijt. Hatseflats! Alhoewel flats nog een iets te vaste verschijningsvorm was voor hetgeen ik produceerde…

Behalve hongerloosheid, voor mij een zeldzaam fenomeen, had ik nergens last en heb ik prima kunnen werken deze week. Het was wel lastig dat mijn Otootje voor onderhoud een dag of twee weg moest. Ik heb er altijd een Emergency setje kleding in liggen en die was ik vergeten naar de vervangende skelter over te hevelen. Best tricky, want één keer per jaar komt het setje goed van pas en deze vloeibare dagen behoren wel in de risico-categorie. Meer details en voorbeelden zijn niet nodig denk ik.

Medisch gezien heb ik een soort Patty Brardje achter de rug. Deze draak heeft ooit voor het meest gênante TV-moment aller tijden gezorgd, door de ranzige effecten van een klysma in beeld te brengen. Sindsdien zap ik meteen weg als die zonnebrandbruine plofkip in beeld verschijnt. Ze is wel in goed gezelschap, want ik doe hetzelfde met Grove Gordon, Kwalbert Verlinden, Perverse Paaij en Barbie. Gelukkig zijn ze steeds minder op TV, omdat SBS6 en RTL4 eindelijk met uitsterven worden bedreigd.

Maar door dit stomme toeval zit ik ineens onder Pleun-niveau. En dan weten mijn trouwe volgers dat ik het over mijn afvalstrijd heb. Daarin word ik bijgestaan door montere, positieve diëtisten, die als onvermoeibare Jehova’s blijven geloven in het Wonder; Frank ruim onder de 100! Ik heb de laatste afspraak twee maanden geleden teleurstellend afgesloten en ben sindsdien ondergedoken. Maar nu kan ik misschien triomfantelijk een afspraak maken omdat ik ruim onder de doelstelling zit. Als we nu allemaal onze mond houden, kan ik doen alsof het op eigen kracht is gegaan.

De vraag is: is dit het keerpunt? Kan ik mezelf motiveren om er echt werk van te maken, nu zo’n meevaller mij de goede kant op duwt? Ga ik schoorvoetend weer proberen of mijn fitness-pasje niet geblokkeerd is vanwege langdurige afwezigheid? Gaan de Shell, Texaco en BP slechte kwartaalcijfers presenteren in juli, als gevolg van mijn platgelegde snaai-aanvallen? Kan ik de excuses als Apenrots-werkdruk en Ondernemers-stress pareren door uit te spreken dat het part of my life is en er dus altijd zal zijn? Kortom, heb ik ruggengraat of ben ik net zo’n weekdier als Gordon?

Ik heb al zeven maanden niet gerookt en drink nog nauwelijks alcohol. Maar de zout- en suikerverslaving zit als een mentaal virus in mijn hersenpan. En alleen als ik eerlijk en streng ben naar mezelf, lukt het om dat virus een tijdje plat te leggen. Dan verdwijnt het naar dat gedeelte van mijn hersens, waar ratio en feitelijkheid de regie voeren. Dan durf ik na te denken over de gezondheidsrisico’s voor een man van mijn leeftijd en levensstijl. Totdat het puberbrein het weer overneemt en ik kinderachtig ontkenningsgedrag vertoon. YOLO en YOGO!

De rectale reiniging van afgelopen week heeft alles weer in een stroomversnelling gebracht. Ga ik het aimabele merk Tony Chocolonely remmen in zijn commerciële groei door geen repen meer te verpulveren in mijn maalschijf? Gaat de nieuwe McDonalds bij Oosterhout al vijf maanden na zijn opening een omzetdaling van 25% voor de kiezen krijgen? Zijn de Hamka’s van Lays het volgende merk dat verdwijnt, na de Cheezels? Gaat de Katjesdrop van Venco definitief uit het assortiment? Bij de gedachte al breekt me het angstzweet uit en raak ik ter plekke weer 500cc vocht kwijt. Elk nadeel hep zijn voordeel.

Ik realiseer me dat deze banale ontboezemingen voor sommigen iets te veel zijn, zo Vroeg Op Zondag. Excuses, volgende week beter. En waar de titel op slaat? FM is de afkorting van Frank Megavet. De rest mag jezelf raden.

Nick

Toch nog sneller dan verwacht hebben we deze week afscheid genomen van mijn oom en grote voorbeeld Nick. Het zat eraan te komen en toch werd ik erdoor overvallen. Een spoedbezoek Down Under om hem nog een keer te bedanken voor zijn Lebensfreude en humor kan dus niet meer. En dus blijven herinneringen als haperende zwart-wit beelden over mijn netvlies dansen.

Nick is één van de acht broers en zussen van mijn vader. Na een matige schoolcarrière (dyslexie betekende toendertijd gewoon dat je niet goed kon leren) en een paar jaartjes zwerven over de wereld is Nick begin jaren ’70 in Australië terecht gekomen. Daar is hij, 48 jaar later, in het bijzijn van zijn vrouw Joy, zoons Michaël en Phillip aan zijn laatste trip begonnen. Na een paar intensieve weken met veel familie en vrienden was hij er klaar voor. Zijn gevoel voor humor liet hem ondanks zijn slechte gezondheid nooit in de steek, ook niet in zijn laatste dagen. Een uniek mens is niet meer.

Ik heb al vaker hier gememoreerd aan mijn Australische jaren eind jaren ’80 en telkens stonden Nick en Joy dan centraal. In het leven besef je vaak pas later wat de invloed van sommige mensen op je persoonlijke groei is geweest. De frivole jaren in Spanje als reisleider en ANWB-inspecteur waren, vlak na de hotelschool, een soort overgangsfase naar de echte werkwereld. In Australië ging dat geruisloos over naar een professionele omgeving waarin hard werken de norm werd. Nick had met die instelling veel bereikt, maar ook altijd ruimte over gehouden voor de leuke dingen. Onder het motto: Work Hard, Play Hard.

Als een soort van Dutch Son draaide ik mee in het gezin, fungeerde als buffer tussen de pubers Michael en Phillip en klopte met regelmaat bij Joy aan voor uitleg over de onnavolgbare werkwijze van Nick. Ik had dan in de haast weer een bierviltje met taken in mijn hand gekregen, met totaal onleesbare kreten. Mijn talenknobbel was simpelweg niet toereikend genoeg om de hiërogliefen te ontcijferen, maar Joy vertaalde het zonder moeite. Ze was het na al die jaren gewend om het zakelijke vernuft van Nick om te zetten naar een fatsoenlijke administratie. Uit werkelijk elke broekzak of opbergvakje in de auto kwamen bonnen, rekeningen of facturen tevoorschijn.

Nick’s kracht lag heel ergens anders. Hij had een aanstekelijke gunfactor voor klanten, was nooit te betrappen op arrogantie of hautain gedrag, was super pragmatisch en creatief in oplossingen ( “if you can’t solve it, it’s not a problem but a fact”) en bleef altijd zichzelf, wie er ook voor hem stond. En hoewel hij zakelijk slim opereerde, ging bij hem ondernemen nooit ten koste van de ander. Goed voor zijn mensen, goed voor zijn klanten. Ik heb sindsdien altijd geprobeerd deze eigenschappen na te streven. Het heeft me veel geholpen, ook in slechte tijden. Je hoeft je dan nooit te verstoppen.

We hebben samen gelachen toen we Stevie Wonder in een houten kist op wielen onder het podium moesten duwen, voor zijn optreden in het Indoorstadium van het Australian Institute of Sports…. Gedold met de groupies die voor de kleedkamer van Dave Stewart van de Eurythmics lagen, terwijl Dave binnen voor pampus lag op een spiegel van waspoeder… Tweeduizend man vegetarische broccolisoep geserveerd, getrokken van kippenbouillon… Honderden muggenbulten opgelopen in de tot hotel omgebouwde tramstellen in Lightning Ridge, de opaalhoofdstad van Australië enz. enz. Never a dull moment.

In de wereld van nu is het lastig om zaken te doen, zoals Nick het altijd heeft gedaan. De gunfactor is zelden nog van doorslaggevende aard. Er zijn Europese aanbestedingen om te beslissen wie een contract tegen onmogelijke financiële condities gaat uitvoeren. Ongeacht je bewezen meerwaarde kun je er dan zomaar uitliggen. Bedankt en tot ziens. Kil en zakelijk, geen ruimte voor gevoel of passie. Misschien probeer ik met mijn nieuwe bedrijf De Groene Artisanen wel tegen de stroom in te bewijzen dat het nog steeds kan: intuïtief zakendoen met gezonde uitgangspunten. Zoals Nick het, misschien onbewust, heeft nagestreefd.

Maar eerst moet Nick een plek krijgen in hetzelfde gedeelte van mijn eigen harde schijf, waar ook mijn ouders zijn opgeslagen. Het is daar in korte tijd erg vol geworden. Kan voorlopig niet veel meer bij.

Snieklaas

Sorry. Ietsepietsje te laat. Ik was gister na mijn gastoptreden als Sinterklaas laat thuis. Het slaappilletje deed daarna iets te goed zijn werk. De Sint is blij dat hij weer naar Spanje kan.

Omdat ik dit jaar twee optredens had, ging ik een paar weken geleden op zoek naar een huurpak. Maar de speurtocht op Marktplaats leverde een onverwachte meevaller op. Voor hetzelfde geld kon ik een tweedehands pak kopen, in het mooie Betuwse Winssen. Snel een bod uitgebracht van 60€ en na een kort onderhandelingsrondje kon ik voor een tientje meer het pak, inclusief mijter en staf, op komen halen.

Na enig zoeken kwam ik bij een slecht onderhouden boerderijtje aan, waar de voortuin volgepakt stond met groen uitgeslagen kabouters. De deur werd opengedaan door het kleine broertje van kabouter Plop, wat perfect paste in het beeld van de voortuin. Ik liep achter hem aan naar een soort van woonkeuken. Daar zat mevrouw Plop (perfecte naam voor een vormloos vrouwtje met Kort Pittig Kapsel) voorover hangend aan de keukentafel op haar laptop naar Marktplaats te staren. Ze hadden nog meer rommel in de verkoop.

Via een smal tussengangetje kwamen we in een soort van grote bijkeuken, die onbeschrijfelijk vol stond, lag en hing met alles wat je in een mensenleven verzamelt als je nooit iets weggooit. In een flits ging het door mijn hoofd dat de leegverkoop misschien gedwongen was omdat ze naar een piepklein zorgaanleunwoninkje moesten vertrekken. Plop toverde achter uit een kast zonder deur het pak tevoorschijn en ging daarna in allerlei dozen op zoek naar de mijter, handschoenen en het witte onderkleed. Hij wist de weg in het labyrint en vrij snel stonden we weer naast zijn theelepelvrouwtje in de keuken. Na het korte beleefde afscheidsgesprekje en de betaling stond ik buiten met mijn nieuwe aanwinst.

Thuis lag Marion in een deuk toen ik het voor het eerst aantrok. Het versleten pak was bijna net zo oud als Snieklaas zelf en stonk enorm. Qua uitstraling leek ik het meest op Hans Teeuwen in de hilarische scene bij Debiteuren-Crediteuren van Jiskefet. We hebben snel de pruik en baard in een emmer met chloor gezet, want het kriebelen leek te komen door de aanwezigheid van klein kruipend ongedierte… De mijter werd groter gemaakt, de mantel buiten gehangen, het onderkleed en handschoenen belandde voor het eerst in hun bestaan in de wasmachine. Maar ik was dolblij met mijn aanwinst.

Afgelopen maandag had ik mijn eerste optreden bij collega-directeuren tijdens een twee-daagse hei-sessie. In de kookstudio waar we ’s avonds een mooi diner probeerde te realiseren, wandelde na het voorgerecht een shabby Sint naar binnen, die meteen om een fles witte wijn vroeg en die ik in één teug achterover klapte. Ik had de chefkok van de studio gevraagd om een lege fles half met water te vullen en die op verzoek aan te geven. De meeste collega’s zagen met angst en beven hun moment met de Sint tegemoet en ze kwamen niet bedrogen uit. Ik heb me heerlijk uitgeleefd en had gedichten gemaakt die ik zonder Sint-pak niet zou durven te zeggen. Het was dikke pret.

En gisteren was dan tijdens het jaarlijkse kadootjes- en surprise familiefeest met de familie Kuiper het voorlopig laatste optreden. Volkomen onverwacht kwam ik als Sint binnen. Alleen Marion zat in het complot. Omdat deze avond in de loop der jaren langzaamaan is uitgegroeid naar een afzeikparade, kon ik ook hier heerlijk los. Wetende dat ik genoeg aanleiding heb gegeven in 2017 om zelf ook aangepakt te worden. Soms is aanvallen de beste verdediging. Gelukkig maar, mijn gewicht en te harde werken kwamen erg vaak aan bod.

Maar na 2 optredens en 25 gedichten gaat de Sint binnenkort uitgeput terug naar Spanje. Het griepje dat hij opliep twee weken geleden in de eindeloze guurheid van november, is nog steeds niet weg en maakt langer functioneren lastig. Er is ook geen lol meer aan. Het is schier onmogelijk om overal op tijd te verschijnen als je de halve dag vaststaat in een file.

Dus als iemand volgend jaar wil optreden als Snikkelkaas; ik heb een prachtig pak. Als nieuw. Voor 25€ te huur. Zonder beestjes, ruikend naar Robijn lavendel. Ik hoor het wel!

Columnisten ATV

Terwijl de roze struik van mijn moeder precies begint te bloeien als haar partner Yvonne een paar dagen op Rosamar met zus en zwager komt relaxen en Barcelona op indrukwekkende wijze de aanslag verwerkt, ga ik vandaag genieten van mijn jaarlijkse Columnisten-ATV.

Morgen weer terug naar NL en aan de bak, met opgeladen accu en hopelijk met betere balans.

Tot volgende week