Geland!

Nederland geniet van het mooie Paasweer. Onze Oosterburen hebben op KarFreitag massaal der Bayerische Motor Werke gepakt om onze kusten te overspoelen, Chinezen en Japanners lopen de Keukenhof plat en een paar Fransen beklimmen weemoedig de Utrechtse Dom, in gedachten bij hun geruïneerde Nôtre Dame. Zelf zijn wij donderdag met de nieuwe Spaanse auto naar Spanje gesjeesd.

Het is voor ons geen plezierritje, maar we maken er het beste van. Onze oude, kreunende Zafira wordt deze zomer vervangen door een jonger zusje, die we in Duitsland hebben gevonden. En met die nieuwe troelewapper zijn we tot onder Lyon gereden om in het pittoreske Tain l’Hermitage te overnachten. Via Booking.com vonden we een grappig hotelletje en via Tripadvisor een heerlijk lokaal restaurant. Goed beneveld door prachtige Rhône-wijnen en lekker afgevuld door de heerlijke Bavette de Boeuf vielen we als een blok in slaap.

Door toeval zijn we een weekje met zijn tweeën in eigen huis, zonder gasten. En dus kan de klussenlijst op tafel om Rosamar klaar te stomen voor het seizoen. En godzijdank is Ibrahim terug, na vijf maanden huisbezoek in Gambia. Hij heeft als een koning geleefd, daar in zijn dorp Dampha Kunda. Zijn bruiloft met Hadja was dé happening van het jaar, waar wij getuige van mochten zijn. Onze aanwezigheid heeft hen status gegeven en Ibrahim is toegetreden tot de Dorpsraad, waar alle belangrijke zaken worden besproken en beslist.

Daarnaast heeft het halve dorp meegeprofiteerd van onze inzamelingsactie. In amper drie maanden heeft Ibrahim van onze gezamenlijke bruidsschat een nieuw woonblok op zijn erf gebouwd. Klaar voor de toekomst en zelfs voorbereid om ooit een badkamer en toilet te voorzien van stromend water. Want dat is voor Ibrahim een must, als wij de volgende keer in zijn huis blijven slapen in plaats van in een hotel 10 kilometer verderop. Alle vakmannen uit het dorp hebben geleverd; de zandman (voor het cement), de ijzerman (voor de golfplaten op het dak), de houtman (voor de balken), de stroman (voor de riet-isolatie van het dak), de steenman (voor de kleistenen blokken) enz. enz. Namens Ibrahim nogmaals ontzettend bedankt.

Het blijft voor ons altijd een wonder. Ibrahim schakelt na vijf maanden bij vrouw, kinderen en familie in zijn thuisomgeving ogenschijnlijk makkelijk om naar het totaal andere Spaanse leven. Waar je moet struggelen om de kost te verdienen en niet de succesvolle Gambiaan bent die het gemaakt heeft in Spanje. Het moet een raar, triviaal gevoel zijn: dé Fons in Gambia en de (haast) genegeerde asielzoeker in Spanje. Maar wij zijn trots om deel van zijn leven uit te maken en samen met velen van jullie hem én zijn gezin te kunnen helpen.

Het weekje Spanje is voor ons twee ook de afronding van een hectische en lastige periode. Marion heeft haar werk bij het Radboud umc afgerond en dat is qua timing precies op tijd. Zelf heb ik mijn handen vol aan die Groene Artisanen. We maken grote stappen en komen steeds vaker in de positie die we voor ogen hebben: de uitdager (challenger) van de grote cateringjongens. Dat gaat gepaard met twee soorten stress; de korte termijn/operationele problemen en de lange termijn/strategische druk. Iedereen die met mij heeft gewerkt de afgelopen 10 jaar weet dat ik slecht kan omgaan met die dagelijkse shit en dan niet bepaald subtiel communiceer…..  Er sneuvelt ook wel eens wat…

Het is ook een feit dat deze fase van ondernemen op mijn leeftijd teveel energie kost. Te klein voor het tafellaken en te groot voor het servet. Je ontkomt er niet aan om je bezig te houden met de alledaagse details, terwijl je in je hoofd bezig bent met het grotere geheel. Je bent de onverwachte, late ziekmelding van een één-mens locatie nog aan het oplossen, als de mail binnenkomt die vraagt om aanvullende informatie om een langdurig contract af te sluiten met een grote klant.

Maar deze week knap ik vogelhuisjes op. Leg ik nieuwe dorpels op de oprit. Wordt de lekkende houtopslag aangepakt. Worden de garagedeuren opnieuw afgesteld. Stort ik beton om het terras te verhogen. Geen stress, wel fysieke inspanning. Kop leeg en handen vuil maken. Lekker landen.

Samen met mijn meisje en mattie Ibrahim. Fijn dat hij er weer is. Hij kent gelukkig mijn nukken..

José

Jullie zullen al wel een vermoeden hebben gehad,  maar het was een trieste week. Vorige week zaterdag is José, mijn Spaanse ‘vader’, overleden. Halsoverkop zijn we naar Barcelona vertrokken, om zijn afscheid te organiseren en mijn peettante Ria te ondersteunen. Na schoonvader Joop, mijn ouders en mijn Aussie-uncle Nick heeft nu ook 2019 toegeslagen in de uitgedunde generatie boven mij. Het hakt er stevig in. En zeker als het toch nog onverwacht komt.

José is 85 jaar geleden geboren in een pover Barcelona, vlak voor de burgeroorlog. Zijn Catalaanse ouders deden er alles aan om hun enige zoon te laten studeren en kans te geven op een goed leven. Ondanks de armoede en de repressie tijdens het Franco-regime kon José vol trots en plezier over zijn jeugd vertellen. Terwijl Europa in de jaren 50 en 60 grote sprongen vooruit maakte, bleef Spanje achter. Het was nog geen vakantieland en voor de meeste Europeanen begon Afrika bij de Frans-Spaanse grens.

Begin jaren ’60 werd José voor zijn werk door Philips Spanje gestuurd naar Nederland. Door toeval (of niet?) werd hij tijdens een diner door mijn peettante Ria bediend. Het was liefde op het eerste gezicht. Alle hobbels werden genomen en in 1961, na de Hollandse bruiloft, vestigden ze zich definitief in Barcelona. Nog geen jaar later klopten mijn ouders op de Catalaanse deur. Als een moderne Jozef en Maria hadden ze Europa doorgereisd, op zoek naar een herberg voor de aanstaande baby. Die baby was ik.

Toen de krampen niet van de zuurkool bleken te komen maar van de weeën, regelde José een taxi die, met witte zakdoekjes uit het raam zwaaiend, mijn moeder zo snel mogelijk naar de bevallingskliniek Cliníc Maternitat bracht. Één van de eerste ogen die mij aanstaarden op 15 januari 1963 waren de grote waakzame donkerbruine ogen van José. Die blik is 56 jaar dicht bij me gebleven. Als een vader. In mijn jeugd vaak bezorgd om mijn roekeloze avonturen, later adviserend en fronsend bij weer een onbezonnen zakelijke keuze. José was mijn conseller privat, mijn Catalaanse raadgever.

In mijn jeugd heb ik heel veel tijd doorgebracht bij Ria en José en vooral op de boerderij Can Berenguer. Het was daar altijd een zoete inval van familie en vrienden, en vrienden van vrienden en ook daar weer de vrienden van. Ondanks hun drukke werkleven stond de eeuwenoude houten voordeur altijd wagenwijd open. Er waren feesten, verkleedpartijen, wandeltochten, reünies etc. En José was altijd druk met klusjes om de boel draaiende te houden. Best lastig zonder stroom en waterleiding, maar met vernuftige technische oplossingen kreeg hij het voor elkaar.

Samen met Marion en mijn meiden hebben we de afgelopen 20 jaar heel veel samen met José en Ria gedaan. Toen de meiden klein waren natuurlijk vakanties op de boerderij en later de bezoekjes aan Barcelona en ons huis. Anne-Roos was voor José zijn kleine Ria en Marloes zijn ‘Kiekertje’ (in zijn ogen praatte Marloes toen ze klein was kikker-taal). Zijn grapjes en woordspelingen waren ongeëvenaard en humoristisch. Hij werd door alle drie de dames op handen gedragen.

Het is nog nauwelijks te bevatten dat we straks naar Barcelona rijden zonder dat José er is. Dan vliegen er geen broodproppen meer over tafel. Dan horen we niet meer de zin “de kwestie is” als hij zijn mening verduidelijkte. En als overtuigd democraat moest hij niets hebben van het drammerige onafhankelijk streven van zijn mede-Catalanen. Want sommige zaken veranderen toch nooit in Spanje, zei hij dan. Of je nou wilt of niet.

Het kan geen toeval zijn dat de afscheidsdienst voor José afgelopen dinsdag plaats vond in uitvaartcentrum Tanatori Els Corts. Vanuit de rouwkamer kijk je rechts bijna Camp Nou in, waar op een steenworp afstand de beste club van de wereld voetbalt. En als je naar links draait, kijk je zo de eerste verdieping van de Cliníc Maternitat binnen, bijna precies in de kamer waar ik geboren ben.

Door José en Ria zal ik mijn hele leven verbonden zijn én blijven aan Barcelona, de stad van José. Ooit zal ook ik daar mijn eigen levenscirkel sluiten. Hopelijk net zoals José, na een compleet en prachtig leven.

İ Fins a sempre José y moltes gràcies per tot!

Marloes’ 21-dinner

Gisteren was het zover. Op het prachtige dakterras van Anne-Roos en Philippe hebben we het 21-dinner voor Marloes en haar 20 BFF’s verzorgd. En zoals het hoort in stijl. Maar ook voor mij dé kans om een lekker scherpe speech te geven. Hier komt ie:

Marloes, ik hoop dat je een beetje bent voorbereid. Ik hoorde al van Tom’s ABC-tje en daarna het vertrek van Nicole naar Peru. En ik kijk heel graag naar de Roast, dus dit is het moment.

Toen jij geboren werd, dacht iedereen dat ik graag een jongetje wilde hebben. Dat klopt en die heb ik ook gekregen. Weliswaar in meisjeskleding, maar qua gedrag absoluut mijn zoon. We kennen allemaal de foto’s van de eerste jaren. Niet voor niets was haar bijnaam: BADJE. Je hing in de modder, trok poten uit sprinkhanen en elke zomer moest ik je een paar keer aan je bandjes uit zee trekken, omdat je alweer bijna naar Mallorca was afgedreven.

De lagere school vond je leuk, behalve dat stomme lezen. Wat Angelique en ik ook probeerden, je maakte er altijd een drama van en las heel andere dingen dan er in de leesboekjes stond. Wij dachten aan veel fantasie (klopt ook), maar pas op de Middelbare school kwamen we erachter dat je lysdectisch was (of dyslectisch??). Het is zeker niet je enige handicap, maar wel de lastigste.

Door hard te buffelen en nooit naar je zus te luisteren heb je de HAVO gehaald. Dat is en blijft knap. En het vriendinnetjes-clubje werd steeds hechter en groter. En ze zijn bijna allemaal hier, die voetbalbabes van RKHVV. Ondanks alle fitties, bitchfights en blessuregezeik blijft de Bende van Ellende trouw zondags, meestal brak, een potje ballen.

Na de HAVO nam je een tussenjaar en iedereen vraagt zich nu nog af waarom eigenlijk? Een paar weken vakantie, een cursus Engels en beetje beunen bij Appie Happie waren de hoogtepunten van dat jaar. Ook de studiekeus duurde bijna twee jaar en het werd geschiedenis. Oma Boot en Papa vonden dat keistoer, maar wat heb je eraan? Voor de klas staan voor hetzelfde zooitje ongeregeld wat hier zit? Brrrrr.

Maar hoe hard je ook ervoor werkte: was die eikel van Willem van Oranje nou in 1639 of  1519 aan het matten met die kloten Spanjaarden? Is de 1e kamer nou een Escape Room of een Darkroom? Na twee jaar moest je het opgeven en je vond het verschrikkelijk. Ik vond het jammer maar vooral kloten voor jou. Die twee jaar zegt me niet zoveel. Zeker niet als je 56 bent….

En nu doe je dus Coaching & Developping. Of is het Learning & Coaching? Anyways, je vindt het leuk, ook omdat je maar 3 tentamens per jaar hebt of zo. Beetje pizza bakken erbij, voetballen, dat werk. En heel veel stappen. Je kunt zuipen als een matroos. Zal je wel van je moeder hebben… Dan zie ik weer een snapchat voorbij komen dat je na de carnaval in de hal ligt te knarren. Dan weer met een emmer naast je bed. Belachelijk. Zo heb ik je niet opgevoed. Ik herken het niet….

En dan ben je ineens 21 en woon je op kamers. Klinkt volwassen, maar dat is niet echt zo. Om de dag naar Huissen, voor trainen, eten met Mama of die kutkat knuffelen. Poenie, wat een naam. En nu Anne-Roos weer terug is, kunnen de bitchfights zich ook naar Ernem verplaatsen. Lekker klagen, maar ondertussen wel hier het 21-dinner doen. Ondankbaar kind.

Voordat ik afsluit wil ik nog wel wat kwijt. Hoe kan het toch dat jij zo vaak ziek of geblesseerd bent? Eet je wel gezond? Sport je wel veilig? Als er in China iemand hoest, heb jij keelontsteking. Als een vette troelie van de Bataven in Gendt struikelt over de bal, heb jij in Huissen gescheurde enkelbanden. HOE DAN??

Maar eigenlijk weet jij ook dat ik supertrots op je ben. Je doet je eigen ding, staat altijd voor een ander klaar, je bent een sfeermaker (vooral met een slok op) en je hebt een sterke eigen mening. Er zijn dingen niet gelukt in mijn leven. Jij bent samen met je zus gelukkig het bewijs dat het dan toch goed kan komen. En samen met Marion hoop ik dat dat nog jaren doorgaat.

IK HOUD VAN JOU!

 

Silencio!

Soms kijk ik verwonderd terug op een week, in de aanloop naar een nieuwe column. Dan vraag ik me op zondagmorgen serieus af hoeveel er in een week past of hoeveel een hersenpan verdragen kan. Mijn oren hebben het deze week opgegeven. Het werd teveel voor ze.

Nadat we op zondagavond onze Andalusische vrienden weer in Barcelona op de vlucht terug naar het Zuiden hadden gezet, reden Marion en ik zwijgend terug naar huis. In die anderhalf uur was de enige tekst: “mag ik even het pasje voor de tol?” Het was een prachtig, gezellig, hilarisch en ook oorverdovend weekend. Niet geheel toevallig meldde ik me maandagmorgen bij de CAP, de Catalaanse Eerste Hulp Post, voor een pijnlijke oorontsteking. Met een anti-biotica kuur om een paard plat op zijn rug te leggen, reed ik naar terug naar Rosamar. Daar sijpelden de eerste Utrechtse berichten binnen..

Weer is een eenzame, mislukte, agressieve looser in staat gebleken een heel land figuurlijk te gijzelen. Vorige week waren in Nieuw-Zeeland meer dan 50 mensen op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Nederland was tot nu toe de dans ontsprongen, maar een doodgewone tram op een alledaags moment werd een horror-scene. Je zult je vader, dochter of echtgenoot maar op die manier voor eeuwig verliezen. Ik heb ooit een brief geschreven aan die egoïstische Duitse piloot die een heel vliegtuig tegen een Franse berg aan knalde. De vraag is hetzelfde: Waarom? In godsnaam waarom?

Ons land reageerde eigenlijk on-Nederlands ingetogen, maar na een dag konden sommige politieke partijen het niet laten om er nog snel politieke munt uit te slaan voor de Provinciale verkiezingen op woensdag. En ze werden voor dat schandalige gedrag nog beloond ook met extra zetels. Ik werd niet stil van de onverwacht grote overwinning van Forum voor Democratie. Ik was wel sprakeloos én gefascineerd door de elitaire overwinningsspeech, waar de meeste FvD-stemmers niets van zullen begrijpen. Er zaten nogal wat Trumpiaanse beweringen in. Ook in Nederland is het vanaf nu blijkbaar normaal om “alternatieve” feiten als waarheid te verkondigen. Vreemde tijden.

Op de dag dat wij een plaatsje zijn gestegen op de wereldranking van gelukkige landen ( nr. 4!!!) stemmen we massaal op een partij die ons het tegenovergestelde voorspiegelt; wij zijn een onveilig land met teveel binnenkomende asielzoekers, klimaatverandering is een hoax en de linkse elite helpt het land naar de kloten. Maar wat ik er ook zelf van vind, deze onrust heeft de laatste jaren diep in onze maatschappij wortel geschoten. En het lukt nu Thierry Baudet, zoals voorheen Fortuyn en Wilders, om deze  ontevredenheid goed te mobiliseren. De tijd van negeren is voorbij.

Aan het einde van de week slonk mijn oor weer naar normale proportie, zodat ik niet meer als Dr. Spock door het leven hoefde. Er drongen ook weer wat positieve geluiden binnen, zoals het gejuich van een volle Kuip na een makkelijke zege van het Nederlandse Elftal. Door het onverwacht mooie weer draaide de ongeduldige vogelgemeenschap in mijn Duitse tuin de volumeknop helemaal open. Precies onder ons slaapkamerraam dient de grote satellietschotel ook als podium voor twee innig verliefde houtduiven. Je zou verwachten dat na 10 jaar amoureuze perikelen dat geroekkoek weleens klaar is, maar het enthousiasme van een monogaam tortelstel is ongeëvenaard. Klotenbeesten..

Om de geluidsarme week goed af te sluiten zijn we gisteren, dankzij vriendje Bob, naar de  Ziggodome geweest  voor een live concert: heel Holland zingt Hazes. Het werd een gezellige meezing-avond zonder pretenties. De uil van Minerva kwam er in ieder geval niet in voor. Drie uur lang kwetterden bekende NL-artiesten de liedjes van volksheld Hazes door de concert-tempel. Dochter Roxanne viel een beetje uit de toon, het duet van André jr. met zijn vader was best creepy. Op het podium verscheen een hologram van Hazes sr, zo griezelig echt dat je hoopte dat de slachtoffers van de Utrechtse tram ook op die manier weer terug gehaald konden worden. Ooit moet dat toch lukken.

Vroeg in de ochtend trof ik in mijn brievenbus het tekeningetje aan, wat bij deze column staat. Het handschrift wat mijn naam erbij heeft gezet, komt mij heel bekend voor. De boodschap is even hard als duidelijk. Ik werd er stil van. Past helemaal in deze week.

İViva los Malagueños!

Hèhè, ik heb een beetje stoom afgeblazen de afgelopen week. Het bleef wel onrustig op de mail en Whatsapp, maar tussendoor was er genoeg te genieten. Eigenlijk zou dat ook de enige tijdsbesteding voor een volwassene moeten zijn; Enjoy life, disfrutar la vida, joie de vivre.

Maandag hebben we ons ouwe trouwe Zafiraatje aangeslingerd om naar Andorra te rijden. Tot onze stomme verbazing had hij er zin in, want alle meters op het dashboard deden het weer! Het is voor Zafi ook een soort afscheidstournee langs alle plekken van de laatste 10 jaar. Hij bracht ons in het oude rovershol Andorra Stad naar een prima hotel, wat door Marion’s gegoochel met Booking.com voor een habbekrats was geregeld. Dat we ook gratis gebruik mochten maken van het avondeten in buffetvorm was eerder een straf dan een pré. Onder fel T-licht tussen veelal bejaarde Franse bustoeristen is geen smakeloze hap door je keel te krijgen.

Het skiën maakte alles goed. Volkomen ongetraind en gebruik makend van mijn eigen middelpunt-vliegende kracht sjeesde ik met Marion van maagdelijk witte, verlaten pistes af. Gelukkig kennen we het grote skigebied GranValira op ons duimpje, zodat we in de betere restaurants aan de pistes de matige avondprak konden compenseren. Met een paar glazen Cava en een mooie fles wijn lukte het meestal nog net om de laatste middag-afdelingen goed af te ronden. Donderdag, op weg naar huis, wilden we nog snel de auto afladen met goedkope Gin, Bacardi, sigaren en andere tax-free artikelen uit Andorra. Maar helaas had het minuscule bergstaatje een feestdag en bleven alle winkels hermetisch gesloten. Misschien maar beter….

Vrijdagmorgen zaten we al vroeg in de auto op weg naar El Prat, het vliegveld van Barcelona. Daar zou om 08.30 uur onze vriendengroep uit Malaga aankomen. Al jaren probeerden wij Emilio en Christina, Pradeep en Toñi, Kunmar en Conchi, Isabel en mijn neef Bart over te halen om een weekend naar ons te komen voor een rondje Cataluña. In mei vorig jaar hebben we allemaal in Malaga op een gefrommeld servetje de afspraak gemaakt voor een “Visita Cataluña” in maart 2019. En zo geschiedde!

Het Zuiden van Spanje heeft door de onafhankelijkheids-perikelen in Cataluña een verwrongen beeld gekregen, vaak ook aangewakkerd door eenzijdige persberichten. De werkelijkheid is dat in Barcelona er weinig meer van te merken is. Politiek is het nog onrustig, maar de meeste Catalanen zijn overgegaan tot de orde van de dag. Wij hebben de Malagueños vier uur lang wandelend rondgeleid langs de mooiste plekken van BCN om te eindigen in El Born, the place to be in Barcelona de laatste jaren. In het authentieke restaurant Señor Perallada genoten we samen met Ria en José van een heerlijke lunch, voordat we een bezoekje brachten aan de Kathedraal van de Zee en de Mercat de Born, waar een permanente tentoonstelling over de geschiedenis van Barcelona veel duidelijk maakt over de eeuwige strijd tussen Catalanen en Castillanen.

Vroeg in avond kwamen we allemaal uitgeput in Rosamar aan, waar alle echtparen een eigen kamer kregen toegewezen en wij zelf daarna vertrokken naar de Air BNB Can Pastera. We hadden onszelf uitgenodigd bij onze lieve vrienden Gerard en Lenny, om de extreme drukte in ons eigen huis te ontlopen. De weldadige rust na een volle dag Andalusisch geratel werkte helend, de gezamenlijke Gin-Tonic was genoeg voor een volle knock-out. We vielen als een blok in slaap in een supercomfortabele kamer, 5 sterren-nivo. Maar pas nadat vriendje Gerard via een onder het bed verstopte portofoon vunzige liedjes door de kamer liet schallen…

En voor diegenen die nu denken dat wij ons misschien vaker uit ons eigen huis laten jagen door vrienden en gasten heb ik een teleurstellende mededeling: Never nooit niet! Het komt ons nu een keer goed uit, want het is vooral een welverdiende geste aan Bart en Isabel, waar wij al jaren als een koningspaar worden ontvangen en prinsheerlijk kunnen slapen. De bonus is dat alle Malagueños mee zijn gekomen en intens genieten van een heerlijk weekend. Dat genieten kun je wel aan ze overlaten!

Gister was de Costa Brava-tour met  bezoeken aan Lloret, Tossa, San Feliu en Girona. Morgen nog een extra rondje Barcelona en dan gaan onze amigos happy terug naar het Zuiden. Missie volbracht; Promesa Cumplida!

Kasteelheer

Deze kasteelheer is even de accu opladen. Niet goed genoeg nadenkend over afnemende  actieradius op latere leeftijd stond ik bijna zonder prik. Dus gisteren zonder vliegschaamte met Rianne vertrokken naar Spanje. Opladen, bijladen, terugschakelen en reserves opbouwen.

Ik ben trouwens zelfbenoemd kasteelheer, omdat ik volgens mijn dames over mijn eigen wallen naar buiten kijk. En eerlijk is eerlijk, de kipnuggets onder mijn ogen zijn gegroeid tot met water geïnjecteerde kiloknallers van een pond per stuk. Als ik recht naar beneden kijk, zie ik de eerste 30 cm voor mijn buik dingen als door een vleeskleurige panty. De carnaval is net achter de rug en het Dalí-masker van  Casa de Papel was heel populair, maar volgend jaar wordt mijn gezicht in masker-vorm de hit van het jaar. Als Poltergeist the Remake.

Afgelopen week hebben we met De Groene Artisanen een fantastisch mooi project overgenomen in Rotterdam. Against all odds gewonnen van de grote jongens, die zich nu nog vertwijfeld afvragen: Who the fuck is De Groene Artisanen? Dat is als catering-ondernemer eigenlijk het leukste: de onderschatting van de New Kids on the Block door de gevestigde orde. Vorig weekend hebben we met ons kleine team doorgewerkt om er een hip en modern bedrijfsrestaurant van te maken, want afgelopen maandag zouden de medewerkers van de Grote Verzekeraar voor het eerst ons concept ervaren.

Iedereen was vooraf op de hoogte gebracht dat we al vanaf 10.00 uur elke dag open zijn, maar er gebeurde niets. Tot 12.01: alsof er op alle afdelingen een lunch-luchtalarm afging, stormden 300 gasten onze counter binnen. Al onze goede intenties vielen meteen weg. We ploegden, buffelden, anticipeerden ons gek om de rijen zo snel mogelijk weg te krijgen, terwijl ik de gasten bleef uitleggen dat ze echt van 10.00 tot 14.00 uur terecht konden. De kop was eraf, zowel letterlijk als figuurlijk.

In de loop van de week kregen onze gasten steeds beter door dat gespreid eten de moeite waard was. Al jaren is dat in mijn vak het grootste euvel; het kudde-gedrag om allemaal tegelijkertijd te gaan lunchen. Maar met een grotendeels onervaren team, aangestuurd door 50 jaar catering-management en onze geheime keuken-troef Bob, hebben we een prachtweek gedraaid. Met als beloning blije gasten, supertevreden opdrachtgevers en rinkelende kassa’s. Het was wel elke middag moeilijk om op de stroperige A-15, kijkend over mijn wallen, wakker te blijven. De sloopkogel bleef onbarmhartig tegen het afgepeigerde lichaam beuken.

Daarom komt het voorjaarsweekje Spanje als geroepen. Ik had Marion eerder al een weekendje alleen laten gaan en wist dat een tweede keer Sjaak Afhaak spelen het meest op Russische Roulette zou lijken. Het jammere is wel dat ze in dat Only the Lonely Weekend een nieuwe klussenlijst heeft opgesteld, die binnenkort als paperback bij de Bruna te koop is… Ik ben gister maar gewoon begonnen, want een beetje fysieke inspanning na al die opstartstress is best een goede remedie. En ik denk dat ik deze week meer sport dan de afgelopen vier maanden bij elkaar.. Beetje tennissen met vriendje Gerard, een paar dagen skiën in Andorra en misschien een potje golfen is een begin. Toch?

Als Nederlander heb ik gisteravond in Macanet alle complimenten in ontvangst mogen nemen over de fenomenale prestatie van Ajax eerder deze week. Zoals de insiders weten, heeft FC Barcelona veel te danken aan Johan Cruijff, omdat hij als speler en als coach grote successen heeft gebracht in Catalonië. In de Penya, de supportersclub in mijn dorp, bedankte iedereen mij omdat het gehate Madrid uit de Champions League is geknikkerd. Door die broekies en lefgozers uit Nederland. Waarvan er in ieder geval één, Frenkie de Jong, nu al met hoge verwachtingen wordt binnengehaald. Als dat maar goed gaat..

Ons huis in Spanje en de tweewekelijkse tripjes erheen hebben een therapeutisch effect op ons. Marion dartelt als een blij veulen rondom het huis, ongeacht de Bruna-lijst aan klussen. Zelf gesp ik, na 20 minuutjes op het ligbed bij het zwembad, de zwaar professionele bosmaaier aan mijn middel. Want stilzitten is geen optie, ook niet bij 22 graden. Word je moe van, denk ik.

Sóc Culé

Dit wordt een emotionele tranentrekker. Van een subjectieve dimensie die alle realiteit uit het oog verliest. Omdat ik intens blij ben, en ook een beetje opgelucht. Op zaterdag werd een week keihard buffelen beloond met een gelukzalig potje voetbal. Maar het is veel meer dan dat!

Mijn voorliefde voor het clubje uit Barcelona is alom bekend (neem ik aan). Dat is twee dagen na mijn geboorte ontstaan. Voordat mijn vader mij goed en wel bekeken had, had ik al de voetbalgeluiden van FC Barcelona gehoord in mijn geboortekribje. De geboortevleugel van de Clinica Maternitat grensde aan het trainingsveld van FC Barcelona, aan de voet van het machtige Camp Nou. Ik weet zeker dat er naast dieprood bloed ook een blauwe variant door mijn aderen loopt. Samen vormen ze de clubkleuren van FCB, het Blau-Grana.

Clubliefde overstijgt bijna alle andere liefdes-varianten. Niet zozeer in belangrijkheid, want ouder- of familieliefde heeft een oervorm die geen overdreven expressie nodig heeft. Dat is er gewoon, altijd en doorlopend. Maar het irrationele van clubliefde is voor normaal denkenden volstrekt onbegrijpelijk en ondenkbaar. Niet slapen om een verloren potje? Belachelijk. Een hekel hebben aan elke kleur van de aartsvijand? Ridicuul. Verlamd en strontnerveus zijn, een uurtje voor die belangrijke wedstrijd? Zielig.

Maar zo werkt het wel, als doorwrochte supporter. Ik krijg geen hap door mijn keel, als het echt een cruciaal potje wordt: d’rop of d’ronder. Mijn dames zien het gelukkig bijtijds aankomen en gaan elke onnodige confrontatie uit de weg. Ze zullen ook geen misselijk makende opmerkingen maken, zoals: “het is maar voetbal..”. Wijselijk hebben ze besloten dat gelijk hebben en gelijk krijgen heel leuk functioneert in de normale wereld, maar rondom een voetbalwedstrijd een regelrechte provocatie is die kan leiden tot een gezinsdrama van ongekende omvang.

Afgelopen week moest mijn clubje 2 keer tegen de aartsvijand, die Witte Natnekken uit Madrid. Je hebt over de hele wereld wedstrijden tussen rivalen. In Engeland City tegen United, in Duitsland de Kohlenpot Derby tussen Schalke tegen Dortmund, in Nederland Ajax tegen Feyenoord. Maar het zijn zoutloze varianten op de titanenstrijd tussen Barcelona en Real Mierda. Omdat een eeuwenoude machtsspel inclusief een vuile burgeroorlog ervoor zorgen dat dit potje voetbal zwaar beladen was, is en zal blijven. De Catalanen tegen de Castillanen, de Republikeinen tegen de Koningsgezinden. Het zit heel diep en overstijgt het voetbal. Niet voor niets is de slogan van FC Barcelona ‘Més que un club’; meer dan een club.

Maar we hebben twee keer gewonnen, deze week! Met 0-3 en 0-1! In het hol van de leeuw, in Bernabeu, het stadion van Madrid. Door Catalanen steevast Merdabeu genoemd; ‘ik zie stront’. Als een brugpieper van 12 jaar heb ik losgeslagen door de huiskamer gerend. Bij elk doelpunt en na afloop van beide wedstrijden. Schreeuwend, vloekend, hysterisch van blijdschap. Volkomen losgeslagen emoties, zoals de Duitsers mooi verwoorden: Himmel jaugzend oder zum Tote betrübt. God, wat voelde het goed om de al jaren durende hegemonie in de Spaanse competitie en beker juist in dat Witte Reus Stadion te verstevigen. ‘Madrid, Cabrón, saludo al Campéon!

Tuurlijk ken ik azijnpissers met een wit T-shirt die dan smalend wijzen op de veelvoud aan bekers met de grote oren die Real Mierda de afgelopen jaren heeft gewonnen. Beter gezegd, gestolen! Zoals in het Franco-tijdperk, toen Madrid ook alles won. Geen scheidsrechter die het op cruciale momenten aandurfde om de Koninklijke niet aan een overwinning te helpen. Eind jaren 70 stond Madrid in de onderlinge duels met 60-23 voor, qua overwinningen. Maar sinds gisteren, dik 80 jaar na de burgeroorlog en 40 jaar na het overlijden van dictator Franco, staat Barcelona weer voor. 96 tegen 95! Je leest het al, het gaat voor de culés (bijnaam voor Barcelona-supporters) helemaal niet alleen over voetbal. Més que un Club!

Vraag je je af wat je ermee moet, met al die non-info hierboven? Niks. Helemaal niks. Het is alleen maar irrationele clubliefde van een dolgelukkige supporter. Die morgen weer een witte boxer-short aan trekt. Omdat je daarin zo lekker scheten kan laten. De maagdelijkheid van dat witte tenue lekker bedoezelen. Misschien loop ik er over 20 jaar wel als de supporter op de foto bij. Heel Culé!

Kokette Koplampen

Het kon niet langer. Marion stapte steeds vaker met tegenzin in. Al jaren stelde ik het onvermijdelijke moment uit, telkens met een andere smoesje of met schrale hoop. Maar het werd dealen en wheelen op de 2e hands automarkt.

Het verhaal begint bij onze oude trouwe Grijze Bus in Spanje. In 2010 gekocht, slechts zeven lentes jong en een enorme stap vooruit na het droeve afscheid van onze Rode Tank, de Renault Mégane. Ineens konden er zeven man tegelijkertijd mee naar het strand, naar FC Barcelona of stappen in Lloret. De Opel  Zafira werd al snel de geliefde allermans vriend, onze Hoer van het Parcours. In de Pyreneeën wilde ze weleens wegslippen in de sneeuw, maar meestal stuurde ze als een echte Duitser ‘so scharf wie ein Rasierklingel’.

Maar vorig jaar werd het duidelijk:  vaker kreunend wakker, kreupel in beweging, trager als een slak, blauwe pluimen uithoestend en zelden nog koude lucht. De Spaanse APK was dan wel weer een makkie, het lijstje ongemakken werd steeds groter. In het najaar viel er een cilinder af, ging de airco kapot en deed de centrale vergrendeling het niet meer.  En als klap op de vuurpijl vielen vorige maand de dashboard-klokjes uit. Dus met 0 km per uur en 0 toeren per minuut tuffen we nog rond, hopend dat het benzinelampje niet zou verzaken. Marion wordt met de dag chagrijniger.

Eerst ging Marion’s Hollandse bolide in de verkoop. Op Markplaats had ik een wervende campagne voor deze witte topper, met een stevige prijs voor een 10 jaar oude Qasqai met veel km. Behalve  banale reacties van buitenlandse koopjesjagers die denken dat ze op de Zwarte Markt in Beverwijk zijn, gebeurde er weinig. Maar twee weken geleden stond er op zondagmorgen ineens een vreemd appje op mijn telefoon. Een paar uur later was ik Marion’s sweetheart al kwijt. Een Koerdische Irakees, Jamal uit Sittard, was dolgelukkig en reed als een blij ei de straat uit. Hij stuurt me nu nog regelmatig appjes: “hello , goed Mogen, auto is ech goed. Dank je wel vriend”

Met één auto minder was carpoolen de afgelopen twee weken pure noodzaak. Af en toe werd de Toyota Starslet van haar moeder ingezet om de nood te ledigen, maar het bleef gerommel in de marge. En daarom hakte ik de knoop door om dit weekend niet mee naar Spanje te gaan, maar een vervangende auto te vinden. Al maanden had ik op Autoscout Deutschland de juiste types in de gaten gehouden. Drie  favorieten stonden allemaal diep in Duitsland te koop, in plaats van lekker dichtbij in het Ruhrgebiet. Dat werd kilometers vreten.

Om een vliegende start te maken, sliepen we vrijdagavond, na een avondje bij vriendinnetje Sandra, in het Van der Valk in Eindhoven. Door Booking.com superscherp geprijsd en door mijn meisje met allerlei trucs nog verlaagd naar €43,=. De kamer van 35m2 was super de luxe en compleet. En na een heerlijke nacht zette ik Marion af bij het vliegveld om snel door te rijden naar Erlenbach am Main, ver voorbij Frankfurt. De chagrijnige autohandelaar van de eerste auto was iets te pushy. In Duitsland wordt 80% van de 2e hands automarkt door met name Turken gerund en dat heeft mij al vijf keer een prima auto opgeleverd. Maar deze Sultan deed er alles aan om onbetrouwbaar over te komen, wat ook bleek uit de incomplete autogeschiedenis. Toen er ook niets te onderhandelen viel over de prijs, zat ik 15 minuten later alweer in de auto, op weg naar de volgende.

Het was liefde op het eerste gezicht. Een tikkie verscholen op het garageterrein stond een jonge lookalike van onze terminale Spaanse Zafira naar mij te lonken. Haar kokette koplampen straalden naar mij:  “Neem me mee, ik doe alles wat je van me vraagt.” Uit haar zicht onderhandelde ik met de keurige Duitse Opel-garagehouder de laatste 500€ eraf. Dinsdag mag ik haar ophalen, na nog een vers slokje olie en ietswat make-up op haar grijze flanken. Het was een zwaar dagje van 1000 km rijden, maar het resultaat is top!

Deze zomer mogen Oud en Jong nog samen doorbrengen in Spanje. Zoals je een oude hond in de laatste fase vast laat vergezellen door een puppie. Daarna gaat Oudje waarschijnlijk een negende leven leiden (of lijden) in Gambia. Wat zijn we haar dankbaar!

Benidorm Bastards

Benidorm Bastards

Pffffffff. Ik zit. Het heeft bijna een uur geduurd. Vanaf het ontwaakmoment. Tot aan de zithouding achter het schermpje van mijn Ipad. De Costa Blanca ontwaakt, mijn lichaam kraakt. Buiten gloort de ochtendzon, binnen zit een stijve Pokemon. 

Ondanks een hele rits aan medicijnen werd ik kreunend wakker. Een school hongerige piranha’s heeft de hele nacht hysterisch doorgehapt tussen mijn schouderbladen. Je zou verwachten dat ze al mijn verzuurde rugspieren wel hebben weggevreten, maar kennelijk is het karwei nog niet klaar. Als een strijkplank ben ik naar het toilet gestrompeld. Om het toiletpapier te kunnen grijpen, moest ik een kwartslag op de pot draaien.

Eergisteren werd ik continu ruw wakker van krampaanvallen. Het begint meestal bij de piranha’s op mijn rug. Door het verliggen schiet het dan een uurtje later in mijn kuit. Daarna in mijn bovenbeen. Tegen de ochtend is elke lichaamsdeel min of meer met kramp aan de beurt geweest. Behalve die ene cruciale spier. Dit maakt er dan ineens een transgenderachtige verschijning van. In geen velden of wegen te bekennen. De egoïst. 

Hoe het komt? In ieder geval niet door de hagelnieuwe matrassen van onze vrienden Gerard en Lenny. We zijn voor een relaxweekendje bij hen op bezoek in El Campello, midden aan de Costa Blanca. Het kan dus ook niet van de inspanning komen, want behalve eindeloos bijlullen, lekker eten en leuk doordrinken is de enige fysieke inspanning een potje jeu de boules in de middag. Het is geen overbelasting van de spieren zeg maar….

Het is de voorspelbare optelsom van veel autorijden en laptopwerken die mijn rug en spieren doen bevriezen. Urenlang in een monotone houding. De A-15 van en naar Rotterdam kan wat mij betreft omgedoopt worden naar de Antirijden-15: alleen voor 6.00 uur of na 19.00 uur beweegt het nog.  En als ik dan stiekem, in stilstand, op Facebook gluur, zie ik allemaal vrienden in verre landen. Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika, Vietnam, Qatar. Het reisseizoen is blijkbaar weer begonnen.  

Maar waar moet ik dan over schrijven? Vorige week kreeg ik slechts 23 duimpjes op Facebook. Een dieptepunt in mijn schrijfhobbycarrière. Op mijn website veel korte clicks, een teken dat bijna niemand de column heeft uitgelezen. Kortom, mijn pleidooi voor stakende jeugd werd door mijn overwegend oudere lezers niet gewaardeerd.  Haha! Ik kan daar wel de humor van inzien. De silent treatment. Jammer dat er zo weinig commentaar op kwam. Want wie de bal kaatst….

Het kan ook komen omdat iedereen van Facebook aan het verdwijnen is. Over een paar jaar is Facebook de risée van Social Media, het nieuwe Hyves. Kan best een mooie Netflix-serie worden; The Rise and Fall of the Facebook-Empire. Van geinig Smoelenboek naar commerciële Troepvloek. Ik kijk elke avond nog wel een keertje, uit angst om iets te missen. Misschien dat iemand nog iets leuks plaatst. Dan wil ik het wel snel zien en bijdehand reageren. Dwangmatig neurotisme…

En dan? Wat komt er in de plaats van Facebook? Is Instagram een blijvertje? Krijgen we dan ook de hik van Snapchat? Twitter is nu al het internationale afzeikmedium. Moeten wij ouderen (met een gammele rug, dito humor en teveel vrije tijd) misschien ons eigen Social Media clubje oprichten? Bv: Grannys on tour? Of een remake van Benidorm Bastards? En dan zorgen we dat onze kinderen en kleinkinderen er niet welkom zijn. Een beetje het omgekeerde Instagram-effect. Een heerlijk social medium waar je cynisch kan doen over verstijfde ruggen, druppelende spieren en BMI’s met een schoenmaat-nummer. 

Wie doet er mee? Of ben ik te vroeg? Zijn jullie nog niet in staat van ontbinding? Geef me dan een tip hoe ik weer zonder pijn wakker kan worden. Dank alvast!

  

Die jeugd van tegenwoordig!

Er is al veel over geschreven en gezegd en dat zal ook nog wel even doorgaan. Nederlandse pubers gingen in navolging van hun leeftijdsgenoten in België en Scandinavië protesteren. Tegen de opwarming van de aarde en vóór meer klimaatmaatregelen door onze regering. Er is dus nog hoop.

Op zijn Hollands ging iedereen er zich mee bemoeien en waren er fanatieke tegen- en voorstanders.  De azijnpissers, vooral veel ouderwets denkende ouderen, vonden het vooral spijbelen en dus belachelijk: die verwende kutblagen gingen toch ook gewoon vliegen en eten bij MacDonalds? En aan de andere kant de linkse Grachtengordel die hun eigen schaamte proberen te verdoezelen door luidkeels te verkondigen dat de jeugd het echt heeft begrepen en zo fantastisch bezig is.

Waar ik sta? Dat is best lastig. Ik ben natuurlijk zo’n hypocriet, die zich zorgen maakt over het milieu en tegelijkertijd 50 keer per jaar in een vliegbus stapt en dus een asociale foodprint achterlaat.  Die bezig is met gezonde voeding op de werkplek en tegelijkertijd kilo’s vlees tegen zijn huig klapt. En die rijdt in een diesel  PC Hooftractor waarvan het enige elektrische onderdeel de automatisch dichtklappende spiegels zijn. Gevalletje links lullen, rechts vullen.

Maar ik werd blij en vrolijk van die naïeve pubers op het Malieveld. Met hun geinige spandoeken en spreuken:  “Dino’s dachten ook dat ze tijd hadden.” “The Titanic wouldn’t happen in 2019.” En “stop met mastuberen, red de ijsberen!” Ik had er nog wel een paar aan toe kunnen voegen, gewoon voor de sfeer. “een warmer klimaat> elke dag zweet in mijn naad”.  “Wakker worden met een klimaatkater> mijn kruis hangt in het water”. Van teveel CO2 , springt spontaan al mijn acné“. Kortom, als jij een ouder bent van een klimaatspijbelaar (mooi woord!)  ben je in mijn ogen geslaagd voor het diploma “Vooral Eigen Mening – Opvoeding”. Hulde!

Ik vind al heel lang dat elke scholier (lagere of middelbare school) tien dagen per jaar samen met zijn ouders mag afwijken van  het monotone en achterhaalde schoolritme. Misschien een weekje minder zomervakantie om het een beetje te compenseren. Trouwens, die 10 dagen kunnen ook dienen om kort ziekteverzuim te verrekenen. Dus als Madelief of Floris elke maand een dagje jeuk heeft aan haar neusvleugels, een prikkelend oogje heeft van de nieuwe goudvis of gewoon verdrietig is na de wissel bij de 22-1 nederlaag met hockey, gaat dat gewoon van die 10 dagen af. Lekker puh! En laat dan demonstreren lekker meetellen. Wel zo eerlijk!

Ik heb het gevoel dat in mijn pubertijd, toen de aarde nog plat was, er harder en fanatieker werd gedemonstreerd. Tegen kernenergie (“totdat de bom valt!”), de kroning van Trix (“geen woning, geen kroning”) en de Piersonrellen in Nijmegen (“Radio Rataplan”). Ik ben die week nauwelijks op school geweest, want had het veel te druk om al die krakers met eieren en stenen te bekogelen. Ik zat toen even in een ballerige periode, met spencertjes en flanellen broeken. Ik heulde met het kakkerige studentcorps Carolus Magnus. Maar na een goede steenworp van een kraker waardoor mijn oor een beetje losser hing, was ik voorgoed genezen. Lesje geleerd.

Dit jeugdige klimaat-protest moeten wij ouderen niet de kop indrukken met zuur gedrag. Het is niet moeilijk om met allerlei flauwe argumenten (“maar je draagt wel een truitje van Primark, dat is kinderarbeid”) hun goede intentie kalt te stellen. Onze generatie heeft er namelijk een zooitje van gemaakt, maar weigert nu hun plicht te doen zodat volgende generaties nog iets langer van de tropische temperaturen kunnen genieten. Hoe zouden we reageren als 1 miljoen kids hadden gedemonstreerd à la Gele Hesjes? Hadden we het dan wel serieus genomen?

Kunnen we misschien de jeugd motiveren om nog een paar heilige huisjes aan te pakken? Bv. over de belastingmoraal voor grote bedrijven in Nederland? Slogan: “Niet mee betaald aan Blauw? We kraken je ballen rauw!” Of over de hoge beloningen voor bankdirecteuren: “Bankbaas = familie van de hyena’s”. En een politieke: “Kutte met Rutte? Liever seks met Lex!”

Kortom, ik ben blij met onze klimaatspijbelaars. Omdat ze uitkomen en opkomen voor hun mening. Ergens voor staan. Tegen de gevestigde orde in gaan. Recalcitrant. Provocerend. Confronterend. En het vooral oneens zijn met de oudere generatie. Zoals het hoort.