T.B.S.

Het voordeel van columns schrijven als hobby is dat je niet afhankelijk bent van leescijfers. Je kiest zelf het onderwerp waar je zin in hebt om over te schrijven. Soms worden ze tot mijn verrassing goed gelezen (zoals vorige week de Breiclub) en soms ben ik de enige die enthousiast was over de column. Dat werkt best louterend, maar kost geen brood.

Vandaag ga ik wat dieper in op ons rechtssysteem in Nederland en specifiek op TBS. Dat betekent dat na de vorige zin al 45% van mijn lezers is afgehaakt. Die hebben wel wat beters te doen vroeg op zondag. Het is ook een controversieel onderwerp, waar de meningen sterk over verdeeld zijn. En ook meestal langs politieke voorkeurslijnen. Simpel gezegd; links is voor, rechts vindt het niks.

We zijn redelijk uniek met TBS als straf-mogelijkheid. Bijna alle landen hebben 1 optie: Je bent schuldig en dus moet je brommen. Wij hebben een 2e optie: je bent (gedeeltelijk) ontoerekeningsvatbaar voor je daad en we gaan je ook behandelen. Straf moet wel minimaal 4 jaar zijn, dus je krijgt geen TBS voor het likken aan de omafiets van je buurvrouw.

Steeds vaker leggen rechters TBS op, gemiddeld elk jaar 10% meer. Er zitten nu pakweg 1500 mensen in TBS tegenover pak em beet 27.000 in een gewone gevangenis. Ook apart om te weten; er zitten nu 25% minder mensen vast dan 10 jaar geleden. Nederland wordt steeds veiliger, maar dat geluid hoor je zelden. We zijn misschien wel teveel bezig met de excessen zoals de Moccro-mafia. We zitten bij de 5 landen met procentueel het laagste aantal gevangenen.

En dat komt ook door TBS. Want het doel van TBS is om gestraften voor te bereiden op een terugkeer in de maatschappij én te zorgen dat ze niet weer in de fout gaan. Dat is voor TBS-ers ongeveer 10% tegenover 20% voor normaal gestraften. Dit recidive-cijfer is vooral heel hoog in landen waar hard wordt gestraft en niets wordt gedaan om mensen ‘beter’ te maken. In Amerika is het na 2 jaar al 65%, in Australië 53%, in Engeland 59%. Anders gezegd; in die landen gaan de meeste gevangen na vrijlating weer in de fout. Niks geleerd, niets veranderd.

Maar er is altijd kritiek en gedoe rondom TBS. En dat komt omdat er soms iets gruwelijk fout gaat bij de proefverloven. Die verloven zijn een cruciaal onderdeel van de behandeling om ‘patienten’ voor te bereiden op terugkeer in de maatschappij. Er zijn jaarlijks 70.000 van dit soort proefverlofdagen, van een begeleid uurtje naar een winkelcentrum tot een onbegeleid weekend naar huis. Dit jaar ging dat twee keer echt mis, de laatste afgelopen week. Triest en schokkend. Elk incident 1 teveel.

Meteen wordt dan vanuit de populistische politieke hoek geroepen dat alle verloven moeten worden gestopt. En TBS moet worden afgeschaft. Al het moeilijke, gevaarlijke en goede werk meteen bij het vuilnis. De goeden die onder de kwaden leiden. Het zou het zelfde zijn als je alle voetbalsupporters uit een stadion weert, omdat 1% mafketels er altijd een puinhoop van maken.

Ik ben zelf een paar keer in de Pompekliniek geweest. Het 1e zaterdagelftal van de Pompekliniek speelde onder de naam Jonkerboys in onze competitie. Het was niet eerlijk, want ze speelden altijd thuis. We moesten door alle controles en poorten heen naar de kleedkamer en speelden op het enige veld met hoge hekken en veel camera’s. Best grappig hoe zo’n wedstrijd verliep. Normaliter hakten we er stevig op los in het veld, maar daar waren we toch net iets voorzichtiger met het neerhalen van je tegenstander… Je wist namelijk niet of het een begeleider of een TBS-er was. Daar kwam je bij opstootjes wel snel achter, want dan werden de heethoofden snel gewisseld en mochten ze vast douchen.  

Ik snap best wel het gevoel bij veel mensen dat er vaak door rechters te licht wordt gestraft. En soms is het voor slachtoffers zwaar om de in hun ogen te lage straf te accepteren. Maar we leven niet meer in een Middeleeuwse maatschappij onder het mom van: oog om oog, tand om tand. En de landen die dat wel hanteren hebben dus vaker meer criminaliteit en hoge recidive. We hebben het hier zo slecht nog niet geregeld. Toch?

De Breiclub

Vorig weekend is het WK in Qatar van start gegaan. Ik weet niet of het met mijn vorderende leeftijd te maken heeft, maar ik ben zelden zo ongeïnteresseerd in een toernooi gestapt. Er zijn genoeg redenen aan te geven: we hebben 10 jaar de kans gehad om de corrupte keuze ongedaan te maken, we moeten ineens in de winter spelen in plaats van hartje zomer met volle terrassen, ik heb een pesthekel aan die arrogante van Gaal, er is 300 miljard verbrast om patserig te showen dat met geld alles te koop is en duurzaamheid dan nul prioriteit heeft.

Na het eerste mazzelpotje tegen Senegal, was er vrijdag weer zo’n typisch Nederlands potje. Te weinig inzet, te defensief, te slap. Ik had in de kroeg met het voetbalteam van Marloes meegedaan aan de pool en als enige geen overwinning voorspeld, maar 1-1. Ik heb het einde niet afgewacht en ben net als al die Qatari lekker bijtijds naar huis gegaan. En als we toch nog in de volgende ronde komen, worden we afgetroefd door een simpel voetballand dat met het mes tussen de lippen het gras opvreet. Japan, Australië, VS, Servië. We hebben niets te zoeken in die proleten-zandbak.

Woensdag was zo’n dag dat mijn vertrouwen in de medemens ernstig op de proef werd gesteld. De beoogde noodopvang in Someren was in brand gestoken. Aankomende week zouden er 450 vluchtelingen (vooral gezinnen met een goede kans op een verblijfsvergunning) worden ondergebracht. Er was al een tijdje een felle groep van 288 mensen uit Someren die tegen de komst protesteerden, want ze vonden 2,5% extra bewoners veel te veel.

Een dame uit het groepje van 288 werd geinterviewd. Ze woont in de buurt en durft straks de hond niet meer uit te laten, want: “weet je nog wat er met Marianne Vaatstra is gebeurd?” Toen de verslaggever uitlegde dat deze Friese jongedame in 1999 niet door asielzoekers (wat jarenlang was geroepen) was vermoord, maar door de lokale boer die dicht bij Marianne woonde, zei de dame: “oh dat wist ik niet, maar je snapt wat ik bedoel.” Tegen zoveel domheid en ongefundeerde angst is geen argument opgewassen.

De vraag is: wie steekt zo’n opvang in de fik? Wie ben je? Wat denk je? Waar is het fout gegaan in jouw leven? Met welk recht steek je andermans spullen in de hens? Waarom speel je voor eigen rechter? Wat voor een sticker heb je op je auto? Wie heeft jou lopen opfokken om dit te doen? Heb je kinderen? Ben je wel eens aangesproken op je gedrag? Ben je trots op je actie?

Maar gistermorgen klaarde mijn wereld op. Traditiegetrouw lees ik dan eerst uitgebreid de zaterdagedities van 4 kranten. En tussen alle mineur over Oekraïne, Matthijs van Nieuwkerken, stikstofuitkoop en slavernij-excuses stond een artikel met als titel: “Blij dat ik brei; de breiende man moet uit de kast durven komen.” Ademloos heb ik het artikel verslonden. Op zoek naar een rustgevende hobby voor de lange winteravonden. Ik heb het gevonden en ben om; ik ga breien!

Er blijkt nog een taboe te rusten op breiende mannen in de trein, maar ik ga hartstochtelijk meehelpen om breien uit de schaamtehoek te halen. Door jullie te motiveren en te abonneren op You Tube kanaal Pera Pasha (voor haken) of Mr. Knitbear (voor breien). Of samen te carpoolen om donderdags naar het brei-café in Schoonhoven te gaan. Men Only hè? De brei-scène wordt al jarenlang gedomineerd door grijze oma’s die geen inmenging dulden. Hun landelijke leidster Babette onderdrukt net als haar grote voorbeeld Gianni Infantino van de FIFA elke vernieuwing of democratische verandering. Het heeft tot een onacceptabele discriminatie van oprechte, breiende mannen geleid. Maar genoeg is genoeg, we pikken het niet langer.

Ik ga me specialiseren in zelfgebreide sokken van hoogwaardig katoen, geplukt door mensen met een arbeidshandicap op de zuidelijke heuvels van de streek Rangpur in Bangladesh, dicht tegen Nepal. Vanaf 2023 zijn ze te bestellen, in regenboogkleuren, in de maten L tot 4XL. Ik zou het leuk vinden, desnoods anoniem, om af en toe een breitje te leggen met iemand. Stuur maar een berichtje. Mag ook een PB zijn. Dan haak ik je aan.

Granada

De timing was goed. De weersverwachtingen voor dit weekend in Nederland kondigden guur herfstweer aan en dus ryanairden wij richting Malaga. Met als voornaamste doel een stedentripje naar één van de Andalusische parels.

We zijn er al een paar keer geweest, in Granada. Met een kwart miljoen inwoners is het zeker niet klein, maar vergeleken bij Sevilla, Cordoba en Malaga aangenaam overzichtelijk. Ik denk dat velen van jullie er wel eens geweest zijn, want de grote trekpleister la Alhambra staat steevast in top 5 van meest bezochte bezienswaardigheden in Spanje, met 2,7 miljoen bezoekers. Bovenaan natuurlijk nog steeds mijn doopkerkje in Barcelona.

Elke route door Andalusie brengt je langs prachtige vergezichten, glooiende olijfboomvelden of dorre woestijnlandschappen. Wij kozen voor de kustweg om ook een bezoekje te brengen aan Frigiliana, een oud wit dorpje in de bergen en veel minder toeristisch dan bv. Mijas. Na een vorstelijk ontbijt reden we relaxed met de geleende auto van Bart en Isabel door, onderweg de net besneeuwde toppen van de Sierra Nevada bewonderend.

Klokslag 13.00 uur bestelden wij bij Rollo de eerste drankjes en tapas, in de schaduw van de kathedraal. Ook Granada heeft de mooie gewoonte om bij elk drankje een huisgemaakte tapa te serveren, dus als je maar lekker door drinkt krijgt je nooit echt honger. De zoektocht naar de parkeergarage van het hotel was zenuwslopend; we mochten alleen geauthoriseerd, in bloktijden, door het oude centrum slalommen zonder navigatie en met de typisch Spaanse krakkemikkerige omschrijving als houvast. We hadden 4 verschillende codes nodig: voor de poort, voor het sleutelkastje, voor de lift waar de auto in verdween en een aparte code om als voetganger het doolhof weer te verlaten. Ben benieuwd of de auto straks tevoorschijn komt. Anders koop ik één van de toeristische Aladdin-toverlampen die hier overal te koop zijn.

We werden wel vorstelijk beloond, want we zaten in het hart van de wijk el Albaícin, de oude Arabische wijk aan de voet van Alhambra. Granada is lang de hoofdstad van een belangrijk Islamitisch koninkrijk geweest en dat zie en merk je overal. Na de Reconquista door het katholieke Spaanse hof eind 15e eeuw, verdwenen de Moren en de Joden, maar niet de sfeer en cultuur. En gelukkig zijn de mooiste gebouwen, waaronder la Alhambra, bewaard gebleven en niet in blinde, devote godsdienstwaanzin verwoest. 

Het kan geen toeval zijn dat we bij de namiddag borrel in een klein kroegje aan de praat raakten met eigenaar Hassani. Hij belichaamt eigenlijk de cultuur van de Moren uit vorige eeuwen. Welbespraakt, vriendelijk, gastvrij, erudiet, met roots in Algerije. Al snel raakten we via hem in gesprek met een gepensioneerde Française, een reislustige Braziliaan, een local die gestudeerd had aan het Conservatorium in Den Haag, aangevuld met Spanjaarden uit alle windstreken. Toen iedereen weer weg was, schonk Hassani nog wat in en zei de filosofische woorden: “ik sluit de dag altijd af zonder ballast, om de volgende dag zonder vuilnis te kunnen beginnen.”

Hij tipte ons ook voor een incrowd flamenco-show, ergens om de hoek in één van de nauwe steegjes bovenin El Albaícin. Het begon zoals gebruikelijk in Zuid Spanje een uurtje later dan aangekondigd, maar de 25 bezoekers in het piepkleine zaaltje kregen een fantastische show te zien. Er zijn veel stromingen Flamenco-muziek, maar deze bestond vooral uit Sevillanas en Malagueñas. De prijs voor de show was €15,=, de wijntjes €1,= per glas. Tegen middernacht stapten we overdonderd de vrieskou in, namen nog een laatste drankje (met als tapa een megabord tuinbonen met ham) en vielen als een blok in slaap.

Vandaag proberen we de laatste must sees van Granada te bezoeken. Het Alhambra hebben we al vaker gezien en is over een paar jaar, als de Alzheimer Light verder heeft toegeslagen en de herinnering heeft vervaagd, weer aan de beurt. We sluiten het bezoek aan Granada af met een lunch bij Vinos y Rosas, ook een tip van Hassani. 

De kleinschaligheid in combinatie met veel cultuur maakt Granada een heerlijke weekendbestemming. Deze Andalusische dame heeft vriendelijke elegantie. Ze wil je graag ontmoeten.

De Goffert, mijn jeugd

Ineens, uit het niets, kwam deze week een foto voorbij, die mijn jeugdherinneringen activeerde. De foto liet de vervallen tennisbanen zien van de Goffert. Ze zijn al jaren niet meer in gebruik en dat was te zien.

In 1970, in mijn 8e levensjaar, verhuisden we met het gezin van een klein woninkje in de wijk Hees naar de grote Goffertboerderij. Mijn Opa en Oma maakten de omgekeerde beweging, op zoek naar meer rust op hun oude dag. Voor mij braken gouden jaren aan, want mijn speel- en leefterrein werd ineens onmetelijk groot. Mijn nieuwe slaapkamer was net zo groot als de gehele benedenverdieping van ons oude huisje. En veel belangrijker: via het rieten dak kan ik makkelijk op de keuken-uitbouw komen en ongemerkt in het donker verdwijnen.

Mijn ouders waren altijd druk met het horeca-bedrijf. Vanaf heel jong werkte ik mee en kreeg daar vrijheid voor terug. Want als jij 15 bent en in het weekend tot 03.00 uur ’s nachts moet werken, is laat uitgaan ook terecht. Ook meldde ik vaak keurig dat ik ging slapen, nam de vluchtroute via het riet en verdween naar de stad. Op de weg terug naar huis haalde ik soms Wilbert, de bejaarde terreinknecht in, die om 6 uur begon met werken. Hij heeft nooit wat verklapt. Goeie kerel.

Een andere markante medewerker was Thijssen, de klusjesman die ook de tennisbanen onderhield. Hij was vader van 9 kinderen en had een stopwoordje wat mijn zussen en mij al ons hele leven achtervolgt. Elke 4 woorden kwam er ‘Wittewel’ tussendoor. Hij had voor ons geen voornaam, want we noemden hem ook Wittewel. Tijdens zijn vakanties moest ik 3 x per dag de tennisbanen sproeien, vegen en de lijnen bijwerken. Oersaai werk en bar slecht betaald.

Naast de tennisbanen exploiteerden wij ook de kinderspeeltuin. Een gigantische zandbak met speelattributen en een ondiep, goor zwembad zonder pompsysteem. Het heette in de volksmond ook terecht het Kikkerbadje, want je wist nooit wat er tussen je tenen wegglipte. De entree was in het begin 10 cent en vooral gezinnen uit de volkswijken Willemskwartier (“die van het spoor”), De Kolping (“hullie”), de Wolfskuul en ook het Waterkwartier (“De Rimboe”) kwam in het weekend hele dagen aanwaaien.

Er was altijd wel een vechtpartijtje, een familieruzie of een dronken vader. Er mocht alleen bij het keetje gekocht worden en niks meegenomen qua drank. Maar op vrijdagavond werden de tassen al in het zand begraven. Handig, want als ik van de stad terug kwam, kon ik altijd wel een paar lauwe blikken bier vinden om de avond af te pilsen. Soms werd ik op heterdaad betrapt, was dan niet snel meer ter been en vervolgens stevig in elkaar gerost. Risico van het vak. Vaak ben je te bang….

Wij hadden ook de sleutels van het Hertenkamp. Dan was er weer een plastic zak over het hek gevallen, waar een hert op ging knabbelen. Schijnen ze niet zo goed tegen te kunnen, die Bambi’s. Ik heb de sleutel vooral gebruikt om ’s nachts met vrienden een rondje Schaapje of Ezeltje te rijden (Bambi’s kregen we niet te pakken). Maar toen ezel Harrie uit zichzelf al naar mij toe kwam voor het ritje, was de lol er snel af. Kan ook zijn dat ik intussen 16 was….

Mijn zussen en ik, we hebben allemaal verschillende jeugdherinneringen aan die tijd op de Goffert. Ik denk aan een tijd vol vrijheid en avontuur. Dat kan ook komen, omdat ik altijd alleen maar de leuke dingen onthoud. Het is niet zo dat ik mijn ogen sluit voor de negatieve zaken, maar ze gaan blijkbaar daarna meteen naar de schuilkelder van mijn geheugen. Daar waar ook alle inlogcodes worden bewaard…..  

De oude tennisbanen van de Goffert worden omgebouwd naar padel-banen en chagrijnige buurtbewoners vrezen het ritmische gebonk. Ik heb, lang na de jeugd-tennisjaren op de Goffert, de lol in tennis dankzij Gerard en Gaico weer helemaal terug. Nog net zo fanatiek, alleen blijven de rackets nu wel heel. Tot nu toe…..

Door de foto kwam de Goffert, mijn jeugd, ineens weer tot leven. En moest ik denken aan de tekst op het monument van de bekende Nijmeegse cineast Joris Ivens: “Dikwijls, ver weg, is Nijmegen, mijn jeugd, toch dichtbij.”

Kakmadammen in de Plus

Het boodschappenlijstje lag klaar, de Plus-tas hing aan de voordeur. En het was vrijdag, voor mij een traditionele LALA-dag (Lummelen-Aanrotzooien-Lanterfanten-Avondeten maken). Na het vroege fintniks-rondje reed ik naar de Beekse Plusmarkt. Over de prachtige 7-Heuvelenweg, die door de intense herfstkleuren lijkt op kerst-uitpakpapier.

Het begin was niet sterk. Ik zocht in mijn jas-, broek- en binnenzakken naar het lijstje. Terwijl ik de tas al aan het winkelwagentje had gehangen, was toch de conclusie dat die nog op het aanrecht moest liggen. Chagrijnig en Spaans vloekend sjeesde ik naar huis, ondertussen Marion append. 20 minuten later stond ik weer op dezelfde plek, toen het berichtje binnenkwam. Marion had uit voorzorg een fotootje van het lijstje gemaakt. In mijn hoofd vochten de woorden dom, nutteloos en laks om voorrang.

Bijna botste ik tegen haar op. Ze stond prominent bij de ingang, als een sfinx voor een Farao-graf. Het tafelkleed dat gedrapeerd om haar nek hing, was groot genoeg om een tentenkamp voor asielzoekers op te bouwen. Het was waarschijnlijk hét koopje van de laatste Dolle Dwaze Dagen van de Bijenkorf. Geen Japanner of Chinees zal zo’n ding kopen, want die struikelen erover of vallen om van het gewicht. Voordat ik me af kon vragen waar ze opwachtte, klonk de kreet van een dronken pauw achter me. Haar vriendin, in stemmig chique zwart alsof ze zojuist van de begrafenis van haar oudtante kwam, trippelde naar haar toe. Op haar zwarte pumps zaten vreemde zwarte rozen geplakt, alsof een hond er twee drollen op had gedraaid. Ze gingen samen boodschappen doen, het uitje van de week. Instinctief voelde ik het onderwerp van mijn column aankomen en ik besloot ze spionerend te volgen.

Ik had geluk, want Juliana en Beatrix liepen hetzelfde rondje. Misschien niet helemaal toevallig, want Marion maakt het lijstje zodanig dat ik in één vloeiende beweging bij de kassa uitkom. Ons spelletje is simpel; ik probeer een foutje te ontdekken in de routing en Marion kijkt of ik alles conform opdracht heb uitgevoerd. Meestal verlies ik, omdat ik de vet onderstreepte A van Aanbieding over het hoofd heb gezien en dan 2 flessen Glorix wel genoeg vindt. Terwijl de deal 3 voor de prijs van 2 is…Soms was ik Juul en Bea even kwijt, maar ik kwam ze op de bonusroute vanzelf weer tegen. Daarnaast praatten ze zo luidkeels, dat de Conimex Glasnoedels van de bovenste schap af trilden. Ze wilden iedereen laten horen hoe fantastisch ze konden koken, welke producten absoluut de beste waren en vooral wat een ontzettend leuke vriendinnen ze voor elkaar waren. Het was schaamteloos exhibitionistisch gedrag van twee opgedroogde ijsvogels. En ik wist wat er nog ging gebeuren…

Door mijn routine én het feilloze lijstje was ik eerder bij de kassa dan Juul en Bea. Ik besloot even in te houden, keek gedachteloos naar de treurige bloemenstellage en hoorde ze kwetterend aankomen via de schoonmaakgang. En BAM, ze probeerden het gewoon! Voorkruipen! 60Plus-vrouwen dringen bijna altijd voor! Quasi onwetend, maar zeer gluiperig. De hele godganselijke dag geen reet te doen en dan nog je kakkerige draaikont gebruiken om 38 seconden eerder aan de beurt te zijn. Al jaren een stevige 3e plek in mijn Ergenissen-top10. Waarom doen ze dat in godsnaam? Wat wil je bereiken? Waaraan ontleen je het recht? Ook in Duitsland gebeurt het. Daar wordt Frau Doktor of Frau Notar gewoon eerder geholpen. En lopen ze met een Übermensch-uitstraling rond, waar ik oprispingen van krijg. Krijg dan zin om over zwarte neprozen heen te kotsen. Terwijl het pas echt hautain zou zijn als je andere mensen voor laat gaan omdat je zelf geen haast hebt. Het zit niet in Marion, maar ik weet 100% zeker dat ze het nooit zal doen waar ik bij ben. 200%!

Ik heb er nog over gedacht om i.v.m. privacy een balkje voor hun ogen te plakken. Maar dit soort is algemeen bekend, net zoals zware criminelen als Holleeder en Rijkman Groenink. Ook al heetten ze soms Godelieve of Reinhilde. David Attenborough zou er een prachtige tekst bij in kunnen spreken: “the scream of this species kills all males instantly.” Jammer dat ze niet met uitsterven worden bedreigd. Maar hun overlevingsmechanisme (overal voorkruipen) is sterk. Daarom worden vrouwen ook ouder. Omdat mannen met lijstjes erachteraan lopen. Altijd.

lijstje in de plus

Anders denken

Terug uit Thailand, voelde afgelopen week als Cold Turkey. Weg was de rust, de massage, het lekkere eten, de magie van mooie boeken. Terug was de hectiek, het bombardement aan e-mails, de snelwegkilometers. En wat vooral weer opviel: de boosheid in Nederland.

Want de boze helft van Nederland ging helemaal los op die paar activisten van Extinction Rebellion. Dat zijn die koekwousen die zich vast lijmen aan beroemde schilderijen of er tomatensaus en aardappelpuree tegen aan gooien. Één ding is zeker: ze hebben alle aandacht, ook al is die vooral negatief. En eigenlijk is wat ze doen best origineel verzonnen. Dat wil niet zeggen dat ik het ermee eens ben of goedkeur, maar ik heb nou eenmaal een zwak voor andersdenkenden en -doeners.

Natuurlijk zou het niet fijn zijn als er bij het Meisje met de parel van Vermeer blijvende klodders van zetmeel in haar oosterse tulband blijven hangen. Maar tot nu toe is er volgens mij geen blijvende schade. Ook niet aan die talkshow-tafel bij Beau. Het was wel een beetje een sneu type, die Jelle de Graaf. Hij was bang voor een brandblaar toen hij van de tafel af werd gekieperd. Op zijn Linked In profiel staat Jelle als Strategisch Adviseur en Campaigner. Hij zal het niet zo druk krijgen..

Maar het echte gevaar zit niet bij dit soort gasten. Het zit bij al die agressieve mensen met een kort lontje die de meest walgelijke bedreigingen uiten. En die daarin gevoed worden door enge mannetjes, zoals die Gideon van Forum voor Democratie. En die allemaal gaan e-mailen om het sprookjesboek van Thierry Bidet te laten winnen bij de NS Publieksprijs. Het neemt bizarre vormen aan, de onbeschofte bedreigingen.

Van de week ging de filmpremière Wolven niet door. Auteur Cees van Kempen heeft 5 jaar lang in een schuilhutje tussen de wolven geleefd, om een mooie natuurfilm te maken. Maar de tijden van Roodkapje herleven, want er zijn veel wolvenhaters en die hebben Cees dusdanig bedreigd om hem als een schaap te slachten, dat hij toch maar even uit beeld blijft. Om een film over een paar wolven… Waar gaat het nog over?

Daarom maak ik me zorgen over de overname van Twitter door Elon Musk. Hij zegt het te doen omdat hij Freedom of Speech het allerbelangrijkste vindt. Maar we weten allemaal waarom Trump van Twitter af werd geknikkerd. Om het opruien, om het verkiezingsuitslagen in twijfel trekken, om het oproepen om naar Capitol Hill te komen. En dan begint Freedom of Speech te schuren, zeker bij mensen die een politieke voorbeeldfunctie hebben. Want wat zij zeggen of uitspreken, wordt door hun volgers vaak blindelings gevolgd en/of uitgevoerd.

We hebben de laatste tijd in Nederland genoeg voorbeelden waar dat toe leidt: thuisbezoeken bij politici, gevaarlijke blokkades op snelwegen, rellen, zelfs boerse Caroline van der Plas moest even onder het radar. Er is genoeg reden om boos te zijn. Maar wanneer gaat haat de grens over naar bedreigen? Omdat het zo makkelijk is, vanachter een toetsenbord? Want als ze voor de rechter staan, zijn het meestal zielige jankers: ‘ik had het niet zo bedoeld’, ‘ik heb mezelf laten meeslepen’, ‘ik zat slecht in mijn vel’, ‘ik heb er spijt van’. Loosers-gedrag.

Misschien is vrijheid van meningsuiting aan een nieuwe definitie toe. Bij 3 verbale bedreigingen een jaartje geen Social Media. Bij oproepen tot geweld 200 uur schoonmaken in het AZC in ter Apel. Bij het opzoeken van politici verplicht een jaartje werken als beveiliger op Schiphol.

Als er iemand een reden heeft om boos te zijn is het Maurice Hastings. 38 jaar vastgezeten voor een moord in 1983 die hij niet had gepleegd. Al vanaf 2000 bezig om een DNA-onderzoek te krijgen om zijn onschuld te bewijzen. En pas nu, in 2022, blijkt hij ten onrechte te zijn veroordeeld. En wat zegt deze man: “Ik ben niet verbitterd en ik wijs niet met de vinger. Ik wil gewoon genieten van mijn leven dat ik nu terug heb, zolang ik nog leef.” Een hele diepe buiging!

Dus laten we proberen anders te denken of om te denken. En je proberen in te leven in de ander, ook al ligt dat mijlenver buiten je comfortzone. Laten we minder boos zijn.

Khao Lak (2)

Het zit er alweer op. Vanavond stappen wij in de vliegbus terug naar Europa. Aan een ontzettend relaxte, haast luie vakantie komt op tijd een eind. Je zal er maar aan wennen….

Want we hebben eigenlijk niks gedaan de afgelopen 11 dagen. Niets waar je moe van wordt of je voor moet inspannen. Onze lichamen zijn gereset en schoongespoeld. Marion heeft precies elke dag een massage gehad (11x) en ik ben met 6 keiharde Thaise massages ook weer in staat mijn tenen aan te raken. Mijn potige masseuse ondergaat nu een Thaise Arbeids Risico Inventarisatie om het traject te bepalen hoe de ontwrichting aan haar gestel gereduceerd kan worden om weer  voor 75% arbeidsgeschikt te raken.

Om neigingen tot jaloersheid te verminderen heb ik goed nieuws: Ik heb in mijn leven nog nooit zoveel regen in één week zien vallen. Mijn eigen meteorologe Marion heeft het exact bijgehouden en kwam tot 440 ml regen in 9 dagen. Dat is grofweg de helft van wat er normaal in een jaar in Nld valt. We zijn al vaker in het regenseizoen naar Azië geweest en waren hier niet voor een strandvakantie. Behalve een uurtje op de 1e dag hebben we geen strand- of zwembadtijd gebruikt. Liever de droge momenten benut om rond te toeren.  

Maar “elk nadeel hep zijn voordeel”, zei nr. 14 al eens. Ik heb beide boeken (1220 pagina’s historische romans over met name Barcelona) uit en ervan genoten om mezelf weer eens te verliezen in een prachtig verhaal. En misschien stap ik nu toch maar eens over naar digitale boeken op een e-reader, want met verre reizen is 2 kilo boek in je koffer best onhandig.   

Gele Gerrie, onze scooter, heeft ons door alle regenbuien heen overal gebracht. Voor 26 Baht (€ 0,60) per stuk hadden we kekke plastic regencapes gekocht. Die wel meteen uit moesten als het even droog werd, want anders werd je door het klamme zweet alsnog drijfnat. Gele Gerrie was wel een beetje traag met remmen, maar je bent in Thailand meestal toch al te laat als je plotseling een noodstop moet maken. Dus het was niet zo bezwaarlijk. Vaak ben je te bang….

Het dagprogramma was bijna eentonig saai. Opstaan, ontbijten, weer-analyse, massage, scooteren, Thais eettentje opzoeken, scooteren, lezend bijkomen op de kamer, avondwandeling met klein Thais snackje, slapen. Toeristisch gezien heeft de omgeving niet veel. Er zijn mooie watervallen (zeker nu haha), prachtige baaien, mooie tempels en een paar toeristische attracties. Één ervan was een kanotocht door een stukje jungle, the Little Amazone genoemd. Maar ‘Little’ was nog een maatje te groot voor een fluttochtje van een uur door een mangrovebos zonder dieren. Er lag een grote opgerolde zwarte slang met gele strepen op een tak boven het water, maar ik zag precies dezelfde later in het souvenirs-winkeltje liggen, van hout…

Het meest indrukwekkende moment van de week was het bezoek aan het Tsunami-museum. Wellicht dat de beelden van destijds bij mij al vervaagd waren, maar ik schrok van de foto’s en filmpjes die te zien waren. De argeloosheid en nonchalance waarmee strandgasten naar de aanrollende mega-golfen stonden te kijken en te filmen is surreëel. Niemand voorzag dat de drie golven (van 8, 6 en 4 meter hoogte) een alles verwoestend gevolg zouden veroorzaken. Tot 2 kilometer landinwaarts werden mensen, boten, huizen, auto’s meegesleurd. De overzichtsfoto twee dagen na de ramp liet een landschap zien waar niets meer overeind stond.

Gisteravond, op de valreep, vond er nog een grappig incident plaats. Romantisch op een topplek genoten we van onze laatste Thaise gerechten. Het tafeltje naast ons werd bemensd door een enge Duitse man van rond de 70 met een lelijke toupet of verkeerd geverfd haar. Zijn vrouw, een chagrijnige zuurpruim, had een bord met garnalen besteld. Zij eiste schreeuwend in het Duits, een extra bord: EIN TELLER, EIN PLATTE! Het beduusde Thaise meisje werd bijna onder gespuugd. Marion fluisterde in het oor van het meisje dat Frau Ungeheuer “an extra plate” wilde. Ik moest Marion tegenhouden om de arrogante Duitse trol niet aan te vallen, want ze kreeg een déjà-vu uit een vorig leven…..

We laten Khao Lak achter, uitgerust en aangesterkt. De reislust is weer aangewakkerd, zelfs na zo’n kort tripje. De plannen zijn gemaakt. Wordt vervolgd.   

Marion en Frank over 20 jaar?

Khao Lak

Eindelijk weer eens ver weg. Niks mis met Nederland of Europa, maar ik loop liever door een National Park in Thailand dan op de Keukenhof of de Ramblas. De heerlijke onverwachtheid van deze trip maakt het extra de moeite waard. Drie weken geleden dachten we nog naar Galicië te gaan.

De keuze was niet reuze qua vluchten. Qatar Airways bracht ons naar hun thuisbasis Doha, waar we een tussenstop hadden van 8 uur. Maar als je reistijd als onderdeel ziet van je trip, vliegt ook de tijd op zo’n protserige en hyperluxe luchthaven. Volgende maand begint het WK in Qatar en ze zijn er klaar voor. Miljarden oliedollars uitgegeven om indruk te maken. Bij mij niet gelukt, want ik blijf het een gekochte wereld vinden, daar in die oliestaten.

Heerlijke klamme warmte kwam op ons af, toen we de transferbus zochten op de luchthaven Phuket. Ruim een uur later waren we bij ons resort Bhandari in Khao Lak. Het hartelijke welkom werd kort onderbroken door het (gebruikelijke) gesteggel over welk type huisje er was geboekt, maar daarna waren we snel gesetteld. Ver weg van de drukte werden we achter op het terrein in een authentieke luxe Thaise bungalow verstopt.

Vaste prik in Azië is voor ons altijd als eerste een uitgebreide massage. Om het vliegongemak en opgehoopte stressknobbels te laten verdwijnen. Na het onderhandelen krijg ik steevast de potigste van alle masseuses toegewezen, type Sumo-worstelaar. Best logisch, want om mijn stramme lichaam weer in een vogelnestje-houding te krijgen moet je wel over atletische krachten beschikken. Een uurtje later gingen Marion en ik herboren op zoek naar de eerste Thaise lekkernijen. Het kan ons niet pittig genoeg zijn.

We zijn in Thailand voor het eten, de gastvrijheid en de cultuur. En zeker niet voor het weer, want het is regenseizoen. Een paar uur per dag gaan de hemelkranen helemaal open. Tussendoor is het dan een paar uurtjes droog, met soms een onverwachts stortbuitje van een minuut. Niks mis mee, want na een lange hete zomer in Spanje is zon geen must om heerlijk te kunnen relaxen. En ik kan eindelijk weer boeken lezen: Sira van María Duenas is eerst aan de beurt, daarna de Schilder van  Barcelona  (kadootje van Petra en Gaico) van Ildefonso Falcones (ook bekend van de Kathedraal van de Zee).

Gisteren hebben we een scooter gehuurd voor een week. We hebben voor een gele scooter (Gele Gerrie) gekozen, zodat we hem overal kunnen terugvinden. Na de ochtendbuien zijn we op eigen houtje de omgeving gaan verkennen. Onze truc is simpel: je pakt alle folders met aanbevolen excursies en kiest er binnen een straal van 30-40 kilometer de leukste bezienswaardigheden uit. Het bracht ons bij een mooie waterval, een prachtige tempel en een authentiek Thais dorp. Lekker 100+ kilometer getuft met zijn tweeën. Met zadelpijn maar zonder verplichte vriendelijkheid naar medereizigers.

Want blijkbaar is Khao Lak heel geliefd bij vooral Duitsers. Het is nu laagseizoen maar ik schat dat 60% bestaat uit Heinrichs en Beates aus Wuppertal. Ik wil er natuurlijk niets van weten, maar zij zien ons als land- en leeftijdgenoten en zoeken overal opzichtig contact voor een praatje. In restaurants, tijdens het ontbijt, bij de massagesalon, op de lokale markt.

Covid 2024?

Maar waar ik normaliter meteen in de gastvrijheidsmodus spring, wimpel ik nu met speels gemak alle toenaderingspogingen af. Ik antwoord gewoon in het Nederlands, daarmee negerend dat ik al 22 jaar in die Heimat woon, ein Deutsches PKW fahr en zelfs deze keer via ein lokales Reisebüro heb geboekt. Maar ons nu even met rust laten!!!!

De kuststrook van Khao Lak is tijdens de verwoestende tsunami van kerst 2004 het zwaarst getroffen geweest. Overal zie je de herdenkingsmonumenten en later aangelegde vluchtroutes voor een volgende tsunami. Het is indrukwekkend en tegelijkertijd onwerkelijk. Een meters hoge golf die haast ongemerkt kwam aanrollen heeft alles weggevaagd wat op zijn weg kwam. Hier en daar staan nog restanten van huisjes die niet meer herbouwd zijn. Bijna alle hotels en resorts aan de kust zijn herbouwd, maar in een modernere, minder Thaise variant. Logisch maar jammer.

Aankomende week zullen alle dagen gevuld worden met massages, onbekende Thaise gerechten, lezen en tussen de buien door rond scooteren. Heb geen medelijden, we redden ons wel.

Luiken dicht

Rare zaterdagavond. Zit in een troosteloos dorpshotelletje net boven Lyon. We hebben net het enige gerecht besteld dat de kok waarschijnlijk niet kon verkloten; Délice de boeuf met pommes pailles en salade verte. Gelukkig zorgt de lokale Bourgogne-wijn ervoor dat het toch wat teleurstellend droge runderlapje kan beginnen aan zijn reis door de interne kanalen.

We zijn zelf ook verbaasd hoe we hier terecht zijn gekomen. Tot een week of twee geleden was het plan om vandaag een mooie route naar het Noord-Westen van Spanje te gaan maken. Asturias, Galicia, dan helemaal door Portugal om uiteindelijk te eindigen in Malaga. Om ons te installeren voor de winter. Was vorig jaar best goed bevallen. Maar niets is zo veranderlijk als de mens.

20 jaar lang hadden Marion en ik een pact: niet samen in een bedrijf werken. In onze gezamenlijke Casino-jaren waren we nog niet echt geïnteresseerd in elkaar. Sterker nog: Marion vond mij maar een Horeca-Hork en ik Marion een Kralen-K*t. Pas na mijn vertrek bij het Holland Casino ontstond er iets, wat nu al bijna 25 jaar alle stormen heeft overleefd en zal blijven overleven.

Na haar intensieve avontuur bij het Landelijk Consortium Hulpmiddelen besloot Marion vorig jaar weer een paar maanden te relaxen in Spanje. Het was ook de uitgelezen kans om eens verder af te zakken naar het Zuiden om de winter door te brengen en te proeven van het Andalusische leven. Op mijn aller-sluwst vroeg ik haar mij een beetje te helpen met mijn HR-zaken bij De Groene Artisanen. “Paar uurtjes in de week. Zelf bepalen wanneer en hoe. Maakt niet uit waar. Het hoeft niet perfect. Stuk of 40 medewerkers. Eventjes maar.”

We zijn nu dik een jaar verder. Die paar uurtjes zijn er 50 geworden. Die 40 medewerkers zijn er eind dit jaar bijna 100. Zelf bepalen wanneer = ’continu aanstaan’. En ‘maakt niet uit waar’ is steeds vaker noodzakelijk in Nederland geworden. En dat eventjes gaat nog zeker heel 2023 worden. Want 80% van alle inspanningen in ons bedrijf is Personeelszaken: Werving & Selectie, In- & Uitwerken, Salaris & Onkosten, Trainen & Rouleren. Natuurlijk hebben we ook last van zware inkoopstijgingen en een onbetrouwbare overheid inzake afhandeling NOW. Maar de Personeelscrisis gaat Nederland de aankomende jaren zo hard treffen dat groei, rendement en gezond ondernemen nagenoeg onhaalbaar wordt.

En dus hebben we de Rosamar-luiken dicht gedaan voor de winter, het geplande appartement in Torremolinos geannuleerd en Marion’s auto volgeladen om terug te keren naar Nederland. In plaats van een toertje door Spanje gaan we aanstaande woensdag voor 12 dagen naar Thailand. Geen rondreis, geen backpacking, geen avontuur. In Khao Lak hebben we een eigen huisje in een resort. Boeken mee, E-reader mee, scootertje huren, uitrusten en accu opladen. Om daarna vol gas te geven om alles beter georganiseerd te krijgen. Even geen nieuwe salestrajecten starten, maar eerst in november en december 4 nieuwe locaties onder controle krijgen. Zodat we in 2023 hopelijk weer kunnen adem halen.

Het is vaak lastig is om werk en privé te scheiden. Dat lukt toch best aardig, omdat we een paar spelregels hebben afgesproken. We spreken tijden af dat het “kantoor-luik” dicht zit. Marion plant een paar keer per week een uur overleg in, zodat de openstaande zaken worden afgetikt. En ze mij niet continu lastig hoeft te vallen met belangrijke details, die voor mij vaak mierenneukerij zijn. Ik ben er super bij gebaat dat ze nu meehelpt om deze fase door te komen.

Zaterdag hebben wij ook afscheid genomen van Ibrahim. Ik heb weer een goedkoop ticket voor hem bemachtigd, zodat hij 16 november weer zijn tweejaarlijkse trip naar huis gaat maken. En voor het eerst hoefde ik geen retourticket te kopen. “Ik app je wel als ik terug wil komen. Kan ook later worden dan maart-april”.  Misschien mist hij zijn familie meer dan vroeger. Is de drang om meer daar te zijn wel groter aan het worden.

Ik zou het hem van harte gunnen, een leven met en bij zijn gezin/familie. Ga ik hem daar wel opzoeken, genieten van zijn mooie nieuwe huis en zijn mooie ”hagelnieuwe” Zafira. Een leven met minder stress. En op zijn Afrikaans niet verder kijken dan de volgende dag. Jaloersmakend!  

De laatste wals

Een beetje luguber of lastig onderwerp vandaag. Iets waar je misschien beter niet mee bezig kan zijn, tenzij je voorkennis hebt over een naderend eind. Ik ga het hebben over begrafenismuziek. Typisch een onderwerp voor een druilerige herfstzondag.

Een paar weken geleden zat ik in Spanje met een schuin oog naar de begrafenis van Queen Lizzy te kijken, met vriendinnetje Angelique en Marion. We keken er ietwat afstandelijk naar, maar ongemerkt ging het die avond toch over de dood. Sommige ouders zijn al weggevallen, anderen fragiel en kwetsbaar. En hoe lastig het ook is toe te geven, ook bij ons is de tijd omgekeerd. Er ligt meer achter ons dan voor ons. Alhoewel ik als rasoptimist ervan overtuigd ben, dat er nog heel veel mooie dingen gaan komen.

In het kader van afscheidsmuziek, zochten we een oude aflevering van de Beste Zangers op om te luisteren naar een duet tussen twee voor mij totaal onbekende zangers: Tania Kross en Tommie Christiaan. Maar bij het nummer wat zij zongen houdt Marion het nooit droog en krijg ik al 30 jaar kippenvel: “Barcelona”! Het is door wijlen Freddie Mercury en Montserrat Caballé opgenomen in 1988. Het werd vooral bekend, na de dood van Mercury, bij de Olympische Spelen van 1992 in Barcelona. Het kan nog wel even duren, maar je krijgt het te horen als je bij mijn afscheid de deur uitloopt. Moet je wel naar Barcelona komen, maar dat is geen straf. Toch?

In het uurtje dat volgde, zochten we gedrieën op Spotify de nummers op die in aanmerking kwamen voor een plaatsje in de eregalerij van een toekomstig afscheid. Ik ga hier niks verklappen voor Marion en vriendinnetje Angelique. Kom over pak ‘m beet 40 jaar maar opdraven, dan kun je meegenieten van een mooie selectie. Mijn playlist ga ik wel alvast verhullen, want ik verwacht geen schokkende nieuwe muziek-impulsen die mijn smaak nog gaan beïnvloeden. Ik ben muzikaal toch een beetje blijven hangen in de jaren ’80 en ’90.

Bij binnenkomst krijg je de lange versie van “Laat Me (Vivre)” van Ramses Shaffy met Liesbeth List en Alderliefste te horen. Ik ben een groot bewonderaar van Shaffy, vooral vanwege zijn onorthodoxe levensstijl. Daarna volgt “Sweet Dreams” van Eurythmics. Het was één van de bizarste momenten in mijn catering-leven, toen ik werkte bij het Australian Institute of Sports als cateringmanager in Canberra. Iedereen was in paniek ,vlak voor het concert van Eurythmics, omdat de kleedkamer van Dave Stewart van binnenuit op slot was gedraaid en niemand erin kon. De tourmanager vroeg mij met mijn loper de deur open te maken en daar lag Dave; bovenop een spiegel met een berg coke. 10 minuten later speelde hij de zaal plat. Zes maanden later ging de band uit elkaar, omdat Annie Lennox er niet meer tegen kon. Doodzonde.

Welk nummer ook niet zal ontbreken is “Bloed, Zweet en Tranen” van held André Hazes. Het symboliseert een beetje mijn werkleven. Ik loop niet over van talent, maar ben vooral met hard werken gekomen waar ik ben. Een rustig intermezzo wordt het nummer “Gracias a la Vida” van Maria Dolores Pradera met het treffende refrein: ‘dank voor het leven wat mij zoveel heeft gegeven. Dat me heeft laten lachen. En soms een beetje laten huilen. Dank voor alles.’

Daarna twijfel ik een beetje. Ik zou best een stukkie Heavy Metal willen doen. Bv. “Master of Puppets” van Metallica. Of “Mutter” van Rammstein. Maar ik denk dat mijn meiden dat eruit laten en liever een stukkie Reggaeton erin doen, zoals “Atrévete” van Calle 13. En als ze echt de boel een beetje willen opvrolijken, dan mag het ook “El Cant de Barça” zijn, het clublied van FC Barcelona. Iedereen die een keertje met mij mee is geweest naar Camp Nou heeft het mee moeten zingen. Ik zou het wel stoer vinden als iedereen dan gaat staan, hand op de linkerborst en uit volle glorie meezingen. Beloofd?

Even voor de zekerheid; er is behalve een iets te hoog stress-level geen reden om me zorgen te maken. Maar de jaren met Marion hebben wel gezorgd dat ik iets vaker vooruit denk. En lijstjes maak. Durven jullie te verklappen welk nummer absoluut op jullie playlist staat? Waarheen van Mieke Telkamp? Trein naar Niemandsland van Frans Bauer? The Rose van André Rieu? Ik ben benieuwd!