Capri Lemon

De leukste dingen in het leven zijn de onverwachtste. Zeker in combinatie met nieuwe gezichten op een onbekende plek. Nadat ik vorige week op zondag in alle vroegte Barcelona verliet om naar Napels te vliegen, had ik nog een paar uur tijd voor mezelf. Aan de zwembadrand van een prachtig hotel op een heuvel boven het centrum keek ik uit over de stad en de baai. Ik was er klaar voor.

Compagnon Marcel en ik waren uitgenodigd door onze foodsupplier Hocras, samen met 10 andere horeca-tijgers en het kernteam van Hocras onder aanvoering van Capitano Hans van der Eijk. Dat klonk vooraf niet bepaald als een straf. We werden begeleid door lokale gids Iris, die de lastige taak had om al die eigenzinnige karakters op de juiste tijd in beweging te krijgen. Na een dagje kende ze haar pappenheimers goed genoeg en volgde wij gedwee haar logische aanwijzingen op. Laat los……

De eerste avond brachten we door in het oude gedeelte van Napels, de Spaanse wijk. De rauwheid en puurheid is daar voelbaar, terwijl je door de smalle steegjes banjert en overal in de keuken kijkt. Napels is ook de stad van voetballer Maradona, omdat hij bijna in zijn eentje deze sleeping giant in 1987 kampioen maakte van Italië. Alle opgekropte woede naar het rijke Noorden (Turijn, Milaan) explodeerde en een volksheld was geboren. Op hét Maradona-plein van de Spaanse wijk dronken we blauwe Maradona-Aperol, dat het tandvlees deed terug kruipen naar de keelholte. De gefrituurde pizza en vissnacks, de wijnproeverij met talloze antipasta, het Late Night Dinner; we kwamen niets tekort!

Vooraf had ik me enorm verheugd op het bezoek aan Pompeï. Het overtrof alle verwachtingen. Tuurlijk was het druk en toeristisch, maar we spreken over een stad uit de oudheid die binnen 18 uur bedolven werd onder een 8 meter dikke laag stof, steen en lava. Het is onvoorstelbaar groot en weer tot ‘leven’ gebracht, want er woonden destijds wel 20.000 mensen. Nog zo’n eyeopener: die vuurspuwende heks Vesuvius staat 10 kilometer verderop. Het is niet eens zo raar dat iedereen zich in Pompeï veilig voelde, ook al rommelde het kreng vaker.

Volgende stop was Capri, waar we per boot heen sjeesde, wederom onder het genot van een hapje en een drankje. Capri is een prachtig betoverend eiland, maar ook verworden tot een Tourist Trap voor de rijkere reiziger. Alles is erop gericht om je veel geld uit te laten geven, met maffe taxi’s en superdure boutiques. Het hotel was prachtig, de hilarische pizza-maakavond met live muziek zorgde voor kramp in de lachspieren, de boottocht rond het eiland was superrelaxed.

Maar het absolute hoogtepunt van deze trip was de lunch bij een Agriturismo bovenop de heuvel. We werden erheen gebracht met een mini dikke lippenbusje die knap manoeuvreerde tussen leistenen muurtjes, citroen- en olijfbomen. De drie chefs Sidney, Mick en Tony (samen goed voor meerdere Michelin-sterren) hadden van de aangeleverde ingrediënten een weergaloze lunch gemaakt. De anti-pasta ging over in primi en secondi en we eindigden met zoete toet en veel lokale likeuren. Het voelde aan als La Grande Abbufatta, de beroemde schranspartij in de film van Marco Ferreri uit 1973. Maar wij hebben het wel overleefd, na 4-5 uur tafelen.  

Ondertussen was het liedje “ik kan zwemmen in Bacardi lemon” het lijflied van ons reisgezelschap geworden. Geen idee waar en hoe het is ontstaan, maar zelfs na thuiskomst deze week toetert het nog onophoudelijk in onze oren. Ik heb het zelf maar verbasterd tot Capri Lemon om de smaak van lokale limoncello vast te houden.

Op de terugweg naar het vliegveld reden we lange tijd in en om de stad Napels. En dan zie je toch wat armoede, werkeloosheid (>50%!) en de permanente aanwezigheid van de maffia doet met een stad. Veel bouwwerken zijn spuuglelijk, de infrastructuur is hopeloos verouderd, het geld is er gewoon niet. Het deed me in veel opzichten aan Palermo denken. Wel in een groter jasje, want al met al heeft Napels 3 miljoen inwoners, buitenwijken meegeteld. Een fascinerende stad!

Dus als je nog een keer het echte Napels wilt ontdekken: contact Iris (https://www.localinnaples.com/). En als je nog twijfelt wie je groothandel moet worden, bel Hocras. Misschien zien we elkaar dan wel over 2 jaar in Bangkok. Toch, Hans?

En aan alle reisgenoten: MILLI GRAZIE!!! A PRESTO!!

Vaal(s)

De afgelopen jaren vluchtten we meestal rond het weekend van Snikkelkaas het land uit. De meiden doen hun eigen ding, de discussies rond zwarte Piet hebben net zo’n voorspelbare baard gekregen als die van de Sint zelf en voor surprises ontbreekt fut en tijd.

De laatste jaren gebruikten we dit weekend voor mooie citytrips. Vorig jaar het verrassend relaxte Rabat, het jaar daarvoor sprookjesachtig Talinn. Voor dit jaar hadden we Petra (Jordanië) of Napels in gedachten, maar door alle Corona-complicaties hadden we uiteindelijk een tripje geboekt naar Krakau in Polen. Dat was in oktober nog geel gebied en bereisbaar. Om de hoek ligt Auschwitz, een plek die ik al jaren wil bezoeken. Omdat we nooit mogen vergeten hoe diep we als menselijk ras kunnen zinken.

Maar ook Krakau viel af. Teveel besmettingen, vluchten geannuleerd. Omdat Marion nooit opgeeft, zijn we uiteindelijk in Vaals beland. Een prachtige aanbieding bij kasteel Bloemendal, een imposant kloosterhotel. En dus zijn we uit in ‘eigen’ land in plaats van in een exotisch of onbekend oord.

En dat levert altijd onverwachte verbazing op. Want Vaals ligt op het Drielandenpunt, waar Duitsland, België en Nederland elkaar raken. En is meteen ook de hoogste plek van Nederland, met een duizelingwekkende hoogte van 322,4 meter. We worden er terecht om uitgelachen in het buitenland, want de Eiffeltoren is zelfs nog 1,8 meter hoger….

Ik had vrijdag al 500 kilometer weg gesjeesd in Nederland toen ik redelijk gaar rond 18.00 uur aankwam in Vaals met Marion. Met alle horeca gesloten is toeristisch Vaals een uitgestorven treurige bende. Omdat het hotelrestaurant volgeboekt was, bestelde Marion een lekkere sushi-box via www.thuisbezorgd.nl. Eerlijk is eerlijk, dat hebben wij nog nooit gedaan. Heeft in Kranenburg of Macanet ook niet heel veel zin. We mochten wel tot 20.00 uur in de hotelbar borrelen (ik snap horecaondernemers die hier niet de logica van inzien) en wilden daarna de sushi oppeuzelen op de hotelkamer met onze eigen huiswijn.

Maar Asian Pleasure uit Aachen kwam niet opdagen. De bestelling was bevestigd, maar de betaling niet afgeschreven en Asian was telefonisch onbereikbaar. Met een mokkende Marion naast me reed ik door een uitgestorven Vaals, op zoek naar iets warms en liefst eetbaar. Het werd een pizza van Claudio en eerlijk is eerlijk: Claudio kan pizza’s bakken. We aten bijna de doos erbij op en moesten ’s nachts drie keer water drinken om de droge knoflookschuur nat te houden.

Na een vorstelijk ontbijt begonnen we aan de toeristische wandelroute langs het Drielandenpunt, de smokkelpaden en het hoogste heuveltopje van Nederland. Het was gewoon grappig, niet persé bijzonder en had een zeer hoog ANWB-setjes gehalte. Het is goed voor te stellen dat het buiten Corona-tijd een trekpleister is voor dagjesmensen. De vlaggenmasten op het Drielandenpunt gaven de stemming het beste weer: De gerafelde Nederlandse vlag in het midden wapperde lafjes en hing aan een met mos bedekte smoezelige vlaggenmast. België (rechts) en Duitsland (links) hingen om onduidelijke reden halfstok en weigerden in de frisse winterwind mee te bewegen. Het is misschien wel typerend voor de Europese Unie; geen samenhang of solidariteit.

’s Middags brachten we een bezoek aan Aachen, vijf kilometer en één rechte weg vanaf Vaals. De Aachener Dom was mooi en voorzien van bijna protserige pracht en praal, maar de rest van de vale stad had weinig te bieden. De kerstmarkt, normaliter in elke Duitse stad rondom deze dagen een gezellig zekerheidje, was geannuleerd, de betoging van de anti-vaxxers daarentegen niet. Zelfs de Glühwein kon bij het kraampje niet worden besteld, omdat het knulletje de kassaknop ‘Glühwein’ niet kon vinden. Best knap, want het was het enige wat hij te bieden had. Benieuwd wat er dan wel op de kassa stond…

En gisteravond hebben we dan ons diner-arrangement met mooie wijnen genuttigd in het hotelrestaurant. Iedereen schoof aan tussen 17.00 en 18.00 uur, want vanaf 20.00 uur moet de wijn van je tafel worden gehaald. Daarna was het ook snel leeg in de statige dinerzaal. Ik schat dat de helft van alle gasten, net als wij, deze boeking hebben gemaakt om buitenshuis te kunnen eten en drinken.

Want wat smachten we allemaal naar de krenten in de pap. Naar de leuke dingen die ons blij maken. Naar momenten die ons laten genieten. Naar vroeger. Of naar 2021. Ook goed.

Ich bin (k)ein Berliner

Na maanden huisarrest, zijn we eindelijk een weekendje weg in ‘eigen’ land. Omdat vliegen naar Spanje nog een maandje moet wachten, zijn we een oude wens van onze bucketlist aan het wegstrepen. Berlijn!

We hebben zitten dubben wat de beste reisoptie was, want Berlijn ligt 660 km van Kranenburg. De trein was duur en tijdrovend en het vliegtuig onpraktisch. Dus tuften we vrijdagmiddag met onze Zafira (die zelf dolgraag naar Spanje wil) langs Baustelle und Stau dwars door het Duitse land. Zes uur later parkeerden we Zafi bij een gratis P&R aan de rand van Berlin om de U-Bahn naar die Mitte te pakken. Een prima oplossing, want het hotel zit pal naast het metrostation, om de hoek van de Potzdamer Platz. De bruidssuite zag er tip top uit en na een heerlijke Indian maaltijd vielen we als een blok in slaap.

Zaterdagmorgen stond een uitgebreide fietstocht door Berlijn gepland, dus vroeg uit de veren. De Taiwanese taxidriver was nog eigenwijzer dan de gemiddelde corpulente 50+ Nederlander en doolde zonder Dom Dom doelloos door de stad. We kwamen net op tijd aan bij het vertrekpunt in de hippe wijk Prenzlauer Berg. Het fietsgroepjes was maar 4-mens klein en wij waren de eerste Nederlanders in drie maanden. Best logisch, want tot Marion’s verjaardag hanteert Nederland code oranje en blijven de meeste weekend-toeristen nog weg. Aber es ist unsere Heimat und wir haben das Recht!

Het was indrukwekkend. Als een rode draad loopt de Berlijnse muur door de recente geschiedenis van de stad en overal kom je langs markante plekken met elk een eigen verhaal. Het is nog maar 30 jaar geleden dat deze haatdragende politieke scheiding werd afgebroken, maar het is nog steeds voelbaar. Mijn generatie is opgegroeid met het schijnbeeld dat West goed was en Oost-Berlijn gevangen zat. maar Het Klein Orkest heeft dat in het liedje Over de Muur al onderuit gehaald en dat is terecht. Want grote delen van West-Berlijn, zeker in de buurt van de muur, waren net zo lelijk en slecht. De ironie is dat met name de Oost-Berlijnse wijken hip en happening zijn, met duurdere huizen en waar diversiteit en creativiteit floreren.

De tweede voelbare wond van Berlijn is natuurlijk de opkomst en ondergang van het nazisme, indirect ook de veroorzaker van de Muur. Het is voelbaar omdat het niet is weggestopt. Vooral bij de tentoonstelling Topografie des Terrors wordt goed in beeld gebracht hoe het begon en wat het veroorzaakte. Het neemt je adem weg, maakt je misselijk. En tegelijkertijd laat het zien dat we nu weer dezelfde uitdagingen hebben; hoe gaan we om met haat, uitsluiting en superieur-gevoel? Negeren wij minderheden, die zich achtergesteld voelen, omdat we in de meerderheid zijn? Of moeten we minderheden juist niet beschermen tegen de grote boze massa? Rechtvaardigt de meerderheid de uitsluiting van andersdenkenden? Kijk wat Orbán in Hongarije doet? Hoe ver ben je dan al onderweg naar een nietsontziende totalitaire aanpak? Loop één keer over het Holocaust-monument in Berlijn en je krijgt kippenvel bij de gedachte.

Vandaag gaan we naar de Reichstag. Ik was verrast om te horen dat het historisch gezien niet eens zo’n grote rol heeft gespeeld. Na het fikkie in 1933, voor Hitler dé aanleiding om te beginnen met zuiveringen, heeft het jarenlang als een vervallen kolos staan te verpieteren in een verdeeld Berlijn. Pas daarna werd het voor een godsvermogen gerestaureerd tot het parlementsgebouw van een herenigd Duitsland. Ik ben benieuwd hoe het imposante gebouw met glazen koepel er van binnen uit ziet. Maar eigenlijk is heel Berlijn een verzamelplaats van grote, mooie, soms groteske gebouwen. Ze liggen verspreid door de stad, verhalen over een rijke geschiedenis en passen bij de grootste stad van de EU (nu London is afgevallen). 3,6 miljoen inwoners, best veel.

We zijn blij dat we ‘tick-the-box’ voor Berlijn kunnen doen. Het is indrukwekkend, maar toch weinig verrassend. Het is ook geen aanrader om in die Mitte, het moderne stadscentrum, te bivakkeren. Te steriel en gepland. We missen spanning en verbazing, zoals bij onze tripjes naar Rabat of Talinn. Sorry voor John F. Kenneddy, aber ich bin kein Berliner.

Rabat

Het was een tijdje stil aan deze kant. Na onze trip door Noord-Spanje in september moesten we onze reiskriebels even onderdrukken. Een weekendje Malaga, meer zat er niet in. Maar gelukkig valt er weer wat te melden.

Er zijn nog maar weinig wintervluchten naar ‘ons’ Girona, dus werd het zoeken naar alternatieven. Vorig jaar kwam Talinn verrassend uit de hoge hoed en genoten we van een heerlijk weekend in het Anton Pieck-plaatsje. De shortlist bestond dit jaar uit Amman, Kiev of Rabat. Amman viel af omdat een trip naar Jordanië niet zonder een bezoek aan Petra kan en daar was een lang weekend net tekort voor. Na een blik op de Weerradar viel Kiev af. Oekraïne komt bij beter weer aan de beurt.

De keuze viel dus op Rabat, hoofdstad van Marokko en één van de vier koningssteden. In Marrakech hadden we ons huwelijksreis(je)doorgebracht, toen irriteerde het opdringerige gedrag van ‘kijken-kijken-niet kopen’ mij enorm. Ik was dus voorbereid op drukte, chaos en herrie. Maar op het vliegveld, in de taxi, op straat, in de souk; alles is vriendelijk, rustig en relaxed. Voor Arabische begrippen dan hè, het is geen Emmen.

Marion had een authentieke Riad als hotel geboekt, midden in de autovrije Medina (oude ommuurde stadscentrum). Bovenop het dak ligt onze kamer met spectaculair dakterras. Voor onze badkamer moeten wel even de patio oversteken, maar behalve koude voeten bij een nachtelijke toiletstop is het zeer comfortabel.

Door de late aankomst en vertraging (weer die stakende K*t-Fransen) holden we naar de eetstraat van de Medina om onze honger nog te kunnen stillen. Alles leefde en bruisde nog volop om 23.00 uur en dus was de maag snel gevuld. Jammer dat er geen koud biertje en fris wijntje bij kan worden geserveerd, maar Marokko is strict alcholvrij. Alleen in de bars van de luxe hotels wordt het oogluikend toegestaan. Het wordt dus een driedaagse vruchtsappen-kuur.

Vroeg in ochtend doken we de Kasba Oudaya in, een beroemd fort uit de 12e eeuw. Veel pittoresker hebben wij het niet gezien tijdens onze reizen: schitterende blauw-witte huisjes, kronkelende oude weggetjes, verbluffende Arabische architectuur en prachtige Andalusische tuinen. En dat alles met uitzicht over de Atlantische oceaan, de monding van de rivier Bouregreg en de rest van de stad. We dronken mierzoete munthee, aten goddelijke kokosmacarons en kochten kekke tegeltjes voor mijn nog te bouwen Rosamar-buitenbar. Kasba Oudaya klimt vanuit het niets in onze top 10.

De volgende stop was misschien eigenaardig, maar is toch één van de must-sees van Rabat; de enorme begraafplaats. Een immens tapijt van 10.000 (of meer) graven ligt pal aan zee, midden in de stad. Best een mooie plek om te liggen: uitzicht op zee, lekker briesje, geluid van rollende golfen. Op een grafzerk stond een mooie spreuk: “Het leven gekregen op 17-11-1945 en door Allah meegenomen op 12 juli 2010”. Voor Allah verzin ik nog wel wat anders, maar de strekking is goed.

Daarna doken we de Souk in, de typische onoverdekte markt waar je alles kunt kopen. Maar ook hier, ondanks de drukte, een rustige en vriendelijke sfeer. Het wordt ook wel de Souk Sympa genoemd in Marokko, omdat het zo relaxed is. We kochten wat kruiden, nootjes en dikke brokken nougat. Gelukkig hebben we maar 1 Ryanair-koffertje en twee rugzakken bij ons, zodat we de prachtige tapijten, geinige Alladin-lampen en echte Versace-handtassen hebben genegeerd. Na een smakelijke lunch met Tajine van kip en groente en Maakouda voor slechts €12,= was het siesta-uurtje aangebroken, in de zon van ons dakterras.

Morgen gaan we naar het Mausoleum en Museum van Sultan Mohammed V, een grote meneer in de geschiedenis van Marokko. Daarna een roeiboottochtje naar de overkant van de rivier voor een hippe lunch tussen mondaine Rabatters. Dat gaat hier ogenschijnlijk in goede harmonie; de traditionele Moslim-stromingen met ook veel boerka’s en de moderne Marokkaanse samenleving, waar hoofddoeken geen must zijn. Blijkbaar kost ons dat in Nederland meer moeite om te accepteren. Wie zal het zeggen?

Kortom, Rabbat is een aangenaam kadootje, dat zich makkelijk uit laat pakken. Vriendelijk, relaxed, mooi en heel veel prachtige historie. Op 3,5 uur uur vliegen en in de wintertijd tegen dumpprijzen. Even je vliegschaamte opzij zetten, maar dan heb je ook wat..

Reizen door Spanje capítulo 3: La Rioja en de Delta de Ebro

Met een melancholische ondertoon verlieten we Baskenland om onze trip voort te zetten in de Rioja-streek. Na alle gelukzalig lekkere pintxos was het nu tijd om ons op vloeibare producten te concentreren. Het is een zware opgave, maar iemand moet het doen. Dan offeren wij ons wel op, voor jullie.

Eerst deden we nog Burgos in de regio Castilla-Léon aan, voor een snel bezoekje aan de immense kathedraal, éen van de grootste van Spanje. Maar door tijdsgebrek skipten we de rondleiding van twee uur, omdat er natuurlijk wel eerst geluncht moest worden. We hebben Maria, aan wie de kathedraal is gewijd, beloofd dat we een keertje terugkomen. Met een vette knipoog gaf ze haar zegen. 

Laat in de middag kwamen we bij ons volgende schattige Casa Rural aan, in een pittoresk dorpje midden tussen de wijnvelden. In de dorpskroeg proefden we alvast wat heerlijke varianten. Langzaam liep het tentje vol met lokale bottelaars, die er zelf niet in spuugden. Toen mijn cluppie FCB begon te spelen haakte Marion af en bleef ik met de dorpsgek over, die nog nauwelijks uit zijn ogen kon kijken. We schakelden over op cognac en bier en vierden de mooie goals van Ansu Fati en de Jong alsof we eindelijk weer de Champions League hadden gewonnen. De kroeg ging daarna meteen op slot.

De volgende ochtend begon natuurlijk stroef, mede omdat ik ‘s nachts ondanks aandringen van Marion vertikt had  om de koelboxstekker uit te zetten in de auto, en dus een lege accu.. Gelukkig hielpen bezorgde locals om  onze Zafira weer aan de praat te krijgen, want het werd tijd voor de wijnproeverijen in Haro, de wijnhoofdstad van La Rioja.  We begonnen bij de gerenommeerde bodega Gomez Cruzado en proefden tussen de wijnvaten in het pakhuis vijf topwijnen. Daarna nog snel voor de lunch een proeverij bij Cuné, één van de grotere jongens. Gelukkig was op zondagmiddag verder alles dicht, dus we lunchten uitgebreid en heerlijk op een werkelijk fantastische locatie, Claustro Agustino. Als hoofdgerecht deelden we een T-bone steak van één kilo, die met een Viña Ardanza Reserva 2009 van wijnhuis La Rioja Alta S.A.  toch verrassend soepel verdween.

Uitgeput kwamen we aan in het dorpje Clavijo, niet meer dan een paar huizen vlak onder een kasteel uit de 9e eeuw. Ook hier was de lokale kroeg de enige plek waar nog leven was, maar al vroeg haakten we af om ons lichamelijk voor te bereiden op nog een zware dag met proeverijen. Gelukkig maar, want precies om 10.50 uur staken we onze neuzen in het eerste glas, ditmaal bij de  kleine bodega Tritium, waar slechts 15.000 flessen per jaar worden gemaakt. De gedreven eigenaar, de middeleeuwse ambiance in de gewelven, de fenomenale wijnen en alle verhalen achter de wijn familie waren een topbeleving. Het bezoek daarna aan het schilderachtige dorpje LaGuardia en het centrum van Logroño was slechts uitstel van het onvermijdelijke; we moesten La Rioja verlaten..

 

Het laatste onderdeel van onze rondreis was een bezoek aan de Delta de Ebro, aan de Middellandse Zee en twee kasteelovernachtingen in de Parador van Tortosa. Het tripje ernaar toe was het langste traject van de hele reis, maar ook vol natuurschoon. Na alle ontberingen en aanslagen op onze lever en nieren was deze Parador de verdiende beloning. We werden geüpgraded naar de torenkamer, waar we als Spaanse koningen, helaas zonder hofhouding, neerkeken op het gepeupel onder ons, ook al viel onze kleding en auto een beetje uit de toon in deze omgeving.

De Delta de Ebro is de rijstschuur van Spanje én daardoor ook één van de bekendste vogelgebieden. Zo ver als je kunt kijken zie je rijstvelden, die in deze tijd van het jaar worden geoogst. Aan de zuidkant bevindt zich een smalle zandstrook waar de zee aan twee kanten voor bij stroomt. Helaas (maar misschien terecht) was het gedeelte van de flamingo’s voorgoed gesloten om ze rust te geven.

Om op onze leeftijd toch Instagram waardige foto’s te maken parkeerde ik Zafi op een verlaten stuk strand, maar dat was een fikse misrekening. Door de enorme regen van de laatste tijd was het zand zompig geworden en zakte Zafi bij het wegrijden tot zijn enkels weg in het zand. We zaten muurvast. Na een paar kilometer lopen, een onverwachtse lift en veel hulp kregen we de auto eruit en konden we proestend van het lachen aan de lunch. Het was best een domme cowboy-actie, maar het liep goed af.

Met het bezoek aan de Parador was weer een cirkeltje rond, want het was de laatste overnachtingsplek met mijn moeder geweest en in Delta de Ebro heb ik haar mooie afscheidsfoto gemaakt.  En nu zijn weer in Rosamar. Een hele ervaring rijker en ook een hele partij prachtige wijnen. Het zit erop, maar het smaakt alweer naar meer. Reizen verveelt nooit!

Reizen door Spanje capítulo 2: Ruige kusten, kunst & cultuur.

We zijn dus in Baskenland. Het is altijd een apart stukje Spanje geweest, meer nog dan Catalunya. De Basken hebben hard voor hun onafhankelijkheid gestreden, met lange tijd de ongrijpbare en meedogenloze ETA als het extreem gewelddadige clubje. Die tijden zijn gelukkig voorbij, maar het blijft een eigenaardig volkje. Hun taal is zo vreemd, dat niemand het verstaat. Met de meeste lettercombinaties zou je met Nederlands Scrabble glansrijk winnen, want ‘txakur’ zou op 3x letter-en woordwaarde goed scoren. Zykruni of gizakia vast ook. De meeste plaatsnamen staan trouwens ook in het Spaans vermeld, zodat je er nog wat van maken.

Vanuit onze Casa Rural maakten via smalle, gevaarlijke kustweggetjes een betoverende tour van vier uur naar San Sebastián. Kleine dorpjes aan imposante baaien, woeste kustlijn, hoge kliffen; het woord ‘ruig’ heeft een nieuwe dimensie gekregen.

Pas ver na tweeën kwamen we aan in dé culinaire hotspot van Spanje. Trouw aan onze tradities begon de tapastour met oesters, maar ik kon ’s avonds niet meer herinneren wat we allemaal daarna hebben vermorzeld. Het was bombastisch, zo veel en zo lekker. Donnostia (de Baskische naam voor San Sebastián), beschut gelegen in een schitterende baai, heeft vast mooie toeristische attracties, maar die zijn pas de volgende keer aan de beurt.

De volgende dag begon serieus met een bezoek aan het Vredesmuseum in Gernika. Dit plaatsje is in 1937 platgebombardeerd door de Duitse Luftwaffe, die mochten oefenen van Franco om het verzet van de Basken te breken. Gernika (Guernica) was de symbolische hoofdstad van Baskenland en verloor die dag +/- 1600 van de 4000 inwoners. Het museum was een  ingetogen eerbetoon aan de slachtoffers, maar ook een roep om vrede en vergeving. Picasso heeft over Guernica een beroemd (maar spuuglelijk en luguber) schilderij gemaakt, dat vroeger bij ons thuis hing. We waren zo onder de indruk dat we pas in de auto erachter kwamen dat onze rugzak nog veilig in de kluis van het museum lag…

We vervolgden onze kustroute, maar nu westelijk naar Bilbao. We besloten de pittige wandeltocht naar het schiereiland Gaztelugatxe (168 punten!) te maken. Het was zeer de moeite waard, met veel klimmen en dalen, want we raakten de helft van de pintxos van de vorige dag kwijt. Ook bijna de helft van de andere wandelaars, want een groep bejaarde Amerikanen hing onderweg half dood over de reling. Bizar dat er bij het begin niet werd gewaarschuwd, maar wellicht heb ik de Baskische tekst niet goed begrepen.

Laat in de middag reden we Bilbao binnen om via een bijzonder brug naar het centrum over te steken. Deze beroemde Puente Colgante Vizcaya uit 1893 is ontworpen door een trouwe leerling van Eiffel en dat is duidelijk te zien. Er kunnen een paar auto’s mee naar de overkant en dus ging onze Zafi mee, hangend aan metalen kabels in een soort uitvergrote dubbele bouwkeet naar de overkant. Wij moesten zelf in de auto blijven zitten en kregen een licht Titanic gevoel, maar het liep goed af.

Na een fantastische nacht in de kasteelkamer van de superdeluxe Casa Rural La Torre de la Quintana, ditmaal met echte receptionistes i.p.v. theelepelvrouwtjes, reden we opgetogen naar Bilbao voor één van de hoogtepunten van onze reis, een bezoek aan het Guggenheim Museum. Voor mij ook wel een beetje beladen, want het zou de volgende bestemming zijn geweest voor het jaarlijkse Mama-weekend. Helaas is dat er niet meer van gekomen, maar ik had haar beloofd er snel naar toe te gaan.

Van de buitenkant is het unieke gebouw apart en futuristisch en ook als je naar binnen loopt word je overdonderd door het architectonische vernuft. Maar de exposities vielen ronduit tegen. Tien  van de 30 zalen waren dicht i.v.m. renovatie of nog te starten nieuwe tentoonstellingen. De tijdelijke exposities van Morandi en Jesper Just  waren teleurstellend en de permanente exposities te beperkt. We stonden na een uur al buiten, terwijl het KUMU museum in Talinn ons in december uren heeft kunnen bekoren.

En toch ben ik blij dat we er geweest zijn, er is een emotioneel cirkeltje rond gemaakt. Er wordt soms gesproken over het Bilbao-effect als een doodgewone of oninteressante stad door één geweldige attractie een hotspot voor toerisme wordt. Misschien verdient Bilbao langzamerhand wel meer, want het is van een saaie industriestad een relaxte plek geworden. De vraag is echter hoeveel van de 1,2 miljoen jaarlijkse Guggenheim-bezoekers  naar Bilbao waren gereisd, zonder dit museum. We gaan nog een keer terug naar Baskenland, want het is een fantastische bestemming en we hebben nog lang niet alles gezien. De kust en de pintxos-cultuur waren de hoogtepunten, niet het museum.

Santander, net buiten Baskenland in Cantábria, was een quick visit en verdient de volgende keer ook meer tijd. We bezochten het kasteel Magdalena en wandelden met honderden lokale toeristen door het te keurige Disney-achtige park, met zeeleeuwen en pinguïns achter hekken in waterbassins. De stranden zagen er aanlokkelijk uit, maar het werd tijd voor onze volgende bestemming: La Rioja! Eindelijk tijd voor een hapje en een drankje…..

Reizen door Spanje capítulo 1: De Pyreneeën en Baskenland

Ja, die zagen jullie niet aankomen, hè? Na bijna vier maanden radiostilte, op wat oude blogs na, vanuit het niets weer een post. Maar beloofd is beloofd, mijn reisverhalen zou ik voortzetten. En na een lange zomer, voor mij werkend in NL en voor Marion als gastvrouw fungerend  in een drukbezet Rosamar, hebben we ons reisplan omgegooid om in ons eigen Spanje toeristje te spelen. Geen Bali of Koh Samui deze keer, dat heeft echter niets met vliegschaamte te maken. Ik moet nog 1 miljoen bomen planten om ons Ryanair-gedrag te compenseren…..

Vorige week zijn we vertrokken richting Huesca, een lieflijk provinciestadje vlak onder de Pyreneeën. Rustig cruisend over B-wegen, bewust de snelwegen vermijdend, kwamen we aan in Loporzano, vlakbij het Natuurpark Sierra de Guara. Marion heeft allemaal Casas Rurales uitgezocht, oude luisterrijke privé-huizen van eigenaren die er nog een beetje B&B bij doen. Casa Boletas kwam zo uit een boek van Isabel Allende. Onze kamer keek uit op de imposante bergen van de Sierra. Het dorpje Loprozano bestond uit 16 huizen, een gammele kerk, twee paardenstallen en iets wat op een kroeg leek. Daar waren de lokale vutters verwoed aan het kaarten en mochten wij aan de bar hangen, de pindabasten onder onze voeten aanstampend. Bij het afrekenen kwam de grote schok; 3 bier, twee grote bellen Rode wijn en een halve vrachtwagen pelpinda’s voor € 4,20. Toen Marion een briefje van € 20,= trok, brak er paniek uit of er wel genoeg wisselgeld in de kluis achter de toiletrollen in de bar aanwezig was. Na een vrolijke afscheidsceremonie vielen wij uitgeput in slaap in ons hemelbed.

De volgende ochtend koersten we over uitgestorven bergweggetjes naar het stuwmeer. Het was overdonderend mooi, groots en imposant, het water intens turquoise.  De wandeltocht leverde hilarische momenten op. Vleermuizen zoefden over ons hoofd in de grottunnels, bokken en geiten stoven mekkerend en geïrriteerd weg. Dit was hun terrein en ze wensten mid september niet meer gestoord te worden door een stampende ‘Duitser’ en een chocoladebruine ‘inheemse’.

Enthousiast en goed gemutst koersten we richting Pamplona in Navarra, beroemd om zijn jaarlijkse San Fermín feesten in juli.  Maar voor ons was de eetcultuur het absolute hoogtepunt. Ik heb nog nooit zoveel restaurants, tapabars, en eetcafés bij elkaar gezien. Het was een Walhalla voor twee smulpapen. In Pamplona, op de rand van Baskenland, worden honderden varianten van Pintxos geserveerd. Het zijn serieus grote hapjes, bijna altijd op brood geserveerd, die je met moeite in twee keer verorbert. Ze doen trouwens ook niet misselijk met de wijnen die ze erbij schenken. Bijna  alle wijnen worden per glas geserveerd, ook de topwijnen uit de naburige streken.

Na het bacchanaal en een prinsjesnacht in Casa Rural Lakoak besloten we de volgende dag de toeristische kant van Pamplona te ontdekken. Dat lukte aardig, met o.a. de indrukwekkende tentoonstelling Occidens in de kathedraal. Daarna liepen we de beroemde (of beruchte) route van San Fermín, waar de stieren door de straten worden gejaagd in de richting van de arena. Elk jaar vallen er doden en we snappen wel waarom. Ik gleed in de gevaarlijkste bochten twee keer uit en landde pardoes aan de bar van de beste pintxos-tenten. Je wordt vanzelf wankel en dan kan de stier gemeen wraak nemen op deze eeuwenoude traditie, die wij nooit zullen begrijpen..

Het was tijd om de ruige kust van Baskenland op te gaan zoeken. We hadden veel geluk met het weer, want de Golf van Biskaje zorgt 250 dagen per jaar voor stevige buien. Maar de zon scheen uitbundig, het landschap wisselde continu en de route was adembenemend.  We kwamen laat in de middag aan bij Metuxku, een Casa Rural midden in de wijnvelden, waar de lokale witte Txakoli wordt gekweekt. Ook hier een hartelijk ontvangst met veel tips & tricks voor de omgeving. Het zijn trouwens allemaal dames van rond de 60 die dit soort guesthouses runnen. Ze lijken ook een beetje op elkaar, een soort van vriendinnenclub, met minder aandacht voor uiterlijke schijn, mooie kleding of make up. Maar ruimschoots gecompenseerd met een tomeloze gastvrijheid en hartelijkheid. En overal snuisterijen.Theelepel-vrouwtjes noem ik dat.

Met de bezoekdagen aan San Sebastián, de culinaire hoofdstad van Spanje, in het verschiet, besloten wij deze avond kalmpjes aan te doen en ons geestelijk voor te bereiden op de Baskische dagen. Woensdag meer daar over. Fijne zondag!

Welcome to Estonia!

Waar een deur dicht gaat, gaat een andere weer open! Dat hebben jullie hier al eerder gehoord de afgelopen weken!

De vele annuleringen van het ondoorgrondelijke Ryanair hebben ons met een beetje creativiteit gebracht naar Tallinn, de hoofdstad van Estland. Waarom wij het Estland noemen is mij een raadsel, want de rest van de wereld noemt deze Baltische staat gewoon Estonia.

Dus werd vrijdagmiddag de vlucht van twee uur naar het Zuiden ingeruild voor een vlucht naar het koude Noorden. Van +19 naar – 8 graden. We waren erop voorbereid, want mutsen, handschoenen en winterjassen hadden we allemaal in ons rolkoffertje gepropt. Van het moderne vliegveld Lennujaam naar ons appartement was slechts 15 minuten en onze host stond al klaar voor een snelle check-in. Binnen een uur na de landing zaten we in een trendy hotspot aan een groot glas Alexander bier, een mooi glas Merlot en heerlijke verse Italiaanse gerechten.

Estonia is al eeuwen lang een cruciale plek tussen Rusland, Scandinavië en West-Europa. In de Middeleeuwen als Hanze-stad, in WO2 als brug voor de nazi’s om Rusland binnen te vallen en daarna voor de USSR een zwaar bewaakte veiligheidszone richting het Westen. Ze hebben er stevig onder geleden, de Esten. In 1991 lukt het ze om zich los te maken van Rusland en weer als onafhankelijke staat verder te gaan. De late aansluiting bij de EU in 2004, was kantje boord. Van de ene Unie (die van de USSR) naar de andere ( de EU), veel Esten waren sceptisch. Best terecht, want al jaren is Estonia een koploper in economische groei, welvaart en investeringen. Dat merk je ook aan de prijzen, want ze doen niet onder voor Nederland.

Misschien viel dat wel het meeste op, de eerste 24 uur. Fantastische wegen, luxe vliegveld, waanzinnige shoppingmalls, heel veel dure auto’s en een prachtige mix van authentieke oude gebouwen en hypermoderne flats en business-centers. Je verwacht toch een beetje naar een oud-Russisch staatje te gaan, maar komt terecht in welvarend onbekend deel van Noord-Europa. De vervallen Sovjet-flats en sjofele overheidsgebouwen staan er nog wel, als overblijfselen uit een donkere periode. Maar de meesten worden omgebouwd naar trendy hotspots in herrezen wijken, vol met kunst en artwork. It is hip and happening in Tallinn!

Toch is de oude Sovjet-mentaliteit niet verdwenen. Toen wij de eerste avond in de supermarkt onze aankopen op de lopende band legden bij de kassa, werden de biertjes en de wijn zonder uitleg verwijderd en weggelegd. Na een moeizame woordenwisseling legde de sikkeneurige caissière uit dat alcohol na 22.00 uur niet meer mocht worden verkocht. Ze sloot de transactie af met de cynische woorden “welcome to Estonia”, waarbij haar Slavische gezicht geen spier vertrok. We hebben het daarna nog wel vaker gezien, die onverschillige, bijna apathische houding. Het is maar een klein smetje op een aangename en verrassende ervaring.

Zaterdagmorgen hebben we een klassieke Hop On-Hop Off bustour gemaakt van anderhalf uur om een eerste indruk te krijgen. Tallinn was ruim en uitgestrekt met mooie natuurgebieden vlak bij de stad. De baai ligt vol met mooie stranden, strandtenten en watersport-mogelijkheden. Wel jammer dat er nu ijsschotsen tegen het strand aan kruien…. De striemende koude wind maakte de gevoelstemperatuur -18 en na het eerste rondje Hop On-Off doken we snel in een Middeleeuws restaurant in het hartje van de oude stad. Ze hadden hun best gedaan om authentiek over te komen: kruidenbier in een stenen pul, stevige simpele gerechten, alleen kaarslicht en een troela in de bediening in een schattig handsopje uit de 14e eeuw. We hebben smakelijk gelachen!

In de namiddag kwamen we verkleumd terug in ons appartement om te genieten van onze prive-sauna, slim ingebouwd in de badkamer. Om af te koelen namen we in adamskostuum plaats op het balkon, met uitzicht op de vertrekkende en aankomende cruiseschepen en ferry’s. Ik moest toch even denken aan het drama met de Estonia veerboot in 1994, met 852 slachtoffers de grootste scheepsramp in Europa na WO2. Het zal toch niet dat de kapitein toen ergens op een balkon iets raars zag en vergat de boegklep goed af te sluiten?

Al met al is Tallinn verrassend leuk met veel historie. Een absolute aanrader als je een keer van de geijkte paden af wilt. Misschien is de kersttijd, ondanks de kou, juist de beste tijd om er een weekendtrip heen te maken. Wij zullen vaker op zoek gaan naar vergelijkbare hidden secrets. Er is nog zoveel te zien in de wereld. Soms dichterbij dan je denkt!

Zaragoza

Soms brengt het leven je op plekken die je niet snel zou kiezen. En dat is toch meestal een garantie voor positieve verbazing. Dat geldt ook voor Zaragoza, waar we dit weekend zijn beland om dochter Anne-Roos te bezoeken.

Als laatste onderdeel van haar studie moest er nog een buitenlands strikje om. Valencia was qua studie-programma niet interessant en Madrid natuurlijk onbespreekbaar. Zo viel de keuze dus op Zaragoza, de vijfde stad van Spanje en toch onbekend. Steden als Malaga, San Sebastian, Sevilla, Cordoba of Granada staan hoger in de ranking van Spaanse city-trips. Dat komt ook omdat Zaragoza in niemandsland ligt, precies in het midden tussen Barcelona en Madrid. Het voelt een beetje als Den Haag; je komt er alleen als het moet.

De bevolking is hartelijk, de prijzen zijn laag en de stad is niet platgewalst door goedkoop toerisme. Zelfs de World Expo 2008 heeft niet meer blijvende aandacht opgeleverd. Er wordt ook weinig energie in gestoken om dat te verbeteren. Een soort mix van luiheid en gelatenheid, met een hoog Calimero-gehalte. Aragón, de provincie waarvan Zaragoza de hoofdstad is, was in de Middeleeuwen een trots koninkrijk dat aanzien genoot. Maar daarna kwam het klem te zitten in alle oorlogen.

In de Spaanse burgeroorlog (1936-1939) is er in deze regio vreselijk gevochten door de Franco-troepen en de Republikeinen. Belchite is zo’n spookstad die helemaal aan flarden is geschoten en als herinnering nooit meer is opgebouwd. We krijgen er straks een rondleiding, die indrukwekkend moet zijn. Zaragoza is toen en nu altijd overdreven loyaal geweest aan het nationale gezag vanuit Madrid. Ze hebben een pesthekel aan Catalanen en dat is geheel wederzijds. Anne-Roos hoeft nergens in de stad een pleidooi te houden voor een dialoog in het ‘Catalaanse’ conflict. Gewoon onderdrukken is hier de mening.

Los daarvan is de sfeer zeer relaxed in de stad. De stad heeft een waanzinnig uitgebreid pallet aan horecazaken, die allemaal vol zitten, mooie concepten hebben en goed zaken doen. De grootste bezienswaardigheid is El Pilar, de gigantische kathedraal. Waar je ook loopt in de stad, vanuit alle kanten doemen de enorme torens en ronde koepels op. Van binnen viel hij een beetje tegen, ook al was Maria-verering het overduidelijke thema. Het plafondwerk was maar half af omdat ze 100 jaar geleden de kunstschilder hebben weggestuurd omdat hij te somber was. Het enorme orgel, de grootste van de wereld, staat als een stalen ros tegen de achterwand lelijk te zijn. En zoals zoveel Spaanse steden zit Zaragoza vol met statige grote gebouwen uit begin 20e eeuw.


Gisteren zijn we naar het Monasterio de Piedra geweest, een must-see op 110 km van Zaragoza. Het droge, genadeloze landschap onderweg veranderde pas 10 km voor aankomst in een oase van groen, vermengd met een regenboog aan herfstkleuren. Verscholen tussen een paar ongastvrije heuvels liggen een prachtig natuurpark, met een schitterende variatie aan watervallen, grotten, beken vol forellen en ongerept natuurschoon. De vogelshow met gieren, adelaars, valken en uilen was een mooi slot op het bezoek. Mocht je ooit in deze contreien verdwaald zijn geraakt, dan is een bezoek echt de moeite waard.


Morgen nemen we de snelle route naar Barcelona airport om daar de auto van vriendje Gerard te droppen. Vervolgens een lunchbezoekje bij Ria en José om even bij te praten en dan met de trein terug naar Rosamar. Door het gehannes met Ryanair ligt ons hele winterschema overhoop en komen we nog ‘maar’ één keer per maand deze winter. Maar er is dit jaar in Barcelona meer regen gevallen dan in London, dus veel hebben we niet gemist. Onze achtertuin lijkt meer op een moeras, mijn openhaardhout wordt niet droog en het mos groeit via de muren omhoog naar het dak. Dat wordt klussen in het voorjaar om alles weer spik en span te krijgen.

Daarom past het onverwachte bezoekje aan Zaragoza prima in ons ritme. Want waar één deur dicht gaat, gaat ergens anders weer een deur open. Met een verrassend nieuw uitzicht. Zoals Zaragoza, de onbegrepen trouvaille in een dorre omgeving. Waar we een weekend lang la vida española met goed eten en drinken hebben ervaren.

En wat dan het meeste opvalt? Alle leeftijden zijn buiten, tot diep in de nacht. Bij 10 graden. Het kan dus wel!

Mont st. Michel

Het is weer zo ver. Samen met fratello Joost ben ik aan het Michiel-weekend begonnen, ons twee-jaarlijkse tripje Memory Lane naar een plaats in Europa die zijn naam draagt. Als ode aan zijn broer en mijn beste vriend Michiel. En dit jaar is Le Mont St. Michel in Frankrijk aan de beurt.

Het is een dikke zes uur rijden naar Normandie. Maar de tijd vliegt als twee hard werkende vijftigers veel bij te praten hebben, zoefend met een hybrid over dure Franse tolwegen. Ondanks al het doordeweekse ge-app en file-telefoontjes, gebruiken we deze weekenden ook om wat dieper door te dringen tot onze roerbeginselen en werkdillema’s. Het levert, zelfs na 38 jaar vriendschap en 23 jaar gemis, nog verrassingen en nieuwe inzichten op.

Vrijdagmiddag hebben we gebruikt om de D-day stranden van Normandië te bezoeken. Ik ben er al een paar keer geweest, maar het blijft me fascineren. Duizenden jonge Amerikanen, Engelsen en Canadezen hebben daar, op de stijle kliffen van Omaha, Utah, Juno of Gold Beach, het leven gelaten voor onze vrijheid. Kansloos afgeknald op het strand, vanuit zwaar gepansterde bunkers op de hellingen. Als je er een keer geweest bent, snap je wellicht mijn oneindig trieste gevoel dat deze dappere jonge kerels niet ouder dan gemiddeld 22 jaar zijn geworden. De waanzin van een (wereld)oorlog, ontstaan vanuit haat naar andersdenkenden. Let’s never forget.

De volgende ochtend gingen we, minder fruitig als verwacht als gevolg van een copieus diner met alle Franse topspijzen en wijnen, naar het hoofddoel: Le Mont St. Michel. In 1981 was ik er voor het laatst geweest, met mijn vader als kadotripje voor het ter nauwernood halen van mijn HAVO-diploma. Een weekend vol ongemakkelijke stiltes, want zoveel hadden we elkaar niet te vertellen. Ik kon mij nog wel herinneren dat je toen je auto parkeerde op een zompige zeebodem, waar net de vloed was weggetrokken en dat je om 17.00 als de wiederweerga weg moest sjeesen om niet door de vloed te worden meegesleurd. Das war einmal.

Le Mont St. Michel anno 2017 is een strak georganiseerd massa-event, wat begint op het immense parkeerterrein, ver buiten de kritieke vloedlijn. Met hypermoderne shutllebussen wordt de wereldbevolking afgezet voor de hoofdpoort van het eiland. De Berg is een onvervalste tourist-trap geworden, met het hele arsenaal aan souvenirshops, fastfoodmeuk, saaie massa-menu restaurants en prulleriawinkels. En ondanks dat, is het de moeite waard. De ligging in een eindeloos groot wad vlakbij de Atlantische oceaan, de unieke bouw op een rots met talloze smalle straatjes en oude huisjes en de immense abdij St. Michel op de top zijn absoluut een must-see.

Nadat we een kaarsje hadden aangestoken, werd het tijd om de steeds voller wordende rots te verlaten. Joost had nog een trouvaille in petto, het vissersplaatsje Cancale, 50 km verderop. Beroemd om zijn oesters, kokkels, krab en ander soortig heerlijk zeefruit. Met stip op 3 bij Trip-Advisor stond restaurant à Contre Courant. We laveerden buiten slim door de lange wachtrij, installeerden ons aan een miniscuul tafeltje en bestelden de grootste Plat de Fruits de Mer Exceptionelle met een fles Chablis. We hebben er precies 2,5 uur over gedaan om alles op te krijgen, met hulp van een tweede fles Chablis…. It’s a dirty job, but somebody has to do it. En verder, Eurocard, Mastercard.

Straks rijden we terug en gaan we op de terugweg alvast filosoferen over de volgende bestemming. Wordt het Saint Michael’s in Schotland? Of Michaël’s kerk in Galata op Cypres? Elk Europees land biedt wel een mogelijkheid om deze traditie voort te zetten. Om te zorgen dat we sommige dingen niet vergeten. Dat we blijven mijmeren hoe de wereld er mét een afwezig iemand uit zou hebben gezien. Bekenden of onbekenden, zoals de dappere duizenden op Omaha Beach.

Maar laat ik vrolijk eindigen. Het is geen straf om een paar dagen met je beste maat te laven, te lachen en elkaar te challengen. Om oude koeien uit de sloot te halen en een smeuige, nieuwe kleur te geven. Old soldiers never die.