GAMBIA PART 5: de aftermovies

Zoals beloofd vandaag een paar videootjes van ons Gambiaanse avontuur vorige week.

1. Het bezoekje aan de nagel,- wenkbrauw en tattooshop duurde uiteindelijk ruim anderhalf uur:         The Tattooshop

2. Ons prachtige hotel in Basse voor 6 euro per nacht : Jem Hotel Basse

3. Op bezoek bij de familie van Ibrahim (3) Garay Ceesay: Familie Garay Ceesay

4. Marion (in het wit) verlaat met Hadja voor de laatste keer Hadja’s lemen hutje bij haar ouders : Afscheidsceremonie Hadja

5. De officiële ceremonie voor de mannen op vrijdagmorgen: Only for Men

6. Langzaam stroomt de compound vol met dames en kids: Het wordt lekker druk

7. Met megafoon liedjes zingen en geld voor de bruid ophalen: Laat je horen!

8. Marion wordt langzaamaan gek van de verkleedpartijen en fotoshoots in het piepkleine kamertje: Drukte in het hutje

9. De markt van Damphe Kunda (op het laatste shot links op de tafel de verse vis van de dag…) : Markt van Damphe Kunda

10. Op de weg terug naar de hoofdstad vaker gezien: na een aanrijding de wielen rechtzetten en : Met de (scheve) vlam in de pijp

Tot zover ons avontuur in Gambia. De mooiste herinnering? Met heel weinig middelen een fantastisch en vrolijk feest maken. Wat voelden wij ons welkom!

 

GAMBIA PART 4: de Ceremonie (vrijdag-zaterdag)

VRIJDAG

Om 07.00 uur, na amper 5 uur slaap, ging in ons hotelletje onbarmhartig de wekker. De laatste en officiële dag van de ceremonie begon vroeg. Door alle inkopen en onverwachtige giften waren we door de Dalasi’s heen en ging ik in het ochtendgloren naar de enige geldautomaat van Basse. Vijf bankpasjes verder had ik pas in de gaten dat er niet meer dan 20 briefjes van 100 uit de automaat kwamen. Daar zou je in Nederland prima mee wegkomen, maar het leverde dus maar een opname van € 40,= op, achteraf ruim voldoende voor 2 dagen.

Het hobbelpad vanaf Basse werd door Ibrahim met steeds meer handigheid genomen, dus ongeschonden reden we tegen 08.00 uur de compound binnen. Eerst moest ik lopend met Ibrahim naar de ouders van Hadja om daar met een kort ritueel de goede aankomst van Hadja in huize Ibrahim te bevestigen. Iedereen viel ons in de armen en onder luid gezang liepen we terug, waarbij Ibrahim’s nervositeit opviel voor het volgende onderdeel.

Onder de ‘partytent’ hadden alle mannen van het dorp zich verzameld op uitgespreide kleden om de formele Islamitische huwelijksvoltrekking te doen. Zonder Hadja. Die bleef tot vroeg in de avond uit beeld, binnen. Om de circa 40 mannen stonden alle vrouwen en kinderen toe te kijken. Ik werd door de Iman gevraagd ook op het kleed naast hem plaats te nemen, wat Ibrahim zichtbaar opluchtte. Het volgende half uur werden er lange Koran-verzen voorgelezen en uiteindelijk gingen de zeven wijze mannen om de beurt Ibrahim een rijk huwelijksleven toewensen en mij (ons) te bedanken voor de eer om naar Gambia te komen om aanwezig te zijn. Instemmig gemompel volgde….

Dit was het moment dat ik door de dorpoudste werd gevraagd om te gaan staan en het kado te overhandigen aan Ibrahim en te speechen. Ik had vooraf met  Ibrahim overlegd om de envelop niet open te maken, omdat er jaloezie zou ontstaan als iedereen kon zien wat het huwelijkskado van Nederlandse vrienden en familie zou zijn. Het was nl. het Gambiaanse equivalent van twee jaarsalarissen… Maar ze konden wel raden dat het meer was dan 100 Dalasi en dus werden we allemaal middels bloemrijke volzinnen bedankt. Ibrahim vertaalde wat hij kon, maar alleen de woorden Faran (mijn naam), Maryama (Marion’s Islamitische naam) en Olanda klinken in het Madinka’s herkenbaar.

Na ruim een uur was het voorbij en verdwenen de mannen om de hele dag niet meer terug te komen. Langzaam stroomde Ibrahim’s terrein vol met vrouwelijke familie en kinderen die van heinde en verre waren gekomen en op hun paasbest paradeerden. Het gezang, gelach en geschreeuw steeg tot orkaanhoogte op het moment dat tegen 18.00 uur meer dan 300 familieleden aanwezig waren. Hadja had gezelschap gekregen van Marion en werkelijk urenlang was het in het piepkleine, snikhete kamertje een komen en gaan van zingende dames. Ik mocht als enige man naar binnen om Marion regelmatig van water te voorzien en werd dan luid bejubeld en vooral aangeraakt en op de foto gezet.

Drie keer moest Maryama zich omkleden en drie keer kwamen dan alle vrouwen naar binnen om foto’s met haar te maken. Het was een beetje sneu voor Hadja, want mijn Maryama was met haar prachtige kleding en mooie henna-tatoeages het onbetwiste middelpunt geworden. Gelukkig bleek het juist een grote eer te zijn voor Hadja dat ze zo’n bijzondere getuige had. Onze personal assistente Feroq legde mij uit dat dit Hadja’s status zou bepalen. Haar bruiloft zou nog jaren hét gesprek van de weide omgeving blijven..

Lees verder

GAMBIA PART 3: de Ceremonie (woensdag-donderdag)

WOENSDAG

Precies om 6.30 uur stond Ibrahim aan de poort van het hotel te rammelen. Hij was ongebruikelijk op tijd! De oude Mercedes (zonder airco of ventilator..) werd volgestouwd met 5 volwassenen, 1 kind en eindeloos veel bagage. Bij elke hobbel of drempel schuurde het chassis over de weg. Het eerste uur was het nog donker en levensgevaarlijk. Een combinatie van plots overstekende ezels, vrachtwagens zonder licht, onverwachte politieposten en een chauffeur die zijn onervarenheid combineerde met behoorlijke nachtblindheid. 

Elke 10 kilometer werd het lichter, maar ook verlatener, heter, dorder en troostelozer. We reden door dorpjes gehuld in rooksluiers van de ochtendvuurtjes, waar Ibrahim met 100 km per uur doorheen sjeesde. Hij toeterde en vloekte naar elke geit, schaap, ezel, kind, voetganger of fietser die te dicht bij de weg kwam. Waarom hij dan niet de toegestane 60 km reed? Puh, dat doet niemand… In totaal hebben we een stuk of 30 wegafzettingen gehad van politie, douane en het leger. Hier en daar werd er ongegeneerd door de Hermandad om een fooitje gevraagd. Tien Dalasi (twintig cent) deed dan wonderen. Even vaak wilde ze met die Batanga (Blanken) hun Engels oefenen. Hilarisch!

Tegen 14.00 uur en na 375 km. kwamen we aan in Basse, de tweede stad van Gambia. Abrupt hield het asfalt op. Het hele stadje is één rode stofwolk en daarmee ook alles wat je aan hebt of vast pakt. Als je een pak koekjes uit een schap haalt, zit er rood stof op. Er werden wat boodschappen gedaan en Ibrahim stelde ons trots overal voor. Een uurtje later reden we over een stoffig hobbelpad de laatste 8 km naar Damphe Kunda, onze feestbestemming. Stomverbaasd keken we elkaar aan, want we reden rechtstreeks de Middeleeuwen in. Overal loslopend vee, op braakliggende veldjes het afval (vooral plastic) tot kniehoog en daartussen loslopende ossen, ezels, geiten en schapen. Karren met ezels ervoor waren samen met de fiets het enige vervoermiddel, behalve de paar auto’s van de Europese geslaagde jongens.

De eerste stop was het huis van de aanstaande bruid Hadja. Rondom een rommelige binnenplaats lagen her en der wat barakken en een paar lemen hutten. Uit alle hoeken en gaten kwamen volwassenen en vooral kinderen aangestormd. De meeste kinderen gaven snel een hand, ondertussen met de andere aan onze huid voelend. De allerjongsten doken krijsend weg in de rokken van de hard lachende mama’s, bang voor die witte reuzen. Bij het eerste ritueel heetten de oudste mannen ons welkom en mochten de ouders van de bruid uitgebreid vertellen hoe trots ze waren dat wij de bruiloft van hun dochter hadden uitgekozen om te komen. De kop was eraf.

Bij het huis van Ibrahim aangekomen, verdubbelde de ontvangst-gekte zich. We raakten de tel kwijt hoeveel (half) broers en zussen en tantes en opa’s er waren. En weer bezochten we identieke compounds (ommuurde groep huizen met een binnenplaats, buitenkeuken, loslopend vee en rommel) met nog meer familie en vrienden. Ik herkende er ook een paar Spaanse Gambianen die de winter thuis doorbrengen om in het voorjaar weer terug te gaan. Wat er nog in het dorp rondloopt van mannen tussen de 20 en 45 is ziek, zwak of misselijk. Alleen de sterken zijn ‘geslaagd’ in Europa. De helft heeft de reis niet overleefd.

.

Tegen 18.00 uur bracht Ibrahim Hadja naar haar ouders en ons naar het hotel in Basse, omdat slapen in zijn dorp geen optie was: geen toilet, douche of afsluitbare kamer. We waren zo’n attractie dat kinderen de hele nacht door het open gat in de muur naar binnen zouden blijven gluren. Het Jem Hotel had zijn gloriedagen al lang achter de rug, de foto van de badkamer zegt wel genoeg denk ik (Ik zal binnenkort wat videootjes uploaden om dat te onderstrepen.) We aten nog snel een hele kip in een pikdonker restaurant voor € 5,50 en doken snel en doodop in het twijffelaartje.

De kakafonie van geluiden zorgde ervoor dat ik pas tegen middernacht wegdommelde, maar om 2 uur alweer wakker schrok door bijtende pijntjes op mijn borst. Een kolonie mieren had een ingang gevonden in mijn reisslaaphoes van speciaal katoen. Ik kneep er een paar dood, maar voelde dat er tientallen nog bezig waren een gaatje te vinden in mijn sappige vlees. Uit ellende ben ik op de Ipad bij de ‘receptie’ naar een cult-documentaire van Sunderland FC gaan kijken, waar de vlooien mijn voeten aanvielen en een tapijt van rode bultjes achterliet. Met broek, sokken en lang shirt deed ik om 4 uur een beter geslaagde poging om nog wat te slapen.

DONDERDAG

Het ochtendprogramma bestond uit een uitgebreide inkoopronde van etenswaren. Ook Frank Dos, Ibrahim’s zoon was erbij en dat maakte het voor ons speciaal en voor hem handig, want het leverde hem nieuwe kleren en schoenen op. Met de wagen volgeladen gingen we terug naar het dorp, zodat het leger van +/- 20 kokkinnen verder kon met de doorlopende maaltijden voor een man of twee honderd. Ze gebruikten daarvoor grote houtgestookte kookketels, zoals je ze ziet in strips over kannibalen. Drie dagen kwamen de meest vreemde gerechten uit de keuken, waarvan we er een paar echt niet aandurfden. Iedereen eet met de handen uit de grote schalen, maar wij kregen een soort plastic pollepel van de Action als hulpmiddel.

 

De late middag mochten we, na weer wat bezoekjes, even uitrusten bij onze lieve en hartelijke personal assistant Feroq. Op haar schuimrubber matrasje met schoon laken vielen we als een blok twee uur lang op de grond in slaap. Na weer een schaal eten, vertrokken we om 19.00 uur lopend in colonne zonder Ibrahim voor het avond-ritueel naar het huis van Hadja. Zij zou die nacht voorgoed niet meer thuisfluiten, want haar familie moet afstand doen en heeft er niets meer over te zeggen.. 

Op de binnenplaats was het weer een gekkenhuis, want voor haar familie was dit het belangrijkste onderdeel; het afscheid nemen van de bruid. In een klein lemen hutje met een diameter van krap 4 meter stonden twee krakkemikkerige metalen bedden. Op de ene zaten de vier oudste dames van de familie, op de andere lag Hadja intens te snikken. Als enige man tussen 35 vrouwen mocht ik meeluisteren naar de eeuwenoude zangpartijen en rituelen. Het hutje barstte uit zijn voegen. Marion werd een centraal onderdeel van de ceremonie, want zij mocht als enige Hajda troostten. 

Na een uur werden Hajda en Marion helemaal in het wit gekleed en gesluierd, onder begeleiding van ernstig klinkende verzen van Moeder Overste. Ringen werden aangedaan, pollepels aangegeven (teken van getrouwd zijn, worden aan het plafond van de slaapkamer opgehangen) en de dames namen een centrale plek in op de binnenplaats. Ze werden daar bijna onder de voet gelopen door een foto’s-schietende en geld toewerpende menigte. Marion was met haar prachtige getatoueerde hand en voeten een kermisattractie zonder weerga. Ze was toen al de meest gefotografeerde dame van Oost-Gambia.

Ineens kwam de meute in beweging om de bruid af te gaan leveren bij Huize Ceesay. Maar eerst moest er gestopt worden op het Wijze Mannen Plein, waar Hajda en Marion in geknielde houding en onzichtbaar plaatsnamen. Ik werd uitgenodigd om op het mannen-tapijt plaats te nemen, een hele eer als niet-Moslim. Zeven mannen lazen ellenlange Koran-verzen voor, de andere mannen instemmend meemompelend. Om het tapijt stond het vol vrouwen en kinderen, die te rumoerig waren voor de vromen en dus werd er af en toe een corrigerende blik geworpen, wat buitengewoon goed werkte. Voor 3 minuten…

De optocht ging verder en tegen midnacht kwamen we de poort van Ibrahim’s compound binnen. Daar zag  het zwart en gekleurd van mensen. Zonder een blik op haar echtgenoot te mogen werpen, liepen bruid Hadja en getuige Marion door naar de slaapkamer, waar de laatste rituelen van de dag werden afgehandeld. In die kamer moest Hadja de volgende 24 uur blijven, nog zonder Ibrahim. Dat kwam goed uit, want hij bracht ons om 1.30 uur naar onze royal suite in Jem Hotel. In de wetenschap dat we alweer om 7.30 uur opgehaald zouden worden voor de ochtendrituelen van vrijdag vielen we kapot in slaap. Geen mier meer gevoeld.

Dat was donderdag en daarmee de eerste dagen achter de rug. Keurig binnen de 700 woorden gebleven….. Wordt vervolgd.

GAMBIA PART 2: De Voorbereiding

Lees verder

Gambia Part 1 : De ontvangst

En we zijn vertrokken! Cor en Don hebben ons gistermorgen vanaf vliegveldje Maastricht met de vliegbus in 7 uurtjes naar Banjul geflatst. Iets luxer dan Ryanair, maar geen maaltijd of oid inbegrepen.

Gelukkig doet Marion alle voorbereidingen. En ik niks. Ze had gezorgd voor kakelverse broodjes (alleen die van de warme bakker in Beek zijn goed genoeg..), had dagen vooraf de koffers mise en place gelegd en mij een keer of 10 gevraagd om a.j.b. mijn eigen meuk erbij te leggen. Tevergeefs, ik weiger me vooraf aan enige geplande discipline te houden. En Marion kan niet zonder, dus we houden elkaar prima in evenwicht haha! 

Vorige week zaterdag stond ik live te video-whatsappen vanuit de Action in Ede met Ibrahim in de binnenlanden van Gambia. Ik moest even zeker weten of ik wel de juiste spaarlampen had. De 4G deed het daar beter dan in de Action, maar dat is ook geen wonder. Alles bij de Action is cheap and basic, maar we kunnen er wel half Afrika mee blij maken. Voor 100 euro aan kindersurprises van de Action is vergelijkbaar met 200 gestrande zeecontainers op de Waddeneilanden. De koffers kraken uit hun voegen.

In de heerlijk chaotisch ontvangshal werd ik meteen vrolijk van de onbekende exotische geuren die me tegemoet kwamen, met daarachter een hyper blije Ibrahim met zijn Hadja, dochter Marion2 en vriendinnetje Ami. Wij konden de shuttle-bus naar het hotel skippen, want hij had een auto geregeld en ging ons voor de eerste keer in 14 jaar rondtouren. Marion was er niet gerust op. Ibrahim’s lompheid, het Afrikaans verkeer en haar wagenziekte is niet per se een heel gelukkige combi. De legergroene Mercedes uit de vorige eeuw zou in geen enkele Nederlandse milieuzone worden toegelaten, maar hoorde tot het topsegment in Gambia. Buiten liep de temperatuur al snel op naar 41,5 graden, maar bij gebrek aan airco kwam binnen ook dicht in de buurt.

We krioelden van het ene naar het andere stadje in een bekend Afrikaans tafereel: straatverkopers, karren met ezels, rommel en afval in de goot, gaten in de onverharde weg zonder stoplichten en geen verkeersregels. In een zijstraatje stopten we voor een barak, waar de kleermaker van Ibrahim zijn atelier had. Onze maten moesten nog opgemeten worden voor alle bruiloftskledij. Wat volgde was een hilarische scene a la Monty Python, waarin een naaister met twee snel aan elkaar geknoopte meetlinten probeerde mijn maten op te nemen., Marion ging wat makkelijker, maar de hele wijk propte zich langzaamaan  in het winkeltje om het schouwspel met die Blanken mee te maken. 

Zoals vriendje Gerard mij al had voorspeld, zijn vijf Gambiaanse hotelsterren iets minder dan de helft waard. Maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door de aanstekelijk enthousiaste ontvangst. Ik heb nu nog geen idee waar het allemaal over ging, maar we kregen een warme deken van Engels-koeterwaals over ons uitgestrooid, door Ibrahim daarna in het Spaans vertaald.

Na de lunch, met voor de eerste keer pizza voor Hadja, vertrokken onze vrienden en konden we op adem komen. Het rondje over het strand was een uitdaging, want elke 25 meter word je aangesproken door supervriendelijke Rasta-boys die je met veel humor overtuigden waarom hun Juice Bar de beste van het strand was. Ik kan dan niet gewoon doorlopen en maak met iedereen een praatje, maar ben benieuwd of ik dat einde van de week nog doe…

En zojuist werd ik rillend wakker in het Fred Flinstone Bed naast Marion, die gedrappeerd in alle lakens nog in coma ligt. De verdacht bewegende deken hadden we ‘s avonds al in de hoek gesmeten. Ver op de achtergrond hoor ik de zee ruisen. Bij gebrek aan Wifi moet ik uit bed en naar de receptie gaan om mijn column te plaatsen. Ben benieuwd of ik ook foto’s kan uploaden.

De eerste dag zit erop, maar het belooft een mooi avontuur te worden. Het is maar 6 en een half uur vliegen, maar het contrast is enorm. Evenals de zichtbare armoede, die ogenschijnlijk moeiteloos wordt gecompenseerd met een vrolijk positieve instelling.   We will keep you posted!

Kaboem!

We knallen richting einde jaar. Letterlijk dan, want er wordt weer voor een godsvermogen aan vuurwerk gekocht.

Ik heb er helemaal niks mee, met dat afsteken van nutteloos kruidpapier. Dat is geen toeval, want in mijn jeugd op de Goffert was het strikt verboden. We hadden een rietkap op de boerderij en dat was het enige rieten bouwwerk in het Goffertpark dat nog niet in de fik was gevlogen. Elke vuurwerkknal werd door mijn vader ritmisch beantwoord met een nog grotere knal om mijn oren. En als ik een keer, ver van huis, onwennig een minuscuul rotje aanstak, vergat ik het meestal op tijd weg te gooien. Ik heb als toetsenboordkrijger maar twee vingers nodig bij het typen, maar het had er best sneu uitgezien als dat ook de enige twee aan mijn handen waren geweest.

Vanuit heel Nederland komen ze naar Kranenburg rijden om enorme hoeveelheden vuurwerk te kopen. Gisteren stond er letterlijk een file rondom het dorp op weg naar één van de 10 verkooppunten (!). Voor honderden euro’s worden de winkelwagentjes vol geploft. En eerlijk is eerlijk, het had een hoog Tokkie-gehalte. Schijnbaar is het afsteken van veel vuurwerk voor veel mensen dé manier om een kleurloos jaar af te knallen. Waarom zou je anders een netto maandloon uitgeven voor een half uurtje lol?

Of is het een stoute jongensdroom? Sta je weer op het schoolplein met de grootste knikkers te pronken? Wil je de buurt even laten zien wat Harrie van Vinexstraat 12-24 allemaal durft? Zoals de debiele tweestrijd tussen Scheveningen en Duindorp. Honderden mannen zijn daar sinds 2e Kerstdag bezig om pallets op te stapelen voor een vuurtje op oudjaarsnacht. In totaal liggen 100.000 pallets aan elke kant, die soms met vrachtwagens  vanuit Duitsland worden aangevoerd. Zijn we nou helemaal van de pot gerukt? Knettergek geworden? Dit kun je toch gewoon verbieden als burgemeester?

Het enige doel is om het hoogste vuur van Nederland te maken. Tienduizenden vluchtelingen liggen in Oost-Europa en Turkije in niemandsland te vernikkelen in de winterkou en wij steken 5 miljoen kilo hout in de fik voor een potje ver pissen. Nog afgezien van CO2 uitstoot en klimaatschade is het gewoon een volkomen zinloos volksvermaak. Duizenden manuren van gezonde blanke mannen om een vuurtje te stoken in plaats van diezelfde pallets met vrachtwagens naar de koukleumers te brengen. Waarom wordt er niet massaal geprotesteerd tegen deze waanzin? Of durft niemand zijn mond open te doen? Bang om te worden afgeblaft als links elitaire betutteling?

Je raadt het al, ik zit oudejaarsavond gewoon binnen. We zijn voor de eerste keer in vijf jaar weer eens in die Heimat. In Spanje heb je op oudjaarsavond geen last van vuurwerk, want daar wordt alleen op San Juan, de kortste nacht van het jaar in juni, geknald. Ik ben er zeker van dat de discussie over vuurwerk een vergelijkbare richting op gaat als die van Zwarte Piet: uiteindelijk wint het gezond verstand en passen we het aan naar acceptabele normen. Dus over een paar jaar mag je met je knalrotzooi naar een ver afgelegen industrieterrein, waar je samen met 1000 andere diehards stoer kunt doen. Drie mobiele operatie-units erbij om afgerukte vingers terug te plaatsen en lege oogkasten dicht te naaien. Meteen afrekenen graag, zodat mijn ziektekosten premie niet omhoog gaat.

Ja maar Frank, jij bent toch zo’n liberale knul die voor vrijheid van het individu is? En jij roept toch altijd dat je niet alle risico’s kunt uitbannen? En sommige dingen gewoon moet durven accepteren? En dat vrijheid en beteugeling elkaars tegenpolen zijn. Een contradictio in terminis. Klopt, maar steeds meer mensen kunnen de hedendaagse vrijheid niet meer aan. Omdat ze weg lopen voor de verantwoordelijkheid die er aan gekoppeld zit. Als je het spel wilt spelen, moet je je wel aan de regels houden. En daar zit de kneep. We zijn alleen nog maar bereid ons aan de regels te houden als ze goed uitkomen. En als ze niet goed uitkomen, dan hebben we er gewoon schijt aan.

Maar volgende week rond deze tijd, zijn we geland op Gambiaanse bodem en gaat er een andere wereld voor ons open. Het belooft een knallende ontvangst te worden!

 

Toontje lager

Hèhè, Kersemus kan beginnen. We hebben allebei de eindejaars-stress op het werk overleefd en zijn voordat de treurige kerstborrels begonnen al het land uit gevlucht. Even Spaanse zon tanken, beetje kokerellen voor familie en vrienden, bijkletsen met de Catalaanse notabelen van het dorp en de herfst-rommel rondom het huis beetje opruimen. Wat een straf.

Ik heb het wel weer druk met Gambiamigos Tours, mijn kleine clandestiene reisbureautje. Uit alle hoeken en gaten komen de aanvragen weer binnen, want het informele netwerk rondom Ibrahim weet de weg naar Rosamar te vinden. Logisch ook, want zonder creditcard en laptop is internetboeken best lastig. Vueling, de Spaanse lowcostcarrier (en dé favoriet van Francesco!) vliegt elke zaterdag op Banjul, de hoofdstad van Gambia. Ze zijn alleenheerser op die route, dus vooral in vakantietijden zijn de prijzen onbeschoft hoog. Retourtjes in augustus voor 800 euro. Maar de Gambiaanse jongens hebben vaak geen keus. Je wilt toch 1 keer per jaar naar je familie en Spaanse werkgevers zijn heel soepel qua vakantieregeling: je gaat in augustus of je gaat niet. BASTA!

Voor ons is het aftellen begonnen. Zaterdag 5 januari vliegen wij zelf naar Gambia, met Cor en Don vanaf Maastricht. Vijf uur vliegen, maar wel zelf je brood voor onderweg meenemen. De koffers puilen nu al uit, met cadeau’s, give aways, 2e handsbrillen, elektronica en oude telefoons. Gisteren kwam daar in Macanet nog een pittige tas met laptop en camera bij. Meestal gaan er ook grote hoeveelheden cash mee op de Gambia-vluchten, omdat de jongens lokale banken niet vertrouwen en daarom een informeel onderling netwerkje gebruiken. Ik heb Ibrahim al eens met 10.000 euro door de douane geloodst op El Prat, het vliegveld van Barcelona.

Dankzij velen van jullie gaan wij met een fantastisch bruidscadeau naar de bruiloft van Ibrahim en Hadja. Mocht je gewacht hebben tot het laatste moment, dan hierbij nog een keer het bankrekeningnummer (van Marion) NL48SNSB0875679501 : ovv Ibrahim en Hadja. Als dank zal ik uitgebreid verslag doen met veel foto’s van de bruiloft en ons korte verblijf in Gambia. We hebben er veel zin in en weten nu al van onze Gambiaanse jongens in Macanet dat het hele dorp uitloopt om ons te ontmoeten. Ibrahim appt elke dag de laatste wensen door, maar er is geen ruimte meer voor pakken met luiers voor zijn jongste dochter Marion2.

Het is een bruuske overgang, maar ik wil het nog even hebben over The Roast.  In deze TV-show wordt een BN-er door collega’s en vrienden helemaal te kakken gezet. Deze week was Johnnie de Mol aan de beurt, nadat eerder mijn ‘vrienden’ Gordon en Giel Beelen op het spit zijn gegaan. Je moet wel goed tegen kritiek kunnen, want de meeste grappen zijn snoeihard en zwaar onder de gordel. Lijkt me niet iets voor Peter R. de Vries, Patricia Paay of Louis van Gaal. Johnnie kreeg het zwaar te verduren, van bv. zijn ex Tatum Nogwat, Najib Amali en vooral Peter Pannekoek. Zijn vroeger wilde sexleven kwam als een repeterend geweer terug. Marion keek steels opzij en had vooral medelijden met de vrouw van Johnnie… Ik geloof dat alleen Patty Brard niet op zijn schijnbaar ondermaatse pielemuis heeft gezeten, tot zijn grote geluk. Maar eerlijk is eerlijk, Patty heeft mij voor de eerste keer positief verrast. Zij deelde geweldig uit richting Johnnie en incasseerde zelf met hysterisch gehinnik. Chapeau!

Aan het eind was Johnnie zelf aan de beurt. Hij schakelde snel over naar zijn TV-werk, waarin hij vooral de kwetsbaren van onze samenleving een kans geeft om te shinen of om heel even uit de misère te stappen. Maar hij eindigde groots en dat zag ik totaal niet aankomen. Hij heeft zich als één van de weinige BN-ers de afgelopen jaren actief  ingezet om acute hulp te verlenen bij het Syrische vluchtelingendrama. Zijn Movement On The Ground heeft fantastisch werk verricht voor dankbare én wanhopige vluchtelingen op Lesbos.  Ik maak voor Johnnie (en ook zijn kompaan Adil) een diepe buiging, want zij hebben niet vanuit een luie stoel geld overgemaakt.

Als laatste deed Johnnie een pleidooi om de hardheid en grofheid uit de maatschappelijke discussies in Nederland te halen. Letterlijk: “gewoon een toontje lager.” Ik vind het briljant. Als we allemaal nou een beetje langer nadenken, minder star reageren, meer begrip hebben voor de ander en een minder harde toon naar elkaar aanslaan, wordt het vanzelf weer plezierig.

Daar hoop ik op in 2019: een toontje lager!

 

 

FOUT

Ik vind het altijd een vrolijke tijd van het jaar, zo vlak voor het feestgeraas. Mensen raken in de stress om niets. Grote Bedrijven die op het laatst nog kansloze targets willen halen, managers die 38 beoordelingsgesprekken in één week stoppen en saaie fantasieloze dozen die vlekken in de nek krijgen welke kerstgerechten er op tafel moeten komen. En dan foeteren op de Allerhande omdat er maar 15 vleesgerechten in staan. Haha!

Het is ook de tijd van de lijstjes en dan bedoel ik niet de werkverschaffende lijstjes van Marion. Het gaat om de Beste Sportman, de Muziektop 100.000, de Beste Zanger, de Slimste Student, het Snelste Doelpunt en de Hardste Scheet van het jaar. Maar de leukste zijn toch de Foute Lijstjes: mensen of bedrijven die zich volkomen belachelijk hebben gemaakt. Voor Paal met een grote P. Stumper met een hoofdletter S.

Vol in het nieuws was deze week de Foutste Slogan van het jaar. En de terechte winnaar was de Larense kappert Rogier met de uitsmijter: “we doen wel vrouwen, maar we knippen ze niet.” Ik stond stil in de file en dacht even dat ik het niet goed had verstaan. Maar Rogier kan zo aan tafel bij de heren van Voetbal Insite, naast die moppersnor Johan Derksen. Er was genoeg concurrentie, kijk maar naar de top 10:

1. We doen wel vrouwen maar knippen ze niet (Barbier Rogier, Laren)

2. Ga niet zelf kutte, Bel Ronald Schutte! (Stukadoorsbedrijf Schutte, Dordrecht)

3. Voor ieder reetje een Aarts W.C’tje (Aarts Sanitair Service, Eindhoven)

4. Met je fiets in de penarie? Bel dan even met Harie (Fietsenmaker Harrie, Posterholt)

5. Theo en Peet, voor al u electriciteet (PC van der Peet, Rijswijk)

6. Het Solmar je vakantie zijn (Solmar Tours, Maarheeze)

7. Wespen horren buiten (Unilux, Boxtel)

8. Let us oystertain you! (Oestercompagnie, Rotterdam)

9. ’t is VERS(C)HOOR (Verschoor groente- en fruithandel, Ridderkerk)

10. Zonder ons gene plons (Ruimdienst Lazeroms, Antwerpen)

Een waardige opvolger die Rogier. Eerdere winnaars waren Van kop tot kont, worst in de mond (Worstenbroodjes van de Millse molen De Korenbloem in Mill), Zit je haircut (kapperszaak Local Heroes in Utrecht), en Iedere paal gaat erin (heibedrijf Steenman in Oosterblokker). Het schijnt nog goed te zijn voor je business ook… Volgend jaar wil ik zelf meedoen met de spreuk: De Groene Artisanen, na een week geen last meer van je organen. Beslist een kanshebbertje!

Morgen wordt ook bekend gemaakt wie de slechtste TV-reclame 2018, de Loden Leeuw, heeft gewonnen. Er zijn geweldige kanshebbers, maar ik wil eigenlijk dat de meest irritante BN-er van NL, René Froger, wint met die kots-commercial van Eyelove. Hij staat pas op 5, dus log even in op: Stem op die Engerd en zorg dat die patjakker, getrouwd met Langnek Natasha, wint. Je vraagt je serieus af hoe de directie van een bedrijf fiat geeft aan een hip trendy reclamebureau om je tent zo voor schut te zetten. Of je bent al bijna failliet, of je wilt graag een andere baan of al je voelsprieten zijn afgestompt naar te veel jaren op de Apenrots.

Wie ook een mooie prijs verdient dit jaar, in de categorie Grootste Zakelijke Blunder 2018, is de ex-directie van Pathé Cinemas. Op basis van een paar vage, geraffineerde e-mails gewoon 19 miljoen Euro overgemaakt naar onbekende bankrekeningen in het Midden-Oosten. Niet even checken bij de Franse baas, gewoon op vijf verschillende dagen overmaken. En dan toch nog je ontslag aanvechten, dan ben je wel aardig afgedreven als directeur. Ik denk dat ze nu met een geel hesje in Parijs rondlopen, klagend over het afstandelijke gedrag van de Franse fine fleur…

Maar eerlijk is eerlijk, ik heb de afgelopen jaren ook wel een paar noteringen verdiend. Die Jeep Grand Cherokee in de categorie Stomste Koop ooit. En natuurlijk de eindeloze rits aan foute projecten: de Nailhoover, de Vegastowel, No Candy, de Flexcan. De persoonlijke blunders laat ik liever aan jullie over om hier te vermelden. Ik mag wel hopen dat mijn dochters deze week niet meelezen met deze column, anders ga ik zwaar gedeprimeerd het jaar uit. Bij hun Daddy Losers-lijst is de Koran niet meer dan een kuis reclamefoldertje zonder foto’s…

Te koop: gele hesjes

Pffff. Ik dacht dat ik alles hier al een keertje had besproken. Politiek, sport, reizen, Spanje en ook mijn eigen mannenwereldje. En dan trekken er ineens een paar Franse canards een geel hesje aan. Un peu furieux omdat de diesel wat duurder wordt. En wat er daarna gebeurt? Ongelooflijk.

Ik weet ook wel dat Frankrijk geen leuk land is om te leven. Tenzij je een goed gevulde bankrekening hebt, een appartement in het 6e arrondissement, een chalet in de Franse Alpen en een mooi buitenhuis aan de Côte d’Azur. Maar de middenklasse ploetert om rond te komen en de banlieus van Parijs, Marseille of Lyon zijn gewoon getto’s. Onleefbaar, gevaarlijk en een broeinest voor extremisme. Misschien is Frankrijk wel het Europese land waar de afstand (letterlijk en figuurlijk) tussen rijk en arm het grootst is.

Het is ook een volk dat graag klaagt, ontevreden is, veel staakt en iedereen de schuld geeft. Dus werd het protestje van de eerste Gilets Jaunes al gauw opgepakt door de grote meute. Ontevreden boeren? Geel Hesje. Boze studenten? Geel hesje. Belastingboze burgers? Geel hesje. Hekel aan de politiek? Geel hesje. Enz. enz. Dat gele, vormloze veiligheids-hansopje werd een symbool van onvrede. Prima, loop lekker samen voor lul met je reflecterende strepen.

Maar de explosie van geweld vorig en dit weekend is waanzin. Complete waanzin. Plunderingen, straatgevechten, honderden gewonden, chaos, vandalisme, vernielde kunstschatten. Niet door een debiel groepje van een man of 100, maar grootschalig en zelfs georganiseerd. Social Media heeft weer zijn steentje bijgedragen met opruiende oproepen, met fake news door foute organisaties. Veldslagen werden er gevoerd in de grote steden in Frankrijk en Brussel.

Er is één argument waar ik me al een tijdje kapot aan erger: “Ja maar, ze hebben het er zelf naar gemaakt.” De grootste onzin van deze eeuw. Zoals: “Ja maar, Mark Rutte heeft het er zelf naar gemaakt. Hij luistert niet naar ons.” DAT IS GVD MAAR GOED OOK! Ik ben geen fan van Markje, maar we hebben in ons democratisch systeem via verkiezingen mensen gekozen die samen regeren op basis van een meerderheid. Dus laat je horen als je het er niet mee eens bent, breng gerust een proteststem uit op Baudet of Wilders, klaag je suf à la Française. Dat is je recht. Wees lekker boos.

Maar veel boze mensen gaan over alle acceptabele grenzen heen. Agressief, bedreigend, onbeschoft en ja, ook vaak racistisch. Ik heb dit jaar, voor het eerst, geen Sinterklaasgedicht gepost op mijn blog. Gewoon geen zin in, net als vele anderen. Maar ik heb de woorden AAP en ROT OP NAAR JE EIGEN LAND weer honderden keren voorbij zien komen, als ik inzoomde op de comments van de beruchte sites. Ik moet me dan echt inhouden om niet te reageren, want het is volstrekt kansloos. Je krijgt al snel een strontbak van bedreigingen en scheldkanonnades over je heen.

Op de lokale Nijmeegse zender RN7 was afgelopen week een filmpje te zien van het Gele Hesjes protest in Nijmegen. Ik heb heerlijk gelachen om zoveel domheid. Alle 87 hesjesmensen hadden een andere reden om er te zijn. “Ik ben voor Zwarte Piet”, “ik ben tegen armoede”, “Rutte moet oprotten”, “weg met de banken”. Ik maak me minder zorgen dat het hier net zo escaleert als in Frankrijk.

Ondertussen zit ik wel met 13 gele hesjes in mijn maag, verspreid over 3 auto’s en twee landen. Ik word bij panne nog liever van mijn sokken gereden dan met zo’n hesje te worden gezien. In Spanje zijn ze verplicht, maar probeer ik me er zwaaiend met mijn clubcard van FC Barcelona wel uit te lullen. Wat zou een goed internationaal alternatief zijn, als vervanging van de ‘besmette’ gele hesjes? Een paarse, fluoriscerende boxershort? Een felblauwe Pino-muts op je knar? Zwaaien met een lichtgevende opgeblazen groene condoom? Ik vind alles goed, maar no more yellow vests!

Over naar iets luchtigers. Ik heb gelukkig een beetje afleiding, want ben al het hele weekend aan het kokkerellen. We vieren vandaag kerst in Duitsland, met 11 mensen (m/v) en 6 gangen. Lekker bijtijds, maar iedereen is nu in het land. Mooie gedekte tafel, lekker gerechten, fijn gezelschap. Niks formeels, maar wel een dresscode: GEEN GEEL!

Welcome to Estonia!

Waar een deur dicht gaat, gaat een andere weer open! Dat hebben jullie hier al eerder gehoord de afgelopen weken!

De vele annuleringen van het ondoorgrondelijke Ryanair hebben ons met een beetje creativiteit gebracht naar Tallinn, de hoofdstad van Estland. Waarom wij het Estland noemen is mij een raadsel, want de rest van de wereld noemt deze Baltische staat gewoon Estonia.

Dus werd vrijdagmiddag de vlucht van twee uur naar het Zuiden ingeruild voor een vlucht naar het koude Noorden. Van +19 naar – 8 graden. We waren erop voorbereid, want mutsen, handschoenen en winterjassen hadden we allemaal in ons rolkoffertje gepropt. Van het moderne vliegveld Lennujaam naar ons appartement was slechts 15 minuten en onze host stond al klaar voor een snelle check-in. Binnen een uur na de landing zaten we in een trendy hotspot aan een groot glas Alexander bier, een mooi glas Merlot en heerlijke verse Italiaanse gerechten.

Estonia is al eeuwen lang een cruciale plek tussen Rusland, Scandinavië en West-Europa. In de Middeleeuwen als Hanze-stad, in WO2 als brug voor de nazi’s om Rusland binnen te vallen en daarna voor de USSR een zwaar bewaakte veiligheidszone richting het Westen. Ze hebben er stevig onder geleden, de Esten. In 1991 lukt het ze om zich los te maken van Rusland en weer als onafhankelijke staat verder te gaan. De late aansluiting bij de EU in 2004, was kantje boord. Van de ene Unie (die van de USSR) naar de andere ( de EU), veel Esten waren sceptisch. Best terecht, want al jaren is Estonia een koploper in economische groei, welvaart en investeringen. Dat merk je ook aan de prijzen, want ze doen niet onder voor Nederland.

Misschien viel dat wel het meeste op, de eerste 24 uur. Fantastische wegen, luxe vliegveld, waanzinnige shoppingmalls, heel veel dure auto’s en een prachtige mix van authentieke oude gebouwen en hypermoderne flats en business-centers. Je verwacht toch een beetje naar een oud-Russisch staatje te gaan, maar komt terecht in welvarend onbekend deel van Noord-Europa. De vervallen Sovjet-flats en sjofele overheidsgebouwen staan er nog wel, als overblijfselen uit een donkere periode. Maar de meesten worden omgebouwd naar trendy hotspots in herrezen wijken, vol met kunst en artwork. It is hip and happening in Tallinn!

Toch is de oude Sovjet-mentaliteit niet verdwenen. Toen wij de eerste avond in de supermarkt onze aankopen op de lopende band legden bij de kassa, werden de biertjes en de wijn zonder uitleg verwijderd en weggelegd. Na een moeizame woordenwisseling legde de sikkeneurige caissière uit dat alcohol na 22.00 uur niet meer mocht worden verkocht. Ze sloot de transactie af met de cynische woorden “welcome to Estonia”, waarbij haar Slavische gezicht geen spier vertrok. We hebben het daarna nog wel vaker gezien, die onverschillige, bijna apathische houding. Het is maar een klein smetje op een aangename en verrassende ervaring.

Zaterdagmorgen hebben we een klassieke Hop On-Hop Off bustour gemaakt van anderhalf uur om een eerste indruk te krijgen. Tallinn was ruim en uitgestrekt met mooie natuurgebieden vlak bij de stad. De baai ligt vol met mooie stranden, strandtenten en watersport-mogelijkheden. Wel jammer dat er nu ijsschotsen tegen het strand aan kruien…. De striemende koude wind maakte de gevoelstemperatuur -18 en na het eerste rondje Hop On-Off doken we snel in een Middeleeuws restaurant in het hartje van de oude stad. Ze hadden hun best gedaan om authentiek over te komen: kruidenbier in een stenen pul, stevige simpele gerechten, alleen kaarslicht en een troela in de bediening in een schattig handsopje uit de 14e eeuw. We hebben smakelijk gelachen!

In de namiddag kwamen we verkleumd terug in ons appartement om te genieten van onze prive-sauna, slim ingebouwd in de badkamer. Om af te koelen namen we in adamskostuum plaats op het balkon, met uitzicht op de vertrekkende en aankomende cruiseschepen en ferry’s. Ik moest toch even denken aan het drama met de Estonia veerboot in 1994, met 852 slachtoffers de grootste scheepsramp in Europa na WO2. Het zal toch niet dat de kapitein toen ergens op een balkon iets raars zag en vergat de boegklep goed af te sluiten?

Al met al is Tallinn verrassend leuk met veel historie. Een absolute aanrader als je een keer van de geijkte paden af wilt. Misschien is de kersttijd, ondanks de kou, juist de beste tijd om er een weekendtrip heen te maken. Wij zullen vaker op zoek gaan naar vergelijkbare hidden secrets. Er is nog zoveel te zien in de wereld. Soms dichterbij dan je denkt!