Peru – Bolivia hoofdstuk 7: Manu National Park

Vorige week zondag stapten we om 5 uur ‘s ochtends in een minibus voor onze laatste grote uitdaging van deze reis; een bezoek aan Manu, midden in de Amazone. Soms is het goed dat je niet van te voren alles beseft of weet.

Onze groep bestond, naast twee onnozele Nederlanders, uit twee Belgen, zes Duitsers en een Spaanse jongedame uit Gran Canaria. We werden begeleid door gidsen Jordi en Alex, chauffeur Sandro, kok Cesar en hulpkok Paul. We mochten alleen een kleine plunjetas en onze dagrugzak meenemen, want de imperial van het busje lag volgestouwd met eten en drinken voor 5 dagen. Cusco uitrijdend was het gedaan met de beschaafde wereld. Zes uur lang hobbelen en schommelen bracht ons bij de ingang van NP Manu, ongeveer de helft van Nederland. Op het welkomstbord stond keurig aangegeven hoeveel wildlife er in Manu aanwezig was, zo’n 90% van alle voorkomende dieren in de Amazone.

Na een paar korte stops en vogelspot-momentjes waar we de slappe lach van kregen, kwamen we aan bij de Rainforst Lodge voor de eerste nacht. Er was alleen stroom op zonne-energie in de keuken. Onze hut was voor de zekerheid op palen gezet, want het wemelde van de spinnen, slangen en ander kruipende kwezels. Na een fantastische maaltijd en een stiekem meegenomen biertje zagen we tijdens de avond-bushwalk de eerste vogelspinnen (als pantoffels zo groot), kikkers in alle kleuren en maten, nachtapen en giga-slakken. Ondanks de oorverdovende herrie van het oerwoud vielen we om 20.30 uur als een blok in slaap. Ons jungle-avontuur was begonnen..



Na een vroege start met heerlijk ontbijt kwamen we twee uur later aan bij het havenplaatsje Atalaya. Een bord waarschuwde dat we naakte indianenstammen konden tegen komen en dat het niet de bedoeling was om kontakt te zoeken, ze eten, kleren of gereedschap te geven of foto’s te maken. Een paar jaar geleden had een toerist een pijl in zijn arm gekregen, omdat zijn camera werd gezien als een wapen. We waren gewaarschuwd en ik dook alvast wat dieper weg in de boot om niet al teveel op te vallen… We begonnen aan de boottocht stroomafwaarts, laverend tussen knoepers van stenen, boomstammen en stroomversnellingen. De rivier Madre de Dios is één van de hoofdrivieren van de Amazone en wij zaten op het eerst bevaardbare gedeelte vanuit de bergen. Het was adembenemend mooi vanuit de boot.



De tussenstop bij de thermale warmwaterbron betekende achteraf de enige keer warm water in 5 dagen en ook de enige keer de zwembroek aan deze reis. Laat in de middag kwamen we bij de volgende Eco-lodge aan, een half uur lopen vanaf de waterkant door de jungle. De ponchos en laarzen werden uitgedeeld, want het regenwoud deed zijn naam eer aan. Tijd om op adem te komen was er niet, want met een plastic bakje avondeten en een ontbijtzakje in de rugzak trokken we meteen de jungle in. Vlak voor de duister inviel, stonden we onder een camouflagehuis op palen, ons hotel voor die nacht… Op de bovenverdieping werden flinterdunne schuimrubber matrasjes uitgedeeld, die Marion samen met mij mocht delen. Het muskietennet eroverheen en onze royal suite was klaar. Het bakje kwam tevoorschijn, het diner kon beginnen…



Er werden waakdiensten ingesteld: iedereen moest één uur wakker blijven om elke tien minuten te schijnen op de kleilik-vijver onder ons. Die wordt door bijna alle dieren gebruikt om ‘s nachts hun mineralen aan te vullen door ‘rijke’ klei op te likken of eten. Marion was als eerste aan de beurt en al om 18.10 uur was het bingo. Er bewoog iets groots en zwarts. We tikten iedereen wakker en zagen de zeldzame tapir rustig in de klei wandelen. WTF! Marion was in de zevende hemel en keek triomfantelijk opzij naar haar andere tapir. Nadat mijn dienst er opzat, moesten we in de bush naar het ‘toilet.’ Er bewoog van alles, dus binnen 2 minuten waren we weer boven om daarna een vuistgrote vlinder uit ons muskietennet te jagen. Kapot vielen we in slaap. Er gebeurde niets meer die nacht. Tenminste, voor zover wij weten..


De volgende ochtend om 05.30 uur trok ik met gebroken rug mijn nog kletsnatte kleren aan voor de volgende étappe. In een paar uur tijd zagen we een dierentuin vol aan dieren, vooral vogels en apen. Maar het meest trotse beest liep naast mij, ‘my little Tapirgirl’. We ploegden door de modder, klommen op uitkijktorens, doorwaadden snelstromende beken en keerden pas tijdens de lunch terug in de lodge. We waren compleet gesloopt, maar na de lunch en een uurtje pauze mochten de laarzen weer aan voor de matinée-ronde. Sommige reisgenoten bleven hysterisch enthousiast bij het zien van elke gekleurde mus, maar behalve de kaaiman kon het me eigenlijk niet meer schelen. Toen we om 20.00 uur terug waren, hadden we die dag 10 uur door de modder gebuffeld. Stinkend als twee muffe otters doken we ons kribje in. Dag 3 zat erop.



Met hernieuwd élan gingen we op dag 4 vrolijk verder, langzaamaan terugvarend naar Atalaya. Van alle beesten was de capibara eigenlijk wel de lelijkste. Het is een soort van obese cavia van 40 kilo, die snel kan zwemmen. Het weer was onverwachts zonnig en de muggen bleken niet bestand tegen mijn lichaamsgeur. Normaliter word ik lek geprikt, maar door de mélange van aangekoekt vuil in combinatie met een huidverbrandende 50% sterke versie van Deet werd ik door het prikgilde overgeslagen.


De laatste dag was weer bedoeld om in een uurtje of 8 in de bewoonde wereld terecht te komen. Wagenzieke Marion stapte nog maar één keer uit, om een luiaard te bewonderen. De helse rit ging langs diepe ravijnen en deed weer denken aan de serie De Gevaarlijkste Wegen. In de namiddag kwamen we bij ons hotel in Cusco aan, totaal gebroken maar ook beseffend wat een unieke trip we hadden gemaakt. We douchten eindeloos, totdat het water van zwart via lichtgrijs langzaamaan kleurloos werd.

Vrijdag hebben we Marion’s verjaardag gebruikt om slenterend door het feestvierende Cusco bij te komen van dit adventure. En nu zijn we in Lima, in de luxe wijk Miraflores waar Joran van der Sloot zijn tweede slachtoffer maakte. Alles is hier van steen en glas met daartussen teleurgestelde Peruanen na het onterechte verlies tegen Denemarken. En zo kunnen we weer wennen aan de geciviliseerde wereld, een scherp contrast met de pure wildernis van Manu.

De vier weken zitten erop, morgenavond vliegen we terug. Marion heeft meer dan 4000 foto’s te selecteren en ik ga de epiloog als afsluiting van mijn verhalen over Peru en Bolivia voorbereiden. Peru y Bolivia: muchas gracias!!! ¡Era fantástico!




Peru – Bolivia hoofdstuk 6: de Inca’s.

De afgelopen dagen hebben wij ons ondergedompeld in de Inca-cultuur. De Inca’s hebben eigenlijk maar 150 jaar in een groot gedeelte van Zuid-Amerika geheerst, maar hun prestaties en technieken zijn zeker voor die tijd ongevenaard. Het was één van onze hoofddoelen van deze reis.

Het begon woensdag, na vertrek uit hun oude hoofdstad Cusco, met een bezoek aan de ruïnes van Pisac. De meeste bouwwerken van de Inca’s liggen bijna allemaal hoog in de bergen op haast onneembare plekken. Best logisch, want echt populair waren ze niet, die jongens. Door een strenge militaire discipline en het onderwerpen van andere volken was het slimmer om van bovenaf te kijken wie in de tegenaanval ging.

Waar ze vooral goed in waren, was van elke rivaliserende cultuur de slimste techniek en wetenschap jatten en zich eigen maken. Zo werden ze zelf meesters in waterkunde en irrigatie (Paracas), bouwwerken en astrologie(Nazca) en landbouw (Huari).Daarnaast waren ze goed voorbereid op natuurrampen (aardbevingen) en hongertijden. Totdat de Spanjaarden rond 1500 kwamen en de pest, cholera en de gele koorts meebrachten. Toen was het snel gedaan met de laatste Inca’s. Het was de genadeklap voor een groot volk, dat zelfs al hersenoperaties uitvoerden. Er staat helaas niets op schrift en dat maakt het nog steeds een groot mysterie.

In Pisac was goed te zien hoe de Inca’s slimme bouwtechnieken toepasten. Ze verstevigden de bergen met de typische terrasen, om daarop hun huizen en tempels te bouwen. En opslagschuren voor hun voedsel, vooral groentes. Dat was hun werkelijke rijkdom, het goud en zilver was alleen leuke decoratie en had geen handelswaarde. De Inca’s verbeterden honderden gewassen op een manier waar de Wageningen Universiteit nu nog groot tespect voor toont.


Na Pisac en een korte tussenstop voor een heerlijke lunch, kwamen we aan in Ollantaytambo, waar we twee dagen verbleven in een simpel maar prettig hostal. Ook dit oude dorp liet de bouwkunsten prachtig zien, maar ook slimme irrigatietechnieken en vers water voor elke woning. Het was ondertussen wel duidelijk dat de Inca’s geen ‘Legdays’ in de sportschool hielden, want mijn al forse ballonkuiten klapten bijna uit elkaar van de honderden traptredes omhoog en omlaag…


Vrijdag hebben we een prachtige toer gemaakt met een privé-chauffeur vanuit Ollantaytambo naar het Inca-foodlaboratorium in Moray en de zoutwinning van Maras. Vooral Moray was onvoorstelbaar. In drie grote ‘amfitheaters’ werden groentes gemodificeerd om op grote hoogte te kunnen overleven. Elk terrastrede had zijn eigen micro-klimaat en elk jaar schoof alles een verdieping omhoog. Na 10 -15 jaar waren planten die normaal op zee-niveau worden geteelt klaar om te worden verspreid over het Inca-rijk, hoog in de bergen. Ook de zoutwinning van Maras, uit een onverklaarbare zoute bron die uit de bergen druppelt, was fascinerend en vroeger superhandig om lamavlees te conserveren.



Om de dagtrip af te ronden aten we op het grappige pleintje van Ollantaytambo eindelijk dan cuy; cavia. Het was niet te naggelen en leek eerder op muffe rat dan een heerlijke delicatesse. Met voorsprong het ranzigste van deze reis. Daarna vertrokken we met een soort van Efteling-treintje naar Aguas Calientes, de toeristische toegangspoort naar Machu Picchu. Het ritje werd van 1,5 uur duurde uiteindelijk 4 uur, omdat er ‘s morgens een trein was ontspoord. Wij bleven gelukkig wel op de rails en kwamen heelhuids aan.



En gister hebben we dan Machu Picchu bezocht. Na al het ‘Inca-geweld’ van de dagen ervoor, waren we bang dat het tegen zou vallen. Maar we zijn van onze sokken geblazen! Wat een ongelooflijk bouwkundig fenomeen! Alle superlatieven schieten tekort om dit wereldwonder te beschrijven. We deden twee keer de hele ronde, soms in de mist, dan weer in de felle zon. De foto’s doen geen recht aan de grootsheid van dit pas in 1911 ontdekte bouwwerk. Je voelt je als moderne mens bijna minderwaardig aan dit machtige volk.


Straks, om 5 uur ‘s nachts, worden we opgehaald voor het laatste blok van deze waanzinnige reis. We gaan 5 dagen het Manu-National Park in, midden in de Amazone. Met kano’s, zonder stroom. Met muggen, zonder douche.. Van de buitenwereld afgesloten, zoals vroeger zovele Indianenstammen.

Dus ik sla woensdag over, want ik kan toch nergens uploaden. Kan Manu NP het overweldigende Machu Picchu nog overtreffen? Je hoort het volgende week zondag!

Peru-Bolivia hoofdstuk 5: brokkenpiloten en koeienneuzen

Gisteren hebben wij Bolivia vaarwel gezegd en ik denk voorgoed. Dat klinkt wellicht zuur, maar het is anders bedoeld. Van sommige landen weet je gewoon dat de kans klein is dat je er nog een keer terugkomt. En dat zal voor Bolivia ook gelden: we hebben de belangrijkste dingen gezien, een prachtige tocht gemaakt over de zoutvlaktes van Uyuni en genoten van La Paz en Sucre. Tick the box. En doorrrrrrrr..

Zondag hebben we de ochtend relaxed doorgebracht in Uyuni, maar dit kleurloze provinciestadje leeft alleen voor het toerisme en het zout. Rond de middag stapten we in de lokale bus voor een lange reis naar Potosí, door diepe dalen en hoge bergen tot over de 4500 meter. Gelukkig was deze chauffeur geen Niki Lauda en kwam Marion 4 uur later ongeschonden uit de bus in Potosí. Deze plaats is de zilverhoofdstad van de wereld geweest en helemaal leeggeroofd door de Spanjaarden, terwijl de locals als slaven in de mijnen moesten afzien. We hadden al besloten er niet te overnachten en vanuit de bus gezien was dat de juiste beslissing.

Het tweede ritje van de dag duurde ook bijna 4 uur, maar deze brokkenpiloot had suïcidale neigingen, die vanuit mijn zitpositie goed te volgen waren. Ik heb nog nooit iemand zoveel volstrekt kansloze en levensgevaarlijke inhaalmanoevres zien uithalen op een bergweg zonder overzicht. Hij gokte er gewoon op. Regelmatig moest hij vol in de ankers om niet frontaal op een tegenliggende vrachtwagen te knallen. Ik snap nu waarom er in Boliviaanse bussen een afgesloten deur zit tussen chauffeur en passagiers. Elk gezond denkend mens zou zo’n ‘Jos Verstappen’ op een recht stukkie met een panfluit knock out slaan. Maar goed, we hebben het gered en Marion heeft de MK-kotszakjes niet gebruikt. Een diepe buiging..

Na de late aankomst in Sucre was het een snelle hap en naar bed in een prachtige koloniale Hacienda. We hadden alleen de volgende dag om dit mooie witte plaatsje te bezichtigen en dus waren we weer vroeg op pad. Helaas waren de belangrijkste must-sees op maandag dicht of werden ze gerenoveerd. Het bezoek aan het Museo del Tesoro leerde ons veel over de goud- en zilverwinning en we zagen prachtige sieraden. Toch zullen we alleen het rare paardenhinnikje van de gids, aan het eind van elke zin, herinneren als we voortaan aan het Museo denken. We kregen er de slappe lach van.. De Mercado Central was daarna een heerlijk drukke belevenis, met rare producten als koeienneuzen.



‘s Avonds zaten we alweer op het lokale vliegveldje voor de korte vlucht naar la Paz. Het was, ondanks de spaarzame vluchten, een hilarische chaos. Er kwamen drie vliegtuigen aan, waarvan de passagiers over het asfalt naar de hal moesten lopen. Tegelijkertijd mochten de vertrekkende passagiers via één gate naar buiten en gokken welke vliegtuig ze moesten nemen. De controle was zo slecht dat je bijna alles mee aan boord kreeg. Bovenaan de vliegtuigtrap stond wel een verveelde luchtkelner op pumps, maar je mocht zonder boarding card gewoon doorlopen. Het vliegtuigje was voor 48 man en ik moest bukkend naar onze plaatsen achterin. Een uurtje later waren we al in La Paz.

Ook dit was een noodgedwongen bliksembezoek, omdat er alleen vanaf La Paz rechtstreeks naar Cusco in Peru gevlogen kan worden. Het was onrustig in de hoofdstad van Bolivia i.v.m. stijgende benzineprijzen en studentenonrusten. De volgende ochtend maakten we dat we wegkwamen, omdat er wegblokkades waren voorspeld. De hele uitgaande weg stond vol met oproerpolitie, klaar om in te grijpen. En dus was het rondje Bolivia klaar. Het is een fascinerend land, maar r(a)uw, vuil en veelal armoedig. Voor de inwoners continu a struggle for life. En misschien waren deze dagen door ons iets te vol gepland. Lesje geleerd..


Cusco, onze volgende bestemming in Peru, is een aangename opvolger. Het is het hart van de Inca-cultuur en uitvalsbasis voor Machu Picchu, de Amazone-natuurparken en ook bv. voor Vinicunca, de Regenboogberg. Natuurlijk is het toerisme de belangrijkste bron van inkomsten en dus is alles daar (te) veel op gefocusd. Maar het is erg prettig vertoeven en we hebben heerlijk genoten van een vrije en warme dag. Ik heb zojuist 2 kilo zeer vuile kleren afgegeven bij een lokale wasserette en die brengen het over 2 dagen keurig naar het hotel. Voor 16 Sol, een euro of 4…..


Vandaag gaan we voor een tour van drie dagen naar de Heilige Vallei, Aguas Calientes en natuurlijk Machu Picchu. Allemaal Unesco Wereld-erfgoed. Zondag horen jullie of dat terecht is haha!

Peru-Bolivia hoofdstuk 4: de zout-en hoogvlaktes van Bolivia

Na het luxe verblijf in het zouthotel Sal de Luna (met dank aan Jacqueline voor de tip) waren we helemaal gereed voor de drie-daagse jeeptocht over de zoutvlakte van Uyuni en de hoogvlaktes van de Andes. We waren gewaarschuwd dat het wat meer basic zou worden…

We werden opgepikt door een Toyota Landcruiser uit ‘88 die zijn beste tijd wel had gehad. Chauffeur Iwan bond onze reistassen op het dak, naast de extra jerrycans met benzine en water. Ons groepje van zes bestond uit twee jonge Koreanen en twee oudere dames uit la Paz. Ik probeerde drie keer te achterhalen wat de namen waren van Zuid-Korea, maar verder dan een diepe buiging en wat hese keelklanken kwamen ze niet. Voor het gemak noemden we ze Gebakken Hond 1 en 2. De dames heetten Doris en Myriam en bleken nichtjes van elkaar te zijn. We doopten ze om tot de Andes-zusjes. Dat klinkt een tikkie denigrerend, maar het is onze methode om over mensen wat te zeggen zonder hun naam te gebruiken en ze niet verbaasd om uitleg te zien vragen.

De eerste stop was bij het treinkerkhof, leuk voor de foto maar niet meer dan dat. Op een verlaten rangeerterrein stonden een stuk of 40 overbodige treinstellen uit eind 1800 weg te roesten. Het leek een scene uit een Western. Daarna sjeesden we meteen de zoutvlaktes op, terwijl ik stevig ingeklemd zat op de middelste rij tussen Marion en Gebakken Hond 2. Helemaal achterin keuvelden de Andes-zusjes vrolijk weg. Zuid-Korea bleef doofstom behalve als ik de Spaanse uitleg van Iwan mocht vertalen naar het Engels en dan een keurig ‘Ahhhh’ als respons kreeg.

Zijn Landcruiser was dan wel gammel, maar Iwan kende bijna elke zoutkorrel op de vlakte. Het was een bizarre ervaring om op zo’n inmens zouttapijt rond te toeren en rare perspectief-foto’s te maken. De lunch werd genuttigd in de bijna vergane eetzaal van het oudste zouthotel, waar in 2016 een etappe van Parijs-Dakar eindigde. Daarna scheurden we verder, op zoek naar een mooie plek voor een zonsondergang op de vlakte. Het is raar, maar tegen het schemer leek het meer een ijsvlakte in Alaska dan zout. Een paar uur later kwamen we aan in het Hostal. We kregen een simpele schotel van kip en een slaaphok zonder verwarming, met gezamenlijk sanitair op de gang naast de eetzaal… Het vroor buiten tegen de 10 graden Celsius. Hoe we ons ook wentelden in de slaapzak met 5 dekens erbovenop, het duurde uren voordat we insliepen. Dag 1 zat erop

Na het vroege ontbijt bracht Iwan ons na een helse hobbelrit naar de eerste lagoon. En ja hoor, daar waren ze: Flamingo’s! Deze maffe vogels staan met hun poten in het ijswater fel gekleurde algen op te lebberen. De hele godsganselijke dag met je poten door het ijs wandelen voor een beetje vegetarische meuk. Wat een triest leven. Maar god wat was het adembenemend mooi om te zien, met op de achtergrond de besneeuwde Andes-toppen. Ook bij lagoon 2, 3 en 4 kwamen we ogen tekort. Gebroken door de autorit en verkleumd door de kou kwamen we vlak voor het donker in the middle of nowhere aan bij een primitief guesthouse. We kregen een slaapzaaltje voor 6 man toegewezen en snel werd er een simpele schotel geserveerd. Van kip…

De halve nacht heb ik rillend wakker gelegen. Gebakken Hond 1 lag naast mij en bleek een blaffende zeehond te zijn. Gelukkig ging om 04.30 uur de wekker. Ook deze dag was douchen niet mogelijk, er waren maar twee toiletten en 1 wastafel voor in totaal 24 gasten. Tijdens het ontbijt haalde Gebakken Hond 1 een bevroren banaan uit zijn rugzak, dezelfde takkenzak waar ik ‘s nachts op weg naar de plee over was gestruikeld. De vrolijke gastheer vertelde trots dat het -18c was geweest. Viel me nog mee..

In het pikkedonker stonden we na een uurtje hobbelen al om 06.30 uur bij een nieuw fascinerend natuurverschijnsel: geisers. Met een latrinegeur van zwavel liepen we tussen de dampende, stomende, borrelende en stinkende bronnen. We zaten meteen op het hoogste punt van deze trip, 4950 meter. De omgeving hield het midden tussen maan- en vulkaanlandschap. We reden door rivierbeddingen, stuiterden over gletserkeien en driftten over woestijnzand. En ineens stonden we aan de Chileense grens. Terwijl ik zorgde dat Onze Koreaanse vrienden met een andere Jeep richting Chili vertrokken, tikte Marion even snel de grond aan in Chili. Heeft ze één land ingelopen. Tsssss..

De rest van de middag was bedoeld om weer bij Uyuni uit te komen, aan de rand van zoutvlakte. Van de 800 km in drie dagen waren alleen de laatste 35 km min of meer asfalt. Alle kleding en tassen zitten onder het stof en rode zand. We hebben zojuist voor het eerst in 3 dagen gedoucht. Het afvoerputje raakte bijna verstopt van alle rotzooi.

Week 2 zit erop. We zijn precies halverwege, maar hebben het gevoel al een maand weg te zijn. Tot woensdag!

Peru-Bolivia hoofdstuk 3: werelden van uitersten

Ik verliet jullie zaterdagavond (zondagmorgen Nld-tijd) een paar uur voordat we in de beroemde Colca Canyon naar de condors gingen kijken. De route ernaar toe ging weer door adembenemende berglandschappen. Veel beschavingen, al ver voor de Inca’s, hebben hier inventieve irrigatie-methoden gebruikt om op de woeste bergheuvels 300 soorten aardappelen, guinoa, graan en fruit te verbouwen.



Maar het doel was om dichtbij de opstijgende condors te komen en dat is gelukt! Een groep van 15 van deze lelijke grote gieren bleef lang boven ons hoofd zweven op de termiek. Ze kunnen maanden zonder eten, omdat ze onder hun kin een soort van Tupperware-opvangzak hebben waar ze 4 kilo aas kunnen opslaan om later lekker op te peuzelen. Best handig, ik ben al een heel eind…

Na de lunch begon de ellende. De busreis naar Puno was betoverend mooi, maar niet als je je condor-reserves terug naar buiten stuurt. Marion was erop voorbereid en had stylische Michael Kors-Kotszakjes gekocht, met een prettige gel onderin, om de massa en de geur te absorberen. De chauffeur deed ook niet echt zijn best, want hij scheurde als een debiel rakelings langse diepe afgronden en haalde roekeloos in. Dan duurt zes uur best lang. Maar ik heb intens genoten, met alle folkore langs de routes tijdens de stops.


Puno was niet meer dan een tussenstop richting Bolivia en een uitgeputte Marion heeft niets gemist. De volgende ochtend kwamen we met Bolivia-Hop, een handige touroperator waar je overal kan op- en uitstappen, aan bij de grens. Het ging er wat anders aan toe dan in Europa, want we moesten de bus uit met bagage en al om de grens over te lopen, ondertussen twee douaneposten passerend. Peru en Bolivia zijn niet hele grote vrienden meer na talloze vrijheidsoorlogen tegen vijand Chili. Bolivia had ooit een brede strook aan de kust, maar is na deze oorlogen een opgesloten hoogland geworden zonder zeeverbinding. Hun dank voor het jarenlang helpen van buur Peru…

Rond de middag kwamen we aan in Copacabana, een dorp aan het meer van Titicaca. Het klonk veelbelovend, maar was best een slap aftreksel van een hippe strandplaats. Het Titicacameer is het hoogst bevaarde meer op de wereld. Het ligt op 3900 meter en is bijna net zo groot als Gelderland en Overijssel bij elkaar. De beroemde rieteilanden waar de indianenstam Uro’s op wonen hebben wij uit tijdgebrek overgeslagen. Wel hebben we een boottochtje gemaakt naar Isla de Sol, waar volgens de legendes de Inca-koning is geboren. Met op de achtergrond de imposante pieken van de Andes.

De afgelopen twee dagen zijn we van onze sokken geblazen van La Paz. Zo groot, zo druk, zo intens hebben we niet eerder meegemaakt. Geklemd tussen een aantal hoge bergen zitten naar schatting 3 miljoen mensen op elkaar gepakt. Hoog tegen de berg liggen de krottenwijken in typerende rode baksteen in elkaar geflanst. Met de nieuw aangelegde telecabines hebben we alle hoeken van de stad gezien en zijn we meer dan verrast. Overdonderd eigenlijk. Wat een stad.


En nu zijn we, na een korte vlucht van een uur, aangekomen in het zouthotel Sal de Luna in Uyuni. Nog een dagje relaxen in een 100% uit zout opgetrokken luxe hotel. Een unieke ervaring, vooral door de bizarre ligging: aan de rand van de immense zoutvlaktes. Daar gaan we de aankomende 3 dagen met een Jeep overheen crossen, gecombineerd met primitieve maaltijden en dito slaapzalen. Het termo-ondergoed gaat van pas komen, want het wordt ‘s nachts rond de -15 graden. Da’s andere koek dan Nld op dit moment. Gelukkig ben ik goed geisoleerd..

We zijn pas anderhalf week onderweg, maar hebben ervaringen voor een maand. Je merkt dat ik superlatieven tekort kom. To be continued!

Peru-Bolivia hoofdstuk 2 : La Sierra

Drie dagen geleden zaten we nog op zeenivo, vandaag hebben we de 5000 meter gehaald. Het kan verkeren…

Woensdag zijn we in Ica op de luxe nachtbus naar Arequipa gestapt. Een taai stukje van onze reis, want de rit duurt 13 uur. De ligbedden zijn Business Class waardig, er wordt voor een maaltijd gezorgd, je krijgt te drinken, maar toch..is het een busreis. Met een halve slaappil erin hebben we 7 uur geslapen, maar om 04.00 uur was ik klaarwakker. En ‘smorgens ontstaat bij mij binnen een half uur de onbeheersbare drang om een kilo af te vallen via de natuurlijke achterweg. De noodstop midden in de woestijn kwam als geroepen. Het dampte na toen we wegreden…

De laatste uren waren vooral voor Marion een lijdensweg, want we kronkelden over hobbelige bergwegen langzaam vooruit, met af en toe een gevaarlijke inhaalmanoevre om weer een trage vrachtwagen te passeren. Als je weleens naar het TV-programma de Gevaarlijkste Wegen hebt gekeken, kun je je een goede voorstelling maken. Het gaat er iets anders aan toe dan op de 5 banen A-2 tussen Utrecht en Amsterdam…

De aankomst in Arequipa en het hartelijke welkom in ons boutique-hotel maakte alles goed. De toegewezen bruids-suite (een e-mail verzoek levert soms iets leuks op) was betoverend mooi. Het hotel was een oud Spaans koloniaal gebouw uit de 18e eeuw, met dito patio’s en ruimtes met dikke vulkaanstenen muren. Maar eigenlijk was het centrum van Arequipa één groot museum met statige gebouwen, een prachtige kathedraal, mooie musea en vooral een heel relaxte sfeer. Na de drukte van Lima en de chaos van Ica was Arequipa voor ons een welkome pauze. Een aanrader als je in de buurt bent.

Gisterochtend werden we om 7.30 uur opgehaald voor de volgende etappe. In een minibus vertrokken 7 dames en ik als chapperon naar het hooggebergte. Onder de dames ook Laura en Desriée uit Schellinkhout, twee leuke vriendinnen samen op pad. We hadden een klik en vrolijk kletsend gingen we ongemerkt van 2350 naar 4000 meter, terwijl onze gids Gina ons bleef bijkletsen over Peru en het leven in de bergen. De coca-thee bij de eerste stop kwam als geroepen, want we werden al licht duizelig en wankel. Door het vele drinken, vooral van energiedrankjes als Gatorade, kun je je mineralen en suikergehalte op peil hadden, met als bijkomend effect dat je blijft plassen.

De bergpas leidde ons tot 4950 meter en ik denk niet dat ik in mijn leven nog hoger ga komen. Omringd door allemaal bergtoppen en werkende vulkanen van rond de 6000 meter, voel je je net op de maan. Er groeit werkelijk niets meer. De vicuñas, lamas, alpacas en guanacos (de 4 kameelsoorten die hier voorkomen) waren veel in beeld, maar haakten ook op deze hoogte af. Je gaat zo langzaam lopen als je maar kunt, want elke inspanning levert gehijg en koppijn op.

Daarna begon de razendsnelle afdaling naar Chivay, 1500 meter en een half uurtje lager. Een rondje over de lokale markt kon niet bekoren, want we waren gesloopt door de hoogteverschillen. We gingen snel door naar ons hotel, een soort boerenhoeve in een bergdorpje, waar we voor 30 Sol (€7,50) een uitgebreide warme lunch kregen, met als hoofdgerecht alpaca van de BBQ. Ze zijn schattig om te zien en smaken nog beter.

Als een duveltje uit een doosje kwam bij Marion een gierende koppijn opzetten en hebben we het bezoek aan de warmwaterbronnen laten schieten. Alle trucs worden uit de kast gehaald om de koppijn weg te krijgen; cocabladeren, cocathee, cocatoffees, good old Ibuprofen en ook lurken aan een zuurstoffles. Ik kon nog net een stukje van de Champions Leuague finale op een sneeuwerig beeld kijken, maar ik heb gelukkig de eindstand gemist… het zal toch niet dat?..

Morgenvroeg gaan we naar Colca Canyon om condors met een spanwijdte van bijna 4 meter over ons hoofd te zien suizen. Na Grand Canyon is Colca de diepste kloof ter wereld en de luie condors gebruiken de ochtend-termiek om boven te komen, zodat ze nauwelijk hoeven te vliegen. Waarschijnlijk in de evolutie ook leergeld betaald in het hooggebergte. Elke inspanning is er één teveel.

Het is een reis van uitersten. Ik heb nu twee dagen geen WIFI of internet en dat is eigenlijk best grappig. Behalve als je een stukje met veel foto’s wilt plaatsen en dus je 3G moet inschakelen. Die foto’s houd je dus tegoed. Tot woensdag!

Peru-Bolivia hoofdstuk 1: La Costa

De kop is eraf, we zijn al vier dagen onderweg. Al het begin is lastig, zeker als er in Nld. bij vertrek nog gestaakt wordt door één van de drie bagage-afhandelaars van Schiphol. De dames van de FNV kwamen in de lange rij uitleg geven waarom er werd gestaakt en Marion dacht alleen maar: ‘als hij maar geen stennis maakt..’ Na anderhalf uur wachten mochten we haastje-repje boarden.

Op het vliegveld Gatwick hadden we maar twee uur om de vlucht naar Lima te halen en daarvan hadden we al anderhalf uur verspeeld. Aangekomen hebben we de transfer-rijen geskipt door via een sluiproute aan te sluiten bij de Las Vegas-overstappers die nog meer haast hadden. We renden naar D-28, de allerlaatste gate van het platform, en konden net aansluiten bij de laatste mensen in de rij. Of onze bagage meeging, leek kansloos.

Twaalf uur later, maar wel zeven uur vroeger, zagen we Lima in de smog opduiken. Slecht drie maanden per jaar is er een heldere lucht, de andere negen ligt de metropool onder het tapijt van La Garua, de eeuwige mist/smog. Niet raar voor een stad van 11 miljoen inwoners. Soepel en snel werden we in een lege touringcar, incl. onze bagage, naar het hotel Gran Hotel Bolivar gereden.

Door de mist en vooral de verkeersdrukte is Lima niet erg populair onder toeristen. Het viel ons niet tegen, want de prachtige gebouwen in Spaanse stijl liggen meestal op indrukwekkende pleinen. Er was overal politie en leger te zien, want vlak voor de verkiezingen wil de vlam weleens in de pan slaan, zoals bijna overal in Midden- en Zuid Amerika. Toch waren het aardige gasten en na een kort praatje (Si, soy de Barcelona, Messi el Salvador!) mocht ik op de foto. Aan het eind van onze trip verblijven we nog twee dagen in Lima, wordt dus vervolgd.

Peru kun je grofweg in 3 landschappen verdelen: La Costa, La Sierra en La Selva. La Costa, de kuststrook, is kurkdroog en bijna helemaal woestijngebied. La Sierra is het gebergte, met name door de Andes en Machu Picchu beroemd. En La Selva is het oerwoud van de Amazone, met veel natuurparken. We gaan het allemaal doen.

De eerste stop na Lima was Paracas, een ministadje wat als vertrekpunt dient voor een trip naar de Ballestas Eilanden. Deze eilandengroep worden ook wel de Mini-Galapagos genoemd. Na een boottochtje van een uur met een supersnelle speedboot kwamen we er aan. We hebben nog nooit zoveel zeevogels, robben en zeehonden bij elkaar gezien. Ogen en oren kwamen we tekort, vooral omdat de schattige Humboldt-pinguins alles eraan deden om op een ganzendrafje weg te schuifelen. Je kunt alleen maar lachen als je ze ziet.



Na dit WOW-moment bracht de lokale bus ons naar het plaatsje Ica. Het staat weer redelijk overeind, maar deze streek is vaak getroffen door aardbevingen, voor het laatst nog in 2017. Overal hangen in La Costa in en rond gebouwen groene bordjes met de tekst: ‘Zona Segura en caso de sismos’ (veilige zone in geval van aardbeving). Misschien iets voor Groningen?

Het einddoel van de de tweede dag was de oase Huacachina, op 10 taximinuten van Ica. Ondanks al mijn reiservaring werd ik toch volledig verrast door dit bizarre natuurverschijnsel. In een woestijn met 2 mm water per jaar (ongeveer net zoveel als tijdens een filerit van Rotterdam naar Nijmegen..) ligt een fata morgana-achtig plaatsje, met een groen meer omringd met palmbomen. Het is een beetje een tourist-trap, maar toch ook een must-see.

‘s Middags heb ik Marion over gehaald om mee te gaan op woestijnsafari in een Dune Buggy, een soort Mad Max auto. Er niet bij verteld dat het, na een boot- en een bustocht) misschien wel ‘een bridge too far’ zou zijn gezien haar wagenziekte. Het was adembenemend, soms scary, maar vooral een geweldige adrenaline-stoot. Toen al die jonge gasten op een snowboard de duinen keihard afsuisden, kon ik me niet inhouden en ben erachteraan gegaan. Het was een onbeschrijfelijk kick! Filmpje op verzoek beschikbaar..

Na de zonsondergang bovenop de woenstijnduinen, volgden de kamikaze-rit in het halfdonker terug naar de oase. Hevig natrillend als na een aardbeving, hebben we er tijdens Happy Hour een paar cocktails ingeknikkerd. Vooral Marion heeft hard moeten werken om de alles gister binnen te houden, de bikkel!

Vandaag hebben we een rustdag, voordat we de nachtbus naar Arequipa nemen, midden in La Sierra. Daar gaan we twee dagen aan de hoogte wennen, zodat we zondag klaar zijn voor Colca Canyon, de vallei van de condors.

Hasta domingo!

Peru – Bolivia: De proloog

YES! We zijn vertrokken! Vandaag is het begin van onze reis naar Zuid-Amerika. We ‘hangen’ nog een beetje boven de Atlantische Oceaan. Met ruim een jaar vertraging en al bijna twee jaar na de eerste plannen. Misschien maakt dat onze reishonger alleen maar groter. De vier weken zitten zo vol dat we daarna naar ons kuuroord in Spanje vertrekken om op adem te komen.

Verder dan Venezuela ben ik nog niet geweest in Zuid-Amerika en dat is best raar gezien mijn Spaanse achtergrond. In een heel ver verleden was ik bijna naar Argentinië vertrokken voor een baan, maar de werkvergunning kwam niet rond. Jammer, misschien had ik Maxima wel geschaakt, voordat Prins Pils toesloeg. Deze trip zorgt ervoor dat ik nu alle werelddelen minimaal twee keer heb bezocht. Tick the box: been there, done that! Mijn reislustige moeder zou trots op me zijn..

Zij heeft altijd enthousiast verteld over haar reis naar Peru en Bolivia en mij tijdens de voorbereidingen nog boordevol tips & tricks gestopt. Maar zes weken voor vertrek moesten we vorig jaar de reis cancellen, omdat haar gezondheid hard achteruit ging. Ze bleef maar zeggen dat we moesten gaan, maar de geplande vertrekdatum werd uiteindelijk de dag van haar afscheid.. Ik heb haar beloofd dat we als eerste deze reis zouden gaan maken en belofte maakt schuld. Mam gaat over onze schouder meekijken en meegenieten.

Omdat we nooit kiezen voor een georganiseerde groepsreis, hebben we veel tijd in de voorbereiding gestoken. Vijf losse vluchten, waaronder lokale propellervliegtuigjes. Vorig jaar hadden we nog een vlucht staan met dezelfde maatschappij als het gecrashte Braziliaanse voetbalelftal Chapecoense… We slapen in 19 verschillende accomodaties, variërend van een boomhut, een basic hostal tot een luxe zouthotel. En naast het vliegtuig reizen we per bus, jeep, trein, boot, voet en in de Amazone zelfs per kano. En dat allemaal om de acht losse reisonderdelen, de bouwstenen, aan elkaar te koppelen.

Eerlijk is eerlijk, ik ben wel eens fitter en uitgeruster op vakantie gegaan, maar ik heb maar één angst: hoogteziekte! Je kunt je suf kauwen op cocabladeren (wat ik zeker zal doen!) of speciale pillen nemen, maar toch kan het onverwacht bij iedereen toeslaan. Het heeft niets met je gezondheid, leeftijd, conditie of je flaporen te maken. Gelukkig maar, want ik heb geen flaporen… Vrij snel naar ons vertrek gaan we via Arequipa (3800 meter) naar Colca Canyon om de machtige condors met een vleugelwijdte van bijna 4 meter over ons hoofd te zien suizen. Maar dan staan we wel bijna op het dak van de Andes, op 5000 meter hoogte. Als ik dan nog geen gebrek aan rode bloedlichaampjes heb, kom ik deze reis vast goed door.

Omdat ik tot de allerlaatste dag bezig was om mijn Apenrots-functie af te ronden, kwam het klaarleggen en koffers pakken toch vooral op Marion’s schouders terecht. Dat doet ze ook graag, want ik ben een notoire laatpakker, die niet geordend te werk gaat. En zelfs nog af en toe uit de klaarliggende stapeltjes kleren op de logeerkamer een onderbroek trek of een polo….Maar gisteren hebben we gezamenlijk het uitgebreide To Do-lijstje afgewerkt en afgevinkt en zijn we er klaar voor. Met twee handige reistassen in plaats van normale koffers en twee rugzakken is onze meeneem-capaciteit beperkt, maar we moeten zo “licht” mogelijk reizen.

De aankomende weken zal ik naast ‘Vroeg op Zondag’ ook ‘Tussendoor op Woensdag’ de belangrijkste highlights met jullie delen. Minder tekst, meer foto’s, van mijn eigen huisfotograaf. Fijn hè?
Vamos fullll gassss, arriba arriba!!!!!

FILMPJE!

Is er nog iemand die het filmpje van die Franse toeristen niet heeft gezien? Lekker banjeren door de Beekse Bergen met je kind op de arm rondom een troepje jachtluipaarden. Ik heb me suf gelachen!

Tuurlijk is het een stupidité énorme. Ook al heb je alle info en pictogrammen niet gelezen, je hebt echt zaagsel als vulling onder je dakpan als je gewoon gaat picknicken in een safaripark. De grappen waren ook niet van de lucht. Vooral bij de Speld, het satirische platform van de Volkskrant, kwamen de leukste voorbij. ‘Ze hadden Lui Paard in Google Translate ingetypt en kregen Lazy Horse als antwoord.’ ‘De cheeta’s schrokken van de knoflookmeur en hadden geen honger meer.’ ‘Kunnen we niet wat Fransen overhevelen naar de Oostvaardersplassen om daar de beesten bij te voederen?’ Vrij snel werd ook de link gelegd met Air France. Deze stakende Franse collègues waren door hun Nederlandse collega’s getipt voor een leuk uitje met een mooie wandelroute door een natuurpark…

Maar eigenlijk was de grootste gek op dat moment die Brabo-knul die het maar bleef filmen. Wat een hersenloze randdebiel. Je ziet buitenlanders met een klein kind iets ongelooflijk doms doen en je doet niets! Rien de tout! Maar blijft wel doorfilmen. Rij erheen en zet je auto ervoor! Meteen op dat eerste moment! Zeg wat! Als je ‘il est trop dangereux de se bouger en dehors de la voiture’ niet uit je strot krijgt, kun je altijd nog : NON! NON!NON! roepen. In een TV-interview zei de kneus dat hij te zeer in shock was om iets te doen. Tuurlijk, Robin, tuurlijk.. Maar wel filmen en commentaar geven? Moron! Salaud! Con!

Dat filmen door omstanders terwijl er andere mensen in nood zijn, is één van mijn grootste moderne ergernissen. Vorige week stak een verwarde man op de drukke weekmarkt in Roosendaal zichzelf met een mes, in een poging tot zelfdoding. Er was maar één dappere jonge vent die uit alle macht probeerde de man te redden. Eromheen stonden 500 – 600 mensen alleen maar te kijken en te filmen. Of ik overdrijf met dat aantal filmende Oscar-pretendenten? Klik maar op de link onderaan. Allemaal blanke Nederlandse sensatiezoekers, in alle leeftijden, die niets beters kunnen bedenken dan hun mobieltje in de lucht te houden. Er ligt iemand dood te gaan en het enige wat je kunt bedenken: ‘opnemen en dadelijk meteen op Facebook zetten!’ Of zoiets.

Het is voor hulp- en ambulancediensten steeds vaker een enorme frustratie. De beelden staan al op internet, voordat het slachtoffer is geïdentificeerd en de familie geïnformeerd. Er moeten speciale afschermschotten worden geplaatst voordat het openzagen van een autowrak kan beginnen. Kostbare tijd die verloren gaat, om de privacy van een slachtoffer te beschermen. Maar dat filmgedrag zie je overal. Ook door foute kids die het in elkaar slaan van het klasgenootje dat altijd gepest wordt filmen. Wat zijn we toch een treurige diersoort en gedoemd om uit te sterven. Of om opgegeten te worden door cheeta’s.

Is dat filmen nog tegen te gaan? Ik denk het wel. Gewoon ouderwets naming and shaming. Mooie website ervan maken, bv. www.degrootstelosersvandeweek.nl. Met deze week: “Robin uit St. Michielgestel, op bezoek in safaripark de Beekse Bergen. En: “Truus uit Rucphen, kaas kopend op de markt van Roosendaal.” Of: “Mourad, de stoere kopschopper uit Osdorp”. En de winnaar van de maand een weekje op de Dam, op een schavot en veel eieren in de buurt. Het winnende filmpje op een groot scherm boven zijn lege hoofd. En als er mensen gaan klagen over de harde methode of het gebrek aan privacy van de “winnaars” hebben we nog een mooi Oud-Hollands gezegde: wat gij niet wilt wat U geschiedt, doe dat ook een ander niet.

Nog even terug naar Air France en KLM. Hoe kan het toch dat we onze trotse zwaan hebben laten opslokken door een arrogant Frans haantje? Er is nog nooit een goed zakelijk huwelijk geweest tussen Fransen en Nederlanders dat langer duurde dan een paar jaar. Ik heb persoonlijk al drie voorbeelden meegemaakt, waarbij Frans Chauvinisme en Hollandse Eigenwijsheid hebben geleid tot ‘rien ne va plus!.’

Vanaf volgende week krijgen jullie wekenlang reisverslagen om je oren, met mooie filmpjes…. Je bent vast gewaarschuwd!

Kleine dingen

Gelukkig. Dodenherdenking is, op een een klein rimpeltje na, stil verlopen. Zelfs de grootste schreeuwtoeters snapten dat het uiteindelijk onaanvaardbaar was. De verklaring voor het afblazen van het lawaaiprotest was hilarisch: “we hebben ons doel bereikt en een statement gemaakt.” Tuurlijk knul, tuurlijk.

Ik zit nog van een laatste weekendje Rosamar te genieten, voordat we hier twee maanden afwezig zijn. Da’s lang voor ons doen, maar 4 weken Peru en Bolivia is ook geen straf. Het reisschema is klaar, de rugzakken bijna ingepakt, het lichaam afgetraind om de ontberingen te doorstaan.. Met temperaturen tussen de -15 en + 30 graden wordt het ‘vestir de cebolla’ : laagje over laagje kledng aan, zodat je jezelf kunt afpellen als een ui.

Ook mijn meiden hebben, samen met vriend Philippe en zusje Aimée, op het laatste moment besloten een weekend over te komen. Ze trekken lekker hun eigen plan, wat ons weer de ruimte geeft om het huis klaar te maken voor de zomerse invasie zonder onze aanwezigheid. We hebben nog geen dag op het strand doorgebracht dit jaar, vooral omdat het voorjaar tot nu toe on-Spaans koud is, met veel regen en matig weer. Als ik uit het zwembad kom, lijk ik door het koude water wel genderneutraal..

Wel ben ik zo trots als een pauw op mijn geheel gerenoveerde helft van de garage. Alle verbouwingen en verbeteringen van de afgelopen 13 jaar aan ons huis hadden geleid tot een labyrint van bouwmaterialen, waar je sneller de weg in kwijt raakte dan in de soek van Marakesh. Er bleven alleen smalle paadjes over, waarover je behendig moest laveren om instortingsgevaar te voorkomen. Er is ooit op Discovery een serie geweest van een Duits broederduo Die Rudolphs. Ze hadden een sloopbedrijf en hallen vol met hoog opgestapelde auto-onderdelen die ze moeiteloos konden vinden. Mijn garage zag er hetzelfde uit. Alleen ik kon er niets meer vinden.

Ik gooi best moeilijk dingen weg. Schroefjes, boutjes, gereedschap, tapes, keukenschappen, gaskoppelingen, waterleidingen, kroonsteentjes, betonbewapening; ik wil het bewaren voor dat ene Eureka-moment. Dat zelden komt. Erger nog, de sporadische keer dat ik iets nodig had, kon ik het, ook door mijn Alzheimer Light, nergens vinden. Het roer moest om, ik heb ¾ weggedaan. Met kromme tenen en een melancholisch gemoed. Het werkt in Spanje als volgt; je zet de overbodige spullen buiten je hek aan de straat en wat er dan ’s avonds nog staat, gooi je weg in de container. Dit circulaire denken werkt prima, want zelden stond er ’s avonds nog iets verloren aan de straat.

Het resultaat is van een on-Frankse geordendheid en symmetrie. Zelfs Ibrahim heeft zijn eigen kast gekregen met het uitdrukkelijke verzoek alles daarin te proppen. Mijn schroefjes en boutjes zitten keurig gesorteerd in jampotjes, waarvan de deksels zijn vastgeschroefd onder een schap. Grote jampotjes met bouten achter, kleine jampotjes met schroeven voor. Marion moest zich hevig geemotioneerd aan een stellage vasthouden toen ik haar het resultaat liet zien. Diep ontroerd realiseerde ze zich dat ze na bijna 20 jaar in haar missie was geslaagd: ik ben bekeerd tot een punctuele detailneuker. Half goed is niet meer goed, mijn Spaanse Mañana Mañana is Deutsche Grundlichkeit geworden.

Met een voldaan gevoel liepen we gisteravond samen met onze vrienden door het dorp, waar het jaarlijkse Festa Petita volop aan de gang is. Elke lokale ambachtsman heeft een kraampje om zijn nostalgische (voedings)waar aan de man te brengen. La Trobada de Gegants (De parade van de Reuzen) was dit jaar extra feestelijk i.v.m. het 25-jarig bestaan van het Poppengilde uit ons dorp Macanet. Het zijn oude Middeleeuwse rituelen die dapper in stand worden gehouden, als tegenwicht in een wereld waar alles sneller en vluchtiger gaat. Iedereen neemt deel, maakt tijd voor een praatje, koopt wat rommel en drinkt een stevig glaasje.

Ik kan erg genieten van zulke kleinschaligheid en kneuterigheid. Het dorpse cultuurhuis is open, er hangt een foto-expositie van de bekende dorpsmensen, in het kerkje wordt een kaarsje opgestoken voor de afwezigen. Een pottenbakker maakt voor de kinderen een eenvoudige vaas of koffiemok, een vleugje penetrante lokale schapenkaas teistert je neusgaten en de worstenmaker deelt royaal plakjes bloedworst uit.

Nog twee korte weekjes apenrotsen en dan lonkt Zuid-Amerika, vol met cultuur en avontuur. Ik ben er klaar voor.