Snieklaas

Sorry. Ietsepietsje te laat. Ik was gister na mijn gastoptreden als Sinterklaas laat thuis. Het slaappilletje deed daarna iets te goed zijn werk. De Sint is blij dat hij weer naar Spanje kan.

Omdat ik dit jaar twee optredens had, ging ik een paar weken geleden op zoek naar een huurpak. Maar de speurtocht op Marktplaats leverde een onverwachte meevaller op. Voor hetzelfde geld kon ik een tweedehands pak kopen, in het mooie Betuwse Winssen. Snel een bod uitgebracht van 60€ en na een kort onderhandelingsrondje kon ik voor een tientje meer het pak, inclusief mijter en staf, op komen halen.

Na enig zoeken kwam ik bij een slecht onderhouden boerderijtje aan, waar de voortuin volgepakt stond met groen uitgeslagen kabouters. De deur werd opengedaan door het kleine broertje van kabouter Plop, wat perfect paste in het beeld van de voortuin. Ik liep achter hem aan naar een soort van woonkeuken. Daar zat mevrouw Plop (perfecte naam voor een vormloos vrouwtje met Kort Pittig Kapsel) voorover hangend aan de keukentafel op haar laptop naar Marktplaats te staren. Ze hadden nog meer rommel in de verkoop.

Via een smal tussengangetje kwamen we in een soort van grote bijkeuken, die onbeschrijfelijk vol stond, lag en hing met alles wat je in een mensenleven verzamelt als je nooit iets weggooit. In een flits ging het door mijn hoofd dat de leegverkoop misschien gedwongen was omdat ze naar een piepklein zorgaanleunwoninkje moesten vertrekken. Plop toverde achter uit een kast zonder deur het pak tevoorschijn en ging daarna in allerlei dozen op zoek naar de mijter, handschoenen en het witte onderkleed. Hij wist de weg in het labyrint en vrij snel stonden we weer naast zijn theelepelvrouwtje in de keuken. Na het korte beleefde afscheidsgesprekje en de betaling stond ik buiten met mijn nieuwe aanwinst.

Thuis lag Marion in een deuk toen ik het voor het eerst aantrok. Het versleten pak was bijna net zo oud als Snieklaas zelf en stonk enorm. Qua uitstraling leek ik het meest op Hans Teeuwen in de hilarische scene bij Debiteuren-Crediteuren van Jiskefet. We hebben snel de pruik en baard in een emmer met chloor gezet, want het kriebelen leek te komen door de aanwezigheid van klein kruipend ongedierte… De mijter werd groter gemaakt, de mantel buiten gehangen, het onderkleed en handschoenen belandde voor het eerst in hun bestaan in de wasmachine. Maar ik was dolblij met mijn aanwinst.

Afgelopen maandag had ik mijn eerste optreden bij collega-directeuren tijdens een twee-daagse hei-sessie. In de kookstudio waar we ’s avonds een mooi diner probeerde te realiseren, wandelde na het voorgerecht een shabby Sint naar binnen, die meteen om een fles witte wijn vroeg en die ik in één teug achterover klapte. Ik had de chefkok van de studio gevraagd om een lege fles half met water te vullen en die op verzoek aan te geven. De meeste collega’s zagen met angst en beven hun moment met de Sint tegemoet en ze kwamen niet bedrogen uit. Ik heb me heerlijk uitgeleefd en had gedichten gemaakt die ik zonder Sint-pak niet zou durven te zeggen. Het was dikke pret.

En gisteren was dan tijdens het jaarlijkse kadootjes- en surprise familiefeest met de familie Kuiper het voorlopig laatste optreden. Volkomen onverwacht kwam ik als Sint binnen. Alleen Marion zat in het complot. Omdat deze avond in de loop der jaren langzaamaan is uitgegroeid naar een afzeikparade, kon ik ook hier heerlijk los. Wetende dat ik genoeg aanleiding heb gegeven in 2017 om zelf ook aangepakt te worden. Soms is aanvallen de beste verdediging. Gelukkig maar, mijn gewicht en te harde werken kwamen erg vaak aan bod.

Maar na 2 optredens en 25 gedichten gaat de Sint binnenkort uitgeput terug naar Spanje. Het griepje dat hij opliep twee weken geleden in de eindeloze guurheid van november, is nog steeds niet weg en maakt langer functioneren lastig. Er is ook geen lol meer aan. Het is schier onmogelijk om overal op tijd te verschijnen als je de halve dag vaststaat in een file.

Dus als iemand volgend jaar wil optreden als Snikkelkaas; ik heb een prachtig pak. Als nieuw. Voor 25€ te huur. Zonder beestjes, ruikend naar Robijn lavendel. Ik hoor het wel!

Columnisten ATV

Terwijl de roze struik van mijn moeder precies begint te bloeien als haar partner Yvonne een paar dagen op Rosamar met zus en zwager komt relaxen en Barcelona op indrukwekkende wijze de aanslag verwerkt, ga ik vandaag genieten van mijn jaarlijkse Columnisten-ATV.

Morgen weer terug naar NL en aan de bak, met opgeladen accu en hopelijk met betere balans.

Tot volgende week

Nur Links und Nur Langsam

Dank voor alle mooie reacties op mijn blog vorige week over vriendschap. Schijnbaar hier en daar een gevoelige snaar geraakt. Vandaag voeg ik het ontbrekende stukje toe.

Gisteren was de sterfdag van mijn vriend Michiel, die in 1994 is overleden. Veel te jong en veel te kort bij ons geweest. Wel een onwisbare indruk achtergelaten. Uit het oog, maar nog altijd in ons hart. Op het kaartje heb ik namens zijn broer Joost en mij gezet : SEMPRE VICINO DE NOI. Zoek maar even op. Ik ga op zijn verjaardag en op zijn sterfdag altijd naar zijn graf. Alleen. Soort van bezinningsmomentje, waarin ik hem bijpraat over de laatste ontwikkelingen. Was wel veel deze keer, want hij wist ook nog niet alle details van de laatste maanden van mijn moeder. Michiel vroeg me, luchtig als altijd, of ik ook nog leuke dingen te melden had. Heb hem verteld dat die de volgende keer weer komen.

Ik heb het de laatste tijd al vaker uitgelegd, maar ik zie vriendschappen in mijn leven als een soort treinreis. Ik zit zelf mijn hele leven in mijn eigen stoptrein en telkens komen er vrienden aan boord. Een paar al sinds mijn jeugd, anderen pas halverwege en sommigen zelfs heel recent. En het rare is; de gezamenlijke reisduur aan boord zegt niets over de hechtheid van de vriendschap. Er zijn goede vrienden uitgestapt na een paar perronnetjes, maar we hebben wel samen een prachtige tijd gehad. Dat koester ik dan en heb geen teleurstelling of negatief gevoel over een niet gehaalde eindbestemming. C’est la vie.

Ik ben weleens oude vrienden tegen gekomen die ooit waren uitgestapt. En die na lange tijd toch wel weer aan boord wilde. Ik heb toen gezegd dat ik ze al die jaren niet gemist had. Dat klinkt knoeperhard en rancuneus, maar was echt niet zo bedoeld. We hadden allebei een ander spoor genomen, ook dat gebeurt. Na een eerste schrikreactie hebben we gezellig samen een biertje gedronken op het mooie gezamenlijke verleden. En is ieder zijn eigen weg weer gegaan. Ik snap dat het soms moeilijk is om vriendschappen af te bouwen of te beëindigen. Maar als het geen toegevoegde waarde meer heeft, waarom dan krampachtig blijven hangen in the good old times?

Om me heen zie ik ook doorlopend mooie nieuwe vriendschappen ontstaan. Wat te denken van M&M: Macron en Merkel? Hij houdt toch een beetje van cougars en nu Donnie Trump geen betrouwbare vriend blijkt te zijn voor Angela hebben ze elkaar gevonden. Dat belooft wat! Want Chief Cavia is natuurlijk een rancuneuze narcist die niet tegen zijn verlies kan en al helemaal niet gewend is zijn zin niet te krijgen. Zou hij daarom de grootste historisch blunder van deze eeuw gemaakt hebben? Omdat het klimaatverdrag in Parijs is ontstaan? Het Parijs van zijn jonge rivaal Macron. Alleen de VS, Syrië en Nicaragua doen niet mee. Mooi rijtje om tussen te staan, ik zou me als Amerikaan kapot schamen. Ik voorspel dat na het vertrek van Trump zijn hele imperium instort. Geen fatsoenlijk mens wil toch zakelijk geassocieerd worden met zo’n sloper?

Zelfs als je voor Real Madrid bent, kun je mijn vriend zijn. Want iedereen maakt wel eens verkeerde keuze of zit in de verkeerde coupé. Maar het is net als uit de kast komen op latere leeftijd; het is zo zonde van alle verspilde tijd. Hoe kun je nou fan zijn van Marcelo, Pepe of nog erger Ramos? Ronaldo snap ik nog wel , want die kan best wel ballen. En Real Madrid wint best vaak een prijsje. Nou daar komt ie: Madrid-fans, proficiat met de CL. En het kampioenschap. En de beste reservebank. En de beste connecties in de politiek.

Duitsers zijn minder goed in vrienden maken, want zojuist komt om 7.30 uur de fanfare en schuttersvereniging trommelend en trompet blazend de straat door. Om Pinksteren in te luiden. Hun gevoel van humor is langzaamaan aan het bijtrekken. Mijn buurman vroeg gisteren wat een Nederlander krijgt als hij 3 keer gezakt is voor zijn rijbewijs. Het antwoord: ein gelbes Nummernschild! Hahaha! Want NL betekent: Nur Links und Nur Langsam .

Ik ga maar eens achter die optocht aan, voor een beetje beweging. Ben weer begonnen bij Pleun2. Volgende keer het eerste voortgangsrapport…

Geluk(t)

Wat er gelukt is? Ik ben 10 jaar getrouwd. Best knap. Van Marion. Je zult maar 10 jaar met mij getrouwd zijn. Dan heb je doorzettingsvermogen, een dikke huid, een flexibele geest en heeeeel veeeel geduld.

2007, het klinkt als kort geleden. Maar als je bedenkt waar de wereld stond in 2007, is het ineens een gigantische stap. Bush was president en Obama nog een nobody. Facebook was nog het muffige smoelenboek van student Zuckenburg. IS(IS) was een cosmetica-merk en Syrië een indrukwekkend land met betoverende historische plaatsen als Palmera en Aleppo. Whatsapp? Nooit van gehoord!

Ikzelf had net besloten van de apenrots af te stappen en sabbaticalde een tijdje in Spanje voordat ik in een bizar milkshake-avontuur stapte met Mr. Panda Marcel Boekhoorn. Marion was aan het leren om onzekerheid toe te laten en dus ook een andere werkritme te aanvaarden. Het was ook het begin van onze volgende levensfase: Spanje als doel en bestemming, Nederland als noodzakelijk kwaad. Maar natuurlijk stonden mijn meiden centraal: Middelbare school lonkte en support was gewenst.

Onze bruiloft in 2007 in Spanje had een gouden randje. Niemand had zich afgemeld en we waren dus met 40 volwassenen en 25 kinderen een heel weekend aan het feesten. De donderdagmorgenvlucht vanaf Weeze was bijna scary, want er zaten 36 man 1e graads familie en vrienden aan boord…. De BBQ op vrijdag bij ons thuis, de lange zaterdag-matinée in restaurant Bell LLoc in Montseny, de borrel op de boerderij van Ria & José, de talloze after-partys de dagen erna; het was top. Zelfs de burgemeester was bereid voor € 50,= en zes flessen wijn de trouw-ceremonie in het Catalaans te doen. Marion weet nu nog steeds niet waar ze allemaal “ja” tegen heeft gezegd, dus ik heb nog een paar troeven achter de hand….

Afgelopen weekend hebben we, samen met de getuigen van toen, onze tinnen bruiloft gevierd. Helaas konden Maaike, Joost & Inge niet erbij zijn, dus hebben we ook onze Spaanse vrienden uitgenodigd. Omdat zij al 10 jaar getuige én deelgenoot zijn van ons rijke Spaanse leven. Vier lange dagen hebben we ons gelaafd. Met als summum op onze trouwdatum 26 mei een 10-gangen lunch bij restaurant Can Roquet in Romanya de la Selva. Wat hebben we genoten met Wilma en Alex, Angelique en Leen, Lenny en Gerard, Caroline en Jan en maatje Robert. Wat was het dagje varen gisteren ook weer een geluksmomentje. Maar eigenlijk wil ik niet opscheppen en uitweiden hoe fantastisch alles wel niet was. Ook al is het zo!

Ik wil vandaag een lans breken voor vriendschap. Échte vriendschap. Die soms even verscholen zit in het achterkamertje van je dagelijkse beslommeringen. Die soms beklemd raakt in de periferie van verplichtingen. Die soms het onderspit delft tijdens het verkeerd stellen van prioriteiten. Maar die altijd, soms latent, aanwezig blijft. Wachtend op reanimatie. En dan de draad weer oppakt, alsof er geen pauze is geweest. Die vriendschap die geen excuses nodig heeft om weer warmte te geven. Die je weer vast pakt, omhelst en met je meeloopt zoals al die vorige keren. Echte vriendschap is de meest onbaatzuchtige ervaring die je kunt ontvangen. Én geven.

Dé eigenschap die echte vriendschap karakteriseert is loyaliteit. Wat andere mensen ook van jouw vriend vinden en hoe zeer ze daar misschien gelijk in hebben; het is jouw vriend en die verloochen je niet. Je hoeft niet alles goed te praten, maar je blijft loyaal. De mooiste uitspraak die ik ken is van Churchill, over zijn jeugdvriend (en generaal) Watson: “He is an asshole, but he is MY asshole!” Briljant. Einde discussie. En van echte vriend accepteer je ook zijn eerlijke mening. Hoe hard of onprettig die ook is. Want die eerlijkheid is niet om je te schaden, maar om je beter ter maken.

Ik wens iedereen de vriendschappen toe die ik heb. Want ik ben vooral daarom een gelukkig en rijk mens. Gepokt en gemazeld door de ups en downs van het leven en het gemis van mensen die er 10 jaar geleden nog bij waren. Maar vooral springlevend door mijn vriendschappen, mijn dochters en Marion. Lucky me.

Een buitengewoon leven

Ik was de laatste weken met mijn hoofd ergens anders en dat hebben jullie gemerkt. Maar aan alles komt een eind. Dit cliché heeft soms een letterlijke betekenis; wij hebben gisteren op een diep persoonlijke manier afscheid genomen van mijn moeder Roos.

Midden in de 2e Wereldoorlog werd mijn moeder geboren. Haar moeder Berthe bleef ook in die oorlogsjaren op de fiets overal bevallingen doen, terwijl vader Frans eten bij elkaar sprokkelde en op Duitsers schold. Het is goed dat ik pas later in Duitsland ben gaan wonen, want ik weet niet of hij langs was gekomen.

Van haar 12e tot 16e ging mijn moeder op kostschool bij de Nonnen in Reuver. Ze kon er grappig over vertellen en vond het zeker geen vervelende tijd. Later, op 19e jarige leeftijd, ontmoette ze tijdens haar verpleegsters-opleiding in Arnhem per toeval Daan, mijn vader, die gelegerd was in Schaarsbergen. Mijn moeder raakte in verwachting en mijn Opa Frans raakte in de stress; er moest halsoverkop getrouwd worden.

Als een 20e-eeuwse Josef en Maria verlieten mijn vader en moeder Nederland. Met een ouwe Kever als ezel kwamen ze via Zwitserland terecht in Barcelona, bij Ria (de zus van mijn vader) en haar man José. Daar werd ik in januari 1963 geboren. Het begin van mijn levenslange verbondenheid met de Stad der Wonderen.

Voordat Kaat, mijn oudste zus, werd geboren, waren we al terug in Nederland. Mijn vader ging na wat omzwervingen bij zijn ouders werken op de Goffertboerderij. Maaike en Pieternel kwamen erbij en in 1970 deden we woningruil met Opa en Oma van Zomeren. Ons gezin verhuisde naar de Goffert. Opa en Oma van Zomeren bleven steun en toeverlaat voor ons, maar vooral voor mijn moeder. Zij waren de smeerolie in een al haperende motor.

In mijn pubertijd heb ik veel grenzen opgezocht en overschreden. Ik heb het er de afgelopen jaren vaak met haar over gehad. Ze vertelde dan dat ze het wel een beetje aanvoelde, maar ook het vertrouwen had dat het nooit helemaal fout zou gaan. Daarin heeft ze gelijk gekregen: op mijn 16e zat ik een paar dagen vast na een uit de hand gelopen vechtpartij en was meteen genezen. Dankzij haar heb ik in mijn jeugd alle vrijheid gekregen om te ontdekken.

Na het gedwongen vertrek van de Goffert in 1984 kwamen we terecht in de Javastraat. Door het geregelde leventje begon het te knagen bij mijn moeder. Kinderen vlogen uit en na wat Spaanse zomers vertrok ook ik begin 1987 naar Australië. Ze nam toen onverwacht, 45 jaar oud, het moedige besluit om een herstart te maken voor de rest van haar leven. Wat volgde was een heftige tijd, waarin ze zeker niet door iedereen werd begrepen.

Ik haalde haar naar Australië om op adem te komen en samen hebben we daar een prachttijd gehad. Al op de eerste avond vielen we samen uit een Eucalyptus-boom, stoned van de joints. We vlogen met het kleine vliegtuigje van Clive kris kras met Nick (haar ex-zwager) door Australië. We hadden dolle pret en ze ging boordevol energie terug.

Na een paar kortere relaties kwam mijn moeder gelukkig Yvonne tegen, haar levenspartner tot het eind. Mijn moeder deed de meest rare klussen om rond te komen. Ze was barkeepster in het duistere café de Gouden Leeuw, draaide nachtreceptie in hotel Sionshof en deed uiteindelijk tot voor kort jarenlang terminale thuiszorg. Één volle week in de maand intern was superzwaar en de verhalen na afloop voor mij in ieder geval ranzig. En het 1e wat ze altijd deed als ze na een week vrijkwam? De stad in, naar Dekker van de Vegt, een boek kopen.

Ondanks het beperkte budget trok mijn moeder de hele wereld rond. Meestal met Yvonne, vaak met haar vriendinnen, soms alleen. Ik denk dat ik toen de meest bereisde bijstandsmoeder van Nederland had. En elk jaar was het haar laatste verre reis, dat bezwoer ze dan. Maar meestal kroop ze 12 maanden later weer door de Vietcong-tunnels in Vietnam of deed ze de Inca-trail naar Macchu Picchu in Peru. We hebben allemaal het reisvirus van haar geërfd. Net zoals het lezen. Ook mijn dochters werden door Oma Boot continu aangespoord om te ontdekken, om te durven, om te doen.

Vorig jaar juni, tijdens ons Mamsie weekend, praatten we onophoudelijk over ons leven, cruisend door glooiende wijnvelden en heuvelachtige Catalaanse vergezichten. We sliepen in de kasteelkamer van de Parador van Tortosa en wandelden over de stranden van de Delta de Ebro.

Ik merkte ook voor het eerst dat haar gezondheid echt haperde. Terug in Nederland volgden veel onderzoeken om de vermoeidheid en het enorme afvallen te verklaren. Op de donderdag van de 4-daagse in juli kregen we uitslag. Het was goed mis en dat wist ze meteen.

Sindsdien hebben we heftige tijden gehad. Het heeft haar ontzettend veel moeite gekost om te accepteren dat de warmte die haar typeerde zou eindigen. Want mijn moeder was een sociaal mens in hart en nieren. Maar op het laatst had ze toch weer die moed, die haar leven zo heeft gekenmerkt.

Formeel ben ik dus in korte tijd wees geworden. Het voelt helemaal niet zo. Ik heb nog twee Spaanse (peet)ouders en ben zelf een levensvat boordevol met herinneringen en anekdotes. De meest recente typeert haar nog het beste: vlak voor de komst van de huisarts, afgelopen zondag, wilde Roos nog even de door haar bestelde hapjes proeven. Toen de lange sliert Serrano ham werd weggeslikt, was er bij ons angst dat haar misselijkheid terug zou komen. “Neuh hoor, die plak blijft de laatste 15 minuten nog wel binnen…”

De zorg is nu weg, het gemis moet de vacante plaats nog innemen.
Dag Mam, bedankt. We zullen de herinneringen levend houden.

Geluk

Jarig. 54. Joepie. Er is er een jarig hoera hoera. Daar moet op gedronken worden, hihaho. Maar niet deze keer. Voor de eerste keer in 40 jaar sta ik droog op mijn verjaardag. Wat een feest.

Gistermorgen reden Marion en ik tussen de sneeuwbuien door naar Eindhoven Airport voor een koud weekend Macanet. Ik had er niet echt veel zin in, maar de laatste fase van Project Zwembad vraagt wat extra aandacht. Zou jammer zijn als er ineens roze tegeltjes met engeltjesmotief op de wanden worden gemetseld. Toch lullig om daar 20 jaar tegenaan te moeten kijken. Dus op naar Rosamar, wetende dat het een graad of 6 zou zijn. Binnen. We zitten al heel lang op de aansluiting van het aardgas te wachten. Mañana duurt nu al twee jaar..

Op Eindhoven Airport stonden the usual suspects keurig op tijd in de rij. We zien ze elke twee weken, maar het blijft bij vriendelijk knikken en hallo zeggen. Voor je het weet word je uitgenodigd voor de Hollandse Club en eet je haring op vlaggetjesdag. We hebben een paar hele goede Nederlandse vrienden in Spanje, maar het hoeft geen clan te worden. Doodsbang dat ik ineens in een clubhuis met Lex en Maxima in posterformaat op de muur sta te wouwelen over de bitterballen, zorgtoeslag en greenfees.

Vanuit het niets stond dochter Marloes voor mijn neus. Het was zo onverwacht dat ik het niet kon plaatsen. Achter haar doemde Anne-Roos met bikkel Philippe op. Mijn hunnybunny had mij het mooist denkbare verjaardagskado gegeven; de meiden stiekem uitnodigen om samen mijn ouwelullen-dag in Spanje te vieren. De afgelopen weken was ik door mijn dochters uitgemaakt voor Sjaak Afhaak, Partypooper en Remi (‘Alleen op de wereld’) omdat ik naar Spanje vluchtte om mijn verjaardag te ontlopen. Ik was erin getuind.

Elke cultuur heeft een andere interpretatie van geluk. Het Catalaanse woord ‘sort’ zit een beetje tussen geluk en mazzel in. Zo voel ik me gister en vandaag; een mazzelkont die gelukkig getrouwd is, met twee zelfstandige meiden die zelf hun geluk bepalen. Daar mag ik als vader af en toe een steentje aan bijdragen, maar het kan niet zonder hun eigen inspanning. En dat ik steeds vaker als sentimentele ouwe knar wordt gezien, is nog terecht ook.

Thuisgekomen bleek Het Project Zwembad onSpaans op schema te liggen. Ik ga zelf maandag de tegeltjes uitkiezen en meenemen, dus het wordt geen Barbie-bad. In no time sjeesden we daarna naar Barcelona om de altijd lastige thuiswedstrijd tegen Las Palmas te gaan bekijken. Neef Luca, diehard FCB-fan en studerend in de Stad der Wonderen, had last minute kaarten geregeld; weer een kadootje. Een goed gevuld Camp Nou smeekte om een ruime overwinning, ondanks de vele B-spelers die meededen. Het werd de door mij voorspelde 5-0 en daarmee werd het arme Las Palmas een nog grotere afstraffing bespaard. Toch zijn het rare verhoudingen in de Spaanse Primera División: de totale begroting van Las Palmas is lager dan het jaarsalaris van Messi….

Ik denk dat er onder mijn lezers mensen zijn die vinden dat ik voor het geluk geboren ben of gewoon altijd geluk heb. Ik wil best toegeven dat het regelmatig de goede kant opvalt, maar ik heb zeker ook momenten in mijn leven gehad dat het tegen zat of ronduit verkeerd ging. Maar in mijn genen of in mijn DNA zit een eigenschap die dan voor de oplossing zorgt: altijd vooruit kijken, nooit blijven hangen in het verleden. Kop schudden, verlies pakken en door. Leren van je fouten, maar nog liever drie keer aan een steen stoten dan nooit een steen tegenkomen. Het is een cliché dat ik vaak gebruik, maar mijn zware faillisement in 1999 was achteraf een blessing in disguise. Luctor et emergo; ik worstel en kom boven.

Straks neemt deze geluksvogel de hele bende inclusief Spaanse peetouders Ria & José en vriendje Robert mee lunchen in het Argentijnse toprestaurant 9Reinas van Barcelona-speler Mascherano. Want geluk is het enige wat zich verdubbelt als je het deelt.

Kersemus 2016

Terwijl in de meeste huishoudens de kerststress tot asferische hoogte stijgt, heb ik het al achter de rug. Mooi op tijd dit jaar; gisteren onze moeders, dochters en aanhang aan laten schuiven voor 7-gangen met alles d’rop en d’ran. Met stip op 1 : Gegrilde coquilles met een saus van Noilly Prat en lychées, op een bedje van saffraan- tagliatelle.

De eerste 10-15 jaar van mijn leven was Kerst niet leuk. Er stonden rijen auto’s voor de Goffert om de kerstbestellingen op te halen. Heel veel huzarensalades. Voor een paar gulden meer was er ook een Russisch Ei Royale; met een paar gerimpelde sardientjes, een klonter tonijn, 3 fliebers paling en 4 kunstig opgespoten gevulde eieren. Als de laatste neuroten om 17.00 uur het parkeerterrein afscheurden, ging de deur op slot en was het familie-avond. In ons gebruikelijke moordende tempo werd het eten vermorzeld. Daarna werd er een poging tot spelletjes gedaan. Altijd vielen de volwassenen in slaap of kregen de kinderen onderling ruzie. We waren gewoon niet gewend om langer dan een uur bij elkaar op de lip te zitten. Op 2e Kerstdag kwamen honderden mensen het kerstdiner bij ons kauwen. Diep in de nacht was Kerst gelukkig achter de rug.

Op de hotelschool was het kerstbeunen een lucratieve bezigheid. We werden bijvoorbeeld twee dagen afgebeuld bij Restaurant Engels in Rotterdam. De hele haven-fine fleur schoof daar aan. Goud blinkte overal, zelfs aan de riemen van de poedels. Die zaten gewoon aan tafel bij hun baasjes en aten mee. Logisch ook, want voor elke stoel moest betaald worden. Onder de live-klanken van Lee Towers en Anita Meijer werden wij als horeca-slaven opgedreven door Spaanse Ober-kelners. Type Manuel van Fawlty Towers, maar met het karakter van generaal Franco. De koks deden ook leuk mee, want de loodzware schalen met het hoofdgerecht voor 12 man werden gewoon nog even 10 minuten in de gloeiend hete oven gezet, voordat ze op onze onderarm de zaal ingingen om geserveerd te worden. Nog steeds groeit daar geen lichaamshaar…

Op de 2 kerstdag, na 30 uur werken in twee dagen, stapten we met 500 brandende guldens discotheek Le Bâteau van het Hilton in Rotterdam binnen. In sneltreinvaart werd het geld er door gejast, ook geholpen door de gehaaide barkeepers. “Geef die meisjes ook wat te drinken” betekende dat zo’n linkmichel meteen een fles Moët et Chandon bij de echte Dolly Dots uitschonk. Met nog 50 gulden over tuften we om 5 uur ’s morgens over de A-15 terug naar Wageningen. Onderweg vergaten we bij een plas-stop weleens iemand, die we 30 km verderop pas misten.

De raarste Kerst ooit had ik in Australië. Hartje zomer, 40 graden en een vol Frans restaurant met vrolijke Aussies, die Chateaubriand met Béarnaise saus wegspoelden met Bourbon & Coke. Na twee dagen buffelen ging ik op 3e Kerstdag met mijn roestige oude V6-Ford Falcon naar de tropische Southcoast om daar twee dagen op een verlaten strand te kamperen, te zonnen, te zwemmen en te bbq-en. Het kerstgevoel en Nederland was heel ver weg.

Omdat Kerst altijd in het teken van werken stond en pas op 3e Kerstdag begon, ben ik pas 15 jaar geleden zelf aan Kerstvieren toegekomen. Bij mijn entree in de familie van Beckhoven werd ik ‘uitverkoren’ om het kerstdiner te koken. Door mijn uitsloverige 6-gangen menu zat ik er daarna voor 10 jaar aan vast. Het waren ongekende momenten; familie in plaats van gasten. Marion en ik stelde voor 15 à 16 man het menu samen, de Hanos werd op kosten van mijn schoonouders leeggekocht, ik buffelde in de keuken en Marion decoreerde de tafel. Na afloop kreeg iedereen een kratje met afwas mee, zodat wij de volgende ochtend met piepende banden richting Oostenrijk konden vertrekken voor een weekje skiën met de meiden.

Voor mijn meiden is het een uitkomst dat het kerstdiner bij Pap nu al achter de rug is. Volgende weekend moeten ze in moordend tempo een minutieus plan uitvoeren om bij alle (schoon)ouders op tijd aan te schuiven. Wij gaan in Spanje op adem komen van een paar intense weken, lekker bij en met vrienden happen en nog een dagje of wat skiën in de Pyreneeën. Tijd voor een reset.

img_8071

PS: dank voor alle mooie reacties van vorige week. Het heeft me goed ge-DAAN.

DNA

De bedoeling was dat ik vanmorgen pas om 6 uur thuis zou zijn. Van het afscheidsfeestje van FeestDJ Ruud in de HMH. Samen met petekind Thijs Baas de hele nacht doorfeesten. Maar ik had een ander afscheidsfeestje. Van mijn eigen vader..

De diagnose in september 2015 liet aan duidelijkheid niets te wensen over. Nog een maandje of 8 en dan zat het er wel op. Het zijn toch nog 16 volle, intense maanden geworden. Waarbij er telkens wel een beetje werd ingeleverd, maar er bleef genoeg kwaliteit van leven over om alles eruit te halen. Pas in de laatste week holde alles achteruit, zodanig dat dinsdag gelukkig de verlossing kwam.

Mijn vader is geboren in 1937, voor de 2e wereldoorlog, in een ander tijdperk. Auto’s waren een bezienswaardigheid, telefoons werden nog ingeplugd via een centrale, op de radio werd alleen gepraat en TV’s bestonden nog niet. De maatschappij was erg verzuild; Roomskatholieken versus Protestanten. Daarom had bijna elk dorp twee voetbalverenigingen, twee fanfares, twee toneelclubs en twee zalencentra. Er waren maar een paar politieke partijen: socialisten, katholieken, protestanten, (semi-)liberalen en een paar verdwaalde communisten. Lekker overzichtelijk, zeker vergeleken bij het versplinterde kamerlandschap anno 2016.

Door mijn innige band met mijn grootouders en de vele reünies weet ik best veel over zijn jeugd en het opgroeien van mijn vader. De laatste tijd zijn ook de ontbrekende stukjes geplaatst in de familiepuzzel. Zij waren met negen kinderen en de belangrijkste vraag bij de geboorte van de laatste was: “Is het een Rooie?” Door het positieve antwoord werd de eindstand 5-4 voor de “Rooien”. In de wederopbouwjaren na de 2e wereldoorlog belandde het elftal op de Goffertboerderij. Daar werkten ze eerst als een hecht team, maar langzaamaan zwierven ze uit over de wereld.

Door een toevallige samenloop van omstandigheden ben ik Barcelona geboren. Mijn jonge ouders moesten door mijn ongeplande komst snel trouwen en daarna uitwijken naar het buitenland om pas terug te komen als niemand meer terug ging rekenen….Zij belandden via een omweg bij zus Ria en zwager José in Barcelona. Daar werd ik in 1963 geboren, pal naast Camp Nou. Het begin van een levenslange verbondenheid met stad en club. Bij terugkomst in Nederland werd mijn vader alleenheerser op de Goffert. Samen met mijn moeder, die meer voor de ‘human touch’ zorgde.

Mijn drie zussen en ik hebben allemaal hun eigen interpretatie van onze jeugd. Door hard thuis mee te werken, veel te sporten en altijd buiten te zijn ontliep ik vaak de stevige spanningen. Het zware horeca-leven én Papa’s hardnekkige karaktereigenschappen waren een onlosmakelijk onderdeel van onze gezinssituatie. Tot op de dag van vandaag weet ik niet of mijn vader dat anders had gewild of er misschien spijt van had. Zo was het leven toen; je deed wat je deed en het was zoals het was. Het is makkelijk om daar nu een oordeel over te vellen, maar de context van toen ontbreekt. Ik vind zelf dat ik een heerlijke jeugd heb gehad. Is dat dan dankzij of ondanks een “afwezige” vader?

Het leven maakt rare sprongen. Van de onregelmatige horeca belandde mijn vader in het routineuze horeca-vakonderwijs. Broodtrommeltje mee op de fiets, ‘s avonds zelf koken, weekenden vrij en 12 weken vakantie. Een groter contrast is haast niet mogelijk, maar het paste bij hem als een tastevin bij een sommelier. Zijn natuurlijke drang om dingen gestructureerd en minutieus te organiseren kon hij in zijn baan kwijt en werden in één vloeiende beweging ook in zijn vrije tijd toegepast. Menig bestuurslid van de tennisclub krijgt nu nog spontaan een epileptische aanval bij de gedachte aan een agendapunt van mijn vader. Hij was als een pitbull en liet niet meer los.

Ik heb maar sporadisch een compliment van mijn vader gehad, terwijl ik weet dat hij trots op me was. Grappig dat elke volgende generatie daar steeds een beetje beter in wordt. Je probeert de minder fraaie eigenschappen van je ouders uit te faden en een betere variant aan je kinderen door te geven. Terwijl je roots altijd zichtbaar blijven en door je kinderen onbarmhartig worden uitvergroot. Misschien wat minder scherp en een tikkie moderner. Maar nog steeds keihard in je eigen DNA geprint. Dus verloochen nooit waar je vandaan komt, want dan verloochen je jezelf.

Dag Pap, ik neem het stokje over.

foto-11-1

Snieklaas

Joh Snieklaas, vage kinderbaas
Met je rode jurk en snikkelkaas
Ben zelf weer even uitgeweken
Mooi in Spanje neergestreken

Je weet het man, elk jaar ben je de klos
Ga ik hier helemaal op je los
Zeik ik je met verwijten helemaal onder
Krijg jij de schuld van al het gedonder

Ben net wakker met een houten kop
Gister toch weer teveel GinTonic op
Na die kopbal van Ramos was ik boos
Zo’n fout van Ardan maakt me moedeloos

Ik ben in Spanje met Mamsie en mijn zussen
Die liggen nog allemaal op het kussen
Moet ik g.v.d. mijn kribje uit
Maar ja, ik ben wel een ijdeltuit

Gister met de zussen naar een film gekeken
Met zijn vieren de bank met tranen ondergezeken
Over een vrouw met Alzheimer; Still Alice
Domme keus, voor ons is er al van alles mis

Onze ouders zijn er niet best aan toe
In ons hoofd zijn we alle vier best wel moe
Geef jij nou eens het goede voorbeeld
Geen cadeaus, maar iets tegen dit ziektebeeld

Jouw feestje is toch al besmet
Uit de samenleving komt steeds meer verzet
En iedereen raakt nog verder verhit
Ik ben zo klaar met die bullshit

Iedereen is continu boos op een ander
Op de politiek, de buurman of een buitenlander
Amerika kiest voor een rasechte populist
Een leugenaar, een draaikont en ook een sexist

Het zegt alles over waar we staan
Waar is het in hemelsnaam fout gegaan?
We denken en leven in het hier en nu
En zijn over alles ontevreden, nondeju

Onze kinderen krijgen dit weekend cadeaus
Maar over 40 jaar is onze planeet waardeloos
Leeggezogen, oververhit, 1 grote snelkookpan
Hebben we niks geleerd van de geschiedenis dan?

Ga jij maar lekker naar Madrid met je bootje
2016 was voor mij toch al een zootje
Dus schudden met mijn houten kop
Niet achterom kijken: Gas er weer op

img_1343

Echte mannen

Het was een mannenweek waarin het kaf van het koren werd gescheiden. De mooiboys verbleekten in het felle spotlight van de diehards, de metroman zette de verwarming wat hoger in zijn vinex-woning, terwijl Neanderthalers in de rook van vochtig hout windkracht 8 trotseerden.

Vrijdagochtend reed ik samen met Marion de Oranjekazerne in Schaarsbergen binnen. Mijn neurotische dwang om nooit precies op tijd te komen, brak me dit keer bijna op. 7.40 uur is in het leger 7.40 uur. En niet rond kwart voor 8. Want meteen na aankomst luidde een Schotse doedelfanfare de binnenkomst van 40 militaire bikkels in. Door een haag van veel familie en beroepsmilitairen marcheerden deze mannen met 45 kilo bepakking de laatste kilometers van een 26 km speedmars. Doorweekt, koud, uitgeput, fysiek bijna aan hun eind. Maar mentaal op hun allerhoogste top. Ze kwamen hun Rode Baret van de Luchtmobiele Brigade in ontvangst nemen.

Onder hen was Philippe, de vriend van mijn dochter Anne-Roos. Wij waren als een Modern Family in volle getale aanwezig: ouders, zussen, oma, stiefvader en stiefbroers, schoonouders en schoonzus met vriend, stiefschoonouders, schoonopa en -oma. Je snapt dat het voor de jeugd tegenwoordig best lastig Kerst vieren is, want je komt eigenlijk twee weken te kort om iedereen tevreden te stellen. Na de intocht mochten we in gemene waterkou op een winderige tribune plaatsnemen voor het officiële gedeelte. Voor de verkleumde rekruten misschien wel het zwaarste deel van de 26 weken opleiding, want sommigen bleven ternauwernood overeind staan.

Ik ben niet geschikt voor het leger. Dat zal niemand verbazen. Met mijn chronische afkeer van gezag zou ik beter in Police Academy 4 kunnen meedoen dan blindelings bevelen opvolgen. Er suist bij mij altijd ‘waarom?’ in mijn oren. Ik ben blij dat ik de dienstplicht ben ontlopen. Tijdens de keuring in 1981 heb ik een nep Spaanse brief gepresenteerd, samen met mijn Spaanse geboortebewijs. Ik werd uitgeloot omdat ik toch naar Spanje zou vertrekken. Maar geen haar op mijn hoofd die overwoog om in Spaanse legerdienst te gaan. Dan werd je, in de tijd van al die ETA-aanslagen, naar Baskenland gestuurd. Neef Bart moest wel en kreeg precies 2200 peseta’s per maand, toch een dikke 15€…

Ik ben niet bangerig aangelegd, maar schrik wel enorm snel en niet alleen van clowns. De kans dat ik een plots verschijnend konijntje in het bos met 387 mitrailleurkogels zou doorboren is bijzonder groot. Conflict vermijdend gedrag, een noodzaak in oorlogsgebied, zit ook niet in me. Daarom ben ik blij dat er mannen als Philippe bereid zijn deze gevaarlijke taak op zich te nemen. Die wel voor onze vrijheid én die van anderen willen vechten. Zonder af te vragen ‘waarom?’. En die dus de discipline hebben om hiervoor keihard te trainen. Zoals de generaal tijdens zijn speech aangaf: om fysiek en mentaal hard te zijn. Bestand tegen druk. En altijd op elkaar kunnen vertrouwen. Blindelings.

Dat is een heel ander type man dan die wielrenner, miesbal Thomas Dekker. Hij zat van de week bij DWDD zijn boek ‘Mijn Gevecht’ te promoten. Wat een misselijke matennaaier. Heeft jarenlang gelogen en bedrogen. Zakken fout bloed via transfusie naar binnen gegoten, vol met doping. Ik denk dat zijn hersens door al die rommel zwaar zijn aangetast. Heeft zijwieltjes nodig om nog recht te kunnen fietsen. Je gaat toch niet je oude maten ongevraagd erbij betrekken omdat je zelf zo graag ‘schoon schip’ wil maken? Tuurlijk waren die ploegmaten ook allemaal junkies met bizarre gewoontes. Samen sjorren op de hotelkamer. Maar waarom moet je dat vertellen? Praat over jezelf, schaam je kapot of zeg gewoon eerlijk dat je poen wilt verdienen met een flutboek. Nu niet ineens iets roepen over ‘het belang van de sport’. Als je dat echt had gewild, had je tijdens je fiets carrière je muil open moeten trekken. Nu ben je te laat.

Als ik een wielrenner zou zijn, zou ik nu de naam verklappen van een ’Spaanse’ vriend die ook een gezagsprobleempje heeft en niet zo gek was op militaire dienst. Maar dat doe ik niet, want dan ben ik net zo’n matennaaier als dat wielerjong. Echte mannen doen dat zeker niet. Die lopen met 45 kilo bagage in windkracht 10. Voor ons.

img_1335