Watergate

Één van de basisbehoefte voor de mens is water. Ons menselijk lichaam bestaat er voor 60% uit. Alhoewel ik denk dat Gordon dichtbij de 90% komt en de laatste 10% bij hem in zijn darmkanaal opgehoopt zit. We openen de kraan en drinken eruit. Het is een onderschatte Westerse luxe, die zeker niet overal geldt.

In Spanje is het kraanwater wel drinkbaar, maar voor Noord-Europeanen niet te naggelen. Door het vele chloor en de ijzerhoudende smaak gebruikt bijna iedereen flessen water om de dorst te lessen. Jarenlang sleepten mijn peetouders Ria en José na het weekend vanaf hun weekendboerderij Can Berenguer een hele auto vol met jerrycans bergwater mee naar Barcelona.

Onze wijk is in de jaren 80 aangelegd. En zoals het toen ging, vond er geen nette aanbesteding plaats om te bepalen wie de Openbare Werken mocht verzorgen. De lokale aannemer mocht de wegen aanleggen, stroom kwam verplicht van de nationale reus Endesa en het leveren van water werd gegund aan het bedrijf Rec Madral. Die hadden het diepst in de lokale politiek geïnvesteerd. Menig burgemeester werd gekozen door de steekpenningen van dit soort bedrijven of omdat de directeur een broer van de zwager van de burgemeester was.  

Dat vinden wij in Nld.misschien raar, maar zo ging het altijd in Spanje en vaak nog steeds. Een voorbeeld: in de Raad van Toezicht van Endesa zit de oud-premier Aznar van Spanje en die heeft er tot 2021 voor gezorgd dat je een toeslag moest betalen op de zonnepanelen (i.p.v. subsidie krijgen), omdat gratis stroom opwekken ten koste ging van deze stroomgigant. Ze hebben in Spanje een mooi woord voor: manejar. Vrij vertaald: dingen naar je hand zetten/ritselen. Ik maak er gebruik van als het kan, want alles gaat dan sneller.

Toen wij in 2005 Rosamar kochten, waren we van het water afgesloten. De oude eigenaar Xavi had van mij geld gekregen om de achterstand te betalen, maar was waarschijnlijk lekker gaan uiteten. Voor Rec Madral maakte het niet uit. Niet betaald-geen water. Dezelfde dag had ik na het betalen weer water en de volgende dag had ik, na een ‘bezoekje’ aan de werkplaats van Xavi, ook het geld terug. Ik laat de details achterwege, maar hij nam na mijn ‘vermaning’ de juiste beslissing en tikte meteen af.

De afgelopen 15 jaar was het kraanwater een bron van ergernis. Er was altijd te weinig druk om de tuin te sproeien. Heel vaak donkerbruin water waardoor je viezer onder de douche vandaan kwam dan je eronder ging. Ik heb eens halverwege het vullen van het zwembad de vieze watermeuk er weer uit laten lopen en een vrachtwagen met schoon water besteld. De rekening werd nooit minder, want leidingwater is duur in Spanje. Vier jaar geleden waren de wateranalyses zo slecht, dat er op landelijke TV een reportage was over het slechtste water van Spanje in… Maçanet de la Selva.

De nieuwe burgemeester Natalia is 30 jaar oud, gaat geen obstakels uit de weg en had aangekondigd de waterchantage van Rec Madral aan te pakken. De afgelopen twee jaar is alles in gang gezet, zodat de gemeente zelf het beheer over zou nemen. De watermaffia haalde alle trucs uit de kast om te saboteren en dat leidde vorige week tot een bizarre situatie die wij in Nederland niet kunnen voorstellen. Onder het excuus van kapotte pompen werd de boel plat gelegd en was er twee dagen geen water. Natalia en haar equipe waren furieus, weigerden te capituleren of Spaanse wijn bij het water te doen. Met behulp van politie en het regionale wateragentschap werden de pomphuizen opengebroken en de stilgezette pompen weer in werking gezet. Het pruttelde nog wel een beetje okergeel water, maar kleine dingen houd je toch. Met nieuwe sloten op pomphuizen is de gemeente nu zelf onze waterleverancier. Nog geen idee hoe ze de aankomende maanden gaan berekenen wat ik moet betalen.

Misschien is deze lokale Spaanse oplossing wel een voorbode van een grotere herstelactie. Onder het mom van marktwerking hebben we vooral in Nederland veel publieke diensten uitbesteed aan commerciële aanbieders. Die goud beloven en kosten, maar roestmetaal leveren. Voorbeelden genoeg: de ziektekostenreuzen. De stroomboeren. De Spoorwegen. We hebben vooral water naar de zee gedragen. Zal ik ze een keertje gaan ‘bezoeken’?

Tweede Frank

Een paar weken heb ik al een keer een kijk-tip gegeven over de serie Tweede Hans. Over een man, begin 60, die onverwachts bedankt wordt voor zijn werk in een tuincentrum en met een ruime regeling ineens in de VUT terecht komt. Ik begin steeds vaker, nu de 60 nadert, te mijmeren over een werkloos, maar vooral stress-loos leven. Gisteravond hebben Marion en ik drie afleveringen achter elkaar gekeken.

We lenen sinds kort het ZIEN.NL account van amigo Gerard en die hebben heel wat meer te bieden dan die digitale boeven van Canal Digitaal. Bij hun laatste update hebben ze de streamfunctie vanaf je Ipad naar een TV-scherm gecancelled. We betalen €169,95 per half jaar, zonder dat ik Max of Frenkie kan zien. Ik ga ze binnenkort zelf maar eens cancellen en voor € 7,95 per maand meer services krijgen bij ZIEN.NL. Totdat zij ook het licht zien en de regels gaan aanpassen…

De eenvoud en de raakheid van de scenes in Tweede Hans zijn werkelijk briljant en hilarisch. Zijn vrouw heeft, vlak na zijn onverwachte VUT, een zwaardere functie gekregen, rent zich rot en ziet in haar stress nauwelijks dat Hans apathisch de dagen doorkomt. Hij zwaait ’s morgens zijn vrouw uit, draait de luxaflex van hun jaren ’70 huis dicht en gaat in zijn pyjama op de bank liggen. Urenlang. Vaak komt zijn buurman Cor even aan en die neemt hem uiteindelijk mee naar een Shanty-koor, geleid door een zweefteverige Angela Groothuisen. De repetities, de onderlinge spanningen, de optredens; het zijn tenenkrommende scenes en juist daarom zo treffend. Het leven wordt heel klein en bekrompen in beeld gebracht. Ik wil er niet met dédain op neerkijken, maar de saaiheid en burgerlijkheid nemen bijna absurde vormen aan.

En het zet je ook aan het denken. Wat gaat mij gebeuren als ik ‘ineens’ niet meer hoeft te werken? Ik acht de kans klein dat in een Shantykoor ga zingen, maar zou ik ook verpieteren achter de geraniums, verstopt achter de luxaflex? Zou Marion uit radeloosheid weer voor onbepaalde tijd een zware klus aanvaarden om ’s morgens het huis uit te vluchten? Zou ik als een Al Bundy met een hand in mijn broek de hele dag op de bank liggen zappen en om 18.00 uur halsoverkop om vlak voor thuiskomst van Marion nog snel een zak diepvriesgroentes te ontdooien en een plofkipfilet in de airfryer op te warmen?

Ik heb gisteren 100m2 Rosamar-tuinmuur wit geverfd en gemijmerd over een leven zonder werk. Het grootste deel van mijn werkend leven heb ik in cycli van ongeveer 4 jaar gewerkt. De Buitenlandtijd in Spanje en Australie van 1984-1988. De Nijmeegse Horecatijd van 1988-1992. De Casino-tijd van 1992 tot 1996. De Toonen Partycatering tijd van 1997 tot 2000. De Schoolcateringtijd van 2000 tot 2006 en daarna nog blokjes Milkshakes, weer Onderwijscatering, Interimdirectie-klussen en de laatste 5 jaar dus De Groene Artisanen. Eerlijk is eerlijk, het cateringwerk van de afgelopen jaren is me vooral door Corona niet in de koude kleren gaan zitten.

Is het eind in zicht? Is het aftellen begonnen? Mijn streven was altijd om op mijn 60e te stoppen met werken, maar dat is niet meer realistisch. Dan heb ik nog maar 8 maanden. Maar stel dat ik op een later moment niet meer hoeft te cateren, wat wordt het dan? Ik ben best vaak benaderd voor commissariaten in mijn vakgebied. Tot nu toe geen optie, maar wil ik straks daarmee mezelf nog van de straat houden en misschien mezelf voor de gek houden dat ik er nog toe doe?

Een andere optie kan de Tweede Frank oplossing zijn. Dan snijd ik alle Nederlandse banden door, verkoop het bedrijf en mijn Duitse stulpje en ga 100% in Spanje wonen. Ik kom dan alleen terug voor van mijn (klein)kids, overlijdensperikelen van naaste familie en goede vrienden, akkefietjes met de Blauwe Enveloppen Brigade en netwerk reünies. Verder doe ik niets zinnigs, behalve muurtjes schilderen, druk maken waar we gaan lunchen, zuchten over de nieuwe Nokia’s van Kabinet Rutten 11 en bootje varen met vriendje Gerard.

Zijn jullie weleens aan het nadenken over een leven na het werken? Krijg je het dan Spaans benauwd? (is niet erg, heb ik ook vaak last van). Toe, vertel eens. Het blijft onder ons!!!

Reigers

Zaterdagavond 21.00 uur in die Heimat. De spanning stijgt, foto’s druppelen binnen van nerveuze Songfestivals-volgers. In een kringetje rond de salontafel vol met nootjes, blokjes  kaas en zoutstengels. S10 lurkt nog aan haar Nestea en mag straks haar navel showen. Ik kijk heerlijk naar NPO 3 en hoef de massa-hysterie niet te ondergaan. Lang leve de vrijheid.

De afgelopen jaren doen we een beetje mee na jaren van Oost-Europese terreur. We zijn allemaal vergeten dat we Oekraïne vervloekten als er weer 10 punten gingen naar een tenenkrommende Matroeska act uit Rusland. Toen waren het  nog BFF’s.  Nu gaat heel Europa douze points geven aan een flut-act van een bandje uit Kiev. En zo is het cirkeltjes weer rond.  En laten we Stientje met een jurk van een tientje meedoen om met dat oersaaie nummer op de 13e plaats te eindigen. Zijn wij ook weer met beide beentjes op de aarde geland. Ben wel benieuwd waar in Oekraïne volgend jaar het liedjes-feestje wordt gehouden, want er staat tegen die tijd niet veel meer overeind.

Ik had zaterdag gelukkig echte dingen te doen. In de ochtend en vroege middag aanwezig geweest bij een inhaal gastvrijheidstraining van onze medewerkers uit Venlo. Een leuke sessie op een prachtige plek: het oude brouwerscafé van bierbrouwer Dommelsch. Ik doe de kick-off, knutsel de lunch in elkaar en zwaai iedereen na afloop weer uit. Om daarna vanuit het prachtige Dommelen te sturen naar de Intra-tuin in Malden. Op een zaterdagmiddag….

Er is een treurige reden dat ik daar heen moet. Vijftien prachtige, rondborstige goudvissen, met liefde vertroeteld de afgelopen jaren, zijn bruusk aan hun eind gekomen. Alle preventieve maatregelen hebben gefaald, want een inhalige zilverreiger heeft met ongekende gulzigheid in krap 2 weken onze vijver leeg gevist. De teringlijer. Ze staan er ook om bekend, om hun meedogenloze egoïsme. Ze trekken een vijver leeg, zoals ik een zak paprika chips eet.

Mijn vroegere zakelijke partner Boekhoorn vertelde ooit dat hij onder het genot van een kopje verse ochtendthee zag dat zo’n grijze dropveter alle 12 koikarpers uit zijn giga-vijver doorboorde met zijn spitse snavel. En dat waren niet zomaar een paar dure visjes. Hij had ze net laten invliegen uit Japan mét echtheidscertificaten voor de prijs van 4 gloednieuwe Nissan Qasqai’s… Hij kon er zelf smakelijk (raar woord in deze context) om lachen, maar ik krijg moordneigingen en ga op zoek naar mijn buks als ik zo’n steltenloper ergens zie staan. Ze kunnen er zelf niet veel aan doen, want in dat miezerige kleine kopje zit niks. Vandaar dat ze uren doodstil als een opgezette breinaald voor zich uit zitten te staren.

Ik heb 15 schattige visjes gekocht en met secure voorzichtigheid teruggeplaatst in de vijver. Alvast wat reiger-hindernissen aangebracht, maar misschien ga ik nog een draadje met 380Volt spannen rondom de vijver, nu ik toch geen kleine kinderen meer in huis heb. Ik plaats er dan wel een permanente camera bij, want ik wil zien wat er gebeurt als zo’n reiger precies met zijn scrotum tegen zo’n stroomdraad oploopt. Ik mag lijden dat die andere insluiper, de geniepige zwarte kat van de buren, er dan reigermousse van maakt.

Dat Intratuin is de irritante evenknie van meubelbunker Ikea. Ik heb vandaag prijzen gezien voor tuinmeuk, die meteen duidelijk maken waarom de inflatie zo oploopt. Een ieniemienie netje met sprokkelhoutjes voor de tuinhaard voor € 8,95! Je kunt er nog geen marshmallow mee smelten! Een minizakje radijszaad voor € 2,95, terwijl ik afgelopen week voor een ludieke actie van De Groene Artisanen 20 kilo radijszaad (genoeg om het hele Gelredome nuttig te gaan gebruiken) heb gekocht voor € 2,50 per kilo. Godzijdank was Marion in Spanje en kon ik in rap tempo ongeschonden langs de eindeloze rekken met deprimerende kussentjes rennen. Mijn visjes waren wel spotgoedkoop, maar het is eigenlijk ook alleen maar reigervoer.

Maar het kan nog waanzinniger dan de Intratuin. Deze week werd bekend dat het gelukt is om kleine plantjes te laten groeien op maangrond. Wetenschappelijk schijnbaar een enorme doorbraak, want zo zou het mogelijk worden om in de toekomst op de maan voedsel te kunnen kweken. Jaren aan gewerkt, dit experiment. Ik heb net buiten even naar die gele puistenkop gekeken, maar blijf toch maar hier. Reigers vangen, visjes beschermen. Zinvol werk.

Het lastige leven van een Spaanse garagedeur

In een wereld waarin alles met elkaar verbonden is of invloed heeft op elkaar, heb ik soms geluk. Dan hoef ik me slechts op één ding te concentreren. Een soort zelfbescherming, om de complexiteit van deze tijd of de besognes van een eigen bedrijf even weg te drukken. Zo heb ik mij de afgelopen dagen alleen bezig gehouden met mijn Spaanse garagedeuren!

Ik heb al vanaf 2005 een haat-liefde verhouding met deze scharnierschurken. De twee houten panelen waren toen aan de onderkant volledig verrot, waardoor alles wat kruipt, vliegt of loopt onze garage gebruikte als AZC. Zo vloog een groepje zwaluwen af en aan om hun krijsende kroost te voeden in de zelf gemetselde nestjes net onder het plafond. Ik had meteen een pesthekel aan die snelle luchtacrobaten, want ze scheten de hele garage onder. Ik vind het überhaupt onfris om een nest voor je koters te maken dat bestaat uit een beetje klei, wat stro en vooral veel eigen stront. Het spreekwoord “je moet niet in je eigen bed schijten “ is aan deze schijtlijsters niet besteed.

Hun kunstige nestjes heb ik na het uitvliegen van de kleine koters vakkundig  gesloopt en daarna de oude nestplek met een flinke scheut ammoniak besprenkeld. Toch bleven de laagvliegers twee voorjaren bij openstaande garagedeuren naar binnen vliegen om hun oude kraamhokken te zoeken. Beetje hardleers wel. Maar als je hele lichaampje erop gebouwd is om alleen maar zigzaggend muggen te vangen, heb je ook niet vooraan gestaan bij het uitdelen van de rationele kant van je hersencellen. Uiteindelijk haakten de garageterroristen af.

Na de volledige renovatie van de garagedeuren was het dagelijks gebruik een vertrouwd genot. Als ik ’s morgensvroeg, met een vol huis met gasten, het zwembad wilde schoonmaken, was het ritmisch geronkel van de openrollende deur haast een magisch moment. Achter die deuren wordt de wereld in tweeën gedeeld. Rechts is mijn deel. Alle bouwmaterialen, mijn vriend de cementmolen, wanden vol gereedschap, stellages met tuinapparaten, de opslaghoek van Ibrahim vol met fietsonderdelen en Gambiaanse snuisterijen. En achter de linkergaragedeur ligt Marion’s smetteloze Wondere Wereld. Alles mooi op zijn plek, de vloer keurig geëgaliseerd, allerlei fitnessapparatuur strak op een rij, perfect georganiseerde Ikea-kasten, golftassen ready to use. Als je ooit de uitdrukking ‘Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus’ in de praktijk wilt zien: kom achter onze garagedeuren in Spanje kijken.

Maar blijkbaar is er ook Long-Covid voor garagedeuren mogelijk. De klad kwam erin en ging er niet meer uit. De onderste plankjes begonnen weer weg te rotten, Ibi brak een paar sleutels af, het complexe sluitmechanisme haperde steeds vaker. En in oktober, vlak voor onze winterverhuizing naar Malaga, gingen allebei de deuren stuk. Best lastig, ook al hadden we net de garage met alarm uitgerust. De rechterkant, natuurlijk mijn deel, kan niet meer op slot. Graag stil en klein houden, want het is nog niet opgelost.

Maar de voorjaarskriebels hebben onversaagde energie los gemaakt en volle goede moed ben ik de afgelopen dagen begonnen om de doodstrijd van onze houten makkers nog een jaartje uit te stellen. De keuze voor hypermoderne, elektrische, kunststoffen deuren was al gemaakt, maar ons bouwpotje 2022 is ook al leeg. Dus is het Grote Pimpen begonnen. Ik heb gezandstraald, met boutjes gammele planken vastgezet, geschuurd, eerste laagje aangebracht en daarna weer geschuurd en geverfd. Ik houd weer van hout. Als een Grande Dame herrijzen mijn garagedeuren uit de as. Vanaf vandaag lonkt ze, na haar facelift en zwaar onder de make up, weer naar me als ik aan kom rijden.

Eigenlijk lijkt deze column op de grappige nieuwe serie op NPO1: Tweede Hans. Over een man die moet wennen aan zijn vervroegde pensioen en worstelt met vrije tijd. En die  net zo één dimensionaal als ik vandaag bezig kan zijn om de kleine dingen van het leven onder de knie te krijgen. Want mijn garagedeur-perikelen zijn eigenlijk een metafoor voor mijn hang naar minder stress en drukte. Wat me in Nederland nooit lukt, lukt in Spanje altijd: telefoon opzij, laptop dicht. Een bak koffie pakken en een half uur naar je garagedeur kijken om te bepalen wat je gaat doen. Jullie hebben er vandaag niks aan, maar ik ben er vrolijk van geworden.

Johan

Nee, niet meteen wegklikken! Deze column gaat niet alleen over die snor. Er zijn veel meer Johans. Zoals Cruyff. Neeskens ook. Ze hebben wel allemaal één ding gemeen: er komt soms verbale diarree uit hun maalschuur.

Afgelopen week  was het de 75e verjaardag van Johan 14. Hij is er al 6 jaar niet meer. Destijds ben ik met vriendje Gerard naar el Clásico én de afscheidswedstrijd van Johan geweest. Ik heb nog op mijn netvlies dat een heel stadion huilde bij de hommage. Want Johan was in alle opzichten voor de Catalanen el Salvador; de Verlosser. De historische 0-5 tegen Real Mierda in Bernabeu in 1974, eindelijk de eerste Europacup in 1992 met de winnende goal van Koeman én de grondlegger van la Masia (de beroemde jeugdopleiding van Barcelona waar Messi, Xavi, Iniesta en eerder ook Guardiola zijn begonnen).

Maar ook de Johan van onnavolgbare analyses en hopeloze Spaanse taalfouten, die zo grappig en legendarisch waren dat ze nu gemeengoed zijn. La galina de piel (vellenkip): hij bedoelde kippenvel, maar als je nu een mager kippetje in een restaurant krijgt, zeg je galina de piel. En un momento dado (op een door God gegeven moment). El entorno: de (natuurlijke) omgeving, maar hij bedoelde de 3e colonne, de kliek van invloedrijke hotemoten binnen een voetbalclub.

De in Catalonië bijna even populaire Johan Segundo (Neeskens) staat niet bekend als een groot prater. In de tijd als voetbaltrainer bij NEC moest je soms de woorden uit zijn mond trekken. Ik heb weleens bij een persconferentie na een oefenwedstrijd tegen een Spaanse club elke zin die Johan in het Spaans sprak drie keer zo lang vertaalt om het nog een beetje acceptabel te maken.

Maar Johan Derksen (de Snor) heeft deze week alle media gedomineerd. Bommen op Charkov moesten even naar pagina 5, de hoge inflatie was pas het 3e  item in het 8uur journaal. En sinds dinsdag hebben alle voor- en tegenstanders zich diep ingegraven in hun stellingen. Ik kijk nooit naar het programma, maar werd op Koningsdag op de golfbaan door een dochter gebeld. Pas later op de dag zag ik het fragment voorbij komen. Ik was vooral verbijsterd hoe je het in je hoofd haalt om zo’n ‘anekdote’ op TV te vertellen. Waarom?

Één ding wist ik al wel meteen en appte ik terug naar mijn dochter: “Karma; hij valt in zijn eigen mes”. En zo geschiedde. Het verhaal is waarschijnlijk minder waar gebeurd dan hij heeft verteld, maar als je dan niet volmondig durft te zeggen dat het stom is en gaat klagen over de reacties, dan heb je de impact van je woorden niet begrepen. Want waar je misschien mee weg kwam 50 jaar geleden, is anno 2022 absoluut onacceptabel. Tijden veranderen, normen veranderen. Ook al kun je nooit terugdraaien wat er toen gebeurde.

Er waren toen wel meer dingen die nu niet meer voor te stellen zijn: rokende ouders in een auto met kids. Een leraar met losse handjes. Zwaar bezopen achter het stuur. Ik kan zeker zeggen dat ik toen dingen heb gedaan, die ik me nu niet meer voor kan stellen. Die ga ik dus ook niet oplepelen, want het is niet iets waar je trots op moet zijn. En daar ging het fout bij de Snor. Hoe graag je ook choqueert, hoe graag je ook heilige huisjes omver schopt, hoe graag je een ander geluid wilt laten horen; er is wel een grens. Daar hoef je niet woke voor te zijn.

In een tijd waarin steeds vaker waanzinnige misstanden (the Voice) naar buiten komen, heb je echt fossielen gedrag om zo’n anekdote smeuïg op TV te gaan vertellen. En dan niet ter plekke door tafelgenoten te worden gecorrigeerd. Iedereen kan dan roepen over vrijheid van meningsuiting, maar daar zijn echt grenzen aan. Dat heeft niets met cancel-cultuur te maken. Wel met empathie en gezond verstand.

Moest Johan de Snor dan van de buis? Van mij niet, als hij maar echte excuses wilde aanbieden. Er keken elke dag 800.000 kijkers naar VI, dus hij zal vast (ook hier) heel veel medestanders hebben met dezelfde mening. Misschien wil Elon Musk hem wel een podium bieden. Twitter is al het woordenriool van boze mensen, maar voor Elon mag het nog vrijer. De vraag blijft: wat is acceptabel?

Keteering

Heel Nederland loopt vast door het gebrek aan menskracht. We hebben 90.000 coaches in Nederland, maar er valt niets meer te coachen. Als je na 2 jaar Covid eindelijk weer eens vakantie gepland hebt, sta je machteloos in de rij op Schiphol.

Met ons keteering bedrijf zijn we in dezelfde situatie terecht gekomen. We hebben het 1e kwartaal een dramatisch ziekteverzuim (boven de 10%) gehad door Carnaval, Corona en Griep, waarbij ook veel medewerkers moeite hebben met herstarten na 2 jaar relatieve rust. En hoe goed we ook ons best doen om sterke arbeidsvoorwaarden te bieden, de concurrentie aast op onze goede mensen. En qua aanname van nieuwe mensen hebben we de lat een stuk lager moeten leggen. Zodat iedereen erover kan springen in plaats van de eerste dag met een enkelblessure te starten..

Toch ben ik optimistisch. De afgelopen weken hebben we 6 verschillende nationaliteiten aangenomen. We waren al behoorlijk multi cultureel, maar nu is ook goede beheersing van de Nederlandse taal geen must meer in veel functies. En ook wij hebben een Oekraïense jongedame aan kunnen nemen, die met een bewonderenswaardige mentaliteit al vanaf dag 1 super enthousiast meewerkt.

Het blijft best bizar dat we een versneld traject hebben kunnen doorlopen om werkgunning etc te regelen voor deze vluchtelingen, terwijl de ‘anderen’ vast blijven lopen in de Nederlandse bureaucratie. Het is een soort omgekeerde discriminatie op nationaliteit, als tegenhanger op de toeslagen-affaire. Maar eigenlijk net zo onacceptabel. Je zult maar Syriër zijn en  lang moeten wachten op je inburgercursusje om na jaren eindelijk te mogen werken…

Wat me altijd heeft aangetrokken in onderwijs- en bedrijfscatering is de voorspelbaarheid. Als een HBO Techniek 3200 studenten op een locatie had, kon ik nagenoeg precies uitrekenen wat de omzet zou zijn in een schooljaar. En als je dan je kosten afstemde op die omzet, mocht je eigenlijk niet in de problemen komen. En in de bedrijfscatering nu met de Groene Artisanen zien we na Covid hetzelfde patroon ontstaan. Kantoren lopen vol (dinsdag en donderdag zijn we er weer met zijn allen) en twee van de drie mensen komt dan gezellig bij ons eten. Ze geven meer uit als voor de crisis, maar het lijkt nog vaak of om 12.00 uur overal de wekker afgaat, iedereen wakker wordt en gaat lunchen.

Die voorspelbaarheid is een schril contrast met mijn oude party-catering bedrijf eind jaren 90. Je was altijd bezig om business binnen te halen: bedrijfsopeningen, congressen, bruiloften, businessevents etc etc. Het ging met hoge pieken en diepe dalen. In januari en februari was er in de zakelijke partycatering geen droog brood te verdienen, terwijl je in mei en juni niet wist hoe je alle offertes kon waarmaken. Uiteindelijk heb ik het niet gered met het partycatering bedrijf, maar de geleerde lessen hebben mij tot op de dag van vandaag heel veel gebracht.

Het was louterend om knetterhard op je bek te gaan. Je weet waar het fout is gegaan en je ontwikkelt een 6e zintuig om ze niet weer te maken. Dat is overigens geen garantie, maar een acceptabele kansberekening. Ook wilde ik niet meer non stop werken 7 dagen in de week. Dan is reguliere catering zeker een verademing, want de weekenden zijn de locaties dicht, de medewerkers vrij en ontstaat er nog iets van een privé-leven. En ik hoefde ook niet meer naar al die MKB-businessclubs borrels om te leuren om handel en de dronken droeftoeters te paaien.

Vrijdag had ik weer eens bij een grote nieuwe cateringklant zo’n typische cateringparty. De directeur ging na 30 jaar met pensioen, zijn secretaresse wilde het allerbeste afscheid, de medewerkers wilden vooral veel eten en drinken en zijn zakelijke vriendenclub besloot op te komen draven om luidruchtig te laven. Zij hadden hun witte wijn wegslurpende eega’s meegenomen, die lichtelijk handtastelijk werden als ik voor de zoveelste keer met een plateau met drank aan kwam zetten. Ik ben en was het gewend van vroeger, maar ik zou het nooit accepteren als het bij mijn (vrouwelijke) medewerkers zou gebeuren.

Gisterochtend herinnerde mijn stramme lichaam vol spierpijn mij weer aan die oude keteering-tijden. Maar een mooie dag op golfbaan Rijk van Nunspeet met 9 soortgenoten uit de foodservicebranche, afgesloten met een fantastisch diner in restaurant Ratatouille in Harderwijk, werkte heilzaam. Godzijdank is partycatering verleden tijd.

Dierenleed

Dit Paasweekend gebruiken we om ons Spaanse huis klaar te maken voor het seizoen. Het klussenlijstje hangt al een tijdje prominent in beeld, dus het wegstrepen is begonnen.

Voor Spaanse begrippen heeft het de laatste weken enorm veel geregend, wat onze achtertuin in een moeras heeft veranderd. Langzaamaan sijpelt het regenwater door de rotsgrond weg en proberen de rillerige grassprietjes de weg naar boven te vinden. Samen met Ibrahim halen we onkruid weg, maakt de hoge drukspuit overuren, krijgen de olijfbomen en de buxussen een trendy voorjaarscoupe en verandert het zwembad van alg-groen naar Blue Lagoon blauw.

Na twee jaar pappen en nathouden moeten we ook onderhoud-technisch een inhaalslag maken. Binnenkort worden alle oude houten balustrades vervangen voor sterke nieuwe balken, voordat een spelend kind er een keer doorzakt en drie meter lager belandt. De gastenbadkamer krijgt een make-over met een nieuwe toiletpot, mooi badkamermeubel en een nieuwe deur met werkend slot. Ook de garagedeuren moeten dringend vervangen worden, want na 35 jaar kletterende regen en vier opknapbeurten zijn ze compleet vergaan. Maar als de teruggave van de belastingdienst zo teleurstellend wordt als we nu hebben uitgerekend en ingeleverd, zullen ze nog een jaartje moeten wachten.

Ook ben ik met frisse moed een nieuwe fase van de kattenoorlog ingegaan. Deze arrogante viervoeters hebben ons verblijf in Malaga gebruikt om onze tuin, onze buitenstoelen en onze plantenperken toe te eigenen zoals Putin met Oekraïne omgaat. Maar zij hebben geen rekening gehouden met de slagkracht van Frankie Zelensky. Met het venijnige kippengaas wat ik gisteren met Ibrahim heb aangebracht, zijn alle oorlogsroutes afgesloten voor doorgaand verkeer. Ik heb er zelf armen vol met littekens aan overgehouden, maar de eerste krijsende kat werd door mij met gejuich ontvangen. Ik weiger te capituleren voor hautaine ongevraagde indringers.

Meer compassie had ik gisteren met een verdwaald spreeuwenjong. Al dagen rommelde het in de afzuigkap. Er had al eerder een vleermuis gebivakkeerd, maar zo klonk het deze keer niet. Na het loskoppelen van de afzuigkap kwam er een uitgeput vogeltje uit, die we met water en notenmix van de Lidl hebben gereanimeerd in de achtertuin. Vanochtend hinkelde het jong nog een beetje door de tuin, voor hij besloot om in de regenafvoerbuis te kruipen. Bij zoveel suïcidaal gedrag helpt geen dierenambulance. Ik heb hem uiteindelijk aan de overkant van de straat op het gras gezet, met een 120% kans dat één van de sluipmoordenaars van de vorige alinea heerlijk geluncht heeft. Voor de zekerheid heb ik het laatste strookje gaas gebruikt om de luchtbuis van de afzuigkap buiten af te dekken. Best jammer, er had een kat in gepast.

Ook een verdwaalde gekko heeft wekenlang gebruik gemaakt van  onze gastvrijheid in Rosamar. Hij bleef lekker binnen heen en weer rennen, pakte onderweg hier en daar een mugje mee en deed graag verstoppertje, altijd gevolgd door een onverwacht KIEKEBOE op de meest onwaarschijnlijke plekken. Toen we hem vandaag eindelijk te pakken hadden en hem buitenshuis plaatste, liet hij van pure pissigheid zijn staart eraf vallen. Zelf bleef hij ons doodstil aankijken met een bozige blik, terwijl zijn staart nog zeker een half uur krullend over de terrastegels bleef bewegen. Best creepy.

Na gedane arbeid is er ook altijd hét moment om het zwemseizoen te openen. Als een ware Adonis dook ik ineens het water in, een lokale tsunami veroorzakend. De volgende keer hang ik toch eerst de thermometer erin, want het bleek maar 17 graden te zijn…. Er dreigde een gekko-scenario, want mijn vleesvogel schrok zo hard dat hij bijna eraf viel. Nu maar wachten dat de zon de aankomende weken zorgt voor natuurlijke opwarming, want ik heb nu een lichamelijk onderdeel dat uit voorzorg waarschijnlijk een terugtrekkende beweging gaat maken. Ik ken wat BN-ers die dat achteraf graag hadden gedaan..

Als beloning voor mijn Survival of the Fattest Contest hapte ik de oren af van een ander dier dat deze dagen niet ongeschonden uit de strijd komt. Hij  bleek alleen van een andere eigenaar, die de treurige aanblik van het aangevreten haasje per se aan mijn column van vandaag wilde toevoegen. Sorry Marion, maar ik moest na de duik eerst zorgen dat mijn vetreserves op peil bleven. Fijne Pasen allemaal!

Leed is geen wedstrijd

Omdat ik regelmatig een stukje schrijf, lees ik met veel bewondering hoe professionele woordkunstenaars, meestal met weinig woorden, haarscherp iets neerzetten. In een wereld van excuses, raar praten en verbloemen van de werkelijkheid (zoals Hugo de Jonge weer liet zien) is het kleine woord of een rake zin heerlijk eerlijk.

Een van mijn grootmeesters is Thomas Verbogt, vaste columnist op pagina 2 van het AD/de Gelderlander. Elke weekdag beschrijft hij in 200 kraakheldere woorden het dagelijks leven. Maandag fileerde hij de NS op meesterlijke wijze na de onbegrijpelijke totale landelijke storing. Hij vond de clichés en excuses van het NS-opperhoofd zo slap dat ze bijna kwetsend waren. Daarbij had hij het ook over het leed die zo’n storing veroorzaakt. Hij wilde niet klagen omdat er veel in de wereld aan de hand is, maar merkte wel op: ‘leed is geen wedstrijd’. Laat het even op je inwerken.

Al 5 weken zijn wij in de ban van de oorlog in Oekraïne. Het heeft in Nederland veel meer impact dan pakweg Syrië, Jemen, Somalië of Myanmar. Want het is in de buurt (Europa), wij merken direct de gevolgen in de portemonnée en zijn bang dat we er zelf bij betrokken raken als de NAVO zich ermee gaat bemoeien. Kortom, een asielzoeker uit Oekraïne kan op veel meer empathie en hulp rekenen dan een gemiddelde Afghaan, hoezeer wij daar zelf medeverantwoordelijk waren aan de puinhoop. En daarom was de opmerking ‘leed is geen wedstrijd’ zo treffend.

In ieders privéleven gebeurt het. Je vertelt wat je overkomen is (“ik heb een week bekaf op de bank gelegen met Covid”) en de ander gaat er met overtreffende trap overheen (“dat is nog niks, ik heb 3 weken op een klapstoel bij de 1e hulp gezeten!”). Of je vertelt over de zware ziekte van een goede kennis, en je gesprekspartner begint over de oom van de buurman van de achternicht in Groningen die op zijn 88e een verschrompeld plasbuisje heeft gekregen door een opstandig prostaatje. Terwijl het geen wedstrijd is..

Soms word je ook verrast door de spitsvondigheid van iemand. Toen Femke Louis en een paar andere snuiters na de eerste maanden Corona riepen “#wij doen niet meer mee!#”, viel heel Nederland over hen heen. Een organisator van een illegaal mega-feest gaf in een talkshow aan spijt te hebben van zijn ondoordachte actie, waarop Britt Dekker, voormalig dom blondje, de briljante woorden sprak: “Spijt is verstand dat te laat komt”. BAM!! Want het gemak waarmee mensen achteraf ‘spijt’ hebben is gênant. Zeker gevolgd door de dooddoener: “ik heb toch sorry gezegd?”.

Het is lastig om tegenwoordig eerlijk te zijn of je mening te geven. Veel mensen hebben een kort lontje, dat snel in de fik vliegt en als een BUK-raket terug knalt. We zijn ook bang aan het worden, vooral voor de publieke opinie. De burgemeester van Valkenburg heeft in al zijn wijsheid besloten om de eeuwenlange traditionele kanonschoten op Koningsdag af te lasten. Omdat de saluutschoten bij de Oekraïense vluchtelingen heftige reacties zou kunnen veroorzaken. “Fijn dat we met de schutterij goede afspraken hebben kunnen maken”. Ik vind Daan Prevoo, zo heet de flapdrol met ketting, een kwezel. Er zijn maar 14 vluchtelingen in zijn dorp. Regel dan een half uurtje een silent disco voor ze met Rowwen Hèze en laat die 16.000 inwoners gewoon genieten van de knalletjes. Ik vind het spreekwoord “Wie bang is voor bramen moet uit het bos blijven” wel passen bij Daantje.  

In de trein naar het vliegveld van Barcelona afgelopen maandag weigerde een knul zonder kaartje zijn legitimatie te laten zien aan de nerveuze conducteur van rond de 60. De noodrem werd erop gezet, de discussie duurde al een minuutje of 5, waarbij de knul steeds dreigender tegenover de kaartenknipper kwam te staan. Ik keek om me heen en zag 2 dames van mijn leeftijd mij knikkend aankijken. Tegelijkertijd sprongen we op en begonnen in onvervalst Catalaans het huftertje uit te kafferen. Hij schrok zich het apelazarus en sprong naar buiten. De bezwete conducteur deed de deur dicht en bedankte ons uitgebreid.

Was het een slimme actie? De andere, jongere treinreizigers bleven tijdens het incident op hun mobieltje staren. Onder het motto: voorkomen is beter dan genezen. Maar vaak ben je te bang!

Familie

Als dingen te groot worden of te complex, is het verstandig om je te gaan concentreren op de kleine dingen. Dan wordt alles beter behapbaar. Je laat de wereldproblemen even los en duikt in je kleine micro-wereld. Inzoomen op klein bier.

Dit weekend zijn we in Spanje met mijn zussie Maaike en vriendje Ron. Alle vier zijn we net op tijd voor de sneeuwstormen vanaf Weeze Airport afgezakt naar Noord-Spanje. Marion en ik hadden nog het plan om met haar auto terug naar Spanje te rijden, maar afgepeigerd even in 14 uur door Frankrijk sjezen is niet zo’n verstandige optie als voor beiden lijf en leden tegen de verzuringsgraad aan zitten. Dus heeft Ryanne ons naar Spanje gevlogen voor € 7,99 enkele reis p.p. Hoezo energiecrisis/vliegtax?

Na weken van extreem veel regen en lage temperaturen begint Spanje een beetje op te warmen. Voor ons het moment om het huis gast-klaar te maken, de tuin strak te trekken, de hoge drukspuit over alle terrassen te jakkeren, het zwembad te ontgroenen. Natuurlijk altijd samen met onze gabber Ibrahim, die het olijfplukseizoen in het Zuiden achter zich heeft gelaten en nog een paar maanden bij ons kan klussen voordat het appelseizoen in het Noorden los barst. Zijn vrouw Hadja heeft in hun dorp Dampha Kunda in Gambia met de komst van onze oude Zafira een statusverhogende positie ingenomen en laat zich heerlijk rondrijden in het gerenoveerde pronkstuk van de lokale gemeenschap.

Wij hebben de afgelopen jaren in Rosamar een onderhoudsachterstand opgelopen, die noopt tot versnelde actie. O.a. de houten balustrades zijn allemaal zo rot als de mentaliteit van Poetin en moeten dringend vervangen worden voordat een onvoorzichtig kind er doorheen valt. Ook in Spanje is het haast onmogelijk om aan werkmannetjes te krijgen, hoe goed ons lokale netwerk ook is. Maar met een beetje geluk gaat Antoní El Timmerman binnenkort 60 meter balken vervangen voor een Vlaams pijnboom-variantje dat er weer 20 jaar tegen kan. Wel voor de prijs van tropisch hardhout, want ook in Spanje gaan de meest normale dingen door het dak qua prijs.

Als deze marginale beslommeringen vallen in het niet bij de warmte en vrolijkheid van een samenzijn met familie van warme en koude kant. We hebben tijd om bij te praten, maar vooral ook tijd om beter te weten wat de ander bezig houdt. Dat gaat verder dan ‘druk op het werk’ of ‘gevolgen van Corona voor een kroeg in Amsterdam of een cateringbedrijfje’. En hoe toevallig  dat ook klinkt, zelfs een dag als gisteren (2 april) staat bol van symboliek: afscheid-dag van onze moeder in 2017, trouwdag voor de wet van Marion en mij in 2007, alweer 15 jaar geleden. Wel grappig dat we pas tijdens de lunch erachter kwamen dat het onze trouwdag was.

In de namiddag sloten Ron en Maaike, na hun kustroute Costa Brava, aan bij de middagborrel in good old Lloret de Mar. Deze tijd van het jaar is Lloret nog niet bedolven onder het massatoerisme van vooral jeugdige zuipers. Er hangt dan een relaxte sfeer, er is aandacht voor gasten, de terrassen staan er gelikt bij, de bediening is nog goed geluimd en vrolijk. Marion en ik hadden net fantastisch gegeten bij DaPaulo, een top Italiaans restaurant aan het eind van de boulevard. Met zijn vieren besloten we in een heerlijk voorjaarszonnetje ruimhartig te gaan borrelen, totdat de zon verdween. De gesprekken waren direct, open en eerlijk en werden later thuis omgezet in een muziekquiz die ruim gewonnen werd door de mannen. Geen discussie mogelijk.

Vandaag doen we een rondje Barcelona met lunch bij Bestial en een bezoekje aan Tia Ria. Daarna gaan er twee van de vier naar het stadion Camp Nou voor een belangrijk potje van de lokale trots tegen de irritante bloedzuigers uit Sevilla. Sinds een paar weken voetbalt mijn clubje weer fris en fruitig, alhoewel de achterstand t.o.v. de Witte Reus uit Madrid te groot is om nog kampioen te kunnen worden. Dat staat nog los van het ouwerwets bevoordelen van Real Madrid, zoals gisteren met 3(!) aanstellerige penalty’s, die een Oscar-nominatie waardig waren (met een flinke tik er achteraan..)

Tijd hebben met en voor je familie is goud, zeker als er al wat schakels zijn weggevallen. Het lijkt klein, maar voelt groot. Doen dus, als het kan.

Savoir vivre

Soms heb je gewoon geluk. Ik zat donderdagavond als een zombie op de bank na de zoveelste zware catering-dag een beetje te zappen. En kwam per toeval terecht bij mijn favoriete reisprogramma ‘Floortje Naar Het Einde Van De Wereld’. Meteen maakten de stresshormonen plaats voor het vrolijke stiefzusje dopamine. Ik ben altijd nieuwsgierig naar plekken op de wereld waar ik nog niet geweest ben.

Deze keer ging Floor naar Patagonië in het zuiden van Argentinië op bezoek bij Ashley. Patagonië staat al een tijdje op de eerste plaats in de reisbucketlist. Het is het belangrijkste onderdeel van ons streven om de PanAmericana te gaan doen, in ieder geval het traject van Colombia en het zuidelijkste puntje van Zuid-Amerika. Google maar eens op Perito Moreno gletsjer, dan snap je wel waarom.

Gisteren hebben Marion en ik verlekkerd nog een keer de aflevering bekeken. Omdat deze Ashley, samen met een rits gelijkgestemden, in alles belichaamde wat wij even helemaal kwijt zijn. In the  middle of nowhere had hij in 30 jaar een volledige selfsupporting community opgezet. Geen telefoon, internet, mail, files, netstroom, Russisch aardgas, RTL Boulevard, plofkip, Radler. Maar wel heel veel ruimte, rust, reflectie, gezond eten, imperfectie en affectie. Het levensverhaal van deze erudiete levensgenieter is een Netflix serie waard. Kijk de aflevering nog maar eens terug.

Natuurlijk zouden we na een paar weken terug willen/moeten naar ons ‘normale’ leven, dichtbij dochters en familie. Want hoe zeer wij ook verlangen naar meer rust en balans, het is voor mij zeker ook de aard van het drukke beestje. Ik merk alleen wel dat de leeftijd begint te tellen. Deze week heb ik ook meerdere locaties operationeel mee moeten draaien i.v.m. personeelsproblemen (ziekte>vacatures> onderbezetting>omzetexplosie) en dat voel ik in lijf en leden. Het piept en het kraakt..

Dus is de vraag: hoe word ik weer meer levensgenieter? Ik ben er een tijdje best goed in geweest, maar ben het sinds Corona een beetje kwijt. Zakelijk is alles complexer geworden. Groei wordt geremd door het niet kunnen vinden van medewerkers, ook al ligt de selectie-lat 4,5 meter lager. Het gemak waarmee aan het begin van de crisis door het UWV steun werd uitgedeeld, wordt weer omgezet naar ouderwetse bureaucratische regels zodat je alles kunt terug betalen. Soms is ondernemen niet leuk en vooral frustrerend, maar daarin ben ik zeker niet de enige.

Marion en ik hebben dus geen last van lentekriebels (vreselijk woord!) maar van reisjeuk. Het is alweer 4 jaar geleden dat we 4 weken door Peru en Bolivia trokken. Machu Picchu, National Park Manu in de Amazone, Titicacameer, zoutvlaktes van Uyuni, La Paz, Cusco, Lima. In de jaren erna stonden Japan/Korea, Cambodja/Maleisië en Dominicaanse Republiek/Bonaire allemaal gepland. Het is gebleven bij mooie tripjes in Spanje. Maar we snakken naar het echte werk. Ploeteren door een regenwoud. Struinen door een metropool. Smullen van een exotisch gerecht. Staren naar een roofdier op een savanne. Uitrusten aan een hagelwit strand met een ijskoud lokaal biertje.

Aan het eind van een werkzaam leven gloort de hoop op meer levensgenieten. Savoir vivre. Zoals mijn moeder dat kon. Met alle financiële beperkingen die ze had, heeft ze de wereld bereisd en genoten van vreemde culturen. Het was gisteren haar 5e sterfdag en ze had gebaald als een stekker dat Corona haar reisplannen in de war zouden hebben gestuurd. Elke verre reis was altijd “echt de allerlaatste”, maar koud terug in haar flat aan de Waal, begon het mijmeren over de volgende bestemming. Ik heb het reisvirus niet van een vreemde.

Ik ga me maar eens meer richten op het hier en nu. En misschien de lol zoeken in de dagelijkse dingen, zoals Ashley in Patagonië dat zo fantastisch kan. Die 50 mails per dag negeren. Mijn schouders ophalen bij ziekmelding nr. 18. De terreur van Whatsapp verminderen door zelf niet meer meteen te reageren. Er is een mooi Duits woord voor. DELLE; Durch Einfach Liegen Lassen Erledigen. Eigenlijk alles wat in het kwadrant Niet-Urgent en Niet-Belangrijk zit.

En vooral lekker en gezond eten. Mooie wijnen drinken. Vaker naar mijn cluppie toe, zeker nu ze ook weer eens van die Witte reus kunnen winnen (0-4!). Bootje varen met vriendje Gerard. Tennissen met vriendje Gaico. Veel golfen met iedereen. En elke reisprogramma terugkijken!