Wie niet horen wil…

Het is zaterdagmorgen 6.25 uur en ik zit buiten op mijn terras in Spanje. Langzaam neemt het daglicht de regie in handen en mag de nacht gaan bijkomen van tien uur donkerheid. Het is heerlijk stil. Oorverdovend rustig.

Over 3 minuten klimt in de verte het eerste Ryanair vliegtuig van de dag omhoog . 200 mensen onderweg naar Pisa, 5 minuten later gevolgd door 200 mensen naar Eindhoven. Het is een dagelijks ritme en mijn automatische wekker. Het diepe gebrom, dat klinkt als onweer in de bergen, zijn de oudere vliegtuigen. De nieuwste types hebben een raar hoog deuntje. De haan van de achterburen is allang gestopt met zijn schorre gestuntel, waar geen kip meer aandacht aan besteedt. Zwaluwen halen met scherpe haakse bochten nog wat muggen uit de lucht en kwetteren naar elkaar dat het tijd wordt om even bij te komen van dat nachtelijk gejaag.

Ik heb me nooit gerealiseerd hoe groot de impact van geluid is op je leven. Tuurlijk, je hoeft maar naar de Rijdende Rechter te kijken en je weet dat het geluid van een theelepeltje tegen een verwarmingsbuis al leidt tot moord- en doodslag. Een hard pratende vrouw in de trein die al haar lichamelijke ongemakken deelt met een telefonische vriendin en de rest van de coupé is ook één brok ergernis. En van mijn eigen eega begrijp ik dat mijn gesnurk soms door merg en been gaat. Vooral na een stevig portie alcoholische versnaperingen. Maar het heeft iets dagelijks en onvermijdbaars.

Dochter Anne-Roos heeft de afgelopen twee weken in Zaragoza ervaren hoe het is om boven een uitgaansplein te wonen. Elke ochtend tot 5.30 uur geschreeuw, gebroken glas en groepsgelal. Daarnaast wordt in Spanje ’s nachts het afval opgehaald. Om het uur het piepende geluid van een achteruit rijdende vrachtwagen gevolgd door het optillen van een container, die met razend geweld de inhoud dumpt. Tegenwoordig zijn er vier soorten afval, die apart worden opgehaald. Tel uit je winst. Gelukkig heeft ze een ander appartement gevonden en gaat ze volgende week alweer verhuizen. Maar nu eerst kan ze drie dagen bijslapen in Rosamar. Ik hoop dat het galmende gesputter van het Nespresso-apparaat niet door haar oordoppen is gekomen.

Ik ben getriggerd door het zintuig horen door een lang achtergrondartikel deze week. Er werden mensen geïnterviewd die allemaal vrij jong doof zijn geworden. Eerst 25 jaar gehoord en dan, door een ziekte of een ongeluk, ineens doof. De wanhoop en triestheid droop van het digitale papier af. Sommige waren bereid om alles, maar dan ook werkelijk alles, op te geven om weer te kunnen horen. Ruilen tegen zien of lopen, zo erg. Het totale isolement, de absolute stilte was gekmakend en beangstigend. Straatvrees en paranoia meer regel dan uitzondering. Ik had weleens eerder ‘gehoord’ dat niets meer kunnen horen erger is dan is dan niet meer kunnen zien, maar kon me er niets bij voorstellen. Tot dit artikel.

Ik probeer me nu al dagen voor te stellen hoe het zou zijn om niet te kunnen horen. De stemmen van je partner en kinderen moeten missen. De quasi-spottende ondertoon van Gerard of de galmende lach van vriendje Robert. Of de zure intonatie van een tegenwerkende collega. Het piepje van de Whatsapp (ondertussen gedeactiveerd). De vermakelijke manier waarop Rob van Someren op radio 10 elke dag om 16.15 uur de moppen vertelt. De turbo-kick down van mijn oude Touareg als ik weer een Golfje met brede bandjes eruit trek bij een stoplicht. Het klokkende geluid van een ijskoude San Miguel die in je keel verdwijnt. Probeer het je maar eens voor te stellen.

Als ons hele lichaam tot rust komt, blijft er altijd één zintuig alert. Het waarschuwt ons al eeuwen voor dreigend gevaar. Vroeger voor een sabeltijger of mammoet, tegenwoordig voor een neersuizende bom in Syrië. Onze oren zijn ook beeldbepalend, vooral als ze afwijken. Je beoordeelt zelden iemand op zijn oren. Pas als ze gebruikt kunnen worden om een zeilwedstrijd te winnen, kijken we er met medelijden naar. Zelf weet ik later niet eens welke kleur ogen iemand had, als er flaporen op zaten. Foute vrienden, die ogen.

Kortom, ik ben mijn oren meer gaan waarderen. En jullie kunnen lekker op twee oren slapen, want volgende week ben ik er weer.

Natte scheet

Ik had het me zo voorgenomen. Niet deelnemen aan het asielzoekers-debat. Ik ben van het ruimhartige soort en dus van de spreuk: “als je het beter hebt dan een ander, bouw je een langere tafel in plaats van een hoger hek.” Maar als ergens een duidelijke scheidslijn zichtbaar is in de samenleving, dan is het om het wel of niet toelaten van vreemdelingen.

Die twee Armeense pubers zijn natuurlijk de aanleiding. Ondergedoken, weer opgedoken, klaar voor uitzetting, meewerkende moeder, dan weer niet tegenwerkende moeder, laatste nachtje bij opvanggezin “ineens verdwenen” en voordat ze weer terecht waren, ging Staatssecretaris Mark Harbers alsnog door zijn weke knieën. “Er hadden zich in de laatste uren actuele ontwikkelingen voorgedaan in Armenië die het welzijn van de kinderen in Armenië niet meer konden waarborgen.” Ineens, zomaar, vanuit het niets. Mark is hetzelfde als zijn baas en partijgenoot Mark Rutte: een schijthaas, een draaikont, een natte scheet. Hij komt absoluut in aanmerking voor de Karremans-trofee.

Begrijp me niet verkeerd, ik vind het een goede beslissing. Maar die hadden we vorige week, vorige maand of vorig jaar ook kunnen nemen. Terwijl het hele land zich ermee bemoeide, hield Mark 2 zijn poot stijf. Standvastig, zo was het beleid. Geen ruimte voor afwijkingen of coulance. Regels zijn regels, zo heeft ook dit kabinet afgesproken. Zelfs de Christelijke partijen wringen zich in onmogelijke bochten om in zo’n situatie het beleid te verdedigen. Onder het motto: heb je naasten lief, maar nu even niet. Terwijl alle procedures dood liepen en alle rechters tot aan de Raad van State uitzetting toestonden, ging om twee over twaalf Mark 2 om. Kwezel. Hak dan ook meteen de knoop door voor die andere minderjarige asielzoekers die hier al langer dan 4 jaar zijn. Het zijn er ongeveer 1500. Gewoon een generaal pardon, zijn we van het gezeik af.

Maar ik wil eigenlijk nog wel een stapje verder gaan. Afgezien van de Syrische piek in 2015 en 2016 zitten we gemiddeld met een aantal asielaanvragen van rond de 15.000. Veel? Weinig? Het zijn er dus elk jaar maar 1 op de 1000 Nederlanders. Er zitten ook veel foute aanvragers tussen uit met name Marokko, Algerije en Tunisië. Bijna allemaal erop uit om flink misbruik te maken van ons systeem. Misschien kunnen we die meteen op een leeg en stilstaand Ryanair-vliegtuig zetten en terug dumpen in Casablanca, Algiers of Tunis. Er blijven er genoeg over met een verblijfsvergunning of dubbele Nederlandse Nationaliteit die de misdaadcijfers hoog kunnen houden. Moccro-maffia, scootertuig, dat werk.

Maar weet je waar ik helemaal niets van snap? Dat we zo weinig doen met de aanwezige menskracht. Er lopen duizenden Syriërs die zich dood vervelen. Die mogen niet werken, hoe graag ze ook willen . Maar de procedure om een A-status te krijgen kan zomaar drie jaar duren. Die gasten worden gek, hun vingers jeuken. Hoeveel vacatures hebben we wel niet? Vooral in die sectoren waar geen Nederlander meer voor te vinden is. Magazijn-medewerker, heftruckbediende, automonteur, klusjesman in het bejaardentehuis. We krijgen een gigantisch probleem om de alledaagse dingen geregeld te krijgen, maar laten 100.000 man onbenut thuis zitten. Wat zijn wij toch een dom bureaucratisch land. Procedure-neukers.

Ik ben heel lang geleden lid geweest van de JOVD. Jeugdzonde, ik geef het toe. Ik sloeg in drie maanden om van een blowende en oorbel-dragende relschopper naar een enge korpsbal met Lacoste spencertje, flanel broek en mocassins met kwastjes erop. Ik deed volop mee in de Nijmeegse studenten-scene van Carolus Magnus, ondanks mijn MBO-opleiding. “He lullo, heb je nog geneukt?” En daarna nog jaren VVD gestemd, met weinig ruimte voor andermans mening.

Ik kan het me nu niet meer voorstellen. De VVD is een clubje van liegers en bedriegers geworden. Edje Nijpels, die loopt te kwijlen over Linda de Mol. Jos van Rey, de corrupte Limbo-dealmaker. Kwalbert Zijlstra, die zogenaamd Poetin heeft gesproken. En die uitvaart Keizer, met een naheffing van 12 miljoen aan zijn broek. Zou Markje 1 gewoon ook geld van Unilever en Shell krijgen? Anders is die debiele afschaffing van de dividendbelasting toch niet uit te leggen?

Maar gelukkig mogen Howick en Lili blijven. Misschien kunnen we die moeder wel in Armenië laten. Want zij is net zo schuldig als Mark 2 aan deze soap. Het gaat om mensen, niet om cijfers.

Koude pannenkoeken

Er is één ding niet te versmaden en dat is een smeuïge burenruzie. Als ik scannend de voorpagina van NU.nl doorneem, valt mijn oog altijd op die paar woorden die samen een heerlijke buuf-twist verraden. Ik absorbeer het verhaal als een zompige spons. Smullen van andermans kleinzerig leed.

Het zal van alle tijden zijn. De eerste naaistreken zullen door burende grotbewoners zijn uitgehaald. Het zakje waar de vuursteen in bewaard werd, stiekem nat zeiken. Een partijtje rode bosmieren verstoppen in het berenvel van je meurende buurman. Brandnetels in de zak met aardbeien verstopt. Dat werk. Nooit te bewijzen, altijd stiekem gedrag. Je weet dat die hork die tegenover je ligt te snurken het heeft gedaan, maar die speelt de vermoorde onschuld. Kwezel, miesbal, naaierd, gluiperd, gladjanus, patjakker, schijnheilige.

Ik heb natuurlijk ook een fijne geschiedenis met Nachbar Hermannnnn. Mijn carrière als columnist is begonnen met een verbale wraakaanval op zijn botte bijl gedrag. Mijn lieve, onschuldige, naïeve dochtertjes werden valselijk beschuldigd van de diefstal van het embleem van zijn BMW 525 THDRISETD. Hoe durfde hij? Waar haalde hij het lef vandaan? Wie dacht hij wel dat hij was? Ik heb hem, in zijn eigen deurportaal, stevig uitgekafferd en ook een ietsje pietsje gedreigd met repercussies bij een volgende keer. En later wel eens een verdwaalde kattendrol op het dak van zijn zilveren koets gegooid. Was ook van zijn eigen kat. Denk ik.

Vier jaar geleden is Hermannnnn verhuisd. En eerlijk is eerlijk, ik mis hem wel een beetje. Mijn andere buren zijn toffe mensen en van het bemoeizuchtige secreet aan de overkant heb ik eigenlijk weinig last. Er was een klein akkefietje in het begin omdat mijn, in de straat geparkeerde, Tractor haar uitzicht belemmerde. “Du kannst doch deine VW auf eigene Rampe parkieren und nicht vor meine Fenster?” Mijn antwoord was best kort: “Ja, dass kann ich, aber ich mache das nicht.” Einde gesprek.

Heel af en toe kijk ik weleens eens naar de Rijdende Rechter. Alle zieligheid en bekrompenheid van Nederlanders komt dan haarfijn in beeld. Een scheef gesnoeide coniferen-heg kan al leiden tot TBS met dwangverpleging. Een paar appels die bij de buren in de tuin zijn gevallen, worden als appelmoes tegen de voorruit van de Toyota Starslet geprakt. Teveel stinkende BBQ-lucht, een miezerig fonteinsproeiertje die tot incontinentie leidt, een herder die buiten op de achterplaats zijn eigen drollen opeet. Maar de wraak is altijd vijf gradaties erger. Dan worden er camera’s opgehangen en de beelden van de wippende Henk en Ingrid van nr. 32 op de buurt-groepsapp gedeeld. Krijgt de herder leverworst toegeworpen met klinknageltjes erin.

Ongekroonde koninginnen van de Nederlandse burenruzie zijn zonder twijfel Conny en Tilly . Hun eerst fittie ging over een paar koude pannenkoeken. Het liep gierend uit de klauwen en de verwijten namen groteske vormen aan. Vergiftigde platen, schroeven in bomen, een vuilniszak met rotjes erin, doodgemaakte kuikentjes. Conny over Tilly: : het is een gluiperd, de duivel.” Tilly over Connie: “ik gooi niks in haar tuin. Nou ja, af en toe een pot pis, voor op d’r kop. Dat het zooitje zaagsel weer een bietje bij elkaar komt”.

Deze dames wonen in een straat in Lelystad met de aparte naam Griend 20, op huisnummer 52 en 54. Deze huisnummers verraden toevallig genoeg ook precies hun IQ, want de overtollige ruimte onder hun eigen dakpan is inderdaad gevuld met zaagsel. Ondertussen probeert de woningcorporatie te bemiddelen in het conflict, omdat er ook al veel sensatiezoekers door het straatje rijden om een glimp van de bekvechtende buufjes op te vangen. Ook zo’n heerlijke Nederlandse eigenschap voor mensen met een schoenmaat-IQ. Er brandt ergens een flat af en meteen sjezen er Tokkies met hun mobiel in de aanslag op af om te kijken. Wat een volk.

Er zijn wel een paar mensen die ik graag als buur zou willen hebben. Wilders bijvoorbeeld. En dan een leuk cartoontje op mijn raam plakken met de tekst: Hier woont een boze Pakistaan. Of Emiel Ratelband. Die oude leiperd zoekt nog een draagmoeder voor kind nr. 8. Wat ben je dan een intens egoïstische zak met botten. Patty Brard of Gordon lijken me ook leuke buren! Dan kan ik weer jaren vooruit met mijn verhaaltjes.

Siësta

Zo, daar ben ik weer. En op tijd. Ik proefde bijna iets van opluchting bij jullie vorige week, zo snel stroomde de likes binnen na mijn advies om maar lekker te gaan slapen, bij gebrek aan column. Best raar; hoe relaxter ik leef, hoe lastiger het is om iets af te maken.

De afgelopen dagen is het rustig geworden op Rosamar. Iedereen is weer vertrokken, het huis is stil, het zwembad hoeft niet meer bijgevuld te worden na de zoveelste bommetjes-wedstrijd. Marion en ik werken een lijstje af met Things To Do, zoals altijd minutieus en nauwkeurig door haar samengesteld. En ik probeer als vanouds alle tijd te besteden aan de leuke klusjes, om maar geen tijd over te houden voor opruimen, kleren kopen of schoonmaakwerkzaamheden. Zo heb ik in een paar dagen tijd, eerst nog met hulp van Bas, een mooi nieuw houthok in elkaar geknutseld. Funderinkje leggen, houtpakketje kopen, in elkaar schroeven, uitlijnen, vastzetten en dat alles onder het spiedend oog van Marion natuurlijk kaarsrecht en waterpas. Nu het haardhout nog bestellen, anders ziet het er een beetje sneu uit.

Ik had er ook alle tijd voor, want het duurbetaalde Spaanse internet lag er weer eens twee dagen uit. Hoe zouden we in Nederland of Duitsland reageren als we twee keer per maand een dagje niet online zouden kunnen zijn. Daar komt dan nog bij dat de ADSL een slakkensnelheid heeft van 1,3 MB. Alles al aan geprobeerd te verbeteren, maar geen provider krijgt het sneller voor elkaar. Als ik ’s morgens de router reset en vervolgens de krant download, kan ik nog rustig koffie zetten en op de buitenplee een halve haan afvoeren. Je hoort nog net niet de ouderwetse knerpende geluiden van die oude modems op de achtergrond, maar het effect is hetzelfde. Als je moet inloggen op de server van je bedrijf is tussen 03.00 en 05.00 uur ’s morgens een redelijk kansrijke tijd.

Gistermorgen kwam dan eindelijk de storingsdienst voorrijden om het euvel te verhelpen. Dan komt er altijd een vriendelijke Peruaan of andere Zuid-Amerikaan je probleem verhelpen. Geen Spanjaard die zich daar nog voor leent, want je moet ook wel in de houten telefoonpalen kunnen klimmen om te kijken waar het fout gaat. Ruim twee uur klom Rodrigo langs alle masten in de wijk, maar de bikkel hield vol en loste het op. Nog even aardig kletsen, nieuw routertje geritseld en nu al 18 uur geen probleem.

Het is soms verbijsterend hoe primitief Openbare Werken in Spanje zijn geregeld. Er komt nog steeds twee keer per week een tankwagen de wijk inrijden om de bewoners van drinkbaar water te voorzien, want het leidingwater is zwaar vervuld met metalen en roest. Elke week ligt een paar uur de stroom eruit, omdat ergens een illegaal plantenkwekerijtje iets te veel prik aftapt. En ondertussen zit ik alweer 3 jaar op aardgas te wachten. Nog geen oplossing in zicht, dus het sjouwen met dure gasflessen zal voorlopig nog zo blijven.

En toch raakt het ons minder hard dan als in ons andere thuis. Want de zon schijnt, er is altijd wel een leuk restaurantje om te lunchen, Barcelona is niet ver weg en bootje varen met vriendje Gerard is ook geen straf. Dobberen in het zwembad is ook een uitstekende remedie tegen oprispende stressgevoelens. Als ik er met mijn buurman Manuel over praat legt hij eigenlijk alles uit in één paar woorden: ‘Frank, esto es España!’ Ik heb deze week het taaie, maar eerlijk geschreven boek van George Orwell over zijn tijd in Spanje gelezen (Saluut aan Catalonië) en ook hij had hetzelfde gevoel: ‘Wat een ongeorganiseerde bende (mañana, mañana), maar wat een heerlijk land! Zelfs in de chaotische tijden van de Spaanse Burgeroorlog.’

Daarom zien we er allebei huizenhoog tegenop om maandag weer terug te vliegen. Alles gaat dan meteen twee tandjes sneller; het werk, de mail, de planning, het verkeer, de telefoon. Maar waar we allebei het meeste tegenop zien? De Nederlandse lunch. Hup, snel broodje kaas, bekertje melk en doorrrrrrrrr. Hier is het een 3-gangen menu, slokkie wijn erbij en dan even uurtje siësta. Maar het is onontkoombaar, we moeten terug. Dus als jullie ons volgende week rond 15.00 uur even kwijt zijn…..

Wakker

Zes uur ’s ochtends, Rosamar. Langzaam probeert het daglicht terrein te winnen op de dark side of the moon. De schorre haan van de overburen doet een eerste poging om de hennetjes wakker te krijgen. Het is geen Ed Sheeran zullen we maar zeggen.

Ik ben net terug uit Lloret. Broodnuchter. Ik mag op mijn leeftijd alleen nog als taxichauffeur ’s nachts in Lloret komen. De THT m.b.t. uitgaan is al een tijdje voorbij. Zes uur geleden heb ik Marloes en haar vriendinnetje Amber uitgedost afgezet in Sin City. Om ze zojuist, laverend tussen ME-busjes en schoonmaakwagens weer op te halen. Ik vind dat altijd grappig om te zien en ga daarom ietsjes eerder. Op het muurtje van de boulevard aanschouw ik het fascinerende spel van elkaar imponerende jongens met uitdagende jonge meiden. Er is niets veranderd sinds the good old days.

Dat ophalen en wegbrengen is puur uit eigen belang. De weg van en naar Lloret eist maandelijks slachtoffers door te hard en roekeloos rijden. Ook de taxichauffeurs doen er vrolijk aan mee, in de wedren naar zo veel mogelijk ritten in één nacht. Drie weken geleden nog een frontale botsing, waarbij 5 jonge mensen het leven verlieten. Het zal je kind maar wezen, als er om 05.30 uur wordt aangebeld door een trieste man met een pet op. Het is altijd mijn worst case scenario geweest. Geen idee of ik dan nog wel zin zou hebben om de volgende dag wakker te worden.

Wellicht dat het ook komt, omdat ik zelf vroeger veel te veel risico heb genomen. Niet zozeer stoer Verstappen-gedrag. Maar ik zat wel zeer regelmatig met een stevige snuf op achter het stuur. Het is iets waar ik me nu behoorlijk voor kan schamen, terwijl ik destijds niet bepaald de enige was. Overigens is dat nooit een geldig excuus voor iets waar je heel veel schade mee kan aanrichten. Ik heb drie auto’s aan gort gereden en behalve een fikse hersenschudding is er nooit iets ergers gebeurd. Godzijdank, want dan had door mijn toedoen zo’n pet ergens aangebeld. Ik krijg rillingen als ik er aan denk.

Misschien dat ik daarom van de week zo heftig reageerde op een artikel in de Gelderland over die debiele automobilisten die ongegeneerd bij een ernstig ongeval op de A-58 alles filmden. En meteen online publiceerden. Ze krijgen allemaal een bon thuis. Één mevrouw van mijn leeftijd vond dat overdreven en belachelijk. In de krant liet ze weten dat ze nooit de gezichten van de slachtoffers filmt. En dat ze het een kick vindt om alles als eerste online te zetten. Omdat sommige media dan haar foto’s als eerste gebruikte. Ze was verpleegkundige en vond ook dat we niet zo krampachtig over de dood moesten doen. Dat filmen en online posten was gewoon van deze tijd. Ik had er een hele column aan kunnen wijden, maar Youp was me gisteren voor met een briljante insteek. (klik hier voor column Youp )

Eigenlijk moet ik me niet zo druk maken over deze dame of zo’n mevrouw Willie Dille. Ik ben aan het genieten van een relaxte vakantie in mijn Spanje, met een hut vol familie en vrienden. Het belangrijkste moment van de dag is toch de juiste restaurantkeuze te maken voor de lunch. Elke dag weer. Soms een beetje schuiven met de tijd omdat het bootje varen wat langer duurt, maar kleine dingen houd je toch. Het is best prettig dat we nog steeds zoveel genieten van deze plek, hoe vaak we er ook zijn. En gelukkig is Spanje tegenwoordig qua temperatuur behaaglijker dan Nederland.

In deze totale ontspanning ben ik eindelijk ook weer fanatiek boeken aan het lezen. Gedurende mijn Apenrots tijd de afgelopen anderhalf jaar kwam dat er helemaal niet meer van. Ik zat vastgeplakt aan de Ipad om al swipend het nieuws op te slurpen, mails te scannen en gunde mijzelf niet de tijd om aan één van de tientallen ongelezen boeken te beginnen. Maar de knop is om, met twee prachtige boeken van Eduardo Mendoza, ook schrijver van het schitterende Stad der Wonderen over Barcelona rond 1900.

Dus verwacht van mij de aankomende weken geen actuele updates. Ik schakel even digitaal een tandje terug. Net als in de the good old days. Heerlijk.

Prikterroristen

Als iedereen er een mening over heeft, kan ik natuurlijk niet achterblijven. Het is wel een beetje mosterd na de maaltijd, maar het is ook een heet hangijzer. Al weken tikt de thermometer de 30⁰C aan.

Ik vind het best lekker, maar ben door Spanje ook wel wat gewend. In mijn reisleiderstijd, een eeuw of 3 geleden, deed ik cultuurreizen in Andalusië. Overdag 48⁰C en ’s nachts nog dik boven de 30 was heel gewoon. Nu iedereen in Nederland ook een tandje lager schakelt, is er ineens begrip voor het tragere tempo en siësta in de zuidelijke landen. Jammer dat die oranje cavia in the US blijft ontkennen (“it’s called summer!”) dat de aarde opwarmt. Ik hoop maar dat hij niet te boos wordt op Rocketman Kim Jong-un, nu blijkt dat hij Trump in de boot neemt en schijt heeft aan de afgesproken ontwapening. Want dan kan het heet worden, met twee gekken boven een rode knop.

Meestal is hitte in Nederland zwaarder omdat de vochtigheid hoog is en het dus warmer aanvoelt. Maar ondertussen is alles verdampt tot Sahara-niveau. Golfbanen zien eruit als sisal-tapijt, recreatieplassen moeten dicht om de blauwalg (waarom is die groen?), grote bonkaardappels verschrompelen tot krieltjes. Er is echter één ding dat het principe van vocht loslaten niet heeft begrepen en dat is mijn voetbalronde buik. Dat wordt een stevig correctiegesprekje. Maar wel na de vakantie, anders is er geen bal aan.

Eigenlijk is er maar één grote irritatie waar ik me bij dit weer aan erger. Muggen. Deze prik-terroristen maken mij helemaal gek. Ik slaap aan de kant van het open raam. Marion ligt veilig achter mijn heuvels, uit het zicht. Zij wordt ook nooit gestoken, waarschijnlijk omdat haar bloed anders smaakt. Dat heeft deze Frankenstein nooit gemerkt. Voordat ik ga slapen loop ik als Norman Schwarzenegger met een elektrisch tennisracket de hele bovenverdieping af. KILL THE MOTHERFUCKERS!. Als ik dan na een stief kwartiertje op bed beland, begint het. Ze mogen prikken wat ze willen. Ook dankzij de tijgermug in Spanje krijg ik geen jeuk van die teringlijders. Alleen maar bultjes. En daar heb ik er al een paar van.

Maar dat godvergeten gezoem! Waar is dat nou voor nodig? Steek me lek, haal er 5 liter bloed uit en ga lekker uitbuiken op de muur. Maar houd verder gewoon je bek! Ik zit toch ook niet te neuriën als ik een kilo spareribs van de BBQ oppeuzel? Ik heb gegoogled waarom ze dat doen; zo houden vrouwtjes en mannetjes contact. Om te wippen. Door het gezoem komen ze elkaar in de lucht tegen om al vliegend te flensen. Knap hoor. Chapeau. Petje af. Maar doe dat acrobatische gekets lekker buiten. En kom daarna stilletjes bij mij Dracula spelen. Mondje dicht, zuigen en wegwezen.

Vannacht ben ik voor de 4e keer deze week naar de logeerkamer vertrokken. Ik was zo agressief dat ik alle lichten aan wilde doen om op de muren een rood stippeltjespatroon aan te brengen. Moordneigingen. Maar Marion had haar nachtrust nodig en dus sloop ik met mijn elektrische Rambo naar de logeerkamer. Ik denk iets te langzaam, want na vijf minuten had het rapaille me herontdekt. Ik kreeg een stuk of 8 teringlijers te pakken, voordat ik uitgeput in slaap viel. Met oordoppen in. Blijkbaar heeft het gajes daarna een wraakcommando opgericht, want op mijn XXL Kim Kardashian kont zaten vanmorgen een stuk of 10 poffertjes met een rood puntje. Het zit best onhandig.

Maar het ergste is: het zijn alleen de vrouwtjesmuggen die steken. Wat heb ik misdaan? Ik ben vanaf mijn 30e toch altijd hoffelijk en attent geweest? Aandacht gegeven, prettige omgeving geregeld, lekker gekookt. Waarom dan zo hebberig? Ze slurpen ook nog eens 2 keer hun lichaamsgewicht op aan bloed. Rupsjes Nooit Genoeg! Neem nou eens gewoon wat je nodig hebt en stop met hamsteren. Wees niet zo inhalig. Er komt geen oorlog, je hoeft geen reserves aan te leggen.

Elke vergelijking met het menselijk vrouwelijk geslacht rust louter op fictief toeval. Donderdag vertrek ik met 5 dames naar Rosamar. Beetje op mijn tellen passen. En als ik terug ben in NL, regent het vast en zijn alle muggen weg. Kan ik met die ronde voetbal aan de gang. Fijn.

Vreemde vogels

Tot onze grote verrassing is ons Ryanair-vluchtje afgelopen donderdag naar Girona gewoon doorgegaan. Met al dat gestaak toch een klein wonder. Een mooie gelegenheid om met vrienden Marco en Fabienne op Rosamar oude koeien uit de sloot te halen. Sweet memory lane.

We gaan 35-40 jaar terug in de tijd en belandden bij Café DuCommerce. Daar zijn de levenslijnen van veel van mijn vriendschappen bij elkaar gekomen en in allerlei varianten voortgezet. Ik haakte zelf pas rond mijn 18e aan. Sommige vrienden hadden toen al een paar jaar levenservaring-voorsprong bij Dukie, het café waar elke avond een live-uitzending van Showroom plaatsvond, het legendarische programma van de NCRV. De vaste clientèle was één grote verzameling van weirdo’s, klaplopers en freaks.

Die voelden zich allemaal wel thuis bij eigenaren Theo en Bep, geholpen door dochter Thea en ober Theo Natte Scheet. Bep zat de hele dag zelf achter de gokkast, te loeren op kansjes die haar klanten hadden laten liggen. Doorlopend lurkend aan een verse Sankt Moritz sigaret verzag ze alles en iedereen van plat Nimweegs commentaar. Toen ik na bijna twee jaar terugkwam uit Australië, ging onze conversatie als volgt: ‘Zo, bien je dur weer jong?’ ‘Was zeker werm daor he?’ ‘Duur zeker oek he?’ ‘Vreemde vogels oek zeker he?’ ‘blij dat je terug bien zeker he?’ Om vervolgens een knaak in de gokkast te gooien en er nooit meer op terug komen.

Er liep een denkbeeldige lijn dwars door het café van de deur tot aan de gokkast bij het einde van de bar. De rechterkant, voorzien van een flipperkast en twee voetbaltafels, was voor ons, de vaste gasten. Links was voor de Onzichtbaren, gewone passanten die aan tafeltjes zaten waar wij nooit kwamen. Heel af en toe waagde iemand de reuzensprong naar de rechterkant, maar op een sporadische uitzondering na, keerden ze schrijlings terug naar hun safe-zone. Gedesillusioneerd en volkomen genegeerd. Dank voor alle gratis drankjes en wegwezen.

Één van de freaks was Fred Pijp. Hij kwam in zijn loodzware houtjes-touwtjes jas binnen, ook al was het buiten 30 graden. Aan de bar bestelde hij altijd ‘zwarte koffie, één klontje suiker, lepeltje’ om vervolgens urenlang nors en stoïcijns voor zich uit te staren. Uit het niets kreeg hij dan een onbedaarlijke lachbui, die het meest leek op een formule 1 auto tijdens de start. En daarna weer doodse stilte, lurkend aan zijn pijp. Fred kwam uit een rijke familie, maar had ergens de verkeerde afslag genomen. Als hij een woedeaanval had, leek een enkeltje Pompe-kliniek de veiligste oplossing.

De meeste excentrieke was Jan M. Hij leerde ons kopstootjes (fluitje bier met een ijskoude Apfelkorn) drinken, maar tikte zelf een combi of 25 per avond tegen de huig. Dan was hij zo laveloos, dat hij vaak in het washok naast de toiletten zijn broek en ondergoed uit deed om dan in zijn blote reet weer op zijn eigen kruk aan de bar te gaan zitten. Wij waren er aan gewend, maar als een Onzichtbare aan bar een drankje kwam bestellen, schrok die zich wezenloos. Meestal moest Jan mokkend en verongelijkt zijn kleren weer aantrekken, met als beloning een extra Appeltje.

Ook Martien uit Haalderen was een geval apart. Hij woonde met zeven broers (allemaal boven de 40 jaar) bij zijn moeder en sliep in een stapelbed. Hij was latent homoseksueel en durfde alleen in DuCommerce wat signaaltjes af te geven. Dan liep hij achter je aan naar de urinoirs, stopte een knaak in je broekzak, gaf je een kus op je wangen en zei dan altijd: ‘Ben je nou boos?’ Op de bruiloft van vriend Michiel trad hij op met het succesnummer ‘Oh Mirabella, dochter van de kastelein, haar rode lippen zoeter dan Spaanse wijn’. De zaal ging helemaal plat, maar Martien vatte het op als een aanmoediging en moest door Marco en mij bij de derde herhaling van het podium worden getrokken.

Een eindeloze rits met namen blijft door mijn hoofd suizen. Bulleke die geen alcohol meer mocht en dus steevast antwoorde bij een rondje: ‘Doe maar cassis godverdomme.’ Ciske de Rat die ons geniepig leerde kaarten. Witte de Wit, Rob Mank, John de Trucker, Jägermeister Ruud, kok Ollie.

De tijd heeft de herinneringen mooier gemaakt. Ik vind dat een prettig voordeel van ouder worden.

The party is over

Het Nimweegse feestje zit er weer op. En ook dit jaar is er weer genoeg stof om met jullie te delen. Terwijl ik nog nooit zo vroeg thuis ben geweest tijdens de Zomerfeesten. Ik kan het fysiek niet meer bolwerken. Via de wortels is de grijsheid van mijn haar ook in de puberale kwab van mijn hersencellen binnengedrongen. Rucksichtslos wordt het kind vermoord.

Maandag zat de vroege terugvlucht van Girona terug naar Weeze voor de helft vol met gestresste gezinnen met krijsende kleine kinderen en de andere helft bestond uit mega-brakke jonge gasten die zo uit Tropics in Lloret kwamen. Laatste nachtje hotel uitgespaard, nog een dropshotje of 30 tegen de huig geklapt en lekker op de harde betonvloer van de vertrekhal in slaap gevallen.

Naast mij hingen een duf Belgisch meissie met mooie sproeten en een totaal gesloopte Brabo-knul. Zijn aandoenlijke baby-face werd ontsierd door enorme wallen, waardoor hij net op een panda leek. Zijn plastic tasje van de Supermercado Juanita leek mij niet geschikt als opvangzak en Marion zat te ver weg om één van haar Michael Kors Kotszakjes uit te lenen. Ik regelde snel een Ryanair zakje, die nog gratis was ook. Wel keek de steward nerveus of hij niet bij de landing moest gaan boenen. Voordat de gordels af mochten wilde Panda-Boy al naar de plee, maar hij hield zich in. Ik ruilde mijn gangplekje met hem, zodat hij in ieder geval mij niet kon onderkotsen bij een toiletvluchtpoging. Wonder boven wonder haalde hij de finish in Weeze. Ik feliciteerde hem met het mooie resultaat en in de bagagehal kreeg de bikkel van al zijn matties een High Five voor zijn doorzettingsvermogen.

Afgelopen woensdag zijn Marion en ik bijtijds naar het centrum van Nijmegen gegaan om de traditionele Roze Woensdag te vieren. Tienduizenden hebben zich dan vrolijk gay aangekleed om de afgepeigerde lopers onder zwoele toejuichingen en hitsig gedans op te vrolijken. Het is een wonderlijk schouwspel, waarbij stoere buitenlandse militairen verbijsterd de dragqueens van zich af moeten slaan. De smalle doorgang door de deinende roze massa maakt het onmogelijk je looptempo vast te houden en leverde veel irritatie op. Maar het gaat dan ook even niet om de lopers, maar om de hopers.

Terwijl het bier rijkelijk vloeide, veroverden we samen met de dochters, zussen, veel (ex-schoon)familie en vrienden een mooi strategisch plekje, recht tegenover de mannelijke reïncarnatie van Sugar Lee Hooper. Ik liet me iets te makkelijk door Marloes meeslepen naar één van de danskooien, waar met name lichtmatrozen in een geel zwembroekje hun dansje deden. In een onbewaakt ogenblik werd er een gênant videofilmpje van ons optreden gemaakt. Met de naïviteit van Patricia Paay heb ik de volgende dag dit filmpje met wat ‘vrienden’ gedeeld. En nu circuleert deze reputatie-schadende opname in de spelonken van het wereldwijde web. Het is niet meer terug te draaien..

Vrijdag hebben we ons nog een paar uur geïnstalleerd in de verzengende hitte om de hoek van de Via Gladiola. Om vriendje Gaico te feliciteren met zijn puike prestatie besloot Marion nog wat gladiolen aan de overkant van de straat te kopen. Pas 60 minuten later kwam ze met het stoom uit haar oren aan denderen. Gewoon oversteken is er niet meer tijdens de propvolle intocht. En als dan de loopbruggen worden afgesloten door de hypernerveuze beveiligers, sta je hulpeloos aan de verkeerde kant. Want de vrijwilligers van de EBN (“Evenementen Bestrijding Nijmegen”), berucht om hun horkerigheid, krijgen het psychisch niet meer verwerkt.

Dat is ook de keerzijde van het onmetelijke succes van de steeds drukkere zomerfeesten. De informele vrijheid-blijheid maakt plaats voor een strak programma en heel veel regels. Even een straat oversteken of een stukje meelopen met een wandelaar lukt niet meer. Het traditionele uitzwaaien van de vroege starters door een groep dronken nachtbrakers met uit tuinen geplukte begonia’s is al bijna onmogelijk gemaakt door dranghekken en afzettingen. Het kan misschien niet meer anders, maar het dreigt een geregisseerd spektakel te worden. Een stukje melancholische charme gaat dan verloren. Slachtoffer worden van je eigen succes, best lastig om te voorkomen.

Toch zal ik er volgend jaar weer bij zijn. Ook dat is typisch Nijmegen: veel nuilen (zeiken), maar o zo trots als een pauw op mien Nimwege.

Sylvana gaat naar het buitenland!

Zeg eens eerlijk. Wat dacht je toen je de titel zag? ‘Eindelijk! Godzijdank!’ ‘Heerlijk opgetiefd!’ De waarheid is dat ze twee weken naar Ibiza gaat, op vakantie. En dan weer terug naar haar thuisland Nederland. Waar ze lekker onveilig woont, in een leven vol bedreigingen en leugens.

Eigen schuld, dikke bult. Dat lees je vaak. ‘Want die kut moet met haar gore poten van onze Zwarte Piet afblijven, kankerhoer.’ Als je sommige sites volgt en de commentaren leest, schrik je je wezenloos. Het is onvoorstelbaar wat een afwijkende mening, wat je er ook van vindt, teweeg brengt. Al het slechte van de mens komt naar voren. En nee, niemand is racistisch, maar die zwarte aap moet maar oprotten naar haar eigen land en geen uitkering meer krijgen. Dat sommige eencellige dombo’s dat roepen is triest, maar ze worden opgestookt door bewust nepnieuws. Wie heeft er allemaal de petitie op Facebook gezien dat Sylvana bij 1 miljoen gedeelde berichten echt zou vertrekken? De Dagelijkse Standaard, Nederland mijn Vaderland; ze zaaien haat als confetti met Carnaval.

De ellende van fake news is: het werkt! Mensen worden aangesproken op hun onderbuik gevoel en lezen wat ze graag willen horen. En dus is het waar. Het beste bewijs levert Donald Trump. Door het zelf verspreiden van leugens en nepfeiten, aangevuld met Russische Molotovcocktails naar Hillary, aan de macht gekomen en sindsdien meer gelogen dan de waarheid gesproken. Het is best knap dat hij er mee weg komt. Donderdag zei hij tijdens een interview dat UK Premier May niet deugde en dat Boris Johnson een betere premier zou zijn. De volgende dag gewoon glashard ontkennen en tegen CNN zeggen dat het fakenews was. En als POTUS het doet, denken 100 miljoen Amerikanen dat het waar is. Cirkeltje rond!

Ik zie wel een tegenbeweging ontstaan. Er komen vaker factcheckers in beeld om het geroeptoeter te controleren. Kranten, maar ook op internet en Sociale Media wordt het geschreeuw vaker met feiten weerlegd. Een briljant voorbeeld leverde Bored Panda. In Amerika is er een grote lobby om vaccinaties bij kinderen te stoppen. Het is hetzelfde Pro Life kamp dat tegen abortus is. Wat ze roepen is vaak bangmakende lariekoek. Bv. dat je van de inentingen Autisme kunt krijgen. Dat klopt wel in 0,00015% van alle gevallen, maar de kans dat je dood gaat door iemand die NIET gevaccineerd is, is 10x groter. Maar dat laatste wordt er dan niet bij vermeld. Bored Panda gaat bij al die mensen die zogenaamd als experts wat roepen, hun achtergrond checken. En dan blijkt Prof. Dr. Ing. Hoofd Inentingen Arizona University gewoon een muziekleraar uit Chicago te zijn. BAM. In the face!

Wat ik aan fakenews het meest treurige vind? Het is bijna altijd negatieve berichtgeving met weinig humor. Nooit eens vrolijk overdreven het tegendeel roeptoeteren. Bv.: ‘van alle Albanese asielzoekers gaat 80% uit vrije wil na de zomer weer naar huis.’ Of: ‘Meer dan ¾ van al het ontwikkelingsgeld verdienen we met slimme handel terug.’ Allebei niet waar, maar wel leuker gebracht. De Speld is wel een grappige site die vaak dingen helemaal verdraait, waardoor het komisch wordt. Zoals deze week: ‘Satudarah gaat verder als Segwayclub vanwege de negatieve associaties met motoren.’ Haha, briljant. Maar het is meer satire in een vorm van omdenken.

Iedereen weet dat je van lachen en humor vrolijker wordt en minder zwaar op de hand. Het aloude gezegd ‘een dag niet gelachen is een dag niet geleefd’ is keihard waar. Maar waarom lukt dat zo weinig? Je kunt niet alles weglachen, maar er wat luchtiger tegen aankijken maakt het meestal minder erg. Als iemand een te lange, ingewikkelde indek-mail stuurt aan 20 man met nog eens 50 collega’s in CC is het best leuk om meteen op REPLY ALL te drukken met de tekst: “De gemiddelde wachttijd bedraagt 2 dagen. Er zijn nog 80 wachtenden voor u. Wij hopen op uw begrip.“

Deze week was de redding van die knulletjes en dombo-coach uit die Thaise druipgrot. God, god , wat een aandacht. Fijn hoor dat het goed is afgelopen, bravo! Ik kan niet wachten op de film. Zou het de Westerse fascinatie voor Thaise jongetjes zijn? Of vinden jullie dat geen humor?

FROGER