Córdoba

Op het moment dat Snikkelkaas met zijn kleurloze Pieten nog door Nederland spookt, pakken Marion en ik steevast onze rolkoffertjes in voor een weekend stedentrip. Dat is het voordeel van oudere kinderen en samengestelde gezinnen. Iedereen blij dat er weer een ‘verplichting’ afvalt.

De afgelopen jaren hebben deze early december trips ons al op mooie en verrassende plekken gebracht. Zo was Talinn, hoofdstad van Estland, een hidden secret in Anton Piek-stijl. Rabat, hoofdstad van Marokko, heerlijk relaxed, niet opdringerig en zeker niet toeristisch. En Berlijn was vorig jaar een ‘moetje’, omdat vliegen naar Krakau lastig was. Tick the box, been there, done that.

Dit weekend is Córdoba aan de beurt. Córdoba is het kleine boerse broertje van grote elegante zus Sevilla, en naaste familie van hippe nicht Malaga en trotse neef Granada. Veertig jaar geleden, als piepjong reisleidertje van cultuurreizen door centraal Spanje, ben ik er al een paar keer geweest. Afgezien van de zomerse hitte (het was soms 48 graden in de schaduw) vond ik toen Córdoba al een intense stad met een indrukwekkende geschiedenis. Maar ik was destijds vooral bezig om 45 Nederlandse kikkers (voornamelijk uit het onderwijs) in de kruiwagen te houden. Het was tijd voor een herkansing.

Deze Andalusische stad is in haar hele geschiedenis vaak overheerst door andere volken of beschavingen. Romeinen, Bizantijnen en Moren hebben hun sporen nagelaten. De Romeinse brug over de brede rivier Quadalquivir, is daar een mooi voorbeeld van.

Maar de meeste indruk maakt toch wel de Mezquita, de wereldberoemde moskee van Córdoba. Groots in architectuur, groots in soberheid. En ook qua afmetingen groots. Nadat de Moren uit Zuid-Spanje verjaagd waren, besloot koning Fernando (Fred) om niet als wraak het hele gebouw af te breken. Om toch trouw te zijn aan zijn devote katholieke geloof, liet hij in het midden van de Mezquita een protserige kathedraal bouwen. Die was pas na 250 jaar klaar. Hij kon toen nog niet weten dat hij onbewust zou laten zien dat smaak niets te maken heeft met Goud, God of Geloof.

In de Middeleeuwse tijd heeft Córdoba er nog een paar pareltjes erbij gekregen. Het Alcázar (de burcht van de koningen met zijn prachtige tuinen), de Joodse wijk La Judería, het volksplein Plaza de Corredoras zijn allemaal de moeite waard om te zien. Het is best bizar om te weten dat in het jaar 1000 Córdoba waarschijnlijk de grootste stad van de wereld was, met zeker 450.000 inwoners en misschien wel één miljoen, want er werd toen niet erg goed bijgehouden hoeveel kindjes Pedro en Nuria hadden. We hebben gisteren huisjes gezien uit die tijd, waar 10 man woonden op 12m2. Gelukkig waren ze in Zuid-Spanje destijds niet van mijn postuur…

Vrijdagnamiddag, net aangekomen, was onze eerste behoefte een glas wijn en een schaal Jamon Iberico. In een lokaal barretje raakten we in gesprek met Raúl en Maria, leeftijdsgenoten en locals. Anderhalf uur en 5 wijn p.p. later namen we als goede vrienden innig afscheid, alsof we elkaar volgend weekend weer zouden zien. Misschien is dat wel de essentie van reizen: je ziet andere, soms grootse dingen en ontmoet nieuwe mensen met een open blik op de wereld. Er is niets wat we liever zouden doen, de rest van ons leven. Reizen, zien, ontdekken, ontmoeten, doorgronden, bewonderen.

Ook Córdoba krijgt dus een mooi plekje in het labyrint van reisbelevenissen. De sfeer in de stad, de opgewonden mensenmassa bij het ontsteken van de kerstverlichting in de winkelstraat, zijn barretjes met fantastische tapas, zijn terechte plek op de Unesco Werelderfgoed lijst, de trots van de lokale bevolking over hun stad, zijn heerlijke smalle steegjes in de Joodse wijk; de stad is puur en gepassioneerd.

Dus als je weer eens in Zuid-Spanje bent en je hebt de rest van haar familie al gezien, breng dan een bezoekje aan Córdoba. Ze verdient het en zal er alles aan doen om je niet teleur te stellen. En zoek kontakt met de vriendelijke locals. Dan wordt het nog mooier.

Het was aan de Costa del Sol (tingelingeling)

Bijna een maand geleden hebben wij ons Spaanse huishouden verplaatst naar Andalusië. Er werd volop gespeculeerd of wij dan van Rosamar afscheid gingen nemen. Maar ons ‘uitstapje’ is alleen en vóóral bedoeld om deze wintermaanden te overbruggen.

Je hoeft de afgelopen weken in Nederland maar één keer per dag naar buiten te kijken om te hunkeren naar een ieniemienie straaltje zon. Dan is de regio Malaga met een gemiddelde temperatuur van 20 graden in November prettig vertoeven. Af en toe een stevig briesje kan de pret niet drukken. Het scheelt gemiddeld genomen 15 graden met Nederland en ook nog een graad of 8 met onze ‘zomerresidentie’ 1100 km noordelijker in Spanje.

Niet alleen het klimaat is warmer. Er is een hemelsbreed verschil in temperament en gedrag tussen Catalonië in het Noorden en Andalusië in het Zuiden en ze snappen elkaar ook niet zo goed. Daarbij spelen Moorse invloeden al heel lang een grote rol, met Marokko op zichtafstand. Ook het regionale dialect, het Andalusisch, is soms onnavolgbaar, zeker als je bij les 26 van de cursus Uno-Dos-Tres bent bij blijven steken. Cuñado (= zwager) wordt in het Spaans uitgesproken als ‘coenjado’, maar wordt zangerig afgeraffeld tot ‘coenjou’. Hija (= dochter) verandert van ‘iegaa’ naar ‘iea’. Marion moet alle zeilen bijzetten om onze vriendenclub te kunnen volgen.

Het is ook wel grappig om in Torremolinos te zitten, waar mijn Spaanse familie al decennia woont. In de jaren ’60 van de vorige eeuw had Spanje dringend buitenlandse valuta nodig, waardoor dictator Franco noodgedwongen een aantal plaatsen aan de kust aanwees om massatoerisme toe te staan en tegelijkertijd een beetje de controle te houden, zodat die “vrije” Noordelingen niet de “onderdrukte” Spanjaarden op verkeerde ideeën brachten. En zo werden Lloret, Calella (de Maresme), Salou, Benidorm en Torremolinos volgebouwd met hoge flatgebouwen en kwamen Ad Latjes, Peter Langhout Reizen, Arke en Winnemuller elke week bussen vol Nederlanders afleveren. De 1e dag een liter sangria, de 2e dag zo rood als een kreeft, de 3e dag na de flamencoshow in polonaise langs het zwembad. Voor heel veel Nederlanders was dit de eerste buitenlandse ervaring.

De afgelopen weken hebben we met familie en vrienden (die opeens toevallig in de buurt zaten) een aantal toeristenplekken bezocht. Mijas, het witte dorpje in de bergen. La Carihuela, de ‘Hollandse’ wijk van Torremolinos met Friet van Piet en ’t Kippenhuis. De straatmarkt van Puerto Banús. Fuengirola, die andere parel aan de Costa del Sol. Maar vooral veel en vaak naar Malaga, een heerlijke stad die uit zijn voegen barst van cultuur, gastronomie en eindeloze winkelstraten. Het is met de trein maar een stief kwartiertje vanaf ons appartement. En dat alles voor de exorbitante prijs van € 1,42 enkele reis.

Dus als je nog een weekendje weg wil en de Zuid-Afrikaanse Corona-variant blijkt een storm in een glas water, vlieg dan een keertje naar Malaga. Ga eten bij El Pimpi of Casa Lola, drink één van de 100 biertjes in La Fábrica de Cruzcampo, wandel omhoog naar het kasteel Gibralfaro en geniet van het uitzicht over de stad, struin door de haven en geniet van de straatmuzikanten, pak een Hammam Al Ándalus in de Arabische baden, bezoek de kathedraal met al zijn pracht en praal uit het rijke verleden van Spanje (en al het ‘gejatte’ goud uit Zuid-Amerika), maar geniet vooral van de relaxte sfeer. Malaga is een topstad!

Twee keer per week wordt Marion opgetrommeld voor een lange avondwandeling langs het strand richting Malaga. Voor haar op een zeer laat tijdstip, maar voor Isa, Carmen, Conchi en Kumar, Maria en Antonio, is 21.00 uur pas het begin van de rest van de dag. Er komen legio nieuwe gewoontes voorbij, die nieuw élan brengen in ons Spaanse leven. En misschien is de beste voor ons wel: leef bij de dag. Kijk niet te ver vooruit, maar doe wat in je opkomt. En vooral met vrienden.

Ons tijdelijk verblijf in Torremolinos past dus als een jas. Het is maar 1 Netflix aflevering van El Inocente langer vliegen dan naar Barcelona/Girona. Als Marion het vliegtuig ziet aankomen, staat ze 10 minuten later mij op te wachten. Het is daar aan de Costa del Sol.

Sprakeloos

Ik heb vorige week een oproep gedaan om alles wat positiever te bekijken in ons leven. Door vaker om te denken. Maar de inkt was nog niet droog zondag of ik was al in mineur. Het omdenken faalde nog voordat de nieuwe week begonnen was. Weg goede voornemens.

Hoe dat kwam? Na het posten van mijn column reed ik in de vroege ochtend naar Venlo om een paar uurtjes een spoedklusje catering bij een grote klant op te lossen. Het potje tennis met Gaico moest ervoor wijken, maar de zakelijke bonuspunten lagen voor het oprapen. En ik kan af en toe best een beetje operationeel mee buffelen gebruiken om niet te ver van de werkelijkheid af te dwalen.

Maar in de auto luisterde ik naar het 8 uur radionieuws. En toen was het mis. Een auto met vier jonge gastjes, allemaal onder de 18, was in Helmond gecrasht op een toevallig passerende ambulance. Drie van de vier jochies ter plaatse overleden, de 4e zwaargewond afgevoerd. Ik kan dan mijn tranen niet bedwingen. Zoveel mensenlevens verwoest. Niet alleen die jongens, maar ook ouders, broers en zussen, opa’s en oma’s. Zoveel verdriet, zoveel pijn. Met terugwerkende kracht krijg ik dan nog meer bewondering voor mijn ouders.

Want ik heb alle vrijheid gehad om domme dingen te doen en dat is best vaak gebeurd. Ook dingen die net zo fout hadden kunnen gaan als bij deze knullen. Dan reden mijn ouders aan het eind van een vakantie in de Franse Alpen met mijn zussen terug naar Nederland en werden ze in een haarspeldbocht ingehaald door een Franse crossmotor met achterop een dunne snaak zonder helm met een weekendtas om zijn schouders. Lachend keken Serge, mijn Franse mattie, en ik achterom en scheurden weg. Het moet een lange terugreis naar Nederland zijn geweest. Jaren later kreeg ik een huilende Isabelle, het oudere zusje van Serge, aan de lijn. Het was bij een achtervolging in Grenoble niet goed afgelopen voor Serge..

Misschien raakt zo’n ongeluk in Helmond mij ook, omdat ik al bijna 30 jaar geleden mijn beste vriend Michiel ben kwijt geraakt na een eenzijdig noodlottig auto-ongeluk. De dagen, weken, maanden en zelfs jaren erna waren voor iedereen een nachtmerrie. Ouders die hun kind kwijtraken, kinderen die hun vader kwijt raken, een broer die zijn enige broer kwijt raakt en nog heel veel naasten die in diep verdriet terecht kwamen. Het slijt misschien een beetje, maar het gemis blijft. Altijd.

’s Avonds raakte ik een flink stuk vertrouwen in onze medelanders kwijt. Bij een artikel op Facebook dat verwees naar het ongeluk, scrolde ik onnadenkend naar de comments. Ik was verbijsterd. Zeker 1 op de 5 commentaren was in de categorie: “welke ouder leent zijn auto dan ook uit aan dit soort jongens?”, “toch een beetje eigen schuld, dikke bult”, “hoezo ga je rijden zonder rijbewijs?”, “wat een slechte opvoeding, niets geleerd aan die jongens”.  

Wat is er in je eigen leven en in je eigen opvoeding fout gegaan dat je zo onmenselijk reageert? Waar heb je het besef verloren dat jouw woorden als een mokerslag bij rouwende ouders kunnen overkomen? Waarom heb je de behoefte om jouw stompzinnige gewauwel met de wereld te delen?  Kun je proberen voor te stellen als er aan jouw deur op zondagmorgen wordt aangebeld door mannen in het blauw? Waar is je morele kompas? Het waren jongens, met een heel leven voor zich.

Wat mij het meest frappeerde aan de tegenreacties was de unanieme boosheid van iedereen met een niet-Nederlandse achternaam. Onze allochtone medelanders en alle andere buitenlanders spraken er schande van en waren verbijsterd dat je zo lomp en ongevoelig op zo’n moment kan reageren. En hadden geen hard oordeel over de kapitale inschattingsfout van een paar jongens. Fouten die als een rode draad lopen op het pad naar volwassenheid. Soms overmoedig, vaak getriggerd door groepsgedrag, regelmatig strafbaar etc. etc. Maar het waren jongens, met een heel leven voor zich.

En toen moesten de rellen in Rotterdam nog komen. Een combi van hooligans, militante anti-vaxxers en rellende jeugd hebben een veldslag geleverd, waarbij mensen die hun beroep uitoefenen gewond raakten. Meer dan de helft van arrestaties waren minderjarig. Jongens nog, met een heel leven voor zich. Sprakeloos.

Omdenken

Na een heerlijk onbekommerd weekje relaxen in Torremolinos is zo’n landing afgelopen maandag in een druilerig en bedompt Duitsland de spreekwoordelijke koude douche. En als daar de volgende dag een persconferentie aan wordt toegevoegd, is al die Andalusische levensvreugde hardhandig uit je lichaam geperst. Hoe krijgen we een chagrijnig volk uit zijn zelfverkozen mineur?

Er zijn best genoeg redenen om zuur te zijn, al zijn die voor iedereen verschillend. De grootste boosdoener is nog steeds Corona, aan welke kant je van de discussie ook staat. Het politieke klimaat helpt ook niet mee. Gebrek aan duidelijkheid, een uitzichtloze formatie, een steeds vaker falende overheid. Tekorten in de zorg, stijgende ziektekosten, klimaatproblemen, dure brandstof. En elke beroepsgroep schreeuwt hard om aan te geven dat zij het zwaarst worden geraakt. Zelfs de landelijke voorzitster van Sportvisserij Nederland gooide een visje uit om te klagen over de beperkingen….

Ik ben bang dat ik niet iedereen mee krijg vandaag, maar ik ga een poging wagen om alles positief te benaderen. Misschien naïef, misschien tegen beter weten in. Maar ik ben iemand van het halfvolle glas en geloof dat je met een positieve mindset meer bereikt en gezonder blijft. Dus gaan we een paradigma switch doen en stappen we in de wereld van de eeuwige optimist. Mijn wereld, je hoeft het er niet mee eens te zijn.

1-Aardgas: niet laten chanteren door Wit-Rusland of Groningen verder leegpompen. De gasleidingen kunnen prima gebruikt worden voor waterstof en hier een daar een paar kleine kerncentrales plaatsen en we zijn zo van die fossiele meuk af. Korte halen, snel thuis.

2-Olie: al die rijke woestijnstaten terug naar de kameel en wij allemaal overstappen van dure benzine en diesel naar elektrische of waterstof auto’s. Dan lever ik ook die Duitse trekker in voor een Seat Mii Electric.

3-Corona: Ik word er zo heerlijk creatief van, elke keer zo’n nieuwe golf met andere regels. Never a dull moment. Telkens als ik mijn business heb aangepast en weer op sterkte ben, mag ik weer iets nieuws verzinnen. Het levert geen piek meer op, maar ik schud de scenario’s zo uit mijn mouw.

4-Zorg: heel lang werd er vanuit de zorg gewaarschuwd voor personeelsgebrek, onderbezetting en zelfs code zwart. Dat is nu wel glashelder. Ook weet iedereen nu dat we 125 miljard per jaar aan zorg uitgeven, 25% meer dan 2 jaar geleden. Nu nog uitgeven aan meer handjes aan het bed i.p.v. aan bureaucratische processen. Maar de ziekenhuizen gaan het gelukkig zelf oplossen. Zonder politiek.

5-Overheid&Politiek: we hebben het licht gezien, nadat we jarenlang naïef in het donker de andere kant op keken. In slaap gesust, niet kritisch genoeg. En nu zijn we wakker. Net op tijd. Voordat het Hongaars wordt. Straks lekker nieuwe verkiezingen. Nu al zin in.

6-één Miljoen: magisch getal. Éen miljoen woningen tekort, één miljoen vacatures, één miljoen mensen met te weinig inkomen, één miljoen mensen die graag naar Nederland willen. Als we dat gaan combineren: je mag erin als je in de bouw gaat werken of een vacature oplost, en de grondopbrengst van die nieuwe huizen gebruiken we om de lage inkomens een boost te geven. Veel te simpel  gedacht natuurlijk, maar wel out of the box. En al die ‘oude’ kantoorpanden gedwongen omkatten naar woonopvang voor de nieuwkomers.

Natuurlijk is die 1,5 graad warmer best een dingetje, maar ik vind het wel lekker als het daarbij blijft. Voor de echte warmte, ook de menselijke, zak ik wel af naar het Zuiden. Want dat is, zeker in deze donkere maanden, misschien wel onze grootste bron van chagrijn: het is hier donker en nat, regenachtig en mistig. Vast geen toeval dat juist dan het Corona-virus goed gedijt en ons nog moedelozer maakt. Als de blaadjes vallen, als de Sint eraan komt, als de Intratuin alleen nog maar kerstballen verkoopt in plaats van vrolijke viooltjes.

Ik ga deze week proberen elke negatieve gedachte om te denken naar een positieve insteek. In de File? Lekker zuinig voor de auto! Regen? Goed voor de boeren! Late ziekmelding? Gelukkig is het rustig! Veel zon in Torremolinos? Ik mag er vrijdag weer naar toe! Black Friday? Gelukkig alles om 18.00 uur dicht! God, het wordt een heerlijke week!

Torremolinos

Ik heb een weekje vrij en eigenlijk veel tijd om een stukje te schrijven. Maar de relaxte eerste week in Zuid-Spanje heeft vooral veel “mañana mañana” en een warm weerzien met oude vrienden opgeleverd. Daarom een herhaling van 5,5 jaar geleden, het laatste tripje met mijn vader.

Espeto

Geplaatst op 

Torremolinos. Het heeft een dubieuze klank, maar ik kom er al jaren. Ja. En daar schaam ik me niet voor. Vrijdag vertrokken, maandag terug. Even cultuur snuiven, architectuur bewonderen, Europese etnische diversiteit ondergaan.

Natuurlijk is Torremolinos grotendeels een gedrocht uit de begin jaren van het massa-toerisme. Van een klein strandplaatsje uitgegroeid tot een Patat van Ad-fabriek. Voor de hardwerkende generatie na WO2 waren Torremolinos, Lloret en Benidorm de eerste spannende ervaringen over de grens. Exotische bestemmingen, met onbekende producten en gewoontes. Sangria, olijfolie, paella, stierenvechten, flamenco. Daar zetten wij dan sandalen, krulspelden, hagelslag en PimPamPet tegenover. Wat zullen de preutse Spanjaarden in die tijd geschrokken zijn van Henk en Ingrid…

Vrijdag ben ik met mijn vader in het vliegtuig gestapt om nog een keer zijn zus te bezoeken. Het was een boel geregel vooraf. Behalve een rolstoel die mee moest, was er ook last minute extra zuurstof aan boord nodig. Je kunt ook gewoon tijdens de vlucht de deur ontgrendelen, want dan komen die maskertjes vanzelf tevoorschijn. Maar dan ben ik voorlopig uitgeryanaird.. De extra services hebben uiteindelijk meer gekost dan de tickets… Het duurde even voordat het prutserige zuurstofkapje goed functioneerde, waardoor hyperventilatie op de loer lag. Maar toen we boven Nancy vlogen, kon de witte wijn doorkomen. Die werd routineus onder het mondkapje weggetikt.

Marijke, mijn vader’s zus, woont op een mooi Andalusisch pleintje. Ver genoeg weg van de toeristenzone. Zoon Bart woont om de hoek en andere zoon Alfredo niet veel verder. Ik ga graag en vaak naar hen toe. Het Zuid-Spaanse leven is weer compleet anders dan het Catalaanse. Mañana is hier uitgevonden, hard werken is not done, het bioritme schuift 3 uur op, waardoor we pas om 22.30 uur bij Casa Paco aan de coquinas, chipirones en tinto de verano zaten. En aan Espeto: een rij sardientjes die op een spies op een houtskoolvuur in een mini vissersloepje worden gegrild. 3,5 uur weg uit Noord-Europa en helemaal relaxed. De licht aangeschoten eigenaresse vroeg aan mijn vader of we broers waren. Ik zag aan zijn euforische reactie dat zijn weekend niet meer stuk kon.

Gisteren hebben we een rondje Malaga gedaan. De diehards weten dat Malaga een stormachtige opkomst doormaakt in de Europese top 5 van citytrips. En dat is terecht, want Malaga heeft het beste van alles: de elegantie van Sevilla, de geschiedenis van Cordoba, het mondaine van Barcelona. Ik heb een tijdje met Marion overwogen om iets kleins in de buurt van Malaga te kopen. Voor de wintermaanden, als Macanet op Kranenburg lijkt. Maar dat is helemaal niet nodig als je daar familie hebt wonen. Malaga heeft nog 1 ding waarom je er zou willen wonen: de mooiste vrouwen van Spanje. Echt, 1 op de 3 is gewoon nekverdraaiend betoverend. Alleen in Venezuela had ik meer Diclofenac nodig om mijn nek te ontspannen. Geen wonder dat sommige vrienden daar lang hebben gewoond. Maar ja, mijn vader blijkt een broer te zijn…

Later op de avond ben ik een belofte aan mijn neef Bart nagekomen. De finale van de Champions League ging tussen Real en Atletico en ik was voor….. Real Madrid. Het maagdelijke witte shirt dat ik aantrok voelde als verraad naar mijn clubbie Barcelona. Maar nog meer heb ik een hekel aan het anti-voetbal van Atletico, met die zigeunerkoning Simeone als coach. En dus heb ik op een dakterras in Torremolinos gejuichd na de winnende pingel van Ronaldo… Terwijl Atetico het eigenlijk meer verdiende. Om daarna door te feesten met Catalaanse Cava en op eikenhout gestookte rum. De Spanjaarden hebben daar een mooi woord voor: madrugar; feesten tot in de kleine uurtjes.

Ik weet nog niet hoe ik vandaag mijn houten kop weer in het gareel krijg. Misschien dat de traditionele Spaanse zondaglunch straks verlichting gaat brengen. Met een espeto, een flesje Vina Sol en een Pacharan bij de koffie moet dat wel lukken. Het witte shirt trek ik voorlopig niet meer aan. Het kleedt niet zo slank af. Maar dat zal mijn vader niet zo erg vinden…

Espeto

Al sur (naar het zuiden)

Zo, dat ging maar net goed vorige week. Het was te verwachten, maar de reacties op mijn column weerspiegelden feilloos de tweedeling in de maatschappij. Zelfs mensen waarvan ik niet eens wist dat we nog connected waren op Smoelenboek, klommen in de pen. Ik vind dat wel mooi, want pas als je niet meer met elkaar praat, wordt het uitzichtloos. Maar voorlopig is het: we agree to disagree.

Deze week dan maar wat lichtere kost. Gisteren hebben we Rosamar hermetisch afgesloten en winterproof achtergelaten. Symbolischer kon het niet, want het regende al dagen pijpenstelen en we gaan juist naar het Zuiden verkassen voor beter weer. Mijn plaaggeesten, het legertje teringkatten dat rondom Rosamar zwerft, hebben geluk. Door de regen kan ik de rol gaas om sluiproutes te barricaderen, pas volgend voorjaar gebruiken. Ze hebben dus nog één winter vrij spel. Daarna begint de Koude Oorlog.

Het is een dikke 1000 kilometer rijden naar ons winterverblijf en we gaan er relaxed 3 dagen over doen. Dat moet ook wel, want onze auto zit zo volgepakt dat het zicht minimaal is. Daarmee doen we niet onder voor de mede weggebruikers op deze “Marroko-route”, die vooral zomers de overtocht naar hun roots maken via Zuid-Spanje in overbeladen busjes met koelkasten op het dak.

Maar eerst hebben we nog heerlijk geluncht in Barcelona met good old friends Gosse en Chantal en hun in Barcelona studerende zoon Ole.  Geen betere plek dan Escribá, de bekende paella-tent aan het strand. Ook Gosse en Chantal zijn onderweg naar het zuiden en gaan 421,8 km van ons vandaan in Zuid-Portugal overwinteren. Het lijkt best pre-pensionado gedrag, wat we doen; afzakken naar het Zuiden om het lichaam warm en de geest ongebonden te houden.

In de dierenwereld is het niet ongebruikelijk, dat op- en neer gedraaf naar betere omstandigheden. Vooral vogels hebben er een handje van. Maar ook daar zorgen de klimaatveranderingen voor aangepast gedrag. Het beste voorbeeld is de Nijlgans. Met zo’n naam is het logisch dat je in de winter lekker rond de bronnen van de Nijl, het Victoriameer, rijstkorrels gaat jatten van de lokale boeren. Om dan in het voorjaar, met een tussenstop van 2 dagen in de polders rond Nijmegen, door te vliegen naar Scandinavië.  

In het Noorden peuzelen ze dan de prille grassprietjes op, leggen een paar kingsize eieren en kwebbelen zich met dat irritante gak-geluid de zomer door. Om dan in oktober met de jonge koters weer af te zakken. Maar ergens hebben deze luie schijtlijsters bedacht dat je in die malse Nederlandse polders het hele jaar kan blijven chillen. Minder vlieguren, minder risico’s voor de kleintjes, minder honger. Ze hebben hun instinctieve gedrag aangepast, hun evolutie-chip gereset. Best slim, maar nu word ik in Duitsland soms vroeg wakker van hun teringherrie. De Nijlgans levert belabberde ganzenlever op, misschien zit ze daarom bij mij in de irritatie-zone. Naast de kat.

Van de week was in het nieuws dat ook de Afrikaanse olifant zich uit overlevingsdrang heeft gemuteerd. Met kleinere slagtanden lopen de vrouwtjes minder risico om gestroopt te worden. Het is in de dierenwereld dus niet ongebruikelijk om je gedrag of voorkomen aan te passen om meer kans te hebben om te overleven. (Ik wil het woord groepsimmuniteit, na alle reacties van vorige week, liever vermijden). Kleinere vissen kunnen nu eenmaal makkelijker door de mazen van het net dan hun grotere soortgenoten.

Kunnen we daar als mens-soort niet mee beginnen? We stevenen onvermijdbaar af op uitroeiing, tenzij we de trukendoos open gooien. En we weten ook dat we het niet over kunnen laten aan het individu om eenzijdig en zonder dwang verstandige keuzes te maken. De helft doet mee, de andere helft niet. Schiet niet echt op. Tegen de tijd dat we er in Nederland een beslissing over hebben genomen, groeien er palmbomen in Lapland en is de Mont Blanc een eiland in de Europa-zee.

Ik heb een paar evolutionaire opties, die snel resultaat geven: 1-andere darmen zodat we van carnivoor muteren naar herbivoor (ben ik ook meteen 15 kilo kwijt). 2-vet wordt omgezet naar water en als een kameel op je rug bewaard. 3-spraakgebruik wordt gekoppeld aan hersenomvang.

Hebben jullie nog suggesties? De tijd dringt, zeker nu. HELP!

Staphorst

Het wordt een levensgevaarlijk mijnenveld vandaag. Ik ben, op een paar venijnige steekjes onder water na, het onderwerp al anderhalf jaar angstvallig uit de weg gegaan. De kans is groot dat mijn website www.vroegopzondag.nl vandaag digitaal wordt aangevallen. En toch ga ik het niet uit de weg. Want vaak ben je te bang…

We zijn in Nederland in een impasse beland. Corona is niet van plan weg te gaan. Nieuwe varianten, met nog onbekende gevolgen, glippen ons leven binnen. Ziekenhuizen krijgen het weer drukker, besmettingscijfers lopen weer op, Marokko wil geen Nederlanders meer laten vertrekken (dat is niet volledig wederzijds), we klungelen wat af met haperende Corona-apps en QR-controles.

Er ontstaat ook steeds meer tweespalt in onze maatschappij. Tussen gevaccineerden en niet-gevaccineerden. 83,5% van de Nederlanders heeft twee prikkies gehad. Dat betekent nog steeds een dikke 1,8 miljoen mensen nog niet gevaccineerd zijn. Dit zijn de groepen in de Schijf van 5:

  1. Jongeren onder de 30: zien vaak geen noodzaak ( “ik word niet ziek”)
  2. Allochtonen/laag opgeleiden: geen vertrouwen, groepsdynamiek is negatief
  3. Religieuzen: uit overtuiging dat God het niet zo bedoeld heeft
  4. Zieken: een kleine groep die risico loopt dat de vaccinatie slecht uitpakt voor hun situatie
  5. De Tegenstanders: vooral wantrouwen tegen alle vaccins en vooral tegen de ‘snelle’ Corona-vaccins.

Het is ongemakkelijk en behoorlijk lastig. Een paar weken geleden meldde een toffe medewerkster van De Groene Artisanen zich ziek. Corona. En ik wist dat zij en haar gezin ( man + 3 jongens tussen 10 en 15) niet waren gevaccineerd. Uit voorzorg moest ik ook de andere medewerkers van de locatie laten testen en een paar dagen uitroosteren. Organisatorisch een drama, financieel ook een schadepost van € 2000,=, want het werden bij elkaar 18 doorbetaalde dagen zonder dat er gewerkt is. Maar ik kan en mag daar niks mee. Terwijl ik daar als werkgever wel wat van vindt….

Ik heb Corona gehad en ben gevaccineerd. En hoor daarom niet bij de 5 eerder genoemde groepen. Als er een keertje extra gespoten moet worden om het vaccin werkend te houden, stroop ik mijn mouw op. Ik zie, zeker nu we al een jaartje aan het prikken zijn, niet veel gevaar. Naïef? Mak schaap? Ik heb ook een vol geel vaccin-paspoort voor alle buitenlandse reizen. Gele koorts, DTP, Hepatitis A en B, Malaria. Daar kan Pfizer 1, 2 en 3 prima bij. Ik zie weinig overtuigend bewijs dat de gevreesde bijwerkingen reden zijn om niet te vaccineren. Vaak ben je te bang.

Tot nu toe kon ik best leven met de keuze van niet-gevaccineerden. Niet omdat ik het er mee eens bent, niet omdat ik het snap, niet omdat ik de argumenten valide vind. Er was maar één reden waarom ik het accepteerde; we hoeven niet allemaal hetzelfde te zijn, te doen of te denken. Er moet ruimte zijn voor afwijkende meningen, andersdenkenden, recalcitrante eigenheimers. Omdat diversiteit in ons menszijn ruimte moet hebben en krijgen. Het mag nooit zo zijn dat de wil van de meerderheid leidt tot onderdrukking van de minderheid. Toen niet, nu niet, nooit niet.

Maar het schuurt. De vrijheidskeuze om niet te vaccineren leidt tot confronterende dilemma’s. Het Isala-ziekenhuis in Zwolle heeft deze week veel patiënten, die allang op de wachtlijst stonden voor een cruciale operatie, (weer) af moeten bellen. Omdat het ziekenhuis en de IC vol stromen met Corona-patiënten, vooral uit Staphorst. Dit zwaar gereformeerde dorp heeft de laagste vaccinatiegraad van Nederland. Omdat God niet wil dat er ingegrepen wordt. En de groepsdruk is zo groot dat weinig gelovigen (als ze het wel zouden willen) het aan durven om de dominee te trotseren.

Ik geloof zelf niet in God. En dus ook niet in zijn zoon of het boek waar alles in is beschreven. Maar hoe weinig ik er zelf in geloof, ik kijk met bewondering naar mensen die met volle kracht geloven in (een) God. Het lijkt me prettig. De Wil van God maakt het mogelijk om dingen te accepteren, te verwerken of uit te leggen die met logica of wetenschap niets te maken hebben.

Maar nu leidt de keuzevrijheid van mensen uit de Schijf van 5 om zich niet te vaccineren tot afgezegde operaties voor mensen die wel gevaccineerd zijn. Wat vinden jullie? Vrijheid van individu boven solidariteit voor de groep?

TV diarree

Grote delen van een werkweek breng ik ‘s avonds alleen door. Ik draai rond een uur of 8 de oprit op, meestal na een uitgebreide Whatsapp-videocall met mijn verspaanste wederhelft.

Mijn trouwe blauwe Touareg mag dan uithijgen. We hebben nu precies 12 maanden en 63.000 km een relatie. Stroef en  wispelturig gestart, maar ondertussen robuust en betrouwbaar. Één keer per week mag ie in Duitsland even laten zien dat 200 een mooi getal is. Want die suffe 100 km/u in Nederland vindt ie kneuzerig. Hij voelt zich vaak gekooid als een rollade in een netje.

Als ik nog puf heb, wok ik een maaltijd in elkaar. Vaker gaat er een eerder bereid prutje in de magnetron op standje 3, 15 minuten, 850Kw. Ook die grote gele M kan 1 x per 2 weken op mij rekenen voor een Drive-in bezoek. Dan ben ik nog te moe om de knop van de magnetron in te drukken. Soms heb ik op één van onze locaties ’s middags al warm gegeten en is een noodle-soepje al genoeg. Alhoewel ik best een leuk potje kan koken, vind ik er in mijn eentje geen bal aan.

Ik vind het heerlijk als ik ’s avonds niet meer te hoeven praten. Mijn bakje “leuk” is dan op, volgens Marion. Ik probeer nog een glimp van het NOS-journaal op te vangen en kijk ondertussen op mijn Ipad in de TV gids of er nog iets leuks komt. Dat is eigenlijk volslagen zinloos, want de diarree die wij in Nederland over 10 zenders verdelen, kun je nog niet met 100.000 volwassen luiers opvangen.

Die hysterische Martin Kwijland is altijd ergens te zien. Ik vind die dochter eigenlijk nog erger. Van dat zangerige, aanstellerige, verveelde einde van elke zin gaat toch je libido naar de kloten? Ik weet dat iedere uitzending een gerepeteerd toneelstukje is, maar dan is één of twee seizoenen toch genoeg? Net zoals ooit de real life soaps van de Tokkies, Barbie, Tiny&Lau, Andy&Melissa. Even is het leuk en dan denken ze ineens dat ze onmisbaar zijn en echt wat kunnen. Vreselijk toch?  

Er zijn wel meer programma’s waar ik chronische jeuk in de schaamstreek van krijg. Zoals ‘Help, mijn man is een klusser’. Stel, je hebt zo’n vent die niks afmaakt. Dat je moet douchen in een omgekeerde glascontainer met kippengaas als afvoerputje. Dat je het eten moet koken in de afgedankte betonmolen met een soldeerbout als warmtebron. Dat je je tangaslip moet wassen in de lekkende regenton. Dan heb je twee keuzes: je blijft (want je vindt het niet erg) of je gaat weg (want de maat is vol). Maar je gaat niet in het openbaar op TV lopen janken en je man af fakkelen. Dan kom je in aanmerking voor de Patty Brard-award.

En nu komt Linda de Mol, het vrouwelijke testbeeld van Nederland, weer met een nieuw programma. Waarin je voor een paar euri op TV letterlijk een blind date krijgt. Je krijgt de ander pas te zien als je eigenlijk al verloren hebt. En dan heb je 30 seconden de tijd om te bepalen of het de liefde van je leven wordt. Welke mafklapper verzint zo’n format? Linda staat je zoetsappig en zweef-tevend de afgrond in te kletsen. En dan zeg je, overdonderd door de entourage in de studio, ja. Om 5 jaar later gebeld te worden voor dat andere programma van Linda’s broer: Help, mijn man is een klusser.

Is het dan alleen maar kommer en kwel op TV? Nee, er zijn pareltjes die mij kunnen bekoren. Zoals de afgelopen weken Chansons, waarin Rob Kemps van de Snollebollekes en Matthijs van Nieuwkerk, slenterend door Parijs, een ode brengen aan de Franse chansons en haar beroemde zangers. De onuitputtelijke detail kennis van Rob Kemps en de subtiele liefde van Matthijs voor o.a. Charles Aznavour leverde ontroerend mooie beelden op. Ook het programma boederij van Dorst levert mooie TV op. Wat een authentiek mens (m/v/o) is die Raven toch.

Eergisteren won de documentaire Kinderen van Ruinerswold de Gouden Televizier-Ring 2021. Dat is een mooie beloning voor een stel veerkrachtige kinderen die jarenlang geterroriseerd door een godsdienstwaanzinnige vader. Ik zag de emotionele speech van de kinderen en maakte een diepe buiging. Vorige jaren won Martin Kwijlant. Een groter contrast is niet denkbaar.

Adios Zaffie, versie 4.0

Al jaren verkondig ik in deze column dat onze trouwe Spaanse hoerensloep bedankt wordt voor haar trouwe diensten. Maar elke keer rechtte deze oude Iron Lady haar rug en legde zich niet neer bij haar eenzijdig aangekondigde pensioen. Ik ken politici die sneller van het podium verdwijnen…

In 2010 kochten we Zaffie bij een lokale Gironese garage. We waren gevallen voor haar ruimte met 7 stoelen, een hele vooruitgang na de Rode Tank Renault Megane met omlaag zakkende elektrische ramen.. Zaffie kreeg als bijnaam De Grijze Bus en er is geen equivalent in de autowereld dat een auto meer recht doet. Ze verzaakte nooit (al pufte ze af en toe een beetje blauwe rook), accepteerde elke passant als volwaardig chauffeur, lag niet wakker van een deukje meer of minder en kon ook prima leven dat er soms 400 kilo cement van achteren werd binnen gedrongen om dan, half door haar hoeven zakkend, naar Rosamar te moeten kreunen.

Een paar jaar geleden, in de nadagen van haar Spaanse leven, kreeg ze nog een fikse aanvaring met een Barcelonese stadsbus. Haar baas dacht, een tikkie overmoedig met 600 kilo aan Nederlandse relaties aan boord, dat die rode bus wel zou uitwijken. Maar vanaf haar rechter-voorlamp tot aan haar achterklep werd Zaffie stevig gepenetreerd door de bruut. Om geen onnodige discussie uit te lokken, haasje repte haar baas zich weg om de volgende dag met een schuursponsje haar flanken te ontdoen van de rode busverf. De buitenste verflaag verdween en halfnaakt stond ze op de oprit in haar ondergoed…

Een paar jaar eerder had ik haar ook onbewust toegetakeld met een onbezonnen actie. Als herinnering aan mijn moeder kocht ik een Spaanse rozenstruik die ternauwernood in haar derriere paste. Bij het uitladen trok ik de struik in één vloeiende beweging naar buiten, maar de vinnige uitsteeksels hadden zich vastgeklampt in het plafond. Droevig hingen de repen stof als wapperende jaloezieën in de auto. De garage schatte de schade een dikke € 400,= om een nieuwe hemel in Zaffie te hangen. Ik koos er echter voor om van binnenuit alles met klinknagels weer vast te zetten en creëerde onbewust een kèk Chesterfield patroontje in het dak. Het was wel jammer dat sommige klinknagels aan de buitenkant van het dak een omgekeerde deuk vormden..

Maar nu, na 11 jaar trouwe dienst en op 18-jarige leeftijd gaat ze naar Gambia. Een longterm promise aan Ibrahim wordt werkelijkheid. Vrijdagmorgen had ik een rendez-vous met Alage Jula. Bij een afgelegen benzinestation in Blanes kwam een markante oude Gambiaan aanrijden in een oude Polo. Alage is al 40 jaar in Spanje, heeft hier 8 kinderen (en 4 in Gambia) en rochelt al 30 jaar voor alle Gambianen het transport. Auto’s, koelkasten, kleding, apparatuur; alles wat wij niet meer willen, gaat in een giga-container, waar elke centimeter wordt benut.

Met Marion in ons kielzog reden we naar Palamos om op een verlaten bedrijventerrein Zaffie achter te laten. De dag ervoor had ik haar in Macanet met Ibrahim’s vrienden volgestouwd met matrassen, TV’s, kisten, gereedschap, apparatuur, dozen en zelfs een TÜV geprüft kinderstoeltje. Daarna tuften we gedrieën terug naar Pineda de Mar om de auto af te melden bij de Spaanse RDW. En zoals altijd in Spanje ontbrak er weer een papiertje. Dat is niet iets om je heel druk over te maken, zeker niet als je Alage als ritselaar bij je hebt. Morgen is het bewijs van inschrijving in de Gemeente Macanet via Ibrahim in het bezit van hustler Alage en is Zaffie officieel statenloos.

Ibrahim heeft al een complete make-over ingepland als Zaffie in de haven van Banjul aankomt. Ze krijgt nieuwe stoelbekleding (is overal gescheurd), een nieuw binnen-plafond, een werkende stereo, de elektronica wordt gefixd, zodat je weer zien kunt hoe hard je rijdt en hoeveel Diesel je nog hebt. De deuken van de stadsbus worden eruit gehaald en ze krijgt een hele nieuwe verflaag. Geen idee welke kleur, maar zou niet verbaasd zijn als K3-paars de hoofdkleur wordt…

En dan gaat Zaffie haar 3e leven in, dat zeker nog 30 jaar gaat duren. Ze wordt de mooiste meid van Ibrahim’s dorp Dampha Kunda. Ik hoop haar snel weer daar te zien!

Rare snuiters

Het was een teleurstellende week met zwaar nieuws. Onder aanvoering van zuipschuit Remkes gaan dezelfde partijen die zichzelf de afgelopen jaren een brevet van onvermogen hebben gegeven, toch kijken of ze er niet 4 jaartjes bij kunnen plakken. Zouden we de term voltooid leven misschien ook iets breder kunnen toepassen, bijvoorbeeld bij aan het pluche plakkende politici?

Op de weg is het een puinhoop. Welk minkukel verzint het om in de drukste automaand van het jaar achterstallig onderhoud aan de A-12 richting Den Haag te gaan uitvoeren? 17 Corona-maanden de tijd gehad en nu iedereen weer in de toet-toet stapt, leggen we het land plat. 2 filerecords in één week. Ik hoorde een hotemoot van Rijkswaterstaat  op radio1 uitleggen waarom het niet anders kon, maar hij moest er zelf van stotteren. Zelden zulke slechte excuses gehoord. Flapdrol. Heeft zeker een gratis OV-kaart.

Maar verscholen achter deze muur van onkunde waren er deze week ook een paar hilarische voorvallen, die mijn humeur uit de diepvries trokken. Zo was er in Turkije een grootscheepse zoektocht naar een verdwenen dronken man. Urenlang werd er in bossen met man en macht gezocht. Gevreesd werd voor zijn leven, omdat het ’s nachts nogal afkoelt in de regio. Ook Mutlu hielp mee en riep constant hard de naam van de gezochte man. Totdat hij in de gaten kreeg dat hij zijn eigen naam stond te schreeuwen. Hij was daarna vooral bang om de reactie van zijn vrouw. Wat een held en wat een heerlijke dronken tor!

Mutlu heeft een bloedbroeder die in Litouwen woont. Die was een tijdje van de alcohol af en dat beviel niet zo goed. Daarom begin hij uit verveling metalen dingetjes in te slikken. Schroeven, spijkers, boutjes, dat werk. Er is meer dan een kilo ijzer operatief uit de maag van deze ijzervreter verwijderd. Ik kan me vergissen, maar denk toch dat een flesje vodka op zijn tijd beter is voor je maagwand dan een partijtje spijkers van 10 cm.

Oktober is ook de maand die wordt gebruikt om rokers proberen te laten stoppen. Er doen dan BN-ers aan mee om stoptober te promoten. Vrijdagmorgen liet de 71-jarige Patricia Paay weten dat ze al jaren stiekem rookte, maar er nu toch graag definitief mee wilde kappen. Het radio-interview ontaardde een beetje, want er werd haar gevraagd wat ze vond van het idee om maandverband en tampons gratis te laten verspreiden. De hele studio viel 10 seconden stil, toen ze zei:  “dat mogen ze dan ook met de Tena-ladies doen.” En daarna moest ze zelf het hardst van allemaal lachen. Zelfspot, daar word je een beter mens van.

Er kwamen ook een paar Corona-critici in het nauw deze week. Koekwouzen is eigenlijk een passender woord voor de Lange Fransen, Brian Roys en Douwe Bobs van deze wereld. Lange Frans, de opperwap van het eerste uur met onnavolgbare complottheorieën, was toch maar even gaan beunen in een feesttent waar de QR codes werden gecontroleerd bij binnenkomst. Al zijn #ikdoenietmeermee-fans gingen uit hun plaat en beschuldigen hun Fransie van hypocriet gedrag. Zijn reactie: “mensen moeten niet zo zeuren, er moet gewoon brood op de plank komen.”

Maar Brian Roy, ooit de stilistische linksbuiten van Ajax en het Nederlands Elftal, spant de kroon. Hij is deze week veroordeeld voor een tweet waarin hij zei dat Mark Rutte een ‘headshot’ ging krijgen. Omdat ‘Mark medeverantwoordelijk is voor de kinderhandel en het meewerken aan het terugdringen van de wereldbevolking naar 5 miljoen (..) mensen’. Best pittig statement, maar met een taakstrafje van 80 uur en voorwaardelijk celstraf kwam hij er goed van af. Hij had niet de moeite genomen om bij de rechter te verschijnen en ook geen advocaat gestuurd. Na afloop twitterde Brian: “Mark kan die hele taakstraf in ze naat douwe.” Het is misschien triest, maar ik lag helemaal in een deuk: wat een mafklapper.

Vooral dronkenmans-stommiteiten draag ik een warm hart toe. Ik ben weleens in een andere stad wakker geworden omdat ik met mijn dronken kop in de toevallig niet afgesloten achterbak van de verkeerde  auto in slaap ben gevallen. Shit happens. Vertel mij eens: wat is jouw meest domme actie ooit als gevolg van alcohol? Ik zal discreet zijn en het niet doorvertellen. Echt!