Corona-II: The Virus Strikes Again!

Het zou een mooie titel voor een Hollywood-film kunnen zijn. Na een succesvol eerste deel, volgt meestal uit pure geldlust een 2e en vaak ook een 3e variant.  Zelden wordt het er beter van: in Rocky6 liep Rambo met een rollator, in Back to the Future 2 was die bolide een achterhaalde Dacia en Sharon Stone droeg in Basic Instinct 2 al een Tena-lady.

Wij zitten al een tijdje in een slechte B-film die Corona heet. Deel 1 is nog bezig en het leek richting een prettig einde te gaan, ondanks de verborgen hints van de Wizards of the Virus. We trokken er weer op uit naar Flyland en Sealand, gingen lekker met zijn allen Dammen en op het terras van the Little Lock zat Yup Amsterdam-Noord weer op elkaar. En, trouw aan onze mannelijke natuur: 60 inches bleek in de praktijk maar de helft te zijn.

Maar de achtergrondmuziek van Radio RIVM  klonk steeds onheilspellender, de pauken roffelden sneller en sneller en één van de hoofdrolspelers, kale Ferdy Jokeshouse, sloeg steeds grimmigere taal uit. De lucht was zwanger van de opgekropte spanning én van minuscule, verdachte waterdruppeltjes….. En toen was er abrupt de aftiteling met als eerste shot: “Executive Producer Mark Rutte van 5G-Movie Productions.” Met een raar logo erbij, iets van een ronde speelbal voor kinderen met allemaal omgekeerde zuignapjes eraan. Scary…..

De opnames voor ‘Corona-II: the Virus strikes again’ zijn al een tijdje bezig en heel stiekem verschijnen er af en toe sneak previews. Weer met die kale Ferdy erin, maar ook ‘Funny Shoe Hugo’ is voor veel geld gestrikt voor deel 2. Het Monster heeft zich razendsnel verplaatst van dompige, muffe verpleegtehuizen naar typische jongerenplekken: bierketen, mega-disco’s en studentenhuizen. Hij is kieskeuriger geworden, heeft Lloret en Blanes links laten liggen, maar gaat nu lekker naïeve rijkelui-kids opzoeken in Albufeira en Bergen aan Zee. Vooral als er ergens “I will survive” van de Herpes Houseband klinkt, staat hij vooraan mee te deinen.

De overgrote meerderheid weet het niet meer. Mondkapje op, mondkapje af? Afstand in de bus en trein, maar niet in het vliegtuig? Handschoentjes of niet in de supermarkt? Met familie op het terras aan één tafel, zonder familieband op anderhalve meter? Naar ‘oranje’ -landen op vakantie gaan of niet? Wel met de auto, maar niet met het vliegtuig? Het lullige is dat het een intelligente Lock Down wordt genoemd. Als je het dan niet snapt, ben je dan dom? En als je van alle, elkaar tegensprekende, expertmeningen geen chocola kan maken, mag je dan nog wel wat vinden? Of moet je dan heel hard schreeuwen dat het nep is, een complot, een deep state oorlog, onder de huid geïnjecteerde vaccins? En kunnen die stralende 5-G zendmasten niet dat virus wegstralen?

Na ruim vier maanden Corona ben ik zakelijk nog stevig overeind en gaat het zelfs de goede kant op. We krijgen weer kansen en nieuwe locaties, die de mindere omzet op de bestaande locaties compenseren. Terwijl het een slagveld is in de catering-wereld met faillissementen en veel ontslagen, zijn wij alweer mensen aan het aannemen. Niemand eruit, nieuwe mensen erin. Flexibel denken, snel reageren, creatieve oplossing bedenken zijn belangrijk, net als een portie geluk. Ik denk dat 2021 weer een goed jaar gaat worden. Maar geen idee wat het effect zal worden van Corona-II: The Virus Strikes Again.  

Kunnen jullie mij helpen met een paar extreem optimistische scenario’s voor de slotscene van Corona-II? Gewoon ongebreideld, tikkie naïef optimisme? Leuke onverwachte meevallers. Ik ga een paar voorbeelden geven die jullie mogen aanvullen. Zodat we niet wegzakken in een uitzichtloos, duister, onvoorspelbaar moeras. Deal?

  1. Vanaf september krijg je bij de ingang van het stadion gratis bier. Bij de eerste slok uit het flesje is meteen zichtbaar of je positief bent. Je krijgt dan een ereronde en staande ovatie van het volle stadion en verdwijnt via de spelerstunnel rechtstreeks in een ambulance naar het ziekenhuis.
  2. De rijkste man van de wereld Jeff Brezos, eigenaar van Amazon, wordt verliefd op Ankie uit Twello en besluit Nederland te kopen (van Shell en Unilever) om alle werkeloosheid en armoede op te heffen. Eten in bedrijfsrestaurants wordt voortaan gratis.

Zie je wel? Best makkelijk. Kom maar op !

Computer says no….

Soms ben je een hele week druk met kleine dingen. Leuke, stomme, tijdrovende en onverwachte dingen. Maar wel allemaal kleintje pils. En als je er teveel van hebt, loopt je eigen interne harde schijf vol, zeker als je iets verder in de 50 zit.

Er zijn vier categorieën van prioriteiten stellen, waar ik al jaren mee werk:

Het lukt vaak niet, maar ik probeer in het weekend de week af te sluiten en weer met een schone lei de nieuwe week in te gaan. En inderdaad; als ik het niet urgent vind en niet belangrijk, doe ik er niks mee totdat iemand aan de bel trekt. Dat gebeurt zelden, dus ik probeer veel taken in dat vlak te duwen. Ben ik best handig in geworden…

Mijn Spaanse temperament heeft ook een ongeduldige bijsluiter. Ik heb een hekel aan onnodig wachten, word gek van bureaucratie, ga uit mijn plaat van onzin-regeltjes en word vilein bij onverschilligheid of apathie. Het lukt mij ook nooit om het verborgen te houden, want mijn non-verbale gezichtsuitdrukking is bijna voelbaar als een dolksteek. Dat is best onhandig, want zeker bij overheidsdiensten en procedure-gerichte grote bedrijven werkt het averechts. Want zij hebben een onuitstaanbaar machtsmiddel: ze kunnen je gewoon in de vertragings-hakmolen stoppen. Daar kom je pas uit als je jezelf hebt getransformeerd tot gewillig zacht drilvlees, in elke vorm te boetseren.

In Spanje kun je met een beetje ritselen en regelen heel ver komen, zolang je maar niet aan hun autoriteit of status twijfelt. Ik krijg daar veel voor elkaar, met een beetje glijen en slijmen. Vergunninkje voor de aanbouw? Geritseld via de lokale fanclub van Barcelona. Te weinig power in de stroomvoorziening? Illegaal schakelaartje via de loodgieter. Onroerendgoed-belasting paar jaartjes niet betaald? Op het regio-kantoor van de belastingdienst twee jaar betaald ipv drie.

Maar vrijdagmorgen voelde ik de aderen opzwellen in mijn nek. Het liep net goed af, want ik was bijna door de Deutsche Hermandad afgevoerd in een busje wegens zware mishandeling met een dwarslesie tot gevolg… Vol goede moed reed ik om 8.01 uur het parkeerterrein van de Strasseverkehrsamt Kleve op, gewapend met een pak papieren en twee dubbelgevouwen nummerplaten met Kennzeichen KLE-FZ4. Want Europese Unie of niet, mijn Duitse Zafira moet op Spaanse kenteken en dan begint de regeltjes-rummikub. Ik moest een KfZ-abmeldung ophalen, die ik in Spanje nodig heb om daar de auto-mallemolen door te komen.

Bij de deur stond Heinrich met een uitdraai namen op te noemen. Er was een nieuwe regel, je moest eerst via internet ein Termin gemacht haben. Een jongedame liet aan Heinrich op haar telefoon de afspraak zien, maar Heinrich was onverbiddelijk.: “Ich habe nichts auf meinen List, also sollen Sie eine neue Termin machen.” Wat ze ook zei of probeerde, Heinrich’s List was heilig. Het was niet heel moeilijk geweest om haar er even tussen te laten. Op een beleefde Duitse manier haakte ze af en reed weg. Ik wist dat ik geen schijn van kans maakte….

Bluffend legde ik Heinrich uit, dat ik graag nog een afspraak wilde maken. H:“Wann?”. F: “in ein Viertel Stunde”.  H:“Wahnsinn!”. F:“Warum?”. H:“So geht dass nicht!”. F:“Warum nicht?”. H:“Sie mussen nach hause um ein Termin zu machen!”. F:“Aber ich bin jetzt schon hier, dass ist doch einfacher?”. H:“Nein, sie mussen weg!”. F:“wie so, ist das ein Befehl?”. En toen zei Heinrich met pimpelpaarse kop en bloeddorstige ogen de legendarische woorden: ”Jasicher, jetzt reicht’s!”. Deze service-medewerker van de Strasse-Verkehrsamt had in een ander tijdperk mijn rug blauw geknuppeld om mijn hondsbrutale gedrag te corrigeren. Ik ben benieuwd of hij mij woensdag om 9.15 uur nog herkend. Ik zal in ieder geval beginnen met: “He Heinrich, alles Paletti?”

Door Heinrich moest ik denken aan de hilarische sketches van Little Britain met in de hoofdrol David Walliams als Carol. Deze onbeschofte, ongeïnteresseerde service-medewerkster tikt alle gestelde vragen in op de computer en beantwoordt  alles met: “computer says no…” Voor de liefhebbers een filmpje hieronder.

Mijn favoriete paëlla-tent Escribá in Barcelona heeft op hun T-shirts staan: Het antwoord is ja, wat is uw vraag? Dat is de attitude die je mag verwachten van service-medewerkers. Zal ik dat woensdag uitleggen?…

Kunstjes

Het voelde deze week als een authentiek Nederlands veerpontje. Het ene moment lig je in Brabant, het volgende ogenblik vaar je naar Utrecht. In ons geval een mix tussen Duitsland, Nederland en Spanje.

Maandagmorgen vloog Marion vroeg terug naar Eindhoven en ging direct door naar haar werk, maandagavond landde ik op Flugplatz Weeze en donderdagmorgen reden we alweer met een volgeladen auto via Luxembourg en La Douce France naar Spanje terug. Het is niet echt relaxed, maar dat virusje heeft ons reisschema ook stevig in de war gegooid. Dus met een vertraging van 4 maanden kunnen we dan eindelijk het jongere auto-zusje van onze ouwe trouwe Spaanse Zafira gaan voorzien van een kek Spaanse nummerplaatje. Dan kan dat ouwe kreng op de boot naar Gambia en nog 20 jaar langer leven.

Ik wilde het eigenlijk vandaag hebben over mijn groeiende aversie tegen dat boerenprotest. De agressieve en hufterige manier waarop ze geen tegenspraak dulden en keihard op de man spelen. Tegenstanders stalken, privé-gegevens lekken, op “huisbezoek” gaan, snelwegen blokkeren. En dan dat eeuwige gezeik over hun onmisbaarheid, het gejank over te lage prijzen, het ondemocratische gewauwel over “niet luisteren, dan maar voelen”. Het klopt inderdaad dat we in Nederland veel te weinig willen betalen voor goede producten. Kiloknallers van € 2,50 i.p.v. een faire prijs voor een verantwoorde kipfilet. Maar met Calimero-gedrag ga je dat niet oplossen.

Maar toen gebeurde er dinsdag wat in de privé-sfeer, wat mijn hele verhaallijn in de war schopte. Ene G.F. uit M. kwam met zijn lieftallige echtgenote P. bij ons een vorkje prikken. Werd hoog tijd, want door alle Corona-perikelen zien we elkaar te weinig. Deze G. is ook mijn Nederlandse tennismaatje, maar we missen de laatste tijd het ritme en vastigheid waarmee we in het najaar van start zijn gegaan. Kleine blessures, werkverplichtingen, verbouwings-druk; dat werk..

Marion serveerde als dessert een heerlijke verse combi van kersen en aardbeien. De pimpelpaarse kersen waren zo groot als een kievitseieren en vol van smaak. Uit het niets merkte P. op dat haar partner een kunstje beheerste met de steel van een kers. Ietwat ongelovig keek ik haar aan, maar al ras verdween een prachtige rechte steel in de kauwschuur van mijn vriendje. Ruim twee minuten bolden zijn wangen op, draaiden zijn tong onzichtbare rondjes in het donkere heelal van zijn keel, maakte zijn kaken cilindrische bewegingen, klapten zijn lippen naar binnen en dan weer naar buiten. Toen verscheen uit zijn getuite lippen een kersensteel met een strik erin. MET EEN STRIK ERIN!

Ik was volkomen flabbergasted. Zat sprakeloos met mijn mond vol tanden aan de overkant van de tafel naar een gestrikte kersensteel te kijken. Ongemerkt draaide mijn tong placebo-rondjes in mijn mond om de complexiteit in te schatten. Net op tijd stopte ik daarmee, want mijn tong dreigde achterin mijn keel te blokkeren. Het strikje belandde in het lege dessertbord en werd bekeken als een Chinese Vaas uit de Ying-Yang dynastie van de 3e eeuw na Socrates. Ik nam een grote hap zuurstof en klapte vol bewondering mijn handen stuk. Wat een briljant kunstje!

Ik ben altijd een fan geweest van programma’s als Showroom, Jambers en recentelijk Man bijt Hond. Geweldig hoe mensen iets volstrekt unieks kunnen, ook al heb je er verder helemaal niets aan. Geen grijze middenmoot, maar authentiek, tikje afwijkend gedrag. Het geeft het leven kleur, zoekt de grenzen op, geeft soms ook een ongemakkelijk gevoel, maar is alles behalve doorsnee of conformistisch. Het wordt steeds minder geaccepteerd in onze verharde maatschappij, maar een zonderling of excentriekeling is vaak de meest eerlijke mens in onze geconditioneerde wereld.

Ik kon vroeger een kunstje die mij heel veel gratis bier op leverde, als weddenschap in stamkroeg DuCommerce. Zonder mijn handen te gebruiken, paste mijn mond om een bierglas (fluitje genaamd) die ik dan in één keer achterover sloeg en doorslikte, om daarna het lege glas weer terug op de bartafel te zetten. Na een keer of 5 per avond weigerde mijn nek de abrupte klap naar achter en eindigde ik meestal horizontaal tussen de pindaschillen.

Maar ik ben benieuwd. Welk kunstje kun jij? Het woord ‘sexy’ figuurpoepen? Onder water een smoking aantrekken? Een ui pellen met je linkeroorlel? Ik lees het graag hieronder. Dank alvast!

¡FINALMENTE!

Nog nooit waren we zo lang afwezig. Na bijna vier maanden draaiden we donderdagavond laat eindelijk weer eens de sleutel in onze Spaanse voordeur. Ook wel een tikkie gespannen wat we zouden aantreffen. Onze Gambiaanse taxi-chauffeur Ebrima reed in de stromende regen weg, de onweersbui barstte precies los toen we onze oude trouwe Zafira, ingeklemd tussen het onkruid van de oprit, probeerde te starten. Hij schrok even van de aandacht, maar sprong blij verrast aan en liet een hele dikke blauwe scheet.

De reis was soepel verlopen. Op Flugplatz Weeze vertrok maar één vliegtuig, maar ze hadden er wel een oefen-bataljon aan beveiliging en luchthavenpersoneel voor ingezet. Dus met een vloek en een zucht zaten 200 man klaar bij de gate. Iedereen hield zijn mondkapje op, want er werd pünktlich wacht gelopen door de Hermandad. Als een goed getraind ganzenklasje liepen we gedwee richting vliegtuig. De vlucht zat vol, 1,5 meter was ineens 1,5 centimeter geworden, maar niemand scheen er last van te hebben. Voorin riepen enkele opgelucht pensionado’s keihard JOEHOE bij het opstijgen. Ze mochten eindelijk weer naar hun thuis.

Op het oog zag alles er in Rosamar goed uit, maar onze neuzen kregen een ander signaal. Uit onze Royal Suite kwam een laaghangende wolk van schimmel aangewaaid om te laten merken dat het wel lang had geduurd. Pas na een lange diepe slaap konden we de volgende dag een inspectierondje maken. Het viel niet mee of tegen. Het zwembad was donkergroen RAL 6022 en vol met Gerard’s overtollige tennisballen, het onkruid stond kniehoog, de buitentoilet was gekraakt door 143 spinnen, een verdronken rat lag in het grasveld, de verrotte peren en mispelblommen lagen geplet op de terrassen en alles zat onder een dikke laag Sahara-stof. Eigenlijk was er dus niet veel aan de hand.

De inspectie van de slaapkamer bevestigde de meurende conclusie van de vorige avond: alles zat onder een ranzige uitslag van vochtschimmel: beddengoed, kussentjes (alle 18), kleren, kastjes, bureaustoel, muren; zelfs mijn schoenen hadden een hippe panterlook. We zullen er samen met onze klusjesman een oplossing voor moeten vinden, maar voor nu restte er niets anders dan de chloorfles te pakken en de wasmachine overuren te laten maken. Marion gaat dat allemaal te lijf met een mondkapje type 3 (ze is na 4 maanden Landelijk Consortium Hulpmiddelen natuurlijk een kenner) en slechts schaars gekleed in ondergoed. Ik vind dat woest aantrekkelijk, maar het is niet het juiste moment voor amoureuze avances…

Ik ging met het zwembad aan de gang. De keuze was om het niet helemaal leeg te laten lopen, maar met een verwoestende cocktail van chemicaliën al het natuurlijke leven weg te bombarderen uit MIJN zwembad. Elke 15 minuten werd de filter-installatie schoon gespoeld en langzaam werd het zwembad blauw. Zwemmen is nog iets te Tsjernobyl-vroeg, maar volgend weekend kunnen we hopelijk weer plonzen in een kristalheldere, lichtblauwe lagune. En voor de zekerheid een oude zwembroek aan, want wellicht vallen de gaten erin van de overdosis chloor.

Ondertussen proberen we dit weekend ook ons Spaanse sociale leven te reanimeren. Vrijdag lunchen bij onze restaurantvrienden van Cala Canyelles, gisteren met Robert lunchen bij het heerlijke Villa Mas in Sant Pol de Mar (onszelf getrakteerd op een fantastische witte Puligny Montrachet uit 2003!), ’s avonds eindelijk weer borrelen bij Gerard en Lenny en vandaag en morgen bezoek van Tia Ria, die na maanden van afzondering ook snakt naar het weerzien. God wat hebben we dit gemist en wat is een lang weekend kort!

Als een rode draad loopt ook door dit weekend de overdracht van het huis van vrienden Jacco en Patrick. In oktober heb ik ze tijdens een Men Only voetbal-weekend enthousiast gemaakt voor een prachtig huis in onze wijk en na een hectische Corona-tijd zijn vrijdag dan toch alle hobbels genomen en is de handtekening gezet bij de notaris. Nu begint het spel met Spaanse mannetjes om alles te verbeteren en daar heb ik mezelf natuurlijk weer iets te spontaan opgeworpen om bij te helpen. De kunst gaat worden om daar een betere balans in te vinden dan dit weekend…

Het is ook best lastig, want het lukt me nog steeds niet om te werken en te leven conform mijn leeftijd. Terwijl mijn hoofd smacht naar rust, duwt mijn karakter mij naar de GO! – modus. Ooit….

voor
na

¡Nervioso!

Ik heb een onbestendig gevoel. Onrustig, unheimisch, onwennig. Het duizelige gevoel dat je als 10-jarig jongetje had, als je tijdens de gymles te snel aan het touw naar beneden roetsjte. Dan stond je beneden, trillend op je benen, naar het mooiste meisje van de 5e klas te kijken en snapte je niet wat je lichaam je probeerde te vertellen. Dat gevoel, ook wel een beetje angstig. Het zal toch niet..?

Waarom ik dat nerveuze gevoel heb? IK GA NAAR SPANJE! Na vier maanden verplichte afwezigheid eindelijk weer eens naar ons andere leven. Donderdagavond gaan we met de vliegbus van Rianne naar Girona. Het zal wel een hele operatie worden, want Duitsland kennende zullen die Regeln und Vorschriften pünktlich wurden durchgeführt am Flugplatz Weeze. Geheel tegen mijn ‘regeltjes’-aversie in, zal ik me 1,5 uur vooraf melden om alle formaliteiten lijdzaam te ondergaan. Zin in…..

Bang om te vliegen ben ik nooit geweest en nu met Corona ook niet. Ik heb in die 500-600 vluchten met stinkende, zwetende, schetende, hoestende en hysterische medepassagiers elk virus al overwonnen. Dus mondkapje en oogklepje op, oortjes in en gaan met die banaan. Ik was tijdens het  Sars-virus met Marion in Azië, met het Ebola-virus waren we in Zambia en met het VAR-virus in Madrid. Dat laatste virus vindt trouwens elk voetbaljaar plaats, als Real Madrid wat hulp nodig heeft om kampioen te worden. Het gaat ze vast weer lukken dit jaar.

Ik ben ook wel een beetje uitgeklust in ons Duitse huis. Afgelopen weken zelfs nog bezig geweest met zwager Robert en schoonzoon Philippe om de buitenterrassen los te wrikken, op te hogen en opnieuw te leggen. Als je op je 57e nog stratenmakers-ambities etaleert, wordt het hoog tijd om je weer eens onder te dompelen in de mañana-mañana mentaliteit. Dan duurt zo’n terras wel een paar weken langer, maar heb je wel lekker geluncht, bijgeluld met de matties en gechilled op het strand na zonsondergang. Het terras ligt ook meestal een beetje Spaans scheef, muy auténtico!

Ik heb de afgelopen maanden stevig doorgewerkt, zonder de gebruikelijke twee- wekelijkse tripjes naar Spanje. In mijn business, net als in de horeca, is het alle hens aan dek om de crisis door te komen, je bedrijf overeind te houden en gedwongen ontslagen te voorkomen. Dat lukt best aardig tot nu toe, dankzij trouwe opdrachtgevers, loyale medewerkers en een prima ondersteunings-regeling van de overheid. Er blijft genoeg te klagen over, maar zelfs de Blauwe Enveloppen Brigade laat zich van zijn betere kant zien. Mag ook wel, na dat onthutsende schandaal met kinderopvang-toeslag.

En nu gaan we dus eindelijk weer naar ons Spaanse stulpje ‘Rosamar’. Ik krijg wekelijks appjes van mijn buren dat alles er dankzij Ibrahim prima bij ligt. Alleen het zwembad is Kermit-groen en zal een fikse schoonmaakbeurt nodig hebben. En met een beetje mazzel krijgen we volgende week ook glasvezel-internet en zijn we van die trage, dure ADSL-shit af. Maar het kan ook mañana mañana worden, want voordat zo’n kabeltje bovengronds via houten palen aan jouw gevel vast komt te zitten….

En wat heb ik een zin om vriendje Robert, mijn Spaanse moeder Ria en amigos Gerard en Lenny weer te zien. Want hoe handig FaceTime, Whatssapp Video, Zoom of MS teams ook is; ik mis enorm het live-contact. De mimiek van een gezicht, de grijns bij een vileine opmerking, de nuance in een serieus gesprek, het bulderen bij een schaterlach, de non-verbale bewondering voor een mooi gerecht of prachtige wijn. Ik zal best ‘old skool’ zijn, maar God wat voelt het als emotionele armoede de afgelopen maanden. Social Distance, 1,5 meter maatschappij: kom a.u.b. met een vaccin!!!!!  

Ben eigenlijk ook wel benieuwd wat iedereen deze zomer gaat doen. Met Cor en Don naar Turkije? Cramping aan het Garda-meer? Bootje varen op de Friese Meren? Food-Inspiration Trip naar Chinese markten? Vrienden lastig vallen met een huis in Spanje? Bezoek aan Hintergarten? Wij hadden zelf een reis naar Cambodja en Maleisië gepland voor september, maar spekken nu noodgedwongen tot 2021 de voucher-kas van die vliegende Blauwe Steuntrekker. Ondertussen is Marion dag en nacht bezig om de vouchers van Rianne om te boeken. Het is een rotklus, maar iemand moet het doen.

Dus laat maar weten wat je gaat doen deze zomer. Ik ben hartstikke nieuwsgierig!

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

Aangeleerd gedrag

Ik zit er al een paar weken tegen aan te hikken, maar ik kan het niet meer uitstellen. Het is glad ijs, een verraderlijk moeras en een linke draaikolk tegelijkertijd. Want het debat overstijgt op dit moment zelfs de Corona-perikelen. Het is ook nog lang niet voorbij, want iedereen heeft een mening over BLM, racisme, Zwarte Piet en Johan Derksen. En wat wordt er weer hard geschreeuwd en weinig naar elkaar geluisterd.

Ik zal meteen met de deur in huis vallen: ik denk dat ik soms ook dingen zeg, denk of doe die je als racistisch kunt interpreteren. Meestal niet bewust of bedoeld, maar het zit gewoon in de meeste (vooral blanke) mensen. We durven het niet toe te geven en gaan soms heel hard schreeuwen dat we helemaal niet racistisch zijn. Maar als ik bij Opsporing Verzocht een fotootje in beeld krijg, denk ik in een flits: K*t-Marokkaan. Terwijl het gewoon een Medelander is met een ander kleurtje en achtergrond. Maar hier geboren en getogen. Waarom dan k*t-MAROKKAAN? Ik ben zelf toch ook geen K*t-Spanjool, terwijl ik juist wel in dat buitenland ben geboren. Moet ik dan ook oprotten naar mijn eigen land?

Vooral die laatste opmerking tiert welig in de krochten van Facebook en Twitter: ‘Rot op naar je eigen land!’. Ik vind het de meeste asociale opmerking van de 21e eeuw. Je zegt eigenlijk dat iemand hier niet thuishoort. Op basis waarvan? Zijn voorouders? Zijn huidskleur? Wie geeft jou het recht om dan te zeggen: ‘oprotten!’ Ben je beter? Heb je meer of andere rechten? Bestaat er zoiets als een ‘echte Nederlander’? Soms reageer ik en vraag aan zo’n schreeuwerd: “wie bedoel je met ‘ons’ ?”. Ik krijg altijd een scheldkanonnade terug met de opmerking erbij dat ik ook maar op moet flikkeren en dat ik een landverrader ben. Dat laatste vind ik persoonlijk wel prima. Liever een land- dan een mensenverrader.

Ik heb de afgelopen jaren van dichtbij meegemaakt dat mensen als Ibrahim, mijn Spaanse maatje, zwaar worden gediscrimineerd. Op basis van vooroordelen, want als hij ergens een dagje heeft meegewerkt, is dat meestal weg. Maar ik zie ook dat in Nederland slimme mensen met een niet-Nederlandse achternaam gewoon minder kansen krijgen. Als je dat ontkent, moet je aan een struisvogel vragen of je mee mag kijken onder de grond. Het is er gewoon en het gebeurt. Ik heb in Rotterdam een paar slechte ervaringen gehad met Nederlanders met een Kaapverdiaanse oorsprong. En klikte dus automatisch hun CV weg. Lekker makkelijk. Onzichtbare discriminatie.

Ik denk dat daardoor de grootste woede ontstaat bij mensen die zich gediscrimineerd voelen: de onmacht als het ontkend wordt. Misschien is daarom de dood van George Floyd, hoe tragisch dan ook, wel een ‘blessing in disguise’. Een soort ultieme wake-up call dat het nu tijd is om het niet meer stil te houden, maar hardop uit te spreken. En ik ben vooral trots dat de jongere generaties daar volop achter gaan staan. Ze durven midden in Corona-tijd op te staan en te demonstreren. Soms een beetje veel tegelijk op één plek. Maar ach, nu drie weken verder is er gewoon niks aan de hand. Dus die hele hysterie van de Dam-demonstratie: storm in een glas water.

Mijn generatie is toch niet meer te redden. Opgevoed in een andere, kortzichtige tijd en vastgeroest in oude dogma’s: Zwarte Piet moet blijven! Red onze cultuur! Al die buitenlanders uit ‘ons’ land! Ik generaliseer, want niet alle babyboomers zijn zo. Dat gevoel krijg je wel als je na de haat- en doodsbedreigingen kijkt op Social Media.

Moet die (onder)buikspreekpop, genaamd Johan Derksen, dan zijn mond houden? Alsjeblieft niet! Het is niet leuk om het te horen, maar hij heeft recht op zijn mening en maakt het verborgene juist zichtbaar. Dan kun je tenminste met valide argumenten (en niet agressief) iemand aanspreken. En er ook niet teveel waarde aan hechten. De bromsnor is een karikatuur van zichzelf geworden. Die krijgt straks gewoon een standbeeld op het Foute Mannen Plein in Wijk bij Duurstede.

Gezellig naast al die VOC-‘helden’ als Piet Hein en Jan Pieterszoon Coen. Slim bij elkaar gezet, educatief mooi overzichtelijk. Maar die standbeelden wel heel laten, om te herinneren dat het bestond en bestaat. Niet aangeboren, maar aangeleerd..

Ich bin (k)ein Berliner

Na maanden huisarrest, zijn we eindelijk een weekendje weg in ‘eigen’ land. Omdat vliegen naar Spanje nog een maandje moet wachten, zijn we een oude wens van onze bucketlist aan het wegstrepen. Berlijn!

We hebben zitten dubben wat de beste reisoptie was, want Berlijn ligt 660 km van Kranenburg. De trein was duur en tijdrovend en het vliegtuig onpraktisch. Dus tuften we vrijdagmiddag met onze Zafira (die zelf dolgraag naar Spanje wil) langs Baustelle und Stau dwars door het Duitse land. Zes uur later parkeerden we Zafi bij een gratis P&R aan de rand van Berlin om de U-Bahn naar die Mitte te pakken. Een prima oplossing, want het hotel zit pal naast het metrostation, om de hoek van de Potzdamer Platz. De bruidssuite zag er tip top uit en na een heerlijke Indian maaltijd vielen we als een blok in slaap.

Zaterdagmorgen stond een uitgebreide fietstocht door Berlijn gepland, dus vroeg uit de veren. De Taiwanese taxidriver was nog eigenwijzer dan de gemiddelde corpulente 50+ Nederlander en doolde zonder Dom Dom doelloos door de stad. We kwamen net op tijd aan bij het vertrekpunt in de hippe wijk Prenzlauer Berg. Het fietsgroepjes was maar 4-mens klein en wij waren de eerste Nederlanders in drie maanden. Best logisch, want tot Marion’s verjaardag hanteert Nederland code oranje en blijven de meeste weekend-toeristen nog weg. Aber es ist unsere Heimat und wir haben das Recht!

Het was indrukwekkend. Als een rode draad loopt de Berlijnse muur door de recente geschiedenis van de stad en overal kom je langs markante plekken met elk een eigen verhaal. Het is nog maar 30 jaar geleden dat deze haatdragende politieke scheiding werd afgebroken, maar het is nog steeds voelbaar. Mijn generatie is opgegroeid met het schijnbeeld dat West goed was en Oost-Berlijn gevangen zat. maar Het Klein Orkest heeft dat in het liedje Over de Muur al onderuit gehaald en dat is terecht. Want grote delen van West-Berlijn, zeker in de buurt van de muur, waren net zo lelijk en slecht. De ironie is dat met name de Oost-Berlijnse wijken hip en happening zijn, met duurdere huizen en waar diversiteit en creativiteit floreren.

De tweede voelbare wond van Berlijn is natuurlijk de opkomst en ondergang van het nazisme, indirect ook de veroorzaker van de Muur. Het is voelbaar omdat het niet is weggestopt. Vooral bij de tentoonstelling Topografie des Terrors wordt goed in beeld gebracht hoe het begon en wat het veroorzaakte. Het neemt je adem weg, maakt je misselijk. En tegelijkertijd laat het zien dat we nu weer dezelfde uitdagingen hebben; hoe gaan we om met haat, uitsluiting en superieur-gevoel? Negeren wij minderheden, die zich achtergesteld voelen, omdat we in de meerderheid zijn? Of moeten we minderheden juist niet beschermen tegen de grote boze massa? Rechtvaardigt de meerderheid de uitsluiting van andersdenkenden? Kijk wat Orbán in Hongarije doet? Hoe ver ben je dan al onderweg naar een nietsontziende totalitaire aanpak? Loop één keer over het Holocaust-monument in Berlijn en je krijgt kippenvel bij de gedachte.

Vandaag gaan we naar de Reichstag. Ik was verrast om te horen dat het historisch gezien niet eens zo’n grote rol heeft gespeeld. Na het fikkie in 1933, voor Hitler dé aanleiding om te beginnen met zuiveringen, heeft het jarenlang als een vervallen kolos staan te verpieteren in een verdeeld Berlijn. Pas daarna werd het voor een godsvermogen gerestaureerd tot het parlementsgebouw van een herenigd Duitsland. Ik ben benieuwd hoe het imposante gebouw met glazen koepel er van binnen uit ziet. Maar eigenlijk is heel Berlijn een verzamelplaats van grote, mooie, soms groteske gebouwen. Ze liggen verspreid door de stad, verhalen over een rijke geschiedenis en passen bij de grootste stad van de EU (nu London is afgevallen). 3,6 miljoen inwoners, best veel.

We zijn blij dat we ‘tick-the-box’ voor Berlijn kunnen doen. Het is indrukwekkend, maar toch weinig verrassend. Het is ook geen aanrader om in die Mitte, het moderne stadscentrum, te bivakkeren. Te steriel en gepland. We missen spanning en verbazing, zoals bij onze tripjes naar Rabat of Talinn. Sorry voor John F. Kenneddy, aber ich bin kein Berliner.

Breakpoint

Wat een mallotenwereld! Trump maakt van Amerika een brandhaard, Femke heeft kapotte inschattings-sensoren, KLM begint volgende week met massaontslagen en Hema-worsten worden misschien gesponsord door onze eigen overheid. De Europese Bank drukt ondertussen even 2,8 miljoen kilo briefjes van € 50,= erbij. Het is Monopoly 2020 en het geld is straks net zo nep.

Kleine dingen geven het leven gelukkig nog kleur. Zoals de noodkreet van de bouwcoördinator van mijn tennisclubje in Berg en Dal. Het clubhuis wordt compleet gerenoveerd en dus moest er veel zelf gesloopt worden om de bouwkosten te drukken. Wie o wie wilde er a.j.b. zaterdag met een spade en gereedschap naar de club komen om te helpen? Omdat ik door Corona nog niet aan mijn twee verplichte vrijwilligersdiensten ben toegekomen, was er eigenlijk geen echt goede reden om te weigeren. En dus trok ik mijn bouwkloffie aan en stond om 8.30 uur paraat.

Tot mijn grote verbazing hadden er 15 mannen dezelfde conclusie getrokken en werd er monter aangevangen met het slopen van gevels, verwijderen van vloeren, afmonteren van schuifpuien en het kaal trekken van de stalen draagconstructie. Na een uurtje voortvarend werk kreeg ik uit het niets een dikke houten draagbalk op mijn voet. Daar valt mee te leven, ware het niet dat slechts aan één kant een paar stevige spijkers zaten en precies 1 van die spijkers door mijn schoen in mijn wreef boordde. Met moeite kregen we de balk weer los van de schoen. Ik voelde me even Jezus die aan het kruis zat genageld. Het voelde niet echt comfortabel…

Na het uittrekken van de schoen verwachtte ik een mini purperen fonteintje, maar tot onze stomme verbazing zat er alleen een diep bloedeloos gat waar een mooie vuurpijl stevig in zou blijven staan. En omdat mijn klusavontuur, onder het zicht van allemaal nieuwe tennisvriendjes, niet zo kon eindigen, sjorde ik mijn bouwschoen Bokitoproof dicht en ging weer verder. Ik hield hinkend als een aangereden hertje toch nog zes uur vol, maar toen was het tijd om de “daar heb je hem weer”-blik van Marion op te gaan zoeken. Een zwik pijnstillers, icepacks en veel witte wijn hebben de zwelling niet tegengehouden. Zondagmorgen tennissen met vriendje Gaico is niet heel realistisch…

Dat is best jammer, want ik heb de lol in tennis helemaal terug. Vooral dankzij amigo Gerard, die in Spanje altijd een thuiswedstrijd speelt. Maar de minder beschikbare vluchten in de winter gevolgd door een Corona-reisverbod hebben dat twee-dagelijks pleziertje ook stilgelegd. Daarom is het heerlijk om weer één of twee keer per week met vriendje Gaico ouderwets te staan rossen op de gravelbanen van ons nieuwe tennisclubje. Oude tijden herleven; baseline groundstrokes, topspinnende forehands, dropshots, slicende backhands. En ook heel veel unforced errors, want we rammen wat af. Meestal is na een uurtje de pijp wel leeg, want de geest is sterker dan het lichaam.

In mijn jeugd op de Goffert lagen er altijd 5 gravelbanen klaar om te tennissen. Dagen heb ik met vriendjes René, Henk en Robbert de meest rare tennis-marathons gehouden met bizarre regels: snoeiharde forehand die via de netband goed stuiterde, was meteen een gewonnen game.  Met serveren leverde een kanonskogel die je tegenstander raakte twee extra punten op. Bal terugslaan met je verkeerde speelarm was direct een punt. Voor lezers die niet tennissen is dit waarschijnlijk allemaal abracadabra , maar insiders die vroeger getennist hebben herkennen het meteen. Ik sloeg gemiddeld een racket of 4 per jaar kapot, de meeste uit frustratie en boosheid. Vroeger…

Ik verwacht, na deze korte wreef-interruptie, weer snel de baan op te kunnen. En wellicht pak ik straks wat extra bardiensten in het gerenoveerde clubhuis. Of beter nog, ik word ook lid van de barcommissie! Dan kan ik snel zorgen voor een mooi dranken-assortiment op een ruim terras, waar 1,5 meter afstand geen probleem gaat opleveren.

Misschien vraag ik Marion wel om me op vrijdagavond op te halen, na zo’n vermoeiende bardienst. Het is tenslotte maar 10 minuten tot ons stulpje in Duitsland. Doet ze met alle liefde, denk ik.

Als ik maar in beweging blijf. Want ik denk dat die spijker terug geveerd is op mijn vetweefsel. Dan heeft een hoog BMI (Bolle Makker Index) toch nog zijn voordeel. Survival of the fattest!

Blauw

Grappig publiek heb ik hier. Vorige week gingen vooral de babyboomers los op ‘sweet memory lane’ met de mooiste vakantieherinneringen. Het was vooral geinig hoeveel vergelijkbare ervaringen er waren met taaie autoreizen, armoedige vakantiehutjes en k(r)ampeer-gedoe. Gister raakten, na mijn vroege afmelding, hele families in de stress. Ik kreeg zelfs een appje: “hoe moet ik nu schijten?”

De reden waarom ik afhaakte was simpel; een houten kop. Na een avondje Social Closeness met dochters, vriendinnen en schoonzoon. Gewoon ouderwets ravotten in de tuin, barbeknoeien en spelletjes doen. Met net een paar drankjes meer dan goed voor me is. Toen ik eindelijk aan de column wilde beginnen, was het zondag en één oog al in slaapstand terecht gekomen. En sinds mijn vrijwillige schrijvers-sabbatical luister ik beter naar mijn innerlijke coach. Zennnnnnn……

Alhoewel het Corona-virus zakelijk nog steeds een zware beproeving is, ben ik privé best in een prettig ritme terecht gekomen. Marion werkt snoeihard en is 12 uur per dag weg. Ik werk thuis en klop en veeg en zuig en kook. Natuurlijk missen we onze tweewekelijkse trips naar Spanje, maar onze weekenden zijn nu lekker gevuld met veel kluswerk en inhaalavondjes met vrienden. En daarnaast is het heropenen van golf- en tennisbanen een lot uit de loterij. Elke week twee keer volle bak tennissen met vriendje Gaico en een keertje of 3-4 golfen geeft meteen fysieke vooruitgang. De rugpijn verdwijnt als sneeuw voor de zon, de schouders zitten weer los en de beenspieren worden weer getest. Heerlijk!

Woensdag, na een relax vroeg ochtendrondje golfen met compagnon Marcel, kwam er ‘out of the blue’ een opvallend WTF-momentje voorbij: ‘Waar is de politie?’ En had ik meteen het onderwerp voor deze column te pakken. De vraag of BOA’s moeten beschikken over pepperspray of een wapenstok is ook een indirecte vraag waarom er zo weinig blauw op straat is. Want dat geteisem in IJmuiden had zich waarschijnlijk snel uit de voeten gemaakt bij de komst van een Wout met een hond of een Juut op een paard. Desnoods de ME (Moordzuchtige Eikels) inzetten. Die gebruiken de lange wapenstok i.p.v. de korte en ik kan je verzekeren; je loopt een week heel moeilijk na een tik.

De afkorting BOA staat voor Buitengewoon Opsporings Ambtenaar, maar Bijzonder Ongeschikte Arie is meer op zijn plaats. Als ik aan de discussies denk, die ik soms voer met een BOA, is het goed dat we allebei geen pepperspray of korte wapenstok voor handen hebben. Want het zou leiden tot een veldslag, waarbij vergeleken de huidige rellen in de VS maar een schoolplein-fittie zijn. Ik snap best dat BOA’s in onze verharde maatschappij nodig zijn en het zeker niet makkelijk hebben, maar om serieus met tegenspraak of boosheid om te gaan is vooral tact en de-escalatie nodig en geen wapen. En heb je dus minimaal 15 hersencellen en een goede opleiding voor nodig. Case closed!

Waarom zijn die blauwe Klabakken niet zichtbaar op dit moment? Er is geen voetbal met risicowedstrijden, geen evenementen, geen festivals, geen demonstraties en al helemaal geen nachtleven. 85% van de extra inzet is weggevallen. Zitten ze de hele dag te toepen en te poepen in het Klabakkarium? Formuliertjes in te vullen? Functioneringsgesprekken met elkaar te voeren? (“Heel goed Herman,  je hebt in de maand april 0 conflicten opgelost”). ATV op te nemen? In drie maanden tijd heb ik 1 (één) Blauwe Controle aan de grens gehad, terwijl ik er meer dan 100 overheen ben gereden. Je zou toch, zeker in de beginfase van Corona, denken dat iets meer zichtbaarheid nuttig kan zijn? Maar helemaal nichts, nada, noppes, niente.

Ik roep dit alleen in jullie belang, want zelf kan ik best zonder de kleur blauw. Denk maar mee: Belastingdienst, IKEA, KLM, Overheid, Twitter, AH, Ryanair enz. enz. Heel veel bedrijven of instanties met de kleur blauw doen aan de voorkant poeslief met slogans als: “leuker kunnen we het niet maken” of “een beetje aandacht maakt alles mooier”. Maar trap er niet in. Blauw is de kleur van bedrog, arrogantie en winstbejag. Wees alert als je te maken krijgt met een blauw bedrijf. Houd je portemonnee, je kinderen en je eigen waarde in de gaten.

Deze waarschuwing is geen hoax of complottheorie. Het is net een virus en verspreidt zich razendsnel. Daar kan de politie nog wat van leren….  

Vakantie

Vandaag even geen Corona-shit. Er is genoeg te melden, maar ik zoek meer iets luchtigs. En nu langzaam duidelijk wordt wat deze zomer nog wel en niet mag, kunnen we vakanties gaan plannen. Misschien blijft je oude plan gewoon staan, omdat het toch al Zoutelande zou worden. Maar misschien moet je, net als wij, op reset drukken. Omdat je vakantiedoel in duigen valt.

Denk dan even terug aan die gouwe ouwe familievakanties. Toen vliegen alleen nog voor de Happy Few was en de meeste gezinnen al dolblij waren met bv. twee weken Camping Cala Gogó in Playa d’Aro. Dat je samen met je drie zussen of broers op de achterbank van de familieauto werd samengeperst om zonder airco 16 uur af te zien op de Autoroute du Soleil. Met handdoeken voor de ramen (gelukkig nog handbediening) vastgemaakt om de zon tegen te houden. De tas met proviand helaas voorin de auto tussen de benen van je vader of moeder. Kon je nooit ongezien bij komen. Je was de straat nog niet uit of de bijrijder riep al: “wie wil er een broodje?”.

Het was ook zaak om precies achter de bestuurder te zitten. Dan was de kans dat een achterwaartse uithaal op jouw snoet eindigde, het kleinst. Het gebrek aan frisse lucht, ventilatie of bewegingsruimte was bijna catastrofaal. Soms zat de helft van de passagiers ook nog te kokhalzen door wagenziekte. Primatourtjes, Napoleon’s zuurballen en kotszakjes waren altijd binnen handbereik. De jongste vroeg meestal na een half uur al: “zijn we er al, hoe lang nog?” Die werd door de rest dan meteen minimaal 500 km genegeerd. Het ergste waren de flauwe spelletjes: ‘Tel de meeste rode auto’s’, ‘ik zie ik zie wat jij niet ziet en het is geel’ (Papa’s tanden! Zuurbal! Lampje van de benzine!) ‘welke liedje neurie ik nu?’.

We hadden geen Ipad, koptelefoontjes, mobiele telefoons en autogordels. Soms werd voorin gewoon lekker gepaft, onderweg stopten we bij bomvolle parkeerplaatsen met stinkplees en soms zelfs gewoon met een ranzig gat in de grond. Geen idee hoe je daar wat in kon mikken, dus meestal werden je schoenen zeiknat (en ook geel). Bij gebrek aan navigatie werd elk jaar hetzelfde gammele, achterhaalde kaartenboek van de ANWB gebruikt om de route te bepalen. En steevast ontbrak pagina 113/114> Dijon-Lyon. Daar ging het ook altijd fout, met veel tijdverlies en gevloek tot gevolg. Als we daarna weer in de goede richting reden, hield iedereen wijselijk zijn mond. Maar na een minuut of 20 barstte achterin de hel weer los.

Het is mij een raadsel waarom juist mijn ouders ervoor kozen om elke zomer drie weken te gaan kamperen. Ze werkten zich het hele jaar het snot voor de ogen en gingen dan hondsmoe met vier volstrekt onhandelbare kids met een vouwcaravan door Europa trekken. Waanzin. Oostenrijk/Hongarije 1975, Zweden/Noorwegen 1976, Engeland/Schotland 1977.

Bij aankomst op een camping stoven mijn moeder en zussen meteen zo ver mogelijk weg, terwijl ik gedwongen werd tot meedogenloze kinderarbeid om mijn vloekende vader te helpen de Travelsleeper op te bouwen. Door de vele scharnieren was het levensgevaarlijk en ik ben anno 2020 nog verbaasd over al mijn vingers te beschikken. Maar het ergste was: als we na twee dagen een beetje tot rust waren gekomen, werd met hernieuwde doodsverachting het kampeergedrocht weer ingeklapt om te verkassen. Een keertje of 10 per vakantie…

Het rare is: op bijna elke foto lachen we. Hoe dan??? Mijn linker hersenkwab denkt bij alle vakantieherinneringen aan stress en ruzie, de rechterkwab aan vrolijkheid, gezelligheid en lol. We hebben jaren geleden +/- 20 miljoen vakantiedia’s gedigitaliseerd en gerangschikt. Door te selecteren op aanwezigheid van mensen bleef nog maar 10% over. Alle natuurdia’s van bijen, bomen, beflijsters, bergeenden en bloeiende begonia’s hebben geen plekje in de vakantie-eeuwigheid bemachtigd.

Zouden we het nog kunnen, vakantie vieren zoals in onze jeugd? Zonder alle Social Media, technische snufjes (koelboxen, airco) of luxe apparaten? Met ieder kind om de beurt één casette-bandje ( TDK-Chrom 60 minuten) in de autoradio i.p.v. Spotify op je eigen mobiel?. Jerrycans van 5 liter sinas limonadesiroop i.p.v. Red Bull? Dus ik daag jullie uit: plaats onder deze column een vakantiefoto uit je jeugd. Met alleen jaar en plaats. Gewoon, nostalgie en sweet memories!