Heb je geen tientje?

Gisteren waren we weer eens op pad voor een paar virtuele boodschappen. In de enige echte oudste stad van Nederland. Het is niet mijn hobby, slenterend winkeltje in en uit. Ik krijg dan van Marion een paar gerichte opdrachten en verder het verzoek vooral uit de buurt te blijven. Kost geen moeite.

Op het lijstje (what’s new..) stonden veel praktische dingen: een eiersnijder (Blokker), een weegschaal (geen idee waarvoor), twee leesbrillen (zit ik ineens op +2), een nieuw glasplaatje voor mijn Iphone (iets te hard op tafel gekwakt), 3 Tupperware mengkommen. Ook de sufste winkel van Nederland (de A.N.W.B.) stond op het lijstje: een nieuw plastic houdertje voor de tolbadge (kostprijs € 0,15, verkooprijs € 3,99). Ik keek stiekem om me heen, bang om bekenden tegen te komen. Maar godzijdank alleen maar A.N.W.B.-stelletjes: op zoek naar unisex windjacks, identieke polo’s en dezelfde afritsbroek.

Tijdens een verplicht blijf-uit-mijn-buurt-momentje, liep ik naar de ingang van een troosteloze winkelpassage. Onvermijdbaar botste ik bijna tegen de strategisch gepositioneerde verkoper van de daklozenkrant. En die kennen hun pappenheimers, want hij zag in mijn ogen dat hij beet had. En dat klopt, want ik heb een zwak voor de randfiguren of minder gelukkigen van onze maatschappij. Misschien pech gehad, soms zelf veroorzaakt, wellicht gebrek aan goede vrienden of fijne familie, maar je staat daar niet voor je lol een krantje te verkopen. Ze zijn bij mij altijd aan het goede adres.

Vladev (een gokje, hij zag er Slavisch uit) was een jaar of vijftig, miste 4 voortanden en lispelde de schitterende openingszin: “mooi krantje voor u meneer, voor maar € 2,=”. Ik trok mijn portemonnee, gaf Vladev er een briefje van € 5,- uit en zei dat hij dat krantje aan iemand anders mocht verkopen. Met zijn ogen was niks mis, want hij had wat meer briefjes zien zitten en vroeg bijdehand: “heb je geen tientje?”. Lachend vroeg ik wat hij ermee ging doen, “voor de nachtopvang vriend”, was zijn logische antwoord. Ik gaf hem het tientje en zei dat hij voor die andere € 5,= maar bier moest gaan kopen. Vladev sloeg mij hardop lachend op de schouder en sloot af met: “dat ga ik dadelijk meteen doen, vriend!”. En zo gingen we uit elkaar.

Op zoek naar Marion vroeg ik me af waarom die € 15,= voor Vladev mij gelukkig maakte. Is het medelijden? Of koop ik mijn eigen welvaart af? Doe je het uit besef van je eigen bevoorrechte positie, met lieve mensen en familie om je heen en zonder zorgen over de basisbehoeftes van het leven? Of is Vladev’s afhankelijkheid van de gunsten van anderen mijn grootste nachtmerrie? Feit is ook dat ik mijn hele leven al liever geef dan krijg. Omdat ik mij daar prettiger bij voel. Het is dus waarschijnlijk ook gewoon eigenbelang, dit shotje van het gelukshormoon serotonine.

Mijn Gambiaanse vrienden weten ook altijd de gevoelige snaar te raken. Normaal houd ik er geen rekening mee dat een ‘geleend’ bedrag voor een ticket, een trouwjurk of schaap ter ere van het Suikerfeest terugbetaald wordt. Als het dan onverwacht toch gebeurt, is dat een meevaller. Als ik zie hoe veel offers die jongens moeten brengen om in een vijandige wereld wat geld te verdienen om een heel peloton aan familieleden van eten en van een dak te voorzien, benijd ik ze niet en prijs ik mezelf weer gelukkig met mijn ‘gemakkelijke’ leven. Het is een soort van directe ontwikkelingshulp en wij hebben zelf ruim twee jaar geleden in Gambia kunnen zien hoeveel mensen daar baat bij hebben.

Het is best moeilijk om mensen als Vadlev een nieuwe kans te geven op een ander leven. Vaak is er geen normaal ritme meer te ontwikkelen om te werken. Te lang uit het proces, te weinig in staat om nog te functioneren binnen ‘normale’ werknormen. Het is top dat er sociale bedrijven zijn die de tijd en energie erin steken om het te (blijven) proberen. Een hele diepe buiging voor zoveel geduld en aandacht.

Maar het mooiste zou zijn als we allemaal wat meer begrip zouden hebben voor de afwijkingen. Dat niet de gangbare norm bepalend is, maar juist de individuele uniciteit. Omzigt boven het partijbelang. Depay boven het team. Of gaat dat te ver?

Grote getallen

Bizar hoe alles deze week weer los barst. We douwen de 10 miljoenste spuit erin en doen net of alles achter de rug is. Ook ik ben blij met alle dalende statistieken, maar juichen we niet te vroeg? Leren we nou echt nooit van onze eerdere fouten? Iets met 1 zwaluw..

Ook mijn catering-business ontploft weer. Deze week organiseerde een grote klant een WELCOME BACK WEEK voor alle medewerkers en kreeg iedereen een prachtig menuutje van die Groenige (p)Artisanen geserveerd. Het afgelopen jaar waren er nooit meer dan 10 lunchgebruikers per dag, maar dit weekje was een goede reden om weer met 50 man tegelijkertijd te komen hokken in het restaurant, alsof het gewoon weer februari 2020 was… Ook op andere locaties werden we onverwachts van de sokken gelopen door massaal naar kantoor terugkerende gasten.

We zijn er ook wel blij mee, net zoals met 7 nieuwe catering- en hospitality-locaties. Onze medewerkers moeten nog wel even wennen, want na een rustig jaartje moet er ineens stevig opgeschakeld worden. Het is een beetje zoals vroeger in de onderwijscatering: na 8 weken zomervakantie op de camping moest het vol gas tot aan de herfstvakantie. Maar 25% haalde dat fysiek of psychisch niet en viel uit met:  hoofd-schouder-knie en teen, knie en teen.  

We hebben kortgeleden al 10 nieuwe medewerkers aangenomen en hebben nog een vacature of 6 uitstaan. Dat wordt de aankomende jaren de grootste uitdaging; het vinden van medewerkers die bij ons bedrijf passen. Duizenden cateringmedewerkers zijn hun baan kwijt geraakt en met name de grote cateraars gaan ervan uit dat ze de aankomende jaren blijven krimpen. Maar waar zijn al die overtollige medewerkers gebleven? Prikjes spuiten bij de GG&GD? In de Pre-vut? Lekker de WW gebruiken en pas na de zomer weer om je heen kijken? En wil ik die dan nog hebben als ze zich later melden?

Het zijn de bekende worstelingen van een MKB-bedrijf. Ook al hebben we ondertussen ruim meer dan 50 medewerkers en groeien we als kool, in het grove geweld van het grote geld vallen we niet op. We zijn geen Booking.com die onder publieke druk besluit om  €65 miljoen aan Corona-steun terugbetaald om het bonusje aan de 3 topmannen van € 28 miljoen toch door te laten gaan. Een verschil van een kleine € 100 miljoen, die ze vast gecompenseerd gaan krijgen d.m.v. een extra verlaagd belastingtariefje. Wat ben ik blij dat de G-7 landen dit asociale gedrag van grote multinationals aan gaan pakken en waar Nederland als belastingparadijs al jarenlang een zeer dubieuze rol in speelt.

We zijn ook geen Ministerie van VWS die effe € 100 miljoen voorschiet aan een dubieuze charlatan die plots in de mondkapjes-business stapt en daar zijn politieke vriendjes voor inschakelt. Ik heb er niet eens moeite mee dat ze er € 20 miljoen aan hebben overgehouden, want er zijn meerdere bedrijven die goud geld hebben verdiend aan de crisis. Denk aan AH, Bol.com, Thuisbezorgd.nl. Geen probleem, zo zit de wereld in elkaar. De één zijn dood, is de ander zijn brood. Maar heel Nederland valt nu over Swiebertje van Lienden omdat hij het “Pro Deo deed voor de Zorghelden.” Swiebertje heeft nu € 9 miljoen op de bank staan, maar durft de straat niet meer over te steken om geld te pinnen.

Maar het verhaal waar ik het meeste van kots, is het verhaal van Tata Steel. De nr. 2 vervuiler van Nederland, met 6,8 megaton stikstof per jaar. 6,808 miljard kilo! Hetzelfde als 140 jaar een maximumsnelheid van 130 km/u!!! We kunnen weer als een gek huizen gaan bouwen als Tata dicht gaat. Tuurlijk verliezen er dan mensen hun baan (al 2 jaar geen kerstpakket gehad…), maar waarom mag zo’n bedrijf open blijven en een varkensboer niet? Geen vergunning klopt, de Provincie kijkt de andere kant op, de regio heeft 50% meer longkanker gevallen dan gemiddeld. Soms ligt er in de winter gewoon zwarte sneeuw in de duinen. Maar Tata kom ermee weg..

De motor van de Nederlandse economie én belastingopbrengsten is het MKB. De grote jongens kosten miljarden subsidie (KLM), hebben geen moreel kompas (Booking) of vergiftigen ons land (Tata). Zij hebben machtige politieke vriendjes en lobbyen zich suf. We staan erbij en kijken ernaar. Of gaan we straks, na Corona, de jongens van de grote getallen ook eens aanpakken?

Voor een prikkie!

Veel lezers leefden vorige week hartstochtelijk mee met mij en N.E.C. Maar misschien nog meer met Marion, omdat ze bij verlies konden voorstellen hoe de sfeer zou zijn… Maar ik ken mijn prioriteiten en sjeesde tijdens de 2e helft met 200 km/u over de Duitse Autobahn om haar in Düsseldorf op te pikken, op de Ipad de livebeelden streamend. Het wonder geschiedde en N.E.C. mag volgend jaar weer met de grote jongens meedoen.

Vanmiddag is het eindelijk zover. Na een maandenlange soap krijgen we ons eerste prikkie! Geen idee of het Pfizer of Moderna wordt, maar het kan me ook niet zoveel schelen. Ik heb alle rotzooi, die ikzelf mijn hele leven in mijn lichaam gestopt heb, overleefd en verwacht dan ook niet dat ik precies diegene ben van de 0,00003%  kans op overlijden door het spuitje. Wel heb ik een voorkeur voor mijn linkerarm, want die doet toch altijd voor spek en bonen mee. Krachteloze luilak is het.

Ondanks dat ik een Nederlandse DigiD, Sofinummer, Zorgverzekering en huisarts had, kwam ik in de ongeorganiseerde digitale chaos van de Nederlandse overheid niet voor. Elk dubbeltje wat er belastingtechnisch bij mij gehaald kan worden, wordt uit mij gezogen. En als ik in Rotterdam op de Maasboulevard 3 km te hard rijd, ligt er binnen een week een paarse envelop van die CJIB-criminelen op de Duitse deurmat.  Dan mag ik € 61,50 aftikken, inclusief € 9,= administratiekosten omdat ik in het buitenland woon. Terwijl die parasieten al jaren keurig vanaf een Nederlandse rekening betaald krijgen. Je kunt in Nederland beter een steen naar de politie gooien dan ietspietsie te hard rijden.

Maar ook al gaat Corona ons € 80 miljard kosten, een uitnodiging naar deze grenswerkende belasting-sponsor kon er niet vanaf. Ik moest me maar bij mijn Duitse noodarts melden. Gelukkig houdt mijn eega dan het hoofd koel en maakt voor ons beiden die afspraak, in de hoop dat Deutsche Gründlichkeit een snelle oplossing biedt. Maar onze eerste bezoek ooit aan een Duitse arts, leverde een teleurstellend “SPÄTER!” op. We zouden in Grupe 4-Stufe 7 belandden en ergens in september aan de beurt zijn. Want ook al wonen we inmiddels 22 jaar in Duitsland, we blijven een soort van Untermensch…

En toch is het nu wel gelukt. Want zonder uitnodigingsbrief op huisadres kun je via de digitale vaccinatie-afspraak site op grond van je bouwjaar het systeem doorkomen. En dat voelt niet als een studenten-trucje om voor te dringen. Ik vind trouwens al dat gejank over die voordringende studenten zuur gezeur. Die kids vervelen zich al anderhalf jaar en moeten juist die grijze massa weer activeren om de draad op te pakken. Het lukt  ze dus om in de falende vaccinatie-systematiek een ingangetje te vinden. In plaats van een gulle lach en een dank je wel krijgen ze van onze Popie Jopie minister de Jong te horen dat ze ‘eikels’ zijn. Hugo, namens al deze studenten de beroemde Jiskefet-uitspraak: ‘He lullo, heb je al geneukt?’

Wij hopen met die prikkies onze reisvrijheid terug te krijgen. We verwachten niet dat we straks weer twee keer per maand met de vliegbus naar Girona gaan. Maar na juli gaat Marion bijkomen van haar uitputtende klus bij de verdeling van mondkapjes, handschoenen, jassen, beademingsapparatuur enz. En dat kan wel even duren, dat bijkomen. Het zijn een paar taaie laatste maanden, maar aan de horizon gloort Spaanse hoop. Rosamar, ook herstellende van een lange eenzame periode zonder bezoek, zal haar met open armen ontvangen. En dan wil ik regelmatig aanvliegen, in het weekend.

Er zijn mensen die niet wilden vaccineren en het nu toch doen omdat er zonder prikkie best veel  beperkingen zullen gaan ontstaan. Ik vind het best grappig dat je eerst principieel tegen de ‘dwangmaatregelen’ van de overheid bent, maar overstag gaat als je er zelf last van ondervindt.

De zon gaat vanaf nu vaker schijnen en het normale leven keert mondjesmaat terug. Misschien drijft deze donkere Corona-wolk wel richting Wit-Rusland. Dat land staat nog op mijn lijstje van ontbrekende landen in het reis-alfabet. Maar een dictatoriale mafketel die Ryanair-vluchten uit de lucht haalt, is zelfs voor mij iets te link. Dus wordt het eerder Japan of Jordanië.

Reizen, zo’n zin in! Ik kan niet wachten op de 2e prik.

NÈK-NÀK

Vandaag is het zover. Dan weet de oudste stad van Nederland of hun cluppie weer met de grote jongens mee mag doen. Niet meer naar stadion de Braak in Helmond of de Krommedijk in Dordrecht. Weer naar de Arena, de Kuip, het Flipse Stadion of de Galgenwaard. Heel ‘Nimwegûh hêt vlèkkuh in de nèk’ na jaren van ‘pien in het hert’.

De affiche voor deze apotheose is het Nederlandse equivalent van Flu-Fla, de klassieker tussen Fluminense en Flamingo in Brazilië. 4 jaar geleden daalde NEC af naar de donkere spelonken van het betaalde voetbal, nadat ze verloren hadden in de nacompetitie van: NAK! Vandaag is het dus dé uitgelezen kans om deze geelzwarte Harrie Nakkers te veroordelen tot nog een jaar kunstgras-geklooi in de Keuken Kampioen Divisie. Alleen die naam al…. Je gaat spontaan alleen nog maar eten bestellen bij thuisbezorgd.nl.

Voor clubliefde maakt het niet uit hoe oud of lelijk een stadion is. Camp Nou, ooit hagelnieuw toen ik vlak ernaast werd geboren, is nu een rottende betonnen kolos uit 1957. Ik pies nog liever in mijn Tena Lady for Men dan naar de door urinezuur aangevreten urinoirs van de vervallen tempel te gaan. Er ligt een ambitieus plan, Espai Barça, klaar voor een nieuw stadion. Maar met een miljardje schuld toch even lastig om Nationale Hypotheek Garantie aan te vragen. Ik ben ook bang dat Coutinho, Dembele en Griezelman niet meer de € 500,= miljoen gaan opbrengen die ze ooit samen gekost hebben….

En natuurlijk blijf ik altijd een N.E.C.-fan, ook in de teleurstellende achterliggende jaren. Dan ging ik wel eens met vriendje en technisch commissaris Leen Looyen naar uitwedstrijden om de club te vertegenwoordigen en werden we op de tribune van Telstar, Almere City of MVV consequent uitgelachen door de dronken businessleden van de lokale middenstand. En dan, na weer een 3-1 nederlaag, nog handjes schudden in de bestuurskamer om vervolgens 2 lange uren terug te rijden. Mooier kon je weekend niet beginnen, zo op vrijdagavond…

Maar nog één keer winnen, tegen die geel-zwarte Nakkers en dan mogen we ons volgend jaar weer 2x opmaken voor dé titanenstrijd tegen die andere geel-zwarte wespen, Vitàs uit Ernem. Ons volkse clubje tegen de kakkers uit de provinciehoofdstad. Mijn oud compagnon Erik Langedijk, bekend als het NEC-hooligan-typetje Schele Daan van de Krayenhofflaan, werd deze week al gevraagd om live te worden gevolgd vandaag. Maar met zijn act roept hij aan de andere kant van de rivieren heftige reacties op. En je moet tegenwoordig iets voorzichtiger zijn, met al die oververhitte mafketels met een heel kort lontje. Voor je het weet, dobber je in de Waal onder de duwbakken.

Als het vandaag lukt, dan kan onze burgemeester Hubert Bruls zijn imposante borst natmaken. Afgelopen donderdag lukte het nog om met (te) veel politie machtsvertoon de boel uit elkaar te slaan. Maar bij terugkeer naar de Eredivisie gaat Nijmegen ontploffen. Opgekropte frustratie van de afgelopen jaren, ontlading door een totaal onverwachte promotie en heel veel lokale trots dendert dan als een sneeuwstorm over de stad. Als ik horeca-ondernemer was, zou ik mijn terrasstoeltjes nog een dagje achter de gesloten rolluiken binnen laten staan. Ik zeg het uit ervaring: fijnbesnaard en bedeesd wordt er nooit gevierd door NEC-fans…

Het is de bedoeling dat Marcel Boekhoorn, de suikeroom en geldschieter van N.E.C., dan weer zijn poeplap trekt om fors te investeren. Want met dit elftal jonge knulletjes kun je een jaar later alweer de weg terug bewandelen. Natuurlijk zijn we blij dat Edgar Baretto na 14 jaren in Italië uit clubliefde terug is gekomen om N.E.C. met zijn ervaring verder te brengen. Ooit was hij als broekie bij ons kind aan huis, omdat hij als 17-jarige Paraguyaans jochie in het koude en kletsnatte Nijmegen kan voetballen. Onze vakantie naar Paraguay stond al gepland, totdat we onverwachts Rosamar kochten. The rest is history.

Maar wat nou als het niet lukt? Als alle euforie gestoeld was op drijfzand? Dat die Nakkers ons van de mat spelen en zelf een treetje hoger gaan ballen? Dan gaan wij Nijmegenaren doen waar we ook goed zijn: nuilen! Dat is Nimweegs voor zeuren-zeiken-janken-klagen. En doen we volgend jaar weer hetzelfde kunstje. Zoals de Duitsers zeggen: Himmel jauchzend oder zu tode betrübt!

Kwaaltjes

Al weken word ik geteisterd door een hardnekkige achillespeesblessure. Begonnen als een onschuldig verrekkinkje tijdens een potje tennis op een harde ondergrond, maar ondertussen uitgegroeid tot een soort Peter R. de Vries-blessure; je komt er niet van af en het blijft zeuren. Zou de Pourriture Noble, de edele rotting die mooie dessertwijnen oplevert, nu toch definitief zijn begonnen?

Ik heb mijn hele leven blessures gehad. De meesten ontstonden doordat ik mijn gebrek aan techniek in elke sport moet compenseren met onverantwoord zware belasting van de kwetsbare delen. Gescheurde enkelbanden, verwijderde meniscussen, gebroken armen, geknakte vingers, verplette ribben, overbelaste ruggenwervels. Iedereen die mij weleens van de skipistes heeft zien afkomen of heel vroeger langs een voetbalveld stond zal niet verbaasd zijn. En als je bij tennissen die onmogelijke bal nog net probeert te halen met een snoekduik over het gravel, kleurt er soms iets meer rood dan alleen je shirt…

Maar dit peesdingetje brengt ook onzekere twijfel met zich mee, zeker als je gaat googelen. Je komt ineens in een digitaal labyrint terecht van honderden opties en oorzaken. Je leest huiveringwekkende verhalen van minuscule klachtjes die leiden tot amputatie boven de knie. Ook omdat blijkt dat mijn blessure is genoemd naar Achilles, die onverschrokken mythische Griekse held. Zijn moeder dompelde hem in het water van de Styx rivier om hem onsterfelijk te maken, maar hield hem vast aan de toen nog naamloze pees. Later vond hij de dood in de oorlog van Troje (die van dat paard) omdat hij precies een pijl kreeg in dat enige niet gedompelde lichaamsdeel. Lekker dan, zo’n moeder.

Na twee weken aanmodderen kon ik het tijdens een rustig potje tennissen niet nalaten om toch nog een keer naar de hoek te rennen om die magistrale forehand van amigo Gaico te retourneren. Maar ja, ik ben geen fitte Nadal, die dat ongestraft 35 keer in één rally kan doen. Een stekende pijn en meteen was het over. Een paar dagen later probeerde mijn fysiotherapeut te achterhalen waar nou precies de pijn zat, omdat de achillesspier blijkbaar doorloopt tot boven in de kuit. Toen hij zijn vingers daar in het zere vlees drukte, schopte ik hem bijna in zijn gezicht met mijn goede been. Zijn tandjes vlogen nog net niet door de behandelkamer.

Alle behandelingen daarna hebben nog geen verbetering opgeleverd. Als ik een half rondje golf, strompel ik bij hole 8 en 9 door de baan. Als ik alle 18 holes wil lopen, moet ik zelfs een buggy huren. Dan voel je je pas oud, als je met een buggy nog oudere, lopende knarren in geruite broeken inhaalt.. Terwijl ik juist al dat sporten nodig heb om mijn te zware lijf langs de Corona-kilo’s te loodsen. Dus blijf ik het proberen, bewegend als Quasimodo, die kromme klokkenluider van de Notre Dame. Zijn hele leven verliefd op het meisje dat hij gered heeft, maar die hem lelijk en afstotelijk vindt. Het zal toch geen autobiografische wending van het lot worden? Dat Marion ’s morgens ineens wegholt als ze wakker schrikt en naast zich kijkt?

Eerlijk is eerlijk, ik heb soms sombere gedachten. Dat deze irritante blessure de opmaat is naar een schier eindeloze kwaaltjes die in elkaar gaan overlopen. Een constant ontstoken teennagel omdat ik te lang wacht met de pedicure. Een gekneusde wijsvinger omdat hij te diep in de neus verdwijnt om de irritatie van al die sneltesten weg te krabben. Een geslonken libido omdat de spierverslappers alles bewegingsloos maken. Permanente Durchfall omdat mijn darmen niet meer bestand blijken tegen de aanvoer van ganzenlever, oesters en andere delicatessen.

Meestal pareer ik deze angstgevoelens door veel Australian-chocolade te eten, als troost.  Maar het blijft knagen, bovenin. Ik heb mijn lichaam niet bepaald gespaard in mijn leven, tot nu toe. Krijg ik nu de rekening gepresenteerd? Door een niet aflatende stroom van kwaaltjes en pijntjes die mijn dagelijks leven gaan beheersen? Iedereen die mij een beetje kent, weet ik dat ik er heel slecht tegen kan als iets niet kan of niet mag. Dan word ik recalcitrant en krijg ik een kort lontje. Waar haal ik de energie vandaan om gezondere keuzes te maken? Of komt die energie dan juist weer terug? Quasimodo is het even kwijt….

Sweet Dreams

We zijn allemaal druk bezig om, binnen de Corona-beperkingen, ons leven vorm te geven op de meest haalbare manier. Soms een beetje smokkelend, vaak keurig binnen de lijntjes. Maar hoe zou dit jaar eruit hebben gezien zonder Corona? En hoe gaan we het straks weer inrichten na Corona? Grote vragen voor een kleine zondag-column.

Één ding is zeker: zonder Corona had ik gisteren in Camp Nou gezeten om het voetbalpotje van mijn clubje tegen de koploper Atletico te zien. Misschien waren er wel een paar diehards zoals Harm ingevlogen. Misschien hadden we dan wél gewonnen. Omdat ik uit volle borst het Cant del Barça had gezongen én die schoppende kampers uit Madrid verrot had gescholden. Maar zonder de steun van 100.000 socios werd het een taai potje en verspeelde FCB het kampioenschap. Geen schande is zo’n overgangsjaar. Maar als die Witte Reus uit Madrid de aankomende 4 potjes wint, heeft Barcelona ze indirect kampioen gemaakt. Ik moet janken als ik eraan denk.

Zonder Corona was ik al een keer of 25 zonder vliegschaamte naar Rosamar gevlogen. Ik had dan als een kasteelheer, kijkend over mijn eigen (oog)wallen, op de rand van mijn zwembad zitten bijkomen van weer een pittig cateringweekje. Had ik bij kunnen kletsen met Ibrahim, die vast zit in Gambia en  niet terug kan. Of met Jimmy, die ik ook al maanden probeer te helpen zijn papieren in orde te krijgen om na 16 maanden naar Spanje terug te komen. Maar de Spaanse autoriteiten halen weer alle trucs uit de bureaucratische kast om dat te voorkomen en dus valt hij tussen wal en schip. Maar we geven niet op. Anders winnen de pennenlikkers, de regeltjesneukers.

Ik had ook geen NOW aangevraagd voor De Groene Artisanen, geen MT ontmanteld, makkelijker afscheid genomen van medewerkers, niet ons businessmodel helemaal omgeturnd. Dat laatste was pure noodzaak, maar het blijkt een blessing in disguise te worden. Het gros van de nieuwe contracten die we scoren zijn veel meer hospitality diensten dan cateringwerk. Receptionistes, hosts, gastvrouwen, interne dienst. We gaan de aankomende maanden 7 à 8 nieuwe locaties opstarten. Nog geen idee hoe…. Maar met good old Bob, een nieuwe Manager Operations en wat extra hulptroepen zal het best goed komen. Zoals het ook voor Corona altijd lukte.

Is er leven na Corona? Ik denk het wel, maar zonder spuit wordt dat lastig. Marion en ik draaien nu rondjes in de bureaucratische carrousel. We kunnen geen spuit in Nederland krijgen, want onze Nederlandse huisarts volgt strikt de regels (wij hebben geen Nederlands adres) en durft niet stiekem een overtollig Zeneca spuitje om 8 uur ’s avonds in ons bovenarmpje te spuiten. Ook niet onder druk en voor een kleine tegemoetkoming… Onze Duitse noodarts in Kranenburg, een theelepelvrouwtje uit het sprookjesboek van Grim, is ronduit sceptisch over het Duitse systeem en wenst ons viel Erfolg. Marion is al dagenlang bezig in te loggen op de Duitse afsprakensite, aber Schade und Scheisse. Onze leeftijdscategorie is aan de beurt, ik heb hard gewerkt aan een BMI van 30+, Marion’s dossier heeft genoeg aanknopingspunten, maar spritzen ho maar.

Wij willen naar Spanje! ‘Bootje varen, treetje drinken, varen we naar de overkant.’ Ons laven aan copieuze lunches bij Vila Mas, Can Roquet, Canyelles, Es Blancs, Can Segura, Escribá. Avonden aan de Gin-Tonics met vrienden in de achtertuin. Potje golf of tennis om 7.00 uur ’s morgens om de hitte te vermijden. Mijn dochters ophalen uit Lloret om 6 uur ’s morgens en kijken naar volle straten met laveloze, uitbundige jeugd, knagend op koude pizza’s en knoeiend met mega broodjes shoarma. Toeristje spelend in Barcelona, op zoek naar de verborgen schatten van deze fascinerende metropool.  

Zou Rutte de verkiezingen gewonnen hebben zonder Corona? Zat Trump dan nog in het Witte Huis te friemelen aan Melanie? Waren de files weer met 10% toegenomen in een jaar? Hadden we wel een beetje menselijkheid getoond door die intrieste vluchtelingenkampen in Lesbos op te heffen en deze mensen eerlijk te verdelen in Europa? Was Peter R. de Vries minder op TV geweest? En André van Duin juist meer?

We weten niet hoe, maar we gaan dit overwinnen. Nelson Mandela zei ooit: een winnaar is een dromer die nooit opgeeft. Ik wens jullie allemaal Sweet Dreams deze week.

Taal is echt mijn ding

Al een jaartje of 8 val ik jullie Vroeg op Zondag lastig met mijn hersenspinsels. In het begin vooral korte stukjes met veel emoties, de laatste jaren gevarieerde potpourri van rond de 700 woorden. Midden 2019 kreeg ik last een stevige writer’s block en zat ik vaak, zoals een konijn verstijfd in de koplamp van een auto staart, naar mijn monitor te kijken: waarover in godsnaam deze keer?”

Het krankzinnige begin van de Corona-tijd in maart 2020, was de aanleiding om de draad weer op te pakken. Want ik vind schrijven gewoon een leuke hobby. Na de HAVO was ik aangenomen op de School voor Journalistiek Utrecht om wellicht in de voetsporen te treden van mijn vermaarde peetoom Rob Wouters, maar een speling van het lot én de drang om veel te kunnen beunen bracht me uiteindelijk op de Middelbare Hotelschool in Wageningen. En na vier uiterst relaxte en vochtige jaren, was het tijd om de werkwereld in trekken in plaats van verder te studeren. The rest is history!

Ik kan me scheel ergeren aan taalvouten in brieven, mails of comments. Maar ik ben geen taalnazi, zo’n iemand die een ander op zijn/haar fouten wijst en daarna de verbeterde variant erbij zet. Het is een misplaatst superioriteitsgevoel, alsof je als taalpurist een beter mens zou zijn. Bah. Meestal ontspoort daarna de communicatie en vooral op Twitter en Facebook wordt het dan heel snel heel lelijk. Ik ben daarom gestopt met Twitter, want dat is dé vergaarbak van onbeschofte reacties geworden. Maar op Facebook, vaak net zo erg, kan ik soms genieten van een domme opmerking  die honderden comments oplevert. Ik gluur dan heerlijk mee, maar waag me niet aan commentaar. Een duimpje hier, een smiley daar, meer ook niet.

Hét woord van de week is natuurlijk ‘sensibiliseren’ geworden. Omdat ‘sensible’ in het Frans, Spaans en Engels allemaal met gevoel te maken heeft, kon ik de opmerking van Hoekstra in de kabinets-notulen niet zo goed plaatsen. Was het nou de bedoeling dat Omzigt gevoelig werd gemaakt voor het regeringsstandpunt in de toeslagen-affaire? Of wilde ze Pietertje een beetje kortwieken en terug in zijn kamerhok duwen? Of moest Pieter Omzigt bewust worden gemaakt van een mogelijke burn-out als hij zo doorging? Dat laatste is niet gelukt, want Pieter zit voorlopig nog wel even ziek thuis.

Het is een riskant standpunt in dit pro-Omzigt tijdperk, maar ik ben geen fan van deze saaie en soms taaie politicus. Hij heeft samen met Renske Leijten van de SP tegen de windmolens van dit kabinet gevochten om de hufterigheid van de belastingdienst aan de kaart te stellen. Chapeau, hulde, een diepe buiging.

Maar hij heeft zich ook als een naïeve Alfred Jodocus Kwak laten misbruiken in de lijsttrekkers-verkiezingen van het CDA. Alleen die afkorting al: Christen-Democratisch Appèl. Ik heb nog nooit een kneuzerigere interne machtsstrijd gezien als bij het CDA. Eerst duwde Hugo de Jonge Pieter van het podium met een laf bosje tulpen en daarna walste Hoekstra over Omzigt heen. Dan ben je toch helemaal klaar bij zo’n clubje linkmichels? Maar deze droeve Cockerspaniel bleef loyaal. En ging niet als een valse Doberman Pincher vol in de aanval op de knieschijven van Hoekstra. Laf en treurig.

Sinds 1997 waren er geen grammaticale aanpassingen aan de Nederlandse taal meer gedaan, maar in april 2021 zijn er een paar doorgevoerd. ‘Groter dan’ mag nu ook ‘groter als’ zijn. Wat nu ook mag is een dubbele negatie: “hij heeft nooit geen geld”. Maar de ergste van allemaal is nu toegestaan: ‘Ik heb hun een drankje gegeven.’ Ik weet niet hoe het jullie vergaat, maar ik krijg kortsluiting in de bovenkamer van deze mutaties. Wat een armoede!

Dan heb ik nog liever die schattige foutjes: ‘Dat vindt ik ook!” . ‘Hoera, geslaagt!’ ‘mondkapje verplicht, geld voor iedere bezoeker!’ ‘Hij steekt er met kop en schotel bovenuit!’ ‘Ik heb een verassing voor je!’

Bij het nalezen van mijn column heb ik veel fouten ontdekt. Voor de competitieve lezers: schrijf bij de comments hoeveel jij denkt dat het er zijn en win een fles Spaanse Cava. Die kom ik, met één van mijn 12 negatieve sneltesten in mijn achterzak, persoonlijk brengen en meehelpen soldaat te maken. Dat heb ik wel goed geleerd in Wageningen.

De klok

In deze contactarme tijden moet je zoeken naar kleine lichtpuntjes om de moed erin te houden. En dan heb ik het niet over de nationale massa-hysterie “We willen naar het terras!”.  Ik heb nooit in de gaten gehad dat ‘GVD Terras Open!’ voor Nederlanders de primaire levensbehoefte nr. 1 was. Maar blijkbaar is ‘GVD Terras Open!’ dé metafoor voor het terugkrijgen van onze vrijheid en ons normale leven.

Mijn geluksmomentje deze week was dat ik gisteren al mijn zussen weer tegelijkertijd gezien heb. Met zijn vieren hebben we een groepsapp Brussen (Broer en Zussen) en zaten we al meer dan een jaar te azen op een geschikt moment om bij elkaar te komen. BBQ in Duitsland? Mag niet. Borrelen op terras bij Maaike? Kan niet. Tripje met zijn allen naar Rosamar in oktober? Gecancelled. En zo waren we gisteren dus burgerlijk ongehoorzaam, strafbaar en in overtreding. Met partners erbij heerlijk geluncht bij Kaat. Ik had ze best wel gemist, allemaal.

Het was voor mij ook een ideaal moment om 8 volle dozen uit mijn Gartenhaus te halen. Die stonden daar al 4 jaar te wachten op een reünie-momentje. Want alle, nog niet verdeelde persoonlijke dingen van mijn vader en moeder moesten nog een keer door 4 paar handen om het definitieve lot te bepalen. Dat soort momenten zijn ook vaak een reis door je eigen jeugd en leven. De jeugdfoto’s van je ouders met hun ouders (jouw opa en oma), je eigen jeugdfoto’s, oude diploma’s, echtscheidings-papieren, bankafschriften, oude paspoorten; persoonlijke prullaria; het maakt alles weer levendig.

Het is ook grappig om te zien hoe de onderlinge rolverdeling tussen broers en zussen ooit is ontstaan en eigenlijk daarna nog nauwelijks verandert. De één wil zo snel mogelijk de vuilnisbak vullen, de ander wil alles vasthouden, bekijken en beoordelen, de 3e kiest selectief haar targets. Zelf heb ik nooit de behoefte om oude dingen te bewaren, ook niet van mijn ouders. Ik heb wat relikwieën, maar weet uit ervaring dat de rest vaak in een doos op zolder belandt en na vijf keer in 10 jaar verplaatsen toch in de kliko verdwijnt. En je eigen kinderen er mee opschepen is eigenlijk uitgestelde opruimdrift.

Het lastigste waren toch de ‘grotere’ dingen. Zo bleken er 3 grote, totaal verschillende klokken te zijn, die moeizaam onder de hamer kwamen. Uiteindelijk hangt straks de ronde antieke klok van mijn vader zeer passend in de Amsterdamse buurtkroeg van Maaike. De iets te opzichtige staartklok van mijn oma en peetoom heeft al een paar jaar in Rosamar ons ochtendhumeur verziekt door onregelmatig en keihard te klingelen en is daarna langdurig weggemoffeld in onze Spaanse garage. Die mag nu gaan shinen bij een neef die per app toehapte. Het is een opknappertje, zullen we maar zeggen.

Zeer tegen mijn gewoonte in heb ik toch klok 3 mee terug naar huis genomen. Een klok met een familieverhaal. Mijn overgrootvader was meubelschilder en vooral met Hindelopen-motieven werden kasten, tafeltjes, klokken en kookkacheltjes verfraaid. Maar alle familieleden, tot in de 3e graad, zelfs in Spanje en Australië, hebben al een erfstuk toebedeeld gekregen. Ik heb al een prachtig beschilderd antiek kookkacheltje en vind deze klok eigenlijk foeilelijk. En Marion’s ogen spraken duidelijke taal: die komt nergens in het zicht te hangen! En nu staat ie dus in een doos. Zurück zum Gartenhaus..

Ik heb daarna een rondje door ons eigen huis geschuifeld. Om een beetje gevoel te krijgen wat mijn dochters te wachten staat, ooit. Wij hebben geen vol huis met spullen, want Marion hanteert het d’rin-d’ruit principe: iets nieuws erin, iets ouds eruit. En we hebben zeker geen klokken-fetisj, omdat ik er een hekel aan heb om te weten hoe laat het precies is. Ik draag ook al 45 jaar geen horloge. Soms gaat er een piepje af op mijn telefoon om me ergens aan te herinneren. Maar meestal staat ie op stil. En kom ik een kwartiertje te laat. Zomer(en)tijd.

Gisteren hebben we een stukje verleden opgeruimd, maar ook mooie herinneringen weer opgehaald. Met zelfs een krakerige video van het laatste interview met mijn peetoom Rob als toetje. In een tijd dat Aids de wereld deed sidderen. Er is veel en toch ook weinig veranderd in 40 jaar. The circle of life.

Regeln sind Regeln

Overal in Nederland worden proefballonnetjes en Fieldlabs gehouden om te kijken wat er allemaal weer kan. Voor als de boel weer open gaat.. Terwijl we elke week opnieuw teleurgesteld raken. Geen terrassen, geen gewone winkelopenstelling, geen versnelling van het vaccineren.. Sommige mensen gingen deze week als vakantieproef naar Rhodos. Alsof je daar van opknapt..

Omdat wij net over de grens in fabelhaft Deutschland wonen, moeten we goed opletten wat de Nederlandse én de Duitse Corona-regels zijn. Niet dat we vaak gecontroleerd worden, want sinds Corona heb ik pas één keer mijn Pendler-Erklärung (grenswerkers-verklaring) moeten laten zien. Het groene formulier begint achter de warme vooruit van de auto al een beetje flets te worden. En als ik ’s morgens Nederland inrijdt, staan er soms knulletjes van de Douane bijdehand te doen. Maar nog nooit mijn rijbewijs, paspoort of PCR-test tevoorschijn hoeven te toveren. Gas op de lollie und weiter rasen!

Twee weken geleden werden de Duitse grensplaatsen verrast door een nieuwe Ordnung van Akela Angela: iedereen die het land inrijdt moet een negatieve test van max. 24 uur kunnen laten zien. Het werd voor ons grenswerkers al snel aangepast naar 72 uur, maar dat maakt het niet meteen makkelijker. En in tegenstelling tot Nederland is het wel verstandig om je in die Heimat aan de maatregelen te houden. Regeln sind Regeln, de boetes behoorlijk en in een klein dorp kent iedereen elkaar, dus moet je voorzichtig zijn. De kans is best groot dat één van je buren belt met de Bürgerleiter van het Sozial Amt van het Gemeindehaus om te zeggen dat jij je niet aan de Regeln houdt. Dan is “ich habe es nicht gewusst” niet het beste antwoord..

En dus gingen Marion en ik vorige week zondagmorgen naar het Bürgerhaus om een sneltest te laten doen. Ingezetenen van Duitsland mogen 1 x per week gratis testen. Bürger en Bürgerinnen die in grensgebieden wonen mogen onbeperkt testen. Terwijl de laatste sneeuwvlokken rond het treurige gebouw dwarrelden, stond er buiten een rij van een man of 20 te mopperen. Wij waren de laatsten van die ochtend en kregen “den Auftrag”” om diegene die nog na ons in de rij wilde aansluiten, weg te sturen, best leuk om te doen.. Je wacht tot een gezin de auto heeft geparkeerd, ze alle papieren bij elkaar hebben gezocht, in een ganzenrijtje komen aanlopen en dan meld je lomp: “Schon geschlossen, Sie sind zu spät!”. Om je daarna heel irritant om te draaien en op je mobiel te gaan rammen. Super toll!

Rillend van de kou, stonden we pas na een uurtje in het treurige halletje van het Bürgerhaus. Het zag er allemaal Oostduits uit, met zware houten balken, aftands meubilair uit de jaren 60 en een ouwerwets podium waar de Prinz Karnaval en der Schützen-König jaarlijks worden toegejuicht door een enthousiaste lokale menigte van gemiddeld 81 jaar. De dorpszaal was fel verlicht en werd in tweeën gesplitst door een grauwe schutting. Aan de ene kant de nerveuze debutanten die nog getest moesten worden, aan de andere kant de zenuwachtige burgers in afwachting van de uitslag.

Na 20 minuten waren we als laatsten aan de beurt. We moesten de zelf ingevulde testformulieren afgeven aan de lokale ambtenaar die in zijn eentje het hele administratie-circus runde. Zonder controle van legitimatie werd het wattenstaafje in de neus gefrot door de chagrijnige dame die normaal de parkeerbonnen uitdeelt. Onnodig om te zeggen dat ze geen Freundin van mij is.  Ik heb ooit een bon van haar gekregen, omdat ik met de neus van de auto de verkeerde kant op stond. Die € 10,= was natuurlijk een lachertje, maar die Truthahn had ook de eerste keer even kunnen warnen. Aber Regeln sind Regeln..

Donderdagmorgen ben ik weer geweest, nu naar de Drive-in Teststrasse achter onze tuin. Ik kan vanaf onze slaapkamer zien of er een rij staat. In 5 minuten klaar en daarmee de eerste week zonder kleerscheuren doorgekomen. Jammer alleen dat ze geen PDF’s mailen, maar een JPEG-fotootje van het resultaat, want die zijn een stuk moeilijker te vervalsen…Maar ja. het is hier in ieder geval wel gratis.

Op Koningsdag ga ik kennis maken met mijn Duitse huisarts, waar ik in 21 jaar nog nooit ben geweest. Met een beetje mazzel heb ik dan een BMI van boven de 30 en krijg ik voorrang bij het impfen (inenten). Zenecaatje erin en doorrrrr. Want we willen dringend op reis. En niet naar Rhodos..

Vaak ben je te bang…

Deze week balanceert het onderwerp tussen twee uitersten van ons menselijk gedrag: risicomijding of waaghalzerij. Er zijn mensen die al zout gaan strooien op de oprit als de temperatuur daalt van 20 naar 12 graden. Er zijn ook mensen die op een Formule 1 racebaan nog snel even oversteken tussen Jos Verstappen en Lewis Hamilton door. Gelukkig zitten de meeste mensen er ruim tussen.

Ik werd getriggerd door een interview met Annelien Bredenoord, hoogleraar Medische Ethiek. Die ergert zich dood aan een ‘angstige’ overheid die geen enkel risico durf te nemen. De 2e prikstop van Astra Zeneca is daar een prachtig voorbeeld van. De overheid denkt dan: ‘wat als die ene gevaccineerde een bijwerking krijgt?’ en is dan schijtsbang om het verkeerde te kiezen. Dus daarom ook maar allemaal binnen blijven en geen terrassen open.

Terwijl Hugo had moeten denken: “wat als al die anderen ziek worden?”. Je moet niet de indruk wekken dat risico’s niet bestaan. Maar het risico op een bijwerking van Astra Zeneca is statistisch net zo groot als dood gebeten te worden door een hond. Of door de bliksem te worden getroffen…. Je kunt beter zorgen dat je het tempo van het prikken hoog houdt. Zonder onnodige voorraden aan te houden.  Ziekenhuizen erbij halen. Sputnik kopen. Volspuiten dat volk!

Ik geef het toe, ik zit meestal aan de andere kant van het risico-spectrum. Heb veel en vaak onbezonnen dingen gedaan. Als puber hing er weleens een oor half los, als een kraker met een baksteen mijn hoofd wilde splitten. Met diepzeeduiken een hele school barracuda’s moeten ontwijken om veilig boven water te komen met bijna lege tanks. En nog niet zo heel lang geleden met illegale kentekenplaten van Spanje naar Duitsland gereden. Vaak ben je te bang…

Gelukkig kan ik, naarmate ik ouder word, wat beter risico inschatten dan vroeger. Wat zeker ook helpt is een partner die vooral de veilige kant kiest. Ik wil, met nog 10 km op de tankmeter, nog wel een keertje op en neer naar Nijmegen rijden, terwijl Marion bij 70 km al klotsende oksels krijgt. Met skiën zat jarenlang een gapend gat tussen roekeloze snelheid en mijn technische ski-kwaliteiten. Maar sinds ik overgestapt ben op snowblades gaat alles een stuk makkelijker en veiliger, want die kortere ski’s gaan gewoon minder hard. En is de kans op een bananen-ritje een stuk kleiner.

Het was ook wel een gokkie om 4 jaar geleden weer met een nieuw (catering)bedrijf te beginnen. Het was een combi van twee dingen: groeiende ontevredenheid over mijn rol als interim-directeur in een traag opererend bedrijf én een onderbuikgevoel dat mijn eigen THT als “senior consultant” aan het verlopen was. Er komt namelijk altijd een moment dat er goede jonge mensen voor veel minder geld jouw klus kunnen overnemen. En als je dat niet bijtijds in de gaten hebt, word je zo’n zeurende ouwe lul die alles beter weet en voor je het weet ben je Edgar van Debiteuren-Crediteuren.

Aankomende week gaan we met de Groene Artisanen een keuze maken uit 50 hele goede kandidaten voor een nieuwe functie in ons bedrijf: Hospitality Coach. En ik denk dat ik samen met compagnon Marcel wel een gokje ga wagen en dat we eerder zullen kiezen voor een frisse jonge wind vanuit een andere bedrijfstak in plaats van nog zo’n eigenwijze ouwe rot als ik. Ook zo’n fout die ik als jonge hond maakte; altijd hetzelfde type mensen als jezelf aannemen. Terwijl elk succesvol bedrijf juist zorgt voor een goede mix van aanvullende karakters en verschillende managementkwaliteiten.

Ik ben eigenlijk wel nieuwsgierig welk risico jullie ooit hebben genomen, dat goed heeft uitpakt. Een gammele auto gekocht van een louche kamper, die toch 15 jaar vlekkeloos door bleef tuffen? Een rijtjeshuis gekocht voor een pittige prijs, die 5 jaar later het dubbele opbracht? Je schoonmoeder in huis gehaald en toch nog steeds getrouwd? Toe, maak mij eens blij met vrolijke positieve reacties. Of laat me lachen om verkeerd uitgepakt risico’s. Bv. vlak na de beursgang World-online aandeeltjes gekocht? Heel veel geld geïnvesteerd in een totaal geflopte Nailhoover, een mobiele stofafzuig-installatie voor nagelstudio’s? Als je er maar zelf om kunt lachen. Want zonder risico’s is het leven saai!