Reizen door Spanje capítulo 3: La Rioja en de Delta de Ebro

Met een melancholische ondertoon verlieten we Baskenland om onze trip voort te zetten in de Rioja-streek. Na alle gelukzalig lekkere pintxos was het nu tijd om ons op vloeibare producten te concentreren. Het is een zware opgave, maar iemand moet het doen. Dan offeren wij ons wel op, voor jullie.

Eerst deden we nog Burgos in de regio Castilla-Léon aan, voor een snel bezoekje aan de immense kathedraal, éen van de grootste van Spanje. Maar door tijdsgebrek skipten we de rondleiding van twee uur, omdat er natuurlijk wel eerst geluncht moest worden. We hebben Maria, aan wie de kathedraal is gewijd, beloofd dat we een keertje terugkomen. Met een vette knipoog gaf ze haar zegen. 

Laat in de middag kwamen we bij ons volgende schattige Casa Rural aan, in een pittoresk dorpje midden tussen de wijnvelden. In de dorpskroeg proefden we alvast wat heerlijke varianten. Langzaam liep het tentje vol met lokale bottelaars, die er zelf niet in spuugden. Toen mijn cluppie FCB begon te spelen haakte Marion af en bleef ik met de dorpsgek over, die nog nauwelijks uit zijn ogen kon kijken. We schakelden over op cognac en bier en vierden de mooie goals van Ansu Fati en de Jong alsof we eindelijk weer de Champions League hadden gewonnen. De kroeg ging daarna meteen op slot.

De volgende ochtend begon natuurlijk stroef, mede omdat ik ‘s nachts ondanks aandringen van Marion vertikt had  om de koelboxstekker uit te zetten in de auto, en dus een lege accu.. Gelukkig hielpen bezorgde locals om  onze Zafira weer aan de praat te krijgen, want het werd tijd voor de wijnproeverijen in Haro, de wijnhoofdstad van La Rioja.  We begonnen bij de gerenommeerde bodega Gomez Cruzado en proefden tussen de wijnvaten in het pakhuis vijf topwijnen. Daarna nog snel voor de lunch een proeverij bij Cuné, één van de grotere jongens. Gelukkig was op zondagmiddag verder alles dicht, dus we lunchten uitgebreid en heerlijk op een werkelijk fantastische locatie, Claustro Agustino. Als hoofdgerecht deelden we een T-bone steak van één kilo, die met een Viña Ardanza Reserva 2009 van wijnhuis La Rioja Alta S.A.  toch verrassend soepel verdween.

Uitgeput kwamen we aan in het dorpje Clavijo, niet meer dan een paar huizen vlak onder een kasteel uit de 9e eeuw. Ook hier was de lokale kroeg de enige plek waar nog leven was, maar al vroeg haakten we af om ons lichamelijk voor te bereiden op nog een zware dag met proeverijen. Gelukkig maar, want precies om 10.50 uur staken we onze neuzen in het eerste glas, ditmaal bij de  kleine bodega Tritium, waar slechts 15.000 flessen per jaar worden gemaakt. De gedreven eigenaar, de middeleeuwse ambiance in de gewelven, de fenomenale wijnen en alle verhalen achter de wijn familie waren een topbeleving. Het bezoek daarna aan het schilderachtige dorpje LaGuardia en het centrum van Logroño was slechts uitstel van het onvermijdelijke; we moesten La Rioja verlaten..

 

Het laatste onderdeel van onze rondreis was een bezoek aan de Delta de Ebro, aan de Middellandse Zee en twee kasteelovernachtingen in de Parador van Tortosa. Het tripje ernaar toe was het langste traject van de hele reis, maar ook vol natuurschoon. Na alle ontberingen en aanslagen op onze lever en nieren was deze Parador de verdiende beloning. We werden geüpgraded naar de torenkamer, waar we als Spaanse koningen, helaas zonder hofhouding, neerkeken op het gepeupel onder ons, ook al viel onze kleding en auto een beetje uit de toon in deze omgeving.

De Delta de Ebro is de rijstschuur van Spanje én daardoor ook één van de bekendste vogelgebieden. Zo ver als je kunt kijken zie je rijstvelden, die in deze tijd van het jaar worden geoogst. Aan de zuidkant bevindt zich een smalle zandstrook waar de zee aan twee kanten voor bij stroomt. Helaas (maar misschien terecht) was het gedeelte van de flamingo’s voorgoed gesloten om ze rust te geven.

Om op onze leeftijd toch Instagram waardige foto’s te maken parkeerde ik Zafi op een verlaten stuk strand, maar dat was een fikse misrekening. Door de enorme regen van de laatste tijd was het zand zompig geworden en zakte Zafi bij het wegrijden tot zijn enkels weg in het zand. We zaten muurvast. Na een paar kilometer lopen, een onverwachtse lift en veel hulp kregen we de auto eruit en konden we proestend van het lachen aan de lunch. Het was best een domme cowboy-actie, maar het liep goed af.

Met het bezoek aan de Parador was weer een cirkeltje rond, want het was de laatste overnachtingsplek met mijn moeder geweest en in Delta de Ebro heb ik haar mooie afscheidsfoto gemaakt.  En nu zijn weer in Rosamar. Een hele ervaring rijker en ook een hele partij prachtige wijnen. Het zit erop, maar het smaakt alweer naar meer. Reizen verveelt nooit!

Reizen door Spanje capítulo 2: Ruige kusten, kunst & cultuur.

We zijn dus in Baskenland. Het is altijd een apart stukje Spanje geweest, meer nog dan Catalunya. De Basken hebben hard voor hun onafhankelijkheid gestreden, met lange tijd de ongrijpbare en meedogenloze ETA als het extreem gewelddadige clubje. Die tijden zijn gelukkig voorbij, maar het blijft een eigenaardig volkje. Hun taal is zo vreemd, dat niemand het verstaat. Met de meeste lettercombinaties zou je met Nederlands Scrabble glansrijk winnen, want ‘txakur’ zou op 3x letter-en woordwaarde goed scoren. Zykruni of gizakia vast ook. De meeste plaatsnamen staan trouwens ook in het Spaans vermeld, zodat je er nog wat van maken.

Vanuit onze Casa Rural maakten via smalle, gevaarlijke kustweggetjes een betoverende tour van vier uur naar San Sebastián. Kleine dorpjes aan imposante baaien, woeste kustlijn, hoge kliffen; het woord ‘ruig’ heeft een nieuwe dimensie gekregen.

Pas ver na tweeën kwamen we aan in dé culinaire hotspot van Spanje. Trouw aan onze tradities begon de tapastour met oesters, maar ik kon ’s avonds niet meer herinneren wat we allemaal daarna hebben vermorzeld. Het was bombastisch, zo veel en zo lekker. Donnostia (de Baskische naam voor San Sebastián), beschut gelegen in een schitterende baai, heeft vast mooie toeristische attracties, maar die zijn pas de volgende keer aan de beurt.

De volgende dag begon serieus met een bezoek aan het Vredesmuseum in Gernika. Dit plaatsje is in 1937 platgebombardeerd door de Duitse Luftwaffe, die mochten oefenen van Franco om het verzet van de Basken te breken. Gernika (Guernica) was de symbolische hoofdstad van Baskenland en verloor die dag +/- 1600 van de 4000 inwoners. Het museum was een  ingetogen eerbetoon aan de slachtoffers, maar ook een roep om vrede en vergeving. Picasso heeft over Guernica een beroemd (maar spuuglelijk en luguber) schilderij gemaakt, dat vroeger bij ons thuis hing. We waren zo onder de indruk dat we pas in de auto erachter kwamen dat onze rugzak nog veilig in de kluis van het museum lag…

We vervolgden onze kustroute, maar nu westelijk naar Bilbao. We besloten de pittige wandeltocht naar het schiereiland Gaztelugatxe (168 punten!) te maken. Het was zeer de moeite waard, met veel klimmen en dalen, want we raakten de helft van de pintxos van de vorige dag kwijt. Ook bijna de helft van de andere wandelaars, want een groep bejaarde Amerikanen hing onderweg half dood over de reling. Bizar dat er bij het begin niet werd gewaarschuwd, maar wellicht heb ik de Baskische tekst niet goed begrepen.

Laat in de middag reden we Bilbao binnen om via een bijzonder brug naar het centrum over te steken. Deze beroemde Puente Colgante Vizcaya uit 1893 is ontworpen door een trouwe leerling van Eiffel en dat is duidelijk te zien. Er kunnen een paar auto’s mee naar de overkant en dus ging onze Zafi mee, hangend aan metalen kabels in een soort uitvergrote dubbele bouwkeet naar de overkant. Wij moesten zelf in de auto blijven zitten en kregen een licht Titanic gevoel, maar het liep goed af.

Na een fantastische nacht in de kasteelkamer van de superdeluxe Casa Rural La Torre de la Quintana, ditmaal met echte receptionistes i.p.v. theelepelvrouwtjes, reden we opgetogen naar Bilbao voor één van de hoogtepunten van onze reis, een bezoek aan het Guggenheim Museum. Voor mij ook wel een beetje beladen, want het zou de volgende bestemming zijn geweest voor het jaarlijkse Mama-weekend. Helaas is dat er niet meer van gekomen, maar ik had haar beloofd er snel naar toe te gaan.

Van de buitenkant is het unieke gebouw apart en futuristisch en ook als je naar binnen loopt word je overdonderd door het architectonische vernuft. Maar de exposities vielen ronduit tegen. Tien  van de 30 zalen waren dicht i.v.m. renovatie of nog te starten nieuwe tentoonstellingen. De tijdelijke exposities van Morandi en Jesper Just  waren teleurstellend en de permanente exposities te beperkt. We stonden na een uur al buiten, terwijl het KUMU museum in Talinn ons in december uren heeft kunnen bekoren.

En toch ben ik blij dat we er geweest zijn, er is een emotioneel cirkeltje rond gemaakt. Er wordt soms gesproken over het Bilbao-effect als een doodgewone of oninteressante stad door één geweldige attractie een hotspot voor toerisme wordt. Misschien verdient Bilbao langzamerhand wel meer, want het is van een saaie industriestad een relaxte plek geworden. De vraag is echter hoeveel van de 1,2 miljoen jaarlijkse Guggenheim-bezoekers  naar Bilbao waren gereisd, zonder dit museum. We gaan nog een keer terug naar Baskenland, want het is een fantastische bestemming en we hebben nog lang niet alles gezien. De kust en de pintxos-cultuur waren de hoogtepunten, niet het museum.

Santander, net buiten Baskenland in Cantábria, was een quick visit en verdient de volgende keer ook meer tijd. We bezochten het kasteel Magdalena en wandelden met honderden lokale toeristen door het te keurige Disney-achtige park, met zeeleeuwen en pinguïns achter hekken in waterbassins. De stranden zagen er aanlokkelijk uit, maar het werd tijd voor onze volgende bestemming: La Rioja! Eindelijk tijd voor een hapje en een drankje…..

Reizen door Spanje capítulo 1: De Pyreneeën en Baskenland

Ja, die zagen jullie niet aankomen, hè? Na bijna vier maanden radiostilte, op wat oude blogs na, vanuit het niets weer een post. Maar beloofd is beloofd, mijn reisverhalen zou ik voortzetten. En na een lange zomer, voor mij werkend in NL en voor Marion als gastvrouw fungerend  in een drukbezet Rosamar, hebben we ons reisplan omgegooid om in ons eigen Spanje toeristje te spelen. Geen Bali of Koh Samui deze keer, dat heeft echter niets met vliegschaamte te maken. Ik moet nog 1 miljoen bomen planten om ons Ryanair-gedrag te compenseren…..

Vorige week zijn we vertrokken richting Huesca, een lieflijk provinciestadje vlak onder de Pyreneeën. Rustig cruisend over B-wegen, bewust de snelwegen vermijdend, kwamen we aan in Loporzano, vlakbij het Natuurpark Sierra de Guara. Marion heeft allemaal Casas Rurales uitgezocht, oude luisterrijke privé-huizen van eigenaren die er nog een beetje B&B bij doen. Casa Boletas kwam zo uit een boek van Isabel Allende. Onze kamer keek uit op de imposante bergen van de Sierra. Het dorpje Loprozano bestond uit 16 huizen, een gammele kerk, twee paardenstallen en iets wat op een kroeg leek. Daar waren de lokale vutters verwoed aan het kaarten en mochten wij aan de bar hangen, de pindabasten onder onze voeten aanstampend. Bij het afrekenen kwam de grote schok; 3 bier, twee grote bellen Rode wijn en een halve vrachtwagen pelpinda’s voor € 4,20. Toen Marion een briefje van € 20,= trok, brak er paniek uit of er wel genoeg wisselgeld in de kluis achter de toiletrollen in de bar aanwezig was. Na een vrolijke afscheidsceremonie vielen wij uitgeput in slaap in ons hemelbed.

De volgende ochtend koersten we over uitgestorven bergweggetjes naar het stuwmeer. Het was overdonderend mooi, groots en imposant, het water intens turquoise.  De wandeltocht leverde hilarische momenten op. Vleermuizen zoefden over ons hoofd in de grottunnels, bokken en geiten stoven mekkerend en geïrriteerd weg. Dit was hun terrein en ze wensten mid september niet meer gestoord te worden door een stampende ‘Duitser’ en een chocoladebruine ‘inheemse’.

Enthousiast en goed gemutst koersten we richting Pamplona in Navarra, beroemd om zijn jaarlijkse San Fermín feesten in juli.  Maar voor ons was de eetcultuur het absolute hoogtepunt. Ik heb nog nooit zoveel restaurants, tapabars, en eetcafés bij elkaar gezien. Het was een Walhalla voor twee smulpapen. In Pamplona, op de rand van Baskenland, worden honderden varianten van Pintxos geserveerd. Het zijn serieus grote hapjes, bijna altijd op brood geserveerd, die je met moeite in twee keer verorbert. Ze doen trouwens ook niet misselijk met de wijnen die ze erbij schenken. Bijna  alle wijnen worden per glas geserveerd, ook de topwijnen uit de naburige streken.

Na het bacchanaal en een prinsjesnacht in Casa Rural Lakoak besloten we de volgende dag de toeristische kant van Pamplona te ontdekken. Dat lukte aardig, met o.a. de indrukwekkende tentoonstelling Occidens in de kathedraal. Daarna liepen we de beroemde (of beruchte) route van San Fermín, waar de stieren door de straten worden gejaagd in de richting van de arena. Elk jaar vallen er doden en we snappen wel waarom. Ik gleed in de gevaarlijkste bochten twee keer uit en landde pardoes aan de bar van de beste pintxos-tenten. Je wordt vanzelf wankel en dan kan de stier gemeen wraak nemen op deze eeuwenoude traditie, die wij nooit zullen begrijpen..

Het was tijd om de ruige kust van Baskenland op te gaan zoeken. We hadden veel geluk met het weer, want de Golf van Biskaje zorgt 250 dagen per jaar voor stevige buien. Maar de zon scheen uitbundig, het landschap wisselde continu en de route was adembenemend.  We kwamen laat in de middag aan bij Metuxku, een Casa Rural midden in de wijnvelden, waar de lokale witte Txakoli wordt gekweekt. Ook hier een hartelijk ontvangst met veel tips & tricks voor de omgeving. Het zijn trouwens allemaal dames van rond de 60 die dit soort guesthouses runnen. Ze lijken ook een beetje op elkaar, een soort van vriendinnenclub, met minder aandacht voor uiterlijke schijn, mooie kleding of make up. Maar ruimschoots gecompenseerd met een tomeloze gastvrijheid en hartelijkheid. En overal snuisterijen.Theelepel-vrouwtjes noem ik dat.

Met de bezoekdagen aan San Sebastián, de culinaire hoofdstad van Spanje, in het verschiet, besloten wij deze avond kalmpjes aan te doen en ons geestelijk voor te bereiden op de Baskische dagen. Woensdag meer daar over. Fijne zondag!

¡Adios y muchas gracias!

Het was een soort cliffhanger, de laatste zin van mijn column vorige week. Stoppen op je hoogtepunt? Welk hoogtepunt dan? Sommige volgers zullen al de conclusie hebben getrokken: Frank trekt de stekker uit zijn wekelijkse gewouwel.

En om maar meteen antwoord te geven: klopt! Dit wordt voorlopig de laatste wekelijkse Vroeg Op Zondag. Na zes jaar en bijna 300 columns ga ik er minimaal zes maanden mee stoppen, met een grote kans dat ik ook daarna niet wekelijks terugkom. Het voelt een beetje als het afscheid van Edwin Evers bij radio 538; je zit er al een tijdje tegen aan te hikken, hebt er toch vaak lol in, maar er ontstaat ook een sluimerende onrust. Bij mij was het niet anders.

Meestal schreef ik op zaterdagavond de hoofdmoot van mijn verhaal, die op zondagochtend werd gefinetuned en upgeload op www.vroegopzondag.nl. Daarna de link koppelen aan Facebook en lekker met de dag beginnen. Pas later op de dag keek ik naar de reacties en deelde ik gul likes uit bij elke comment. Iedereen blij.

Het was meestal een leuke zoektocht naar onderwerpen en vaak lagen die voor het oprapen. Zoals deze week. De klimmers-file op weg naar de top van Mount Everest, het kleutergeleuter in het debat tussen Rutte en Baudet, de non-emigratie van Volkert van der Graaf of de arrogante machtspelletjes van Trump. En dan heb ik het nog niet over het ego van Kwalbert van der Linden.

Maar steeds vaker zat ik zaterdag wanhopig te peinzen waarover ik in godsnaam ging schrijven. Weer over Gordon? Over mijn clubje? Over bejaard Witte Mannen Gedrag? Catalaanse toestanden? Onbegrijpelijk vrouwelijk gedrag? Mijn zakelijke blunders? Het was geen echt writer’s block, maar het kostte meer en meer moeite. Dat lijkt me niet de bedoeling van een hobby.

Maar het ergste is nog dat ik zelf bij het nalezen sommige stukjes gewoon ronduit slecht vond. Ik weet dat het niet elke week raak en lollig kan zijn, want zelfs mijn voorbeeld Youp schrijft niet elke week weergaloos. Maar de kwantiteit (wekelijks een stukkie) ging vaker ten koste van de kwaliteit (humor, raak, scherp). Misschien raken mannen boven de 55 wel verstrikt in hun eigen zelfspot en gaan knorrigheid en zeurderigheid de boventoon voeren.

Ik ben een paar keer benaderd om mijn columns voor een breder publiek in de media te schrijven. Ik kreeg hyperventilatie bij het idee dat de deadline dan alles overheerst en ik vond/vind ook dat ik er niet goed genoeg voor schrijf. Het leuk vinden om zondags even tegen jullie aan te zeiken is echt wat anders dan wekelijks op de achterpagina van de Metro te pronken.

En al die mislukte zakelijke uitstapjes buiten mijn vakgebied betekenen ook: schoenmaker blijf bij je leest. Verkoop broodjes en salades, nog een kopje koffie erbij, maar blijf weg bij de Vegas Towels, Nailhoovers, Milkshakemachines etc. etc. En dus ook geen carrière als schrijver of betaald columnist. Kansloos.

En dus ga ik ermee stoppen. De aankomende tijd plaats ik nog wekelijks een oude column van de afgelopen jaren, die ik zelf leuk vond. Kunnen jullie langzaam afkicken. Mischien laat ik me soms onverwachts nog verleiden om Patty Brard als presentatrice van het Eurovisiesongfestival 2020 in Almelo af te zeiken. En natuurlijk blijf ik de reisverhalen posten, omdat ik ze gebruik om alle reisindrukken van me af te schrijven. Alle columns kun je trouwens terug vinden op mijn website.

Maar voor nu is het klaar. Dank voor jullie morele support, geestige opmerkingen en vaak terechte kritiek. Zondags weer wakker worden zonder verplichting. Ben benieuwd wat Marion ervan gaat vinden…

Ding-a dong!

Hé hé. Eindelijk. Tjonge jonge. Wat een opluchting. En wat een explosie van opgekropte frustraties. We hebben die FUCKING OOSTBLOKKERS eindelijk terug gepakt met hun naai-stemgedrag. Alle ballen op Duncan!

Elk jaar wijd ik wel een column aan het Euronies-stomfestival. Meestal omdat de Nederlandse inzending ons de risée van Europa maakt en ons diplomatiek naar het niveau Noord-Korea brengt.  Dan komen we aankakken met Sieneke (die Nimweegse tokkie), drie relnichtende Tobbers in glitterpakken, wauwelende Waylon of de 3JS, drie Volendamse droeftoeters. Soms zetten we een Pythosaurus in een vogelverschrikkerspak op het podium en noemde haar dan Treintje (of Trijntje). Sjezus, wat stonden we vaak voor lul. En toch dachten we telkens serieus een kans te maken..

Dat laatste is een typisch Nederlandse ziekte: ZELFOVERSCHATTING. We zijn kampioen voordat er gespeeld is. Of vinden onszelf zo goed dat het niet anders dan winnend kan worden afgesloten. Vaak nemen we in een soort arrogantie-modus lui de laatste hordes, om dan op de streep nog ingehaald te worden door een dood gewaande tegenstander. Die wél de mentaliteit heeft tot het uiterste te gaan én desnoods een hartinfarct krijgt om te winnen. Die met het mes tussen de tanden het licht in je ogen dooft. Fuck, toch weer verslagen.

Daarom worden we zelden kampioen. Voorbeelden zat: 3 WK-finales, maar nooit gewonnen. Ajax vorige week eigenlijk ook. Joop Zoetemelk. Tom DuMoulin in de Tour de France. Max Verstappen tot nu toe. Amsterdam als Olympische stad. Soms zijn we dan teleurgesteld, maar best vaak vinden we als tweede eindigen ook prima. Best goed eigenlijk toch? Het is de Hollandse ziekte, want er is niets erger dan tweede worden. Ik ben in sales-trajecten liever 8e dan 2e. Je hebt in beide gevallen niks, maar als 8e kun je nog besluiten om alles voortaan helemaal anders te gaan doen of de conclusie te trekken dat je nooit gelukkig was geworden bij die klant. Als 2e blijf je malen: waar heb ik die paar punten gemist?

En waarom heeft Dun Kan het wel gered? Dat is simpel: bescheidenheid en geen arrogantie. Hij wilde absoluut winnen en had de kwaliteiten, maar stak pas zijn handen in de lucht toen de Swedish Wous Maffia als een verbijsterde zombie in de camera keek. De meeste Nederlanders hadden in shock naar de voting gekeken. We hadden toch al de vakjury gewonnen? De bookmakers wezen ons toch duidelijk als winnaar aan? De rest was toch bagger? Arcade was toch het mooiste nummer ooit?

Kortom, we waren alweer kampioen voordat de laatste stemmetjes waren geteld. Maar deze keer hadden we Dun Kan. Klaargestoomd door Ilse de Lange uit Almelóóó (het licht staat op rood, het licht springt op groen: in Almelóóó is altijd wat te doen). Ik krijg altijd jeukende huidschilfers in mijn boxershort als ik haar zie of hoor, maar ik geef het toe: het heeft schijnbaar Dun Kan geholpen. Misschien is een carrière achter de schermen voor Ilse een goede oplossing, dan hoef ik geen talkpoeder meer te gebruiken.

Onder de bezielende leiding van quizmaster Gerard hebben wij gekeken naar het spektakel. Professionele puntenlijstjes invullend en vakkundig commentaar gevend. In onze eigen scores kwamen Nld., Zweden, Noord-Macedonië en Zwitserland vaak in de top 5. Italië, Australië, Denemarken en IJsland restte slechts vileine hoon. Maar het is wel een generatie-dingetje, want ons jongste jurylid Anne-Roos had voor die landen juist wel een hoge klassering verwacht en lachte hard om ons zurig gezeur over zoveel gepruts.

Dun Kan maakt ons trots en laat ons zien dat je op kwaliteit en zonder arrogantie ver kan komen. Dat zal niet altijd lukken, want volgend jaar sturen we Li’l Kleine om een soort Italië-act te doen en dan worden we in de voorrondes verslagen door een zingende Litouwse Reus verpakt in een condoom, een schreeuwende Albanese dwerg met glazen benen of een loensende kolibri uit Rusland die Vladimir heet. Het duurt minstens 45 jaar voordat we het songfestival weer  winnen.

Maar dan hebben mijn meiden allang het wereldwijde franchise concept Duncan Donuts verkocht  dat ik gisteren ben begonnen. Want je moet wel snel toeslaan als je 1e bent geworden. Meteen cashen. En zo snel mogelijk stoppen. Op je hoogtepunt. Ga ik ook doen. Daarover volgende week meer…

 

Kofferitis

Even geen sport of actualiteit deze week. Na het debacle van Brakkelona dinsdag (volkomen terecht uitgeschakeld door een beter Liverpool) niet eens meer de moeite genomen om naar Ajax te kijken. En de verschrikkelijke aso’s die in een geel hesje onbeschoft het torentje binnenliepen, hebben zichzelf vakkundig buitenspel gezet. Niemand die ze nog maar een beetje serieus neemt. Droeftoeters.

Vandaag ga ik afdalen naar een klein, duister hoekje van het menselijk brein. Daar waar kortsluiting ontstaat tussen logica en bizarre gedachtenkronkels. Waar het menselijk handelen tekenen vertoont van neurotisch, voorgeprogrammeerd gedrag. Waar je je voor schaamt, als het jezelf betreft. En om het ijs te breken, geef ik alvast een persoonlijk voorbeeldje: ik ruik aan mijn sokken, voordat ik ze in de wasmand doe. Om te ruiken of het een zware dag was. Ik had ook gewoon in de spiegel naar mijn wallen kunnen kijken. En toch ruik ik aan mijn sokken…

Gister, op Eindhoven Airport, was het een drukte van belang. De nieuwe systematiek, waar je zelf de koffers moet inchecken aan een onbemande balie, zorgt bij veel mensen voor een oksel klotsend stressmomentje. De instructies zijn niet duidelijk, de rij achter je mort dat het lang duurt en dan gaat ook om de haverklap het systeem in storing. Er liepen talloze service-meisjes van rond de 25 en gezien hun uiterlijk waren ze allemaal dochters van de zaad donerende dokter Karbaat: hetzelfde truttige knotje, dezelfde treurige vleeskleurige panty’s onder de dodelijk saaie blauwe knierok en een verveelde, bijna hautaine blik in de ogen. De storingen werden niet verholpen. En service verlenen door mensen te helpen met inchecken stond schijnbaar niet op pagina 125 van de manual.

Als je dan een pondje teveel in je koffer hebt, krijg je een bonnetje en mag je 30 meter verderop tandenknarsend in de volgende rij gaan staan om de boete te betalen. Ook daar zaten vijf Karbaat-dames, maar slechts twee balies waren open. Wel stond er op een knullig bordje dat er trainingen plaatsvonden om in de toekomst nóg betere service (pagina 266 van de  manual) te kunnen verlenen. Met ingehouden woede sloten we aan bij de volgende rij om door de douane te komen om daarna te rennen naar de gate. Daar stond gelukkig geen rij meer en we ploften net op tijd in de vliegbus naar Girona.

Ik weet dat het inpakken van een koffer voor veel vrouwen een extreem stressvolle gebeurtenis is. Hoeveel truitjes neem ik mee? Welk ondergoed past bij dat zomerrokje? Zal ik een poncho meenemen, just in case? Welke slippers/sneakers/pumps passen er onderin de koffer? Is een badpak ook handig, naast 4 bikini’s? Mag de Hamman-scrub van Rituals mee in de handbagage? Heb ik een strapless BH nodig in Marrakesh? Zijn drie rollen mascara-remover van de Hema wel genoeg voor een weekendtrip? Neem ik naast de krultang ook de ladyshave en de epilator mee? Hebben ze wel granola in Valencia? Hoeveel ondergoed moet er mee voor 5 dagen? Ligt de Jan of de Linda al klaar?

Ik ken die stress niet. Nooit gehad. Er zijn maar drie dingen belangrijk om te kunnen reizen: paspoort, telefoon, geld. Met een paspoort kom je het land uit, op de telefoon staat je ticket en met geld koop je evt. extra ondergoed, Hamman-scrub, mascara-remover en granola. Ik weiger ook pertinent om een week van te voren al mijn spulletjes op de logeerkamer klaar te leggen. Neurotisch perfectionisme. Misschien is het ondankbaar naar je partner, die wel de moeite neemt om niets te willen vergeten. Maar toch is het credo: doe jij lekker jouw ding, maar verwacht niet dat ik er aan mee doe.

Is het de oertijd die heeft bepaald dat vrouwen zich wel druk maken over de reisdetails en de mannen niet? Was het een kwestie van “die mammoet moet dood” tegen:  “help!!! die dode mammoet weegt 1300 kilo, kunnen wij zijn oorsmeer gebruiken als scrub, hoe verdelen we het vlees in 200 porties, wie trekt Mammoet’s jas uit, is zijn teennagel geschikt als vijl, kan ik van zijn borstharen een kek truitje maken?”

Kofferitis, de stress van koffers pakken,  bestaat echt.  En alle goede intenties worden door het andere geslacht besmuikt weggelachen. Omdat de bestemming belangrijk is, niet de weg er naar toe. Het gaat om de finale. Auw.

Doof? Bluf!

Ze werden op een presenteerblaadje aangereikt deze week, mijn onderwerpen. Twee totaal verschillende onderzoeken in de categorie WTF (Wat Triggert Frank) en één bizar levensverhaal.

Het eerste onderzoek ging over de eerste letter van je achternaam en je kansen op een succesvolle carrière. Kort uitgelicht concludeerde dit Amerikaanse onderzoek dat je betere cijfers op school, snellere uitnodigingen voor goede banen en betere promotiekansen krijgt als je Aa (van der) heet in plaats van Zomeren (van). Lekker dan..

Ik vond het altijd wel relaxed op school om te weten dat ik het eerste half uurtje niet aan de beurt was en kon profiteren van de vroege fouten van de  ‘van Beckhovens’, ‘de Frielings’ en ‘de Baasen’. Wel lastig dat die spugende, jurkendragende Dominicaner monnik soms onverwachts achteraan het alfabet begon om zijn grootste vijand wakker te schudden. Ik eindigde dat jaar met een 3 voor Duits…

De logica achter dit onderzoek is dat de aandacht verslapt. Dus bij CV nr. 25 of Toets nr. 31 (want op alfabet gelegd) ben je minder positief of scherp. Ik herkende het meteen, die verslapping. Maar wel precies omgekeerd. Ik word juist luier, aardiger en leg de lat stukken lager. Dus als je Smits, Tielbeke of de Vries heet: gewoon even wat langer wachten en het komt goed. Bij mij dan.

Het tweede onderzoek heeft veel raakvlakken met de achternaam-variant. Het blijkt dat bluffende mensen vaker iets voor elkaar krijgen dan zijn objectieve en bescheiden tegenpool. Vooral rijkeluis jochies hebben er een handje van, waarschijnlijk gekopieerd gedrag van hun bluffende vader. Aardje naar zijn vaartje klinkt dan heel toepasselijk.

Ook hier krijg ik een deja-vu gevoel, al ben ik niet van rijke komaf.  Bang ben ik nooit geweest om hier en daar mijn argumenten wat kracht bij te zetten met je reinste kolder of duimzuigerij. Zonder blikken of blozen. Zeker als het ging om commerciële gevechten met concurrenten. Of zoals vriendje Bob altijd zegt: als lullen pudding is, is Frank dr. Oetker.

Thuis hoef ik dat bluffen niet meer te proberen. Marion kent al mijn trucs en mijn dochters trappen er ook niet (meer) in. Komt ook omdat ik ze geleerd heb altijd voor hun eigen mening op te komen, kritisch te zijn en niet onnodig afhankelijk te worden van anderen. En ze zijn nu op leeftijd dat ze dat allemaal als eerste op hun vader toepassen. Wat je zaait…..

Maar mijn echte held van de week is die 84-jarige Amerikaan die het 60 (!) jaar heeft volgehouden om te doen alsof hij doof was. Omdat hij het gezeur van zijn kersverse vrouw al snel zat was. Wat een held! En wat een opoffering! Het gezin met 2 kinderen ontwikkelde zelfs een eigen gebarentaal. 

Misschien zijn de inmiddels volwassen kids wel over de flos van het bedrog, maar het kan zijn dat ze hun vader volkomen begrijpen en ook gek werden van hun babbelzieke moeder. Opa is in ieder geval niet meer Oostindisch doof en heeft een zware echtscheiding en rechtzaak voor de boeg. Ik ben benieuwd hoe hij zich daar uitbluft. Hopelijk had hij een rijke vader. Zijn achternaam heeft hij in ieder geval niet mee. Wilson…

Een paar jaar geleden moest ik op dringend aanraden van mijn dames naar orenboer Schonenberg. Er waren ernstige twijfels gerezen over de werking van mijn zintuig. Ik reageerde laat of nauwelijks op niet aflatende verbale tsunami, waarmee ik elke dag werd overspoeld. Helaas viel ik gelijk door de mand, want ik was gewoon selectief doof: niets horen als het niet uitkomt. Er was even opluchting dat er niets met mijn flappers aan de hand was, maar het sloeg al gauw om naar pissigheid over mijn apathische houding.

Maar hoe zeg je als man dat je rolluik dicht gaat bij teveel detail-info? Dat de nieuwe contactlensen van de zus van de oom van de buurvrouw van je ex-klasgenoot je echt geen moer kunnen schelen? Ga je er tegen in? Zeg je gewoon: boeiuh! Durf je gewoon opzichtig en verveeld te gapen?

Misschien durfde Wilson dat allemaal niet, 60 jaar geleden. En dan is doof spelen wellicht een betere optie dan bluffen. Toch?

De Puppies

Het werd tijd voor een reünie, dus ze zijn er weer. De Puppies. Deze geuzennaam is vijf jaar geleden ontstaan toen een paar jonge, voetbalgekke collega’s een weekendje bij hun oude kompaan op bezoek kwamen. Voor een potje voetbal van FC Barcelona, avondjes doorhalen in Barcelona en Lloret en vooral veel lachen en lol.

De meesten zitten ondertussen stevig in de kleine kinderen, dus zijn ze harder dan ooit toe aan een weekendje mannenhumor en slap geouwehoer. Marion zag de bui al hangen en is vanmorgen vroeg al door mij op de vliegbus naar huis gezet. Dinsdag komt ze weer terug en dan zijn William, kleine Frank, Dave en Roger allang weer vertrokken. De rust wedergekeerd en de biervlekken op het terras opgedroogd. Denk ik..

We hadden mazzel, want precies deze wedstrijd kon Barcelona kampioen worden tegen het nietige Levante. Voor de 8e keer in 11 jaar kampioen, dan ben je gewoon de beste. Més qu’un club! We waren bijtijds bij Camp Nou om de laatste kaarten te bemachtigen. Het succes kent namelijk als supporter ook een keerzijde. Voor een potje voetbal tegen pak ‘em beet het FC Zwolle van Spanje betaal je tegenwoordig zomaar  € 134,= voor normale kaarten. Met dan een verdubbeling t.o.v. 3 jaar geleden. Waanzin. Locura!

Maar het stadionnetje zat met 95.000 man lekker gevuld en de sfeer was opgewonden. Iedereen had er zin, het stikte van de toeristen, de vlaggetjes zwaaiden vrolijk rond en duizenden selfies met de machtige groene mat als achtergrond werden rond de wereld geappt. Maar het potje was eigenlijk niet om aan te gluren. Met woensdag a.s. de zware halve finale CL tegen Liverpool in het verschiet, wilde niemand moe worden of een blessure oplopen.  Gelukkig kwam kleine kabouter er in de tweede helft in om het winnende doelpunt gemaakt. Waar zou FCB zijn zonder Messi????

Daarna sukkelde het potje ballen zenuwslopend naar het eind en konden de festiviteiten beginnen. Een puike show volgde met veel vuurwerk, alle spelerskinderen erbij op het veld en het verwende publiek in Barcelona met heel veel toeristen was tevreden. Nu nog de CL en de Spaanse Beker om weer eens een Triple te halen. Maar dan zal er om te beginnen woensdag tegen Liverpool beter gespeeld moeten worden, want anders blijft dit de enige prijs van dit seizoen.

Het is traditie voor Barcelona om het gewonnen kampioenschap bij de Font de Canaletes (bovenaan de Ramblas) te vieren en dus sjeesten we toeterend en zingend met de Oude trouwe Zafira snel door de stad om erbij te zijn. Wat een feest. Wat een lol. Wel allemaal knulletjes van 16 die vreselijk druk stonden te schreeuwen, maar het leek meer op kattekwaad dan op hooliganisme. Vergeleken bij een kampioenschap van Feyenoord of Ajax was het een tam feestje.

We sloten af met een paar biertjes op het Placa Reial om de schorre kelen te smeren. Vroeg in de ochtend loodste ik de puppies terug naar Rosamar, net op tijd om Marion naar het vliegveld te brengen, om daarna dit stukje te schrijven.

Als klap op de vuurpijl gaan we straks ook nog een tweede potje La Liga kijken in Girona. Deze echte voetbalmaffen wilde de kans niet laten lopen om FC Sevilla te zien ballen in het knusse thuishonk van FC Girona. De locals hebben het zwaar, vechten tegen degradatie en krijgen dus onverwachte steun uit Nederland. We gaan zorgen dat Montilivi, in het universiteitsgedeelte van het eigenzinnige Girona, in vuur en vlam komt te staan. Ik zal de puppies dadelijk nog wat Catalaanse scheldwoorden leren om indruk te maken. Komt goed. Daarna een potje bier misschien….

En maandag wordt dan een dagje bijkomen en natuurlijk voetbalquizzen. Wie er spits was van Feyenoord in 2002 tijdens de finale van de UEFA Cup, wie de meeste eigen doelpunten maakte in seizoen 1998-1999, welke voetballer er met zijn rug scoorde in Schotland en dat soort ongelooflijke triviale weetjes. En daarbij misschien wat Estrellas Doradas om de dorst te lessen.

Maar nu eerst even de oogjes dicht. Heerlijk dromen van een briljante 5-0 overwinning met geweldig voetbal. Wie er scoort in mijn droom? Die kleine kabouter natuurlijk. Met een biertje in zijn hand.

Geland!

Nederland geniet van het mooie Paasweer. Onze Oosterburen hebben op KarFreitag massaal der Bayerische Motor Werke gepakt om onze kusten te overspoelen, Chinezen en Japanners lopen de Keukenhof plat en een paar Fransen beklimmen weemoedig de Utrechtse Dom, in gedachten bij hun geruïneerde Nôtre Dame. Zelf zijn wij donderdag met de nieuwe Spaanse auto naar Spanje gesjeesd.

Het is voor ons geen plezierritje, maar we maken er het beste van. Onze oude, kreunende Zafira wordt deze zomer vervangen door een jonger zusje, die we in Duitsland hebben gevonden. En met die nieuwe troelewapper zijn we tot onder Lyon gereden om in het pittoreske Tain l’Hermitage te overnachten. Via Booking.com vonden we een grappig hotelletje en via Tripadvisor een heerlijk lokaal restaurant. Goed beneveld door prachtige Rhône-wijnen en lekker afgevuld door de heerlijke Bavette de Boeuf vielen we als een blok in slaap.

Door toeval zijn we een weekje met zijn tweeën in eigen huis, zonder gasten. En dus kan de klussenlijst op tafel om Rosamar klaar te stomen voor het seizoen. En godzijdank is Ibrahim terug, na vijf maanden huisbezoek in Gambia. Hij heeft als een koning geleefd, daar in zijn dorp Dampha Kunda. Zijn bruiloft met Hadja was dé happening van het jaar, waar wij getuige van mochten zijn. Onze aanwezigheid heeft hen status gegeven en Ibrahim is toegetreden tot de Dorpsraad, waar alle belangrijke zaken worden besproken en beslist.

Daarnaast heeft het halve dorp meegeprofiteerd van onze inzamelingsactie. In amper drie maanden heeft Ibrahim van onze gezamenlijke bruidsschat een nieuw woonblok op zijn erf gebouwd. Klaar voor de toekomst en zelfs voorbereid om ooit een badkamer en toilet te voorzien van stromend water. Want dat is voor Ibrahim een must, als wij de volgende keer in zijn huis blijven slapen in plaats van in een hotel 10 kilometer verderop. Alle vakmannen uit het dorp hebben geleverd; de zandman (voor het cement), de ijzerman (voor de golfplaten op het dak), de houtman (voor de balken), de stroman (voor de riet-isolatie van het dak), de steenman (voor de kleistenen blokken) enz. enz. Namens Ibrahim nogmaals ontzettend bedankt.

Het blijft voor ons altijd een wonder. Ibrahim schakelt na vijf maanden bij vrouw, kinderen en familie in zijn thuisomgeving ogenschijnlijk makkelijk om naar het totaal andere Spaanse leven. Waar je moet struggelen om de kost te verdienen en niet de succesvolle Gambiaan bent die het gemaakt heeft in Spanje. Het moet een raar, triviaal gevoel zijn: dé Fons in Gambia en de (haast) genegeerde asielzoeker in Spanje. Maar wij zijn trots om deel van zijn leven uit te maken en samen met velen van jullie hem én zijn gezin te kunnen helpen.

Het weekje Spanje is voor ons twee ook de afronding van een hectische en lastige periode. Marion heeft haar werk bij het Radboud umc afgerond en dat is qua timing precies op tijd. Zelf heb ik mijn handen vol aan die Groene Artisanen. We maken grote stappen en komen steeds vaker in de positie die we voor ogen hebben: de uitdager (challenger) van de grote cateringjongens. Dat gaat gepaard met twee soorten stress; de korte termijn/operationele problemen en de lange termijn/strategische druk. Iedereen die met mij heeft gewerkt de afgelopen 10 jaar weet dat ik slecht kan omgaan met die dagelijkse shit en dan niet bepaald subtiel communiceer…..  Er sneuvelt ook wel eens wat…

Het is ook een feit dat deze fase van ondernemen op mijn leeftijd teveel energie kost. Te klein voor het tafellaken en te groot voor het servet. Je ontkomt er niet aan om je bezig te houden met de alledaagse details, terwijl je in je hoofd bezig bent met het grotere geheel. Je bent de onverwachte, late ziekmelding van een één-mens locatie nog aan het oplossen, als de mail binnenkomt die vraagt om aanvullende informatie om een langdurig contract af te sluiten met een grote klant.

Maar deze week knap ik vogelhuisjes op. Leg ik nieuwe dorpels op de oprit. Wordt de lekkende houtopslag aangepakt. Worden de garagedeuren opnieuw afgesteld. Stort ik beton om het terras te verhogen. Geen stress, wel fysieke inspanning. Kop leeg en handen vuil maken. Lekker landen.

Samen met mijn meisje en mattie Ibrahim. Fijn dat hij er weer is. Hij kent gelukkig mijn nukken..

José

Jullie zullen al wel een vermoeden hebben gehad,  maar het was een trieste week. Vorige week zaterdag is José, mijn Spaanse ‘vader’, overleden. Halsoverkop zijn we naar Barcelona vertrokken, om zijn afscheid te organiseren en mijn peettante Ria te ondersteunen. Na schoonvader Joop, mijn ouders en mijn Aussie-uncle Nick heeft nu ook 2019 toegeslagen in de uitgedunde generatie boven mij. Het hakt er stevig in. En zeker als het toch nog onverwacht komt.

José is 85 jaar geleden geboren in een pover Barcelona, vlak voor de burgeroorlog. Zijn Catalaanse ouders deden er alles aan om hun enige zoon te laten studeren en kans te geven op een goed leven. Ondanks de armoede en de repressie tijdens het Franco-regime kon José vol trots en plezier over zijn jeugd vertellen. Terwijl Europa in de jaren 50 en 60 grote sprongen vooruit maakte, bleef Spanje achter. Het was nog geen vakantieland en voor de meeste Europeanen begon Afrika bij de Frans-Spaanse grens.

Begin jaren ’60 werd José voor zijn werk door Philips Spanje gestuurd naar Nederland. Door toeval (of niet?) werd hij tijdens een diner door mijn peettante Ria bediend. Het was liefde op het eerste gezicht. Alle hobbels werden genomen en in 1961, na de Hollandse bruiloft, vestigden ze zich definitief in Barcelona. Nog geen jaar later klopten mijn ouders op de Catalaanse deur. Als een moderne Jozef en Maria hadden ze Europa doorgereisd, op zoek naar een herberg voor de aanstaande baby. Die baby was ik.

Toen de krampen niet van de zuurkool bleken te komen maar van de weeën, regelde José een taxi die, met witte zakdoekjes uit het raam zwaaiend, mijn moeder zo snel mogelijk naar de bevallingskliniek Cliníc Maternitat bracht. Één van de eerste ogen die mij aanstaarden op 15 januari 1963 waren de grote waakzame donkerbruine ogen van José. Die blik is 56 jaar dicht bij me gebleven. Als een vader. In mijn jeugd vaak bezorgd om mijn roekeloze avonturen, later adviserend en fronsend bij weer een onbezonnen zakelijke keuze. José was mijn conseller privat, mijn Catalaanse raadgever.

In mijn jeugd heb ik heel veel tijd doorgebracht bij Ria en José en vooral op de boerderij Can Berenguer. Het was daar altijd een zoete inval van familie en vrienden, en vrienden van vrienden en ook daar weer de vrienden van. Ondanks hun drukke werkleven stond de eeuwenoude houten voordeur altijd wagenwijd open. Er waren feesten, verkleedpartijen, wandeltochten, reünies etc. En José was altijd druk met klusjes om de boel draaiende te houden. Best lastig zonder stroom en waterleiding, maar met vernuftige technische oplossingen kreeg hij het voor elkaar.

Samen met Marion en mijn meiden hebben we de afgelopen 20 jaar heel veel samen met José en Ria gedaan. Toen de meiden klein waren natuurlijk vakanties op de boerderij en later de bezoekjes aan Barcelona en ons huis. Anne-Roos was voor José zijn kleine Ria en Marloes zijn ‘Kiekertje’ (in zijn ogen praatte Marloes toen ze klein was kikker-taal). Zijn grapjes en woordspelingen waren ongeëvenaard en humoristisch. Hij werd door alle drie de dames op handen gedragen.

Het is nog nauwelijks te bevatten dat we straks naar Barcelona rijden zonder dat José er is. Dan vliegen er geen broodproppen meer over tafel. Dan horen we niet meer de zin “de kwestie is” als hij zijn mening verduidelijkte. En als overtuigd democraat moest hij niets hebben van het drammerige onafhankelijk streven van zijn mede-Catalanen. Want sommige zaken veranderen toch nooit in Spanje, zei hij dan. Of je nou wilt of niet.

Het kan geen toeval zijn dat de afscheidsdienst voor José afgelopen dinsdag plaats vond in uitvaartcentrum Tanatori Els Corts. Vanuit de rouwkamer kijk je rechts bijna Camp Nou in, waar op een steenworp afstand de beste club van de wereld voetbalt. En als je naar links draait, kijk je zo de eerste verdieping van de Cliníc Maternitat binnen, bijna precies in de kamer waar ik geboren ben.

Door José en Ria zal ik mijn hele leven verbonden zijn én blijven aan Barcelona, de stad van José. Ooit zal ook ik daar mijn eigen levenscirkel sluiten. Hopelijk net zoals José, na een compleet en prachtig leven.

İ Fins a sempre José y moltes gràcies per tot!